BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 2 juni
2 juni — Avond
“Goede Meester!”—Mattheüs 19:16
Als de jongeman uit het evangelie deze titel gebruikte toen hij tot onze Heere sprak, hoeveel te meer mag ik Hem dan zo aanspreken! Hij is werkelijk mijn Meester in beide betekenissen: een Meester Die gebiedt en een Meester Die onderwijst. Ik ga graag op Zijn boodschappen uit en zit graag aan Zijn voeten. Ik ben zowel Zijn dienaar als Zijn leerling, en ik reken het als mijn hoogste eer om beide te zijn. Als Hij mij zou vragen waarom ik Hem “goed” noem, heb ik een antwoord klaar. Het is waar dat “niemand is goed dan Een, namelijk God”, maar Hij is God, en alle goedheid van de Godheid straalt in Hem. In mijn leven heb ik Hem goed gevonden, zo goed, dat al het goede dat ik heb, mij door Hem is toegekomen. Hij was goed voor mij toen ik dood was in de zonde, want Hij wekte mij op door de kracht van Zijn Geest. Hij is goed voor mij geweest in al mijn nood, beproevingen, worstelingen en verdriet. Er kan geen betere Meester zijn, want Zijn dienst is vrijheid en Zijn heerschappij is liefde. Ik wou dat ik ook maar voor een duizendste deel zo’n goede dienaar was. Wanneer Hij mij onderwijst als mijn Rabbi, is Hij onuitsprekelijk goed: Zijn leer is goddelijk, Zijn omgang is vol welwillende vriendelijkheid, Zijn geest is zachtheid zelf. Er is geen dwaling vermengd met Zijn onderwijs. Zuiver is de gouden waarheid die Hij voortbrengt, en al Zijn lessen leiden tot goedheid; ze heiligen en stichten de leerling. Engelen vinden Hem een goede Meester en brengen Hem graag hun hulde bij Zijn voetbank. De heiligen van vroeger ondervonden dat Hij een goede Meester is, en elk van hen zong blij: “Och, HEERE! zekerlijk ik ben Uw knecht.” Mijn eigen nederige getuigenis moet zeker hetzelfde zijn. Ik zal dit getuigenis afleggen voor mijn vrienden en buren, want misschien worden zij door mijn getuigenis ertoe gebracht mijn Heere Jezus als hun Meester te zoeken. O, dat ze dat deden! Zo’n wijze daad zou hen nooit berouwen. Als ze maar Zijn zachte juk wilden opnemen, zouden ze zich in zo’n koninklijke dienst bevinden dat ze er voor altijd dienst in zouden nemen.

