Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In de achtsteH8066maandH2320, in het tweedeH8147jaarH8141 van DariusH1867, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413ZachariaH2148, den zoonH1121 van BerechjaH1296, den zoonH1121 van IddoH5714, den profeetH5030, zeggendeH559:In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
KJVIn the eighth2month,1in the second4year3of Darius,5came the word7of the LORD8unto Zechariah,10the son11of Berechiah,12the son13of Iddo14the prophet,15saying,
2De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2De HEEREH3068 is zeer vertoorndH7107 geweest tegenH5921 uw vaderenH1.De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.
KJVThe LORD2hath been sore5displeased1with your fathers.
1קָצַ֧ףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אֲבֽוֹתֵיכֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'5קָֽצֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath
3Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Daarom zegH559totH413 hen: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Keert weder tot Mij, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, zo zal Ik weder totH413 ulieden kerenH7725, zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635.Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.
KJVTherefore say1thou unto them, Thus saith4the LORD5of hosts;6Turn7ye unto me, saith9the LORD10of hosts,11and I will turn12unto you, saith14the LORD15of hosts.
1וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶ֗םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7שׁ֣וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)12וְאָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֲלֵיכֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14אָמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16צְבָאֽוֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)
4Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Weest niet als uw vaderenH1, totH413dewelkeH834 de vorigeH7223profetenH5030riepenH7121, zeggendeH559: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: BekeertH7725 u tochH4994 van uw bozeH7451wegenH1870, en uw bozeH7451handelingenH4611; maar zij hoordenH8085 niet, en zij luisterdenH7181 niet naarH413 Mij, spreektH5002 de HEEREH3068.Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
KJVBe ye not as your fathers,3unto whom the former8prophets7have cried,5saying,9Thus saith11the LORD12of hosts;13Turn14ye now from your evil17ways,16and from your evil19doings:18but they did not hear,21nor hearken23unto me, saith25the LORD.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3כַאֲבֹֽתֵיכֶ֡םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5קָרְאֽוּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6אֲלֵיהֶם֩H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַנְּבִיאִ֨יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8הָרִֽאשֹׁנִ֜יםH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past9לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)14שׁ֤וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw15נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh16מִדַּרְכֵיכֶ֣םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)17הָרָעִ֔יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)18וּמַֽעֲלְלֵיכֶ֖םH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work19הָֽרָעִ֑יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)20וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21שָׁמְע֛וּH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness22וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23הִקְשִׁ֥יבוּH7181merk, merkt, opmerkenattend, (cause to) hear(-ken), give heed, incline, mark (well), regard24אֵלַ֖יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25נְאֻםH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith26יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
5Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Uw vaderenH1, waar zijn dieH1992? En de profetenH5030, zullen zij in eeuwigheidH5769levenH2421?Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?
KJVYour fathers,1where are they? and the prophets,4do they live6for ever?
1אֲבֽוֹתֵיכֶ֖םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'2אַיֵּהH346waar?where3הֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye4וְהַ֨נְּבִאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet5הַלְעוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)6יִֽחְיֽוּH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
6Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Nochtans Mijn woordenH1697 en Mijn inzettingenH2706, dieH834 Ik Mijn knechtenH5650, den profetenH5030, gebodenH6680 had, hebben zij uw vadersH1nietH3808getroffenH5381? zodat zij wederkerendeH7725zeidenH559: Gelijk als de HEEREH3068 der heirscharenH6635gedachtH2161 heeft ons te doenH6213, naar onze wegenH1870 en naar onze handelingenH4611, alzoH3651 heeft Hij metH854 ons gedaanH6213.Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.
KJVBut my words2and my statutes,3which I commanded5my servants7the prophets,8did they not take hold10of your fathers?11and they returned12and said,13Like as the LORD16of hosts17thought15to do18unto us, according to our ways,20and according to our doings,21so hath he dealt
1אַ֣ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)2דְּבָרַ֣יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3וְחֻקַּ֗יH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task4אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוִּ֨יתִי֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7עֲבָדַ֣יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant8הַנְּבִיאִ֔יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet9הֲל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הִשִּׂ֖יגוּH5381achterhalen, bereikt, achterhaaldenability, be able, attain (unto), (be able to, can) get, lay at, put, reach, remove, wax rich, [idiom] surely, (over-) take (hold of, on, upon)11אֲבֹתֵיכֶ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12וַיָּשׁ֣וּבוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13וַיֹּאמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14כַּאֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15זָמַ֜םH2161gedacht, voorgenomen, bedachtconsider, devise, imagine, plot, purpose, think (evil)16יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17צְבָאוֹת֙H6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)18לַעֲשׂ֣וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use19לָ֔נוּ20כִּדְרָכֵ֨ינוּ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)21וּכְמַ֣עֲלָלֵ֔ינוּH4611handelingen, daden, werkendoing, endeavour, invention, work22כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you23עָשָׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use24אִתָּֽנוּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix
7Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Op den vierH702 en twintigstenH6242dagH3117, in de elfdeH6249maandH2320 (dieH1931 de maand Schebat is), in het tweedeH8147jaarH8141 van DariusH1867, geschieddeH1961 het woordH1697 des HEERENH3068totH413ZachariaH2148, den zoonH1121 van BerechjaH1296, den zoonH1121 van IddoH5714, den profeetH5030, zeggendeH559:Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
KJVUpon the four3and twentieth2day1of the eleventh4month,6which is the month8Sebat,9in the second11year10of Darius,12came the word14of the LORD15unto Zechariah,17the son18of Berechiah,19the son20of Iddo21the prophet,22saying,
1בְּיוֹם֩H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2עֶשְׂרִ֨יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וְאַרְבָּעָ֜הH702vier, vierhonderd, veertienfour4לְעַשְׁתֵּֽיH6249elfde, elf, elfden[phrase] eleven(-th)5עָשָׂ֥רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)6חֹ֨דֶשׁ֙H2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon7הוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8חֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon9שְׁבָ֔טH7627Sebat10בִּשְׁנַ֥תH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)11שְׁתַּ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two12לְדָרְיָ֑וֶשׁH1867DariusDarius13הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work15יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)17זְכַרְיָה֙H2148Zacharia, Zecharja, ZacharjaZachariah, Zechariah18בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19בֶּ֣רֶכְיָ֔הוּH1296BerechjaBerachiah, Berechiah20בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth21עִדּ֥וֹאH5714IddoIddo. Compare H3035 (יִדּוֹ), H3260 (יֶעְדִּי)22הַנָּבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet23לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
8Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Ik zagH7200 des nachtsH3915, en zietH2009, een ManH376rijdendeH7392opH5921 een roodH122paardH5483, en HijH1931stondH5975tussenH996 de mirtenH1918, die in de diepteH4699 waren; en achterH310 Hem waren rodeH122, bruineH8320 en witteH3836paardenH5483.Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.
KJVI saw1by night,2and behold a man4riding5upon a red8horse,7and he stood10among the myrtle trees12that were in the bottom;14and behind15him were there red17horses,16speckled,18and white.
1רָאִ֣יתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2הַלַּ֗יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)3וְהִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see4אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5רֹכֵב֙H7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7ס֣וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)8אָדֹ֔םH122rode, roodred, ruddy9וְה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10עֹמֵ֔דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry11בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within12הַהֲדַסִּ֖יםH1918mirten, mirteboom, mirtebomenmyrtle (tree)13אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בַּמְּצֻלָ֑הH4699dieptebottom15וְאַחֲרָיו֙H310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16סוּסִ֣יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)17אֲדֻמִּ֔יםH122rode, roodred, ruddy18שְׂרֻקִּ֖יםH8320bruinespeckled. See H8291 (שָׂרוּק)19וּלְבָנִֽיםH3836wit, wittewhite
9En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En Ik zeideH559: Mijn HeereH113! watH4100 zijn dezeH428? Toen zeideH559totH413 mij de EngelH4397, Die met mij sprakH1696: IkH589 zal u tonenH7200, watH4100dezeH428 zijn.En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.
KJVThen said1I, O my lord,4what are these? And the angel7that talked8with me said5unto me, I will shew
1וָאֹמַ֖רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מָהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'5וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6אֵלַ֗יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7הַמַּלְאָךְ֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger8הַדֹּבֵ֣רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9בִּ֔י10אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11אַרְאֶ֖ךָּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12מָהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why13הֵ֥מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye14אֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
10Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Toen antwoorddeH6030 de ManH376, Die tussenH996 de mirtenH1918stondH5975, en zeideH559: DezeH428 zijn het, die de HEEREH3068uitgezondenH7971 heeft, om het landH776 te doorwandelenH1980.Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.
KJVAnd the man2that stood3among the myrtle trees5answered1and said,6These are they whom the LORD10hath sent9to walk11to and fro through the earth.
1וַיַּ֗עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2הָאִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הָעֹמֵ֥דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry4בֵּיןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within5הַהַדַסִּ֖יםH1918mirten, mirteboom, mirtebomenmyrtle (tree)6וַיֹּאמַ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֵ֚לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9שָׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11לְהִתְהַלֵּ֖ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl12בָּאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
11En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij antwoorddenH6030 den EngelH4397 des HEERENH3068, Die tussenH996 de mirtenH1918stondH5975, en zeidenH559: Wij hebben het landH776doorwandeldH1980, en zietH2009, het ganseH3605landH776zitH3427 en het is stilH8252.En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.
KJVAnd they answered1the angel3of the LORD4that stood5among the myrtle trees,7and said,8We have walked to and fro9through the earth,10and, behold, all the earth13sitteth still,14and is at rest.
1וַֽיַּעֲנ֞וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3מַלְאַ֣ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5הָֽעֹמֵד֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6בֵּ֣יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7הַהֲדַסִּ֔יםH1918mirten, mirteboom, mirtebomenmyrtle (tree)8וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9הִתְהַלַּ֣כְנוּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl10בָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see12כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14יֹשֶׁ֥בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry15וְשֹׁקָֽטֶתH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still
12Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Toen antwoorddeH6030 den EngelH4397 des HEERENH3068, en zeideH559: HEEREH3068 der heirscharenH6635! hoeH5704langH4970 zult Gij U nietH3808ontfermenH7355 over JeruzalemH3389, en over de stedenH5892 van JudaH3063, op welkeH834 Gij gramH2194 geweest zijt, dezeH2088zeventigH7657jarenH8141?Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?
KJVThen the angel2of the LORD3answered1and said,4O LORD5of hosts,6how long wilt thou not have mercy11on Jerusalem13and on the cities15of Judah,16against which thou hast had indignation18these threescore and ten20years?
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2מַלְאַךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַיֹּאמַר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8מָתַ֗יH4970langlong, when9אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11תְרַחֵ֣םH7355ontfermen, ontferme, Ontfermerhave compassion (on, upon), love, (find, have, obtain, shew) mercy(-iful, on, upon), (have) pity, Ruhamah, [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְרוּשָׁלִַ֔םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem14וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עָרֵ֣יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town16יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah17אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18זָעַ֔מְתָּהH2194gram, vergramd, scheldabhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation19זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)20שִׁבְעִ֥יםH7657zeventig, Zeventig, duizend zeventigseventy, threescore and ten ([phrase] -teen)21שָׁנָֽהH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
13En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En de HEEREH3068antwoorddeH6030 den EngelH4397, Die met mij sprakH1696, goedeH2896woordenH1697, troostelijkeH5150woordenH1697.En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.
KJVAnd the LORD2answered1the angel4that talked5with me with good8words7and comfortable10words.
1וַיַּ֣עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַמַּלְאָ֛ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger5הַדֹּבֵ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work6בִּ֖י7דְּבָרִ֣יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work8טוֹבִ֑יםH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)9דְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work10נִחֻמִֽיםH5150berouw, troostelijke, vertroostingencomfort(-able), repenting
14En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En de EngelH4397, Die met mij sprakH1696, zeideH559totH413 mij: RoepH7121 uit, zeggendeH559: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Ik ijver over JeruzalemH3389 en over SionH6726 met een grotenH1419 ijver.En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.
Ook in dit vers
ijverH7065
ijverH7068
KJVSo the angel3that communed4with me said1unto me, Cry6thou, saying,7Thus saith9the LORD10of hosts;11I am jealous12for Jerusalem13and for Zion14with a great16jealousy.
15En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En Ik ben met een zeer grotenH1419toornH7110vertoorndH7107tegenH5921 die gerusteH7600heidenenH1471; want IkH589 was een weinigH4592toornigH7107, maar zijH1992 hebben ten kwadeH7451geholpenH5826.En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.
KJVAnd I am very2sore1displeased4with the heathen6that are at ease:7for I was but a little11displeased,10and they helped13forward the affliction.
1וְקֶ֤צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath2גָּדוֹל֙H1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who4קֹצֵ֔ףH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7הַשַּֽׁאֲנַנִּ֑יםH7600geruste, woeling, gerustthat is at ease, quiet, tumult. Compare H7946 (שַׁלְאֲנָן)8אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who10קָצַ֣פְתִּיH7107toornig, verbolgen, vertoornd(be) anger(-ry), displease, fret self, (provoke to) wrath (come), be wroth11מְּעָ֔טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very12וְהֵ֖מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye13עָזְר֥וּH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour14לְרָעָֽהH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)
16Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16DaaromH3651zegtH559 de HEEREH3068 alzo: Ik ben tot JeruzalemH3389wedergekeerdH7725 met ontfermingenH7356; Mijn huisH1004 zal daarin gebouwdH1129 worden, spreektH5002 de HEEREH3068 der heirscharenH6635, en het richtsnoerH6957 zal overH5921JeruzalemH3389uitgestrektH5186 worden.Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.
KJVTherefore thus saith3the LORD;4I am returned5to Jerusalem6with mercies:7my house8shall be built9in it, saith11the LORD12of hosts,13and a line14shall be stretched forth15upon Jerusalem.
1לָכֵ֞ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5שַׁ֤בְתִּיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6לִירוּשָׁלִַ֨ם֙H3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem7בְּֽרַחֲמִ֔יםH7356barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoederbowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb8בֵּיתִי֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יִבָּ֣נֶהH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely10בָּ֔הּ11נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith12יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13צְבָא֑וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)14וְקָ֥וH6957regel, richtsnoer, meetsnoerline. Compare H6978 (קַו־קַו)lemma קַו־קַי yod, corrected to קַו־קַו15יִנָּטֶ֖הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield16עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with17יְרוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
17Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17RoepH7121nogH5750, zeggendeH559: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068 der heirscharenH6635: Mijn stedenH5892 zullen nogH5750uitgespreidH6327 worden vanwege het goedeH2896; want de HEEREH3068 zal SionH6726nogH5750troostenH5162, en Hij zal JeruzalemH3389nogH5750verkiezenH977.Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
KJVCry2yet, saying,3Thus saith5the LORD6of hosts;7My cities10through prosperity11shall yet be spread abroad;9and the LORD13shall yet comfort12Zion,16and shall yet choose17Jerusalem.
1ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2קְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say3לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4כֹּ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder5אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)8ע֛וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)9תְּפוּצֶ֥ינָהH6327verstrooid, verstrooien, verstrooidebreak (dash, shake) in (to) pieces, cast (abroad), disperse (selves), drive, retire, scatter (abroad), spread abroad10עָרַ֖יH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town11מִטּ֑וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)12וְנִחַ֨םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)13יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16צִיּ֔וֹןH6726Sion, SionsZion17וּבָחַ֥רH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require18ע֖וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)19בִּירוּשָׁלִָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
18En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En ik hiefH5375 mijn ogenH5869 op, en zagH7200; en ziet, er waren vierH702hoornenH7161.En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.
1וָאֶשָּׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3עֵינַ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)4וָאֵ֑רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5וְהִנֵּ֖הH2009ziet, ziebehold, lo, see6אַרְבַּ֥עH702vier, vierhonderd, veertienfour7קְרָנֽוֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn
19En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En ik zeideH559 tot den EngelH4397, Die met mij sprakH1696: Wat zijn deze? En Hij zeideH559 tot mij: Dat zijn de hoornenH7161, welke JudaH3063, IsraelH3478 en JeruzalemH3389verstrooidH2219 hebben.En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.
1וָאֹמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמַּלְאָ֛ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4הַדֹּבֵ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work5בִּ֖י6מָהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֵ֤לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11הַקְּרָנוֹת֙H7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13זֵר֣וּH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15יְהוּדָ֔הH3063JudaJudah16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael18וִירוּשָׁלָֽםH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En de HEERE toondeH7200 mij vierH702smedenH2796.En de HEERE toonde mij vier smeden.
1וַיַּרְאֵ֣נִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אַרְבָּעָ֖הH702vier, vierhonderd, veertienfour4חָרָשִֽׁיםH2796werkmeesters, timmerlieden, werkmeesterartificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought
21Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen zeideH559 ik: Wat komenH935 die maken? En Hij sprakH559, zeggendeH559: Dat zijn de hoornenH7161, die JudaH3063verstrooidH2219 hebben, zodat niemandH376 zijn hoofdH7218ophiefH5375; maar deze zijn gekomen om die te verschrikkenH2729, om de hoornenH7161 der heidenenH1471 neder te werpen, welke den hoornH7161verhevenH5375 hebben tegen het landH776 van JudaH3063, om dat te verstrooienH2219.Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.
