“Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal; dat zij de vrucht hunner werken zullen eten.”—Jesaja 3:10
Lees verder: Psalm 37:16-40.
“Zegt den rechtvaardige, dat het hem wel gaan zal”: van het begin tot het einde van het jaar. Van zonsopgang tot zonsondergang. Van de eerste avondschaduwen tot de morgenster schijnt. Het zal goed met hem gaan als God hem, zoals Samuël, uit het bed van zijn jeugd roept. Het zal goed met hem gaan als hij, zoals David, op hoge leeftijd laat opblijft om zijn leven met een lofzang af te sluiten. Het zal goed met hem gaan als hij, zoals Salomo, zeer rijk is, en het zal goed met hem gaan als hij, zoals Lazarus, bij de poort ligt terwijl de honden zijn zweren likken. Het zal goed met hem gaan als hij, zoals Job, zijn voeten wast met olie en zijn voetstappen met boter. Het zal goed met hem gaan als de vorsten hun hoofd voor hem buigen en de groten der aarde hem hulde bieden. Maar het zal even goed met hem gaan als hij zich, zoals Job in zijn beproeving, schraapt met een potscherf, als zijn kinderen weg zijn en zijn vrouw hem aanspoort God te vervloeken. De vrienden van de rechtvaardige zijn ellendige troosters geworden, maar met hemzelf zal het goed gaan, het zal altijd goed gaan. De tekst betekent kennelijk dat het altijd goed gaat met de rechtvaardige, en nooit anders dan goed. Er wordt immers geen tijd genoemd en geen seizoen uitgesloten, dus gaat het voortdurend goed.
Hoe bemoedigend is dit woord! Wie kan zeggen hoe zoet het is? In tijd en eeuwigheid gaat het goed met de rechtvaardige.
Het is goed als de vreugde rijst, goed als het lijden stroomt, goed als het donker is en als de verzoeking waait.
Ter overdenking
We worden alleen rechtvaardig als we vertrouwen op de Heere Jezus Christus en op wat Hij voor ons heeft gedaan (Romeinen 5:19). Het zal altijd en in alle omstandigheden goed gaan met de rechtvaardige, omdat “Hij heeft alles wel gedaan” (Markus 7:37).
Preek 729, 13 januari 1867

