Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Zacharia 1

1 In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In de achtsteH8066 maandH2320, in het tweedeH8147 jaarH8141 van DariusH1867, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 ZachariaH2148, den zoonH1121 van BerechjaH1296, den zoonH1121 van IddoH5714, den profeetH5030, zeggendeH559: In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:

KJV In the eighth2 month,1 in the second4 year3 of Darius,5 came the word7 of the LORD8 unto Zechariah,10 the son11 of Berechiah,12 the son13 of Iddo14 the prophet,15 saying,

1 בַּחֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 2 הַשְּׁמִינִ֔י H8066 achtsten, achtste eight 3 בִּשְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 4 שְׁתַּ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 5 לְדָרְיָ֑וֶשׁ H1867 Darius Darius 6 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 זְכַרְיָה֙ H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 בֶּ֣רֶכְיָ֔ה H1296 Berechja Berachiah, Berechiah 13 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 עִדּ֥וֹ H5714 Iddo Iddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי) 15 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De HEEREH3068 is zeer vertoorndH7107 geweest tegenH5921 uw vaderenH1. De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.

KJV The LORD2 hath been sore5 displeased1 with your fathers.

1 קָצַ֧ף H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 2 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 אֲבֽוֹתֵיכֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 קָֽצֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarom zegH559 totH413 hen: AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Keert weder tot Mij, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, zo zal Ik weder totH413 ulieden kerenH7725, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635. Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.

KJV Therefore say1 thou unto them, Thus saith4 the LORD5 of hosts;6 Turn7 ye unto me, saith9 the LORD10 of hosts,11 and I will turn12 unto you, saith14 the LORD15 of hosts.

1 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 שׁ֣וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 10 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 12 וְאָשׁ֣וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֲלֵיכֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 צְבָאֽוֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Weest niet als uw vaderenH1, totH413 dewelkeH834 de vorigeH7223 profetenH5030 riepenH7121, zeggendeH559: AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: BekeertH7725 u tochH4994 van uw bozeH7451 wegenH1870, en uw bozeH7451 handelingenH4611; maar zij hoordenH8085 niet, en zij luisterdenH7181 niet naarH413 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068. Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.

KJV Be ye not as your fathers,3 unto whom the former8 prophets7 have cried,5 saying,9 Thus saith11 the LORD12 of hosts;13 Turn14 ye now from your evil17 ways,16 and from your evil19 doings:18 but they did not hear,21 nor hearken23 unto me, saith25 the LORD.

1 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 2 תִּהְי֣וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 כַאֲבֹֽתֵיכֶ֡ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 קָרְאֽוּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 אֲלֵיהֶם֩ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַנְּבִיאִ֨ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 הָרִֽאשֹׁנִ֜ים H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 9 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 11 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 שׁ֤וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 15 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 16 מִדַּרְכֵיכֶ֣ם H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 17 הָרָעִ֔ים H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 18 וּמַֽעֲלְלֵיכֶ֖ם H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 19 הָֽרָעִ֑ים H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 20 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 שָׁמְע֛וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 22 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 23 הִקְשִׁ֥יבוּ H7181 merk, merkt, opmerken attend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard 24 אֵלַ֖י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 25 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 26 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Uw vaderenH1, waar zijn dieH1992? En de profetenH5030, zullen zij in eeuwigheidH5769 levenH2421? Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?

KJV Your fathers,1 where are they? and the prophets,4 do they live6 for ever?

1 אֲבֽוֹתֵיכֶ֖ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 2 אַיֵּה H346 waar? where 3 הֵ֑ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 4 וְהַ֨נְּבִאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 5 הַלְעוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 6 יִֽחְיֽוּ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Nochtans Mijn woordenH1697 en Mijn inzettingenH2706, dieH834 Ik Mijn knechtenH5650, den profetenH5030, gebodenH6680 had, hebben zij uw vadersH1 nietH3808 getroffenH5381? zodat zij wederkerendeH7725 zeidenH559: Gelijk als de HEEREH3068 der heirscharenH6635 gedachtH2161 heeft ons te doenH6213, naar onze wegenH1870 en naar onze handelingenH4611, alzoH3651 heeft Hij metH854 ons gedaanH6213. Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.

KJV But my words2 and my statutes,3 which I commanded5 my servants7 the prophets,8 did they not take hold10 of your fathers?11 and they returned12 and said,13 Like as the LORD16 of hosts17 thought15 to do18 unto us, according to our ways,20 and according to our doings,21 so hath he dealt

1 אַ֣ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 דְּבָרַ֣י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 וְחֻקַּ֗י H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 צִוִּ֨יתִי֙ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עֲבָדַ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 8 הַנְּבִיאִ֔ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 9 הֲל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הִשִּׂ֖יגוּ H5381 achterhalen, bereikt, achterhaalden ability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon) 11 אֲבֹתֵיכֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 וַיָּשׁ֣וּבוּ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 וַיֹּאמְר֗וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 כַּאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 זָמַ֜ם H2161 gedacht, voorgenomen, bedacht consider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil) 16 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 17 צְבָאוֹת֙ H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 18 לַעֲשׂ֣וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 לָ֔נוּ 20 כִּדְרָכֵ֨ינוּ֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 21 וּכְמַ֣עֲלָלֵ֔ינוּ H4611 handelingen, daden, werken doing, endeavour, invention, work 22 כֵּ֖ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 23 עָשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 24 אִתָּֽנוּ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Op den vierH702 en twintigstenH6242 dagH3117, in de elfdeH6249 maandH2320 (dieH1931 de maand Schebat is), in het tweedeH8147 jaarH8141 van DariusH1867, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068 totH413 ZachariaH2148, den zoonH1121 van BerechjaH1296, den zoonH1121 van IddoH5714, den profeetH5030, zeggendeH559: Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:

KJV Upon the four3 and twentieth2 day1 of the eleventh4 month,6 which is the month8 Sebat,9 in the second11 year10 of Darius,12 came the word14 of the LORD15 unto Zechariah,17 the son18 of Berechiah,19 the son20 of Iddo21 the prophet,22 saying,

1 בְּיוֹם֩ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 עֶשְׂרִ֨ים H6242 twintig, twintigste, twintigsten (six-) score, twenty(-ieth) 3 וְאַרְבָּעָ֜ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 לְעַשְׁתֵּֽי H6249 elfde, elf, elfden [phrase] eleven(-th) 5 עָשָׂ֥ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 6 חֹ֨דֶשׁ֙ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 7 הוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 חֹ֣דֶשׁ H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 9 שְׁבָ֔ט H7627 Sebat 10 בִּשְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 11 שְׁתַּ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 12 לְדָרְיָ֑וֶשׁ H1867 Darius Darius 13 הָיָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 15 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 זְכַרְיָה֙ H2148 Zacharia, Zecharja, Zacharja Zachariah, Zechariah 18 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 בֶּ֣רֶכְיָ֔הוּ H1296 Berechja Berachiah, Berechiah 20 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 21 עִדּ֥וֹא H5714 Iddo Iddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי) 22 הַנָּבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 23 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Ik zagH7200 des nachtsH3915, en zietH2009, een ManH376 rijdendeH7392 opH5921 een roodH122 paardH5483, en HijH1931 stondH5975 tussenH996 de mirtenH1918, die in de diepteH4699 waren; en achterH310 Hem waren rodeH122, bruineH8320 en witteH3836 paardenH5483. Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.