Ook in dit vers
neder werpenH3034
1וָאֹמַ֕רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מָ֛הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3אֵ֥לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)4בָאִ֖יםH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5לַֽעֲשׂ֑וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֵ֣לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9הַקְּרָנ֞וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11זֵ֣רוּH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah14כְּפִיH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word15אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)16לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17נָשָׂ֣אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield18רֹאשׁ֔וֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top19וַיָּבֹ֤אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way20אֵ֨לֶּה֙H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)21לְהַחֲרִ֣ידH2729verschrikken, verschrikte, bevendebe (make) afraid, be careful, discomfit, fray (away), quake, tremble22אֹתָ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23לְיַדּ֞וֹתH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)24אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)25קַרְנ֣וֹתH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn26הַגּוֹיִ֗םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people27הַנֹּשְׂאִ֥יםH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield28קֶ֛רֶןH7161hoornen, hoorn, Hoorn[idiom] hill, horn29אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)30אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world31יְהוּדָ֖הH3063JudaJudah32לְזָרוֹתָֽהּH2219verstrooien, wannen, verspreidencast away, compass, disperse, fan, scatter (away), spread, strew, winnow
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Zacharia 1:1— In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:Mattheüs 23:35→Nehemia 12:4→Zacharia 1:7→Zacharia 7:1→Nehemia 12:16→Ezra 4:24→Lukas 11:51→Hagai 2:10→
Zacharia 1:2— De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.Jeremia 44:6→Klaagliederen 5:7→Ezra 9:13→Klaagliederen 1:12→2 Kronieken 36:13→Psalmen 60:1→Psalmen 79:5→Ezechiël 22:31→
Zacharia 1:3— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.Maleachi 3:7→Jesaja 31:6→Jeremia 35:15→Deuteronomium 30:2→Jeremia 3:22→Jeremia 12:15→Nehemia 9:28→Klaagliederen 3:39→
Zacharia 1:4— Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.Psalmen 78:8→Zacharia 1:3→2 Kronieken 36:15→Jesaja 1:16→Ezechiël 33:11→Psalmen 106:6→Jeremia 35:15→2 Kronieken 34:21→
Zacharia 1:5— Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?Handelingen 13:36→2 Petrus 3:2→Prediker 12:7→Job 14:10→Hebreeën 9:27→Prediker 9:1→Prediker 1:4→Johannes 8:52→
Zacharia 1:6— Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.Klaagliederen 2:17→Mattheüs 24:35→Jeremia 44:28→Deuteronomium 28:15→Amos 9:10→Klaagliederen 1:18→Deuteronomium 28:20→Jeremia 23:20→
Zacharia 1:7— Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:Zacharia 1:1→
Zacharia 1:8— Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.Openbaring 6:4→Zacharia 6:2→Zacharia 13:7→Jesaja 41:19→Jesaja 55:13→Daniël 2:19→Jozua 5:13→Jesaja 57:15→
Zacharia 1:9— En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.Zacharia 4:4→Zacharia 2:3→Zacharia 1:19→Zacharia 5:5→Zacharia 6:4→Genesis 31:11→Openbaring 7:13→Daniël 7:16→
Zacharia 1:10— Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.Zacharia 1:11→Zacharia 6:5→Hebreeën 1:14→Zacharia 1:8→Zacharia 4:10→Psalmen 103:20→Hosea 12:3→Ezechiël 1:5→
Zacharia 1:11— En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.Zacharia 1:10→Zacharia 1:15→Zacharia 1:8→Psalmen 68:17→Mattheüs 25:31→Jesaja 14:7→Zacharia 6:7→1 Thessalonicenzen 5:3→
Zacharia 1:12— Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?Jeremia 29:10→Psalmen 102:13→Zacharia 7:5→Daniël 9:2→Openbaring 6:10→Psalmen 74:10→Zacharia 1:8→Jesaja 64:9→
Zacharia 1:13— En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.Jesaja 40:1→Jeremia 29:10→Zacharia 2:4→Zacharia 4:1→Amos 9:11→Jeremia 31:3→Zacharia 1:9→Zacharia 8:19→
Zacharia 1:14— En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.Joël 2:18→Zacharia 1:9→Jesaja 40:6→Zacharia 1:17→Jesaja 63:15→Hosea 11:8→Nahum 1:2→Jesaja 59:17→
Zacharia 1:15— En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.Ezechiël 25:12→Jesaja 47:6→Zacharia 1:2→Jeremia 51:24→Jesaja 54:8→Jesaja 10:5→Jeremia 48:11→Zacharia 1:11→
Zacharia 1:16— Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.Zacharia 8:3→Zacharia 4:9→Zacharia 2:10→Zacharia 2:1→Ezechiël 47:3→Jesaja 54:8→Ezechiël 40:3→Ezra 6:14→
Zacharia 1:17— Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.Jesaja 51:3→Zacharia 2:12→2 Kronieken 6:6→Nehemia 11:20→Jesaja 44:26→Jesaja 14:1→Jesaja 61:4→Efeze 1:4→
Zacharia 1:18— En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.Jozua 5:13→Daniël 2:37→Zacharia 5:5→Daniël 8:3→Zacharia 5:9→Daniël 11:28→Zacharia 2:1→Zacharia 5:1→
Zacharia 1:19— En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.Zacharia 1:21→Zacharia 1:9→Zacharia 2:2→Openbaring 7:13→Ezra 4:4→Ezra 4:7→Habakuk 3:14→Daniël 12:7→
Zacharia 1:20— En de HEERE toonde mij vier smeden.Zacharia 10:3→Jesaja 54:15→Zacharia 12:2→Obadja 1:21→Richteren 11:16→Micha 5:8→Nehemia 9:27→Zacharia 9:12→
Zacharia 1:21— Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.Psalmen 75:4→Zacharia 1:19→Klaagliederen 2:17→Daniël 12:7→Psalmen 75:10→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Zacharia 1 vers 1— In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
de achtste maand,
Dit was twee maanden nadat Haggaï begonnen was te prediken; Hag. 1:1 .
Hertaald:de achtste maand,
Dit was twee maanden nadat Haggaï begonnen was te prediken; Hag. 1:1.
Daríus,
Van den koning van Perzië ie Ezra 4:24 .
Hertaald:Daríus,
Over de koning van Perzië, zie Ezra 4:24.
Beréchja,
Alzo wordt hij in het Hebr. genoemd, doch bij de Grieken Barachias. Sommigen menen dat deze dezelfde is, van wien gesproken wordt Matt. 23:35 . Anderen houden hen voor verscheiden; verg. 2 Kron. 24:21 , met de aantekening aldaar. Zie breder van de personen in dit vers genoemd Ezra 5:1 .
Hertaald:Beréchja,
Zo wordt hij in het Hebreeuws genoemd, maar bij de Grieken Barachias. Sommigen menen dat dit dezelfde is als over wie gesproken wordt in Matth. 23:35. Anderen houden hen voor verschillende personen; vergelijk 2 Kron. 24:21 met de aantekening daar. Zie uitvoeriger over de personen die in dit vers genoemd worden Ezra 5:1.
den profeet,
Of, van den profeet.
Hertaald:den profeet,
Of: van de profeet.
Zacharia 1 vers 2— De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.
zeer vertoornd geweest
Hebr. met toorn, vertoornd.
Hertaald:zeer vertoornd geweest
Hebreeuws: met toorn vertoornd.
Zacharia 1 vers 3— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.
Keert weder tot Mij,
God keert zich tot ons als Hij ons doet gevoelen de vrucht onzer gebeden. Wij keren ons tot den Heere als wij in waar geloof en met hartelijk berouw onzer zonden zijne genade verzoeken; doch dit hebben wij van onszelven niet, maar God de Heere moet het ons geven, gelijk er staat Jer. 31:18 . Heere, bekeer mij, zo zal ik bekeerd zijn.
Hertaald:Keert weder tot Mij,
God keert Zich tot ons wanneer Hij ons de vrucht van onze gebeden laat ervaren. Wij keren ons tot de HEERE wanneer wij in waar geloof en met hartelijk berouw over onze zonden Zijn genade zoeken. Maar dat hebben wij niet uit onszelf; God de HEERE moet het ons geven, zoals er staat in Jer. 31:18: HEERE, bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn.
Zacharia 1 vers 4— Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
Weest niet als uw vaderen,
Te weten, in onbekeerlijkheid. Zie 2 Kron. 36:15-16 .
Hertaald:Weest niet als uw vaderen,
Namelijk in onbekeerlijkheid. Zie 2 Kron. 36:15-16.
de vorige profeten riepen,
Die vóór de Babylonische gevangenschap geprofeteerd hebben.
Hertaald:de vorige profeten riepen,
Die vóór de Babylonische gevangenschap geprofeteerd hebben.
luisterden niet naar Mij,
Zij luisterden niet naar hetgeen Ik hun door mijne profeten liet aanzeggen.
Hertaald:luisterden niet naar Mij,
Zij luisterden niet naar wat Ik hun door Mijn profeten liet aanzeggen.
Zacharia 1 vers 5— Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?
waar zijn die?
Alsof Hij zeide: Zij zijn wel niet meer voorhanden, gij behoordet u evenwel aan hen te spiegelen. Zie 1 Kor. 10:5-6 .
Hertaald:waar zijn die?
Alsof Hij zei: zij zijn er wel niet meer, maar u behoorde u toch aan hen te spiegelen. Zie 1 Kor. 10:5-6.
zullen zij
Anders: leven zij in eeuwigheid? Dat is, al zijn die vorige profeten dood, zo blijven evenwel hunne profetieën voor altoos. Zie vs.6, en verg. 2 Petr. 1:15 . Anderen vertalen en verklaren die woorden aldus, als zijnde de woorden der boze mensen: maar de profeten [die hen berispt hebben] hebben die altijd geleefd? Waar zijn die nu ook? Zij zijn immers ook al gestorven.
Hertaald:zullen zij
Anders: leven zij in eeuwigheid? Dat is: al zijn die vroegere profeten dood, hun profetieën blijven toch voor altijd. Zie vers 6, en vergelijk 2 Petr. 1:15. Anderen vertalen en verklaren deze woorden zo, als waren het de woorden van de boze mensen: maar hebben de profeten — die hen berispt hebben — dan altijd geleefd? Waar zijn zij nu ook? Zij zijn toch ook al gestorven.
in eeuwigheid leven?
Dat is, altijd.
Hertaald:in eeuwigheid leven?
Dat is: altijd.
Zacharia 1 vers 6— Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.
geboden had,
Te weten, dat zijze het volk verkondigen zouden.
Hertaald:geboden had,
Namelijk dat zij die aan het volk zouden verkondigen.
hebben zij uw vaders niet getroffen?
Dat is, zijn die straffen hun niet overkomen, waarmede Ik hen gedreigd had? Ja zij. Derhalve hadt gijlieden u aan hen behoren te spiegelen.
Hertaald:hebben zij uw vaders niet getroffen?
Dat is: zijn de straffen waarmee Ik hen gedreigd had hun niet overkomen? Zeker wel. Daarom had u zich aan hen behoren te spiegelen.
Gelijk als de HEERE der heirscharen
Dit hebben zij gesproken door overtuiging van hunne conscientie, als hen de Heere gestraft heeft zo met andere plagen, als inzonderheid met de Babylonische gevangenschap, waarmede Hij hen meermalen gedreigd had; verg. Ps. 106:6 .
Hertaald:Gelijk als de HEERE der heirscharen
Dit hebben zij gesproken uit de overtuiging van hun geweten, toen de HEERE hen gestraft had — zowel met andere plagen als vooral met de Babylonische gevangenschap, waarmee Hij hen meermalen gedreigd had; vergelijk Ps. 106:6.
Zacharia 1 vers 7— Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
de maand Schebat is
Meest overeenkomende met onzen Januari, als hebbende de maan, die op het einde van januari komt en op het begin van Februari. Zodat deze profetie omtrent drie maanden op de voorgaande gevolgt is.
Hertaald:de maand Schebat is
Die komt het meest overeen met onze januari, aangezien de maan die aan het einde van januari en aan het begin van februari valt daarbij hoort. Zo is deze profetie ongeveer drie maanden na de vorige gevolgd.
Beréchja,
Hebr. Berechjahu.
Hertaald:Beréchja,
Hebreeuws: Berechjahu.
Zacharia 1 vers 8— Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.
een Man rijdende
Dit was de Zoon Gods in de gedaante van een man. Doch anderen menen dat het een geschapen engel geweest is. Christus heeft meermalen voor een korten tijd de gedaante van een man aangenomen, gelijk Ezech. 1:26 , en Ezech. 40:3 ; Dan. 7:13 .
Hertaald:een Man rijdende
Dit was de Zoon van God in de gedaante van een man. Maar anderen menen dat het een geschapen engel geweest is. Christus heeft meermalen voor korte tijd de gedaante van een man aangenomen, zoals Ezech. 1:26 en Ezech. 40:3; Dan. 7:13.
op een rood paard,
Hiermede wordt aangewezen dat de Zoon Gods als een vuur zijne vijanden verteert; of, gelijk het anderen verstaan, de zonden van zijn volk; zie Jes. 63:1-3 .
Hertaald:op een rood paard,
Hiermee wordt aangeduid dat de Zoon van God Zijn vijanden als een vuur verteert; of, zoals anderen het opvatten, de zonden van Zijn volk; zie Jes. 63:1-3.
Hij stond tussen de mirten,
Of, hij hield stil onder de mirten. Door de mirten worden afgebeeld de gelovigen, die voor God groenen en een lieflijken reuk geven, gelijk de mirtebomen; en door het stilstaan van dezen man wordt betekent de gerede en altijd-tegenwoordige hulp en bijstand des Heeren.
Hertaald:Hij stond tussen de mirten,
Of: Hij hield stil onder de mirten. Met de mirten worden de gelovigen afgebeeld, die voor God groen staan en een liefelijke geur geven zoals de mirtebomen. En met het stilstaan van deze man wordt de gereedstaande en altijd tegenwoordige hulp en bijstand van de HEERE aangeduid.
die in de diepte waren;
Dat is, in een diepe, vochtige plaats; waarmede afgebeeld wordt de toestand van het Joodse volk, hetwelk te dien tijde ten dele nog in de Babylonische gevangenschap was, ten dele in het land, in grote onrust.
Hertaald:die in de diepte waren;
Dat is: op een diepe, vochtige plaats. Daarmee wordt de toestand van het Joodse volk afgebeeld, dat in die tijd ten dele nog in de Babylonische gevangenschap was en ten dele in het land, in grote onrust.
achter Hem waren
Te weten, achter dien man, die op het rode paard zat.
Hertaald:achter Hem waren
Namelijk achter die man die op het rode paard zat.
rode, bruine en witte paarden
Rode, bruine, witte paarden, op welke engelen zaten, die den Heere Christus dienden, vs.10. En dit betekent allerlei dienaars des Heeren, die Hem dienen om zijne oordelen uit te voeren, hetzij om zijne kinderen te verlossen, of om hunne vijanden te straffen.
Hertaald:rode, bruine en witte paarden
Rode, bruine en witte paarden, waarop engelen zaten die de Heere Christus dienden, vers 10. Dit duidt allerlei dienaars van de HEERE aan die Hem dienen om Zijn oordelen uit te voeren, hetzij om Zijn kinderen te verlossen, hetzij om hun vijanden te straffen.
Zacharia 1 vers 9— En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.
wat zijn deze?
Of, wie zijn deze? Te weten, die achter u zijn. De zin is: Wat heeft het te beduiden dat dezen te paard achter u staan?
Hertaald:wat zijn deze?
Of: wie zijn deze? Namelijk zij die achter U staan. De betekenis is: wat heeft het te betekenen dat dezen te paard achter U staan?
met mij sprak
Anders: in mij, gelijk eigenlijk de Hebr. woorden luiden, betekenende een inwendige openbaring der dingen, die hij uitwendig gezien had. Alzo onder vs.13,14, en Zach. 2:3 , en Zach. 4:1, Zach. 4:4-5, en Zach. 5:5, Zach. 5:10, en Zach. 6:4. Zie ook Num. 12:2 ; en 2 Sam. 23:2 , en Hos. 1:2 , enz.
Hertaald:met mij sprak
Anders: in mij, zoals de Hebreeuwse woorden eigenlijk luiden. Dat duidt een innerlijke openbaring aan van de dingen die hij uiterlijk gezien had. Zo ook vers 13 en 14, en Zach. 2:3, Zach. 4:1, Zach. 4:4-5, Zach. 5:5, Zach. 5:10 en Zach. 6:4. Zie ook Num. 12:2; 2 Sam. 23:2 en Hos. 1:2, enzovoort.
wat deze zijn
Of, wie dezen zijn; dat is, wat zij voorhebben.
Hertaald:wat deze zijn
Of: wie dezen zijn; dat is: wat zij van plan zijn.
Zacharia 1 vers 10— Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.
de HEERE
Dat is, God de Vader, want de Zoon Gods spreekt hier.
Hertaald:de HEERE
Dat is: God de Vader, want de Zoon van God spreekt hier.
uitgezonden heeft,
Of, uitgezonden had; want zij hadden toen het land doorgetrokken en waren wederom gekomen.
Hertaald:uitgezonden heeft,
Of: uitgezonden had, want zij hadden toen het land doorgetrokken en waren weer teruggekomen.
om het land te doorwandelen
Om te zien en te merken hoe het overal toeging, en den Heere daarvan bericht te komen doen. Dit wordt als bij gelijkenis gesproken, ziende op de wijze en het gebruik der koningen, die hunne dienaren overal uitzenden. Verg. Job 1:7 , en Job 2:2 . Gode onze Heere zijn alle dingen bekend; Ps. 113:6 ; Jer. 23:24 ; Hebr. 4:13 . Nochtans belieft het Hem de engelen te gebruiken, om van zijne wijsheid en regering te getuigen.
Hertaald:om het land te doorwandelen
Om te zien en op te merken hoe het overal toeging, en om de HEERE daarvan bericht te komen doen. Dit wordt bij wijze van vergelijking gezegd, met het oog op de gewoonte van de koningen, die hun dienaren overal uitzenden. Vergelijk Job 1:7 en Job 2:2. God onze HEERE zijn alle dingen bekend; Ps. 113:6; Jer. 23:24; Hebr. 4:13. Toch behaagt het Hem de engelen te gebruiken om van Zijn wijsheid en regering te getuigen.
Zacharia 1 vers 11— En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.
antwoordden
Antwoorden is hier, en elders meer te zeggen spreken, of beginnen te spreken, gelijk onder vs.12, en elders.
Hertaald:antwoordden
Antwoorden betekent hier en elders vaker: spreken, of beginnen te spreken, zoals vers 12 en elders.
den Engel des HEEREN,
Dat is, Christus den Heere, die de overste is over al de engelen.
Hertaald:den Engel des HEEREN,
Dat is: Christus de Heere, Die de overste is over alle engelen.
het land doorwandeld,
Te weten, het land van Chaldea. Anders: de aarde; dat is alle landen.
Hertaald:het land doorwandeld,
Namelijk het land van Chaldea. Anders: de aarde, dat is: alle landen.
het ganse land
Dat is, alle inwoners van het land, gelijk af te leiden is uit vs.15. Of, het ganse land, uitgezonderd het arme Joodse land, hetwelk van zijne vijanden jammerlijk werd verwoest en bedorven; of uitgezonderd de Joden, die lange jaren in Babel zijn gevangen geweest en nog veel aanstoot lijden.
Hertaald:het ganse land
Dat is: alle inwoners van het land, zoals uit vers 15 op te maken is. Of: het hele land, met uitzondering van het arme Joodse land, dat door zijn vijanden jammerlijk verwoest en bedorven werd; of met uitzondering van de Joden, die lange jaren in Babel gevangen geweest zijn en nog veel aanstoot lijden.
zit en het is stil
Dat is, de Babylonieërs en andere natiën hebben rust en vrede.
Hertaald:zit en het is stil
Dat is: de Babyloniërs en andere volken hebben rust en vrede.
Zacharia 1 vers 12— Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?
den Engel des HEEREN,
Christus Jezus, de Voorbidder en Middelaar zijne kerk bij zijn hemelsen Vader, welke kerk in beroerte en vervolging was terwijl alle andere landen rondom haar in rust waren.
Hertaald:den Engel des HEEREN,
Christus Jezus, de Voorbidder en Middelaar van Zijn kerk bij Zijn hemelse Vader — de kerk die in beroering en vervolging was terwijl alle andere landen om haar heen in rust waren.
Jeruzalem,
Onder Jeruzalem en Juda moet men hier verstaan de kerk Gods, hoewel dit ook naar de letter te verstaan is.
Hertaald:Jeruzalem,
Onder Jeruzalem en Juda moet men hier de kerk van God verstaan, hoewel het ook letterlijk te verstaan is.
deze zeventig jaren?
