“God is getrouw, door Welken gij geroepen zijt tot de gemeenschap van Zijn Zoon Jezus Christus, onzen Heere.”—1 Korinthe 1:9
Lees verder: 1 Korinthe 15:3-10.
Waar zou u zijn zonder genade? Denk aan het oude gezegde van John Bradford, toen hij een groep mannen naar Tyburn zag gaan om opgehangen te worden: “Daar gaat John Bradford, alleen door Gods genade.” Wanneer u een vloeker op straat ziet of een dronkaard ’s nachts naar huis ziet waggelen, dan zijn wij alleen door Gods genade waar wij nu zijn. Wie ben ik? Wat zou er van mij geworden zijn als de Heere mij in Zijn barmhartigheid niet had tegengehouden op mijn dwaze weg? Ik weet dat sommigen van ons het oude verhaal van Rowland Hill kennen. Een goede Schot riep hem bij zich om hem te zien. Zonder een woord te zeggen keek hij vijf minuten lang stil naar het gezicht van de goede oude man. Uiteindelijk vroeg Rowland Hill wat de man zo bezighield. De Schot zei: “Ik kijk naar de lijnen van uw gezicht.” “Wel, wat vertellen ze u?” “Dat u de grootste schurk van het land zou zijn geweest als de genade van God niet met u was geweest.” Sommigen van ons voelen zich net zo: zonder de genade van God zouden we de grootste leiders in schande en zonde zijn geweest. Ik weet van mijzelf dat ik dingen nooit half doe. Als ik Baäl gediend had, dan had ik ook voor hem een altaar gebouwd en er dag en nacht offers op gerookt. En wanneer we God ijverig en ernstig dienen, hebben we des te meer reden om nederig te zijn en in het stof te blijven. Want diezelfde ijverige en ernstige geest zou het ergste van ons gemaakt hebben als de genade ons niet had willen veranderen.
Ter overdenking
Gods reddende genade is Zijn vrije en onverdiende gunst voor mensen die geestelijk dood in de zonde liggen (Efeze 2:5,7-8). Waar zou u nu zijn zonder de genade van God? Lees Efeze 2:1-3. Dat is precies waar u nu bent als u Zijn genade nog steeds afwijst — en het ergste moet nog komen (Hebreeën 10:29).
Preek 616, onbekende datum

