“…want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”—Mattheüs 1:21
Heere, red mij van mijn zonden. Door de Naam van Jezus word ik aangemoedigd zo te bidden. Red mij van mijn zonden uit het verleden, zodat de gewoonte ervan mij niet gevangen houdt. [Red mij van de zonde die mij zo gemakkelijk omringt, zodat ik geen schande word voor Uw heilige Naam. Red mij van een te grote vertrouwdheid met de zonde en het zondigen, zodat ik mijn afschuw ervan niet verlies.] Red mij van plotselinge en verrassende zonden: laat mij niet worden meegesleurd door een golf van verzoeking.
Red mij, Heere, van elke zonde. Laat geen enkele ongerechtigheid heerschappij over mij hebben.
U alleen kunt dit doen. Ik kan mijn eigen ketenen niet breken en mijn eigen vijanden niet doden. U kent de verzoeking, want U bent verzocht. U kent de zonde, want U hebt het gewicht ervan gedragen. U weet hoe U mij kunt bijstaan in het uur van mijn strijd; U kunt mij redden van het zondigen en U kunt mij redden als ik gezondigd heb.
In Uw Naam zelf ligt de belofte dat U dit zult doen, en ik bid U: laat mij vandaag de profetie bewaarheiden. Laat mij niet toegeven aan driftigheid, of trots, of moedeloosheid, of welke vorm van kwaad ook; maar red mij tot een heilig leven, zodat de Naam van Jezus rijkelijk in mij wordt verheerlijkt.