Hieruit nemen sommigen af dat Zacharia dit gesproken heeft kort na het einde van de Babylonische gevangenschap, uit welke de Joden door het voorbidden van Christus zijn verlost geworden; de tijd nu vervuld zijnde, waarvan geschreven staat 2 Kron. 36:14-15 , 2 Kron. 36:21 ; Jer. 25:3-5 , Jer. 25:12 , en Jer. 29:10 .
Hertaald:deze zeventig jaren?
Hieruit leiden sommigen af dat Zacharia dit gesproken heeft kort na het einde van de Babylonische gevangenschap, waaruit de Joden door de voorbede van Christus verlost zijn — nu de tijd vervuld was waarover geschreven staat in 2 Kron. 36:14-15, 2 Kron. 36:21; Jer. 25:3-5, Jer. 25:12 en Jer. 29:10.
Zacharia 1 vers 13— En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.
met mij sprak,
Of, in mij. Zie boven vs.9, en versta dat de Heere, dat is God de Vader, tot den Zoon, en de Zoon tot den profeet sprak van de liefde Gods tot zijne kerk, en den toorn over hare vijanden, gelijk breder gezegd wordt in vs.14,15.
Hertaald:met mij sprak,
Of: in mij. Zie vers 9. Versta dat de HEERE, dat is God de Vader, tot de Zoon sprak, en de Zoon tot de profeet, over de liefde van God tot Zijn kerk en over de toorn tegen haar vijanden, zoals uitvoeriger gezegd wordt in vers 14 en 15.
goede woorden,
Dat is, vriendelijke, aangename, zoete woorden.
Hertaald:goede woorden,
Dat is: vriendelijke, aangename, zoete woorden.
troostelijke woorden
Te weten, troostelijk voor zijne kerk.
Hertaald:troostelijke woorden
Namelijk troostrijk voor Zijn kerk.
Zacharia 1 vers 14— En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.
over Jeruzalem en over Sion
Te weten, om hetzelve te verlossen, uit de handen hunner vijanden; zie Jes. 9:6 ; Jer. 31:20 ; Sef. 1:16 , en onder 8:2. Ofschoon de Heere een tijdlang zijn hulp en bijstand aan zijne kerk onthouden had, nochtans beminde Hij haar als een vader zijne kinderen, of een man zijne vrouw, en Hij heeft haar ter bekwamer tijd gered uit allen nood en wederwaardigheid.
Hertaald:over Jeruzalem en over Sion
Namelijk om haar te verlossen uit de handen van hun vijanden; zie Jes. 9:6; Jer. 31:20; Zef. 1:16 en Zach. 8:2. Hoewel de HEERE Zijn hulp en bijstand een tijdlang aan Zijn kerk onthouden had, beminde Hij haar toch zoals een vader zijn kinderen of een man zijn vrouw, en Hij heeft haar op de juiste tijd gered uit alle nood en tegenspoed.
Zacharia 1 vers 15— En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.
tegen die geruste heidenen;
Dat is, tegen de Chaldeën of Babyloniërs en hunne aanhangers, die nu in rust en vrede zitten, middelerwijl mijn volk geplaagd wordt. Zie vs.11.
Hertaald:tegen die geruste heidenen;
Dat is: tegen de Chaldeeën of Babyloniërs en hun aanhang, die nu in rust en vrede zitten terwijl Mijn volk geplaagd wordt. Zie vers 11.
toornig,
Te weten, op het Joodse volk; Alsof God zeide: Zij zien niet op mijn wil of voornemen, die was mijn volk vaderlijk te kastijden om het tot boete en bekering te brengen, maar al hun doen en trachten strekt daarheen om mijn volk ganselijk te verderven en uit te roeien; zie Jes. 10:7 , en Jes. 47:6 ; zie ook Ps. 83:4-5 ; Jer. 30:11 ; Ezech. 25:3 , Ezech. 25:6 .
Hertaald:toornig,
Namelijk op het Joodse volk. Alsof God zei: zij letten niet op Mijn wil of voornemen. Dat was Mijn volk vaderlijk te kastijden om het tot boete en bekering te brengen; maar al hun doen en streven is erop gericht Mijn volk volkomen te verderven en uit te roeien. zie Jes. 10:7 en Jes. 47:6; zie ook Ps. 83:4-5; Jer. 30:11; Ezech. 25:3, Ezech. 25:6.
Zacharia 1 vers 16— Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.
het richtsnoer
Gelijk de timmerlieden doen als zij een nieuw gebouw zullen maken. De zin is: Jeruzalem zal weder herbouwd worden, de vijanden mogen daartegen doen al wat zij kunnen. Dit is volbracht door het beleid en de aandrijving van Nehemia. Verg. Neh. 2:3-4 , enz., en Hag. 1:13 . Onder de opbouwing van de stad Jeruzalem worden ook den godzaligen beloofd alle geestelijke genaden en weldaden.
Hertaald:het richtsnoer
Zoals de timmerlieden doen wanneer zij een nieuw gebouw zullen maken. De betekenis is: Jeruzalem zal weer herbouwd worden, wat de vijanden daartegen ook mogen ondernemen. Dit is volbracht door het beleid en de aandrang van Nehemia. Vergelijk Neh. 2:3-4, enzovoort, en Hag. 1:13. Onder de opbouw van de stad Jeruzalem worden de godzaligen ook alle geestelijke genade en weldaden beloofd.
Zacharia 1 vers 17— Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
Roep nog,
Anders: predik verder.
Hertaald:Roep nog,
Anders: predik verder.
Mijn steden zullen nog uitgespreid worden
Dat is, de steden van Juda zullen te eng zijn, zij zullen moeten vergroot worden.
Hertaald:Mijn steden zullen nog uitgespreid worden
Dat is: de steden van Juda zullen te klein zijn en zullen vergroot moeten worden.
vanwege het goede;
Dat is, vanwege den groten en overvloedigen zegen, dien de Heer hun geven zal. Geestelijkerwijze dit genomen zijnde, betekent het dat God zijne kerk zo zou zegenen en doen aanwassen, dat het Joodse land te eng zou wezen om haar te bevatten, maar dat zij met hare gaven door de ganse wereld zou verspreid worden. Verg. Jes. 49:18 , enz., en het gehele boek van de Handelingen der Apostelen.
Hertaald:vanwege het goede;
Dat is: vanwege de grote en overvloedige zegen die de HEERE hun geven zal. Geestelijk opgevat betekent het dat God Zijn kerk zo zou zegenen en doen aanwassen dat het Joodse land te klein zou zijn om haar te bevatten, maar dat zij met haar gaven over de hele wereld verspreid zou worden. Vergelijk Jes. 49:18, enzovoort, en het hele boek Handelingen der Apostelen.
verkiezen
Te weten, tot zijn volk. De zin is: Hij zal hen zo overvloedig met allerlei goed zegenen, dat het genoegzaam blijken zal dat God hen tot zijn volk verkoren heeft; inzonderheid zal Hij hen zegenen met herstelling van den waren godsdienst.
Hertaald:verkiezen
Namelijk tot Zijn volk. De betekenis is: Hij zal hen zo overvloedig met allerlei goed zegenen dat het duidelijk zal blijken dat God hen tot Zijn volk verkoren heeft; in het bijzonder zal Hij hen zegenen met het herstel van de ware godsdienst.
Zacharia 1 vers 18— En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.
vier hoornen
Betekenende de volken en natiën, die vijandelijk het volk Gods bestreden en aanstieten van alle hoeken en gewesten der aarde. Zie vs.19.
Hertaald:vier hoornen
Zij duiden de volken en naties aan die het volk van God vijandig bestreden en aanvielen uit alle hoeken en streken van de aarde. Zie vers 19.
Zacharia 1 vers 19— En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.
Wat zijn deze?
Waarvan zijn deze hoornen een teken? Wat beduiden zij?
Hertaald:Wat zijn deze?
Waarvan zijn deze hoornen een teken? Wat betekenen zij?
Dat zijn de hoornen,
Dat is, die betekenen de Babyloniërs en andere machtige natiën, die het met hen houden.
Hertaald:Dat zijn de hoornen,
Dat is: zij duiden de Babyloniërs aan en andere machtige volken die het met hen hielden.
Zacharia 1 vers 20— En de HEERE toonde mij vier smeden.
smeden
Of, timmerlieden. Dit betekent ook de volken en natiën, die als medearbeiders Gods zijn, die God de Heere uit alle hoeken der wereld vergaderen zou, om die sterke hoornen, dat is om de vijanden van Gods kerk te breken en te vernielen, dewijl zij den opbouw van den tempel en de kerk Gods verhinderden.
Hertaald:smeden
Of: timmerlieden. Ook zij duiden de volken en naties aan die als medearbeiders van God zijn. God de HEERE zou hen uit alle hoeken van de wereld verzamelen om die sterke hoornen te breken en te vernietigen, dat is: de vijanden van Gods kerk, omdat zij de opbouw van de tempel en van Gods kerk verhinderden.
Zacharia 1 vers 21— Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.
die te verschrikken,
Te weten, hoornen, dat is koninkrijken.
Hertaald:die te verschrikken,
Namelijk de hoornen, dat is: de koninkrijken.
de hoornen der heidenen
Dat is, het geweld, macht, koninkrijk te verstoren.
Hertaald:de hoornen der heidenen
Dat is: hun geweld, macht en koninkrijk te verstoren.
welke den hoorn verheven hebben
Dat is, die het land Juda met krijgsmacht overvallen en overheerd habben. Verg. Ezech. 34:21 .
Hertaald:welke den hoorn verheven hebben
Dat is: die het land Juda met krijgsmacht overvallen en overheerst hebben. Vergelijk Ezech. 34:21.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Keert weder tot Mij, zo zal Ik weder tot ulieden keren — de oproep waarmee het boek opent, met een waarschuwing uit de geschiedenis van de vorige generatie erbij (Zach. 1:1-6)
"De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen" (Zach. 1:2). Dan de oproep: "Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren" (Zach. 1:3). Er volgt een waarschuwing: "Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE" (Zach. 1:4). En een vraag die de vaderen én de profeten samen betreft: "Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?" (Zach. 1:5).
Bijbelse betekenis: Merk op de wederkerigheid in Zach. 1:3: keert weder tot Mij... zo zal Ik weder tot ulieden keren. Het initiatief wordt aan het volk gevraagd, maar de belofte van God staat er onmiddellijk tegenover. Let vervolgens op Zach. 1:5, waar zowel de ongehoorzame vaderen als de profeten die hen riepen, zijn heengegaan. Geen van beide partijen is er meer; alleen het woord blijft over. Let ten slotte op Zach. 1:6: de vaderen moesten uiteindelijk erkennen dat het hun overkwam naar hun eigen wegen. Het oordeel had hen ingehaald, ook al hadden zij het niet geloofd toen het werd aangezegd.
Typologie: Dezelfde oproep tot wederkeer met dezelfde belofte klinkt bij Jakobus: "Naakt tot God, en Hij zal tot u naken" (reeds behandeld bij Jak. 4:8).
Zach. 1:1-6; Jak. 4:8
Het ganse land zit en het is stil — het eerste nachtgezicht: ruiters die de aarde doorwandeld hebben en niets dan rust vinden (Zach. 1:7-11)
"Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden" (Zach. 1:8). Op de vraag wat dit betekent, komt het antwoord: "Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen" (Zach. 1:10). En hun verslag: "Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil" (Zach. 1:11).
Bijbelse betekenis: Merk op waar dit gezicht plaatsvindt: tussen de mirten, in de diepte — een lage, verborgen plaats, geen hoge berg of troon. Let vervolgens op wat de ruiters melden: niet onrust of oorlog, maar juist stilte. Voor het volk van Juda, dat nog in puin en onzekerheid leefde, was die stilte onder de volken geen geruststelling maar een aanklacht — de wereld rustte, terwijl Jeruzalem nog verwoest lag. Let ten slotte op wat er hierna volgt: het is precies deze schijnbare rust van de heidenen die de Engel des HEEREN aanleiding geeft om voor Jeruzalem te pleiten.
Typologie: Zulke gezanten die de aarde doorkruisen, komen in de Schrift vaker voor; ook satan zegt van zichzelf dat hij "van om te trekken op de aarde, en van die te doorwandelen" komt (reeds behandeld bij Job 1:7). Het beeld van doorwandelen wordt hier echter gebruikt voor dienaren die de HEERE Zelf uitzendt.
Zach. 1:7-11; Job 1:7
Ik ijver over Jeruzalem met een groten ijver — op het verslag van de ruiters volgt een pleidooi van de Engel, en Gods antwoord in troostelijke woorden (Zach. 1:12-17)
"Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?" (Zach. 1:12). Het antwoord: "En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden" (Zach. 1:13), uitgewerkt in: "Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver. En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen" (Zach. 1:14-15).
Bijbelse betekenis: Merk op wie hier pleit: niet de profeet, maar de Engel des HEEREN Zelf, met dezelfde vraag die eerder in de Schrift door gelovigen gesteld werd: hoe lang? Let vervolgens op het onderscheid in Zach. 1:15 tussen Gods eigen, gematigde toorn en de overdreven wreedheid van de heidenen die als Zijn werktuig dienden: Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen. Het werktuig van het oordeel wordt zelf ook verantwoordelijk gehouden voor hoe ver het ging. Let ten slotte op de belofte in Zach. 1:16-17: Jeruzalem zal herbouwd worden en Sion zal getroost worden — het antwoord op de vraag hoe lang is uiteindelijk: niet voor altijd.
Typologie: Diezelfde onderscheiding tussen Gods matige toorn en het overdreven geweld van het werktuig maakte Jesaja al bij Assyrië: "de roede Mijns toorns", die zelf ook geoordeeld wordt om zijn eigen hoogmoed (reeds behandeld bij Jes. 10:5,12).
Zach. 1:12-17; Jes. 10:5,12
Vier hoornen, en vier smeden — het tweede nachtgezicht: elke macht die verstrooit, krijgt zijn eigen tegenmacht (Zach. 1:18-21)
"En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen" (Zach. 1:18). Op de vraag wat deze zijn: "Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben" (Zach. 1:19). Dan verschijnt er meer: "En de HEERE toonde mij vier smeden" (Zach. 1:20), met als doel: "deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda" (Zach. 1:21).
Bijbelse betekenis: Merk op het beeld van de hoorn: in de Schrift een vast beeld voor macht en kracht, hier voor de machten die Juda hebben uiteengedreven. Let vervolgens op het getal vier bij zowel de hoornen als de smeden — hetzelfde aantal, alsof voor elke macht die verstrooit, precies de tegenmacht klaarstaat die haar breekt. Let ten slotte op wat de smeden doen: geen leger, geen wapentuig, maar handwerkslieden die met hun gereedschap de hoornen "verschrikken" en neerwerpen — een eenvoudig beeld voor een zekere overwinning.
Typologie: Dat elke macht die zich tegen Gods volk verheft, zelf weer onder een grotere macht valt, is dezelfde les die Daniël laat zien in de steen die de opeenvolgende rijken vermaalt (reeds behandeld bij Dan. 2:34-35,44-45).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Profeet, priester en koningniveau 1Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toeambt
Hoe lang zult Gij U niet ontfermen? — 1:7-17
Het eerste van de acht nachtgezichten. Zacharia ziet een Man op een rood paard, staande tussen de mirten in de diepte, met ruiters achter Hem. Zij hebben de aarde doorwandeld, en hun bericht is bijna het ergste dat er kon komen.
De ruiters melden dat de hele aarde stil en rustig is — en juist dat bericht wordt een gebed.
Het bericht klinkt vredig: “Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.” Maar voor wie in de puinhopen van Jeruzalem woont is dat geen goed nieuws. De volken die haar verwoest hebben zitten op hun gemak, en zij zit tussen de stenen.
De Man op het rode paard wordt in vers 11 de Engel des HEEREN genoemd. Hij staat tussen de mirten in de diepte: niet boven Zijn volk, maar tussen hen in het laagland.
Wat Hij dan doet is priesterwerk. Hij pleit: “HEERE der heirscharen, hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt deze zeventig jaren?”
De kanttekening zegt zonder omhaal wie er bidt: Christus Jezus, de Voorbidder en Middelaar van Zijn kerk bij Zijn hemelse Vader — de kerk die in beroering en vervolging was terwijl alle andere landen om haar heen in rust waren. En onder Jeruzalem en Juda verstaat zij hier de kerk van God, hoewel het ook letterlijk te verstaan is.
Zij voegt eraan toe dat sommigen hieruit afleiden dat Zacharia dit sprak kort na het einde van de ballingschap: de Joden zijn daaruit verlost door de voorbede van Christus, nu de tijd vervuld was die in Jeremia 25 en 2 Kronieken 36 genoemd staat.
Het antwoord komt niet tot Zacharia maar tot de Engel: “En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.” Eerst wordt de Voorbidder geantwoord; daarna mag de profeet het doorgeven.
Wat er dan te zeggen valt, is warm: “Ik ben met groten ijver ijverende over Jeruzalem en over Sion.” En: “Mijn huis zal daarin gebouwd worden.”
Zo begint dit boek waar het bij de gezichten telkens op uitkomt. Er wordt gebeden door Iemand Die tussen Zijn volk staat, in de diepte — en er wordt geantwoord.
Zacharia 1:8 — Een Man op een rood paard, staande tussen de mirten in de diepte.
Zacharia 1:11 — Het gehele land zit stil — voor Jeruzalem geen goed bericht.
Zacharia 1:12 — De Engel pleit: hoe lang zult Gij U niet ontfermen?
Zacharia 1:13 — De HEERE antwoordt den Engel goede en troostelijke woorden.
Hebreeën 7:25 — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.
Johannes 17:9 — Ik bid voor hen die Gij Mij gegeven hebt.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 7:25; Johannes 17:9-15; Romeinen 8:34; Jeremia 25:11-12
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
KruisverwijzingenMattheüs 23:35→Nehemia 12:4→Zacharia 1:7→Zacharia 7:1→Nehemia 12:16→Ezra 4:24→Lukas 11:51→Hagai 2:10→— In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
In de achtste maand, in het tweede Jaar van DariusHystaspes, ongeveer 2 maanden na de eerste voorzegging van Haggaï en de daardoor aangedrongene wederopvatting van het bouwen des tempels (Hagg. 1:1, 15), en enige weken na de voorzegging van denzelfden omtrent de toekomstige heerlijkheid van den nieuwen tempel (Hagg. 2:1 vv.), geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia (= de Heere gedenkt), een naam door vele personen in de heilige geschiedenis gedragen), den zoon van den waarschijnlijk vroeg gestorven, en daarom ook in Ezra 5:1; 6:14 niet genoemden priester Berechja (= gezegend door Jehova), den zoon van Iddo (= tijd van Hem), het hoofd van een der met Zerubbabel en Josua uit de ballingschap teruggekeerde priestergeslachten (Neh. 12:4), den Profeet. Nog op jeugdigen leeftijd was hij uit Babylon teruggekeerd, volgde hij zijnen grootvader in de priesterlijke waardigheid op, en werd nog als jongeling tot Profeet geroepen, den ouderen Haggaï tot medehelper gegeven, opdat door den mond van twee getuigen het woord Gods te eer zou worden geloofd. De Heere riep hem tot Profeet, zeggende: Door dit vers wordt het eerste woord ingeleid, dat de Profeet door openbaring des Heeren ontving, waardoor hij bij de gemeente werd ingeleid en als gewoon geroepen Profeet bevestigd. Wat de tijdsomstandigheden aangaat, onder welke onze Profeet werkte, zo zijn het geheel bij de Hagg. 1:1 geschilderde, alleen met dit onderscheid, dat het volk den tempelbouw reeds weer was begonnen. Zacharia had dus een volk voor zich, dat, door Haggaï reeds opgewekt, voor des Heeren huis en zaak gewilliger was geworden. Omtrent zijn persoon weten wij behalve hetgeen boven in den tekst uit de Boeken van Ezra en Nehemia is aangehaald, niets met zekerheid. Volgens Hoofdst. 7:1 heeft zijne profetische werkzaamheid meer den 2 jaren geduurd; bovendien verhalen de kerkvaders, dat hij in hogen ouderdom is gestorven, en naast Haggaï begraven. De Rabbijnen verwisselen hem met Zacharia, die in 2 Kron. is genoemd, en beweren, dat hij tussen den tempel en het altaar is gedood (2 (Kron. 24:22). Wat Haggaï’s roeping was, nadat het eerste deel van zijn werk was bekroond, was Zacharia’s doel. Hij moest het volk, dat een weinig gevoeliger was geworden den armen, kommervollen tegenwoordigen tijd verklaren en moed in spreken door de belofte der toekomstige heerlijkheid, maar ook, opdat het niet gerust zou worden, niet verzwijgen, wat nog nodig was, en welke ernstige tijden het moest tegengaan, om de beloofde heerlijkheid deelachtig te worden. Het Profetische boek, waarin Zacharia de van den lere door Zijnen Geest ontvangene mededelingen zo heeft neergelegd als hij ze ontvangen heeft, is in vier hoofddelen verdeeld. Het eerste (Hoofdst. 1:7-6 :15) stelt in zeven visioenen en een deze besluitende zinnebeeldige handeling de toekomstige ontwikkeling van het rijk Gods in hare hoofdmomenten voor; het tweede (Hoofdst. 7 en 8) drukt bij gelegenheid van een antwoord op ene vraag over de gedenkdagen van Jeruzalem’s verwoesting, het volk de voorwaarde op het hart voor het bereiken der heerlijkheid, welke in de gezichten is toegezegd, en gaat daarmee tot de volgende twee delen over, welke bij elkaar behoren. het derde deel (Hoofdst. 9-11) voorzegt het gericht over de anti-goddelijke wereldmacht, en de oprichting van het rijk der heerlijkheid. Het vierde en laatste deel eindelijk (Hoofdst. 12 en 13) voorspelt den strijd van Israël tegen de wereldmacht, en zijne gehele bekering en verheerlijking in den laatsten tijd. Bij deze vier delen, welke een wel afgerond geheel vormen en onder elkaar nauw verbonden zijn, vormt nu Zach. 1:2-6 ene korte inleiding, welke den lezer het juiste gezichtspunt voor het volgende geschrift moet geven, en waardoor de Profeet zijne Goddelijke roeping bekend maakt. 2. Vs. 2-6. Het voorwoord. In het eerste woord Gods, dat tot Zacharia kwam, en dat zijne roeping tot Profeet voorstelt, laat hij aan alle grote beloften in het volgende de ernstige vermaning voorafgaan, om zich oprecht tot den Heere te bekeren, en zich niet, door weer in de zonden der vaderen te vervallen, gelijke straf op den hals te halen.
KruisverwijzingenJeremia 44:6→Klaagliederen 5:7→Ezra 9:13→Klaagliederen 1:12→2 Kronieken 36:13→Psalmen 60:1→Psalmen 79:5→Ezechiël 22:31→— De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen.
De HEERE is, zo als u allen nog vers in de gedachte is, zeer vertoornd geweest tegen uwe vaderen, daar Hij het rijk van Juda met Jeruzalem en den tempel liet verwoesten, en het volk in ballingschap wegvoeren.
KruisverwijzingenMaleachi 3:7→Jesaja 31:6→Jeremia 35:15→Deuteronomium 30:2→Jeremia 3:22→Jeremia 12:15→Nehemia 9:28→Klaagliederen 3:39→— Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen.
Daarom zeg tot hen, de nu levende kinderen van deze vaderen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert met uw ganse hart weer tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik ook met Mijne volle genade, weer tot ulieden keren 1), en Ik zal nog veel groter dingen aan u doen, dan Ik tot heden heb gedaan, daar Ik u reeds rijkelijk getroost en gezegend heb (Hagg. 1:13), zegt de HEERE der heirscharen.
De oprechte boetvaardigen, die waarlijk gevoelig zijn voor de zonden, zullen niet alleen zien, dat de zonde een scheiding gemaakt heeft tussen God en hen, maar ook een vervreemding van liefde en gerechtigheid in hen, en dat zij God den rug hebben toegekeerd. Ook zullen zij niet allen hun zondigen weg halen, maar dien geheel verlaten en niet kunnen rusten, totdat zij verzoening en gemeenschap met God hebben bekomen. Dit wordt in deze beschrijving van de bekering te kennen gegeven.
KruisverwijzingenPsalmen 78:8→Zacharia 1:3→2 Kronieken 36:15→Jesaja 1:16→Ezechiël 33:11→Psalmen 106:6→Jeremia 35:15→2 Kronieken 34:21→— Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
Weest niet als uwe vaderen, tot welke de vorige Profeten riepen, die vóór het grote gericht der ballingschap leefden, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uwe boze wegen, en uwe boze handelingen (Joël 2:13. Hos. 14:2 v. Jes. 31:6. Jer. 3:12 vv. vgl. 2 Kon. 17:13 vv. maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
KruisverwijzingenHandelingen 13:36→2 Petrus 3:2→Prediker 12:7→Job 14:10→Hebreeën 9:27→Prediker 9:1→Prediker 1:4→Johannes 8:52→— Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven?
Uwe vaderen, waar zijn die? en de Profeten, die zo ernstig waarschuwden, zullen zij in eeuwigheid leven? Beide, vaders en Profeten zijn sedert lang gestorven, en gij zoudt daarom menen, dat zij door hunnen dood hun straf waren ontgaan, en dat de dreigingen der Profeten met hunnen dood waren te niet gedaan, en dus Mijn wijzen op hen daarom voor u gene betekenis meer had.
KruisverwijzingenKlaagliederen 2:17→Mattheüs 24:35→Jeremia 44:28→Deuteronomium 28:15→Amos 9:10→Klaagliederen 1:18→Deuteronomium 28:20→Jeremia 23:20→— Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.
Nochthans Mijne woorden en Mijne inzettingen, de bedreigingen des gerichts, die Ik Mijnen knechten, den Profeten, geboden had, hebben zij, even als nagezonden boden de misdadigers vervolgen, uwe vaders nietingehaald en getroffen? zodat zij wederkerende tot Mij zeiden, om Gode de eer te geven: Gelijk als de HEERE der heirscharen volgens de woorden der Profeten gedacht heeft ons te doen naar onze wegen en naar onze handelingen, overeenkomstig onze verdiensten, alzo heeft Hij met ons gedaan (Klaagl. 2:17. Dan. 9:4 vv. Ezra 9:6 vv.). Het is de manier des Heiligen Geestes eerst scherp en hard aan te vallen en daarna vriendelijk en zacht te worden. De duivel daarentegen begint zacht en grijpt zoetjes aan, maar daarna laat hij zijn stank achter en gaat in boosheid heen. Evenals een vader zijn kind eerst hard en scherp behandelt, maar het daarna het lieve kind is en enkel zoete liefde ondervindt, zo ook hier; omdat deze Profeet veel troost wil geven, begint hij hard en ernstig, en het is niet alleen de wijze des Geestes, maar de noodzakelijkheid eist het van ons. De roepstem van Zacharia tot bekering heeft ten doel aan Israël te verklaren, dat Jehova door de uitwendige omkering, welke zich in het weer aanvatten van den tempelbouw openbaarde, geenszins kon worden tevreden gesteld, maar van Zijn volk ene waarachtige omkering, ene gehele afkering hunner harten van hun vorige wegen en vorige denkwijze, en ene getrouwe overgave aan Jehova en Zijne wegen eiste. Daarom is de Profeet ook zo hevig, dat hij in deze weinige woorden wel driemalen den naam Gods noemt: Heere Zebaoth, terwijl het anders eenmaal wel genoeg ware geweest, want er hangt alles van af, dat zij bij den Heere Zebaoth blijven. In deze inleiding laat God, de Heere, door Zijn Profeet het teruggekeerde Israël wijzen op de historie van dit volk. En deze was, dat de Heere Zijn volk bezocht met de oordelen door Zijne Profeten uitgesproken, opdat het geslacht van deze dagen zich zou spiegelen aan het voorgeslacht en bewaard blijven voor den diepen afval. Maar ook opdat het in den weg van bekering zou ervaren, dat diezelfde God, die rechtvaardig is in Zijne oordelen, ook barmhartig en genadig is voor den boetvaardige, voor al degenen, die van harte begeren in Zijne rechten en inzettingen te wandelen. De Heere God plaatst Zijn volk daarom dadelijk op het rechte standpunt, opdat er een opmerkend oor zou zijn, naar hetgeen Hij te zeggen heeft. 7. A. Eerste hoofddeel: De nachtgezichten (vs. 7-Hoofdst 6:15). Drie maanden na Zijne roeping tot Profeet door het voorafgaande woord van vermaning, juist vijf maanden na het wederopnemen van den tempelbouw en twee meander na de grote belofte des Heeren door Haggaï, dat Hij Zijn volk van nu aan mocht zegenen en in de toekomst verheerlijken (Hagg. 2:10-23), ontving Zacharia des nachts ene grote openbaring door ene reeks van zeven gezichten, die geheel bij elkaar behoren en een samenhangend beeld geven. Zij stelde voor, hoe de Heere dezen zegen en verheerlijking van Zijn volk in de toekomst zou volbrengen, en hoe de toekomst van het volk en het rijk Gods in de hoofdmomenten zich zou ontwikkelen. Deze openbaring is met het treurige heden aaneen verbonden en eindigt met het uitzicht in de voltooiing van het rijk Gods. Vs. 7-17. Het de nachtgezicht van de ruiters onder de mirten. De Heere openbaart hierin den Profeet, en door hem aan het volk, dat, hoewel er tegenwoordig nog geen uitzicht aanwezig was voor de vervulling der beloofde herstelling en verheerlijking van Zijn volk, Hij toch reeds de werktuigen van Zijn gericht heeft besteld en uitgezonden, om de macht der nog steeds en onbezorgd voortlevende heidenen te doen vallen en Zijn Zion te volmaken.
KruisverwijzingenZacharia 1:1→— Op den vier en twintigsten dag, in de elfde maand (die de maand Schebat is), in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende:
Op den vier en twintigsten d. i, in de elfde maand, (die de maand Schebat is), dus op den Maandag, op welken vóór 5 maanden de tempelbouw weer was ter hand genomen, en welke daarom ook een eeuwig gedenkwaardige, heilige gedenkdag voor den Heere was, waarom Hij ook sedert dien tijd steeds weer op den 24sten dag door Zijne Profeten tot Israël begon te spreken 1) (Hagg. 2:11, 19, 21), in het tweede jaar van den koning Darius Hystaspes, op den dag, welke toen in het midden van Febr. des jaars 519 viel, geschiedde het woord des HEEREN in gezichten, in welke Hij Zijnen wil en Zijne bedoeling bekend maakte, tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den Profeet, zeggende:2)
Het is mogelijk, dat de bijzondere betekenis van den 24sten dag der maand, waarvan bij Haggaï viermalen melding gemaakt wordt, nog verder teruggaat. Het was op den 24sten van de eerste maand van het 3e jaar van Cyrus, toen den Profeet Daniël, na een vasten en bidden van drie weken, in grote droefheid en worstelen met den Heere over den treurigen toestand van Israëls volk, ondanks den schijnbaar reeds vervulden tijd, dien Jeremia genoemd had, en over de afhankelijkheid van Gods volk onder de heidense wereldmacht, welke steeds zonder uitzicht voortduurde, een engel verscheen. Deze bracht hem die grote openbaring, welke hem tot in bijzonderheden mededelingen schonk omtrent de gewichtigste gebeurtenissen van de toekomst der wereldrijken, met name over een moeilijk punt in deze toekomst, waarin het gevaar voor de heiligen ten toppunt zou stijgen; ene openbaring, welke als het enige licht in de donkere en moeilijke tijden dezer toekomst zou lichten, en voor de heiligen, die zich door dit Goddelijk licht als richtsnoer lieten leiden, tot bewaring en redding in de grote moeilijkheden moest dienen (Dan. 10:4 vv.). Deze gewichtige dag, met de openbaring daarop geschied, bleef wel bij al degenen, die zich met de toekomst van Israël bijzonder bezig hielden, in levendige en heilige herinnering, en misschien is deze betekenis van den 24sten dag der maand de reden, waarom men juist op dien dag het bouwen van den tempel weer begon. Zo kon niet alleen de herinnering aan de gewichtige wederopvatting van den tempelbouw, maar tevens de herinnering aan dien nog gewichtigeren 24sten dag der eerste maand in het 3e jaar van Cyrus, den Heere aanleiding hebben gegeven, juist op dien dag aan Zacharia de grote openbaring omtrent die grote toekomst te geven, waarvan de hoofdpunten reeds aan Daniël waren aangewezen.
Hiermede werden de gezichten ingeleid als openbaringen Gods en aangeduid als profetische opleiding. Hadden andere Profeten den last ontvangen, om in de meeste gevallen op eigenlijke wijze den last Gods te verkondigen, deze Profeet ontvangt den last, om door middel van visioenen de toekomst van Israël te voorspellen, welke zich aansluiten aan de tegenwoordige gesteldheid des volks en sluiten met het uitzicht op de volle openbaring der heerlijkheid Gods en daarom met de voleindiging van het Rijk Gods.
KruisverwijzingenOpenbaring 6:4→Zacharia 6:2→Zacharia 13:7→Jesaja 41:19→Jesaja 55:13→Daniël 2:19→Jozua 5:13→Jesaja 57:15→— Ik zag des nachts, en ziet, een Man rijdende op een rood paard, en Hij stond tussen de mirten, die in de diepte waren; en achter Hem waren rode, bruine en witte paarden.
Ik zag een gezicht 1), namelijk met het inwendig oog des Geestes, hetwelk de Heere mij had geopend, niet in een droom, maar in wakenden, zelfbewusten toestand, waarbij de ziel, ontdaan van de banden des lichaams, zich in een toestand van verrukking bevond (Dan. 7:1). Ik zag dat gezicht des nachts, wanneer de geest het meest geschikt is, om goddelijke gezichten te ontvangen. En ziet, er was voor mijn oog een man rijdende op een bloedrood paard 2), dat op bloedigen krijg als het werk van den man wees, en hij stond tussen de mirten 3), in de schaduw van aangename, liefelijk geurende mirtenbomen, die in de diepte waren, in een waterrijk dal, even als de mirten dat gaarne hebben, en achter hem als aanvoerder waren nog andere rode, eveneens krijg en bloedvergieten aanduidende, bruine, grauwe, op honger, pest en andere plagen, en witte op overwinning als werk der ruiters wijzende paarden1) (Openb. 6:2 vv.).
Met den profetischen droom heeft zeer veel overeenkomst het profetische gezicht, zodat zelfs de droom als gezicht van den nacht kan worden voorgesteld (Job. 33:15. Jes. 29:7). Het onderscheid tussen beide is alleen, dat de profetische droom in slapenden toestand, het profetisch gezicht daarentegen in wakenden toestand plaats heeft, en tevens bij het laatste het ophouden van indrukken der zintuigen en werkzaamheid van den wil met het ontwikkelen van de droombeelden tijdelijk samenvalt. Ook bij het gezicht is het opmerkingsvermogen voor de buitenwereld en de werking van den wil van den menselijken geest verlamd. De menselijke geest wordt nu meer door met hem overeenstemmende voorstellingen en begrippen bewogen; deze ontwikkelde zich, tengevolge van onmiddellijk goddelijken invloed, tot zulke beelden, gelijk zij juist geschikt zijn, om den Profeet datgene te vertegenwoordigen, wat de Geest Gods hem juist wil mededelen. Evenals bij den profetischen en den natuurlijken droom, werken ook bij het gezicht de aanschouwde beelden op het gemoed van den Profeet, treedt hij in de handeling, welke het beeld voorstelt, en verkeert hij met de gedaanten van zijn gezicht. De visionaire toestand staat volgens Hoofdst. 4:1 tot den wakenden toestand, als de wakende toestand tot den slapenden; evenals in den slaap het lichamelijk oog gesloten is voor hetgeen met den mens plaats heeft, zo is in den gewonen wakenden toestand de geest van den Profeet onvatbaar om datgene waar te nemen, wat hij in visionairen toestand krijgt te aanschouwen. De verplaatsing in visionairen toestand komt daarom overeen met ene verplaatsing uit den toestand des slaaps in dien van waken of ene opwekking. Het visioen kan daarom zowel bij dag als bij nacht plaats vinden. Ook Zacharia ontvangt de gezichten des nachts, den tijd, wanneer de geest voor de indrukken der buitenwereld minder vatbaar geworden, en alleen tot zijne gedachten geconcentreerd is, en daarom ook het gemakkelijkst voor den invloed van den Geest kan worden opengehouden.
De uitleggers zijn het er over oneens, van welke betekenis de plaats van oponthoud der ruiters, het Mirtenbos in het dal, is. Sommigen nemen aan, dat de Engel des Heeren zich juist daarom hier bevonden heeft, omdat een bos van donker groene, liefelijk geurende mirten ene hoogst liefelijke, aangename plaats is, zoals dat als plaats van oponthoud voor den Engel des Heeren past. In het dal bevond zich dit bos, omdat op vochtige plaatsen, in dalen, aan rivieren de mirten bijzonder gaarne groeien en voorspoedig zijn. Anderen daarentegen beschouwen het mirtenbos als een zinnebeeld van het rijk Gods, of van het land van Juda, als een den Heere dierbaar, liefelijk land (Dan. 8:9; 11:16), en het dal als een beeld der diepe vernedering, waarin land en volk Gods zich toen bevonden. Het gezicht in dit hoofdstuk beschrijft den toestand van Israël in de dagen van Zacharia, doch in betrekking tot ons uitgelegd beschrijft het de kerk van God, gelijk wij haar heden ten dage in de wereld aantreffen. De kerk wordt vergeleken bij een mirtenbosje, dat in de vallei bloeit. Het is verborgen, onopgemerkt, afgezonderd, niet naar ene stervende, noch de opmerkzaamheid van den onverschilligen voorbijganger tot zich trekkende. De kerk evenals haar Hoofd heeft ene heerlijkheid, maar zij is voor het vleselijk oog verborgen; want de tijd van hare verschijning in hare volkomen heerlijkheid is nog niet gekomen. Het wekt ook het denkbeeld van ene kalme gerustheid bij ons op; want het mirtenbosje in de vallei blijft stil en kalm, terwijl de storm op de toppen der bergen woedt. De stormen oefenen hun kracht uit op de rotsachtige toppen der Alpen, maar ginds, omlaag, waar de rivieren stromen, die de stad onzes Gods verblijden, bloeien de mirten aan stille wateren, allen ongedeerd, door den woedenden stormwind. Hoe groot is de innerlijke gerustheid van Gods kerk! Zelfs te midden van tegenstand en vervolging bezit zij een vrede, dien de wereld niet geeft, en dien zij dus ook niet kan ontnemen; de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, bewaart de harten en zinnen van Gods volk. Schildert dit zinnebeeld den voortdurenden wasdom der heiligen niet in sterke kleuren af? De mirt verliest zijne bladeren niet, hij is altijd groen, en de kerk behoudt nog zelfs in haar moeielijken tijd een heerlijk groen der genade; ja wat meer is, zij heeft soms het heerlijkste groen in haar strengsten winter ten toon gespreid. Zij had den grootsten zegen als hare tegenspoeden het hevigste waren. Daardoor doelt de tekst op overwinning. De mirt is het symbool des vredes en een nadrukkelijk teken van overwinning. De hoofden der overwinnaars werden met mirten en lauweren omkranst, en is de Kerk niet altijd overwinnares? Is niet ieder Christen meer dan overwinnaar door Hem, die hem heeft liefgehad? Terwijl de gelovigen leven in vrede, vallen zijn niet als zij sterven, in de armen der overwinning? . Wie is de man op het rode paard? Vele uitleggers hebben gemeend, dat het de Engel des Heeren was, de Christus onder het O. Verbond, maar o. i. ten onrechte. Van Hem wordt gesproken in vs. 11, als ook staande tussen de mirten en met name aangeduid als de Engel des Heeren, de Engel van Jehova. Onder den man op het rode paard, gevolgd door die op het bruine en witte paard, hebben we den dienstknecht onder de dienstknechten des Heeren te verstaan, die uitgezonden waren door Hem, om de aarde te beroeren. Zij zullen dan straks ook aan den Engel des Heeren verantwoording doen van hun ronddwalen op aarde en melden, dat het ganse land in rust en stil is. Met andere woorden, dat de wereldmacht die zich tegen God en Zijn volk stelde, nog in ongestoorde rust en vrede zich bevond. Nu weet men, dat de bloei van de anti-goddelijke wereldmacht in groot verband stond met den bloei van de Theokratie onder Israël en daarom met den bloei der Kerk van alle eeuwen. De bloei der wereldmacht stond gelijk met de verdrukking van die Theokratie en van de Kerk, terwijl verval en ondergang er van gelijk stond met den bloei der Kerk. Zo was het ook in die dagen, want wel had Cyrus verlof gegeven om terug te keren naar Jeruzalem en wel Darius om den Tempel te bouwen, maar toch lag Israël nog in de boeien van die macht, was ‘t schatplichtig aan Perzië. En het is dus daarom, dat de Engel des Heeren (vs.
alle voorbidder van zijn volk vraagt: Hoe lang het nog duren, eer de Heere der heirscharen zich zal ontfermen, d. i. wanneer de wereldmacht vernietigd zal worden en ten onder gaan. Waarop hij troostelijke woorden ontvangt.
Wanneer iets aanzienlijks, machtigs, zegerijk doordringends in het rijk Gods moet worden voorgesteld, wordt daartoe gaarne het beeld van paarden met daarop zittende ruiters genomen.
KruisverwijzingenZacharia 4:4→Zacharia 2:3→Zacharia 1:19→Zacharia 5:5→Zacharia 6:4→Genesis 31:11→Openbaring 7:13→Daniël 7:16→— En Ik zeide: Mijn Heere! wat zijn deze? Toen zeide tot mij de Engel, Die met mij sprak: Ik zal u tonen, wat deze zijn.
En ik zei in dien toestand van geestvermogen: Mijn Heere! wat zijn, wat betekenen deze ruiters met hun verschillende paarden? Toen zei tot mij de Engel, die met mij sprak, en die in ‘t bijzonder door den Heere gezonden was, om mij de getoonde gezichten te verklaren en Mij de goddelijke openbaring te doen begrijpen: Ik zal u tonen, wat deze zijn, wat zij betekenen.
KruisverwijzingenZacharia 1:11→Zacharia 6:5→Hebreeën 1:14→Zacharia 1:8→Zacharia 4:10→Psalmen 103:20→Hosea 12:3→Ezechiël 1:5→— Toen antwoordde de Man, Die tussen de mirten stond, en zeide: Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft, om het land te doorwandelen.
Toen antwoordde de man op het rode paard, dieals aanvoerder der ruiters tussen de mirten stond, en zei tot den Engel (vs. 11): Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft om het land, de aarde te doorwandelen, en te onderzoeken of de door Zijnen Profeet Haggaï (Hoofdst. 2:8) beloofde schokking en beweging der volken nog niet spoedig zal beginnen.
KruisverwijzingenZacharia 1:10→Zacharia 1:15→Zacharia 1:8→Psalmen 68:17→Mattheüs 25:31→Jesaja 14:7→Zacharia 6:7→1 Thessalonicenzen 5:3→— En zij antwoordden den Engel des HEEREN, Die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij hebben het land doorwandeld, en ziet, het ganse land zit en het is stil.
En zij, de ruiters, die achter dezen waren op en van elkaar verschillende paarden, antwoordden den Engel des HEEREN 1), in wien de Heere, hun Uitzender zelf aanwezig was, die tussen de mirten stond2), tegenover de ruiters stond, en zeiden, Hem bericht gevende omtrent den uitslag hunner zending: Wij hebben, gelijk de Heere ons bevolen heeft, het land, de aarde doorwandeld. Wij zijn rondgegaan, om, zo zich onder de volken gisting, ontevredenheid, onrust begon te openbaren, bloedige oorlogen onder hen te verwekken, en daardoor, alsmede door honger en pest de spoedige vernietiging van de Gode vijandige wereldmacht en de overwinning des Heeren over deze, en daardoor de redding van Gods volk uit hun macht te weeg te brengen, en ziet het ganse land der Heidenen zitin diepe rust en tevredenheid bij elkaar, en het is stil, de heerschappij van het wereldrijk is nog ongeschokt.
Reeds daarin, dat de Engel des Heeren dezelfde is die den aardsvaders is verschenen, door welken de Heere Zijn volk vroeger heeft geleid, en in het beloofde land Kanaän geleid, en alle vijanden voor Israël heeft geslagen, en nu weer na zo langen tijd verschijnt, lag ene bron van troost. Zijne verschijning was een teken, dat de Heere Zijn volk niet had verlaten, en Zijne voorbode (vs. 12) moest ten laatste elken twijfel aan de vervulling der goddelijke beloften wegnemen.
De mirten vertegenwoordigen ook hier de Kerk en de Engel des Heeren staat er tussen. Dit is de troost voor de Kerk. Zij moge nog verdrukt worden door de wereld, alle vijandige machten mogen zich tegen haar verzetten en haar ondergang willen, dat de En gel des Heeren, de grote Hogepriester en Koning zijner Kerk in het midden van haar is, waarborgt haar eeuwig bestaan en haar komen tot volle heerlijkheid. De Mirt is immer groen, en daarom is zij beeld van de Kerk. De Engel des Heeren is ook hier weer te onderscheiden van den Engel, van wien in vs. 9, 14 enz. sprake is, en eenvoudig door de Engel wordt aangeduid. Die Engel is een geschapen Engel, en treedt telkens op als een uitlegger van de visioenen voor den Profeet.
KruisverwijzingenJeremia 29:10→Psalmen 102:13→Zacharia 7:5→Daniël 9:2→Openbaring 6:10→Psalmen 74:10→Zacharia 1:8→Jesaja 64:9→— Toen antwoordde den Engel des HEEREN, en zeide: HEERE der heirscharen! hoe lang zult Gij U niet ontfermen over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt, deze zeventig jaren?
Toen antwoordde (vs. 10) de Engel des HEEREN, de met God in wezen gelijke, allerhoogste gezant, de Engel des verbonds, die van den beginne Israël had geleid en verzorgd, zeer treurig over deze boodschap, en zei, met weemoed voor Israël tot den Heere, in den hemel biddende (vgl. Gen. 19:24): HEERE der heirscharen! hoe lang zult gij U niet ontfermen over Uw rijk, in ‘t bijzonder over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt deze nu reeds lang verlopene zeventig jaren. Zo lang toch zou volgens de woorden van Uwen Profeet Jeremia (Hoofdst. 25:11; 29:10) Uw toorn slechts duren. Hoe lang wilt Gij Uw volk nog niet, zo als Gij beloofd hebt (Jes. 40 vv. Jer. 31 vv.) tot volle vrijheid en heerlijkheid leiden, wat toch niet kan geschieden, zonder die algemene beweging der volken en den val van de macht van het wereldrijk, waardoor Uw knecht in dienstbaarheid is gebracht (Hagg. 2:7 vv. 22 vv.) Het zou den schijn kunnen hebben alsof de klagende vraag, hoe lang de Heere Zich niet wilde ontfermen, in den tegenwoordigen tijd onder den koning Darius I eigenlijk niet gerechtvaardigd was, daar de Heere Zich reeds ontfermd had. Hij had toch bewerkt, dat Cyrus de gevangene Joden weer naar hun land liet gaan, hun de vrijheid, ja het bevel gaf, het huis des Heeren weer op te bouwen, en hun zelfs de door Nebukadnezar weggeroofde heilige vaten des tempels teruggaf. De ballingen, die naar Jeruzalem terugkeerden, hadden voor zich weer in de heilige stad huizen gebouwd, en die zelfs zeer bewoonbaar en aangenaam gemaakt (Hagg. 1:4), en was de begonnen tempelbouw spoedig weer in duigen gevallen, zo waren zij toch reeds weer gedurende 5 maanden op nieuw daarmee bezig. Evenwel kan die klacht van den Engel toch als ene ook nog in den tijd van Darius volkomen gerechtvaardigde worden verdedigd. Niet alleen was in het 2de jaar van Darius de tempel nog steeds niet hersteld, en niet alleen waren zelfs ten tijde van Nehemia in het jaar 445 de muren van Jeruzalem nog verbroken, de poorten met vuur verbrand, en de huizen voor het grootste gedeelte nog niet weer opgebouwd, maar Israël had ook nog zijne vorige onafhankelijkheid en zelfstandigheid niet weer verkregen; het bevond zich nog in een toestand van dienstbaarheid onder de macht der wereld, en de heerlijke beloften, welke na de 70 jarige Babylonische dienstbaarheid zonden worden vervuld, waren niet dan in zeer spaarzame mate vervuld.
KruisverwijzingenJesaja 40:1→Jeremia 29:10→Zacharia 2:4→Zacharia 4:1→Amos 9:11→Jeremia 31:3→Zacharia 1:9→Zacharia 8:19→— En de HEERE antwoordde den Engel, Die met mij sprak, goede woorden, troostelijke woorden.
En de HEERE in den hemel aldus aangesproken, antwoorddeden Engel des Heeren, en door dezen den Engel, die met mij sprak, goede, heil aankondigende woorden wat moeilijke aanging, troostelijke woorden Welk een liefderijk antwoord op ene bekommerde vraag; O Zion, er zijn goede dingen in de voorraadschuren voor u weggelegd; de tijd uwer smart zal spoedig voorbij zijn, uwe kinderen zullen worden voortgebracht; uwe gevangenis zal geëindigd zijn. Verdraag de roede met lijdzaamheid voor ene wijle en in de donkerheid vertrouw ik nog op God, want Zijne liefde brandt jegens u. God bemint Zijne kerk met ene liefde, te diep voor het menselijk verstand om te peilen. Hij bemint haar met geheel Zijn oneindig hart. Daarom laat hare zonen goeden moed houden; zij kan niet ver van den voorspoed verwijderd zijn, tot wie God goede woorden, troostrijke woorden spreekt. Wat deze troostrijke woorden geweest zijn zegt ons de Profeet. Ik ijver, de Heere bemint Zijne kerk zozeer, dat Hij niet kan toelaten, dat zij anderen zou natreden; en wanneer zij dit gedaan heeft, wil Hij niet, dat zij te veel of te zwaar zal lijden. Hij wil niet, dat Zijne vijanden haar verslinden en toont hun Zijn ongenoegen, omdat zij hare ellende vermeerderen. Juist dan wanneer God Zijne gemeente het meest schijnt te verlaten, klopt Zijn hart het warmste voor haar. De geschiedenis leert ons, dat God altijd later de roede, waarmee Hij Zijn volk kastijdt, verbreekt, als had Hij een afkeer van de roede, die Zijnen kinderen smart had aangedaan. Veel dieper nog dan Zijne kinderen gevoelt Hij hun striemen. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen, die Hem vrezen. God heeft ons niet vergeten, omdat Hij ons slaat. Zijne slagen zijn gene bewijzen van gebrek aan liefde. Als dit waar is van de kerk in ‘t algemeen, zo moet dit ook noodzakelijk gelden voor elk harer leden in ‘t bijzonder. Gij moogt vrezen, dat de Heere u voorbijgaat, doch ‘t is niet alzo. Hij, die de sterren telt, en bij namen kent, loopt geen gevaar Zijne eigene kinderen te vergeten. Hij kent uwe omstandigheden zo nauwkeurig, alsof gij het enige schepsel waart door Zijne hand voortgebracht, of de enige heilige, die ooit door Hem werd bemind. Komt tot Hem en hebt vrede.
KruisverwijzingenJoël 2:18→Zacharia 1:9→Jesaja 40:6→Zacharia 1:17→Jesaja 63:15→Hosea 11:8→Nahum 1:2→Jesaja 59:17→— En de Engel, Die met mij sprak, zeide tot mij: Roep uit, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver over Jeruzalem en over Sion met een groten ijver.
En de Engel, die tot mij sprak, deelde mij dat troostvolle antwoord des Heeren mede, en zei tot mij: Roep uit voor het volk, dat naar vertroosting smacht, luid en duidelijk, opdat niemand aan de onverbrekelijke waarheid en zekerheid uwer woorden twijfele, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver, Ik ben van gloeienden liefde-ijver ontbrand over Jeruzalem, de hoofdstad van Mijn Godsrijk, en over Zion, de plaats van Mijnen heiligen tempel en van Mijne genadige tegenwoordigheid, met een groten ijver om het Mij aan te trekken; reeds ben Ik ook begonnen dien ijver voor Mijn arm volk te tonen, daar Ik het uit Babel verloste.
KruisverwijzingenEzechiël 25:12→Jesaja 47:6→Zacharia 1:2→Jeremia 51:24→Jesaja 54:8→Jesaja 10:5→Jeremia 48:11→Zacharia 1:11→— En Ik ben met een zeer groten toorn vertoornd tegen die geruste heidenen; want Ik was een weinig toornig, maar zij hebben ten kwade geholpen.
En Ik ben aan de andere zijde met een zeer groten toorn vertoornd tegen die op hun macht en hunnen rijkdom geruste en zorgeloze Heidenen; want Ik was een weinig, een korten tijd op Mijn afvallig volk toornig, maar zij, die slechts Mijne werktuigen tot kastijding van Mijn volk moesten zijn, hebben voortdurend ten kwade geholpen 1), daar zij Mijn volk, dat hun ter kastijding was overgegeven, trachtten te vernietigen
Let hier op alle woorden, hoe vaderlijk en hartelijk zij gesproken zijn. Zij klinken niet andere dan als de woorden van enen lieven vader, die na de roede zijn kind weer tot zich lokt, en geeft hem de allerbeste woorden, houdt de roede terug en werpt die weg. Ja, Hij vertoornt tegen de roede, vloekt haar, en treedt ze met voeten, als had het de roede en niet Hij gedaan. Hij verklaart daarop zijn geselen als ten beste geschied, hoe Hij het zo goed had bedoeld, en het geen toorn, maar enkel liefde geweest is; Hij biedt het bovendien een penning of appel aan tot een waar teken, opdat het vreesachtige kind de roede vergete, en zich weer kinderlijk voor hem plaatse. Als men ziet, wie Hij is, die zo spreekt, namelijk God zelf, dan zijn het voorwaar zoete woorden, ja woorden van leven, vreugde en van alle zaligheid. Want al was iemand in de hel en hoorde hij zulke woorden van God, hij zou levendig en vrolijk worden over zulke woorden. Maar wij laten ze gaan, letten er op alsof ze een mens sprak, geloven niet, dat God zelf spreekt; daarom proeven wij ook niet, hoe zoet ze zijn. Ten kwade geholpen wil niet anders zeggen, dan dat zij het hebben gedaan uit pure vijandschap tegen Gods volk. Zij hebben het niet gedaan om Gods Raadsbesluit te volvoeren, maar om het volk Israëls van den aardbodem te vernietigen. De tucht Gods tegen Zijn volk was om te behouden, om het overblijfsel door het vuur van het gericht te behouden en te reinigen; de toorn der vijanden bedoelde juist het omgekeerde, namelijk om geheel te vernietigen.
KruisverwijzingenZacharia 8:3→Zacharia 4:9→Zacharia 2:10→Zacharia 2:1→Ezechiël 47:3→Jesaja 54:8→Ezechiël 40:3→Ezra 6:14→— Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben tot Jeruzalem wedergekeerd met ontfermingen; Mijn huis zal daarin gebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer zal over Jeruzalem uitgestrekt worden.
Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben reeds tot Jeruzalem wedergekeerd met Mijne ontfermingen 1), Mijn huis zal daarinten gevolge daarvan weer volkomen opgebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer, waarmee timmerlieden en metselaars de plaatsen voor de gebouwen afmeten, zal ook over Jeruzalem uitgestrekt worden
, zodat het weer in zijne vroegere grootheid en schoonheid hersteld wordt; Ik zelf wil alle hinderpalen, die zich tegen dat alles overstellen, uit den weg ruimen.
Hij spreekt van tweeërlei bouwen: het eerste van Zijn huis, den tempel, waaraan het meest gelegen is, opdat zij te voren met geestelijk bestuur naar de ziel verzorgd worden door Gods woord en godsdienst. Daar toch woont God, waar Zijn woord en Zijne eer is. Daarom is het zeker ene grote barmhartigheid, niet om het huis van hout en stenen te bouwen, maar dat God met Zijn woord, dienst en ambt daarin wil wonen en bij hen wil zijn, hen leren en heiligen en helpen. Dat heet Gods huis. Want waar Zijn woord niet is, daar woont Hij niet, en vraagt Hij ook naar geen huis; want toen het woord er niet meer bleef, liet Hij den tempel en de stad door de Romeinen verwoesten. Het tweede bouwen in de stad Jeruzalem, waarin de uitwendige wereldlijke regering mede wordt bedoeld, hetwelk ook, ene grote barmhartigheid is, want die twee beschouwingen moet men hebben; de geestelijke voor de ziel, de wereldlijke voor het lichaam.
