“Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.”—Psalm 16:8
Zo moeten wij leven. Met God altijd voor ons zullen wij het edelste gezelschap hebben, het heiligste voorbeeld, de heerlijkste troost en de machtigste invloed. Dit moet een vastberaden daad van de geest zijn. “Ik stel”: dat moet een vaststaande zaak zijn en blijven. Altijd het oog gericht houden op het oog van de Heere en het oor laten luisteren naar de stem van de Heere: dit is de juiste toestand voor de godvrezende mens.
Voor zo iemand is God dichtbij: Hij vult de horizon van zijn blik, wijst de weg van zijn leven en geeft het onderwerp van zijn overdenking. Aan welke ijdelheden zouden wij ontkomen, welke zonden zouden wij overwinnen, welke deugden zouden wij tonen, welke vreugde zouden wij beleven als wij de Heere werkelijk altijd voor ons stelden! Waarom niet?
Zo zijn wij veilig. Doordat de Heere altijd in onze gedachten is, voelen wij ons veilig en zeker omdat Hij zo dichtbij is. Hij is aan onze rechterhand om ons te leiden en te helpen, en daarom wankelen wij niet door angst, geweld, bedrog of wispelturigheid. Als God aan iemands rechterhand staat, zal die mens zelf zeker blijven staan. Kom maar op dan, vijanden van de waarheid! Stort je op mij als een woeste storm, als je wilt. God ondersteunt mij. God blijft bij mij. Voor wie zou ik vrezen?

