“Aangaande Gad, een bende zal hem aanvallen; maar hij zal haar aanvallen in het einde.”—Genesis 49:19
Sommigen van ons zijn als de stam Gad geweest. Onze tegenstanders waren een tijd lang te sterk voor ons; zij kwamen als een bende op ons af. Ja, en een tijdlang overwonnen zij ons, en zij juichten luid om hun tijdelijke overwinning. Zo bewezen zij alleen dat het eerste deel van de familie-erfenis werkelijk de onze is, want Christus’ volk zal, net als Dan, een bende over zich heen krijgen. Dit overwonnen worden doet veel pijn, en wij zouden wanhopig zijn geworden als wij niet in geloof de tweede regel van de zegen van onze vader hadden vastgehouden: “hij zal haar aanvallen in het einde.”
“Eind goed, al goed”, zei de dichter van de wereld, en hij sprak de waarheid. Een oorlog wordt niet beoordeeld naar de eerste successen of nederlagen, maar naar wat er gebeurt “in het einde”.
De Heere zal aan waarheid en gerechtigheid de overwinning geven “in het einde”. En zoals de heer
Bunyan zegt, betekent dat voor altijd, want er kan niets na het einde komen. Wat wij nodig hebben, is geduldig volharden in het goede doen en rustig vertrouwen op onze heerlijke Leidsman. Christus, onze Heere Jezus, wil ons Zijn heilige kunst leren om ons gezicht als een keisteen te zetten en door te gaan met werk of lijden tot wij kunnen zeggen: “Het is volbracht.” Halleluja! Overwinning! Overwinning! Wij geloven de belofte. “Hij zal haar aanvallen in het einde.”

