“En nu ga henen, en Ik zal met uw mond zijn, en zal u leren, wat gij spreken zult.”—Exodus 4:12
Menige ware dienaar van de Heere is langzaam van spraak. Als hij voor zijn Heere moet pleiten, raakt hij erg in de war, bang dat hij een goede zaak zal bederven door zijn slechte verdediging. Dan is het goed te bedenken dat de Heere de tong heeft gemaakt die zo traag is, en moeten wij oppassen dat wij onze Maker niet de schuld geven.
Het kan zijn dat een trage tong niet zo’n groot kwaad is als een snelle, en dat weinig woorden meer zegen brengen dan een vloed van woordenpraal. Het is ook zeker dat echte reddende kracht niet in menselijke redenaarskunst zit, met haar beeldspraak, mooie zinnen en indrukwekkend vertoon. Gebrek aan vlotheid is niet zo’n groot gebrek als het lijkt.
Als God met onze mond en met ons verstand is, hebben wij iets beters dan het klinkende koper van de welsprekendheid of de schelle cimbaal van overredingskracht.
Gods onderwijs is wijsheid; Zijn aanwezigheid is kracht. Farao had meer reden om bang te zijn voor de stamelende Mozes dan voor de vlotste prater van Egypte, want wat Mozes zei, had kracht in zich; hij sprak plagen en doden uit. Als de Heere met ons is in onze natuurlijke zwakheid, zullen wij omgord zijn met bovennatuurlijke kracht. Laten wij daarom vrijmoedig voor Jezus spreken, zoals wij moeten spreken.