KJV I saw1 by night,2 and behold a man4 riding5 upon a red8 horse,7 and he stood10 among the myrtle trees12 that were in the bottom;14 and behind15 him were there red17 horses,16 speckled,18 and white.

1 רָאִ֣יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 הַלַּ֗יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 3 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 4 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 רֹכֵב֙ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 ס֣וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 8 אָדֹ֔ם H122 rode, rood red, ruddy 9 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 עֹמֵ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 11 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 12 הַהֲדַסִּ֖ים H1918 mirten, mirteboom, mirtebomen myrtle (tree) 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בַּמְּצֻלָ֑ה H4699 diepte bottom 15 וְאַחֲרָיו֙ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 16 סוּסִ֣ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 17 אֲדֻמִּ֔ים H122 rode, rood red, ruddy 18 שְׂרֻקִּ֖ים H8320 bruine speckled. See H8291 (שָׂרוּק) 19 וּלְבָנִֽים H3836 wit, witte white
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Ik zeideH559: Mijn HeereH113! watH4100 zijn dezeH428? Toen zeideH559 totH413 mij de EngelH4397, Die met mij sprakH1696: IkH589 zal u tonenH7200, watH4100 dezeH428 zijn. En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.

KJV Then said1 I, O my lord,4 what are these? And the angel7 that talked8 with me said5 unto me, I will shew

1 וָאֹמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 אֲדֹנִ֑י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 5 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַמַּלְאָךְ֙ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 8 הַדֹּבֵ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 9 בִּ֔י 10 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 אַרְאֶ֖ךָּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 13 הֵ֥מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 14 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Toen antwoorddeH6030 de ManH376, Die tussenH996 de mirtenH1918 stondH5975, en zeideH559: DezeH428 zijn het, die de HEEREH3068 uitgezondenH7971 heeft, om het landH776 te doorwandelenH1980. Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.

KJV And the man2 that stood3 among the myrtle trees5 answered1 and said,6 These are they whom the LORD10 hath sent9 to walk11 to and fro through the earth.

1 וַיַּ֗עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 הָאִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 הָעֹמֵ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 בֵּין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 5 הַהַדַסִּ֖ים H1918 mirten, mirteboom, mirtebomen myrtle (tree) 6 וַיֹּאמַ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֵ֚לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 שָׁלַ֣ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 לְהִתְהַלֵּ֖ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 12 בָּאָֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En zij antwoorddenH6030 den EngelH4397 des HEERENH3068, Die tussenH996 de mirtenH1918 stondH5975, en zeidenH559: Wij hebben het landH776 doorwandeldH1980, en zietH2009, het ganseH3605 landH776 zitH3427 en het is stilH8252. En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.

KJV And they answered1 the angel3 of the LORD4 that stood5 among the myrtle trees,7 and said,8 We have walked to and fro9 through the earth,10 and, behold, all the earth13 sitteth still,14 and is at rest.

1 וַֽיַּעֲנ֞וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 מַלְאַ֣ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 הָֽעֹמֵד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 6 בֵּ֣ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 7 הַהֲדַסִּ֔ים H1918 mirten, mirteboom, mirtebomen myrtle (tree) 8 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 הִתְהַלַּ֣כְנוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 10 בָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 יֹשֶׁ֥בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 15 וְשֹׁקָֽטֶת H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Toen antwoorddeH6030 den EngelH4397 des HEERENH3068, en zeideH559: HEEREH3068 der heirscharenH6635! hoeH5704 langH4970 zult Gij U nietH3808 ontfermenH7355 over JeruzalemH3389, en over de stedenH5892 van JudaH3063, op welkeH834 Gij gramH2194 geweest zijt, dezeH2088 zeventigH7657 jarenH8141? Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?

KJV Then the angel2 of the LORD3 answered1 and said,4 O LORD5 of hosts,6 how long wilt thou not have mercy11 on Jerusalem13 and on the cities15 of Judah,16 against which thou hast had indignation18 these threescore and ten20 years?

1 וַיַּ֣עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 מַלְאַךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 יְהוָה֮ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וַיֹּאמַר֒ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 מָתַ֗י H4970 lang long, when 9 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תְרַחֵ֣ם H7355 ontfermen, ontferme, Ontfermer have compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְרוּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 וְאֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עָרֵ֣י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 16 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 17 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 18 זָעַ֔מְתָּה H2194 gram, vergramd, scheld abhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation 19 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 20 שִׁבְעִ֥ים H7657 zeventig, Zeventig, duizend zeventig seventy, threescore and ten ([phrase] -teen) 21 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En de HEEREH3068 antwoorddeH6030 den EngelH4397, Die met mij sprakH1696, goedeH2896 woordenH1697, troostelijkeH5150 woordenH1697. En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.

KJV And the LORD2 answered1 the angel4 that talked5 with me with good8 words7 and comfortable10 words.

1 וַיַּ֣עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הַמַּלְאָ֛ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 5 הַדֹּבֵ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 6 בִּ֖י 7 דְּבָרִ֣ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 8 טוֹבִ֑ים H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 9 דְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 10 נִחֻמִֽים H5150 berouw, troostelijke, vertroostingen comfort(-able), repenting
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En de EngelH4397, Die met mij sprakH1696, zeideH559 totH413 mij: RoepH7121 uit, zeggendeH559: AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Ik ijver over JeruzalemH3389 en over SionH6726 met een grotenH1419 ijver. En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.

Ook in dit vers ijverH7065 ijverH7068

KJV So the angel3 that communed4 with me said1 unto me, Cry6 thou, saying,7 Thus saith9 the LORD10 of hosts;11 I am jealous12 for Jerusalem13 and for Zion14 with a great16 jealousy.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֗י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַמַּלְאָךְ֙ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 הַדֹּבֵ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 בִּ֔י 6 קְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 7 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 כֹּ֥ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 12 קִנֵּ֧אתִי H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 13 לִירוּשָׁלִַ֛ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 וּלְצִיּ֖וֹן H6726 Sion, Sions Zion 15 קִנְאָ֥ה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 16 גְדוֹלָֽה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En Ik ben met een zeer grotenH1419 toornH7110 vertoorndH7107 tegenH5921 die gerusteH7600 heidenenH1471; want IkH589 was een weinigH4592 toornigH7107, maar zijH1992 hebben ten kwadeH7451 geholpenH5826. En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.

KJV And I am very2 sore1 displeased4 with the heathen6 that are at ease:7 for I was but a little11 displeased,10 and they helped13 forward the affliction.

