Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands
Charles Haddon Spurgeon

Voor Iedere Avond 5 september

5 september — Avond

2 min. lezen

“Zijt gij gekomen tot aan de oorsprongen der zee…”—Job 38:16

Sommige dingen in de natuur blijven een raadsel, ook voor de slimste en ondernemendste onderzoekers. Menselijke kennis heeft grenzen, en daar voorbij kan ze niet komen. Alle kennis ligt alleen bij God. Als dat zo is bij de dingen die we zien en die tijdelijk zijn, dan mag ik er zeker van zijn dat het nog meer geldt voor geestelijke en eeuwige zaken. Waarom heb ik dan mijn hoofd gepijnigd met gepieker over bestemming en wil, vaststaand noodlot en menselijke verantwoordelijkheid? Ik kan deze diepe en donkere waarheden net zomin begrijpen als de diepte ontdekken die daar beneden ligt en waaruit de oude oceaan haar watervoorraad put. Waarom wil ik zo graag weten waarom mijn Heere doet wat Hij doet, wat Hij met Zijn daden bedoelt en wat Hij wil met Zijn bezoeken? Zal ik ooit de zon in mijn vuist kunnen sluiten en het heelal in mijn handpalm kunnen houden? En toch is dat alles maar als een druppel aan een emmer vergeleken bij de Heere, mijn God. Laat mij niet proberen het oneindige te begrijpen, maar mijn kracht aan liefde besteden. Wat ik met mijn verstand niet kan winnen, kan ik met mijn hart bezitten, en laat dat mij genoeg zijn. Ik kan niet doordringen tot het hart van de zee, maar ik kan wel genieten van de gezonde bries die over haar borst strijkt, en met gunstige wind over haar blauwe golven zeilen. Als ik tot de bronnen van de zee zou kunnen doordringen, zou die prestatie niemand van nut zijn, mij niet en anderen niet. Ze zou het zinkende schip niet redden en de verdronken zeeman niet teruggeven aan zijn wenende vrouw en kinderen. Ook zou het oplossen van diepe geheimen mij niet in het minst baten. Want de kleinste liefde voor God en de eenvoudigste daad van gehoorzaamheid aan Hem zijn beter dan de diepste kennis. Mijn Heere, het oneindige laat ik aan U over. Ik bid U: houd ver van mij een liefde voor de boom van de kennis die mij van de boom van het leven zou afhouden.