Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 13

1 Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Te dienH1931 dageH3117 zal er een FonteinH4726 geopendH6605 zijnH1961 voor het huisH1004 DavidsH1732, en voor de inwonersH3427 van JeruzalemH3389, tegen de zondeH2403 en tegen de onreinigheidH5079. Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.

KJV In that day1 there shall be a fountain4 opened5 to the house6 of David7 and to the inhabitants8 of Jerusalem9 for sin10 and for uncleanness.

1 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 יִֽהְיֶה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 מָק֣וֹר H4726 springader, fontein, Springader fountain, issue, spring, well(-spring) 5 נִפְתָּ֔ח H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 6 לְבֵ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 דָּוִ֖יד H1732 David, Davids David 8 וּלְיֹשְׁבֵ֣י H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 9 יְרֽוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 לְחַטַּ֖את H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 11 וּלְנִדָּֽה H5079 afzondering, onreinigheid, afgezonderde [idiom] far, filthiness, [idiom] flowers, menstruous (woman), put apart, [idiom] removed (woman), separation, set apart, unclean(-ness, thing, with filthiness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En het zal te dien dageH3117 geschiedenH1961, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, dat Ik uitroeienH3772 zal uitH4480 het landH776 de namenH8034 der afgodenH6091, dat zij nietH3808 meerH5750 gedachtH2142 zullen worden; ja, ook de profetenH5030, en den onreinenH2932 geestH7307 zal Ik uitH4480 het landH776 wegdoenH5674. En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.

KJV And it shall come to pass in that day,2 saith4 the LORD5 of hosts,6 that I will cut off7 the names9 of the idols10 out of the land,12 and they shall no more be remembered:14 and also I will cause the prophets18 and the unclean21 spirit20 to pass22 out of the land.

1 וְהָיָה֩ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַיּ֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֜וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 נְאֻ֣ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 אַכְרִ֞ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שְׁמ֤וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 10 הָֽעֲצַבִּים֙ H6091 afgoden idol, image 11 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הָאָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 13 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִזָּכְר֖וּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 15 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 16 וְגַ֧ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הַנְּבִיאִ֛ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 19 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 ר֥וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 21 הַטֻּמְאָ֖ה H2932 onreinigheid, onreinigheden, onreins filthiness, unclean(-ness) 22 אַעֲבִ֥יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 23 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 24 הָאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in den Naam des HEEREN; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En het zal geschiedenH1961, wanneer iemandH376 meerH5750 profeteertH5012, datH3588 zijn vaderH1 en zijn moederH517, die hem gegenereerdH3205 hebben, totH413 hem zullen zeggenH559: Gij zult nietH3808 levenH2421, dewijlH3588 gij valsheidH8267 gesprokenH1696 hebt in den NaamH8034 des HEERENH3068; en zijn vaderH1 en zijn moederH517, die hem gegenereerdH3205 hebben, zullen hem doorstekenH1856, wanneer hij profeteertH5012. En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in den Naam des HEEREN; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert.

KJV And it shall come to pass, that when any4 shall yet prophesy,3 then his father8 and his mother9 that begat10 him shall say6 unto him, Thou shalt not live;12 for thou speakest15 lies14 in the name16 of the LORD:17 and his father19 and his mother20 that begat21 him shall thrust18 him through when he prophesieth.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 יִנָּבֵ֣א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 אִישׁ֮ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 עוֹד֒ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 6 וְאָמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֵ֠לָיו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אָבִ֨יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וְאִמּ֤וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 10 יֹֽלְדָיו֙ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 11 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 תִֽחְיֶ֔ה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 13 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 שֶׁ֥קֶר H8267 leugen, valse, valsheid without a cause, deceit(-ful), false(-hood, -ly), feignedly, liar, [phrase] lie, lying, vain (thing), wrongfully 15 דִּבַּ֖רְתָּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 16 בְּשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 17 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 וּדְקָרֻ֜הוּ H1856 doorstoken, doorstak, doorsteek pierce, strike (thrust) through, wound 19 אָבִ֧יהוּ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 20 וְאִמּ֛וֹ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 21 יֹלְדָ֖יו H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 22 בְּהִנָּבְאֽוֹ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk van wege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen, om te liegen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En het zal geschiedenH1961 te dien dageH3117, dat die profetenH5030 beschaamdH954 zullen worden, een iegelijkH376 van wege zijn gezichtH2384, wanneer hij profeteertH5012; en zij zullen geenH3808 harenH8181 mantelH155 aandoenH3847, omH4616 te liegenH3584; En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk van wege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen, om te liegen;

KJV And it shall come to pass in that day,2 that the prophets5 shall be ashamed4 every one6 of his vision,7 when he hath prophesied;8 neither shall they wear10 a rough12 garment11 to deceive:

1 וְהָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הַה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 יֵבֹ֧שׁוּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 5 הַנְּבִיאִ֛ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 מֵחֶזְיֹנ֖וֹ H2384 gezicht, gezichten, gezichts vision 8 בְּהִנָּֽבְאֹת֑וֹ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 9 וְלֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 יִלְבְּשׁ֛וּ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 11 אַדֶּ֥רֶת H155 mantel, overkleed, heerlijken garment, glory, goodly, mantle, robe 12 שֵׂעָ֖ר H8181 haren, geschieden, harig hair(-y), [idiom] rough 13 לְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 14 כַּחֵֽשׁ H3584 liegen, gelogen, geveinsdelijk onderworpen deceive, deny, dissemble, fail, deal falsely, be found liars, (be-) lie, lying, submit selves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een man, die het land bouwt; want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Maar hij zal zeggenH559: Ik ben geenH3808 profeetH5030, ikH595 ben een manH376, die het landH127 bouwtH5647; wantH3588 een mensH120 heeft mij daartoe geworvenH7069 van mijn jeugdH5271 aan. Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een man, die het land bouwt; want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan.

