“En de HEERE, uw God, zal uw gevangenis wenden…”—Deuteronomium 30:3
Gods eigen volk kan zichzelf door de zonde in gevangenschap verkopen. Dat is een zeer bittere vrucht van een zeer bittere wortel. Wat een slavernij is het wanneer het kind van God aan de zonde verkocht is, door Satan in boeien wordt gehouden, zijn vrijheid kwijt is en zijn kracht in het gebed en zijn blijdschap in de Heere heeft verloren! Laten wij oppassen dat wij nooit in zo’n slavernij raken. Maar als het ons al is overkomen, laten wij dan in geen geval wanhopen.
Maar wij kunnen niet voor altijd als slaven vastgehouden worden. De Heere Jezus heeft een te hoge prijs betaald voor onze verlossing om ons in de hand van de vijand te laten. De weg naar vrijheid is: “gij zult u bekeren tot den HEERE, uw God.” Waar wij het heil de eerste keer vonden, zullen wij het opnieuw vinden. Aan de voet van het kruis van Christus, als wij onze zonde belijden, vinden wij vergeving en bevrijding. Bovendien wil de Heere dat wij naar Zijn stem luisteren en doen wat Hij ons heeft geboden. Dat moeten wij doen met ons hele hart en onze hele ziel. Dan zal onze gevangenschap eindigen.
Vaak verdwijnen neerslachtigheid en diepe ellende van de ziel zodra wij onze afgoden opgeven en ons in gehoorzaamheid buigen voor de levende God. Wij hoeven geen gevangenen te zijn. Wij mogen terugkeren naar het burgerrecht van Sion, en wel snel. Heere, wend onze gevangenis!