Dit is het grote troostwoord. De Heere is weer met Zijne ontfermingen tot Jeruzalem toegekeerd, heeft weer met Zijne erbarmingen Zijn volk bereikt. Nu kon Jeruzalem en Juda gerust zijn, want als Gods ontfermingen zich over Zijn volk uitstrekken, dan heeft het genoeg, genoeg om te midden van ellende zich te verheugen, en dan zullen ook al de laster en leugen van den vijand niets baten, om dit volk te vernietigen. De zon laat weer haar lieflijk licht vallen. De wolken zijn weggeschoven door de eigen hand des Heeren.
KruisverwijzingenJesaja 51:3→Zacharia 2:12→2 Kronieken 6:6→Nehemia 11:20→Jesaja 44:26→Jesaja 14:1→Jesaja 61:4→Efeze 1:4→— Roep nog, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijn steden zullen nog uitgespreid worden vanwege het goede; want de HEERE zal Sion nog troosten, en Hij zal Jeruzalem nog verkiezen.
Roep nog verder, want Ik zal nog sterker Mijne barmhartigheid tonen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijneuit alle steden der aarde als bijzonder eigendom verkorene steden van Juda zullen nog verspreid worden van wege het goede; zij zullen van zegen overvloeien gelijk aan een nauw stroombed dat de grote, daarheen wandelende watermassa’s niet kan bevatten; want de HEERE zal Zich zo machtig verheerlijken, en Zion nog troosten over alle de rampen, welke de heidenen onder Zijne toelating hebben veroorzaakt, en Hij zal het zo begenadigde en verheerlijkte Jeruzalem nog verkiezen als de plaats, in welker midden Hij als te voren tegenwoordig is. Deze troostrijke belofte omvat de gehele toekomst van het rijk Gods, en wel zo, dat de beginselen van vervulling daarin duidelijk worden, dat de tempelbouw in het 6de jaar van Darius werd voltooid, en onder Artaxerxes door Nehemia ook Jeruzalem werd hersteld, maar deze beginselen van vervulling zelf slechts een onderpand daarvoor leveren, dat de verheerlijking, door de vorige profeten voorzegd, de verheerlijking van het volk en het rijk Gods even zo zeker zou volgen. Ofschoon Gods verzoend volk voor een tijd in de laagte kan liggen, zo kan Zijn zegen hen nochthans boven alle verwachting verhogen. De grote troost, die voor des Heeren volk uit alle Zijne genadige bedelingen ontstaat, is, dat zij door dezelve bevestigd worden, in het vooruitzicht van Zijn uitverkoren volk te zijn, en dat zij in Zijne gunst staan, welke door de droevige verdrukkingen vernietigd en verloren scheen te zijn. Want hun troost is dat Hij door deze bedeling Jeruzalem nog verkiezen zal of een nieuw bewijs daarvan geven. 18.
II. Vs. 18-21.KruisverwijzingenZacharia 1:21→Jozua 5:13→Zacharia 1:9→Psalmen 75:4→Zacharia 1:19→Daniël 2:37→Zacharia 5:5→Daniël 8:3→ — En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen. En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben. En de HEERE toonde mij vier smeden. Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien. Het tweede nachtgezicht van de vier hoornen en de vier smeden is ene nadere ontwikkeling van de verklaring des Heeren in vs. 15, dat Hij op de trotse Heidenen zeer toornig was, omdat zij bij de kastijding van Israël ten kwade hielpen, en wijst aan, hoe de Heere eens de wereldmachten, welke Zijn volk en rijk vijandig waren, zou vernietigen.
KruisverwijzingenJozua 5:13→Daniël 2:37→Zacharia 5:5→Daniël 8:3→Zacharia 5:9→Daniël 11:28→Zacharia 2:1→Zacharia 5:1→— En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen.
En ik hief Mijne ogen op, welke na het verdwijnen van het eerste gezicht weer door den nacht omgeven waren, en daarom naar beneden gericht en ik zag, en ziet er was voor het oog Mijns geestes een ander gezicht, er waren namelijk vier hoornen, welke uit de aarde uitstaken.
KruisverwijzingenZacharia 1:21→Zacharia 1:9→Zacharia 2:2→Openbaring 7:13→Ezra 4:4→Ezra 4:7→Habakuk 3:14→Daniël 12:7→— En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben.
En Ik zei tot den Engel, die met mij sprak (vs. 9): Wat zijn deze, wat betekenen die? En hij zei tot mij: Dit zijn die hoornen of vijandige wereldmachten, welke rondom Israël wonende, van alle vier zijden kwamen en het gehele volk Gods, Juda, Israël en de hoofdstad des gehelen volks Jeruzalem in alle vier winden verstrooid hebben, en daardoor het rijk Gods opslokten. De hoorn dient voor het dier, dat daarmee voorzien is, tot een beschermend en aanvallend wapen, en wordt daarom als teken of symbool gebezigd van de macht, zowel van die, welke de vijanden verplettert (1 Kon. 22:11. Micha 4:13 Deut. 33:17. Amos 6:13), als ook van die, welke door onderwerping der vijanden verlost en helpt (Ps. 18:3. 2 Sam. 22:3. Sa Luk. 1:69), als ten laatste ook van die, welke hierdoor veiligheid en alzo ook erkenning en eer verleent, of als beeld van grootheid (Job 16:15. Ps. 75:5). Op onze plaats kunnen de hoornen alleen als symbool van nederwerpende, verdervende macht worden opgevat, daar hun uitdrukkelijk de verstrooiing Israëls wordt toegeschreven. Een groot aantal uitstekende Schriftverklaarders van ouden en nieuwen tijd neemt aan, dat door het getal vier bij de hoornen op de vier wereldmonarchieën bij Daniël (2:7) zou worden gewezen, welke wel niet alle het volk verstrooiden, maar het toch alle min of meer onderwierpen. De tekst zegt echter, dat alleen van Israëls verstrooiing sprake is, en wel van ene, welke reeds heeft plaats gehad, welke tot het verledene behoort, en in hare gevolgen op den tegenwoordigen tijd invloed uitoefent, terwijl toch ten tijde van Salomo twee van die wereldmonarchieën van Daniël nog in de verre toekomst lagen. Wij nemen daarom aan, dat het tiental van hoornen op de vijandige volken ziet, die aan de verstrooiing en verwoesting eerst van Israël en vervolgens van Juda hebben geholpen, en naar de vier zijden der wereld heenwonen, als ook op het volslagene der verstrooiing van Gods volk naar alle vier windstreken.
KruisverwijzingenZacharia 10:3→Jesaja 54:15→Zacharia 12:2→Obadja 1:21→Richteren 11:16→Micha 5:8→Nehemia 9:27→Zacharia 9:12→— En de HEERE toonde mij vier smeden.
En de HEERE zelf toonde mij tegelijk daarmee, tegenover de vier hoornen, vier smeden, want als zodanigen herkende ik hen dadelijk aan hun kleding en gereedschappen. In het gezicht, door dit hoofdstuk beschreven, zag de Profeet vier verschillende hoornen, en zij verstrooiden dan naar deze, dan weer naar gene zijde, de sterksten en machtigsten nederwerpende; en de Profeet vroeg: Wat zijn deze? En het antwoord was: dat zijn de hoornen, welke Israël verstrooid hebben. Hij zag voor hem ene afbeelding van de machten, die de gemeente des Heeren hadden verdrukt. Daar waren vier hoornen, want de kerk wordt van alle zijden aangevallen. Wel mocht de Profeet schrikken; maar onverwachts vertonen zich aan hem vier smeden. Toen sprak hij: “wat komen die maken?” Deze zijn de mannen, door God besteld om de hoornen te verbreken. God zal altoos mensen vinden voor Zijn werk en Hij zal hen vinden op den rechten tijd. De Profeet zag niet eerst de smeden, toen er voor hen geen werk voor handen was, maar eerst de hoornen en toen de smeden. Daarenboven vindt de Heere mannen genoeg. Hij vindt niet drie smeden, maar vier; daar zijn vier hoornen, dus moeten er ook vier werklieden zijn. God vindt ook de geschikte lieden; niet vier om met pennen te schrijven, niet vier architecten om bouwplannen te maken, maar vier smeden, om grof werk te doen. Houdt u overtuigd, gij, die voor de arke Gods siddert, dat zodra de hoornen zich verheffen, de smeden zullen opstaan. Gij behoeft u niet te bekommeren over de zwakheid van Gods kerk in enig tijdperk van haar bestaan; de moedige hervormer, die de volkeren in hun grondvesten zal doen daveren, wordt misschien reeds in stilte gekweekt. Chrysostomussen kunnen uit onze haveloze scholen, en Augustinussen uit onze achterbuurten te voorschijn treden. De Heere weet, waar Hij Zijne knechten moet aantreffen. Hij heeft ene keurbende van machtigen in de hinderlagen verscholen, en op Zijn woord zullen zij zich opmaken tot den strijd; immers de strijd is des Heeren, en Hij zal de overwinning voor Zich verwerven. Laat ons Christus getrouw blijven, en op den rechten tijd zal Hij ter onzer verdediging opstaan, zij het ter redding in onzen eigen bijzonderen nood, of in tijden van gevaar voor Zijne kerk.
KruisverwijzingenPsalmen 75:4→Zacharia 1:19→Klaagliederen 2:17→Daniël 12:7→Psalmen 75:10→— Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.
Toen zei Ik tot den Engel, die met mij sprak (vs. 9): Wat komen die maken? want dat zij gekomen zijn, om iets tegen de vier hoornen te ondernemen, is duidelijk. En Hij sprak: zeggende: Dat zijn de hoornen, de vijandige heidense volken, die Juda, het volk Gods, dat in Juda zijn middelpunt had en nu weer heeft, zogeheel en al verstrooid hebben, zodat alle vreugde, alle moed en hoop bij ieder verdween, en niemand zijn hoofd ophief, of verwachtte, dat het rijk Gods ooit weer zou worden hersteld, maar deze smeden zijn de zinnebeelden van Goddelijke gerichten over de vijanden; zij zijn gekomen, om die te verschrikken eerst in schrik en vreze te brengen, en door hun verschijning allen in de zorgeloze rust te storen, om de hoornen der Heidenen, de verderfelijke macht vervolgens na die voorboden en tekenen der tot hen naderende zware gerichten van Gods toorn, geheel neer te werpen, welke den hoorn in vijandigen hoogmoed verheven hebben tegen het land van Juda, het volk van God, om dat te verstrooien. De vervulling van deze bedreiging ligt voor de hand. De macht der volken, welke aan de oplossing van het Israëlietische volk deelnamen, is zo geheel en al vernietigd, dat de meesten dier volken tegenwoordig spoorloos zijn verdwenen. De troostvolle voorzegging van dit gericht is nu niet beperkt tot de verstrooiers van het toenmalige rijk Gods in de gedaante van het volk Israël, maar strekt zich uit tot het rijk Gods en Zijne vijanden tot aan het einde der tijden. De volken en rijken, welke door den Heere tot bestraffing van Zijn rijk gebezigd, uit boosheid en hoogmoed ten kwade helpen, zullen ook steeds hun smeden vinden, en hun macht zal verdwijnen, gelijk die der toenmalige macht verdwenen is. Geen voorspoed, die de vijanden over de kerk behaald hebben, gedurende hare beproeving en strijd, zal hen tegen een dag van wrake kunnen verzekeren of hen bestand maken tegen de bekwame werktuigen van dezelve.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Zacharia 1
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
In de achtste maand, in het tweede Jaar van DariusHystaspes, ongeveer 2 maanden na de eerste voorzegging van Haggaï en de daardoor aangedrongene wederopvatting van het bouwen des tempels (Hagg. 1:1, 15), en enige weken na de voorzegging van denzelfden omtrent de toekomstige heerlijkheid van den nieuwen tempel (Hagg. 2:1 vv.), geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia (= de Heere gedenkt), een naam door vele personen in de heilige geschiedenis gedragen), den zoon van den waarschijnlijk vroeg gestorven, en daarom ook in Ezra 5:1; 6:14 niet genoemden priester Berechja (= gezegend door Jehova), den zoon van Iddo (= tijd van Hem), het hoofd van een der met Zerubbabel en Josua uit de ballingschap teruggekeerde priestergeslachten (Neh. 12:4), den Profeet. Nog op jeugdigen leeftijd was hij uit Babylon teruggekeerd, volgde hij zijnen grootvader in de priesterlijke waardigheid op, en werd nog als jongeling tot Profeet geroepen, den ouderen Haggaï tot medehelper gegeven, opdat door den mond van twee getuigen het woord Gods te eer zou worden geloofd. De Heere riep hem tot Profeet, zeggende: Door dit vers wordt het eerste woord ingeleid, dat de Profeet door openbaring des Heeren ontving, waardoor hij bij de gemeente werd ingeleid en als gewoon geroepen Profeet bevestigd. Wat de tijdsomstandigheden aangaat, onder welke onze Profeet werkte, zo zijn het geheel bij de Hagg. 1:1 geschilderde, alleen met dit onderscheid, dat het volk den tempelbouw reeds weer was begonnen. Zacharia had dus een volk voor zich, dat, door Haggaï reeds opgewekt, voor des Heeren huis en zaak gewilliger was geworden. Omtrent zijn persoon weten wij behalve hetgeen boven in den tekst uit de Boeken van Ezra en Nehemia is aangehaald, niets met zekerheid. Volgens Hoofdst. 7:1 heeft zijne profetische werkzaamheid meer den 2 jaren geduurd; bovendien verhalen de kerkvaders, dat hij in hogen ouderdom is gestorven, en naast Haggaï begraven. De Rabbijnen verwisselen hem met Zacharia, die in 2 Kron. is genoemd, en beweren, dat hij tussen den tempel en het altaar is gedood (2 (Kron. 24:22). Wat Haggaï’s roeping was, nadat het eerste deel van zijn werk was bekroond, was Zacharia’s doel. Hij moest het volk, dat een weinig gevoeliger was geworden den armen, kommervollen tegenwoordigen tijd verklaren en moed in spreken door de belofte der toekomstige heerlijkheid, maar ook, opdat het niet gerust zou worden, niet verzwijgen, wat nog nodig was, en welke ernstige tijden het moest tegengaan, om de beloofde heerlijkheid deelachtig te worden. Het Profetische boek, waarin Zacharia de van den lere door Zijnen Geest ontvangene mededelingen zo heeft neergelegd als hij ze ontvangen heeft, is in vier hoofddelen verdeeld. Het eerste (Hoofdst. 1:7-6 :15) stelt in zeven visioenen en een deze besluitende zinnebeeldige handeling de toekomstige ontwikkeling van het rijk Gods in hare hoofdmomenten voor; het tweede (Hoofdst. 7 en 8) drukt bij gelegenheid van een antwoord op ene vraag over de gedenkdagen van Jeruzalem’s verwoesting, het volk de voorwaarde op het hart voor het bereiken der heerlijkheid, welke in de gezichten is toegezegd, en gaat daarmee tot de volgende twee delen over, welke bij elkaar behoren. het derde deel (Hoofdst. 9-11) voorzegt het gericht over de anti-goddelijke wereldmacht, en de oprichting van het rijk der heerlijkheid. Het vierde en laatste deel eindelijk (Hoofdst. 12 en 13) voorspelt den strijd van Israël tegen de wereldmacht, en zijne gehele bekering en verheerlijking in den laatsten tijd. Bij deze vier delen, welke een wel afgerond geheel vormen en onder elkaar nauw verbonden zijn, vormt nu Zach. 1:2-6 ene korte inleiding, welke den lezer het juiste gezichtspunt voor het volgende geschrift moet geven, en waardoor de Profeet zijne Goddelijke roeping bekend maakt. 2. Vs. 2-6. Het voorwoord. In het eerste woord Gods, dat tot Zacharia kwam, en dat zijne roeping tot Profeet voorstelt, laat hij aan alle grote beloften in het volgende de ernstige vermaning voorafgaan, om zich oprecht tot den Heere te bekeren, en zich niet, door weer in de zonden der vaderen te vervallen, gelijke straf op den hals te halen.
De HEERE is, zo als u allen nog vers in de gedachte is, zeer vertoornd geweest tegen uwe vaderen, daar Hij het rijk van Juda met Jeruzalem en den tempel liet verwoesten, en het volk in ballingschap wegvoeren.
Daarom zeg tot hen, de nu levende kinderen van deze vaderen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert met uw ganse hart weer tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik ook met Mijne volle genade, weer tot ulieden keren 1), en Ik zal nog veel groter dingen aan u doen, dan Ik tot heden heb gedaan, daar Ik u reeds rijkelijk getroost en gezegend heb (Hagg. 1:13), zegt de HEERE der heirscharen.
De oprechte boetvaardigen, die waarlijk gevoelig zijn voor de zonden, zullen niet alleen zien, dat de zonde een scheiding gemaakt heeft tussen God en hen, maar ook een vervreemding van liefde en gerechtigheid in hen, en dat zij God den rug hebben toegekeerd. Ook zullen zij niet allen hun zondigen weg halen, maar dien geheel verlaten en niet kunnen rusten, totdat zij verzoening en gemeenschap met God hebben bekomen. Dit wordt in deze beschrijving van de bekering te kennen gegeven.
Weest niet als uwe vaderen, tot welke de vorige Profeten riepen, die vóór het grote gericht der ballingschap leefden, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uwe boze wegen, en uwe boze handelingen (Joël 2:13. Hos. 14:2 v. Jes. 31:6. Jer. 3:12 vv. vgl. 2 Kon. 17:13 vv. maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE.
Uwe vaderen, waar zijn die? en de Profeten, die zo ernstig waarschuwden, zullen zij in eeuwigheid leven? Beide, vaders en Profeten zijn sedert lang gestorven, en gij zoudt daarom menen, dat zij door hunnen dood hun straf waren ontgaan, en dat de dreigingen der Profeten met hunnen dood waren te niet gedaan, en dus Mijn wijzen op hen daarom voor u gene betekenis meer had.