KJV But he shall say,1 I am no prophet,3 I am an husbandman;5 for man10 taught me to keep cattle11 from my youth.

1 וְאָמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 נָבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 4 אָנֹ֑כִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which 5 אִישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 עֹבֵ֤ד H5647 dienen, gediend, dient [idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper, 7 אֲדָמָה֙ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 8 אָנֹ֔כִי H595 ik, mij I, me, [idiom] which 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אָדָ֖ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 11 הִקְנַ֥נִי H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 12 מִנְּעוּרָֽי H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zo iemandH413 tot hem zegtH559: WatH4100 zijn dezeH428 wondenH4347 in uw handenH3027? zo zal hij zeggenH559: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagenH5221 ben, in het huisH1004 mijner liefhebbersH157. En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers.

Ook in dit vers [wonden]H834

KJV And one shall say1 unto him, What are these wounds4 in thine hands?7 Then he shall answer,8 Those with which I was wounded10 in the house11 of my friends.

1 וְאָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 מָ֧ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 4 הַמַּכּ֛וֹת H4347 slag, plagen, plage beaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed) 5 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 6 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 7 יָדֶ֑יךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 וְאָמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הֻכֵּ֖יתִי H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 11 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 מְאַהֲבָֽי H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 ZwaardH2719! ontwaakH5782 tegenH5921 Mijn HerderH7462, en tegenH5921 den ManH1397, Die Mijn MetgezelH5997 is, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635; slaH5221 dien HerderH7462, en de schapenH6629 zullen verstrooidH6327 worden; maar Ik zal Mijn handH3027 tot de kleinenH6819 wendenH7725. Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.

KJV Awake,2 O sword,1 against my shepherd,13 and against the man6 that is my fellow,7 saith8 the LORD9 of hosts:10 smite11 the shepherd, and the sheep15 shall be scattered:14 and I will turn16 mine hand17 upon the little ones.

1 חֶ֗רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 2 עוּרִ֤י H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 רֹעִי֙ H7473 herder, herders shipherd 5 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 גֶּ֣בֶר H1397 man, mans, mannen every one, man, [idiom] mighty 7 עֲמִיתִ֔י H5997 naaste, naasten, Metgezel another, fellow, neighbour 8 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 הַ֤ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 הָֽרֹעֶה֙ H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 14 וּתְפוּצֶ֣יןָ H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 15 הַצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 16 וַהֲשִׁבֹתִ֥י H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 17 יָדִ֖י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 הַצֹּעֲרִֽים H6819 gering, klein, kleinen be brought low, little one, be small
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En het zal geschiedenH1961 in het ganseH3605 landH776, spreektH5002 de HEEREH3068, de tweeH8147 delenH6310 daarin zullen uitgeroeidH3772 worden, en den geestH1478 geven; maar het derdeH7992 deel zal daarin overblijvenH3498. En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.

KJV And it shall come to pass, that in all the land,3 saith4 the LORD,5 two7 parts6 therein shall be cut off9 and die;10 but the third11 shall be left

1 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 פִּֽי H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 7 שְׁנַ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 בָּ֔הּ 9 יִכָּרְת֖וּ H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 10 יִגְוָ֑עוּ H1478 geest, doodbrakende, eest die, be dead, give up the ghost, perish 11 וְהַשְּׁלִשִׁ֖ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 12 יִוָּ֥תֶר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 13 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zal dat derdeH7992 deel in het vuurH784 brengenH935, en Ik zal het louterenH6884, gelijk men zilverH3701 loutertH6884, en Ik zal het beproevenH974, gelijk men goudH2091 beproeftH974; hetH1931 zal Mijn NaamH8034 aanroepenH7121, en IkH589 zal het verhorenH6030; Ik zal zeggenH559: Het is Mijn volkH5971; en hetH1931 zal zeggenH559: De HEEREH3068 is mijn GodH430. En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.

KJV And I will bring1 the third part3 through the fire,4 and will refine5 them as silver8 is refined,6 and will try9 them as gold12 is tried:10 they shall call14 on my name,15 and I will hear17 them: I will say,19 It is my people:20 and they shall say,23 The LORD24 is my God.

1 וְהֵבֵאתִ֤י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַשְּׁלִשִׁית֙ H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 4 בָּאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 5 וּצְרַפְתִּים֙ H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 6 כִּצְרֹ֣ף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַכֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 9 וּבְחַנְתִּ֖ים H974 proeft, beproefd, beproeft examine, prove, tempt, try (trial) 10 כִּבְחֹ֣ן H974 proeft, beproefd, beproeft examine, prove, tempt, try (trial) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַזָּהָ֑ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 13 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 יִקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 15 בִשְׁמִ֗י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 16 וַֽאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 אֶעֱנֶ֣ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 18 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 אָמַ֨רְתִּי֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 20 עַמִּ֣י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 21 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 22 וְה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 23 יֹאמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 24 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 25 אֱלֹהָֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 13:1 Psalmen 51:2 Ezechiël 36:25 1 Korinthe 6:11 Johannes 1:29 Zacharia 12:3 Jesaja 1:16 Psalmen 51:7 1 Johannes 5:6
Zacharia 13:2 Jeremia 23:14 1 Koningen 22:22 Hosea 2:17 Ezechiël 36:25 Ezechiël 30:13 Exodus 23:13 Mattheüs 12:43 Sefanja 1:3
Zacharia 13:3 Deuteronomium 13:6 Deuteronomium 18:20 Mattheüs 10:37 Lukas 14:26 2 Korinthe 5:16 Ezechiël 14:9 Deuteronomium 33:9 Exodus 32:27
Zacharia 13:4 2 Koningen 1:8 Jesaja 20:2 Mattheüs 3:4 Micha 3:6 Jeremia 2:26 Jeremia 6:15 Openbaring 11:3 Markus 1:6
Zacharia 13:5 Amos 7:14 Handelingen 19:17
Zacharia 13:6 Spreuken 27:5 1 Koningen 18:28 Psalmen 22:16 Johannes 19:14 Johannes 18:35 Openbaring 13:16 Openbaring 14:11
Zacharia 13:7 Markus 14:27 Jesaja 40:11 Mattheüs 26:31 Zacharia 11:7 Jeremia 23:5 Micha 5:2 Ezechiël 37:24 Jeremia 47:6
Zacharia 13:8 Ezechiël 5:12 Ezechiël 5:2 Jesaja 6:13 Maleachi 4:1 Lukas 21:20 Mattheüs 24:21 Mattheüs 23:35 Zacharia 14:1
Zacharia 13:9 Jesaja 48:10 Psalmen 50:15 1 Petrus 1:6 Jeremia 29:11 Zacharia 10:6 Jesaja 65:23 Maleachi 3:2 1 Petrus 4:12
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 13 vers 1

dien dage Te weten, als de Messias zal gekoemen zijn.

Hertaald: dien dage Namelijk wanneer de Messias gekomen zal zijn.

een Fontein Of, springader, bronwel; dat is, de genade Gods van de vergeving der zonden door het bloed van Jezus Christus, in hetwelk wij gewassen zijn.

Hertaald: een Fontein Of: springader, bronwel; dat is: de genade van God in de vergeving van de zonden door het bloed van Jezus Christus, waarin wij gewassen zijn.

geopend zijn Te weten, geopend zijnde, of wordende, door de predikatie van het heilig Evangelie.

Hertaald: geopend zijn Namelijk geopend door de prediking van het heilig Evangelie.

voor het huis Davids, Dat is, voor de gelovige kinderen Gods.

Hertaald: voor het huis Davids, Dat is: voor de gelovige kinderen van God.

tegen de zonde Dat is, tot afwassing der zonden en alle onreinheden uit en met de zonden ontstaande.

Hertaald: tegen de zonde Dat is: tot afwassing van de zonden en van alle onreinheden die uit en met de zonde ontstaan.

de onreinigheid Het Hebr. woord betekent eigenlijk de afzondering vanwege de onzuiverheid der maandstonden, van welke gehandeld wordt Lev 12 , en Lev 15 .

Hertaald: de onreinigheid Het Hebreeuwse woord duidt eigenlijk de afzondering aan vanwege de onreinheid van de maandstonden, waarover gehandeld wordt in Lev. 12 en Lev. 15.

Zacharia 13 vers 2

de namen Dat is, alle afgoderij, alzo dat zij niet meer onder ulieden zal genoemd worden; verg. Ps. 16:4 ; Hos. 2:16 .

Hertaald: de namen Dat is: alle afgoderij, zodat die niet meer onder u genoemd zal worden; vergelijk Ps. 16:4; Hos. 2:16.

afgoden, Van het woord afgoden zie 1 Sam. 31:9 .

Hertaald: afgoden, Over het woord afgoden, zie 1 Sam. 31:9.

de profeten, Te weten, de valse profeten. Anders: [hunne] profeten, te weten der afgoden.

Hertaald: de profeten, Namelijk de valse profeten. Anders: hun profeten, namelijk die van de afgoden.

den onreinen geest Dat is, de valse leraars, die een onreine leer drijven door ingeving van den bozen onreine geest, te weten, van den duivel. Verg. 1 Joh. 4:1-3 .

Hertaald: den onreinen geest Dat is: de valse leraars, die een onreine leer verkondigen door ingeving van de boze, onreine geest, namelijk van de duivel. Vergelijk 1 Joh. 4:1-3.

zal Ik uit het land wegdoen Hetzij door straffe uitroeiing, Deu 13 , of door overreding tot verloochening van denzelven.

Hertaald: zal Ik uit het land wegdoen Hetzij door strenge uitroeiing, Deut. 13, hetzij door hen ertoe te bewegen die te verloochenen.

Zacharia 13 vers 3

meer profeteert, Te weten, valselijk, makende God tot een dekmantel zijner leugens; of wanneer iemand meer profeteert door ingeven van den onreinen geest.

Hertaald: meer profeteert, Namelijk vals, terwijl hij God tot een dekmantel van zijn leugens maakt; of wanneer iemand nog profeteert door ingeving van de onreine geest.

dat zijn vader en zijn moeder, De zin is: Bij de gelovigen zal zulk een ijver zijn, dat zij geen valsen profeet of leraar zullen kunnen dulden noch lijden, alzo dat zelfs zijn eigen ouders of naaste bloedvrienden hem verwijzen zullen, achtervolgens de wet Gods; Deut. 13:6 , Deut. 13:8 .