1 וְקֶ֤צֶף H7110 toorn, verbolgenheid, toornigheid foam, indignation, [idiom] sore, wrath 2 גָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 3 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 קֹצֵ֔ף H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 הַשַּֽׁאֲנַנִּ֑ים H7600 geruste, woeling, gerust that is at ease, quiet, tumult. Compare H7946 (שַׁלְאֲנָן) 8 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 10 קָצַ֣פְתִּי H7107 toornig, verbolgen, vertoornd (be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth 11 מְּעָ֔ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 12 וְהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 13 עָזְר֥וּ H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 14 לְרָעָֽה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 DaaromH3651 zegtH559 de HEEREH3068 alzo: Ik ben tot JeruzalemH3389 wedergekeerdH7725 met ontfermingenH7356; Mijn huisH1004 zal daarin gebouwdH1129 worden, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, en het richtsnoerH6957 zal overH5921 JeruzalemH3389 uitgestrektH5186 worden. Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.

KJV Therefore thus saith3 the LORD;4 I am returned5 to Jerusalem6 with mercies:7 my house8 shall be built9 in it, saith11 the LORD12 of hosts,13 and a line14 shall be stretched forth15 upon Jerusalem.

1 לָכֵ֞ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 שַׁ֤בְתִּי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 לִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 בְּֽרַחֲמִ֔ים H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 8 בֵּיתִי֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִבָּ֣נֶה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 10 בָּ֔הּ 11 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 12 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 צְבָא֑וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 וְקָ֥ו H6957 regel, richtsnoer, meetsnoer line. Compare H6978 (קַו־קַו)lemma קַו־קַי yod, corrected to קַו־קַו 15 יִנָּטֶ֖ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 16 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 17 יְרוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 RoepH7121 nogH5750, zeggendeH559: AlzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Mijn stedenH5892 zullen nogH5750 uitgespreidH6327 worden vanwege het goedeH2896; want de HEEREH3068 zal SionH6726 nogH5750 troostenH5162, en Hij zal JeruzalemH3389 nogH5750 verkiezenH977. Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.

KJV Cry2 yet, saying,3 Thus saith5 the LORD6 of hosts;7 My cities10 through prosperity11 shall yet be spread abroad;9 and the LORD13 shall yet comfort12 Zion,16 and shall yet choose17 Jerusalem.

1 ע֣וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 2 קְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 3 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 5 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 8 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 תְּפוּצֶ֥ינָה H6327 verstrooid, verstrooien, verstrooide break (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad 10 עָרַ֖י H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 מִטּ֑וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 12 וְנִחַ֨ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 13 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 צִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 17 וּבָחַ֥ר H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 18 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 19 בִּירוּשָׁלִָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En ik hiefH5375 mijn ogenH5869 op, en zagH7200; en ziet, er waren vierH702 hoornenH7161. En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.

1 וָאֶשָּׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 עֵינַ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 4 וָאֵ֑רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 אַרְבַּ֥ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 7 קְרָנֽוֹת H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En ik zeideH559 tot den EngelH4397, Die met mij sprakH1696: Wat zijn deze? En Hij zeideH559 tot mij: Dat zijn de hoornenH7161, welke JudaH3063, IsraelH3478 en JeruzalemH3389 verstrooidH2219 hebben. En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.

1 וָאֹמַ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַמַּלְאָ֛ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 הַדֹּבֵ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 5 בִּ֖י 6 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 אֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 אֵ֤לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 11 הַקְּרָנוֹת֙ H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 זֵר֣וּ H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 יְהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 וִירוּשָׁלָֽם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de HEERE toonde mij vier smeden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de HEERE toondeH7200 mij vierH702 smedenH2796. En de HEERE toonde mij vier smeden.

1 וַיַּרְאֵ֣נִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אַרְבָּעָ֖ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 חָרָשִֽׁים H2796 werkmeesters, timmerlieden, werkmeester artificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen zeideH559 ik: Wat komenH935 die maken? En Hij sprakH559, zeggendeH559: Dat zijn de hoornenH7161, die JudaH3063 verstrooidH2219 hebben, zodat niemandH376 zijn hoofdH7218 ophiefH5375; maar deze zijn gekomen om die te verschrikkenH2729, om de hoornenH7161 der heidenenH1471 neder te werpen, welke den hoornH7161 verhevenH5375 hebben tegen het landH776 van JudaH3063, om dat te verstrooienH2219. Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.

Ook in dit vers neder werpenH3034

1 וָאֹמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מָ֛ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 4 בָאִ֖ים H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 לַֽעֲשׂ֑וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 לֵאמֹ֗ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אֵ֣לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 הַקְּרָנ֞וֹת H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 זֵ֣רוּ H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 14 כְּפִי H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 15 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 16 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 נָשָׂ֣א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 18 רֹאשׁ֔וֹ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 19 וַיָּבֹ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 אֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 21 לְהַחֲרִ֣יד H2729 verschrikken, verschrikte, bevende be (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble 22 אֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 לְיַדּ֞וֹת H3034 loven, Looft, belijden cast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving) 24 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 25 קַרְנ֣וֹת H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 26 הַגּוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 27 הַנֹּשְׂאִ֥ים H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 28 קֶ֛רֶן H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn 29 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 30 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 31 יְהוּדָ֖ה H3063 Juda Judah 32 לְזָרוֹתָֽהּ H2219 verstrooien, wannen, verspreiden cast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 1:1 Mattheüs 23:35 Nehemia 12:4 Zacharia 1:7 Zacharia 7:1 Nehemia 12:16 Ezra 4:24 Lukas 11:51 Hagai 2:10
Zacharia 1:2 Jeremia 44:6 Klaagliederen 5:7 Ezra 9:13 Klaagliederen 1:12 2 Kronieken 36:13 Psalmen 60:1 Psalmen 79:5 Ezechiël 22:31
Zacharia 1:3 Maleachi 3:7 Jesaja 31:6 Jeremia 35:15 Deuteronomium 30:2 Jeremia 3:22 Jeremia 12:15 Nehemia 9:28 Klaagliederen 3:39
Zacharia 1:4 Psalmen 78:8 Zacharia 1:3 2 Kronieken 36:15 Jesaja 1:16 Ezechiël 33:11 Psalmen 106:6 Jeremia 35:15 2 Kronieken 34:21
Zacharia 1:5 Handelingen 13:36 2 Petrus 3:2 Prediker 12:7 Job 14:10 Hebreeën 9:27 Prediker 9:1 Prediker 1:4 Johannes 8:52
Zacharia 1:6 Klaagliederen 2:17 Mattheüs 24:35 Jeremia 44:28 Deuteronomium 28:15 Amos 9:10 Klaagliederen 1:18 Deuteronomium 28:20 Jeremia 23:20
Zacharia 1:7 Zacharia 1:1
Zacharia 1:8 Openbaring 6:4 Zacharia 6:2 Zacharia 13:7 Jesaja 41:19 Jesaja 55:13 Daniël 2:19 Jozua 5:13 Jesaja 57:15
Zacharia 1:9 Zacharia 4:4 Zacharia 2:3 Zacharia 1:19 Zacharia 5:5 Zacharia 6:4 Genesis 31:11 Openbaring 7:13 Daniël 7:16
Zacharia 1:10 Zacharia 1:11 Zacharia 6:5 Hebreeën 1:14 Zacharia 1:8 Zacharia 4:10 Psalmen 103:20 Hosea 12:3 Ezechiël 1:5
Zacharia 1:11 Zacharia 1:10 Zacharia 1:15 Zacharia 1:8 Psalmen 68:17 Mattheüs 25:31 Jesaja 14:7 Zacharia 6:7 1 Thessalonicenzen 5:3
Zacharia 1:12 Jeremia 29:10 Psalmen 102:13 Zacharia 7:5 Daniël 9:2 Openbaring 6:10 Psalmen 74:10 Zacharia 1:8 Jesaja 64:9
Zacharia 1:13 Jesaja 40:1 Jeremia 29:10 Zacharia 2:4 Zacharia 4:1 Amos 9:11 Jeremia 31:3 Zacharia 1:9 Zacharia 8:19
Zacharia 1:14 Joël 2:18 Zacharia 1:9 Jesaja 40:6 Zacharia 1:17 Jesaja 63:15 Hosea 11:8 Nahum 1:2 Jesaja 59:17
Zacharia 1:15 Ezechiël 25:12 Jesaja 47:6 Zacharia 1:2 Jeremia 51:24 Jesaja 54:8 Jesaja 10:5 Jeremia 48:11 Zacharia 1:11
Zacharia 1:16 Zacharia 8:3 Zacharia 4:9 Zacharia 2:10 Zacharia 2:1 Ezechiël 47:3 Jesaja 54:8 Ezechiël 40:3 Ezra 6:14
Zacharia 1:17 Jesaja 51:3 Zacharia 2:12 2 Kronieken 6:6 Nehemia 11:20 Jesaja 44:26 Jesaja 14:1 Jesaja 61:4 Efeze 1:4
Zacharia 1:18 Jozua 5:13 Daniël 2:37 Zacharia 5:5 Daniël 8:3 Zacharia 5:9 Daniël 11:28 Zacharia 2:1 Zacharia 5:1
Zacharia 1:19 Zacharia 1:21 Zacharia 1:9 Zacharia 2:2 Openbaring 7:13 Ezra 4:4 Ezra 4:7 Habakuk 3:14 Daniël 12:7
Zacharia 1:20 Zacharia 10:3 Jesaja 54:15 Zacharia 12:2 Obadja 1:21 Richteren 11:16 Micha 5:8 Nehemia 9:27 Zacharia 9:12
Zacharia 1:21 Psalmen 75:4 Zacharia 1:19 Klaagliederen 2:17 Daniël 12:7 Psalmen 75:10
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 1 vers 1

