“De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.”—Psalm 92:13
Deze bomen worden niet door mensen gesnoeid en gevormd: palmen en cederen zijn “bomen des HEEREN”, en door Zijn zorg bloeien ze. Zo is het ook met de heiligen van de Heere: zij zijn Zijn eigen zorg. Deze bomen zijn altijd groen en zijn het hele jaar door mooi om te zien. Gelovigen zijn niet soms heilig en soms goddeloos: zij staan in de schoonheid van de Heere, welk weer het ook is.
Overal vallen deze bomen op: niemand kan naar een landschap met palmen of cederen kijken zonder dat zijn aandacht op deze koninklijke gewassen valt. De volgelingen van Jezus worden door iedereen bekeken: net als een stad die op een berg ligt, kunnen zij niet verborgen blijven.
Het kind van God bloeit als een palmboom. De palmboom stuwt al zijn kracht omhoog in één rechte stam zonder een enkele tak: een zuil met een prachtig kapiteel. De boom groeit niet naar rechts of naar links, maar richt al zijn kracht naar de hemel en draagt zijn vrucht zo hoog mogelijk in de lucht. Heere, laat dit beeld in mij werkelijkheid worden.
De ceder trotseert alle stormen en groeit dicht bij de eeuwige sneeuw, terwijl de Heere Zelf hem vervult met een sap dat zijn hart warm houdt en zijn takken sterk.
Heere, laat het zo met mij zijn, bid ik U. Amen.

