“Laat ons onze wegen onderzoeken en doorzoeken, en laat ons wederkeren tot den HEERE.”—Klaagliederen 3:40
De bruid die haar afwezige man innig liefheeft, verlangt naar zijn terugkeer. Een lange scheiding van haar heer is voor haar geest een halve dood. Zo is het ook met zielen die de Zaligmaker veel liefhebben. Ze moeten Zijn aangezicht zien. Ze kunnen het niet verdragen dat Hij weg is op “de bergen van Bether” en dat ze geen gemeenschap meer met Hem hebben. Een verwijtende blik of een opgeheven vinger doet liefhebbende kinderen pijn. Zij zijn bang hun tedere vader te krenken en zijn alleen gelukkig in zijn glimlach. Geliefde, zo was het eens ook met jou. Een Schriftwoord, een dreiging, een aanraking van de roede van de beproeving, en je ging naar de voeten van je Vader en riep: “doe mij weten, waarover Gij met mij twist.” Is dat nu nog zo? Vind je het goed om Jezus van veraf te volgen? Kun je zonder schrik denken aan onderbroken gemeenschap met Christus? Kun je het verdragen dat je Geliefde tegen je in gaat, omdat jij tegen Hem in gaat? Hebben je zonden scheiding gemaakt tussen jou en je God, en is je hart toch rustig? O, laat me je liefdevol waarschuwen. Het is ernstig als wij tevreden kunnen leven zonder op dit moment de vreugde van het aangezicht van de Zaligmaker te kennen. Laten wij ernaar streven te voelen hoe slecht dit is: weinig liefde voor onze eigen stervende Zaligmaker, weinig vreugde in onze dierbare Jezus, weinig gemeenschap met de Geliefde! Houd een echte vastendag in je ziel, terwijl je treurt over de hardheid van je hart. Blijf niet bij het verdriet staan! Bedenk waar je voor het eerst het heil hebt ontvangen. Ga onmiddellijk naar het kruis. Daar, en alleen daar, kan je geest weer levend worden. Hoe hard, hoe ongevoelig, hoe dood we ook geworden zijn, laten we opnieuw gaan in alle lompen, armoede en vuilheid van onze natuurlijke toestand. Laten we dat kruis omhelzen, laten we in die matte ogen kijken, laten we baden in die bron vol bloed. Dit zal onze eerste liefde bij ons terugbrengen. Dit zal de eenvoud van ons geloof en de tederheid van ons hart herstellen.