Hertaald: dat zijn vader en zijn moeder, De betekenis is: bij de gelovigen zal zo'n ijver zijn dat zij geen valse profeet of leraar zullen kunnen dulden of verdragen, zodat zelfs zijn eigen ouders of naaste bloedverwanten hem zullen aanklagen, overeenkomstig de wet van God; Deut. 13:6, Deut. 13:8.

Gij zult niet leven, Dat is, gij zijt niet wward dat gij leeft, gij behoort niet langer te leven; maar gij zijt waardig gedood te worden, achtervolgens de wet; Deut. 13:1 , enz.

Hertaald: Gij zult niet leven, Dat is: u bent het niet waard dat u leeft, u behoort niet langer te leven; integendeel, u verdient het gedood te worden, overeenkomstig de wet; Deut. 13:1, enzovoort.

zullen hem doorsteken, Gedreven zijnde door een goddelijke ijver, zullen zij hem den rechters overleveren om gestraft te worden. Doch anderen menen dat het Hebr. woord hier betekent bestraffen, niet alleen met woorden, maar ook met harde slagen.

Hertaald: zullen hem doorsteken, Gedreven door een goddelijke ijver zullen zij hem aan de rechters overleveren om gestraft te worden. Maar anderen menen dat het Hebreeuwse woord hier bestraffen betekent, niet alleen met woorden maar ook met harde slagen.

profeteert Te weten, valselijk.

Hertaald: profeteert Namelijk vals.

Zacharia 13 vers 4

die profeten Te weten, die valse profeten.

Hertaald: die profeten Namelijk die valse profeten.

beschaamd zullen worden, Overtuigd zijnde van valse leer door klare licht der waarheid en van hun eigen ouders.

Hertaald: beschaamd zullen worden, Doordat zij van valse leer overtuigd worden door het heldere licht van de waarheid en door hun eigen ouders.

zijn gezicht, Dat is, zijn valse profetie.

Hertaald: zijn gezicht, Dat is: zijn valse profetie.

geen haren mantel aandoen, Gelijk eertijds Elia gedaan heeft, 2 Kon. 1:8 , en Johannes de Doper, Matt. 3:4 ; verg. Jes. 20:2 . Dir deden de valse profeten, om hunne woorden des te groter schijn van heiligheid te geven.

Hertaald: geen haren mantel aandoen, Zoals Elia vroeger gedaan heeft, 2 Kon. 1:8, en Johannes de Doper, Matth. 3:4; vergelijk Jes. 20:2. Dit deden de valse profeten om hun woorden des te meer schijn van heiligheid te geven.

Zacharia 13 vers 5

hij zal zeggen Dat is, een iegelijk dezer profeten.

Hertaald: hij zal zeggen Dat is: ieder van deze profeten.

ik ben een man, Alsof hij zeide: Ik heb dit beroep verlaten, de landbouwerij is de hantering, die ik geleerd en gedaan heb van mijne jeugd aan, daar heb ik mij wederom toe begeven.

Hertaald: ik ben een man, Alsof hij zei: ik heb dat beroep verlaten; de landbouw is het vak dat ik van jongs af geleerd en beoefend heb, en daartoe heb ik mij weer begeven.

een mens heeft mij daartoe geworven Of, men heeft mij gesteld over het vee, of het vee leren opvoeden, enz. of want men heeft mij geleerd met het vee om te gaan, enz.

Hertaald: een mens heeft mij daartoe geworven Of: men heeft mij over het vee aangesteld, of: mij het vee leren opfokken, enzovoort; of: want men heeft mij geleerd met het vee om te gaan, enzovoort.

Zacharia 13 vers 6

Wat zijn deze wonden in uw handen? Dat is, wat beduiden deze wonden? Hebr. slagen; dat is, littekenen van wonden; verg. 1 Kon. 18:28 ; in uwe handen. Versta hierbij, en ook verder, in uw lichaam. Of, aldus: Waarom zijn deze wonden in uwe handen? Zo zal hij zeggen: omdat ik geslagen ben, enz.

Hertaald: Wat zijn deze wonden in uw handen? Dat is: wat betekenen deze wonden? Hebreeuws: slagen; dat is: littekens van wonden; vergelijk 1 Kon. 18:28. In uw handen — vul hierbij aan: en ook verder in uw lichaam. Of aldus: waarom zijn deze wonden in uw handen? Dan zal hij zeggen: omdat ik geslagen ben, enzovoort.

mijner liefhebbers Dat is, dergenen die mij liefhebben of beminnen, te weten, mijne ouder of naaste vrienden, die door harde slagen [daar ik nog de littekenen van draag] mij hebbe afgewend en afgehouden van leugens te spreken en van valse profetieën. Men zegt gemeenlijk, harde slagen leren wel, en tot een harden knoest moet men een scherpen beitel gebruiken.

Hertaald: mijner liefhebbers Dat is: van hen die mij liefhebben, namelijk mijn ouders of naaste vrienden, die mij door harde slagen — waarvan ik nog de littekens draag — afgewend en afgehouden hebben van het spreken van leugens en van valse profetieën. Men zegt gewoonlijk: harde slagen leren wel, en voor een harde knoest moet men een scherpe beitel gebruiken.

