Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Bank Des Geloofs

25 februari — Apart gezet

1 min. lezen

“Doch gijlieden zult priesters des HEEREN heten.”—Jesaja 61:6

Deze belofte aan Israël, letterlijk bedoeld, geldt in geestelijke zin voor het nageslacht naar de Geest, dat wil zeggen voor alle gelovigen. Als wij naar onze voorrechten leven, leven wij zo duidelijk en onmiskenbaar voor God dat mensen zien dat wij apart gezet zijn voor heilige dienst en ons priesters van de Heere noemen. We kunnen werken of handel drijven zoals anderen, en toch helemaal en alleen dienaren van God zijn. Ons enige werk is om het voortdurende offer van gebed, lofprijs, getuigenis en overgave van onszelf aan de levende God te brengen, door Jezus Christus.

Omdat dit ons enige doel is, kunnen we de zaken die ons afleiden overlaten aan wie geen hogere roeping heeft. “Laat de doden hun doden begraven.” Er staat geschreven: “En uitlanders zullen staan, en uw kudden weiden; en vreemden zullen uw akkerlieden en uw wijngaardeniers zijn.” Laat hen maar aan politiek doen, financiële vraagstukken uitpuzzelen, over wetenschap praten en de nieuwste haarkloverijen van de kritiek beslechten; wij geven ons aan een dienst die past bij mensen die, net als de Heere Jezus, zijn aangesteld tot een eeuwig priesterschap.

Laten we deze eervolle belofte aanvaarden als een heilige plicht, het priesterkleed van heiligheid aantrekken en de hele dag voor het aangezicht van de Heere dienen.