“Dan zult gij uw weg zeker wandelen, en gij zult uw voet niet stoten.”—Spreuken 3:23
Dat wil zeggen: als wij de wegen van wijsheid en heiligheid volgen, zullen wij daarin bewaard worden. Wie bij daglicht over de openbare weg reist, staat onder enige bescherming. Er is voor ieder mens een weg, namelijk zijn eigen roeping in het leven. Als wij die in de vreze Gods toegewijd bewandelen, zal Hij ons voor het kwaad bewaren.
Wij reizen misschien niet luxueus, maar wij zullen veilig lopen. Misschien kunnen wij niet rennen als jonge mannen, maar wij zullen kunnen lopen als goede mannen.
Ons grootste gevaar zit in onszelf: onze zwakke voet is zo jammerlijk geneigd te struikelen. Laten wij vragen om meer morele kracht, zodat onze neiging om uit te glijden overwonnen wordt.
Sommigen struikelen omdat zij de steen op de weg niet zien. Goddelijke genade maakt ons in staat de zonde te zien en haar zo te vermijden. Laten wij op deze belofte een beroep doen en vertrouwen op Hem Die Zijn uitverkorenen ondersteunt.
Helaas! Ons ergste gevaar is onze eigen onoplettendheid. Maar hiertegen heeft de Heere Jezus ons gewaarschuwd, toen Hij zei: “Waakt en bidt.”
O, dat wij genade kregen om vandaag zonder één misstap te lopen! Het is niet genoeg dat wij niet echt vallen. Ons gebed moet zijn dat wij ook de kleinste misstap met onze voeten niet maken, en dat wij ten slotte Hem mogen aanbidden Die machtig is “u van struikelen te bewaren”.

