BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 4 juni
4 juni — Avond
“…is opgenomen in heerlijkheid.”—1 Timotheüs 3:16
We hebben onze geliefde Heere gezien in de dagen van Zijn vlees, vernederd en zwaar gekweld; want Hij was “veracht, en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid”. Hij Wiens glans is als de morgen, droeg de rouwzak van verdriet als dagelijkse kleding: schande was Zijn mantel, en smaad Zijn gewaad. Maar nu Hij aan de bloedige boom over alle machten van de duisternis heeft getriomfeerd, ziet ons geloof onze Koning terugkeren met rood geverfde kleren uit Edom, gehuld in de pracht van de overwinning. Hoe heerlijk moet Hij zijn geweest in de ogen van de serafijnen, toen een wolk Hem aan het sterfelijk oog onttrok en Hij opsteeg naar de hemel! Nu draagt Hij de heerlijkheid die Hij bij God had eer de aarde was, en daarbovenop nog een andere heerlijkheid: die Hij Zich in de strijd tegen zonde, dood en hel heeft verdiend. Als Overwinnaar draagt Hij de roemrijke kroon. Hoor hoe het lied hoog opzwelt! Het is een nieuw en lieflijker lied: “Het Lam, Dat geslacht is, is waardig”, want Hij heeft ons voor God gekocht met Zijn bloed! Hij draagt de heerlijkheid van een Voorbidder Die nooit tekortschiet, van een Vorst Die nooit kan worden verslagen, van een Overwinnaar Die elke vijand heeft overwonnen, van een Heere Die de hartelijke trouw van elke onderdaan heeft. Jezus draagt alle heerlijkheid die de praal van de hemel Hem kan geven, die tienduizend maal tienduizend engelen Hem kunnen bewijzen. Met de uiterste inspanning van je verbeelding kun je Zijn overweldigende grootheid niet bevatten; toch komt er nog een verdere openbaring ervan wanneer Hij met grote kracht uit de hemel zal neerdalen, met al de heilige engelen: “dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid.” O, de pracht van die heerlijkheid! Ze zal de harten van Zijn volk verrukken. En dit is nog niet het einde, want de eeuwigheid zal Zijn lof laten klinken: “Uw troon, o God, is in alle eeuwigheid!” Lezer, als je je later wilt verheugen in Christus’ heerlijkheid, moet Hij nu heerlijk zijn in jouw ogen. Is Hij dat?