de achtste maand, Dit was twee maanden nadat Haggaï begonnen was te prediken; Hag. 1:1 .

Hertaald: de achtste maand, Dit was twee maanden nadat Haggaï begonnen was te prediken; Hag. 1:1.

Daríus, Van den koning van Perzië ie Ezra 4:24 .

Hertaald: Daríus, Over de koning van Perzië, zie Ezra 4:24.

Beréchja, Alzo wordt hij in het Hebr. genoemd, doch bij de Grieken Barachias. Sommigen menen dat deze dezelfde is, van wien gesproken wordt Matt. 23:35 . Anderen houden hen voor verscheiden; verg. 2 Kron. 24:21 , met de aantekening aldaar. Zie breder van de personen in dit vers genoemd Ezra 5:1 .

Hertaald: Beréchja, Zo wordt hij in het Hebreeuws genoemd, maar bij de Grieken Barachias. Sommigen menen dat dit dezelfde is als over wie gesproken wordt in Matth. 23:35. Anderen houden hen voor verschillende personen; vergelijk 2 Kron. 24:21 met de aantekening daar. Zie uitvoeriger over de personen die in dit vers genoemd worden Ezra 5:1.

den profeet, Of, van den profeet.

Hertaald: den profeet, Of: van de profeet.

Zacharia 1 vers 2

zeer vertoornd geweest Hebr. met toorn, vertoornd.

Hertaald: zeer vertoornd geweest Hebreeuws: met toorn vertoornd.

Zacharia 1 vers 3

Keert weder tot Mij, God keert zich tot ons als Hij ons doet gevoelen de vrucht onzer gebeden. Wij keren ons tot den Heere als wij in waar geloof en met hartelijk berouw onzer zonden zijne genade verzoeken; doch dit hebben wij van onszelven niet, maar God de Heere moet het ons geven, gelijk er staat Jer. 31:18 . Heere, bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn.

Hertaald: Keert weder tot Mij, God keert Zich tot ons wanneer Hij ons de vrucht van onze gebeden laat ervaren. Wij keren ons tot de HEERE wanneer wij in waar geloof en met hartelijk berouw over onze zonden Zijn genade zoeken. Maar dat hebben wij niet uit onszelf; God de HEERE moet het ons geven, zoals er staat in Jer. 31:18: HEERE, bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn.

Zacharia 1 vers 4

Weest niet als uw vaderen, Te weten, in onbekeerlijkheid. Zie 2 Kron. 36:15-16 .

Hertaald: Weest niet als uw vaderen, Namelijk in onbekeerlijkheid. Zie 2 Kron. 36:15-16.

de vorige profeten riepen, Die vóór de Babylonische gevangenschap geprofeteerd hebben.

Hertaald: de vorige profeten riepen, Die vóór de Babylonische gevangenschap geprofeteerd hebben.

luisterden niet naar Mij, Zij luisterden niet naar hetgeen Ik hun door mijne profeten liet aanzeggen.

Hertaald: luisterden niet naar Mij, Zij luisterden niet naar wat Ik hun door Mijn profeten liet aanzeggen.

Zacharia 1 vers 5

waar zijn die? Alsof Hij zeide: Zij zijn wel niet meer voorhanden, gij behoordet u evenwel aan hen te spiegelen. Zie 1 Kor. 10:5-6 .

Hertaald: waar zijn die? Alsof Hij zei: zij zijn er wel niet meer, maar u behoorde u toch aan hen te spiegelen. Zie 1 Kor. 10:5-6.

zullen zij Anders: leven zij in eeuwigheid? Dat is, al zijn die vorige profeten dood, zo blijven evenwel hunne profetieën voor altoos. Zie vs.6, en verg. 2 Petr. 1:15 . Anderen vertalen en verklaren die woorden aldus, als zijnde de woorden der boze mensen: maar de profeten [die hen berispt hebben] hebben die altijd geleefd? Waar zijn die nu ook? Zij zijn immers ook al gestorven.

Hertaald: zullen zij Anders: leven zij in eeuwigheid? Dat is: al zijn die vroegere profeten dood, hun profetieën blijven toch voor altijd. Zie vers 6, en vergelijk 2 Petr. 1:15. Anderen vertalen en verklaren deze woorden zo, als waren het de woorden van de boze mensen: maar hebben de profeten — die hen berispt hebben — dan altijd geleefd? Waar zijn zij nu ook? Zij zijn toch ook al gestorven.

in eeuwigheid leven? Dat is, altijd.

Hertaald: in eeuwigheid leven? Dat is: altijd.

Zacharia 1 vers 6

geboden had, Te weten, dat zijze het volk verkondigen zouden.

