“maar die op den HEERE vertrouwt, dien zal de goedertierenheid omringen”—Psalm 32:10.
O, wat een heerlijke beloning voor wie vertrouwt! O Heere, geef ze mij in haar volheid! Wie vertrouwt, voelt zich meer dan wie ook een zondaar. En zie, er ligt barmhartigheid voor hem klaar. Hij weet dat hij niets verdiend heeft, maar de barmhartigheid komt binnen en houdt royaal huis voor hem. O Heere, geef mij deze barmhartigheid, nu ik op U vertrouw!
Let op, mijn ziel, wat een lijfwacht je hebt! Zoals een prins omringd wordt door soldaten, zo word je omringd door barmhartigheid. Voor jou, achter jou en aan alle kanten rijden deze ruiters van genade. Wij wonen in het middelpunt van de barmhartigheid, want wij wonen in Christus Jezus.
O mijn ziel, wat een lucht adem je in! Zoals de lucht je omgeeft, zo word je ook omgeven door de barmhartigheid van jouw Heere. De goddeloze heeft veel smarten, maar je hebt zoveel barmhartigheid dat je smarten het niet waard zijn om genoemd te worden. David zegt: “Verblijdt u in den HEERE, en verheugt u, gij rechtvaardigen! en zingt vrolijk, alle gij oprechten van harte!” Uit gehoorzaamheid aan dit gebod zal mijn hart juichen in God, en ik zal mijn blijdschap uitroepen. Zoals U mij
met barmhartigheid hebt omringd, zo zal ik ook Uw altaren, o mijn God, omringen met lofliederen!

