BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 23 juni
23 juni — Avond
“verwachtende de aanneming tot kinderen”—Romeinen 8:23
Ook in deze wereld zijn de heiligen kinderen van God. Maar mensen kunnen dat niet aan hen zien, behalve aan bepaalde zedelijke kenmerken. De aanneming tot kinderen is nog niet zichtbaar. De kinderen zijn nog niet openlijk bekendgemaakt.
Onder de Romeinen kon een man een kind aannemen en dat lange tijd geheimhouden. Maar daarna kwam er een tweede aanneming, in het openbaar. Dan werd het kind voor de bevoegde overheid gebracht. Zijn oude kleren werden uitgetrokken, en de vader die het als zijn kind aannam, gaf het kleding die paste bij zijn nieuwe positie. “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen.” We dragen nog niet de kleding die bij de koninklijke familie van de hemel past. In dit vlees en bloed dragen we nog precies wat we droegen als zonen van Adam. Maar we weten dat we Hem gelijk zullen zijn “als Hij zal geopenbaard zijn”, Hij Die “de Eerstgeborene” is “onder vele broederen”. We zullen Hem zien “gelijk Hij is”. Kun je je niet voorstellen dat een kind uit de laagste lagen van de maatschappij, aangenomen door een Romeinse senator, tegen zichzelf zou zeggen: “Ik verlang naar de dag waarop ik openlijk word aangenomen. Dan leg ik deze gewone kleren af en word ik gekleed zoals past bij mijn rang als senator”? Hij is blij met wat hij heeft gekregen. Juist daarom zucht hij naar de volheid van wat hem beloofd is. Zo is het vandaag ook met ons. We wachten tot we onze juiste kleren zullen aantrekken en zullen worden bekendgemaakt als de kinderen van God. We zijn jonge edelen en hebben onze kroontjes nog niet gedragen. We zijn jonge bruiden en de trouwdag is nog niet gekomen. Door de liefde die onze Bruidegom voor ons heeft, verlangen en zuchten we naar de bruiloftsmorgen. Juist ons geluk laat ons naar meer zuchten. Onze vreugde is als een overvolle bron. Ze wil opwellen als een IJslandse geiser die tot aan de hemel spuit. Ze zwelt en kreunt in onze geest, omdat er te weinig ruimte is om zich aan de mensen te laten zien.

