Brief aan de Baptistenpredikanten van Philadelphia — zonder datum

BRIEF 230
[Zonder datum.]
Geachte heer,
Ik verzoek u alle broeders namens mij te bedanken. Uw broederliefde ontroert mij diep. Eén aanraking van genade heeft ons allen, in waarachtiger zin dan een aanraking van de natuur, tot verwanten gemaakt. Elke dag verblijd ik mij over de voorspoed van de Kerk van God in de Verenigde Staten. Uw natie is nog maar jong, en u voedt haar op voor een hoge loopbaan. De onze is oud en leert traag, en met veel moeite steken wij haar kaars aan, lenen wij haar een bril en slaan wij de Bijbel voor haar open. Wij kunnen niet verwachten dat wij meneer Bull even vlot iets bijbrengen als u jongeheer Jonathan. Toch zullen wij ons best doen; en u zult voor ons bidden, en God zal ons zegenen.
Het is mij alsof ik op dit ogenblik iedere predikant de hand druk en een stevige handdruk terugkrijg. Beschouw het als gedaan. Dank u! God zegene u!
Hartelijk de uwe,
C. H. Spurgeon.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas