“En zij zullen, zegt de HEERE der heirscharen, te dien dage, dien Ik maken zal, Mij een eigendom zijn.”—Maleachi 3:17
Er komt een dag waarop de kroonjuwelen van onze grote Koning geteld worden, om te zien of ze overeenkomen met de lijst die Zijn Vader Hem gaf. Mijn ziel, zul je bij de kostbare bezittingen van Jezus zijn? Je bent kostbaar voor Hem als Hij kostbaar voor jou is, en je zult Zijn eigendom zijn “te dien dage”, als Hij vandaag de jouwe is.
In de dagen van Maleachi spraken de uitverkorenen van de Heere zo met elkaar dat hun God Zelf naar hun gesprek luisterde. Het beviel Hem zo goed dat Hij er aantekeningen van maakte; ja, Hij maakte er een boek van, dat Hij in Zijn archief bewaarde. Omdat Hij blij was met hun gesprek, was Hij ook blij met hen. Sta stil, mijn ziel, en vraag het jezelf: als Jezus naar jouw gesprekken zou luisteren, zou Hij er blij mee zijn? Is het tot Zijn eer en tot opbouw van de broeders en zusters? Zeg het, mijn ziel, en zorg dat je de waarheid spreekt.
Maar wat zal het een eer zijn voor ons, arme schepselen, om door de Heere gerekend te worden als Zijn kroonjuwelen! Deze eer hebben alle heiligen. Jezus zegt niet alleen dat zij van Hem zijn, maar: “Mij een eigendom zijn.” Hij heeft ons gekocht, gezocht en binnengebracht, en ons tot nu toe zo naar Zijn beeld gevormd dat Hij met al Zijn kracht voor ons zal strijden.

