Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 14

1 Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 ZietH2009, de dagH3117 komtH935 den HEEREH3068, dat uw roofH7998 zal uitgedeeldH2505 worden in het middenH7130 van u, o Jeruzalem! Ziet, de dag komt den HEERE, dat uw roof zal uitgedeeld worden in het midden van u, o Jeruzalem!

KJV Behold, the day2 of the LORD4 cometh,3 and thy spoil6 shall be divided5 in the midst

1 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 יֽוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 בָּ֖א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וְחֻלַּ֥ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 6 שְׁלָלֵ֖ךְ H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 7 בְּקִרְבֵּֽךְ H7130 midden, binnenste, ingewand [idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Want Ik zal alleH3605 heidenenH1471 tegenH413 JeruzalemH3389 ten strijdeH4421 verzamelenH622; en de stadH5892 zal ingenomenH3920, en de huizenH1004 zullen geplunderdH8155, en de vrouwenH802 zullen geschondenH7901 worden; en de helftH2677 der stadH5892 zal uitgaanH3318 in de gevangenisH1473; maar het overigeH3499 des volksH5971 zal uitH4480 de stadH5892 nietH3808 uitgeroeidH3772 worden. Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen; en de stad zal ingenomen, en de huizen zullen geplunderd, en de vrouwen zullen geschonden worden; en de helft der stad zal uitgaan in de gevangenis; maar het overige des volks zal uit de stad niet uitgeroeid worden.

KJV For I will gather1 all nations4 against Jerusalem6 to battle;7 and the city9 shall be taken,8 and the houses11 rifled,10 and the women12 ravished;13 and half15 of the city16 shall go forth14 into captivity,17 and the residue18 of the people19 shall not be cut off21 from the city.

1 וְאָסַפְתִּ֨י H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַגּוֹיִ֥ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 יְרוּשָׁלִַם֮ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 לַמִּלְחָמָה֒ H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 8 וְנִלְכְּדָ֣ה H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 9 הָעִ֗יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 10 וְנָשַׁ֨סּוּ֙ H8155 beroofden, geplunderd, beroofd rifle, spoil 11 הַבָּ֣תִּ֔ים H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 וְהַנָּשִׁ֖ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 תִּשָּׁכַ֑בְנָה H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 14 וְיָצָ֞א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 15 חֲצִ֤י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 16 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 17 בַּגּוֹלָ֔ה H1473 gevangenis, gevankelijk, weggevoerden (carried away), captive(-ity), removing 18 וְיֶ֣תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 19 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 יִכָּרֵ֖ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 22 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 23 הָעִֽיר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de HEEREH3068 zal uittrekkenH3318, en Hij zal strijdenH3898 tegen dieH1992 heidenenH1471, gelijk ten dageH3117 als Hij gestredenH3898 heeft, ten dageH3117 des strijdsH7128. En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.

KJV Then shall the LORD2 go forth,1 and fight3 against those nations,4 as when6 he fought7 in the day8 of battle.

1 וְיָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וְנִלְחַ֖ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 4 בַּגּוֹיִ֣ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 הָהֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 כְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הִֽלָּחֲמ֖ו H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 8 בְּי֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 קְרָֽב H7128 strijds, strijd, krijg battle, war
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeen gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En Zijn voetenH7272 zullen te dien dageH3117 staanH5975 opH5921 den OlijfbergH2022, die voorH6440 JeruzalemH3389 ligtH4480, tegenH5921 het oosten; en de OlijfbergH2022 zal in tweeenH2677 gespletenH1234 worden naar het oosten, en naar het westenH3220, zodat er een zeerH3966 grote valleiH1516 zal zijn; en de ene helftH2677 des bergsH2022 zal wijkenH4185 naar het noordenH6828, en de helftH2677 deszelven naar het zuidenH5045. En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeen gespleten worden naar het oosten, en naar het westen, zodat er een zeer grote vallei zal zijn; en de ene helft des bergs zal wijken naar het noorden, en de helft deszelven naar het zuiden.

Ook in dit vers oostenH4217 oostenH6924

KJV And his feet2 shall stand1 in that day3 upon the mount6 of Olives,7 which is before10 Jerusalem11 on the east,12 and the mount14 of Olives15 shall cleave13 in the midst16 thereof toward the east17 and toward the west,18 and there shall be a very21 great20 valley;19 and half23 of the mountain24 shall remove22 toward the north,25 and half26 of it toward the south.

1 וְעָמְד֣וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 רַגְלָ֣יו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 3 בַּיּוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 4 הַ֠הוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַ֨ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 הַזֵּתִ֜ים H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet 8 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 יְרוּשָׁלִַם֮ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 מִקֶּדֶם֒ H6924 oosten, ouds, oostwaarts aforetime, ancient (time), before, east (end, part, side, -ward), eternal, [idiom] ever(-lasting), forward, old, past. Compare H6926 (קִדְמָה) 13 וְנִבְקַע֩ H1234 gekloofd, kliefde, braken make a breach, break forth (into, out, in pieces, through, up), be ready to burst, cleave (asunder), cut out, divide, hatch, rend (asunder), rip up, tear, win 14 הַ֨ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 15 הַזֵּיתִ֤ים H2132 olijfbomen, olijfboom, olijfgaarden olive (tree, -yard), Olivet 16 מֵֽחֶצְיוֹ֙ H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 17 מִזְרָ֣חָה H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 18 וָיָ֔מָּה H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 19 גֵּ֖יא H1516 dal, dalen, vallei valley 20 גְּדוֹלָ֣ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 21 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 22 וּמָ֨שׁ H4185 wijken, houdt, wijkt cease, depart, go back, remove, take away 23 חֲצִ֥י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 24 הָהָ֛ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 25 צָפ֖וֹנָה H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 26 וְחֶצְיוֹ H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 27 נֶֽגְבָּה H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; den zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Dan zult gijlieden vliedenH5127 door de valleiH1516 Mijner bergenH2022 (wantH3588 deze vallei der bergen zal reikenH5060 totH413 AzalH682), en gij zult vliedenH5127, gelijk als gij vloodtH5127 voorH6440 de aardbevingH7494 in de dagenH3117 van UzziaH5818, den koningH4428 van JudaH3063; den zal de HEEREH3068, mijn GodH430, komenH935, en alH3605 de heiligenH6918 metH5973 U, o HEERE! Dan zult gijlieden vlieden door de vallei Mijner bergen (want deze vallei der bergen zal reiken tot Azal), en gij zult vlieden, gelijk als gij vloodt voor de aardbeving in de dagen van Uzzia, den koning van Juda; den zal de HEERE, mijn God, komen, en al de heiligen met U, o HEERE!

KJV And ye shall flee1 to the valley2 of the mountains;3 for the valley6 of the mountains7 shall reach5 unto Azal:9 yea, ye shall flee,10 like as ye fled12 from before13 the earthquake14 in the days15 of Uzziah16 king17 of Judah:18 and the LORD20 my God21 shall come,19 and all the saints

1 וְנַסְתֶּ֣ם H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 2 גֵּֽיא H1516 dal, dalen, vallei valley 3 הָרַ֗י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 יַגִּ֣יעַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 6 גֵּי H1516 dal, dalen, vallei valley 7 הָרִים֮ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 אָצַל֒ H682 Azel, Azal, Azels Azal, Azel 10 וְנַסְתֶּ֗ם H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 11 כַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 נַסְתֶּם֙ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 13 מִפְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 הָרַ֔עַשׁ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 15 בִּימֵ֖י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 16 עֻזִּיָּ֣ה H5818 Uzzia, Uzia Uzziah 17 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 18 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 19 וּבָא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 21 אֱלֹהַ֔י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 22 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 קְדֹשִׁ֖ים H6918 heilig, Heilige, heilige holy (One), saint 24 עִמָּֽךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijke licht, en de dikke duisternis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961, datH1931 er nietH3808 zal zijn het kostelijkeH3368 lichtH216, en de dikke duisternisH7087. En het zal te dien dage geschieden, dat er niet zal zijn het kostelijke licht, en de dikke duisternis.

KJV And it shall come to pass in that day,2 that the light6 shall not be clear,7 nor dark:8

1 וְהָיָ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֑וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 א֔וֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun 7 יְקָר֖וֹת H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 8 וְקִפָּאֽוֹן H7087 stijf, duisternis, runnen congeal, curdle, dark, settle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Maar het zal een enigeH259 dagH3117 zijn, dieH1931 den HEEREH3068 bekendH3045 zal zijn; het zal noch dagH3117, nochH3808 nachtH3915 zijn; en het zal geschiedenH1961, ten tijdeH6256 des avondsH6153, dat het lichtH216 zal wezen. Maar het zal een enige dag zijn, die den HEERE bekend zal zijn; het zal noch dag, noch nacht zijn; en het zal geschieden, ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen.

KJV But it shall be one3 day2 which shall be known5 to the LORD,6 not day,8 nor night:10 but it shall come to pass, that at evening13 time12 it shall be light.

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יוֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 אֶחָ֗ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 ה֛וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 יִוָּדַ֥ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 6 לַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 לָ֑יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 11 וְהָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 לְעֵֽת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 13 עֶ֖רֶב H6153 avond, avonds, avonden [phrase] day, even(-ing, tide), night 14 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 אֽוֹר H216 licht, Licht, lichten bright, clear, [phrase] day, light (-ning), morning, sun
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ook zal het te dien dageH3117 geschiedenH1961, dat er levendeH2416 waterenH4325 uit JeruzalemH3389 vlietenH3318 zullen, de helftH2677 van die naar de oostzeeH6931, en de helftH2677 van die naarH413 de achtersteH314 zeeH3220 aan; zij zullen des zomersH7019 en des wintersH2779 zijn. Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.

KJV And it shall be in that day,2 that living6 waters5 shall go out4 from Jerusalem;7 half8 of them toward the former11 sea,10 and half12 of them toward the hinder15 sea:14 in summer16 and in winter

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יֵצְא֤וּ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 מַֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 חַיִּים֙ H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 7 מִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 8 חֶצְיָ֗ם H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַיָּם֙ H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 11 הַקַּדְמוֹנִ֔י H6931 Oostpoort, Oostzee, ouden ancient, they that went before, east, (thing of) old 12 וְחֶצְיָ֖ם H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 הַיָּ֣ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 15 הָאַחֲר֑וֹן H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most 16 בַּקַּ֥יִץ H7019 zomervruchten, zomer, zomerhuis summer (fruit, house) 17 וּבָחֹ֖רֶף H2779 winter, jonkheid, winterhuis cold, winter (-house), youth 18 יִֽהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE een zijn, en Zijn Naam een.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En de HEEREH3068 zal tot KoningH4428 overH5921 de ganseH3605 aardeH776 zijn; te dienH1931 dageH3117 zal de HEEREH3068 een zijn, en Zijn NaamH8034 eenH259. En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE een zijn, en Zijn Naam een.

KJV And the LORD2 shall be king3 over all the earth:6 in that day7 shall there be one11 LORD,10 and his name12 one.

1 וְהָיָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 יִהְיֶ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 12 וּשְׁמ֥וֹ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 13 אֶחָֽד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van den toren van Hananeel, tot aan des konings wijnbakken toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Dit ganseH3605 landH776 zal rondomH5437 als een vlak veld gemaakt worden, van GebaH1387 tot RimmonH7417 toe, zuidwaartsH5045 van JeruzalemH3389; en zij zal verhoogdH7213 en bewoondH3427 worden in haar plaats; van de poortH8179 van BenjaminH1144 af, tot aanH5704 de plaats van de eersteH7223 poortH8179, tot aan de HoekpoortH6434 toe; en van den torenH4026 van HananeelH2606, tot aan des koningsH4428 wijnbakkenH3342 toe. Dit ganse land zal rondom als een vlak veld gemaakt worden, van Geba tot Rimmon toe, zuidwaarts van Jeruzalem; en zij zal verhoogd en bewoond worden in haar plaats; van de poort van Benjamin af, tot aan de plaats van de eerste poort, tot aan de Hoekpoort toe; en van den toren van Hananeel, tot aan des konings wijnbakken toe.

Ook in dit vers plaatsH4725 plaatsH8478 rondom vlak veldH6160

KJV All the land3 shall be turned1 as a plain4 from Geba5 to Rimmon6 south7 of Jerusalem:8 and it shall be lifted up,9 and inhabited10 in her place, from Benjamin's13 gate12 unto the place15 of the first17 gate,16 unto the corner20 gate,19 and from the tower21 of Hananeel22 unto the king's25 winepresses.

1 יִסּ֨וֹב H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָאָ֤רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 כָּעֲרָבָה֙ H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה) 5 מִגֶּ֣בַע H1387 Geba, Gaba, Gibea-benjamins Gaba, Geba, Gibeah 6 לְרִמּ֔וֹן H7417 Rimmon, Rimmon-methoar, Rimmono Remmon, Rimmon 7 נֶ֖גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 8 יְרֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 וְֽרָאֲמָה֩ H7213 verhoogd be lifted up 10 וְיָשְׁבָ֨ה H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 11 תַחְתֶּ֜יהָ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 12 לְמִשַּׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 13 בִּנְיָמִ֗ן H1144 Benjamin, Benjamins, Benjaminieten Benjamin 14 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 15 מְק֞וֹם H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 16 שַׁ֤עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 17 הָֽרִאשׁוֹן֙ H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 18 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 שַׁ֣עַר H8179 poort, poorten, stadspoort city, door, gate, port ([idiom] -er) 20 הַפִּנִּ֔ים H6434 Hoekpoort, hoek corner 21 וּמִגְדַּ֣ל H4026 toren, torens, Bakoventoren castle, flower, tower. Compare the names following 22 חֲנַנְאֵ֔ל H2606 Hananeel Hananeel 23 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 24 יִקְבֵ֥י H3342 perskuip, perskuipen, wijnpers fats, presses, press-fat, wine(-press) 25 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij zullen daarin wonen, en er zal geen verbanning meer zijn; want Jeruzalem zal zeker wonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij zullen daarin wonenH3427, en er zal geenH3808 verbanningH2764 meerH5750 zijnH1961; want JeruzalemH3389 zal zekerH983 wonenH3427. En zij zullen daarin wonen, en er zal geen verbanning meer zijn; want Jeruzalem zal zeker wonen.

KJV And men shall dwell1 in it, and there shall be no more utter destruction;3 but Jerusalem8 shall be safely9 inhabited.

1 וְיָ֣שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 בָ֔הּ 3 וְחֵ֖רֶם H2764 verbannene, ban, verbannen (ac-) curse(-d, -d thing), dedicated thing, things which should have been utterly destroyed, (appointed to) utter destruction, devoted (thing), net 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 וְיָשְׁבָ֥ה H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 לָבֶֽטַח H983 zeker, zekerheid, eker assurance, boldly, (without) care(-less), confidence, hope, safe(-ly, -ty), secure, surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En dit zal de plage zijn, waarmede de HEERE al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een iegelijks vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een iegelijks ogen zullen uitteren in hun holen; een eens iegelijks tong zal in hun mond uitteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En ditH2063 zal de plageH4046 zijnH1961, waarmede de HEEREH3068 alH3605 de volkenH5971 plagenH5062 zal, die tegenH5921 JeruzalemH3389 krijg gevoerdH6633 zullen hebben: Hij zal een iegelijks vleesH1320, daar hijH1931 opH5921 zijn voetenH7272 staatH5975, doen uitterenH4743; en een iegelijks ogenH5869 zullen uitterenH4743 in hun holenH2356; een eens iegelijks tongH3956 zal in hun mondH6310 uitterenH4743. En dit zal de plage zijn, waarmede de HEERE al de volken plagen zal, die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben: Hij zal een iegelijks vlees, daar hij op zijn voeten staat, doen uitteren; en een iegelijks ogen zullen uitteren in hun holen; een eens iegelijks tong zal in hun mond uitteren.

KJV And this shall be the plague3 wherewith the LORD6 will smite5 all the people9 that have fought11 against Jerusalem;13 Their flesh15 shall consume away14 while they stand17 upon their feet,19 and their eyes20 shall consume away21 in their holes,22 and their tongue23 shall consume away24 in their mouth.

1 וְזֹ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 תִּֽהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 הַמַּגֵּפָ֗ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 4 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יִגֹּ֤ף H5062 geslagen, slaan, sloeg beat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse 6 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הָ֣עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 צָבְא֖וּ H6633 strijden, oorlog opschreef, gestreden assemble, fight, perform, muster, wait upon, war 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 הָמֵ֣ק H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away 15 בְּשָׂר֗וֹ H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 16 וְהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 17 עֹמֵ֣ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 רַגְלָ֔יו H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 20 וְעֵינָיו֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 21 תִּמַּ֣קְנָה H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away 22 בְחֹֽרֵיהֶ֔ן H2356 holen, gat, hol cave, hole 23 וּלְשׁוֹנ֖וֹ H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 24 תִּמַּ֥ק H4743 uitteren, versmachten, vervuild consume away, be corrupt, dissolve, pine away 25 בְּפִיהֶֽם H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den HEERE onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ook zal het te dien dageH3117 geschiedenH1961, datH1931 er een grootH7227 gedruisH4103 van den HEEREH3068 onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naastenH7453 handH3027 zullen aangrijpenH2388, een eens ieders handH3027 zal tegenH5921 de handH3027 zijns naastenH7453 opgaanH5927. Ook zal het te dien dage geschieden, dat er een groot gedruis van den HEERE onder hen zal wezen, zodat zij een ieder zijns naasten hand zullen aangrijpen, een eens ieders hand zal tegen de hand zijns naasten opgaan.

KJV And it shall come to pass in that day,2 that a great7 tumult5 from the LORD6 shall be among them; and they shall lay hold9 every one10 on the hand11 of his neighbour,12 and his hand14 shall rise up13 against the hand16 of his neighbour.

1 וְהָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 תִּֽהְיֶ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 מְהֽוּמַת H4103 beroerten, gedruis, kwelling destruction, discomfiture, trouble, tumult, vexation, vexed 6 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 רַבָּ֖ה H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 8 בָּהֶ֑ם 9 וְהֶחֱזִ֗יקוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 10 אִ֚ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 יַ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 רֵעֵ֔הוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other 13 וְעָלְתָ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 14 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 יַ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 17 רֵעֵֽהוּ H7453 naaste, naasten, vriend brother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En ookH1571 zal JudaH3063 te JeruzalemH3389 strijdenH3898; en het vermogenH2428 allerH3605 heidenenH1471 rondomH5439 zal verzameldH622 worden, goudH2091 en zilverH3701, en klederenH899 in groteH3966 menigteH7230. En ook zal Juda te Jeruzalem strijden; en het vermogen aller heidenen rondom zal verzameld worden, goud en zilver, en klederen in grote menigte.

KJV And Judah2 also shall fight3 at Jerusalem;4 and the wealth6 of all the heathen8 round about9 shall be gathered together,5 gold,10 and silver,11 and apparel,12 in great14 abundance.

1 וְגַ֨ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 3 תִּלָּחֵ֖ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 4 בִּירֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 וְאֻסַּף֩ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 6 חֵ֨יל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 הַגּוֹיִ֜ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 9 סָבִ֗יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 10 זָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 11 וָכֶ֛סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 12 וּבְגָדִ֖ים H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 13 לָרֹ֥ב H7230 menigte, veelheid, grootheid abundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age) 14 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Alzo zal ook de plage der paarden, der muildieren, der kemelen, en der ezelen, en aller beesten zijn, die in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, gelijk gener plage geweest is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 AlzoH3651 zal ook de plageH4046 der paardenH5483, der muildierenH6505, der kemelenH1581, en der ezelenH2543, en allerH3605 beestenH929 zijn, die in diezelve heirlegersH4264 geweest zullen zijn, gelijk generH2063 plageH4046 geweest is. Alzo zal ook de plage der paarden, der muildieren, der kemelen, en der ezelen, en aller beesten zijn, die in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, gelijk gener plage geweest is.