Hertaald: geboden had, Namelijk dat zij die aan het volk zouden verkondigen.

hebben zij uw vaders niet getroffen? Dat is, zijn die straffen hun niet overkomen, waarmede Ik hen gedreigd had? Ja zij. Derhalve hadt gijlieden u aan hen behoren te spiegelen.

Hertaald: hebben zij uw vaders niet getroffen? Dat is: zijn de straffen waarmee Ik hen gedreigd had hun niet overkomen? Zeker wel. Daarom had u zich aan hen behoren te spiegelen.

Gelijk als de HEERE der heirscharen Dit hebben zij gesproken door overtuiging van hunne conscientie, als hen de Heere gestraft heeft zo met andere plagen, als inzonderheid met de Babylonische gevangenschap, waarmede Hij hen meermalen gedreigd had; verg. Ps. 106:6 .

Hertaald: Gelijk als de HEERE der heirscharen Dit hebben zij gesproken uit de overtuiging van hun geweten, toen de HEERE hen gestraft had — zowel met andere plagen als vooral met de Babylonische gevangenschap, waarmee Hij hen meermalen gedreigd had; vergelijk Ps. 106:6.

Zacharia 1 vers 7

de maand Schebat is Meest overeenkomende met onzen Januari, als hebbende de maan, die op het einde van januari komt en op het begin van Februari. Zodat deze profetie omtrent drie maanden op de voorgaande gevolgt is.

Hertaald: de maand Schebat is Die komt het meest overeen met onze januari, aangezien de maan die aan het einde van januari en aan het begin van februari valt daarbij hoort. Zo is deze profetie ongeveer drie maanden na de vorige gevolgd.

Beréchja, Hebr. Berechjahu.

Hertaald: Beréchja, Hebreeuws: Berechjahu.

Zacharia 1 vers 8

een Man rijdende Dit was de Zoon Gods in de gedaante van een man. Doch anderen menen dat het een geschapen engel geweest is. Christus heeft meermalen voor een korten tijd de gedaante van een man aangenomen, gelijk Ezech. 1:26 , en Ezech. 40:3 ; Dan. 7:13 .

Hertaald: een Man rijdende Dit was de Zoon van God in de gedaante van een man. Maar anderen menen dat het een geschapen engel geweest is. Christus heeft meermalen voor korte tijd de gedaante van een man aangenomen, zoals Ezech. 1:26 en Ezech. 40:3; Dan. 7:13.

op een rood paard, Hiermede wordt aangewezen dat de Zoon Gods als een vuur zijne vijanden verteert; of, gelijk het anderen verstaan, de zonden van zijn volk; zie Jes. 63:1-3 .

Hertaald: op een rood paard, Hiermee wordt aangeduid dat de Zoon van God Zijn vijanden als een vuur verteert; of, zoals anderen het opvatten, de zonden van Zijn volk; zie Jes. 63:1-3.

Hij stond tussen de mirten, Of, hij hield stil onder de mirten. Door de mirten worden afgebeeld de gelovigen, die voor God groenen en een lieflijken reuk geven, gelijk de mirtebomen; en door het stilstaan van dezen man wordt betekent de gerede en altijd-tegenwoordige hulp en bijstand des Heeren.

Hertaald: Hij stond tussen de mirten, Of: Hij hield stil onder de mirten. Met de mirten worden de gelovigen afgebeeld, die voor God groen staan en een liefelijke geur geven zoals de mirtebomen. En met het stilstaan van deze man wordt de gereedstaande en altijd tegenwoordige hulp en bijstand van de HEERE aangeduid.

die in de diepte waren; Dat is, in een diepe, vochtige plaats; waarmede afgebeeld wordt de toestand van het Joodse volk, hetwelk te dien tijde ten dele nog in de Babylonische gevangenschap was, ten dele in het land, in grote onrust.

Hertaald: die in de diepte waren; Dat is: op een diepe, vochtige plaats. Daarmee wordt de toestand van het Joodse volk afgebeeld, dat in die tijd ten dele nog in de Babylonische gevangenschap was en ten dele in het land, in grote onrust.

achter Hem waren Te weten, achter dien man, die op het rode paard zat.

Hertaald: achter Hem waren Namelijk achter die man die op het rode paard zat.

rode, bruine en witte paarden Rode, bruine, witte paarden, op welke engelen zaten, die den Heere Christus dienden, vs.10. En dit betekent allerlei dienaars des Heeren, die Hem dienen om zijne oordelen uit te voeren, hetzij om zijne kinderen te verlossen, of om hunne vijanden te straffen.

Hertaald: rode, bruine en witte paarden Rode, bruine en witte paarden, waarop engelen zaten die de Heere Christus dienden, vers 10. Dit duidt allerlei dienaars van de HEERE aan die Hem dienen om Zijn oordelen uit te voeren, hetzij om Zijn kinderen te verlossen, hetzij om hun vijanden te straffen.

Zacharia 1 vers 9

wat zijn deze? Of, wie zijn deze? Te weten, die achter u zijn. De zin is: Wat heeft het te beduiden dat dezen te paard achter u staan?

Hertaald: wat zijn deze? Of: wie zijn deze? Namelijk zij die achter U staan. De betekenis is: wat heeft het te betekenen dat dezen te paard achter U staan?

met mij sprak Anders: in mij, gelijk eigenlijk de Hebr. woorden luiden, betekenende een inwendige openbaring der dingen, die hij uitwendig gezien had. Alzo onder vs.13,14, en Zach. 2:3 , en Zach. 4:1, Zach. 4:4-5, en Zach. 5:5, Zach. 5:10, en Zach. 6:4. Zie ook Num. 12:2 ; en 2 Sam. 23:2 , en Hos. 1:2 , enz.

Hertaald: met mij sprak Anders: in mij, zoals de Hebreeuwse woorden eigenlijk luiden. Dat duidt een innerlijke openbaring aan van de dingen die hij uiterlijk gezien had. Zo ook vers 13 en 14, en Zach. 2:3, Zach. 4:1, Zach. 4:4-5, Zach. 5:5, Zach. 5:10 en Zach. 6:4. Zie ook Num. 12:2; 2 Sam. 23:2 en Hos. 1:2, enzovoort.

wat deze zijn Of, wie dezen zijn; dat is, wat zij voorhebben.

Hertaald: wat deze zijn Of: wie dezen zijn; dat is: wat zij van plan zijn.

Zacharia 1 vers 10

de HEERE Dat is, God de Vader, want de Zoon Gods spreekt hier.

Hertaald: de HEERE Dat is: God de Vader, want de Zoon van God spreekt hier.

uitgezonden heeft, Of, uitgezonden had; want zij hadden toen het land doorgetrokken en waren wederom gekomen.

Hertaald: uitgezonden heeft, Of: uitgezonden had, want zij hadden toen het land doorgetrokken en waren weer teruggekomen.

om het land te doorwandelen Om te zien en te merken hoe het overal toeging, en den Heere daarvan bericht te komen doen. Dit wordt als bij gelijkenis gesproken, ziende op de wijze en het gebruik der koningen, die hunne dienaren overal uitzenden. Verg. Job 1:7 , en Job 2:2 . Gode onze Heere zijn alle dingen bekend; Ps. 113:6 ; Jer. 23:24 ; Hebr. 4:13 . Nochtans belieft het Hem de engelen te gebruiken, om van zijne wijsheid en regering te getuigen.