Zacharia 13 vers 7

Zwaard Dewijl in het naastvoortgaande vers gezegd is hoe de valse profeet van zijn eigen vriend is behandeld, zo neemt de Heere, namelijk God de Vader, daaruit aanleiding om te voorzeggen hoe Christus zijn lieve Zoon en opperste Herder, alsof Hij ook een valse profeet ware, geslagen en omgebracht zou worden. Doch zulks zou niet bij geval geschieden, maar naar zijn goddelijke ordinantie. Verg. Matt. 26:31 ; Joh 14; Joh 16; Joh 18; Hand. 2:23 ; Hand. 4:28

Hertaald: Zwaard Omdat in het vorige vers gezegd is hoe de valse profeet door zijn eigen vrienden behandeld is, neemt de HEERE — namelijk God de Vader — daaruit aanleiding om te voorzeggen hoe Christus, Zijn lieve Zoon en opperste Herder, geslagen en omgebracht zou worden alsof Hij ook een valse profeet was. Maar dat zou niet bij toeval gebeuren, maar naar Zijn goddelijke beschikking. Vergelijk Matth. 26:31; Joh. 14, Joh. 16 en Joh. 18; Hand. 2:23; Hand. 4:28.

Die Mijn Metgezel is, Namelijk mijn eniggeboren Zoon, eenswezens met mij.

Hertaald: Die Mijn Metgezel is, Namelijk Mijn eniggeboren Zoon, van hetzelfde wezen als Ik.

de kleinen Door de kleinen worden hier verstaan de discipelen van Christus, die eenvoudige onaanzienlijke mannen waren, van wie Christus tot degenen, die Hem vingen, zeide: Zoekt gij mij, zo laat dezen gaan. En nadat zij verstrooid waren, heeft hen de Heere wederom vergaderd, Joh. 18:8 . Doch men kan hier ook door de kleinen verstaan de uitverkoren kinderen Gods, die klein zijn voor de ogen der wereld; zie Matt. 18:10 , Matt. 18:14 .

Hertaald: de kleinen Onder de kleinen worden hier de discipelen van Christus verstaan, die eenvoudige, onaanzienlijke mannen waren en van wie Christus tegen hen die Hem gevangennamen zei: als u Mij zoekt, laat dezen dan gaan. En nadat zij verstrooid waren, heeft de Heere hen weer verzameld, Joh. 18:8. Maar men kan hier onder de kleinen ook de uitverkoren kinderen van God verstaan, die klein zijn in de ogen van de wereld; zie Matth. 18:10, Matth. 18:14.

wenden Te weten, om hen te verzamelen en in het geloof te sterken. Van de manier van spreken zie Ezech. 38:12 . Anders: En Ik zal mijne hand tegen de kleinen wenden; die mede vervolging zullen lijden gelijk hunne herders.

Hertaald: wenden Namelijk om hen te verzamelen en in het geloof te versterken. Zie over deze manier van spreken Ezech. 38:12. Anders: en Ik zal Mijn hand tegen de kleinen keren, die ook vervolging zullen lijden zoals hun herders.

Zacharia 13 vers 8

de twee delen Hebr. de mond van tweën, gelijk Deut. 21:17 ; dat is, de twee delen. De zin is: dat verre het grootste deel der mensen zou verworpen worden en in zijne zonden en ongeloof blijven liggen en bederven; de klienste hoop zal zalig worden. Zie Matt. 7:13 ; Luc. 8:5 , enz.

Hertaald: de twee delen Hebreeuws: de mond van twee, zoals Deut. 21:17; dat is: de twee delen. De betekenis is dat verreweg het grootste deel van de mensen verworpen zou worden en in hun zonden en ongeloof zou blijven liggen en verderven; de kleinste groep zal zalig worden. Zie Matth. 7:13; Luk. 8:5, enzovoort.

den geest geven; Verg. zoveel de betekenis van het woord verlangt, Gen. 6:17 , en Num. 17:12-13 .

Hertaald: den geest geven; Vergelijk, voor zover de betekenis van het woord dat toelaat, Gen. 6:17 en Num. 17:12-13.

het derde deel Te weten, die Ik uit genade zal verschonen en sparen.

Hertaald: het derde deel Namelijk zij die Ik uit genade zal sparen en verschonen.

Zacharia 13 vers 9

dat derde deel Te weten, dat derde deel, hetwelk mijne uitverkorenen zijn.

Hertaald: dat derde deel Namelijk dat derde deel, dat Mijn uitverkorenen zijn.

in het vuur brengen, Versta hier, het vuur der vervolging en van het kruis. Zie Jes. 1:25 , en Jes. 48:10 ; 1 Petr. 1:7 .

Hertaald: in het vuur brengen, Versta hier het vuur van de vervolging en van het kruis. Zie Jes. 1:25 en Jes. 48:10; 1 Petr. 1:7.

het zal Mijn Naam aanroepen, Het derde deel. De zin is: Een iegenlijk dezer uitverkorenen, die Ik alzo zal beproefd hebben, zal mijnen naam aanroepen, enz.

Hertaald: het zal Mijn Naam aanroepen, Namelijk het derde deel. De betekenis is: ieder van deze uitverkorenen, die Ik zo beproefd zal hebben, zal Mijn Naam aanroepen, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Een Fontein geopend tegen de zonde en tegen de onreinigheid  — onmiddellijk na het aanschouwen van de Doorstokene volgt een bron die reinigt (Zach. 13:1)

"Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid" (Zach. 13:1).

Bijbelse betekenis: Merk op de plaats van dit vers: direct na de rouwklage over Hem Die doorstoken werd (reeds behandeld bij Zach. 12:10). De rouw is niet het laatste woord; er volgt onmiddellijk reiniging. Let vervolgens op voor wie deze Fontein geopend wordt: niet alleen voor het gewone volk, maar uitdrukkelijk ook voor het huis Davids — zelfs de koninklijke lijn zelf heeft reiniging nodig. Let ten slotte op de twee dingen waartegen de Fontein werkt: de zonde en de onreinigheid — schuld en besmetting, beide weggenomen door dezelfde bron.