KJV And so shall be the plague3 of the horse,4 of the mule,5 of the camel,6 and of the ass,7 and of all the beasts9 that shall be in these13 tents,12 as this plague.

1 וְכֵ֨ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 תִּֽהְיֶ֜ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 מַגֵּפַ֣ת H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 4 הַסּ֗וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 5 הַפֶּ֨רֶד֙ H6505 muildieren, muildier, muilezelen mule 6 הַגָּמָ֣ל H1581 kemelen, kemels, kemel camel 7 וְהַחֲמ֔וֹר H2543 ezel, ezelen, ezels (he) ass 8 וְכָ֨ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הַבְּהֵמָ֔ה H929 beesten, vee, beest beast, cattle 10 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יִהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 בַּמַּחֲנ֣וֹת H4264 leger, legers, heirleger army, band, battle, camp, company, drove, host, tents 13 הָהֵ֑מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 כַּמַּגֵּפָ֖ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 15 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den HEERE der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En het zal geschiedenH1961, dat alH3605 de overgeblevenenH3498 van alleH3605 heidenenH1471, die tegenH5921 JeruzalemH3389 zullen gekomenH935 zijn, die zullen van jaarH8141 tot jaarH8141 optrekkenH5927 om aan te biddenH7812 den KoningH4428, den HEEREH3068 der heirscharenH6635, en om te vierenH2287 het feestH2282 der loofhuttenH5521. En het zal geschieden, dat al de overgeblevenen van alle heidenen, die tegen Jeruzalem zullen gekomen zijn, die zullen van jaar tot jaar optrekken om aan te bidden den Koning, den HEERE der heirscharen, en om te vieren het feest der loofhutten.

KJV And it shall come to pass, that every one that is left3 of all the nations5 which came6 against Jerusalem8 shall even go up9 from10 year11 to year12 to worship13 the King,14 the LORD15 of hosts,16 and to keep17 the feast19 of tabernacles.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הַנּוֹתָר֙ H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 4 מִכָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 6 הַבָּאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 יְרֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 9 וְעָל֞וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 מִדֵּ֧י H1767 genoeg, genoegzaam, sinds able, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when 11 שָׁנָ֣ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 12 בְשָׁנָ֗ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 13 לְהִֽשְׁתַּחֲוֺת֙ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 14 לְמֶ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 15 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 17 וְלָחֹ֖ג H2287 vieren, feest houden, dansen celebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 חַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 20 הַסֻּכּֽוֹת H5521 loofhutten, tenten, hut booth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het zal geschieden, zo wie van de geslachten der aarde niet zal optrekken naar Jeruzalem, om den Koning, den HEERE der heirscharen, te aanbidden, zo zal er over henlieden geen regen wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het zal geschiedenH1961, zo wie vanH854 de geslachtenH4940 der aardeH776 nietH3808 zal optrekkenH5927 naarH413 JeruzalemH3389, om den KoningH4428, den HEEREH3068 der heirscharenH6635, te aanbiddenH7812, zo zal er overH5921 henlieden geenH3808 regenH1653 wezen. En het zal geschieden, zo wie van de geslachten der aarde niet zal optrekken naar Jeruzalem, om den Koning, den HEERE der heirscharen, te aanbidden, zo zal er over henlieden geen regen wezen.

KJV And it shall be, that whoso will not come up4 of all the families6 of the earth7 unto Jerusalem9 to worship10 the King,11 the LORD12 of hosts,13 even upon them shall be no rain.

1 וְ֠הָיָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 יַעֲלֶ֜ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 מֵאֵ֨ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 מִשְׁפְּח֤וֹת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 7 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 לְהִֽשְׁתַּחֲוֺ֔ת H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 11 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 12 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 הַגָּֽשֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En indien het geslacht der Egyptenaren, over dewelke de. regen niet is, niet zal optrekken noch komen, zo zal die plage over hen zijn, met dewelke de HEERE die heidenen plagen zal, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En indienH518 het geslachtH4940 der EgyptenarenH4714, over dewelke de. regen niet is, niet zal optrekkenH5927 noch komenH935, zo zal die plageH4046 overH5921 hen zijn, met dewelkeH834 de HEEREH3068 die heidenenH1471 plagenH5062 zal, die niet optrekkenH5927 zullen, om te vierenH2287 het feestH2282 der loofhuttenH5521. En indien het geslacht der Egyptenaren, over dewelke de. regen niet is, niet zal optrekken noch komen, zo zal die plage over hen zijn, met dewelke de HEERE die heidenen plagen zal, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.

Ook in dit vers [regen]H3808

KJV And if the family2 of Egypt3 go not up,5 and come7 not, that have no rain; there shall be the plague,11 wherewith the LORD14 will smite13 the heathen16 that come not up19 to keep20 the feast22 of tabernacles.

1 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 מִשְׁפַּ֨חַת H4940 geslacht, geslachten, huisgezinnen family, kind(-red) 3 מִצְרַ֧יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 תַעֲלֶ֛ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 בָאָ֖ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 עֲלֵיהֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 תִּֽהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 הַמַּגֵּפָ֗ה H4046 plaag, plage, slag ([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke 12 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 יִגֹּ֤ף H5062 geslagen, slaan, sloeg beat, dash, hurt, plague, slay, smite (down), strike, stumble, [idiom] surely, put to the worse 14 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 17 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יַֽעֲל֔וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 20 לָחֹ֖ג H2287 vieren, feest houden, dansen celebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro 21 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 חַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 23 הַסֻּכּֽוֹת H5521 loofhutten, tenten, hut booth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Dit zal de zonde der Egyptenaren zijn, mitsgaders de zonde aller heidenen, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 DitH2063 zal de zondeH2403 der EgyptenarenH4714 zijnH1961, mitsgaders de zondeH2403 allerH3605 heidenenH1471, dieH834 nietH3808 optrekkenH5927 zullen, om te vierenH2287 het feestH2282 der loofhuttenH5521. Dit zal de zonde der Egyptenaren zijn, mitsgaders de zonde aller heidenen, die niet optrekken zullen, om te vieren het feest der loofhutten.

KJV This shall be the punishment3 of Egypt,4 and the punishment5 of all nations7 that come not up10 to keep11 the feast13 of tabernacles.

1 זֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 2 תִּהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 חַטַּ֣את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 4 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 וְחַטַּאת֙ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 8 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יַֽעֲל֔וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 11 לָחֹ֖ג H2287 vieren, feest houden, dansen celebrate, dance, (keep, hold) a (solemn) feast (holiday), reel to and fro 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 חַ֥ג H2282 feest, feesten, feestdag (solemn) feast (day), sacrifice, solemnity 14 הַסֻּכּֽוֹת H5521 loofhutten, tenten, hut booth, cottage, covert, pavilion, tabernacle, tent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des HEEREN zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Te dien dageH3117 zal opH5921 de bellenH4698 der paardenH5483 staanH1961: De HEILIGHEIDH6944 DES HEERENH3068. En de pottenH5518 in het huisH1004 des HEERENH3068 zullen zijn als de sprengbekkensH4219 voorH6440 het altaarH4196; Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des HEEREN zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar;

KJV In that day1 shall there be upon the bells5 of the horses,6 HOLINESS7 UNTO THE LORD;8 and the pots10 in the LORD'S12 house11 shall be like the bowls13 before14 the altar.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יִֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מְצִלּ֣וֹת H4698 bellen bell 6 הַסּ֔וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 7 קֹ֖דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 8 לַֽיהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 הַסִּירוֹת֙ H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 11 בְּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 כַּמִּזְרָקִ֖ים H4219 sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkens bason, bowl 14 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 15 הַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen den HEERE der heirscharen heilig zijn, zodat allen, die offeren willen, zullen komen, en van dezelve nemen, en in dezelve koken; en er zal geen Kanaaniet meer zijn, in het huis des HEEREN der heirscharen, te dien dage.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Ja, alH3605 de pottenH5518 in JeruzalemH3389 en in JudaH3063 zullen den HEEREH3068 der heirscharenH6635 heiligH6944 zijn, zodat allenH3605, die offeren willenH2076, zullen komenH935, en van dezelve nemenH3947, en in dezelve kokenH1310; en er zal geenH3808 KanaanietH3669 meerH5750 zijnH1961, in het huisH1004 des HEERENH3068 der heirscharenH6635, te dienH1931 dageH3117. Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen den HEERE der heirscharen heilig zijn, zodat allen, die offeren willen, zullen komen, en van dezelve nemen, en in dezelve koken; en er zal geen Kanaaniet meer zijn, in het huis des HEEREN der heirscharen, te dien dage.

KJV Yea, every pot3 in Jerusalem4 and in Judah5 shall be holiness6 unto the LORD7 of hosts:8 and all they that sacrifice11 shall come9 and take12 of them, and seethe14 therein: and in that day23 there shall be no more the Canaanite18 in the house20 of the LORD21 of hosts.

1 וְ֠הָיָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 סִ֨יר H5518 pot, potten, doornen caldron, fishhook, pan, (wash-)pot, thorn 4 בִּירוּשָׁלִַ֜ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 5 וּבִֽיהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 6 קֹ֚דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 7 לַיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 9 וּבָ֨אוּ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הַזֹּ֣בְחִ֔ים H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 12 וְלָקְח֥וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 13 מֵהֶ֖ם 14 וּבִשְּׁל֣וּ H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 15 בָהֶ֑ם 16 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִהְיֶ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 כְנַעֲנִ֥י H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 19 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 20 בְּבֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 21 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 צְבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 23 בַּיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 24 הַהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 14:1 Jesaja 13:9 Jesaja 13:6 Maleachi 4:5 Maleachi 4:1 Jesaja 2:12 Joël 2:31 Joël 3:14 Handelingen 2:20
Zacharia 14:2 Jesaja 13:16 Joël 3:2 Jeremia 34:1 Mattheüs 22:7 Mattheüs 23:37 Lukas 21:20 Markus 13:19 Galaten 4:26
Zacharia 14:3 Zacharia 12:9 Daniël 2:44 Zacharia 12:2 Jozua 10:42 Daniël 2:34 Jesaja 66:15 Zacharia 2:8 Joël 3:2
Zacharia 14:4 Ezechiël 11:23 Micha 1:3 Zacharia 14:10 Habakuk 3:6 Zacharia 4:7 Jesaja 64:1 Handelingen 1:11 Ezechiël 47:1
Zacharia 14:5 Amos 1:1 Jesaja 29:6 Mattheüs 16:27 Mattheüs 25:31 Jesaja 66:15 Judas 1:14 Psalmen 96:13 1 Thessalonicenzen 3:13
Zacharia 14:6 Psalmen 97:10 Psalmen 112:4 Lukas 1:78 Openbaring 11:15 Johannes 1:5 Efeze 5:8 Kolossenzen 1:12 Jesaja 13:10
Zacharia 14:7 Jesaja 30:26 Openbaring 22:5 Daniël 12:4 Handelingen 15:18 Mattheüs 24:36 Openbaring 21:23 Jesaja 11:9 Openbaring 21:25
Zacharia 14:8 Joël 3:18 Johannes 7:38 Openbaring 22:1 Ezechiël 47:1 Joël 2:20 Jesaja 41:17 Johannes 4:10 Jesaja 49:10
Zacharia 14:9 Daniël 7:27 Openbaring 11:15 Jesaja 60:12 Jeremia 23:6 Jesaja 49:6 Efeze 4:5 Jesaja 2:2 Daniël 2:44
Zacharia 14:10 Zacharia 12:6 Jozua 15:32 Jeremia 37:13 1 Koningen 15:22 Jeremia 30:18 Zacharia 2:4 Nehemia 3:1 Richteren 20:45
Zacharia 14:11 Openbaring 22:3 Jeremia 23:5 Zacharia 8:8 Openbaring 21:4 Ezechiël 34:22 Numeri 21:3 Jesaja 66:22 Zacharia 2:4
Zacharia 14:12 Ezechiël 39:4 Leviticus 26:16 Openbaring 17:16 Zacharia 12:9 Jesaja 66:15 Deuteronomium 28:59 Openbaring 18:6 Jesaja 34:1
Zacharia 14:13 Openbaring 17:12 2 Kronieken 20:22 Richteren 7:22 Zacharia 12:4 Ezechiël 38:21 1 Samuël 14:15 Zacharia 11:6
Zacharia 14:14 Jesaja 23:18 Zacharia 12:2 Zacharia 12:5 Ezechiël 39:9 2 Kronieken 14:13 Ezechiël 39:17 Zacharia 10:4 2 Koningen 7:6
Zacharia 14:15 Zacharia 14:12
Zacharia 14:16 Jesaja 60:6 Jesaja 66:18 Jesaja 66:23 Zacharia 9:7 Lukas 19:38 Handelingen 15:17 Ezra 3:4 Joël 2:32
Zacharia 14:17 Jeremia 14:4 Jesaja 60:12 1 Koningen 17:1 Deuteronomium 28:23 2 Kronieken 7:13 Romeinen 14:10 Jakobus 5:17 Handelingen 17:26
Zacharia 14:18 Zacharia 14:12 Zacharia 14:15 Deuteronomium 11:10
Zacharia 14:19 Johannes 3:19
Zacharia 14:20 1 Petrus 2:5 Jesaja 23:18 1 Korinthe 3:16 Numeri 4:14 Numeri 7:84 Exodus 25:29 Numeri 7:19 Zacharia 9:15
Zacharia 14:21 Ezechiël 44:9 Romeinen 14:6 1 Korinthe 10:31 Openbaring 18:11 Markus 11:15 Openbaring 21:27 Johannes 2:15 Efeze 2:19
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 14 vers 1

de dag komt den HEERE, Dat is, daar komt een dag voor den Heere. Anders: de dag des HEEREN komt; of de dag van den Heere komt, dat is, de dag die den Heere bekend is, gelijk in vs.7 staat. Sommigen verstaan dit van den tijd der verwoesting van Jeruzalem door Vespasianus en Titus; anderen van de vervolging der kerk onder den wreden koning Antiochus, ten tijde der Macchabeën. Anderen duiden dit op den Antichrist en zijne wrede vervolgingen.

Hertaald: de dag komt den HEERE, Dat is: er komt een dag voor de HEERE. Anders: de dag des HEEREN komt; of: de dag van de HEERE komt, dat is: de dag die de HEERE bekend is, zoals in vers 7 staat. Sommigen verstaan dit van de tijd van de verwoesting van Jeruzalem door Vespasianus en Titus; anderen van de vervolging van de kerk onder de wrede koning Antiochus, in de tijd van de Makkabeeën. Weer anderen betrekken het op de antichrist en zijn wrede vervolgingen.

o Jeruzalem Versta hierbij, en gij Joodse land.

Hertaald: o Jeruzalem Vul hierbij aan: en u, Joodse land.

Zacharia 14 vers 2

alle heidenen Verg. Ezech. 38:4 , Ezech. 38:6 , Ezech. 38:9 , Ezech. 38:15 , en Hab. 1:6 . Alle, is hier te zeggen, vele of allerlei, gelijk Jona 2:3 .

Hertaald: alle heidenen Vergelijk Ezech. 38:4, Ezech. 38:6, Ezech. 38:9, Ezech. 38:15 en Hab. 1:6. Alle betekent hier: veel, of allerlei, zoals Jona 2:3.

de helft der stad Dat is, een groot deel van de inwoners der stad zal gevankelijk uitgevoerd worden; te weten, van die overgeblevenen, die door de pest, honger, of het zwaard niet omgekomen zijn.

Hertaald: de helft der stad Dat is: een groot deel van de inwoners van de stad zal gevankelijk weggevoerd worden, namelijk van hen die overgebleven zijn en niet door de pest, de honger of het zwaard omgekomen zijn.

het overige des volks Verstaat men deze profetie van de belegering van Jeruzalem door Vespasianus en Titus, zo is het te zeggen dat de godzaligen, vóór de vaste belegering der stad, zullen uitgaan naar het stadje Pella, en alzo bij het leven blijven zullen. Dit is dat derde deel waar de profeet van gesproken heeft, Zach. 13:8-9 .

Hertaald: het overige des volks Wanneer men deze profetie verstaat van de belegering van Jeruzalem door Vespasianus en Titus, betekent het dat de godzaligen vóór de vaste belegering van de stad zullen uitgaan naar het stadje Pella en zo in leven zullen blijven. Dat is het derde deel waarover de profeet gesproken heeft, Zach. 13:8-9.

Zacharia 14 vers 3

tegen die heidenen, Te weten, tegen die volken, die vijanden zijn van Gods kerk.

Hertaald: tegen die heidenen, Namelijk tegen die volken die vijanden zijn van Gods kerk.

gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, Of, gelijk Hij [voor ulieden] placht te strijden in den dag des strijds, namelijk ten tijde van Mozes, Jozua, Gideon, Debora, David, Asa, en op andere tijden meer.

Hertaald: gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, Of: zoals Hij voor u placht te strijden op de dag van de strijd, namelijk in de tijd van Mozes, Jozua, Gideon, Debora, David, Asa en bij nog andere gelegenheden.

Zacharia 14 vers 4

te dien dage staan op den Olijfberg, Te weten, ten tijde van Christus, die op den Olijfberg verkeerd heeft, aldaar zijn lijden aangevangen en ten hemel is gevaren. Zie Luc. 22:39 ; Hand. 1:12 .

Hertaald: te dien dage staan op den Olijfberg, Namelijk in de tijd van Christus, Die op de Olijfberg verkeerd heeft, daar Zijn lijden begonnen is en vandaar ten hemel gevaren is. Zie Luk. 22:39; Hand. 1:12.

die voor Jeruzalem ligt, Hebr. die voor het aangezicht van Jeruzalem is tegen het oosten. Zie Hand. 1:12 .

Hertaald: die voor Jeruzalem ligt, Hebreeuws: die tegenover het aangezicht van Jeruzalem ligt, tegen het oosten. Zie Hand. 1:12.

in tweeën gespleten worden Hebr. in zijn midden, of in zijn helft gespleten worden.

Hertaald: in tweeën gespleten worden Hebreeuws: in zijn midden of in zijn helft gespleten worden.

naar het oosten, en naar het westen, Dat is, in de lengten van het oosten tot het westen toe.

Hertaald: naar het oosten, en naar het westen, Dat is: in de lengte, van het oosten tot het westen toe.

zodat er een zeer grote vallei zal zijn; Dat is, zodat er een zeer groot dal tussen die twee helften van den berg zal wezen, en dat men Jeruzalem bescheidenlijk zal kunnen zien liggen, hetwelk tevoren met dezen berg en andere als bedekt lag of verborgen was. Versta dit van het geestelijke Jeruzalem, namelijk de kerk Gods, waarvan de heidenen vóór de komst van Christus, geen kennis hadden; maar dan zullen alle hindernissen, die de heidenen den toegang tot Christus en zijne kerk konden verhinderen of afsnijden, weggenomen worden, en zij zullen een open pas hebben tot dezelven. Verg. Jes. 57:14 , en Jes. 62:10 .

