“Maar Ik zal u te dien dage redden, spreekt de HEERE; en gij zult niet overgegeven worden in de hand der mannen, voor welker aangezicht gij vreest.”—Jeremia 39:17
Als de trouwe dienaren van de Heere om Hem lijden, krijgen zij van Hemzelf lieflijke boodschappen van liefde, en soms hebben zij ook goed nieuws voor degenen die met hen meeleven en hen helpen. Ebed-melech was maar een verachte Ethiopiër, maar hij was vriendelijk voor Jeremia, en daarom stuurde de Heere hem deze bijzondere belofte door de mond van Zijn profeet. Laten wij steeds denken aan Gods vervolgde dienaren, dan zal Hij ons belonen.
Ebed-melech zou gered worden van de mannen voor wier wraak hij bang was.
Hij was een nederig man, maar Jehova zou voor hem zorgen. Duizenden werden door de Chaldeeën gedood, maar hem kon niets overkomen. Ook wij kunnen bang zijn voor machtige mensen die ons vijandig gezind zijn; maar als wij de zaak van de Heere trouw zijn gebleven in het uur van de vervolging, zal Hij ons trouw zijn. Wat kan een mens trouwens doen zonder toestemming van de Heere? Hij legt een bit in de mond van de woede en een toom op het hoofd van de macht.
Laten wij de Heere vrezen, dan hoeven wij niemand anders te vrezen. Geen beker koud water, gegeven aan een verachte profeet van God, zal zonder beloning blijven; en als wij opkomen voor Jezus, zal Jezus opkomen voor ons.

