Voor Iedere Avond

BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON
Copyright © Het Spurgeon Archief | Portret C.H. Spurgeon

Voor Iedere Avond | 7 juli

7 juli — Avond

“Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!”—Ezechiël 16:6

Verloste, denk dankbaar na over dit bevel van genade. Merk op dat dit machtwoord van God majesteitelijk is. In onze tekst zien we een zondaar met niets in zich dan zonde, die niets anders verwacht dan toorn. Maar de eeuwige Heere komt in Zijn heerlijkheid voorbij. Hij kijkt. Hij blijft staan en spreekt dat ene, koninklijke woord uit: “Leef.” Hier spreekt God. Wie anders zou het wagen zo met het leven om te gaan en het met één lettergreep uit te delen? Dit machtwoord is ook veelomvattend. Als Hij zegt: “Leef”, dan zit daar veel in. Het is leven voor Gods rechterstoel. De zondaar staat op het punt veroordeeld te worden, maar de Machtige zegt: “Leef”, en hij staat op, vergeven en vrijgesproken. Het is ook geestelijk leven. Wij kenden Jezus niet. Onze ogen konden Christus niet zien en onze oren konden Zijn stem niet horen. Jehova zei: “Leef”, en wij werden levend gemaakt, wij die dood waren door de misdaden en de zonden. En het omvat ook het leven in heerlijkheid, de voltooiing van het geestelijk leven. “Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!” Dat woord rolt door alle jaren van de tijd tot de dood komt. Zelfs te midden van de schaduwen van de dood klinkt nog de stem van de Heere: “Leef!” Op de morgen van de opstanding is het diezelfde stem die door de aartsengel wordt herhaald: “Leef.” En als heilige geesten opstijgen naar de hemel om voor eeuwig zalig te zijn in de heerlijkheid van hun God, gebeurt dat door de kracht van datzelfde woord: “Leef.” Merk ook op dat dit een onweerstaanbaar bevel is. Saulus van Tarsen is op weg naar Damascus om de heiligen van de levende God gevangen te nemen. Er klinkt een stem uit de hemel, er verschijnt een licht dat helderder is dan de zon, en Saulus roept: “Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal?” Dit bevel is een bevel van vrije genade. Als zondaars gered worden, is dat alleen en uitsluitend omdat God het wil doen, om Zijn vrije genade groot te maken, die niemand heeft gekocht of gezocht. Christenen, zie hoe jullie ervoor staan: schuldenaars van de genade. Toon jullie dankbaarheid met een toegewijd leven dat op Christus lijkt. En nu God jullie heeft bevolen te leven, zorg er dan voor dat jullie met overgave leven.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content