Hertaald: om het land te doorwandelen Om te zien en op te merken hoe het overal toeging, en om de HEERE daarvan bericht te komen doen. Dit wordt bij wijze van vergelijking gezegd, met het oog op de gewoonte van de koningen, die hun dienaren overal uitzenden. Vergelijk Job 1:7 en Job 2:2. God onze HEERE zijn alle dingen bekend; Ps. 113:6; Jer. 23:24; Hebr. 4:13. Toch behaagt het Hem de engelen te gebruiken om van Zijn wijsheid en regering te getuigen.

Zacharia 1 vers 11

antwoordden Antwoorden is hier, en elders meer te zeggen spreken, of beginnen te spreken, gelijk onder vs.12, en elders.

Hertaald: antwoordden Antwoorden betekent hier en elders vaker: spreken, of beginnen te spreken, zoals vers 12 en elders.

den Engel des HEEREN, Dat is, Christus den Heere, die de overste is over al de engelen.

Hertaald: den Engel des HEEREN, Dat is: Christus de Heere, Die de overste is over alle engelen.

het land doorwandeld, Te weten, het land van Chaldea. Anders: de aarde; dat is alle landen.

Hertaald: het land doorwandeld, Namelijk het land van Chaldea. Anders: de aarde, dat is: alle landen.

het ganse land Dat is, alle inwoners van het land, gelijk af te leiden is uit vs.15. Of, het ganse land, uitgezonderd het arme Joodse land, hetwelk van zijne vijanden jammerlijk werd verwoest en bedorven; of uitgezonderd de Joden, die lange jaren in Babel zijn gevangen geweest en nog veel aanstoot lijden.

Hertaald: het ganse land Dat is: alle inwoners van het land, zoals uit vers 15 op te maken is. Of: het hele land, met uitzondering van het arme Joodse land, dat door zijn vijanden jammerlijk verwoest en bedorven werd; of met uitzondering van de Joden, die lange jaren in Babel gevangen geweest zijn en nog veel aanstoot lijden.

zit en het is stil Dat is, de Babylonieërs en andere natiën hebben rust en vrede.

Hertaald: zit en het is stil Dat is: de Babyloniërs en andere volken hebben rust en vrede.

Zacharia 1 vers 12

den Engel des HEEREN, Christus Jezus, de Voorbidder en Middelaar zijne kerk bij zijn hemelsen Vader, welke kerk in beroerte en vervolging was terwijl alle andere landen rondom haar in rust waren.

Hertaald: den Engel des HEEREN, Christus Jezus, de Voorbidder en Middelaar van Zijn kerk bij Zijn hemelse Vader — de kerk die in beroering en vervolging was terwijl alle andere landen om haar heen in rust waren.

Jeruzalem, Onder Jeruzalem en Juda moet men hier verstaan de kerk Gods, hoewel dit ook naar de letter te verstaan is.

Hertaald: Jeruzalem, Onder Jeruzalem en Juda moet men hier de kerk van God verstaan, hoewel het ook letterlijk te verstaan is.

deze zeventig jaren? Hieruit nemen sommigen af dat Zacharia dit gesproken heeft kort na het einde van de Babylonische gevangenschap, uit welke de Joden door het voorbidden van Christus zijn verlost geworden; de tijd nu vervuld zijnde, waarvan geschreven staat 2 Kron. 36:14-15 , 2 Kron. 36:21 ; Jer. 25:3-5 , Jer. 25:12 , en Jer. 29:10 .

Hertaald: deze zeventig jaren? Hieruit leiden sommigen af dat Zacharia dit gesproken heeft kort na het einde van de Babylonische gevangenschap, waaruit de Joden door de voorbede van Christus verlost zijn — nu de tijd vervuld was waarover geschreven staat in 2 Kron. 36:14-15, 2 Kron. 36:21; Jer. 25:3-5, Jer. 25:12 en Jer. 29:10.

Zacharia 1 vers 13

met mij sprak, Of, in mij. Zie boven vs.9, en versta dat de Heere, dat is God de Vader, tot den Zoon, en de Zoon tot den profeet sprak van de liefde Gods tot zijne kerk, en den toorn over hare vijanden, gelijk breder gezegd wordt in vs.14,15.

Hertaald: met mij sprak, Of: in mij. Zie vers 9. Versta dat de HEERE, dat is God de Vader, tot de Zoon sprak, en de Zoon tot de profeet, over de liefde van God tot Zijn kerk en over de toorn tegen haar vijanden, zoals uitvoeriger gezegd wordt in vers 14 en 15.

goede woorden, Dat is, vriendelijke, aangename, zoete woorden.

Hertaald: goede woorden, Dat is: vriendelijke, aangename, zoete woorden.

troostelijke woorden Te weten, troostelijk voor zijne kerk.

Hertaald: troostelijke woorden Namelijk troostrijk voor Zijn kerk.

Zacharia 1 vers 14

over Jeruzalem en over Sion Te weten, om hetzelve te verlossen, uit de handen hunner vijanden; zie Jes. 9:6 ; Jer. 31:20 ; Sef. 1:16 , en onder 8:2. Ofschoon de Heere een tijdlang zijn hulp en bijstand aan zijne kerk onthouden had, nochtans beminde Hij haar als een vader zijne kinderen, of een man zijne vrouw, en Hij heeft haar ter bekwamer tijd gered uit allen nood en wederwaardigheid.

Hertaald: over Jeruzalem en over Sion Namelijk om haar te verlossen uit de handen van hun vijanden; zie Jes. 9:6; Jer. 31:20; Zef. 1:16 en Zach. 8:2. Hoewel de HEERE Zijn hulp en bijstand een tijdlang aan Zijn kerk onthouden had, beminde Hij haar toch zoals een vader zijn kinderen of een man zijn vrouw, en Hij heeft haar op de juiste tijd gered uit alle nood en tegenspoed.

Zacharia 1 vers 15

tegen die geruste heidenen; Dat is, tegen de Chaldeën of Babyloniërs en hunne aanhangers, die nu in rust en vrede zitten, middelerwijl mijn volk geplaagd wordt. Zie vs.11.

Hertaald: tegen die geruste heidenen; Dat is: tegen de Chaldeeën of Babyloniërs en hun aanhang, die nu in rust en vrede zitten terwijl Mijn volk geplaagd wordt. Zie vers 11.

toornig, Te weten, op het Joodse volk; Alsof God zeide: Zij zien niet op mijn wil of voornemen, die was mijn volk vaderlijk te kastijden om het tot boete en bekering te brengen, maar al hun doen en trachten strekt daarheen om mijn volk ganselijk te verderven en uit te roeien; zie Jes. 10:7 , en Jes. 47:6 ; zie ook Ps. 83:4-5 ; Jer. 30:11 ; Ezech. 25:3 , Ezech. 25:6 .

