Brief aan de jonge vrienden — Mentone, 23 januari 1874

BRIEF 177
Mentone, 23 januari 1874.
Mijn beste jonge vrienden,
Het verblijdt mij zeer te horen dat jullie afgelopen maandag, terwijl ik afwezig was, in zulke grote getale zijn samengekomen. Ik hoop dat het een echte en diepe bekommernis laat zien: bij de zoekenden om de Zaligmaker te vinden, en bij de geredden om voor anderen te pleiten. Jullie hebben de stem van één bepaald mens niet nodig om jullie aandacht te trekken; het Woord van de Heere Jezus, door wie het ook gesproken wordt, is leven en kracht. Tot Hem moeten jullie al jullie gedachten wenden. De zonde heeft een scheiding gemaakt tussen jullie en jullie God, en alleen Christus kan jullie terugbrengen bij jullie hemelse Vader.
Vergeet toch niet wat het Hem gekost heeft de weg van verzoening te banen: niets dan Zijn bloed kon dat doen, en Hij gaf het vrijwillig, toen Hij aan het hout Zijn hoofd boog in de dood. Het kan geen lichte zaak zijn geweest die de Verlosser zo’n offer kostte; ik smeek jullie, neem het niet licht op. Haat de zonde die Hem zoveel doodsangst bezorgde, en geef jullie gewonnen aan de liefde die Hem daaronder staande hield.
Ik hoor dat jullie in Londen mist en regen hebben gehad; hier is het één en al bloemen en zomer, en dat verschil doet mij denken aan de verandering die het geloof in de ziel teweegbrengt. Zolang wij ongelovig zijn, vrezen wij de toorn van God en gaan wij in somberheid; maar wanneer wij geloven, hebben wij vrede met God en genieten wij Zijn gunst, en dan is de lente van een eeuwige zomer begonnen. Moge de Geest van God als de zachte zuidenwind over jullie waaien, en jullie harten doen bloeien van verlangens, in bloesem doen staan van hoop en vruchten van bekering doen dragen! Van Jezus gaat Hij uit, en tot Jezus leidt Hij de ziel. Zie op Hem. O, zie op Hem; op Hem alleen; op Hem in eenvoud; op Hem nu meteen! Jullie bezorgde vriend,
C. H. Spurgeon.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas