“Zij dan riepen allen wederom, zeggende: Niet Dezen, maar Bar-abbas! En Bar-abbas was een moordenaar.”—Johannes 18:40
Lees verder: Leviticus 14:1-8.
Barabbas was een moordenaar, een misdadiger en een verrader. Dit feit is erg belangrijk. Er ligt meer les in dan we op het eerste gezicht zouden denken. Zien we in de bevrijding van de zondaar en de gevangenneming van de onschuldige niet een beeld van het grote werk dat volbracht werd in de dood van onze Verlosser? U en ik nemen met recht onze plaats in naast Barabbas. We hebben God van Zijn eer beroofd. We waren opstandig tegen het gezag van de hemel. Als iemand die zijn broer haat een moordenaar is, dan zijn ook wij schuldig aan die zonde. Hier staan we voor de rechterstoel; de Levensvorst is voor ons gebonden en wij mogen vrijuit gaan. De Heere bevrijdt ons en spreekt ons vrij, terwijl de Verlosser, zonder vlek of rimpel, schaduw of gebrek, naar het kruis wordt gebracht. In het ritueel om de melaatse te reinigen werden twee vogeltjes genomen. Het ene vogeltje werd geslacht en zijn bloed werd opgevangen in een schaal; het andere vogeltje werd in dat bloed gedoopt en vervolgens, met bloedrode vleugels, vrijgelaten in het open veld. Het geslachte vogeltje is een goed beeld van de Verlosser. Elke ziel die door het geloof in Zijn bloed is gedoopt, vliegt naar de hemel en zingt zoet in vreugdevolle vrijheid. Zij heeft haar leven en vrijheid volledig te danken aan Hem Die geslacht is. Hier gaat het om: Barabbas moet sterven, of Christus moet sterven. U, de zondaar, moet sterven, of Christus Immanuel, de Smetteloze, moet sterven. Hij stierf zodat wij verlost konden worden. Delen wij vandaag allemaal in die verlossing? Of we nu dieven, verraders of moordenaars zijn geweest, toch kunnen we blij zijn dat Christus ons verlost heeft van de vloek van de wet, toen Hij voor ons een vloek werd.
Ter overdenking
Wat kiest u boven Jezus? Uw familie (Mattheüs 10:37), de eer van mensen (Johannes 12:43), Gods schepping (Romeinen 1:25) of uw plezier (2 Timotheüs 3:4)? De Heere Jezus stierf om mensen zoals u te verlossen, maar u moet uw prioriteiten en voorkeuren aanpassen (Handelingen 3:14-15,18-19).
Preek 595, 16 oktober 1864