Typologie: Dat reiniging rechtstreeks voortvloeit uit wat er met de Doorstokene gebeurde, wordt bevestigd waar uit Zijn doorstoken zijde bloed en water vloeiden (reeds behandeld bij Joh. 19:34).

Zach. 12:10; Zach. 13:1; Joh. 19:34

Sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden  — een oproep aan het zwaard zelf om de Herder te treffen, met een belofte voor de kleinen die overblijven (Zach. 13:7)

"Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden" (Zach. 13:7).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier wordt aangesproken: niet de Herder Zelf, maar het zwaard, dat wordt opgeroepen om te ontwaken. Let vervolgens op de twee aanduidingen van deze Herder: Mijn Herder en den Man, Die Mijn Metgezel is. Dat is een nabijheid tot de HEERE Zelf die het vers een bijzondere diepte geeft. Let ten slotte op de twee gevolgen die na elkaar genoemd worden: eerst verstrooiing van de kudde wanneer de Herder geslagen wordt. Dan toch een belofte — Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden — de kleinsten worden niet aan hun lot overgelaten.

Typologie: De Heere Jezus haalt dit vers rechtstreeks op Zichzelf aan, vlak voor Zijn gevangenneming: "Gij zult allen aan Mij geergerd worden in deze nacht; want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden" (Matt. 26:31).

Zach. 13:7; Matt. 26:31

Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert  — van de kudde die verstrooid werd, blijft een derde deel over, dat door vuur gaat (Zach. 13:8-9)

"En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven" (Zach. 13:8). Wat er met dat overblijfsel gebeurt: "En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren" (Zach. 13:9).

Bijbelse betekenis: Merk op de verhouding die genoemd wordt: twee derde gaat verloren, één derde blijft over — geen kleine rest, maar ook geen ongeschonden geheel. Let vervolgens op de twee beelden voor wat dat overblijfsel te wachten staat: louteren gelijk zilver, beproeven gelijk goud — beide processen die onzuiverheden wegbranden zonder het edele metaal zelf te vernietigen. Let ten slotte op het resultaat in Zach. 13:9: een volk dat Zijn Naam aanroept, en een God Die antwoordt, en de wederzijdse belijdenis die daarop volgt: Het is Mijn volk... De HEERE is mijn God.

Typologie: Datzelfde beeld van vuur dat beproeft zonder te vernietigen wat echt is, gebruikt Paulus voor het werk dat op het fondament Christus gebouwd wordt: "de dag zal het verklaren, dewijl het door vuur ontdekt wordt; en hoedanig eens iegelijks werk is, zal het vuur beproeven" (1 Kor. 3:13).

Zach. 13:8-9; 1 Kor. 3:13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Sla dien Herder — 13:7-9

Het hoofdstuk gaat over valse profeten die ontmaskerd worden en zich schamen voor hun wonden. En dan keert het ineens om, en spreekt God over Iemand Die geslagen wordt zonder dat Hij vals is.

God roept het zwaard op tegen Zijn eigen Herder — en noemt Hem in dezelfde adem Zijn Metgezel.

Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder. Het zwaard is Gods eigen zwaard, het werktuig van Zijn gericht, en het wordt opgeroepen tegen Iemand Die Hij Mijn Herder noemt.

De kanttekening legt het verband met het voorgaande: omdat er gezegd is hoe de valse profeet door zijn eigen vrienden behandeld werd, neemt de HEERE daaruit aanleiding om te voorzeggen hoe Christus, Zijn lieve Zoon en opperste Herder, geslagen en omgebracht zou worden alsof Hij ook een valse profeet was.

En dan die aanduiding: den Man, Die Mijn Metgezel is. De kanttekening zegt zonder omhaal wat dat inhoudt: namelijk Mijn eniggeboren Zoon, van hetzelfde wezen als Ik.

Daar staan de drie dingen bij elkaar die nergens anders zo dicht op elkaar staan: het zwaard van God, de Herder, en Iemand van hetzelfde wezen.

Christus haalt dit vers aan op de weg naar Gethsémané. Hij zegt tegen Zijn discipelen dat zij allen in dezen nacht aan Hem geërgerd zullen worden, want er is geschreven: Ik zal den Herder slaan, en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. En zo gebeurde het, nog diezelfde nacht.

Het slot van het vers is echter geen verstrooiing maar zorg: maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. De kanttekening verstaat daaronder de discipelen, eenvoudige en onaanzienlijke mannen, van wie Christus tegen Zijn gevangennemers zei: indien gij Mij zoekt, zo laat dezen heengaan. En na de verstrooiing heeft de Heere hen weer verzameld.

  1. Zacharia 13:7 — Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, tegen den Man Die Mijn Metgezel is.
  2. Zacharia 13:7 — Sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden.
  3. Mattheüs 26:31 — Christus haalt dit vers aan op weg naar Gethsémané.
  4. Mattheüs 26:56 — Toen verlieten Hem al de discipelen en vloden.
  5. Johannes 18:8 — Indien gij Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.
  6. Johannes 21:15-17 — Na de verstrooiing verzamelt Hij hen weer.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 26:31, 56; Markus 14:27; Johannes 18:8; Johannes 10:11

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 13

Zacharia 13:1.KruisverwijzingenPsalmen 51:2Ezechiël 36:251 Korinthe 6:11Johannes 1:29Zacharia 12:3Jesaja 1:16Psalmen 51:71 Johannes 5:6
— Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.
“Te dien dage zal er een Fontein geopend zijn voor het huis Davids, en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinigheid.”

