k had als kind zo’n zorgvuldige opvoeding genoten, dat ik maar weinig afwist van smerige of Godslasterlijke taal, daar ik bijna nooit iemand had horen vloeken. Toch herinner ik mij ogenblikken in de eerste dagen van mijn bekering, dat er zulke boze gedachten in mij opkwamen, dat ik mijn hand stijf op de mond drukte uit vrees van die gedachten uit te spreken. Dit is een der middelen, waardoor...