Hertaald: toornig, Namelijk op het Joodse volk. Alsof God zei: zij letten niet op Mijn wil of voornemen. Dat was Mijn volk vaderlijk te kastijden om het tot boete en bekering te brengen; maar al hun doen en streven is erop gericht Mijn volk volkomen te verderven en uit te roeien. zie Jes. 10:7 en Jes. 47:6; zie ook Ps. 83:4-5; Jer. 30:11; Ezech. 25:3, Ezech. 25:6.

Zacharia 1 vers 16

het richtsnoer Gelijk de timmerlieden doen als zij een nieuw gebouw zullen maken. De zin is: Jeruzalem zal weder herbouwd worden, de vijanden mogen daartegen doen al wat zij kunnen. Dit is volbracht door het beleid en de aandrijving van Nehemia. Verg. Neh. 2:3-4 , enz., en Hag. 1:13 . Onder de opbouwing van de stad Jeruzalem worden ook den godzaligen beloofd alle geestelijke genaden en weldaden.

Hertaald: het richtsnoer Zoals de timmerlieden doen wanneer zij een nieuw gebouw zullen maken. De betekenis is: Jeruzalem zal weer herbouwd worden, wat de vijanden daartegen ook mogen ondernemen. Dit is volbracht door het beleid en de aandrang van Nehemia. Vergelijk Neh. 2:3-4, enzovoort, en Hag. 1:13. Onder de opbouw van de stad Jeruzalem worden de godzaligen ook alle geestelijke genade en weldaden beloofd.

Zacharia 1 vers 17

Roep nog, Anders: predik verder.

Hertaald: Roep nog, Anders: predik verder.

Mijn steden zullen nog uitgespreid worden Dat is, de steden van Juda zullen te eng zijn, zij zullen moeten vergroot worden.

Hertaald: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden Dat is: de steden van Juda zullen te klein zijn en zullen vergroot moeten worden.

vanwege het goede; Dat is, vanwege den groten en overvloedigen zegen, dien de Heer hun geven zal. Geestelijkerwijze dit genomen zijnde, betekent het dat God zijne kerk zo zou zegenen en doen aanwassen, dat het Joodse land te eng zou wezen om haar te bevatten, maar dat zij met hare gaven door de ganse wereld zou verspreid worden. Verg. Jes. 49:18 , enz., en het gehele boek van de Handelingen der Apostelen.

Hertaald: vanwege het goede; Dat is: vanwege de grote en overvloedige zegen die de HEERE hun geven zal. Geestelijk opgevat betekent het dat God Zijn kerk zo zou zegenen en doen aanwassen dat het Joodse land te klein zou zijn om haar te bevatten, maar dat zij met haar gaven over de hele wereld verspreid zou worden. Vergelijk Jes. 49:18, enzovoort, en het hele boek Handelingen der Apostelen.

verkiezen Te weten, tot zijn volk. De zin is: Hij zal hen zo overvloedig met allerlei goed zegenen, dat het genoegzaam blijken zal dat God hen tot zijn volk verkoren heeft; inzonderheid zal Hij hen zegenen met herstelling van den waren godsdienst.

Hertaald: verkiezen Namelijk tot Zijn volk. De betekenis is: Hij zal hen zo overvloedig met allerlei goed zegenen dat het duidelijk zal blijken dat God hen tot Zijn volk verkoren heeft; in het bijzonder zal Hij hen zegenen met het herstel van de ware godsdienst.

Zacharia 1 vers 18

vier hoornen Betekenende de volken en natiën, die vijandelijk het volk Gods bestreden en aanstieten van alle hoeken en gewesten der aarde. Zie vs.19.

Hertaald: vier hoornen Zij duiden de volken en naties aan die het volk van God vijandig bestreden en aanvielen uit alle hoeken en streken van de aarde. Zie vers 19.

Zacharia 1 vers 19

Wat zijn deze? Waarvan zijn deze hoornen een teken? Wat beduiden zij?

Hertaald: Wat zijn deze? Waarvan zijn deze hoornen een teken? Wat betekenen zij?

Dat zijn de hoornen, Dat is, die betekenen de Babyloniërs en andere machtige natiën, die het met hen houden.

Hertaald: Dat zijn de hoornen, Dat is: zij duiden de Babyloniërs aan en andere machtige volken die het met hen hielden.

Zacharia 1 vers 20

smeden Of, timmerlieden. Dit betekent ook de volken en natiën, die als medearbeiders Gods zijn, die God de Heere uit alle hoeken der wereld vergaderen zou, om die sterke hoornen, dat is om de vijanden van Gods kerk te breken en te vernielen, dewijl zij den opbouw van den tempel en de kerk Gods verhinderden.

Hertaald: smeden Of: timmerlieden. Ook zij duiden de volken en naties aan die als medearbeiders van God zijn. God de HEERE zou hen uit alle hoeken van de wereld verzamelen om die sterke hoornen te breken en te vernietigen, dat is: de vijanden van Gods kerk, omdat zij de opbouw van de tempel en van Gods kerk verhinderden.

Zacharia 1 vers 21

die te verschrikken, Te weten, hoornen, dat is koninkrijken.

Hertaald: die te verschrikken, Namelijk de hoornen, dat is: de koninkrijken.

de hoornen der heidenen Dat is, het geweld, macht, koninkrijk te verstoren.

Hertaald: de hoornen der heidenen Dat is: hun geweld, macht en koninkrijk te verstoren.

welke den hoorn verheven hebben Dat is, die het land Juda met krijgsmacht overvallen en overheerd habben. Verg. Ezech. 34:21 .

Hertaald: welke den hoorn verheven hebben Dat is: die het land Juda met krijgsmacht overvallen en overheerst hebben. Vergelijk Ezech. 34:21.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Keert weder tot Mij, zo zal Ik weder tot ulieden keren  — de oproep waarmee het boek opent, met een waarschuwing uit de geschiedenis van de vorige generatie erbij (Zach. 1:1-6)

"De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen" (Zach. 1:2). Dan de oproep: "Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren" (Zach. 1:3). Er volgt een waarschuwing: "Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE" (Zach. 1:4). En een vraag die de vaderen én de profeten samen betreft: "Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?" (Zach. 1:5).

Bijbelse betekenis: Merk op de wederkerigheid in Zach. 1:3: keert weder tot Mij... zo zal Ik weder tot ulieden keren. Het initiatief wordt aan het volk gevraagd, maar de belofte van God staat er onmiddellijk tegenover. Let vervolgens op Zach. 1:5, waar zowel de ongehoorzame vaderen als de profeten die hen riepen, zijn heengegaan. Geen van beide partijen is er meer; alleen het woord blijft over. Let ten slotte op Zach. 1:6: de vaderen moesten uiteindelijk erkennen dat het hun overkwam naar hun eigen wegen. Het oordeel had hen ingehaald, ook al hadden zij het niet geloofd toen het werd aangezegd.

Typologie: Dezelfde oproep tot wederkeer met dezelfde belofte klinkt bij Jakobus: "Naakt tot God, en Hij zal tot u naken" (reeds behandeld bij Jak. 4:8).