Hertaald: zodat er een zeer grote vallei zal zijn; Dat is: zodat er tussen die twee helften van de berg een zeer groot dal zal zijn, en men Jeruzalem duidelijk zal kunnen zien liggen, terwijl het tevoren door deze berg en andere als het ware bedekt of verborgen lag. Versta dit van het geestelijke Jeruzalem, namelijk de kerk van God, waarvan de heidenen vóór de komst van Christus geen kennis hadden. Maar dan zullen alle hindernissen die de heidenen de toegang tot Christus en Zijn kerk konden versperren of afsnijden weggenomen worden, en zij zullen een vrije doorgang daarheen hebben. Vergelijk Jes. 57:14 en Jes. 62:10.

Zacharia 14 vers 5

gijlieden O mijne uitverkorenen.

Hertaald: gijlieden O Mijn uitverkorenen.

vlieden Dat is, haastelijk toelopen, gelijk de vluchtenden plegen te doen. Of, men kan het verstaan van de goddeloze Joden, die door schrik en vrees van straf wegvluchten zouden en ruimte maken voor het aankomende volk des Heeren.

Hertaald: vlieden Dat is: haastig toelopen, zoals vluchtenden plegen te doen. Of men kan het verstaan van de goddeloze Joden, die uit schrik en vrees voor straf zouden wegvluchten en ruimte zouden maken voor het aankomende volk van de HEERE.

door de vallei Anders: tot de vallei mijner bergen; dat is, tot mijne kerk.

Hertaald: door de vallei Anders: tot het dal van Mijn bergen; dat is: tot Mijn kerk.

Mijner bergen Of, der bergen; dat is, dier twee delen van den Olijfberg, die Ik met het doorspijten van den Olijfberg, gemaakt heb.

Hertaald: Mijner bergen Of: van de bergen; dat is: van die twee delen van de Olijfberg die Ik door het splijten van de Olijfberg gemaakt heb.

Azal Anders: tot den berg, dien Hij afgezonderd, of verkoren heeft, te weten, den berg Zion. Hij, te weten, de Heere. De zin is: Daar zal een wijde baan zijn, alzo dat een ieder wel plaats en ruimte hebben zal om de kerk van Christus te kunnen komen. Wat den berg Azal aangaat, is onzeker waar hij ligt, want van dezelven wordt nergens meer gedacht.

Hertaald: Azal Anders: tot de berg die Hij afgezonderd of uitverkoren heeft, namelijk de berg Sion. Hij, namelijk de HEERE. De betekenis is: er zal een brede baan zijn, zodat iedereen ruim plaats zal hebben om tot de kerk van Christus te kunnen komen. Wat de berg Azal betreft, het is onzeker waar die ligt, want er wordt nergens anders melding van gemaakt.

en gij zult vlieden, Anders: gij zult vinden, zeg ik, gelijk, enz.

Hertaald: en gij zult vlieden, Anders: u zult vinden, zeg ik, zoals, enzovoort.

voor de aardbeving Of, vanwege de aardbeving, of uit vrees der aardbeving. Zie Am. 1:1 .

Hertaald: voor de aardbeving Of: vanwege de aardbeving, of: uit vrees voor de aardbeving. Zie Amos 1:1.

in de dagen van Uzzia, Zie de koning Uzzia, 2 Kron. 26:19 .

Hertaald: in de dagen van Uzzia, Zie over koning Uzzia 2 Kron. 26:19.

dan zal de HEERE, Dit spreekt de profeet in zijn eigen persoon. De zin is: Na de eerste verschijning van Christus, in het vlees, zal de andere volgen ten jongsten dage.

Hertaald: dan zal de HEERE, Dit spreekt de profeet in zijn eigen persoon. De betekenis is: na de eerste verschijning van Christus in het vlees zal de tweede volgen op de jongste dag.

al de heiligen Dat is, alle engelen. Zie Dan. 8:13 .

Hertaald: al de heiligen Dat is: alle engelen. Zie Dan. 8:13.

met U, o HEERE Hier wendt de profeet zijne aanspraak tot Christus, hetwelk, gelijk sommigen menen, daarom geschiedt, omdat de profeet wel geweten heeft, dat die boze Joden hem niet geloven zouden. Verg. Joël 3:11 .

Hertaald: met U, o HEERE Hier richt de profeet zijn woord tot Christus. Volgens sommigen gebeurt dat omdat de profeet wel wist dat die boze Joden hem niet zouden geloven. Vergelijk Joël 3:11.

Zacharia 14 vers 6

dat er niet zal zijn Dat is, daar zullen gene beurten zijn van licht en duisternis, klaren dag en nacht, het zal een eeuwige dag zijn; zie Jes. 60:19-20 ; Openb. 21:23 , en Openb. 22:5 . Doch enigen verstaan dit van het licht van het heilg Evangelie, hetwelk ten tijde van Christus lichten zal. Anderen van de verduistering der zon ten tijde van het lijden van Christus.

Hertaald: dat er niet zal zijn Dat is: er zullen geen wisselingen zijn van licht en duisternis, van klaarlichte dag en nacht; het zal een eeuwige dag zijn; zie Jes. 60:19-20; Openb. 21:23 en Openb. 22:5. Maar sommigen verstaan dit van het licht van het heilig Evangelie, dat in de tijd van Christus zou schijnen. Anderen van de verduistering van de zon ten tijde van het lijden van Christus.

het kostelijke licht, Dat is, het klare licht, gelijk Job 31:26 .

Hertaald: het kostelijke licht, Dat is: het heldere licht, zoals Job 31:26.

dikke duisternis Hebr. samenstemming, te weten, der duisternis.

Hertaald: dikke duisternis Hebreeuws: samenstemming, namelijk van de duisternis.

Zacharia 14 vers 7

een enige dag zijn, Dat is, een dag die eeuwig duren zal.

Hertaald: een enige dag zijn, Dat is: een dag die eeuwig zal duren.

die den HEERE bekend zal zijn; De Heere alleen weet wanneer deze dag beginnen zal; Matt. 24:36 .

Hertaald: die den HEERE bekend zal zijn; De HEERE alleen weet wanneer deze dag zal beginnen; Matth. 24:36.

dag, Te weten, zulk een dag, die met de zon voortkomt.

Hertaald: dag, Namelijk zo'n dag als met de zon opkomt.

nacht zijn; Te weten, zulk een nacht, als nu door het wegblijven der zon komt.

Hertaald: nacht zijn; Namelijk zo'n nacht als nu ontstaat doordat de zon wegblijft.

des avonds, Versta hier door avond den gehelen nacht, of ten tijde van den avond; dat is, als het placht avond te worden. Zie Jes. 60:20 ; Openb. 21:23 .

Hertaald: des avonds, Versta hier onder avond de hele nacht, of de tijd van de avond; dat is: wanneer het gewoonlijk avond wordt. Zie Jes. 60:20; Openb. 21:23.

Zacharia 14 vers 8

te dien dage geschieden, Ten tijde der verschijning van Christus in het vlees.

Hertaald: te dien dage geschieden, Ten tijde van de verschijning van Christus in het vlees.

levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, Dat is, altijd vloeiende en vliedende. Hierdoor moet men verstaan de gaven van de Heilige Geest , die Christus overvloedig over zijne kerk uitstorten zou; zie Ezech. 47:1 ; Joël 3:18 ; Openb. 22:1 ; verg. Joh. 4:14 , en Joh. 7:38 .

Hertaald: levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, Dat is: altijd vloeiend en stromend. Hieronder moet men de gaven van de Heilige Geest verstaan, die Christus overvloedig over Zijn kerk zou uitstorten; zie Ezech. 47:1; Joël 3:18; Openb. 22:1; vergelijk Joh. 4:14 en Joh. 7:38.

de helft van die naar de Oostzee, Dat is, alle gelovigen der ganse wereld, zij zijn waar zij zijn mogen, hetzij tegen den opgang of den ondergang der zon, zullen die geestelijke gaven deelachtig worden.

Hertaald: de helft van die naar de Oostzee, Dat is: alle gelovigen van de hele wereld, waar zij ook zijn — hetzij naar de opgang, hetzij naar de ondergang van de zon — zullen die geestelijke gaven deelachtig worden.

de achterste zee aan; Aldus wordt de Middellandse zee genoemd. Zie Deut. 11:24 , en Deut. 34:2 .

Hertaald: de achterste zee aan; Zo wordt de Middellandse Zee genoemd. Zie Deut. 11:24 en Deut. 34:2.

zij zullen des zomers en des winters Dat is, in eeuwigheid en altoosdurend.

Hertaald: zij zullen des zomers en des winters Dat is: in eeuwigheid en voortdurend.

zijn Dat is, duren, vlieten. Anders: het zal des zomers, en des winters geschieden.

Hertaald: zijn Dat is: duren, vloeien. Anders: het zal 's zomers en 's winters gebeuren.

Zacharia 14 vers 9

de HEERE Te weten, de Heere Christus Jezus.

Hertaald: de HEERE Namelijk de Heere Christus Jezus.

zal de HEERE Dat is, Hij zal alleen geëerd worden, als zijnde de enige ware God en Zaligmaker, de afgoden zullen uitgeroeid worden; Zach. 13:2 .

Hertaald: zal de HEERE Dat is: Hij alleen zal geëerd worden, als de enige ware God en Zaligmaker; de afgoden zullen uitgeroeid worden; Zach. 13:2.

zijn, en Zijn Naam een Dat is, bekend worden te zijn. Aldus wordt het woord zijn ook gebruikt Joh. 15:8 ; Gij zult mijne discipelen zijn; dat is, voor mijne discipelen bekend worden.

Hertaald: zijn, en Zijn Naam een Dat is: bekend worden als zodanig. Zo wordt het woord zijn ook gebruikt in Joh. 15:8: u zult Mijn discipelen zijn, dat is: als Mijn discipelen bekend worden.

Zacharia 14 vers 10

Dit ganse land Te weten, het land van Juda, van het ene einde van het land tot aan het andere. Want Geba [anders] Gibea lag aan den landpaal der Benjaminieten, 1 Kon. 15:22 , en Rimmon aan de landpalen van den stam van Juda; Joz. 15:32 , en Joz. 19:7 ; zie van Geba Joz. 21:17 ; 1 Kon. 15:22 , en Jes. 10:29 .

Hertaald: Dit ganse land Namelijk het land van Juda, van het ene einde van het land tot aan het andere. Want Geba — anders Gibea — lag aan de grens van de Benjaminieten, 1 Kon. 15:22, en Rimmon aan de grens van de stam van Juda; Joz. 15:32 en Joz. 19:7. Zie over Geba Joz. 21:17; 1 Kon. 15:22 en Jes. 10:29.

zij zal Te weten, de stad Jeruzalem, waar door de kerk Gods hier wordt beduid, inzonderheid de kerk van het Nieuwe Testament.

Hertaald: zij zal Namelijk de stad Jeruzalem, waarmee hier de kerk van God bedoeld wordt, in het bijzonder de kerk van het Nieuwe Testament.

verhoogd Dat is, beroemd en heerlijk gemaakt worden.

Hertaald: verhoogd Dat is: beroemd en heerlijk gemaakt worden.

bewoond worden in haar plaats; Dat is, velen zullen zich tot de kerk begeven.

Hertaald: bewoond worden in haar plaats; Dat is: velen zullen zich bij de kerk voegen.

van de poort van Benjamin af, Dat is, aan alle plaatsen waar de Heere zijne kerk hebben zal. Van de poort van Benjamin wordt ook gesproken, Jer. 20:2 , en Jer. 37:13 .

Hertaald: van de poort van Benjamin af, Dat is: op alle plaatsen waar de HEERE Zijn kerk zal hebben. Over de poort van Benjamin wordt ook gesproken in Jer. 20:2 en Jer. 37:13.

den toren van Hanáneël, Zie Neh. 3:1 , en Neh. 12:39 , en Jer. 31:38 .

Hertaald: den toren van Hanáneël, Zie Neh. 3:1, Neh. 12:39 en Jer. 31:38.

Zacharia 14 vers 11

daarin wonen, Te weten, in de stad Jeruzalem, dat is in de gemeente Gods.

Hertaald: daarin wonen, Namelijk in de stad Jeruzalem, dat is: in de gemeente van God.

er zal geen verbanning meer zijn; Dat is, zij zal niet meer verstoord worden, gelijk voordezen geschied is, toen het scheen dat Ik hen geheel verbannen en verstoten had; zie Deut. 2:34 .

Hertaald: er zal geen verbanning meer zijn; Dat is: zij zal niet meer verwoest worden, zoals eerder gebeurd is, toen het leek alsof Ik hen geheel verbannen en verstoten had; zie Deut. 2:34.

Jeruzalem Dat is, de inwoners van Jeruzalem.

Hertaald: Jeruzalem Dat is: de inwoners van Jeruzalem.

zeker Hebr. in verzekerdheid.

Hertaald: zeker Hebreeuws: in verzekerdheid.

wonen Of, bewoond worden.

Hertaald: wonen Of: bewoond worden.

Zacharia 14 vers 12

En dit zal de plage zijn, Nadat de profeet van den stand en de gelegenheid der gelovigen gesproken heeft, spreekt hij nu hier van de plagen en ellenden der goddelozen.

Hertaald: En dit zal de plage zijn, Nadat de profeet gesproken heeft over de staat en de omstandigheden van de gelovigen, spreekt hij hier over de plagen en ellenden van de goddelozen.

die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben Dat is, die kerk Gods bevochten en vervolgd hebben.

Hertaald: die tegen Jeruzalem krijg gevoerd zullen hebben Dat is: die de kerk van God bevochten en vervolgd hebben.

een iegelijks vlees, Hebr. zijn vlees; dat is, eens ieders vlees, lichaam, leden, of deszelfs vlees, alzo straks, zijne ogen en zijne tong.

Hertaald: een iegelijks vlees, Hebreeuws: zijn vlees; dat is: ieders vlees, lichaam of leden; en zo meteen ook zijn ogen en zijn tong.

hij op zijn voeten staat, Dat is, haastelijk, onvoorziens, geen kwaad vermoedende. Zie het voorbeeld in Herodes; Hand. 12:21 , enz.

Hertaald: hij op zijn voeten staat, Dat is: plotseling en onverwacht, terwijl hij geen kwaad vermoedt. Zie het voorbeeld van Herodes; Hand. 12:21, enzovoort.

doen uitteren; Dat is, ganselijk verderven.

Hertaald: doen uitteren; Dat is: volkomen te gronde richten.

tong zal in hun mond uitteren Met welke zij God en de vromen gelasterd en gesmaad hebben.

Hertaald: tong zal in hun mond uitteren Waarmee zij God en de vromen gelasterd en gesmaad hebben.

Zacharia 14 vers 13

Ook zal het te dien dage geschieden, De zin is: God de Heere zal hen niet alleen door zijne hand plagen, vs.12; maar ook door henzelven onder elkander; en ook door zijn volk, vs.14; verg. Ezech. 30:21 , enz.

Hertaald: Ook zal het te dien dage geschieden, De betekenis is: God de HEERE zal hen niet alleen door Zijn hand plagen, vers 12, maar ook door henzelf onderling, en ook door Zijn volk, vers 14; vergelijk Ezech. 30:21, enzovoort.

een groot gedruis Of, een groot rumoer, of getrommel, hetwelk hun de Heere aanjagen zal.

Hertaald: een groot gedruis Of: een groot rumoer of tumult, dat de HEERE hun zal aanjagen.

van den HEERE Hebr. des Heeren.

Hertaald: van den HEERE Hebreeuws: van de HEERE.

aangrijpen, Hetzij vijandelijkerwijze; of uit angst en vrees, hulp en troost van zijne vriend, metgezel of naaste verzoekende; verg. Richt. 7:22 ; 1 Sam. 14:20 ; Ezech. 38:21-22 .

Hertaald: aangrijpen, Hetzij op vijandige wijze, hetzij uit angst en vrees, terwijl hij hulp en troost zoekt bij zijn vriend, metgezel of naaste; vergelijk Richt. 7:22; 1 Sam. 14:20; Ezech. 38:21-22.

opgaan Hetzij om te slaan, of, gelijk het anderen verstaan, om hulp en bijstand te zoeken.

Hertaald: opgaan Hetzij om te slaan, hetzij, zoals anderen het verstaan, om hulp en bijstand te zoeken.

Zacharia 14 vers 14

Juda te Jeruzalem Dat is, het Joodse volk, de Joden. Anders: ook zult gij, Juda, tegen Jeruzalem strijden.

Hertaald: Juda te Jeruzalem Dat is: het Joodse volk, de Joden. Anders: ook zult u, Juda, tegen Jeruzalem strijden.

strijden; Te weten, tegen die volken, van wie in vs.12, gesproken is.

Hertaald: strijden; Namelijk tegen die volken over wie in vers 12 gesproken is.

verzameld worden, Dat is, weggevoerd worden, het zal verzameld worden om weggevoerd te worden. De zin is: God zal zijne kerk een volkomen overwinning geven over al hare vijanden, alzo dat zij hen zullen plunderen en al hunne goederen roven, gelijk in den krijg geschiedt, als men zijne vijanden heeft overwonnen. Het is een figuurlijke manier van spreken van den krijg en krijgers genomen.

Hertaald: verzameld worden, Dat is: weggevoerd worden; het zal verzameld worden om weggevoerd te worden. De betekenis is: God zal Zijn kerk een volkomen overwinning geven over al haar vijanden, zodat zij hen zullen plunderen en al hun goederen zullen buitmaken, zoals dat in de oorlog gebeurt wanneer men zijn vijanden overwonnen heeft. Het is een beeldende manier van spreken, ontleend aan de oorlog en de krijgslieden.

Zacharia 14 vers 15

de plage De zin is: De Heere zal niet alleen de vijanden zijner kerk verdelgen, maar ook al hunne macht en geweld, mitsgaders al de middelen, die zij gebruikt hebben om Gods volk te bevechten, zal Hij teniet maken.

Hertaald: de plage De betekenis is: de HEERE zal niet alleen de vijanden van Zijn kerk verdelgen, maar Hij zal ook al hun macht en geweld tenietdoen, en ook alle middelen die zij gebruikt hebben om Gods volk te bevechten.

der paarden, Hebr. van het paard, van den muil, enz.

Hertaald: der paarden, Hebreeuws: van het paard, van de muildier, enzovoort.

in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, Versta, de heirlegers dergenen, die rondom Jeruzalem zijn zouden.

Hertaald: in diezelve heirlegers geweest zullen zijn, Versta: de legers van hen die rondom Jeruzalem zouden zijn.

gener plage geweest is Te weten, mensenplaag, waarvan in vs.12-14, gesproken is.

Hertaald: gener plage geweest is Namelijk de mensenplaag, waarover in vers 12-14 gesproken is.

Zacharia 14 vers 16

al de overgeblevenen van alle heidenen, Dat is, al degenen, die de Heere niet zal verdelgd hebben, te weten, alle uitverkorenen, die tot de ware kennis Gods zullen gebracht wezen door de predikatie van het heilg Evangelie.

Hertaald: al de overgeblevenen van alle heidenen, Dat is: allen die de HEERE niet verdelgd zal hebben, namelijk alle uitverkorenen die door de prediking van het heilig Evangelie tot de ware kennis van God gebracht zullen zijn.

optrekken Te weten, naar Jeruzalem. De Heere zal hen bekeren, alzo dat zij zich ook tot de Christelijke gemeente begeven zullen om den Heere te dienen. De profeet beschrijft hier den inwendigen godsdienst der kerk van het Nieuwe Testament door den uiterlijken godsdienst, die in het Oude Testament is gebruikelijk geweest.

Hertaald: optrekken Namelijk naar Jeruzalem. De HEERE zal hen bekeren, zodat zij zich ook bij de christelijke gemeente zullen voegen om de HEERE te dienen. De profeet beschrijft hier de innerlijke godsdienst van de kerk van het Nieuwe Testament met de uiterlijke godsdienst die in het Oude Testament gebruikelijk geweest is.

den Koning, den HEERE der heirscharen, Dat is, den Heere Christus.

Hertaald: den Koning, den HEERE der heirscharen, Dat is: de Heere Christus.

om te vieren het feest der loofhutten Dat is, om God te loven voor zijne weldaden, gelijk het volk Gods placht te doen, als het het feest der loofhutten placht te houden. Zie Lev. 23:34 , enz. En onder den naam van dit feest vervat hij allerhande eer, die men Gode te doen schuldig is.

Hertaald: om te vieren het feest der loofhutten Dat is: om God te loven voor Zijn weldaden, zoals het volk van God placht te doen bij het houden van het loofhuttenfeest. Zie Lev. 23:34, enzovoort. En onder de naam van dit feest vat hij alle eer samen die men God verschuldigd is.

Zacharia 14 vers 17

zo zal er over henlieden geen regen wezen Dat is, zij zullen van den Heere niet gezegend worden, maar integendeel zullen zij vervloekt wezen. De regen zijnde een uiterlijk teken van den zegen des Heeren. Verg. Deut. 28:23-24 ; Jes. 30:23 .

Hertaald: zo zal er over henlieden geen regen wezen Dat is: zij zullen door de HEERE niet gezegend worden, maar integendeel vervloekt zijn. De regen is namelijk een uiterlijk teken van de zegen van de HEERE. Vergelijk Deut. 28:23-24; Jes. 30:23.

Zacharia 14 vers 18

het geslacht der Egyptenaren, Eenigen verstaan hier door de Egyptenaars [die grote vijanden der kerk Gods waren] ook alle andere heidense natiën, vijanden van Gods kerk.

Hertaald: het geslacht der Egyptenaren, Sommigen verstaan hier onder de Egyptenaren — die grote vijanden van Gods kerk waren — ook alle andere heidense volken die vijanden van Gods kerk zijn.

over dewelke de regen niet is, Dat is, over welke het gewoonlijk niet regent gelijk over andere landen. Want zeer zelden regent het in Egypte, maar de Nijl bevochtigt gewoonlijk het land tweemalen des jaars. Zie Deut. 11:10 . Anders: alhoewel het over hen niet [placht te regenen] zo zal [dan nog] die plaag [over hen komen met] welke de Heere plagen zal die heidenen, die niet, enz. Alsof de Heere zeide: Alhoewel het daar niet regent, zo zullen zij dan nog dezen vloek niet ontgaan, want de plaag, die anderen overkomen zal door de onthouding van den regen, zal hen ook treffen bij andere middelen. Of, aldus: En indien het geslacht der Egyptenaren niet zal optrekken noch komen, zo zal [de regen] over hen niet zijn; de plaag zal er zijn met welke, enz.

Hertaald: over dewelke de regen niet is, Dat is: over wie het gewoonlijk niet regent zoals over andere landen. Want in Egypte regent het zeer zelden, maar de Nijl bevochtigt het land gewoonlijk tweemaal per jaar. Zie Deut. 11:10. Anders: hoewel het over hen niet placht te regenen, zal die plaag dan toch over hen komen waarmee de HEERE die heidenen zal plagen die niet, enzovoort. Alsof de HEERE zei: hoewel het daar niet regent, zullen zij deze vloek toch niet ontgaan; want de plaag die anderen zal overkomen door het uitblijven van de regen, zal ook hen treffen door andere middelen. Of aldus: en als het geslacht van de Egyptenaren niet zal optrekken en niet zal komen, dan zal de regen over hen niet zijn; de plaag zal er zijn waarmee, enzovoort.

Zacharia 14 vers 19

de zonde der Egyptenaren zijn, Dat is, de straf der zonde.

Hertaald: de zonde der Egyptenaren zijn, Dat is: de straf op de zonde.

om te vieren het feest der loofhutten Dat is, om den Heere te dienen.

Hertaald: om te vieren het feest der loofhutten Dat is: om de HEERE te dienen.

Zacharia 14 vers 20

op de bellen der paarden Het is in verscheidene landen gebruikelijk, dat de voerlieden hunnen paarden bellen om den hals hangen, menende dat derzelver geklank de paarden enige verlichting of moed aanbrengt.

Hertaald: op de bellen der paarden In verscheidene landen is het gebruikelijk dat de voerlieden hun paarden bellen om de hals hangen, in de mening dat het geluid daarvan de paarden enige verlichting of moed geeft.

staan Hebr. zijn.

Hertaald: staan Hebreeuws: zijn.

DE HEILIGHEID DES HEEREN De zin is: dat zelfs de kleinste dingen, ook die in den oorlog tegen Gods volk plachten gebruikt te worden, enz. tot den dienst van God zullen geheiligd zijn. Dit was de titel, die in een gouden plaat voor het voorhoofd van den hogepriester geschreven was. Doch daarvan, zie Ex. 28:36 .

Hertaald: DE HEILIGHEID DES HEEREN De betekenis is: dat zelfs de kleinste dingen — ook die in de oorlog tegen Gods volk gebruikt plachten te worden — aan de dienst van God geheiligd zullen zijn. Dit was het opschrift dat op een gouden plaat voor het voorhoofd van de hogepriester geschreven stond. Zie daarover Ex. 28:36.

als de sprengbekkens voor het altaar; Te weten, in menigte en groot getal. De zin is: er zullen overvloedige middelen zijn tot verrichting van den godsdienst, ook dienaars in groot getal, tot verrichting van den godsdienst, gelijk er ook vele offeraars wezen zullen.

Hertaald: als de sprengbekkens voor het altaar; Namelijk in menigte en in groten getale. De betekenis is: er zullen overvloedige middelen zijn voor het verrichten van de godsdienst, en ook dienaren in groten getale om die godsdienst te verrichten, zoals er ook veel offeraars zullen zijn.

Zacharia 14 vers 21

in Jeruzalem en in Juda Dat is, die te Jeruzalem zullen zijn.

Hertaald: in Jeruzalem en in Juda Dat is: die in Jeruzalem zullen zijn.

heilig zijn, Hebr. heiligheid zijn; dat is, den Heere geheiligd zijn.

Hertaald: heilig zijn, Hebreeuws: heiligheid zijn; dat is: aan de HEERE geheiligd zijn.

koken; Te weten, hunne offeranden. Zie 1 Sam. 2:13 .

Hertaald: koken; Namelijk hun offeranden. Zie 1 Sam. 2:13.

geen Kanaäniet meer zijn, Dat is, geen onrein en goddeloos mens. Verg. Openb. 21:27 . Zie ook Jes. 35:8 , en Joël 3:17 . Versta hierbij, maar die in het huis des Heeren zullen zijn en verkeren, die zullen van zonden gereinigd en wedergeboren zijn, Ef. 5:27 . Anderen verstaan het aldus: Ten tijde van den Messias zal er geen volk noch natie van den godsdienst of uit den tempel gesloten worden, want die natiën, die tevoren onrein geweest zijn, zullen alsdan heilig en zuiver zijn voor de Heere.

Hertaald: geen Kanaäniet meer zijn, Dat is: geen onrein en goddeloos mens. Vergelijk Openb. 21:27. Zie ook Jes. 35:8 en Joël 3:17. Vul hierbij aan: maar zij die in het huis van de HEERE zullen zijn en verkeren, zullen van zonden gereinigd en wedergeboren zijn, Ef. 5:27. Anderen verstaan het aldus: in de tijd van de Messias zal geen volk en geen natie van de godsdienst of uit de tempel geweerd worden, want die volken die tevoren onrein geweest zijn, zullen dan heilig en zuiver voor de HEERE zijn.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg  — het laatste hoofdstuk opent met een dag van strijd waarin de HEERE Zelf ingrijpt, zichtbaar op een bepaalde plaats (Zach. 14:1-4)

"Want Ik zal alle heidenen tegen Jeruzalem ten strijde verzamelen" (Zach. 14:2). Dan het ingrijpen: "En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen" (Zach. 14:3). En de plaats: "Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten; en de Olijfberg zal in tweeen gespleten worden" (Zach. 14:4).

Bijbelse betekenis: Merk op de omvang van wat hier wordt aangekondigd: alle heidenen, verzameld tegen één stad. Let vervolgens op wie ingrijpt: niet een leger van Juda, maar de HEERE Zelf, Die uittrekt en strijdt. Let ten slotte op de plaats die met name genoemd wordt: de Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt. Het register doet geen uitspraak over het TIJDSTIP van deze gebeurtenis; het beschrijft slechts wat de tekst zelf zegt over de plaats en de aard van dit ingrijpen.

Typologie: Diezelfde berg wordt in het Nieuwe Testament genoemd bij de hemelvaart, met de belofte van een terugkeer: "Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren" — gezegd op "den berg, die genaamd wordt de Olijf berg" (Hand. 1:11-12).

Zach. 14:1-4; Hand. 1:11-12

Levende wateren zullen uit Jeruzalem vlieten  — uit de stad zelf stroomt water dat naar twee zeeën loopt, het hele jaar door (Zach. 14:8)

"Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn" (Zach. 14:8).

Bijbelse betekenis: Merk op de bron van dit water: niet een rivier die van buiten de stad komt, maar water dat uit Jeruzalem zelf vliet. Let vervolgens op de richting: naar twee zeeën tegelijk, in tegengestelde richtingen — een beeld van een zegen die zich in alle richtingen verspreidt. Let ten slotte op de laatste woorden: des zomers en des winters, in tegenstelling tot gewone beken die 's zomers opdrogen. Dit water blijft het hele jaar stromen.

