“De HEERE heeft mijn smeking gehoord; de HEERE zal mijn gebed aannemen.”—Psalm 6:10
De ervaring die hier beschreven wordt, is de mijne. Ik kan mijn zegel erop zetten dat God waarachtig is. Op wonderbaarlijke wijze heeft Hij de gebeden van Zijn dienaar vele malen verhoord. Ja, en Hij hoort nu mijn smeking, en Hij wendt Zijn oor niet van mij af. Gezegend zij Zijn heilige naam!
En wat dan? Dan is zeker ook de belofte die verborgen ligt in het gelovige vertrouwen van de psalmist van mij. Laat mij die met de hand van het geloof vastgrijpen: “De HEERE zal mijn gebed aannemen.” Hij zal het aanvaarden, eraan denken en het verhoren op de manier en het moment die Zijn liefdevolle wijsheid het beste vindt.
Ik breng mijn arme gebed in mijn hand naar de grote Koning, en Hij geeft mij gehoor en neemt mijn bede genadig aan. Mijn vijanden willen niet naar mij luisteren, maar mijn Heere wel. Zij bespotten mijn gebeden onder tranen, maar mijn Heere niet; Hij neemt mijn gebed op in Zijn oor en in Zijn hart. Wat een ontvangst is dit voor een arme zondaar! Wij ontvangen Jezus, en dan ontvangt de Heere ons en onze gebeden, omwille van Zijn Zoon. Gezegend zij die dierbare naam, die onze gebeden vrije doorgang geeft, zodat ze ongehinderd kunnen doorgaan, zelfs tot binnen de gouden poorten. Heere, leer mij bidden, want U hoort mijn gebeden.

