“Het licht is voor den rechtvaardige gezaaid, en vrolijkheid voor de oprechten van hart.”—Psalm 97:11
Gerechtigheid kost vaak veel aan wie er ten koste van alles aan vasthoudt, maar uiteindelijk betaalt zij zichzelf terug en levert zij oneindig veel winst op. Een heilig leven is als zaad zaaien: er gaat veel weg, en het lijkt in de grond begraven te zijn om nooit meer opgehaald te worden. Wij vergissen ons als wij een onmiddellijke oogst verwachten; maar die vergissing is heel begrijpelijk, want het lijkt onmogelijk om licht te begraven. Toch is het licht “gezaaid”, zegt de tekst. Het ligt verborgen: niemand kan het zien; het is gezaaid. Wij zijn er zeker van dat het eens zichtbaar zal worden.
Wij weten heel zeker dat de Heere een oogst heeft bestemd voor wie licht zaait, en zij zullen die oogsten, ieder voor zichzelf. Dan komt hun blijdschap. Schoven van vreugde voor zaad van licht. Hun hart was oprecht voor de Heere, al kregen zij daar geen eer van mensen voor en werden zij zelfs afgekeurd: zij waren rechtvaardig, ook al beschuldigden de mensen om hen heen hen van vitterigheid. Zij moesten wachten, zoals de landman op de kostelijke vrucht van de aarde wacht; maar het licht was voor hen gezaaid, en blijdschap werd voor hen bereid door de Heere van de oogst.
Moed, broeders! Wij hoeven ons niet te haasten. Laten wij met geduld onze zielen bezitten, want weldra zullen onze zielen licht en blijdschap bezitten.

