“En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren.”—Psalm 50:15
Dit is werkelijk een belofte!
Hier is een dringend moment: “den dag der benauwdheid”. Op zo’n dag is het donker midden op de dag, en elk uur lijkt zwarter dan het vorige. Dan komt deze belofte op het juiste moment: ze is geschreven voor de sombere dag.
Hier is een genadige raad: “Roept Mij aan.” We zouden die oproep niet nodig moeten hebben: het zou onze vaste gewoonte moeten zijn, de hele dag en elke dag. Wat een genade dat we God vrij mogen aanroepen! Wat een wijsheid om daar goed gebruik van te maken!
Wat is het dwaas om van mens naar mens te rennen! De Heere nodigt ons uit om onze zaak aan Hem voor te leggen, en dat zullen we zeker zonder aarzelen doen.
Hier is een geruststellende bemoediging: “Ik zal er u uithelpen.” Welke nood het ook is, de Heere maakt geen uitzonderingen, maar belooft een volledige, zekere, blijde redding. Hij zal onze redding Zelf met Zijn eigen hand bewerken. Wij geloven het, en de Heere eert het geloof.
Hier is het resultaat: “gij zult Mij eren.” Ja, dat zullen we overvloedig doen. Als Hij ons gered heeft, zullen we Hem luid prijzen; en omdat Hij het zeker zal doen, laten we meteen beginnen Hem te eren.

