“De HEERE zal hen rekenen in het opschrijven der volken, zeggende: Deze is aldaar geboren.”—Psalm 87:6
Lees verder: Openbaring 20:11-15.
Wat er geteld wordt, is beslissend. Misschien, mijn toehoorders, kan uw naam vandaag nog niet geschreven worden bij hen die wedergeboren zijn. Maar er is nog hoop, en we vertrouwen erop dat u, voordat u hier vertrekt, mag delen met de geheiligden. Als we het aantal van Gods volk zouden tellen dat vandaag tot bekering is gekomen, dan dank ik de Heere dat dit getal binnen een uur al weer onvolledig is. Dan zijn er opnieuw anderen toegevoegd aan hen die zichtbaar door God geroepen zijn. Maar de laatste telling zal beslissend zijn. Bij die telling wordt niemand meer toegevoegd en niemand meer uit de menigte weggehaald. Zodra dat is gebeurd, zal de engel in de hemel roepen: “Die heilig is, dat hij nog geheiligd worde.” De stem van de engel zal ook in de hel weerklinken, maar daar klinkt ze als: “Die vuil is, dat hij nog vuil worde” (Openbaring 22:11). De laatste peiling is beslissend. De laatste telling van de juwelen en het wegwerpen van de vervalsingen is beslissend. De laatste vergadering van de schapen en de verbanning van de geiten is beslissend. Daarom is het zo belangrijk dat we de dag kennen waarop de Heere de volken opschrijft en zegt: “Deze is aldaar geboren.” O, konden we maar in het hiernamaals kijken! We zijn zo kortzichtig en zien zo weinig. We zien alleen de tijd, met haar bedrog, haar verf en haar laagje goud. O, waren we maar wijs, zodat we dit begrepen en aan ons laatste einde dachten! Dan staat onze naam geschreven onder die van onze Heere, het Lam, ergens nederig tussen hen die de Heere, onze God, vooraf heeft uitgekozen, wanneer die laatste telling gehouden wordt.
Ter overdenking
Stemmen tijdens verkiezingen is vrijwillig, maar inschrijving op een bepaalde datum bij een volkstelling is verplicht. Weigeren is strafbaar. Zo heeft God alle mensen overal bevolen zich te bekeren (Handelingen 17:30) en op de Verlosser te vertrouwen. Dit te weigeren en niet in Christus gevonden te worden (Filippenzen 3:9) is rampzalig (Openbaring 20:15).
Preek 382, 14 april 1861