Wat is deze fontein die geopend heet te zijn, en wanneer en hoe werd zij geopend? Het is een fontein die voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem geopend is, tegen de zonde en tegen de onreinheid.

De zegen waarover hier gesproken wordt, gaat over de grootste kwaden waaraan het menselijk geslacht onderworpen is: de zonde en de onreinheid. Wij zijn allen gevallen, en wij hebben onze val allen door onze zondige praktijk bewezen. De zonde heeft ons van God gescheiden en Zijn goddelijke toorn over ons gebracht. En de onreinheid, die een neiging is om in de zonde te blijven, verhindert ons tot onze hemelse Vader terug te keren en opnieuw in gemeenschap met Hem te treden.

Dit grote kwaad in zijn dubbele gestalte wordt naar de tekst door God uitdrukkelijk onderkend. Er wordt niet door de vingers naar gezien; het wordt niet als een kleinigheid behandeld die maar blijven mag. En toch mogen wij door God geliefd zijn en gelukkig wezen, want er is voorziening gemaakt om dat kwaad weg te nemen. De tekst zegt niet dat de vuilheid bedekt wordt of dat de overtreding verontschuldigd wordt. Hij zegt dat er een fontein geopend is tot werkelijke wegneming van de zonde en de onreinheid.

In het evangelie speelt God nooit met de zonde van de mens. Wij verkondigen volle, vrije en onmiddellijke vergeving aan de grootste van de zondaars, maar niet op een manier die ons de zonde in Gods achting gering doet achten. Door het offer van Zijn Zoon maakt God het Zichzelf mogelijk barmhartig te zijn zonder onrechtvaardig te wezen. In de plaatsvervanging van Christus Jezus zien wij hoe het recht en de barmhartigheid elkaar in vrede omhelzen en elkaar dubbele eer bewijzen.

Zij zullen die vergeving zien wanneer zij hun zonde waarlijk gezien hebben. Wordt eenmaal de vuilheid van hun overtreding bemerkt, dan wordt ook de fontein van de reiniging bemerkt. Niemand kent ooit de kostbaarheid van het door God gegeven geneesmiddel voordat hij de kracht van de verschrikkelijke ziekte gevoeld heeft. Niemand duikt door het geloof in de kristallen fontein van de volkomen reiniging zonder eerst de vuilheid te bewenen die weggenomen moet worden.

Zacharia 13:2.KruisverwijzingenJeremia 23:141 Koningen 22:22Hosea 2:17Ezechiël 36:25Ezechiël 30:13Exodus 23:13Mattheüs 12:43Sefanja 1:3
— En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE der heirscharen, dat Ik uitroeien zal uit het land de namen der afgoden, dat zij niet meer gedacht zullen worden; ja, ook de profeten, en den onreinen geest zal Ik uit het land wegdoen.
Waar vergeving is, is zeker ook heiligmaking. De afgoden moeten vallen en de valse profeten moeten weg. Wij kunnen niet onze zonden houden én een Zaligmaker hebben. Hebben wij Christus om onze zonde uit te wissen, dan moeten wij diezelfde Christus ook hebben om de zonde zelf weg te nemen. Dat wil zeggen: haar gezag, haar kracht en haar heerschappij over ons.

Zacharia 13:3.KruisverwijzingenDeuteronomium 13:6Deuteronomium 18:20Mattheüs 10:37Lukas 14:262 Korinthe 5:16Ezechiël 14:9Deuteronomium 33:9Exodus 32:27
— En het zal geschieden, wanneer iemand meer profeteert, dat zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, tot hem zullen zeggen: Gij zult niet leven, dewijl gij valsheid gesproken hebt in den Naam des HEEREN; en zijn vader en zijn moeder, die hem gegenereerd hebben, zullen hem doorsteken, wanneer hij profeteert.
Zo hevig zal de afkeer van valse profeten zijn, dat mensen zelfs hun eigen kinderen niet zullen sparen. Zij zullen een gruwel aan hen hebben wanneer die opstaan tegen de HEERE der heirscharen en tegen Zijn waarheid.

Zacharia 13:4.Kruisverwijzingen2 Koningen 1:8Jesaja 20:2Mattheüs 3:4Micha 3:6Jeremia 2:26Jeremia 6:15Openbaring 11:3Markus 1:6
— En het zal geschieden te dien dage, dat die profeten beschaamd zullen worden, een iegelijk van wege zijn gezicht, wanneer hij profeteert; en zij zullen geen haren mantel aandoen, om te liegen;
Zij zullen dit goddeloze beroep meteen en voorgoed opgeven. Iemand die zich uitgaf voor een voorspeller van de toekomst, laat na zijn bekering dat kwade beroep varen. Zo mogen bekeerde mensen nooit in gezelschap zijn van hen die met de geesten van de doden omgaan en toverij en dergelijke gruwelen bedrijven. Alles van die soort moet door godvruchtige mensen verafschuwd worden, en zij moeten er zich met heilige afschuw en weerzin van afkeren.

