“En van Benjamin zeide hij: De beminde des HEEREN, hij zal zeker bij Hem wonen. Hij zal hem den gansen dag overdekken, en tussen Zijn schouders zal hij wonen!”—Deuteronomium 33:12
Ja, er is geen veiligheid zoals die voortkomt uit het wonen dicht bij God. Voor Zijn allerliefsten kan de Heere geen zekerder of veiliger plaats vinden. O Heere, laat mij altijd onder Uw schaduw blijven, dicht bij Uw doorboorde zijde. Dichter en dichter wil ik bij U komen, mijn Heere; en als ik eenmaal in Uw bijzondere nabijheid ben, wil ik daar voor altijd blijven.
Wat een bedekking geeft de Heere aan Zijn uitverkorenen! Geen fraai dak zal hem bedekken, geen bomvrije schuilkelder, zelfs geen engelenvleugel, maar Jehovah Zelf. Niets kan ons bereiken als wij zo bedekt zijn. Deze bedekking zal de Heere ons geven de hele dag, hoe lang de dag ook is. Heere, laat mij vandaag bewust onder dit dak van liefde wonen, deze tent van soevereine macht.
Betekent het derde zinsdeel dat de Heere in Zijn tempel zou wonen te midden van de bergen van Benjamin, of dat de Heere zou zijn waar Benjamins last zou worden neergelegd, of betekent het dat wij op de schouders van de Eeuwige worden gedragen? In elk geval is de Heere de steun en de kracht van Zijn heiligen.
Heere, laat mij altijd Uw hulp genieten, en dan zullen mijn armen voor mij genoeg zijn.