Nochthans Mijne woorden en Mijne inzettingen, de bedreigingen des gerichts, die Ik Mijnen knechten, den Profeten, geboden had, hebben zij, even als nagezonden boden de misdadigers vervolgen, uwe vaders nietingehaald en getroffen? zodat zij wederkerende tot Mij zeiden, om Gode de eer te geven: Gelijk als de HEERE der heirscharen volgens de woorden der Profeten gedacht heeft ons te doen naar onze wegen en naar onze handelingen, overeenkomstig onze verdiensten, alzo heeft Hij met ons gedaan (Klaagl. 2:17. Dan. 9:4 vv. Ezra 9:6 vv.). Het is de manier des Heiligen Geestes eerst scherp en hard aan te vallen en daarna vriendelijk en zacht te worden. De duivel daarentegen begint zacht en grijpt zoetjes aan, maar daarna laat hij zijn stank achter en gaat in boosheid heen. Evenals een vader zijn kind eerst hard en scherp behandelt, maar het daarna het lieve kind is en enkel zoete liefde ondervindt, zo ook hier; omdat deze Profeet veel troost wil geven, begint hij hard en ernstig, en het is niet alleen de wijze des Geestes, maar de noodzakelijkheid eist het van ons. De roepstem van Zacharia tot bekering heeft ten doel aan Israël te verklaren, dat Jehova door de uitwendige omkering, welke zich in het weer aanvatten van den tempelbouw openbaarde, geenszins kon worden tevreden gesteld, maar van Zijn volk ene waarachtige omkering, ene gehele afkering hunner harten van hun vorige wegen en vorige denkwijze, en ene getrouwe overgave aan Jehova en Zijne wegen eiste. Daarom is de Profeet ook zo hevig, dat hij in deze weinige woorden wel driemalen den naam Gods noemt: Heere Zebaoth, terwijl het anders eenmaal wel genoeg ware geweest, want er hangt alles van af, dat zij bij den Heere Zebaoth blijven. In deze inleiding laat God, de Heere, door Zijn Profeet het teruggekeerde Israël wijzen op de historie van dit volk. En deze was, dat de Heere Zijn volk bezocht met de oordelen door Zijne Profeten uitgesproken, opdat het geslacht van deze dagen zich zou spiegelen aan het voorgeslacht en bewaard blijven voor den diepen afval. Maar ook opdat het in den weg van bekering zou ervaren, dat diezelfde God, die rechtvaardig is in Zijne oordelen, ook barmhartig en genadig is voor den boetvaardige, voor al degenen, die van harte begeren in Zijne rechten en inzettingen te wandelen. De Heere God plaatst Zijn volk daarom dadelijk op het rechte standpunt, opdat er een opmerkend oor zou zijn, naar hetgeen Hij te zeggen heeft. 7. A. Eerste hoofddeel: De nachtgezichten (vs. 7-Hoofdst 6:15). Drie maanden na Zijne roeping tot Profeet door het voorafgaande woord van vermaning, juist vijf maanden na het wederopnemen van den tempelbouw en twee meander na de grote belofte des Heeren door Haggaï, dat Hij Zijn volk van nu aan mocht zegenen en in de toekomst verheerlijken (Hagg. 2:10-23), ontving Zacharia des nachts ene grote openbaring door ene reeks van zeven gezichten, die geheel bij elkaar behoren en een samenhangend beeld geven. Zij stelde voor, hoe de Heere dezen zegen en verheerlijking van Zijn volk in de toekomst zou volbrengen, en hoe de toekomst van het volk en het rijk Gods in de hoofdmomenten zich zou ontwikkelen. Deze openbaring is met het treurige heden aaneen verbonden en eindigt met het uitzicht in de voltooiing van het rijk Gods. Vs. 7-17. Het de nachtgezicht van de ruiters onder de mirten. De Heere openbaart hierin den Profeet, en door hem aan het volk, dat, hoewel er tegenwoordig nog geen uitzicht aanwezig was voor de vervulling der beloofde herstelling en verheerlijking van Zijn volk, Hij toch reeds de werktuigen van Zijn gericht heeft besteld en uitgezonden, om de macht der nog steeds en onbezorgd voortlevende heidenen te doen vallen en Zijn Zion te volmaken.
Op den vier en twintigsten d. i, in de elfde maand, (die de maand Schebat is), dus op den Maandag, op welken vóór 5 maanden de tempelbouw weer was ter hand genomen, en welke daarom ook een eeuwig gedenkwaardige, heilige gedenkdag voor den Heere was, waarom Hij ook sedert dien tijd steeds weer op den 24sten dag door Zijne Profeten tot Israël begon te spreken 1) (Hagg. 2:11, 19, 21), in het tweede jaar van den koning Darius Hystaspes, op den dag, welke toen in het midden van Febr. des jaars 519 viel, geschiedde het woord des HEEREN in gezichten, in welke Hij Zijnen wil en Zijne bedoeling bekend maakte, tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den Profeet, zeggende:2)
Het is mogelijk, dat de bijzondere betekenis van den 24sten dag der maand, waarvan bij Haggaï viermalen melding gemaakt wordt, nog verder teruggaat. Het was op den 24sten van de eerste maand van het 3e jaar van Cyrus, toen den Profeet Daniël, na een vasten en bidden van drie weken, in grote droefheid en worstelen met den Heere over den treurigen toestand van Israëls volk, ondanks den schijnbaar reeds vervulden tijd, dien Jeremia genoemd had, en over de afhankelijkheid van Gods volk onder de heidense wereldmacht, welke steeds zonder uitzicht voortduurde, een engel verscheen. Deze bracht hem die grote openbaring, welke hem tot in bijzonderheden mededelingen schonk omtrent de gewichtigste gebeurtenissen van de toekomst der wereldrijken, met name over een moeilijk punt in deze toekomst, waarin het gevaar voor de heiligen ten toppunt zou stijgen; ene openbaring, welke als het enige licht in de donkere en moeilijke tijden dezer toekomst zou lichten, en voor de heiligen, die zich door dit Goddelijk licht als richtsnoer lieten leiden, tot bewaring en redding in de grote moeilijkheden moest dienen (Dan. 10:4 vv.). Deze gewichtige dag, met de openbaring daarop geschied, bleef wel bij al degenen, die zich met de toekomst van Israël bijzonder bezig hielden, in levendige en heilige herinnering, en misschien is deze betekenis van den 24sten dag der maand de reden, waarom men juist op dien dag het bouwen van den tempel weer begon. Zo kon niet alleen de herinnering aan de gewichtige wederopvatting van den tempelbouw, maar tevens de herinnering aan dien nog gewichtigeren 24sten dag der eerste maand in het 3e jaar van Cyrus, den Heere aanleiding hebben gegeven, juist op dien dag aan Zacharia de grote openbaring omtrent die grote toekomst te geven, waarvan de hoofdpunten reeds aan Daniël waren aangewezen.
Hiermede werden de gezichten ingeleid als openbaringen Gods en aangeduid als profetische opleiding. Hadden andere Profeten den last ontvangen, om in de meeste gevallen op eigenlijke wijze den last Gods te verkondigen, deze Profeet ontvangt den last, om door middel van visioenen de toekomst van Israël te voorspellen, welke zich aansluiten aan de tegenwoordige gesteldheid des volks en sluiten met het uitzicht op de volle openbaring der heerlijkheid Gods en daarom met de voleindiging van het Rijk Gods.
Ik zag een gezicht 1), namelijk met het inwendig oog des Geestes, hetwelk de Heere mij had geopend, niet in een droom, maar in wakenden, zelfbewusten toestand, waarbij de ziel, ontdaan van de banden des lichaams, zich in een toestand van verrukking bevond (Dan. 7:1). Ik zag dat gezicht des nachts, wanneer de geest het meest geschikt is, om goddelijke gezichten te ontvangen. En ziet, er was voor mijn oog een man rijdende op een bloedrood paard 2), dat op bloedigen krijg als het werk van den man wees, en hij stond tussen de mirten 3), in de schaduw van aangename, liefelijk geurende mirtenbomen, die in de diepte waren, in een waterrijk dal, even als de mirten dat gaarne hebben, en achter hem als aanvoerder waren nog andere rode, eveneens krijg en bloedvergieten aanduidende, bruine, grauwe, op honger, pest en andere plagen, en witte op overwinning als werk der ruiters wijzende paarden1) (Openb. 6:2 vv.).
Met den profetischen droom heeft zeer veel overeenkomst het profetische gezicht, zodat zelfs de droom als gezicht van den nacht kan worden voorgesteld (Job. 33:15. Jes. 29:7). Het onderscheid tussen beide is alleen, dat de profetische droom in slapenden toestand, het profetisch gezicht daarentegen in wakenden toestand plaats heeft, en tevens bij het laatste het ophouden van indrukken der zintuigen en werkzaamheid van den wil met het ontwikkelen van de droombeelden tijdelijk samenvalt. Ook bij het gezicht is het opmerkingsvermogen voor de buitenwereld en de werking van den wil van den menselijken geest verlamd. De menselijke geest wordt nu meer door met hem overeenstemmende voorstellingen en begrippen bewogen; deze ontwikkelde zich, tengevolge van onmiddellijk goddelijken invloed, tot zulke beelden, gelijk zij juist geschikt zijn, om den Profeet datgene te vertegenwoordigen, wat de Geest Gods hem juist wil mededelen. Evenals bij den profetischen en den natuurlijken droom, werken ook bij het gezicht de aanschouwde beelden op het gemoed van den Profeet, treedt hij in de handeling, welke het beeld voorstelt, en verkeert hij met de gedaanten van zijn gezicht. De visionaire toestand staat volgens Hoofdst. 4:1 tot den wakenden toestand, als de wakende toestand tot den slapenden; evenals in den slaap het lichamelijk oog gesloten is voor hetgeen met den mens plaats heeft, zo is in den gewonen wakenden toestand de geest van den Profeet onvatbaar om datgene waar te nemen, wat hij in visionairen toestand krijgt te aanschouwen. De verplaatsing in visionairen toestand komt daarom overeen met ene verplaatsing uit den toestand des slaaps in dien van waken of ene opwekking. Het visioen kan daarom zowel bij dag als bij nacht plaats vinden. Ook Zacharia ontvangt de gezichten des nachts, den tijd, wanneer de geest voor de indrukken der buitenwereld minder vatbaar geworden, en alleen tot zijne gedachten geconcentreerd is, en daarom ook het gemakkelijkst voor den invloed van den Geest kan worden opengehouden.
De uitleggers zijn het er over oneens, van welke betekenis de plaats van oponthoud der ruiters, het Mirtenbos in het dal, is. Sommigen nemen aan, dat de Engel des Heeren zich juist daarom hier bevonden heeft, omdat een bos van donker groene, liefelijk geurende mirten ene hoogst liefelijke, aangename plaats is, zoals dat als plaats van oponthoud voor den Engel des Heeren past. In het dal bevond zich dit bos, omdat op vochtige plaatsen, in dalen, aan rivieren de mirten bijzonder gaarne groeien en voorspoedig zijn. Anderen daarentegen beschouwen het mirtenbos als een zinnebeeld van het rijk Gods, of van het land van Juda, als een den Heere dierbaar, liefelijk land (Dan. 8:9; 11:16), en het dal als een beeld der diepe vernedering, waarin land en volk Gods zich toen bevonden. Het gezicht in dit hoofdstuk beschrijft den toestand van Israël in de dagen van Zacharia, doch in betrekking tot ons uitgelegd beschrijft het de kerk van God, gelijk wij haar heden ten dage in de wereld aantreffen. De kerk wordt vergeleken bij een mirtenbosje, dat in de vallei bloeit. Het is verborgen, onopgemerkt, afgezonderd, niet naar ene stervende, noch de opmerkzaamheid van den onverschilligen voorbijganger tot zich trekkende. De kerk evenals haar Hoofd heeft ene heerlijkheid, maar zij is voor het vleselijk oog verborgen; want de tijd van hare verschijning in hare volkomen heerlijkheid is nog niet gekomen. Het wekt ook het denkbeeld van ene kalme gerustheid bij ons op; want het mirtenbosje in de vallei blijft stil en kalm, terwijl de storm op de toppen der bergen woedt. De stormen oefenen hun kracht uit op de rotsachtige toppen der Alpen, maar ginds, omlaag, waar de rivieren stromen, die de stad onzes Gods verblijden, bloeien de mirten aan stille wateren, allen ongedeerd, door den woedenden stormwind. Hoe groot is de innerlijke gerustheid van Gods kerk! Zelfs te midden van tegenstand en vervolging bezit zij een vrede, dien de wereld niet geeft, en dien zij dus ook niet kan ontnemen; de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, bewaart de harten en zinnen van Gods volk. Schildert dit zinnebeeld den voortdurenden wasdom der heiligen niet in sterke kleuren af? De mirt verliest zijne bladeren niet, hij is altijd groen, en de kerk behoudt nog zelfs in haar moeielijken tijd een heerlijk groen der genade; ja wat meer is, zij heeft soms het heerlijkste groen in haar strengsten winter ten toon gespreid. Zij had den grootsten zegen als hare tegenspoeden het hevigste waren. Daardoor doelt de tekst op overwinning. De mirt is het symbool des vredes en een nadrukkelijk teken van overwinning. De hoofden der overwinnaars werden met mirten en lauweren omkranst, en is de Kerk niet altijd overwinnares? Is niet ieder Christen meer dan overwinnaar door Hem, die hem heeft liefgehad? Terwijl de gelovigen leven in vrede, vallen zijn niet als zij sterven, in de armen der overwinning? . Wie is de man op het rode paard? Vele uitleggers hebben gemeend, dat het de Engel des Heeren was, de Christus onder het O. Verbond, maar o. i. ten onrechte. Van Hem wordt gesproken in vs. 11, als ook staande tussen de mirten en met name aangeduid als de Engel des Heeren, de Engel van Jehova. Onder den man op het rode paard, gevolgd door die op het bruine en witte paard, hebben we den dienstknecht onder de dienstknechten des Heeren te verstaan, die uitgezonden waren door Hem, om de aarde te beroeren. Zij zullen dan straks ook aan den Engel des Heeren verantwoording doen van hun ronddwalen op aarde en melden, dat het ganse land in rust en stil is. Met andere woorden, dat de wereldmacht die zich tegen God en Zijn volk stelde, nog in ongestoorde rust en vrede zich bevond. Nu weet men, dat de bloei van de anti-goddelijke wereldmacht in groot verband stond met den bloei van de Theokratie onder Israël en daarom met den bloei der Kerk van alle eeuwen. De bloei der wereldmacht stond gelijk met de verdrukking van die Theokratie en van de Kerk, terwijl verval en ondergang er van gelijk stond met den bloei der Kerk. Zo was het ook in die dagen, want wel had Cyrus verlof gegeven om terug te keren naar Jeruzalem en wel Darius om den Tempel te bouwen, maar toch lag Israël nog in de boeien van die macht, was ‘t schatplichtig aan Perzië. En het is dus daarom, dat de Engel des Heeren (vs.
alle voorbidder van zijn volk vraagt: Hoe lang het nog duren, eer de Heere der heirscharen zich zal ontfermen, d. i. wanneer de wereldmacht vernietigd zal worden en ten onder gaan. Waarop hij troostelijke woorden ontvangt.
Wanneer iets aanzienlijks, machtigs, zegerijk doordringends in het rijk Gods moet worden voorgesteld, wordt daartoe gaarne het beeld van paarden met daarop zittende ruiters genomen.
En ik zei in dien toestand van geestvermogen: Mijn Heere! wat zijn, wat betekenen deze ruiters met hun verschillende paarden? Toen zei tot mij de Engel, die met mij sprak, en die in ‘t bijzonder door den Heere gezonden was, om mij de getoonde gezichten te verklaren en Mij de goddelijke openbaring te doen begrijpen: Ik zal u tonen, wat deze zijn, wat zij betekenen.
Toen antwoordde de man op het rode paard, dieals aanvoerder der ruiters tussen de mirten stond, en zei tot den Engel (vs. 11): Deze zijn het, die de HEERE uitgezonden heeft om het land, de aarde te doorwandelen, en te onderzoeken of de door Zijnen Profeet Haggaï (Hoofdst. 2:8) beloofde schokking en beweging der volken nog niet spoedig zal beginnen.
En zij, de ruiters, die achter dezen waren op en van elkaar verschillende paarden, antwoordden den Engel des HEEREN 1), in wien de Heere, hun Uitzender zelf aanwezig was, die tussen de mirten stond2), tegenover de ruiters stond, en zeiden, Hem bericht gevende omtrent den uitslag hunner zending: Wij hebben, gelijk de Heere ons bevolen heeft, het land, de aarde doorwandeld. Wij zijn rondgegaan, om, zo zich onder de volken gisting, ontevredenheid, onrust begon te openbaren, bloedige oorlogen onder hen te verwekken, en daardoor, alsmede door honger en pest de spoedige vernietiging van de Gode vijandige wereldmacht en de overwinning des Heeren over deze, en daardoor de redding van Gods volk uit hun macht te weeg te brengen, en ziet het ganse land der Heidenen zitin diepe rust en tevredenheid bij elkaar, en het is stil, de heerschappij van het wereldrijk is nog ongeschokt.
Reeds daarin, dat de Engel des Heeren dezelfde is die den aardsvaders is verschenen, door welken de Heere Zijn volk vroeger heeft geleid, en in het beloofde land Kanaän geleid, en alle vijanden voor Israël heeft geslagen, en nu weer na zo langen tijd verschijnt, lag ene bron van troost. Zijne verschijning was een teken, dat de Heere Zijn volk niet had verlaten, en Zijne voorbode (vs. 12) moest ten laatste elken twijfel aan de vervulling der goddelijke beloften wegnemen.
De mirten vertegenwoordigen ook hier de Kerk en de Engel des Heeren staat er tussen. Dit is de troost voor de Kerk. Zij moge nog verdrukt worden door de wereld, alle vijandige machten mogen zich tegen haar verzetten en haar ondergang willen, dat de En gel des Heeren, de grote Hogepriester en Koning zijner Kerk in het midden van haar is, waarborgt haar eeuwig bestaan en haar komen tot volle heerlijkheid. De Mirt is immer groen, en daarom is zij beeld van de Kerk. De Engel des Heeren is ook hier weer te onderscheiden van den Engel, van wien in vs. 9, 14 enz. sprake is, en eenvoudig door de Engel wordt aangeduid. Die Engel is een geschapen Engel, en treedt telkens op als een uitlegger van de visioenen voor den Profeet.
Toen antwoordde (vs. 10) de Engel des HEEREN, de met God in wezen gelijke, allerhoogste gezant, de Engel des verbonds, die van den beginne Israël had geleid en verzorgd, zeer treurig over deze boodschap, en zei, met weemoed voor Israël tot den Heere, in den hemel biddende (vgl. Gen. 19:24): HEERE der heirscharen! hoe lang zult gij U niet ontfermen over Uw rijk, in ‘t bijzonder over Jeruzalem, en over de steden van Juda, op welke Gij gram geweest zijt deze nu reeds lang verlopene zeventig jaren. Zo lang toch zou volgens de woorden van Uwen Profeet Jeremia (Hoofdst. 25:11; 29:10) Uw toorn slechts duren. Hoe lang wilt Gij Uw volk nog niet, zo als Gij beloofd hebt (Jes. 40 vv. Jer. 31 vv.) tot volle vrijheid en heerlijkheid leiden, wat toch niet kan geschieden, zonder die algemene beweging der volken en den val van de macht van het wereldrijk, waardoor Uw knecht in dienstbaarheid is gebracht (Hagg. 2:7 vv. 22 vv.) Het zou den schijn kunnen hebben alsof de klagende vraag, hoe lang de Heere Zich niet wilde ontfermen, in den tegenwoordigen tijd onder den koning Darius I eigenlijk niet gerechtvaardigd was, daar de Heere Zich reeds ontfermd had. Hij had toch bewerkt, dat Cyrus de gevangene Joden weer naar hun land liet gaan, hun de vrijheid, ja het bevel gaf, het huis des Heeren weer op te bouwen, en hun zelfs de door Nebukadnezar weggeroofde heilige vaten des tempels teruggaf. De ballingen, die naar Jeruzalem terugkeerden, hadden voor zich weer in de heilige stad huizen gebouwd, en die zelfs zeer bewoonbaar en aangenaam gemaakt (Hagg. 1:4), en was de begonnen tempelbouw spoedig weer in duigen gevallen, zo waren zij toch reeds weer gedurende 5 maanden op nieuw daarmee bezig. Evenwel kan die klacht van den Engel toch als ene ook nog in den tijd van Darius volkomen gerechtvaardigde worden verdedigd. Niet alleen was in het 2de jaar van Darius de tempel nog steeds niet hersteld, en niet alleen waren zelfs ten tijde van Nehemia in het jaar 445 de muren van Jeruzalem nog verbroken, de poorten met vuur verbrand, en de huizen voor het grootste gedeelte nog niet weer opgebouwd, maar Israël had ook nog zijne vorige onafhankelijkheid en zelfstandigheid niet weer verkregen; het bevond zich nog in een toestand van dienstbaarheid onder de macht der wereld, en de heerlijke beloften, welke na de 70 jarige Babylonische dienstbaarheid zonden worden vervuld, waren niet dan in zeer spaarzame mate vervuld.
En de HEERE in den hemel aldus aangesproken, antwoorddeden Engel des Heeren, en door dezen den Engel, die met mij sprak, goede, heil aankondigende woorden wat moeilijke aanging, troostelijke woorden Welk een liefderijk antwoord op ene bekommerde vraag; O Zion, er zijn goede dingen in de voorraadschuren voor u weggelegd; de tijd uwer smart zal spoedig voorbij zijn, uwe kinderen zullen worden voortgebracht; uwe gevangenis zal geëindigd zijn. Verdraag de roede met lijdzaamheid voor ene wijle en in de donkerheid vertrouw ik nog op God, want Zijne liefde brandt jegens u. God bemint Zijne kerk met ene liefde, te diep voor het menselijk verstand om te peilen. Hij bemint haar met geheel Zijn oneindig hart. Daarom laat hare zonen goeden moed houden; zij kan niet ver van den voorspoed verwijderd zijn, tot wie God goede woorden, troostrijke woorden spreekt. Wat deze troostrijke woorden geweest zijn zegt ons de Profeet. Ik ijver, de Heere bemint Zijne kerk zozeer, dat Hij niet kan toelaten, dat zij anderen zou natreden; en wanneer zij dit gedaan heeft, wil Hij niet, dat zij te veel of te zwaar zal lijden. Hij wil niet, dat Zijne vijanden haar verslinden en toont hun Zijn ongenoegen, omdat zij hare ellende vermeerderen. Juist dan wanneer God Zijne gemeente het meest schijnt te verlaten, klopt Zijn hart het warmste voor haar. De geschiedenis leert ons, dat God altijd later de roede, waarmee Hij Zijn volk kastijdt, verbreekt, als had Hij een afkeer van de roede, die Zijnen kinderen smart had aangedaan. Veel dieper nog dan Zijne kinderen gevoelt Hij hun striemen. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de Heere over degenen, die Hem vrezen. God heeft ons niet vergeten, omdat Hij ons slaat. Zijne slagen zijn gene bewijzen van gebrek aan liefde. Als dit waar is van de kerk in ‘t algemeen, zo moet dit ook noodzakelijk gelden voor elk harer leden in ‘t bijzonder. Gij moogt vrezen, dat de Heere u voorbijgaat, doch ‘t is niet alzo. Hij, die de sterren telt, en bij namen kent, loopt geen gevaar Zijne eigene kinderen te vergeten. Hij kent uwe omstandigheden zo nauwkeurig, alsof gij het enige schepsel waart door Zijne hand voortgebracht, of de enige heilige, die ooit door Hem werd bemind. Komt tot Hem en hebt vrede.
En de Engel, die tot mij sprak, deelde mij dat troostvolle antwoord des Heeren mede, en zei tot mij: Roep uit voor het volk, dat naar vertroosting smacht, luid en duidelijk, opdat niemand aan de onverbrekelijke waarheid en zekerheid uwer woorden twijfele, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Ik ijver, Ik ben van gloeienden liefde-ijver ontbrand over Jeruzalem, de hoofdstad van Mijn Godsrijk, en over Zion, de plaats van Mijnen heiligen tempel en van Mijne genadige tegenwoordigheid, met een groten ijver om het Mij aan te trekken; reeds ben Ik ook begonnen dien ijver voor Mijn arm volk te tonen, daar Ik het uit Babel verloste.
En Ik ben aan de andere zijde met een zeer groten toorn vertoornd tegen die op hun macht en hunnen rijkdom geruste en zorgeloze Heidenen; want Ik was een weinig, een korten tijd op Mijn afvallig volk toornig, maar zij, die slechts Mijne werktuigen tot kastijding van Mijn volk moesten zijn, hebben voortdurend ten kwade geholpen 1), daar zij Mijn volk, dat hun ter kastijding was overgegeven, trachtten te vernietigen
Let hier op alle woorden, hoe vaderlijk en hartelijk zij gesproken zijn. Zij klinken niet andere dan als de woorden van enen lieven vader, die na de roede zijn kind weer tot zich lokt, en geeft hem de allerbeste woorden, houdt de roede terug en werpt die weg. Ja, Hij vertoornt tegen de roede, vloekt haar, en treedt ze met voeten, als had het de roede en niet Hij gedaan. Hij verklaart daarop zijn geselen als ten beste geschied, hoe Hij het zo goed had bedoeld, en het geen toorn, maar enkel liefde geweest is; Hij biedt het bovendien een penning of appel aan tot een waar teken, opdat het vreesachtige kind de roede vergete, en zich weer kinderlijk voor hem plaatse. Als men ziet, wie Hij is, die zo spreekt, namelijk God zelf, dan zijn het voorwaar zoete woorden, ja woorden van leven, vreugde en van alle zaligheid. Want al was iemand in de hel en hoorde hij zulke woorden van God, hij zou levendig en vrolijk worden over zulke woorden. Maar wij laten ze gaan, letten er op alsof ze een mens sprak, geloven niet, dat God zelf spreekt; daarom proeven wij ook niet, hoe zoet ze zijn. Ten kwade geholpen wil niet anders zeggen, dan dat zij het hebben gedaan uit pure vijandschap tegen Gods volk. Zij hebben het niet gedaan om Gods Raadsbesluit te volvoeren, maar om het volk Israëls van den aardbodem te vernietigen. De tucht Gods tegen Zijn volk was om te behouden, om het overblijfsel door het vuur van het gericht te behouden en te reinigen; de toorn der vijanden bedoelde juist het omgekeerde, namelijk om geheel te vernietigen.
Daarom zegt de HEERE alzo: Ik ben reeds tot Jeruzalem wedergekeerd met Mijne ontfermingen 1), Mijn huis zal daarinten gevolge daarvan weer volkomen opgebouwd worden, spreekt de HEERE der heirscharen, en het richtsnoer, waarmee timmerlieden en metselaars de plaatsen voor de gebouwen afmeten, zal ook over Jeruzalem uitgestrekt worden
, zodat het weer in zijne vroegere grootheid en schoonheid hersteld wordt; Ik zelf wil alle hinderpalen, die zich tegen dat alles overstellen, uit den weg ruimen.
Hij spreekt van tweeërlei bouwen: het eerste van Zijn huis, den tempel, waaraan het meest gelegen is, opdat zij te voren met geestelijk bestuur naar de ziel verzorgd worden door Gods woord en godsdienst. Daar toch woont God, waar Zijn woord en Zijne eer is. Daarom is het zeker ene grote barmhartigheid, niet om het huis van hout en stenen te bouwen, maar dat God met Zijn woord, dienst en ambt daarin wil wonen en bij hen wil zijn, hen leren en heiligen en helpen. Dat heet Gods huis. Want waar Zijn woord niet is, daar woont Hij niet, en vraagt Hij ook naar geen huis; want toen het woord er niet meer bleef, liet Hij den tempel en de stad door de Romeinen verwoesten. Het tweede bouwen in de stad Jeruzalem, waarin de uitwendige wereldlijke regering mede wordt bedoeld, hetwelk ook, ene grote barmhartigheid is, want die twee beschouwingen moet men hebben; de geestelijke voor de ziel, de wereldlijke voor het lichaam.
Dit is het grote troostwoord. De Heere is weer met Zijne ontfermingen tot Jeruzalem toegekeerd, heeft weer met Zijne erbarmingen Zijn volk bereikt. Nu kon Jeruzalem en Juda gerust zijn, want als Gods ontfermingen zich over Zijn volk uitstrekken, dan heeft het genoeg, genoeg om te midden van ellende zich te verheugen, en dan zullen ook al de laster en leugen van den vijand niets baten, om dit volk te vernietigen. De zon laat weer haar lieflijk licht vallen. De wolken zijn weggeschoven door de eigen hand des Heeren.
Roep nog verder, want Ik zal nog sterker Mijne barmhartigheid tonen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Mijneuit alle steden der aarde als bijzonder eigendom verkorene steden van Juda zullen nog verspreid worden van wege het goede; zij zullen van zegen overvloeien gelijk aan een nauw stroombed dat de grote, daarheen wandelende watermassa’s niet kan bevatten; want de HEERE zal Zich zo machtig verheerlijken, en Zion nog troosten over alle de rampen, welke de heidenen onder Zijne toelating hebben veroorzaakt, en Hij zal het zo begenadigde en verheerlijkte Jeruzalem nog verkiezen als de plaats, in welker midden Hij als te voren tegenwoordig is. Deze troostrijke belofte omvat de gehele toekomst van het rijk Gods, en wel zo, dat de beginselen van vervulling daarin duidelijk worden, dat de tempelbouw in het 6de jaar van Darius werd voltooid, en onder Artaxerxes door Nehemia ook Jeruzalem werd hersteld, maar deze beginselen van vervulling zelf slechts een onderpand daarvoor leveren, dat de verheerlijking, door de vorige profeten voorzegd, de verheerlijking van het volk en het rijk Gods even zo zeker zou volgen. Ofschoon Gods verzoend volk voor een tijd in de laagte kan liggen, zo kan Zijn zegen hen nochthans boven alle verwachting verhogen. De grote troost, die voor des Heeren volk uit alle Zijne genadige bedelingen ontstaat, is, dat zij door dezelve bevestigd worden, in het vooruitzicht van Zijn uitverkoren volk te zijn, en dat zij in Zijne gunst staan, welke door de droevige verdrukkingen vernietigd en verloren scheen te zijn. Want hun troost is dat Hij door deze bedeling Jeruzalem nog verkiezen zal of een nieuw bewijs daarvan geven. 18.
II. Vs. 18-21.KruisverwijzingenZacharia 1:21→Jozua 5:13→Zacharia 1:9→Psalmen 75:4→Zacharia 1:19→Daniël 2:37→Zacharia 5:5→Daniël 8:3→
— En ik hief mijn ogen op, en zag; en ziet, er waren vier hoornen. En ik zeide tot den Engel, Die met mij sprak: Wat zijn deze? En Hij zeide tot mij: Dat zijn de hoornen, welke Juda, Israel en Jeruzalem verstrooid hebben. En de HEERE toonde mij vier smeden. Toen zeide ik: Wat komen die maken? En Hij sprak, zeggende: Dat zijn de hoornen, die Juda verstrooid hebben, zodat niemand zijn hoofd ophief; maar deze zijn gekomen om die te verschrikken, om de hoornen der heidenen neder te werpen, welke den hoorn verheven hebben tegen het land van Juda, om dat te verstrooien.
Het tweede nachtgezicht van de vier hoornen en de vier smeden is ene nadere ontwikkeling van de verklaring des Heeren in vs. 15, dat Hij op de trotse Heidenen zeer toornig was, omdat zij bij de kastijding van Israël ten kwade hielpen, en wijst aan, hoe de Heere eens de wereldmachten, welke Zijn volk en rijk vijandig waren, zou vernietigen.
En ik hief Mijne ogen op, welke na het verdwijnen van het eerste gezicht weer door den nacht omgeven waren, en daarom naar beneden gericht en ik zag, en ziet er was voor het oog Mijns geestes een ander gezicht, er waren namelijk vier hoornen, welke uit de aarde uitstaken.
En Ik zei tot den Engel, die met mij sprak (vs. 9): Wat zijn deze, wat betekenen die? En hij zei tot mij: Dit zijn die hoornen of vijandige wereldmachten, welke rondom Israël wonende, van alle vier zijden kwamen en het gehele volk Gods, Juda, Israël en de hoofdstad des gehelen volks Jeruzalem in alle vier winden verstrooid hebben, en daardoor het rijk Gods opslokten. De hoorn dient voor het dier, dat daarmee voorzien is, tot een beschermend en aanvallend wapen, en wordt daarom als teken of symbool gebezigd van de macht, zowel van die, welke de vijanden verplettert (1 Kon. 22:11. Micha 4:13 Deut. 33:17. Amos 6:13), als ook van die, welke door onderwerping der vijanden verlost en helpt (Ps. 18:3. 2 Sam. 22:3. Sa Luk. 1:69), als ten laatste ook van die, welke hierdoor veiligheid en alzo ook erkenning en eer verleent, of als beeld van grootheid (Job 16:15. Ps. 75:5). Op onze plaats kunnen de hoornen alleen als symbool van nederwerpende, verdervende macht worden opgevat, daar hun uitdrukkelijk de verstrooiing Israëls wordt toegeschreven. Een groot aantal uitstekende Schriftverklaarders van ouden en nieuwen tijd neemt aan, dat door het getal vier bij de hoornen op de vier wereldmonarchieën bij Daniël (2:7) zou worden gewezen, welke wel niet alle het volk verstrooiden, maar het toch alle min of meer onderwierpen. De tekst zegt echter, dat alleen van Israëls verstrooiing sprake is, en wel van ene, welke reeds heeft plaats gehad, welke tot het verledene behoort, en in hare gevolgen op den tegenwoordigen tijd invloed uitoefent, terwijl toch ten tijde van Salomo twee van die wereldmonarchieën van Daniël nog in de verre toekomst lagen. Wij nemen daarom aan, dat het tiental van hoornen op de vijandige volken ziet, die aan de verstrooiing en verwoesting eerst van Israël en vervolgens van Juda hebben geholpen, en naar de vier zijden der wereld heenwonen, als ook op het volslagene der verstrooiing van Gods volk naar alle vier windstreken.
En de HEERE zelf toonde mij tegelijk daarmee, tegenover de vier hoornen, vier smeden, want als zodanigen herkende ik hen dadelijk aan hun kleding en gereedschappen. In het gezicht, door dit hoofdstuk beschreven, zag de Profeet vier verschillende hoornen, en zij verstrooiden dan naar deze, dan weer naar gene zijde, de sterksten en machtigsten nederwerpende; en de Profeet vroeg: Wat zijn deze? En het antwoord was: dat zijn de hoornen, welke Israël verstrooid hebben. Hij zag voor hem ene afbeelding van de machten, die de gemeente des Heeren hadden verdrukt. Daar waren vier hoornen, want de kerk wordt van alle zijden aangevallen. Wel mocht de Profeet schrikken; maar onverwachts vertonen zich aan hem vier smeden. Toen sprak hij: “wat komen die maken?” Deze zijn de mannen, door God besteld om de hoornen te verbreken. God zal altoos mensen vinden voor Zijn werk en Hij zal hen vinden op den rechten tijd. De Profeet zag niet eerst de smeden, toen er voor hen geen werk voor handen was, maar eerst de hoornen en toen de smeden. Daarenboven vindt de Heere mannen genoeg. Hij vindt niet drie smeden, maar vier; daar zijn vier hoornen, dus moeten er ook vier werklieden zijn. God vindt ook de geschikte lieden; niet vier om met pennen te schrijven, niet vier architecten om bouwplannen te maken, maar vier smeden, om grof werk te doen. Houdt u overtuigd, gij, die voor de arke Gods siddert, dat zodra de hoornen zich verheffen, de smeden zullen opstaan. Gij behoeft u niet te bekommeren over de zwakheid van Gods kerk in enig tijdperk van haar bestaan; de moedige hervormer, die de volkeren in hun grondvesten zal doen daveren, wordt misschien reeds in stilte gekweekt. Chrysostomussen kunnen uit onze haveloze scholen, en Augustinussen uit onze achterbuurten te voorschijn treden. De Heere weet, waar Hij Zijne knechten moet aantreffen. Hij heeft ene keurbende van machtigen in de hinderlagen verscholen, en op Zijn woord zullen zij zich opmaken tot den strijd; immers de strijd is des Heeren, en Hij zal de overwinning voor Zich verwerven. Laat ons Christus getrouw blijven, en op den rechten tijd zal Hij ter onzer verdediging opstaan, zij het ter redding in onzen eigen bijzonderen nood, of in tijden van gevaar voor Zijne kerk.
Toen zei Ik tot den Engel, die met mij sprak (vs. 9): Wat komen die maken? want dat zij gekomen zijn, om iets tegen de vier hoornen te ondernemen, is duidelijk. En Hij sprak: zeggende: Dat zijn de hoornen, de vijandige heidense volken, die Juda, het volk Gods, dat in Juda zijn middelpunt had en nu weer heeft, zogeheel en al verstrooid hebben, zodat alle vreugde, alle moed en hoop bij ieder verdween, en niemand zijn hoofd ophief, of verwachtte, dat het rijk Gods ooit weer zou worden hersteld, maar deze smeden zijn de zinnebeelden van Goddelijke gerichten over de vijanden; zij zijn gekomen, om die te verschrikken eerst in schrik en vreze te brengen, en door hun verschijning allen in de zorgeloze rust te storen, om de hoornen der Heidenen, de verderfelijke macht vervolgens na die voorboden en tekenen der tot hen naderende zware gerichten van Gods toorn, geheel neer te werpen, welke den hoorn in vijandigen hoogmoed verheven hebben tegen het land van Juda, het volk van God, om dat te verstrooien. De vervulling van deze bedreiging ligt voor de hand. De macht der volken, welke aan de oplossing van het Israëlietische volk deelnamen, is zo geheel en al vernietigd, dat de meesten dier volken tegenwoordig spoorloos zijn verdwenen. De troostvolle voorzegging van dit gericht is nu niet beperkt tot de verstrooiers van het toenmalige rijk Gods in de gedaante van het volk Israël, maar strekt zich uit tot het rijk Gods en Zijne vijanden tot aan het einde der tijden. De volken en rijken, welke door den Heere tot bestraffing van Zijn rijk gebezigd, uit boosheid en hoogmoed ten kwade helpen, zullen ook steeds hun smeden vinden, en hun macht zal verdwijnen, gelijk die der toenmalige macht verdwenen is. Geen voorspoed, die de vijanden over de kerk behaald hebben, gedurende hare beproeving en strijd, zal hen tegen een dag van wrake kunnen verzekeren of hen bestand maken tegen de bekwame werktuigen van dezelve.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel