Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Voor Iedere Morgen

27 maart — Morgen

2 min. lezen

“Toen vluchtten al de discipelen, Hem verlatende.”—Mattheüs 26:56

Hij heeft hen nooit in de steek gelaten, maar zij vluchtten, uit lafheid en angst voor hun leven, al bij het begin van Zijn lijden van Hem weg. Dit is maar één leerzaam voorbeeld van de zwakheid van alle gelovigen als ze aan zichzelf worden overgelaten. Ze zijn op hun best maar schapen, en ze vluchten als de wolf komt. Ze waren allemaal gewaarschuwd voor het gevaar. Ze hadden beloofd liever te sterven dan hun Meester te verlaten. En toch werden ze door plotselinge paniek gegrepen en namen de benen. Misschien heb ik aan het begin van deze dag mijn gemoed gesterkt om omwille van de Heere een beproeving te dragen. En misschien denk ik dat ik zeker volmaakt trouw zal blijven. Laat mij dan goed op mijzelf letten. Want met hetzelfde boze hart vol ongeloof zou ik mijn Heere kunnen verlaten, zoals de apostelen deden. Het is één ding om iets te beloven, maar iets heel anders om het te doen. Het zou hun eeuwige eer zijn geweest als ze moedig aan Jezus’ zijde waren blijven staan. Ze vluchtten weg van hun eer. Mocht ik ervoor bewaard blijven hen na te doen! Waar hadden ze veiliger kunnen zijn dan dicht bij hun Meester, Die onmiddellijk “meer dan twaalf legioenen engelen” kon laten komen? Ze vluchtten weg van hun ware veiligheid. O God, laat mij niet ook zo dwaas zijn. Goddelijke genade kan een lafaard dapper maken. De rokende vlaswiek kan opvlammen als vuur op het altaar, als de Heere het wil. Juist deze apostelen, die zo bang waren als hazen, werden stoutmoedig als leeuwen nadat de Geest op hen was neergedaald. Zo kan ook de Heilige Geest mijn laffe geest moedig maken om mijn Heere te belijden en voor Zijn waarheid te getuigen.

Wat een pijn moet de Zaligmaker hebben gevoeld toen Hij Zijn vrienden zo ontrouw zag! Dit was één bitter bestanddeel in Zijn beker. Maar die beker is tot de bodem leeggedronken. Laat mij er geen druppel meer aan toevoegen. Als ik mijn Heere verlaat, kruisig ik Hem opnieuw en stel ik Hem openlijk te schande. Bewaar mij, o gezegende Geest, voor zo’n schandelijk einde.