Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Brieven

Brief aan de werkers voor geheelonthouding — 15 maart 1882

1 min. lezen

Charles Haddon Spurgeon

BRIEF 218

15 maart 1882.

Waarde vrienden,

Het spijt mij buitengewoon dat ik niet aanwezig kan zijn bij deze eerste bijeenkomst, waarop de Geheelonthoudersvereniging van het Tabernakel wordt opgericht. Het ergste is dat mijn hoofd zo van streek is dat ik zelfs geen behoorlijke brief kan dicteren. Ik kan alleen zeggen: “Probeer het, nu ik er niet ben, juist nog beter te doen.” Als de aanvoerder is neergeschoten en zijn benen gebroken zijn, moeten de soldaten een extra hoera laten klinken en op de vijand afstormen. Ik geloof oprecht dat, na de prediking van het evangelie, het allernoodzakelijkste wat in Engeland moet gebeuren is dat wij onze mensen bewegen geheelonthouder te worden.

Ik hoop dat deze vereniging iets zal uitrichten wanneer zij eenmaal van start is gegaan. Ik wil niet dat u zich tooit met een hoop pauwenveren en medailles van stopverf, en ook niet dat u steeds de matige drinkers probeert te bekeren. Zet u liever in om de echte dronkaards te winnen en die arme, geknechte schepsels aan de voeten te brengen van Jezus, Die hun de vrijheid kan geven. Ik wilde dat ik nog heel veel goede dingen kon zeggen, maar dat kan ik niet, en zo blijf ik, geheelonthoudend de uwe, C. H. Spurgeon.

© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas