“Te dier tijd zond Berodach Baladan … brieven en een geschenk aan Hizkia … En Hizkia hoorde naar hen, en hij toonde hun zijn ganse schathuis … en zijn wapenhuis, en al wat gevonden werd in zijn schatten; er was geen ding in zijn huis, noch in zijn ganse heerschappij, dat hij hun niet toonde.”—2 Koningen 20:12-13
Lees verder: Kolossenzen 2:16-23.
Moet dit verhaal ons niet leren om de hele dag tegen ijdelheid te waken? Niet alleen mensen in hoge kringen lopen dit gevaar, maar iedereen. Ik weet nog dat ik iemand dieper raakte dan ik had gedacht. Regelmatig werd mij verteld dat er ernstig voor mij gebeden werd, zodat ik mij niet zou verheffen. Wie voor mij bad, kende het gevaar waarin ik verkeerde, en ik had zo vaak gehoord dat zij voor mij bad, dat ik het echt met mijn hart wist. Toen zei ik dat ik het mijn plicht vond om ook voor haar te bidden, zodat zij niet bovenmate verheven zou worden. Het antwoord dat volgde vond ik wel grappig: “Ik word niet verleid om trots te zijn. Het is niet mijn ervaring dat ik in gevaar ben om op te scheppen.” Ze wist niet dat haar kleine toespraak zowat de trotsste verklaring was die er bestaat, en dat iedereen in de omgeving haar de meest opdringerige en hoogmoedige persoon vond. Waarom gelooft u niet dat er in lompen net zoveel trots kan zitten als in het ambtsgewaad van iemand die regeert? Is het niet mogelijk dat iemand trots is op een vuilniskar, alsof hij in een koninklijk rijtuig reed? Iemand kan met een halve meter grond net zo trots zijn als Alexander met al zijn koninkrijken. Hij kan met een cent net zo verheven zijn als Croesus met al zijn schatten. Bid tegen trots, lieve vrienden, waar u ook bent. Trots groeit zowel op de mesthoop als in de tuin van de koning. Bid tegen trots en ijdelheid, en God zal u genade geven om de trots klein te houden!
Ter overdenking
Trots kan ons allemaal op een dwaalspoor brengen (Spreuken 11:2; 13:10; 16:18; 29:23). Kijk waartoe de trots van de godvrezende koning Hizkia leidde (2 Kronieken 32:25-26,31).
Preek 704, 5 augustus 1866
