“De HEERE zegene u, en behoede u!”—Numeri 6:24
Dit eerste deel van de zegen van de hogepriester is in wezen een belofte. De zegen die onze grote Hogepriester over ons uitspreekt, komt zeker, want Hij spreekt wat God in gedachten heeft.
Wat een vreugde om onder Gods zegen te leven! Dat geeft aan alles een genadige smaak. Als wij gezegend zijn, dan is al ons bezit en ons genot gezegend; ja, zelfs onze verliezen, kruisen en teleurstellingen zijn gezegend. Gods zegen is diep, krachtig en doeltreffend.
De zegen van een mens kan beginnen en eindigen met woorden, maar de zegen van de Heere maakt rijk en heiligt. De beste wens voor onze liefste vriend is niet “moge voorspoed u vergezellen”, maar “de HEERE zegene u”.
Het is even heerlijk om door God bewaard te worden; door Hem bewaard, dicht bij Hem bewaard, in Hem bewaard. Zij die God bewaart, zijn werkelijk bewaard; zij worden behoed voor het kwaad en bewaard voor grenzeloos geluk. Gods bewaring gaat samen met Zijn zegen, om die te bevestigen en te doen voortduren.
De schrijver van dit boekje wenst dat de rijke zegen en de zekere bewaring die hier worden uitgesproken, mogen komen over elke lezer die op dit moment deze regels leest. Bid deze tekst alsjeblieft tot God voor Zijn dienaren.