Zach. 1:1-6; Jak. 4:8

Het ganse land zit en het is stil  — het eerste nachtgezicht: ruiters die de aarde doorwandeld hebben en niets dan rust vinden (Zach. 1:7-11)

"Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden" (Zach. 1:8). Op de vraag wat dit betekent, komt het antwoord: "Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen" (Zach. 1:10). En hun verslag: "Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil" (Zach. 1:11).

Bijbelse betekenis: Merk op waar dit gezicht plaatsvindt: tussen de mirten, in de diepte — een lage, verborgen plaats, geen hoge berg of troon. Let vervolgens op wat de ruiters melden: niet onrust of oorlog, maar juist stilte. Voor het volk van Juda, dat nog in puin en onzekerheid leefde, was die stilte onder de volken geen geruststelling maar een aanklacht — de wereld rustte, terwijl Jeruzalem nog verwoest lag. Let ten slotte op wat er hierna volgt: het is precies deze schijnbare rust van de heidenen die de Engel des HEEREN aanleiding geeft om voor Jeruzalem te pleiten.

Typologie: Zulke gezanten die de aarde doorkruisen, komen in de Schrift vaker voor; ook satan zegt van zichzelf dat hij "van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen" komt (reeds behandeld bij Job 1:7). Het beeld van doorwandelen wordt hier echter gebruikt voor dienaren die de HEERE Zelf uitzendt.

Zach. 1:7-11; Job 1:7

Ik ijver over Jeruzalem met een groten ijver  — op het verslag van de ruiters volgt een pleidooi van de Engel, en Gods antwoord in troostelijke woorden (Zach. 1:12-17)

"Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?" (Zach. 1:12). Het antwoord: "En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden" (Zach. 1:13), uitgewerkt in: "Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver. En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen" (Zach. 1:14-15).

Bijbelse betekenis: Merk op wie hier pleit: niet de profeet, maar de Engel des HEEREN Zelf, met dezelfde vraag die eerder in de Schrift door gelovigen gesteld werd: hoe lang? Let vervolgens op het onderscheid in Zach. 1:15 tussen Gods eigen, gematigde toorn en de overdreven wreedheid van de heidenen die als Zijn werktuig dienden: Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen. Het werktuig van het oordeel wordt zelf ook verantwoordelijk gehouden voor hoe ver het ging. Let ten slotte op de belofte in Zach. 1:16-17: Jeruzalem zal herbouwd worden en Sion zal getroost worden — het antwoord op de vraag hoe lang is uiteindelijk: niet voor altijd.

Typologie: Diezelfde onderscheiding tussen Gods matige toorn en het overdreven geweld van het werktuig maakte Jesaja al bij Assyrië: "de roede Mijns toorns", die zelf ook geoordeeld wordt om zijn eigen hoogmoed (reeds behandeld bij Jes. 10:5,12).

Zach. 1:12-17; Jes. 10:5,12

Vier hoornen, en vier smeden  — het tweede nachtgezicht: elke macht die verstrooit, krijgt zijn eigen tegenmacht (Zach. 1:18-21)

"En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen" (Zach. 1:18). Op de vraag wat deze zijn: "Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben" (Zach. 1:19). Dan verschijnt er meer: "En de HEERE toonde mij vier smeden" (Zach. 1:20), met als doel: "deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda" (Zach. 1:21).

Bijbelse betekenis: Merk op het beeld van de hoorn: in de Schrift een vast beeld voor macht en kracht, hier voor de machten die Juda hebben uiteengedreven. Let vervolgens op het getal vier bij zowel de hoornen als de smeden — hetzelfde aantal, alsof voor elke macht die verstrooit, precies de tegenmacht klaarstaat die haar breekt. Let ten slotte op wat de smeden doen: geen leger, geen wapentuig, maar handwerkslieden die met hun gereedschap de hoornen "verschrikken" en neerwerpen — een eenvoudig beeld voor een zekere overwinning.

Typologie: Dat elke macht die zich tegen Gods volk verheft, zelf weer onder een grotere macht valt, is dezelfde les die Daniël laat zien in de steen die de opeenvolgende rijken vermaalt (reeds behandeld bij Dan. 2:34-35,44-45).

Zach. 1:18-21; Dan. 2:34-35,44-45

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Hoe lang zult Gij U niet ontfermen? — 1:7-17

Het eerste van de acht nachtgezichten. Zacharia ziet een Man op een rood paard, staande tussen de mirten in de diepte, met ruiters achter Hem. Zij hebben de aarde doorwandeld, en hun bericht is bijna het ergste dat er kon komen.

De ruiters melden dat de hele aarde stil en rustig is — en juist dat bericht wordt een gebed.

Het bericht klinkt vredig: “Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.” Maar voor wie in de puinhopen van Jeruzalem woont is dat geen goed nieuws. De volken die haar verwoest hebben zitten op hun gemak, en zij zit tussen de stenen.

De Man op het rode paard wordt in vers 11 de Engel des HEEREN genoemd. Hij staat tussen de mirten in de diepte: niet boven Zijn volk, maar tussen hen in het laagland.

Wat Hij dan doet is priesterwerk. Hij pleit: “HEERE der heirscharen, hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt deze zeventig jaren?”

De kanttekening zegt zonder omhaal wie er bidt: Christus Jezus, de Voorbidder en Middelaar van Zijn kerk bij Zijn hemelse Vader — de kerk die in beroering en vervolging was terwijl alle andere landen om haar heen in rust waren. En onder Jeruzalem en Juda verstaat zij hier de kerk van God, hoewel het ook letterlijk te verstaan is.

Zij voegt eraan toe dat sommigen hieruit afleiden dat Zacharia dit sprak kort na het einde van de ballingschap: de Joden zijn daaruit verlost door de voorbede van Christus, nu de tijd vervuld was die in Jeremia 25 en 2 Kronieken 36 genoemd staat.

Het antwoord komt niet tot Zacharia maar tot de Engel: “En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.” Eerst wordt de Voorbidder geantwoord; daarna mag de profeet het doorgeven.

Wat er dan te zeggen valt, is warm: “Ik ben met groten ijver ijverende over Jeruzalem en over Sion.” En: “Mijn huis zal daarin gebouwd worden.”

Zo begint dit boek waar het bij de gezichten telkens op uitkomt. Er wordt gebeden door Iemand Die tussen Zijn volk staat, in de diepte — en er wordt geantwoord.

  1. Zacharia 1:8 — Een Man op een rood paard, staande tussen de mirten in de diepte.
  2. Zacharia 1:11 — Het gehele land zit stil — voor Jeruzalem geen goed bericht.
  3. Zacharia 1:12 — De Engel pleit: hoe lang zult Gij U niet ontfermen?
  4. Zacharia 1:13 — De HEERE antwoordt den Engel goede en troostelijke woorden.
  5. Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.
  6. Johannes 17:9 — Ik bid voor hen die Gij Mij gegeven hebt.

In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:25; Johannes 17:9-15; Romeinen 8:34; Jeremia 25:11-12

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Zacharia 1

Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content