“Als Petrus nog deze woorden sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het Woord hoorden.”—Handelingen 10:44
Lees verder: Micha 3:5-8.
Als er zielen gered moeten worden, dan moet de prediker zelf onder de leiding van de Geest staan. Ik heb steeds gebeden dat de Geest mij zou leiden, zelfs bij de kleinste en minst belangrijke onderdelen van de dienst. U kunt namelijk nooit weten of de zaligheid van een ziel afhangt van het voorlezen van een lofzang of van de keuze van een hoofdstuk. Twee mensen werden lid van onze gemeente en vertelden dat ze zich bekeerd hadden, alleen doordat ik het lied “Jezus, Minnaar van mijn ziel” voorlas. Ze konden zich verder niets uit dat lied herinneren, maar deze woorden maakten zo’n diepe indruk dat ze die nog dagen later herhaalden. Toen rees de gedachte: “Houd ik van Jezus?” Ze bedachten wat een vreemde ondankbaarheid het was dat Hij de Minnaar van hun ziel was en dat zij Hem toch niet liefhadden. Ik geloof dat de Heilige Geest mij ertoe leidde dat lied voor te lezen. Veel mensen zijn bekeerd door een opvallende uitspraak van de prediker. Maar waarom deed hij die uitspraak? Eenvoudig omdat de Heilige Geest hem daartoe leidde. Wees er zeker van, geliefden, dat als een deel van de preek voor uw hart tot zegen is geweest, de predikant dit zei omdat zijn Meester het hem had opgedragen. Ik zou vandaag een preek kunnen houden die ik vrijdag heb gehouden en die toen nuttig was, terwijl er nu niets goeds uit voort zou komen, omdat het misschien niet de preek is die de Heilige Geest vandaag gehouden wilde zien. Maar als ik bij de keuze van het onderwerp met een oprecht hart Gods leiding heb gezocht en Hij bij de verkondiging van het Woord bij mij blijft, dan weet ik zeker dat de preek zal aansluiten bij uw directe behoeften. De Heilige Geest moet op u, predikers, rusten.
Ter overdenking
Wie vervuld is met de Geest (Efeze 5:18), is vervuld met het Woord van Christus (Kolossenzen 3:16). Het kenmerk van vervulling met de Geest is dat men het Woord van God spreekt (Lukas 1:41-42 en 67; Handelingen 2:4; 4:8 en 31; 7:55-56; 13:9-10). Bidt u hierom voor uw predikant? En voor uzelf?
Preek 201

