“… zal Ik van dezen dag af zegenen.”—Hagai 2:19
De toekomst is voor ons verborgen. Toch is hier een spiegel waarin wij de jaren zien die nog niet geboren zijn. De Heere zegt: “… zal Ik van dezen dag af zegenen.”
Het is de moeite waard te letten op de dag waarover deze belofte spreekt. Er waren mislukte oogsten geweest, brandkoren en meeldauw, en dat alles door de zonde van het volk.
Nu zag de Heere dat deze getuchtigde mensen Zijn woord begonnen te gehoorzamen en Zijn tempel te bouwen. Daarom zegt Hij: “Stelt er toch uw hart op, van dezen dag af en opwaarts; … van den dag af, als het fondament aan den tempel des HEEREN is gelegd geworden, stelt er uw hart op.” En dan: “… zal Ik van dezen dag af zegenen.” Als wij in een bepaalde zonde hebben geleefd en de Geest ons ertoe brengt ons daarvan te reinigen, mogen wij rekenen op de zegen van de Heere.
Zijn glimlach, Zijn Geest, Zijn genade en een vollere openbaring van Zijn waarheid zullen blijken een steeds grotere zegen voor ons te zijn. Misschien krijgen wij door onze trouw meer tegenstand van mensen, maar wij zullen opstijgen tot een nauwere omgang met de Heere onze God en helderder gaan zien dat wij in Hem aangenomen zijn.
Heere, ik ben vastbesloten U trouwer te zijn en Uw leer en Uw gebod nauwkeuriger te volgen. Daarom bid ik U, door Christus Jezus: maak de zegen van mijn dagelijks leven groter, vanaf nu en voor altijd.

