“Hij, Die u roept, is getrouw, Die het ook doen zal.”—1 Thessalonicenzen 5:24
Wat zal Hij doen? Hij zal ons geheel en al heiligen. Zie het vorige vers. Hij zal het werk van reiniging voortzetten tot wij in elk deel volmaakt zijn. Hij zal ons bewaren, zoals de Schrift zegt: “uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.” Hij zal ons niet laten vallen uit de genade, en ons niet onder de heerschappij van de zonde laten komen. Wat een grote gunsten zijn dit! Wij mogen de Gever van zulke onuitsprekelijke gaven wel aanbidden.
Wie zal dit doen? De Heere, Die ons geroepen heeft uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, uit de dood in de zonde tot het eeuwige leven in Christus Jezus. Alleen Hij kan dit doen: zulke volmaaktheid en bewaring kunnen alleen komen van de God van alle genade.
Waarom zal Hij het doen? Omdat Hij “getrouw” is — getrouw aan Zijn eigen belofte, waarmee Hij Zich verbonden heeft om de gelovige te redden; getrouw aan Zijn Zoon, voor Wie het een beloning is dat Zijn volk Hem foutloos wordt voorgesteld; getrouw aan het werk dat Hij in ons begonnen is door onze krachtdadige roeping. Het is niet hun eigen trouw, maar de trouw van de Heere zelf waarop de heiligen vertrouwen.
Kom, mijn ziel, hier is een groot feest om een sombere maand mee te beginnen. Er mag mist zijn buiten, maar er moet zonneschijn zijn binnen.