Zacharia 13:5-6.KruisverwijzingenAmos 7:14Handelingen 19:17Spreuken 27:51 Koningen 18:28Psalmen 22:16Johannes 19:14Johannes 18:35Openbaring 13:16
— Maar hij zal zeggen: Ik ben geen profeet, ik ben een man, die het land bouwt; want een mens heeft mij daartoe geworven van mijn jeugd aan. En zo iemand tot hem zegt: Wat zijn deze wonden in uw handen? zo zal hij zeggen: Het zijn de wonden, waarmede ik geslagen ben, in het huis mijner liefhebbers.
Wat zijn deze tekenen van de afgoden? Bent u er niet mee gebrandmerkt? Behoorde u niet tot dat vervloekte gezelschap dat afgoden dient en de tekenen ervan in de handen ontvangt?

De afgodendienst zal zo’n verfoeilijke zaak worden, dat hij liever wat anders zegt dan te bekennen dat hij ooit iets met afgoden te doen gehad heeft. Juist die tekenen waarin de valse profeten zich eens beroemden, zullen zij verfoeien.

Nu dan, broeders: aangezien de heidense profeten in hun lichaam de tekenen van hun goden ontvingen, verstaan wij iets van wat Paulus bedoelde toen hij aan de Galaten schreef: “Voorts, niemand doe mij moeite aan; want ik draag de merktekenen van den Heere Jezus in mijn lichaam.” Hij beschouwde de striemen van de gesel, waarmee hij om Christus’ wil telkens weer geslagen was, als bewijzen dat hij Jezus toebehoorde. Zij tekenden hem met het merk van de grote Koning, zodat alle mensen konden weten dat hij aan Hem en aan Zijn dienst toegewijd was.

Zacharia 13:7-8.KruisverwijzingenMarkus 14:27Jesaja 40:11Mattheüs 26:31Zacharia 11:7Jeremia 23:5Micha 5:2Ezechiël 37:24Jeremia 47:6
— Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden. En het zal geschieden in het ganse land, spreekt de HEERE, de twee delen daarin zullen uitgeroeid worden, en den geest geven; maar het derde deel zal daarin overblijven.
“Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.”

Zo heeft God in de tijden van Zijn hevigste oordelen een overblijfsel naar de verkiezing van de genade dat aan het zwaard ontkomen zal. En dat is omdat dat zwaard opgewekt is tegen Hem Die hun Vertegenwoordiger en hun Borg was, en Die als Plaatsvervanger in hun plaats stond.

Zacharia 13:9.KruisverwijzingenJesaja 48:10Psalmen 50:151 Petrus 1:6Jeremia 29:11Zacharia 10:6Jesaja 65:23Maleachi 3:21 Petrus 4:12
— En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.
Behouden, maar zo als door vuur. Dat is in zekere zin waar van alle rechtvaardigen. Zij zullen zeker behouden worden. En al zouden de vuren van de vervolging om hen heen woeden, de HEERE zal hen door het vuur heen brengen. Zij zullen er niet in vergaan, maar er zelfs goed uit trekken.

Bent u Gods volk, dan zult u zeker beproefd en getoetst worden. Zo zeker als God u in het derde deel gezet heeft dat Hij behouden zal, zo zeker heeft Hij ook beschikt dat u door het vuur zou gaan. U zult, van binnen en van buiten, dat ondervinden wat uw oprechtheid toetst en bewijst of uw geloof van goddelijke oorsprong is of niet. Er is geen gemakkelijke weg naar de hemel.

En toch zijn wij die in Jezus geloven geen ongelukkig volk. Het karakter van Gods heiligen is nog altijd naar de tegenstellingen van Paulus. Als bedroefd, maar toch altijd blijde. Als arm, maar toch velen rijk makend. Als niets hebbend, en toch alles bezittend.

Wat een kostbaar zinnetje is dat: zij zullen Mijn naam aanroepen! En God zal hun gebed horen: en Ik zal hen verhoren. Het “zij zullen” en het “Ik zal” staan hier dicht bij elkaar, en het ene is even zeer het werk van Gods genade als het andere.

Let op die snelle antwoorden, die weerklanken als het ware. Zij roepen en God hoort. God spreekt en zij antwoorden. God zegt: het is Mijn volk. Zij antwoorden: de HEERE is mijn God. Welgelukzalig bent u wanneer u in deze weerklanken van het hart mee kunt doen, of met de bruid kunt zeggen: mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn. Is er tussen u en de allerheerlijkste Heere die wederkerige wisseling van liefde? Zo ja, driemaal gelukkig bent u. En zo niet, dan geve God dat u haastig in deze verborgenheid van de HEERE mag ingaan.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Ter overdenking

Deze plaats wordt misschien het best verduidelijkt door een beschrijving die ik eens van een van de knechten van onze Heere hoorde. Hij schilderde een onweer dat zich aan de hemel samenpakte. De duisternis werd dieper, en spoedig kwamen de donder en de bliksem, en het onweer deed de aarde beven. Voor zich zag hij een torenhoge berg, met zijn top hoog naar de hemel geheven. Aan de voet ervan lag een kleine, beschutte nederzetting. Het onweer leek zich geheel om de kruin van de berg samen te trekken, en die was het middelpunt van de strijd van de elementen. Die verheven top leek door het ontzaglijke geschut van God gespleten en aan splinters geslagen te worden. De nederzetting beneden lag in vergelijking in vrede; er vielen alleen enkele zachte druppels regen op, die haar velden vruchtbaar maakten. En hij die deze vergelijking gaf, zei: “Die top was de Christus van God, Jezus de Plaatsvervanger en de Borg van Zijn volk, Die in onze plaats stond, en over Wie het volle onweer van de toorn van de HEERE losbrak, opdat de zachte druppels van ontferming en genade zouden vallen op het volk voor wie Hij geleden heeft.”

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content