BIJBELS DAGBOEK
C. H. SPURGEON

Voor Iedere Avond | 25 juli
25 juli — Avond
“… als hun bange zal zijn, zullen zij Mij vroeg zoeken.”—Hosea 5:15
Verliezen en tegenslagen zijn vaak de middelen die de grote Herder gebruikt om Zijn dwalende schapen thuis te halen. Als felle honden jagen ze de dwalers terug naar de schaapskooi. Leeuwen worden niet tam als ze te goed gevoed worden. Ze moeten hun grote kracht kwijtraken en een lege maag krijgen. Dan pas onderwerpen ze zich aan de hand van de temmer. Zo hebben we ook vaak gezien hoe de christen gehoorzaam werd aan de wil van de Heere door gebrek aan brood en zwaar werk. Als veel belijders rijk worden en hun bezit toeneemt, dragen ze hun hoofd veel te hoog en praten ze buitengewoon opschepperig. Net als David vleien ze zichzelf met de gedachte: “Ik zal niet wankelen in eeuwigheid.” Wanneer de christen rijk wordt, een goede naam heeft, gezond is en een gelukkig gezin heeft, laat hij maar al te vaak de heer Vleselijke Zekerheid aan zijn tafel aanschuiven. En als hij een echt kind van God is, wordt er dan een roede voor hem klaargemaakt. Wacht maar even, en je ziet misschien zijn bezit wegsmelten als een droom. Daar gaat een deel van zijn landgoed: wat gaan de akkers snel in andere handen over! Die schuld, die onbetaalde wissel: wat komen de verliezen snel op hem af! Waar zal het eindigen? Het is een gezegend teken van goddelijk leven als hij, wanneer deze zorgen elkaar opvolgen, bedroefd begint te worden over zijn afdwalingen en zich tot zijn God wendt. Gezegend zijn de golven die de zeeman op de rots van het heil spoelen! Verliezen in zaken worden vaak geheiligd tot rijkdom voor onze ziel. Als de uitverkoren ziel niet met volle handen tot de Heere wil komen, dan komt ze met lege handen. Als God in Zijn genade geen ander middel vindt om ons Hem te laten eren onder de mensen, dan werpt Hij ons in de diepte. Als wij Hem niet eren op de top van de rijkdom, brengt Hij ons in het dal van de armoede. Maar word niet moedeloos, erfgenaam van het verdriet, als je zo terechtgewezen wordt. Erken liever de liefdevolle hand die tuchtigt en zeg: “Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan.”

