BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 10 oktober
10 oktober — Avond
“Ja, Ik zal u rukken uit de hand der bozen, en Ik zal u verlossen uit de handpalm der tirannen.”—Jeremia 15:21
Let op hoe heerlijk persoonlijk de belofte is. Ik zal, Ik zal. De Heere Jehova Zelf komt tussenbeide om Zijn volk te bevrijden en te verlossen. Hij verbindt Zichzelf er persoonlijk toe hen te redden. Zijn eigen arm zal het doen, zodat de eer aan Hem toekomt. Er wordt hier geen woord gezegd over enige inspanning van onszelf die nodig zou zijn om de Heere te helpen. Onze kracht noch onze zwakheid wordt in rekening gebracht. Maar het eenzame Ik straalt als de zon aan de hemel, schitterend in volkomen genoegzaamheid. Waarom berekenen wij dan onze krachten en overleggen wij met vlees en bloed, tot onze grote schade? Jehova heeft kracht genoeg, zonder iets te lenen van onze zwakke arm. Zwijg, ongelovige gedachten, wees stil en weet dat de Heere regeert. Ook is er geen enkele aanwijzing over bijkomende middelen en oorzaken. De Heere zegt niets over vrienden en helpers. Hij neemt het werk alleen op Zich en heeft geen behoefte aan menselijke armen om Hem te helpen. Het is tevergeefs dat wij rondkijken naar metgezellen en verwanten. Het zijn gebroken rieten als wij erop leunen — vaak onwillig als ze kunnen, en niet in staat als ze willen. Omdat de belofte van God alleen komt, is het goed om alleen op Hem te wachten. En als wij dat doen, laat onze verwachting ons nooit in de steek. Wie zijn de goddelozen, dat wij hen zouden vrezen? De Heere zal hen geheel verteren. Ze zijn eerder te beklagen dan te vrezen. Wat de tirannen betreft: zij zijn alleen een schrik voor wie geen God heeft om naartoe te vluchten. Want als de Heere aan onze kant is, wie zullen wij vrezen? Als wij in de zonde lopen om de goddelozen te behagen, hebben wij reden tot schrik. Maar als wij vasthouden aan onze oprechtheid, zal de woede van de tirannen ten goede voor ons worden gekeerd. Toen de vis Jona had ingeslikt, bleek Jona een hap te zijn die de vis niet kon verteren. En wanneer de wereld de gemeente verslindt, is zij blij haar weer kwijt te zijn. Laten wij in alle tijden van vurige beproeving dit woord opvolgen: “Bezit uw zielen in uw lijdzaamheid.”