Typologie: Ditzelfde beeld van levend water dat van Gods eigen troon uitgaat, keert terug in het laatste boek van de Schrift: "een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams" (reeds behandeld bij Op. 22:1).

Zach. 14:8; Op. 22:1

De HEERE zal een zijn, en Zijn Naam een  — het sleutelvers van het slothoofdstuk: universeel koningschap en ondeelbare eenheid (Zach. 14:9)

"En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE een zijn, en Zijn Naam een" (Zach. 14:9).

Bijbelse betekenis: Merk op de omvang van dit koningschap: niet over Israël alleen, maar over de ganse aarde. Let vervolgens op de tweeledige uitspraak die volgt: de HEERE zal een zijn, en Zijn Naam een. Waar door de eeuwen heen volken hun eigen goden onder verschillende namen dienden, spreekt dit vers van een tijd waarin die verdeeldheid wegvalt. Let ten slotte op waar dit vers staat: niet aan het begin van het boek, maar in het laatste hoofdstuk, als een van de laatste grote uitspraken van heel Zacharia. Dat is een gepast hoogtepunt voor een boek dat begon met een oproep tot wederkeer.

Typologie: Dat er uiteindelijk één Middelaar is tussen God en de mensen, voor alle volken tegelijk, is de belijdenis van Paulus: "er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus" (reeds behandeld bij 1 Tim. 2:5).

Zach. 14:9; 1 Tim. 2:5

HEILIGHEID DES HEEREN  — het boek sluit met de gewoonste voorwerpen van het dagelijks leven die drager worden van dezelfde inscriptie als ooit alleen de hogepriester droeg (Zach. 14:20-21)

"Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des HEEREN zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar" (Zach. 14:20). En het laatste vers van het boek: "Ja, al de potten in Jeruzalem en in Juda zullen den HEERE der heirscharen heilig zijn, zodat allen, die offeren willen, zullen komen, en van dezelve nemen, en in dezelve koken; en er zal geen Kanaaniet meer zijn, in het huis des HEEREN der heirscharen, te dien dage" (Zach. 14:21).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze woorden eerst alleen te vinden waren: gegraveerd op de gouden plaat aan de voorzijde van de hogepriesterlijke hoed. Hier staan diezelfde woorden op de bellen der paarden — het gewoonste, meest alledaagse voorwerp dat men zich kan voorstellen. Let vervolgens op Zach. 14:21: gewone kookpotten worden gelijkgesteld aan de sprengbekkens van het altaar, voorwerpen die vroeger streng gescheiden werden gehouden. Let ten slotte op de laatste zin van het boek: er zal geen Kanaaniet meer zijn in het huis des HEEREN. Het boek dat begon met een oproep tot wederkeer na ontrouw, eindigt met een huis waarin niets onheiligs meer plaatsvindt.

Typologie: Wat hier van de bellen der paarden gezegd wordt, is dezelfde inscriptie die eerst alleen op de gouden plaat van de hogepriester stond: "De HEILIGHEID DES HEEREN!" (Ex. 28:36).

Zach. 14:20-21; Ex. 28:36

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Zijn voeten zullen staan op den Olijfberg — 14:3-5, 8-9, 16

De Engel des HEEREN niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Het laatste hoofdstuk van Zacharia. De stad is ingenomen, de huizen geplunderd, de helft van het volk weggevoerd. En dan keert het tafereel: er komt Iemand van buitenaf tussenbeide.

God trekt uit ten strijde, en er wordt bij verteld waar Hij Zijn voeten zet.

**De omslag.** “En de HEERE zal uittrekken, en Hij zal strijden tegen die heidenen, gelijk ten dage als Hij gestreden heeft, ten dage des strijds.” Zoals vroeger bij de Rode Zee: het volk staat stil en Hij vecht.

**De plaats.** Dan komt de zin die dit hoofdstuk uit de algemeenheid haalt: “En Zijn voeten zullen te dien dage staan op den Olijfberg, die voor Jeruzalem ligt, tegen het oosten.”

Geen wolk en geen berg in het algemeen. Een aanwijsbare heuvel, met een naam, aan de oostkant van de stad.

De kanttekening zegt onomwonden waarop dat ziet: op de tijd van Christus, Die op de Olijfberg verkeerd heeft. Daar is Zijn lijden begonnen, en vandaar is Hij ten hemel gevaren. Zij verwijst naar Lukas 22 en naar Handelingen 1.

**De naam van de plaats.** Op die berg begon Gethsémané. Op die berg stonden de discipelen te kijken toen een wolk Hem wegnam. En op die berg zeiden twee mannen in witte kleding dat Hij op dezelfde wijze terug zou komen.

Het is de enige berg in de Bijbel waarvan gezegd wordt dat God er Zijn voeten zet.

**Wat er dan gebeurt.** De berg splijt en er ontstaat een dal om doorheen te vluchten. De kanttekening leest dat geestelijk: alle hindernissen die de heidenen de toegang tot Christus en Zijn kerk konden afsnijden, worden weggenomen; zij krijgen een open pas.

**Het water en de Koning.** Twee beloften sluiten het af. Levende wateren uit Jeruzalem, zomer en winter — dezelfde stroom die Ezechiël onder de dorpel zag en die Christus bij het loofhuttenfeest naar Zichzelf toe trok. En: “En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE een zijn, en Zijn Naam een.”

**Het slot.** De overgeblevenen van de volken die tegen Jeruzalem optrokken, komen jaarlijks terug — om aan te bidden, en om het loofhuttenfeest te vieren. De vijanden van vers 2 staan aan het eind van het hoofdstuk in de feestzaal.

  1. Exodus 14:14 — De HEERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn.
  2. Zacharia 14:3 — Hij trekt uit en strijdt tegen de volken.
  3. Zacharia 14:4 — En Zijn voeten staan op de Olijfberg, ten oosten van de stad.
  4. Lukas 22:39 — Op die berg begon Zijn lijden.
  5. Handelingen 1:12 — En vanaf die berg is Hij opgenomen.
  6. Zacharia 14:9 — De HEERE zal Koning zijn over de ganse aarde.

In het Nieuwe Testament: Handelingen 1:11-12; Lukas 22:39; Ezechiël 47:1; Johannes 7:37-38; Openbaring 11:15; Exodus 14:14

Hoever dit reikt: Wanneer en hoe dit vervuld wordt, wordt verschillend uitgelegd; sommigen lezen het van de eerste komst, anderen van de laatste dingen, en de kanttekening leest het splijten van de berg geestelijk. Wat vaststaat is de plaats die genoemd wordt, en dat het Nieuwe Testament diezelfde berg noemt bij het lijden en bij de hemelvaart. Deze post spreekt zich over de tijdsorde niet uit.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 14

Zacharia 14:20.Kruisverwijzingen1 Petrus 2:5Jesaja 23:181 Korinthe 3:16Numeri 4:14Numeri 7:84Exodus 25:29Numeri 7:19Zacharia 9:15
— Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des HEEREN zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar;
“Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De HEILIGHEID DES HEEREN. En de potten in het huis des HEEREN zullen zijn als de sprengbekkens voor het altaar;”

De eenvoudige betekenis van de tekst is deze: de dag zal komen waarop in het gewone leven de heiligheid de leidstar zal zijn. Dan zullen de alledaagse handelingen van het menselijk bestaan even goed de dienst van God zijn als het offer op het altaar. Of als de gang van de hogepriester wanneer hij achter het voorhangsel binnenging.

Denk aan wat het meest veracht was: de paarden. Aan de plaatsen die het minst voor toewijding in aanmerking leken te komen: de stallen. Aan de dingen die het minst heilig leken: het tuig van de paarden. Dat alles zal geheel en al in gehoorzaamheid aan Gods wil gebruikt worden. Op de dag waarover Zacharia spreekt, zullen de gewone dingen dus aan God toegewijd zijn en in Zijn dienst gebruikt worden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

Geniet van je vakantie, met God

Voor Iedere Dag

Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: HEILIG VOOR DE HEERE.(Zacharia 14:20) Lees verder Psalm 8. Zelfs plezier en ontspanning zullen heilig worden voor…

Sterven, maar het licht zal aanbreken

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. Zacharia 14 vers 7 Vaak zien wij onze oude…

Maak uw gewone werk heilig voor de Heere

Met Spurgeon Het Jaar Door

Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De heiligheid des Heeren. Zacharia 14:20 Paarden werden ook gebruikt voor het werk, en dat is nog zo.…

Laat alles u ertoe brengen God te prijzen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De heiligheid des Heeren. Zacharia 14:20 Als u in het alpengebied reist, vindt u het leuk om het…

De heiligheid des Heeren

Met Spurgeon Het Jaar Door

Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: De heiligheid des Heeren. Zacharia 14:20 In de tekst gaat het over paarden, die onder de joodse wet…

levend water vanuit Jeruzalem

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, ’s zomers en ’s winters zal het…

En het zal geschieden ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen

Bank Des Geloofs

En het zal geschieden ten tijde des avonds, dat het licht zal wezen. Zach. 14:7 Het zou een verrassing zijn, als het zo zou zijn, want alles wijst erop,…

Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: DE HEILIGHEID DES HEEREN

Bank Des Geloofs

Te dien dage zal op de bellen der paarden staan: DE HEILIGHEID DES HEEREN. Zach. 14:20 Gelukkige dag, wanneer alle dingen heilig zullen zijn, en de bellen van de…

En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn

Bank Des Geloofs

En de HEERE zal tot Koning over de ganse aarde zijn; te dien dage zal de HEERE één zijn, en zijn Naam één. Zach. 14:9 Zalig vooruitzicht! Dit…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content