BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 17 juli
17 juli — Avond
“dat niemand van hen ontkome”—1 Koningen 18:40
De profeet Elia had antwoord gekregen op zijn gebed. Het vuur uit de hemel had het offer verteerd, voor de ogen van het hele volk. Toen riep hij de verzamelde Israëlieten op de profeten van Baal te grijpen. Hij gebood streng: “Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome.” Hij bracht hen allemaal naar de beek Kison en doodde hen daar. Zo moet het ook gaan met onze zonden. Ze zijn allemaal ter dood veroordeeld. Er mag er niet één gespaard blijven. Onze lievelingszonde moet sterven. Spaar haar niet, ook al schreeuwt ze nog zo hard. Sla toe, al is ze je zo dierbaar als Izak. Sla toe, want God trof de zonde toen die op Zijn eigen Zoon gelegd werd. Met een strenge, vastberaden wil moet je de zonde ter dood veroordelen die eens de afgod van je hart was. Vraag je hoe je dat voor elkaar moet krijgen? Jezus zal je kracht zijn. In het verbond van genade heb je genade gekregen om de zonde te overwinnen. Je hebt kracht om de overwinning te behalen in de heilige strijd tegen de begeerten in je hart, want Christus Jezus heeft beloofd tot het einde toe bij je te zijn. Wil je de duisternis overwinnen? Ga dan staan in de tegenwoordigheid van de Zon der gerechtigheid. Nergens kun je beter ontdekken wat zonde is en nergens kun je beter bevrijd worden van haar macht en schuld dan in de directe nabijheid van God. Job wist nooit zo goed hoe hij van de zonde af kon komen als toen zijn oog van geloof op God gericht was. Toen walgde hij van zichzelf en kreeg hij berouw in stof en as. Het fijne goud van de christen wordt vaak dof. Wij hebben het heilige vuur nodig om de slakken weg te branden. Laten we vluchten naar onze God. Hij is een verterend vuur. Hij zal niet onze geest verteren, maar onze zonden. Laat Gods goedheid ons aansporen tot een heilige naijver en tot een heilige wraak op de ongerechtigheden die Hij haat. Trek in Zijn kracht ten strijde tegen Amalek en vernietig die vervloekte bende helemaal. Laat niet één van hen ontkomen.

