Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ruth 1

1 In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In de dagenH3117, als de richtersH8199 richttenH8199, zo geschieddeH1961 het, dat er hongerH7458 in het landH776 was; daarom toogH3212 een manH376 van Bethlehem-JudaH1035, om als vreemdeling te verkerenH1481 in de veldenH7704 MoabsH4124, hijH1931, en zijn huisvrouwH802, en zijn tweeH8147 zonenH1121. In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.

KJV Now it came to pass in the days2 when the judges3 ruled,4 that there was a famine6 in the land.7 And a certain man9 of Bethlehemjudah10 went8 to sojourn13 in the country14 of Moab,15 he, and his wife,17 and his two18 sons.

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בִּימֵי֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 שְׁפֹ֣ט H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 4 הַשֹּׁפְטִ֔ים H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 5 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 רָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 7 בָּאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 8 וַיֵּ֨לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 9 אִ֜ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 10 מִבֵּ֧ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 11 לֶ֣חֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 12 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 13 לָגוּר֙ H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 14 בִּשְׂדֵ֣י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 15 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 16 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 17 וְאִשְׁתּ֖וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 18 וּשְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 19 בָנָֽיו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De naamH8034 nu dezes mansH376 was ElimelechH458, en de naamH8034 zijner huisvrouwH802 NaomiH5281, en de naamH8034 zijner tweeH8147 zonenH1121 MachlonH4248 en ChiljonH3630, EfrathersH673, van Bethlehem-JudaH1035; en zij kwamenH935 in de veldenH7704 MoabsH4124, en blevenH1961 aldaarH8033. De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.

KJV And the name1 of the man2 was Elimelech,3 and the name4 of his wife5 Naomi,6 and the name7 of his two8 sons9 Mahlon10 and Chilion,11 Ephrathites12 of Bethlehemjudah.13 And they came16 into the country17 of Moab,

1 וְשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 2 הָאִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 3 אֱֽלִימֶ֡לֶךְ H458 Elimelech Elimelech 4 וְשֵׁם֩ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 5 אִשְׁתּ֨וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 נָעֳמִ֜י H5281 Naomi Naomi 7 וְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 שְׁנֵֽי H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 בָנָ֣יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 מַחְל֤וֹן H4248 Machlon Mahlon 11 וְכִלְיוֹן֙ H3630 Chiljon Chilion 12 אֶפְרָתִ֔ים H673 Efrathiet, Efraimiet, Efrathers Ephraimite, Ephrathite 13 מִבֵּ֥ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 14 לֶ֖חֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 15 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 16 וַיָּבֹ֥אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 17 שְׂדֵי H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 18 מוֹאָ֖ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 19 וַיִּֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 20 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En ElimelechH458, de manH376 van NaomiH5281, stierfH4191; maar zijH1931 werd overgelatenH7604 met haar tweeH8147 zonenH1121. En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.

KJV And Elimelech2 Naomi's4 husband3 died;1 and she was left,5 and her two7 sons.

1 וַיָּ֥מָת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 אֱלִימֶ֖לֶךְ H458 Elimelech Elimelech 3 אִ֣ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 נָעֳמִ֑י H5281 Naomi Naomi 5 וַתִּשָּׁאֵ֥ר H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 6 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 וּשְׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 בָנֶֽיהָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Die namenH5375 zich MoabietischeH4125 vrouwenH802; de naamH8034 der eneH259 was OrpaH6204, en de naamH8034 der andere RuthH7327; en zij blevenH3427 aldaarH8033 omtrent tienH6235 jarenH8141. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.

KJV And they took1 them wives3 of the women of Moab;4 the name5 of the one6 was Orpah,7 and the name8 of the other9 Ruth:10 and they dwelled11 there about ten13 years.

1 וַיִּשְׂא֣וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 לָהֶ֗ם 3 נָשִׁים֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 מֹֽאֲבִיּ֔וֹת H4125 Moabietische, Moabieten, Moabiet (woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss) 5 שֵׁ֤ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 הָֽאַחַת֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 עָרְפָּ֔ה H6204 Orpa Orpah 8 וְשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 9 הַשֵּׁנִ֖ית H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 10 ר֑וּת H7327 Ruth Ruth 11 וַיֵּ֥שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 12 שָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 כְּעֶ֥שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 14 שָׁנִֽים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En die tweeH8147, MachlonH4248 en ChiljonH3630, stiervenH4191 ookH1571; alzo werd deze vrouwH802 overgelatenH7604 na haar tweeH8147 zonenH3206 en na haar manH376. En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.

KJV And Mahlon4 and Chilion5 died1 also both3 of them; and the woman7 was left6 of her two8 sons9 and her husband.

1 וַיָּמ֥וּתוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 גַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 3 שְׁנֵיהֶ֖ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 מַחְל֣וֹן H4248 Machlon Mahlon 5 וְכִלְי֑וֹן H3630 Chiljon Chilion 6 וַתִּשָּׁאֵר֙ H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 7 הָֽאִשָּׁ֔ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 מִשְּׁנֵ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 יְלָדֶ֖יהָ H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 10 וּמֵאִישָֽׁהּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Toen maakte zij zich op met haar schoondochtersH3618, en keerdeH7725 weder uit de veldenH7704 van MoabH4124; wantH3588 zij had gehoordH8085 in het landH7704 van MoabH4124, dat de HEEREH3068 Zijn volkH5971 bezochtH6485 had, gevendeH5414 hun broodH3899. Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.

KJV Then she arose1 with her daughters in law,3 that she might return4 from the country5 of Moab:6 for she had heard8 in the country9 of Moab10 how that the LORD13 had visited12 his people15 in giving16 them bread.

1 וַתָּ֤קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 הִיא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 וְכַלֹּתֶ֔יהָ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 4 וַתָּ֖שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 מִשְּׂדֵ֣י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 6 מוֹאָ֑ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 שָֽׁמְעָה֙ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 9 בִּשְׂדֵ֣ה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 10 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 פָקַ֤ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 13 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 16 לָתֵ֥ת H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 17 לָהֶ֖ם 18 לָֽחֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Daarom ging zij uit van de plaatsH4725, waar zij geweestH1961 was en haar tweeH8147 schoondochtersH3618 metH5973 haar. Als zij nu gingenH3212 op den wegH1870, om weder te kerenH7725 naarH413 het landH776 van JudaH3063, Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,

KJV Wherefore she went forth1 out of the place3 where she was, and her two7 daughters in law8 with her; and they went10 on the way11 to return12 unto the land14 of Judah.

1 וַתֵּצֵ֗א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 הַמָּקוֹם֙ H4725 plaats, plaatsen, plaatse country, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever) 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 הָיְתָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 שָׁ֔מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 7 וּשְׁתֵּ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 8 כַלֹּתֶ֖יהָ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 9 עִמָּ֑הּ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 10 וַתֵּלַ֣כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 בַדֶּ֔רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 12 לָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 14 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 15 יְהוּדָֽה H3063 Juda Judah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zo zeideH559 NaomiH5281 tot haar tweeH8147 schoondochtersH3618: GaatH3212 heen, keert weder, een iegelijk tot het huisH1004 van haar moederH517; de HEEREH3068 doeH6213 bijH5973 u weldadigheidH2617, gelijk als gij gedaanH6213 hebt bijH5973 de dodenH4191, en bijH5973 mij. Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.

KJV And Naomi2 said1 unto her two3 daughters in law,4 Go,5 return6 each7 to her mother's9 house:8 the LORD11 deal10 kindly13 with you, as ye have dealt15 with the dead,

1 וַתֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 נָעֳמִי֙ H5281 Naomi Naomi 3 לִשְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 כַלֹּתֶ֔יהָ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 5 לֵ֣כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 שֹּׁ֔בְנָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 אִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 8 לְבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 אִמָּ֑הּ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 10 יַ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 עִמָּכֶם֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 חֶ֔סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 14 כַּאֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 עֲשִׂיתֶ֛ם H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 16 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 17 הַמֵּתִ֖ים H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 18 וְעִמָּדִֽי H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 De HEEREH3068 geveH5414 u, dat gij rusteH4496 vindtH4672, een iegelijk in het huisH1004 van haar manH376! En als zij haar kusteH5401, hievenH5375 zij haar stemH6963 op en weendenH1058; De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;

KJV The LORD2 grant1 you that ye may find4 rest,5 each6 of you in the house7 of her husband.8 Then she kissed9 them; and they lifted up11 their voice,12 and wept.

1 יִתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לָכֶ֔ם 4 וּמְצֶ֣אןָ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 5 מְנוּחָ֔ה H4496 rust, gemakkelijk, geruste plaatsen comfortable, ease, quiet, rest(-ing place), still 6 אִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 7 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 אִישָׁ֑הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 וַתִּשַּׁ֣ק H5401 kuste, kussen, gekust armed (men), rule, kiss, that touched 10 לָהֶ֔ן 11 וַתִּשֶּׂ֥אנָה H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 12 קוֹלָ֖ן H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 13 וַתִּבְכֶּֽינָה H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En zij zeidenH559 tot haar: Wij zullen zekerlijkH3588 metH854 u wederkerenH7725 tot uw volkH5971. En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.

KJV And they said1 unto her, Surely we will return5 with thee unto thy people.

1 וַתֹּאמַ֖רְנָה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לָּ֑הּ 3 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אִתָּ֥ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 נָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 לְעַמֵּֽךְ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Maar NaomiH5281 zeideH559: Keert weder, mijn dochtersH1323! WaaromH4100 zoudt gij metH5973 mij gaanH3212? Heb ik nogH5750 zonenH1121 in mijn lichaamH4578, dat zijH1961 u tot mannenH582 zouden zijn? Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?

KJV And Naomi2 said,1 Turn again,3 my daughters:4 why will ye go6 with me? are there yet any more sons10 in my womb,11 that they may be your husbands?

1 וַתֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 נָעֳמִי֙ H5281 Naomi Naomi 3 שֹׁ֣בְנָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 בְנֹתַ֔י H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 לָ֥מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 תֵלַ֖כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 7 עִמִּ֑י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 הַֽעֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 9 לִ֤י 10 בָנִים֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 בְּֽמֵעַ֔י H4578 ingewand, ingewanden, lijf belly, bowels, [idiom] heart, womb 12 וְהָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לָכֶ֖ם 14 לַאֲנָשִֽׁים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Keert weder, mijn dochtersH1323! GaatH3212 heen; wantH3588 ik ben te oudH2204 om een manH376 te hebben. Wanneer ik al zeideH559: Ik heb hoopH8615, of ik ookH1571 in dezen nachtH3915 een manH376 had, ja, ookH1571 zonenH1121 baardeH3205; Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;

KJV Turn again,1 my daughters,2 go3 your way; for I am too old5 to have an husband.7 If I should say,9 I have10 hope,12 if I should have an husband16 also to night,15 and should also bear18 sons;

1 שֹׁ֤בְנָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 בְנֹתַי֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 3 לֵ֔כְןָ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 זָקַ֖נְתִּי H2204 oud, veroudert aged man, be (wax) old (man) 6 מִהְי֣וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 לְאִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 אָמַ֨רְתִּי֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יֶשׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 11 לִ֣י 12 תִקְוָ֔ה H8615 verwachting, hoop, Verwachting expectation(-ted), hope, live, thing that I long for 13 גַּ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 14 הָיִ֤יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 הַלַּ֨יְלָה֙ H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 16 לְאִ֔ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 וְגַ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 18 יָלַ֥דְתִּי H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 19 בָנִֽים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zoudt gij daarnaar wachtenH7663, totdatH5704 zij zouden grootH1431 geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehoudenH5702 worden, om geenH408 manH376 te nemenH1961? Niet, mijn dochtersH1323! WantH3588 het is mij veelH3966 bitterderH4843 danH4480 u; maarH3588 de handH3027 des HEERENH3068 is tegen mij uitgegaanH3318. Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.

KJV Would ye tarry2 for them1 till they were grown?5 would ye stay7 for them6 from having husbands?10 nay, my daughters;12 for it grieveth14 me much16 for your sakes that the hand21 of the LORD22 is gone out

1 הֲלָהֵ֣ן H3860 for them (by mistake for prepositional suffix) 2 תְּשַׂבֵּ֗רְנָה H7663 wachten, hoop, hoopten hope, tarry, view, wait 3 עַ֚ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 יִגְדָּ֔לוּ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 6 הֲלָהֵן֙ H3860 for them (by mistake for prepositional suffix) 7 תֵּֽעָגֵ֔נָה H5702 opgehouden stay 8 לְבִלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 9 הֱי֣וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לְאִ֑ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 11 אַ֣ל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 12 בְּנֹתַ֗י H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 13 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 מַר H4843 bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd (be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex 15 לִ֤י 16 מְאֹד֙ H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 17 מִכֶּ֔ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 18 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 יָצְאָ֥ה H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 20 בִ֖י 21 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen hievenH5375 zij haar stemH6963 op, en weendenH1058 wederomH5750; en OrpaH6204 kusteH5401 haar schoonmoederH2545, maar RuthH7327 kleefdeH1692 haar aan. Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.

KJV And they lifted up1 their voice,2 and wept again:3 and Orpah6 kissed5 her mother in law;7 but Ruth8 clave

1 וַתִּשֶּׂ֣נָה H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 קוֹלָ֔ן H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 3 וַתִּבְכֶּ֖ינָה H1058 weende, weenden, wenen [idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep 4 ע֑וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 5 וַתִּשַּׁ֤ק H5401 kuste, kussen, gekust armed (men), rule, kiss, that touched 6 עָרְפָּה֙ H6204 Orpa Orpah 7 לַחֲמוֹתָ֔הּ H2545 schoonmoeder mother in law 8 וְר֖וּת H7327 Ruth Ruth 9 דָּ֥בְקָה H1692 kleeft, kleven, aanhangen abide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take 10 בָּֽהּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Daarom zeideH559 zij: ZieH2009, uw zwagerinH2994 is wedergekeerdH7725 totH413 haar volkH5971 en totH413 haar godenH430; keer gij ook weder, uw zwagerinH2994 naH310. Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.

KJV And she said,1 Behold, thy sister in law4 is gone back3 unto her people,6 and unto her gods:8 return9 thou after10 thy sister in law.

1 וַתֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 שָׁ֣בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 4 יְבִמְתֵּ֔ךְ H2994 broeders vrouw, zwagerin brother's wife, sister in law 5 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 6 עַמָּ֖הּ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 7 וְאֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אֱלֹהֶ֑יהָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 שׁ֖וּבִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 11 יְבִמְתֵּֽךְ H2994 broeders vrouw, zwagerin brother's wife, sister in law
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Maar RuthH7327 zeideH559: ValH6293 mij nietH408 tegenH413, dat ik u zou verlatenH5800, om van achterH310 u weder te kerenH7725; wantH3588 waarH834 gij zult heengaanH3212, zal ik ook heengaanH3212, en waarH834 gij zult vernachtenH3885, zal ik vernachtenH3885; uw volkH5971 is mijn volkH5971, en uw GodH430 mijn GodH430. Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.

KJV And Ruth2 said,1 Intreat4 me not to leave6 thee, or to return7 from following after8 thee: for whither thou goest,12 I will go;13 and where thou lodgest,15 I will lodge:16 thy people17 shall be my people,18 and thy God19 my God:

1 וַתֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 רוּת֙ H7327 Ruth Ruth 3 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 4 תִּפְגְּעִי H6293 reikt, val, ontmoet come (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run 5 בִ֔י 6 לְעָזְבֵ֖ךְ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 7 לָשׁ֣וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 מֵאַחֲרָ֑יִךְ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 תֵּלְכִ֜י H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 13 אֵלֵ֗ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 14 וּבַאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 תָּלִ֨ינִי֙ H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 16 אָלִ֔ין H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 17 עַמֵּ֣ךְ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 עַמִּ֔י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 19 וֵאלֹהַ֖יִךְ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 20 אֱלֹהָֽי H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Waar gij zult stervenH4191, zal ik stervenH4191, en aldaarH8033 zal ik begravenH6912 worden; alzoH3541 doeH6213 mij de HEEREH3068 en alzoH3541 doe Hij daartoe, zo nietH3254 de doodH4194 alleen zal scheidingH6504 maken tussen mij en tussen u! Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!

KJV Where thou diest,2 will I die,3 and there will I be buried:5 the LORD8 do7 so to me, and more11 also, if ought but death13 part

1 בַּאֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 תָּמ֨וּתִי֙ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 3 אָמ֔וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 וְשָׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 5 אֶקָּבֵ֑ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 כֹּה֩ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 7 יַעֲשֶׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 יְהוָ֥ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לִי֙ 10 וְכֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 11 יֹסִ֔יף H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 12 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 הַמָּ֔וֶת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 14 יַפְרִ֖יד H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 15 בֵּינִ֥י H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 16 וּבֵינֵֽךְ H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 AlsH3588 zij nu zagH7200, dat zij vastelijk voorgenomenH553 had metH854 haar te gaanH3212, zo hieldH2308 zij op tot haar te sprekenH1696. Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.

KJV When she saw1 that she was stedfastly minded3 to go5 with her, then she left7 speaking

1 וַתֵּ֕רֶא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 מִתְאַמֶּ֥צֶת H553 goeden moed, versterken, machtiger confirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed) 4 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 לָלֶ֣כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 אִתָּ֑הּ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 7 וַתֶּחְדַּ֖ל H2308 ophouden, hielden, nalaten cease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want 8 לְדַבֵּ֥ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 9 אֵלֶֽיהָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Alzo gingenH3212 die beidenH8147, totdatH5704 zij te BethlehemH1035 inkwamenH935; en het geschiedde, als zij te BethlehemH1035 inkwamenH935, dat de ganseH3605 stadH5892 overH5921 haar beroerdH1949 werd, en zij zeidenH559: Is ditH2063 NaomiH5281? Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?

KJV So they two2 went1 until they came4 to Bethlehem.5 And it came to pass, when they were come8 to Bethlehem,6 that all the city13 was moved11 about them, and they said,15 Is this Naomi?

1 וַתֵּלַ֣כְנָה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 שְׁתֵּיהֶ֔ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 בֹּאָ֖נָה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 בֵּ֣ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 6 לָ֑חֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 7 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 כְּבֹאָ֨נָה֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 בֵּ֣ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 10 לֶ֔חֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 11 וַתֵּהֹ֤ם H1949 beroerd, deunen, dreunde destroy, move, make a noise, put, ring again 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 14 עֲלֵיהֶ֔ן H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 וַתֹּאמַ֖רְנָה H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 הֲזֹ֥את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 17 נָעֳמִֽי H5281 Naomi Naomi
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Maar zij zeideH559 totH413 henlieden: NoemtH7121 mij nietH408 NaomiH5281, noemtH7121 mij MaraH4755; wantH3588 de AlmachtigeH7706 heeft mij groteH3966 bitterheid aangedaanH4843. Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.

KJV And she said1 unto them, Call4 me not Naomi,6 call7 me Mara:9 for the Almighty12 hath dealt very14 bitterly

1 וַתֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵיהֶ֔ן H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 4 תִּקְרֶ֥אנָה H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 לִ֖י 6 נָעֳמִ֑י H5281 Naomi Naomi 7 קְרֶ֤אןָ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 לִי֙ 9 מָרָ֔א H4755 Mara Mara 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 הֵמַ֥ר H4843 bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd (be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex 12 שַׁדַּ֛י H7706 Almachtige, Almachtigen, almachtig Almighty 13 לִ֖י 14 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 VolH4392 toogH1980 ikH589 wegH1980, maar ledigH7387 heeft mij de HEEREH3068 doen wederkerenH7725; waaromH4100 zoudt gij mij NaomiH5281 noemenH7121, daar de HEEREH3068 tegen mij getuigtH6030, en de AlmachtigeH7706 mij kwaad aangedaanH7489 heeft? Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?

KJV I went out3 full,2 and the LORD6 hath brought me home again5 empty:4 why then call8 ye me Naomi,10 seeing the LORD11 hath testified12 against me, and the Almighty14 hath afflicted

1 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 מְלֵאָ֣ה H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 3 הָלַ֔כְתִּי H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וְרֵיקָ֖ם H7387 ledig, oorzaak without cause, empty, in vain, void 5 הֱשִׁיבַ֣נִי H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 לָ֣מָּה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 8 תִקְרֶ֤אנָה H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 לִי֙ 10 נָעֳמִ֔י H5281 Naomi Naomi 11 וַֽיהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 עָ֣נָה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 13 בִ֔י 14 וְשַׁדַּ֖י H7706 Almachtige, Almachtigen, almachtig Almighty 15 הֵ֥רַֽע H7489 kwaad, boosdoeners, kwalijk afflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse 16 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Alzo kwam NaomiH5281 weder, en RuthH7327, de MoabietischeH4125, haar schoondochterH3618, metH5973 haar, die uit de veldenH7704 MoabsH4124 wederkwamH7725; en zijH1992 kwamenH935 te BethlehemH1035 in het beginH8462 van de gersteoogstH8184. Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.

KJV So Naomi2 returned,1 and Ruth3 the Moabitess,4 her daughter in law,5 with her, which returned7 out of the country8 of Moab:9 and they came11 to Bethlehem12 in the beginning14 of barley16 harvest.

1 וַתָּ֣שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 נָעֳמִ֗י H5281 Naomi Naomi 3 וְר֨וּת H7327 Ruth Ruth 4 הַמּוֹאֲבִיָּ֤ה H4125 Moabietische, Moabieten, Moabiet (woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss) 5 כַלָּתָהּ֙ H3618 bruid, schoondochter, schoondochters bride, daughter-in-law, spouse 6 עִמָּ֔הּ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 7 הַשָּׁ֖בָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 8 מִשְּׂדֵ֣י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 9 מוֹאָ֑ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 10 וְהֵ֗מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 בָּ֚אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 בֵּ֣ית H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 13 לֶ֔חֶם H1035 Bethlehem, Bethlehem-juda, Bethlehems Bethlehem 14 בִּתְחִלַּ֖ת H8462 begin, eerst, vooreerst begin(-ning), first (time) 15 קְצִ֥יר H7105 oogst, oogstes, tak bough, branch, harvest (man) 16 שְׂעֹרִֽים H8184 gerst, gersteoogst, gerstekoek barley
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ruth 1:1 Genesis 12:10 Genesis 26:1 Psalmen 105:16 Richteren 17:8 Ezechiël 14:13 Genesis 43:1 Richteren 12:8 Jeremia 14:1
Ruth 1:2 Genesis 35:19 Micha 5:2 1 Samuël 17:21 1 Samuël 1:1
Ruth 1:3 Psalmen 34:19 2 Koningen 4:1 Hebreeën 12:6 Hebreeën 12:10
Ruth 1:4 Mattheüs 1:5 Deuteronomium 23:3 1 Koningen 11:1 Deuteronomium 7:3
Ruth 1:5 Lukas 7:12 Jesaja 49:21 Deuteronomium 32:39 Jeremia 2:19 Mattheüs 22:25 Psalmen 89:30
Ruth 1:6 Psalmen 132:15 Exodus 4:31 Mattheüs 6:11 Lukas 1:68 Exodus 3:16 Psalmen 111:5 Lukas 19:44 Psalmen 145:15
Ruth 1:7 2 Koningen 8:3 Ruth 1:10 Ruth 1:14 Exodus 18:27
Ruth 1:8 Ruth 1:5 Ruth 2:20 Filippenzen 4:18 Efeze 5:22 Kolossenzen 3:18 Kolossenzen 3:24 2 Timotheüs 1:16 Efeze 6:2
Ruth 1:9 Ruth 3:1 Genesis 27:27 Genesis 29:11 Genesis 45:15 Handelingen 20:37
Ruth 1:10 Zacharia 8:23 Psalmen 16:3 Psalmen 119:63
Ruth 1:11 Deuteronomium 25:5 Genesis 38:11
Ruth 1:12 Genesis 17:17 1 Timotheüs 5:9
Ruth 1:13 Job 19:21 Richteren 2:15 Psalmen 32:4 Psalmen 38:2 1 Samuël 5:11 Deuteronomium 2:15 Psalmen 39:9
Ruth 1:14 Spreuken 17:17 Spreuken 18:24 2 Timotheüs 4:10 Jesaja 14:1 Deuteronomium 4:4 1 Koningen 19:20 Mattheüs 16:24 Johannes 6:66
Ruth 1:15 Richteren 11:24 2 Koningen 2:2 Jozua 24:15 Sefanja 1:6 2 Samuël 15:19 Hebreeën 10:38 Psalmen 36:3 Lukas 24:28
Ruth 1:16 Ruth 2:11 2 Korinthe 6:16 Jesaja 14:1 Mattheüs 8:19 2 Samuël 15:21 Johannes 13:37 1 Thessalonicenzen 1:9 Jozua 24:18
Ruth 1:17 1 Samuël 3:17 1 Samuël 25:22 2 Koningen 6:31 2 Samuël 19:13 1 Koningen 2:23 Handelingen 20:24 2 Samuël 3:35 1 Koningen 19:2
Ruth 1:18 Handelingen 21:14 Efeze 6:10 Handelingen 2:42
Ruth 1:19 Mattheüs 21:10 Jesaja 23:7 Klaagliederen 2:15
Ruth 1:20 Job 6:4 Klaagliederen 3:1 Exodus 6:3 Psalmen 88:15 Genesis 43:14 Hebreeën 12:11 Jesaja 38:13 Job 5:17
Ruth 1:21 Job 1:21 1 Samuël 2:7 Job 13:26 Job 16:8 Maleachi 3:5 Job 10:17
Ruth 1:22 Ruth 2:23 2 Samuël 21:9 Exodus 9:31
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ruth 1 vers 1

richters richtten, Zie Richt. 2:16.

Hertaald: richters richtten, Zie Richt. 2:16.

land was; Kanaän. Vergelijk Richt. 6:4, Richt. 6:6.

Hertaald: land was; Kanaän. Vergelijk Richt. 6:4, Richt. 6:6.

Bethlehem-juda, Zie Richt. 12:8.

Hertaald: Bethlehem-juda, Zie Richt. 12:8.

velden Moabs, Dat is, in het land der Moabieten, die van Lot afkomstig waren; Deut. 2:9. Dit land was gelegen in het oosten, over de Jordaan, hebbende veel vlakke velden. Zie Deut. 34:1, Deut. 34:8.

Hertaald: velden Moabs, Dat is: in het land van de Moabieten, die van Lot afkomstig waren; Deut. 2:9. Dit land lag in het oosten, aan de overkant van de Jordaan, en had veel vlakke velden. Zie Deut. 34:1, Deut. 34:8.

Ruth 1 vers 2

Naómi, Zie onder, vs.20.

Hertaald: Naómi, Zie hieronder, vers 20.

Efrathers, Bethlehem-Juda was eertijds ook genoemd Efrata; Gen. 35:19. Insgelijks het land waarin Bethlehem lag; Mi. 5:1; hiervan worden zij genoemd Efraters

Hertaald: Efrathers, Bethlehem-Juda werd eertijds ook Efrata genoemd; Gen. 35:19. Evenzo het land waarin Bethlehem lag; Micha 5:1; daarvan worden zij Efrathieten genoemd.

bleven aldaar Hebreeuws, waren.

Hertaald: bleven aldaar Hebreeuws: waren.

Ruth 1 vers 4

Moabietische vrouwen; Hetwelk hun geoorloofd was te doen indien deze vrouwen bekeerd waren, anders niet, want Kanaänietische vrouwen te nemen was verboden om deze reden: opdat zij Gods volk niet mochten verleiden tot afgoderij, welke reden ook plaats had in de Moabietische afgodische vrouwen. Zie Ezra 9:1; Neh. 13:23. Dat Ruth bekeerd is, daarvan blijkt onder, vs.16, en Ruth 2:12.

Hertaald: Moabietische vrouwen; Wat hun geoorloofd was te doen als deze vrouwen bekeerd waren, anders niet, want Kanaänitische vrouwen nemen was verboden om deze reden: opdat zij Gods volk niet zouden verleiden tot afgoderij, wat ook gold voor de afgodische Moabitische vrouwen. Zie Ezra 9:1; Neh. 13:23. Dat Ruth bekeerd is, blijkt hieronder, vers 16, en Ruth 2:12.

Ruth 1 vers 5

deze vrouw Naómi.

Hertaald: deze vrouw Naomi.

Ruth 1 vers 6

uit de velden van Moab; Om te trekken naar Bethlehem-Juda, vs.19.

Hertaald: uit de velden van Moab; Om naar Bethlehem-Juda te trekken, vers 19.

bezocht had, Zie Gen. 21:1.

Hertaald: bezocht had, Zie Gen. 21:1.

brood Dat is, koren, en voorts alle nooddruft tot onderhouding van het menselijke leven nodig, zodat de honger en duurte ophielden.

Hertaald: brood Dat is: koren, en verder alles wat nodig is voor het levensonderhoud, zodat de honger en de schaarste ophielden.

Ruth 1 vers 7

weder te keren Versta dit ten aanzien van Naómi, die in het land Juda tevoren gewoond had, en van haar schoondochters [die daar niet geweest noch gewoond hadden] in het wederkeren werd vergezelschapt; zie vs.10, en Ruth 2:6.

Hertaald: weder te keren Versta dit met betrekking tot Naomi, die eerder in het land Juda gewoond had, en bij het terugkeren vergezeld werd door haar schoondochters [die daar niet geweest of gewoond hadden]; zie vers 10, en Ruth 2:6.

Ruth 1 vers 8

moeder; Of, omdat de vader van Orpa overleden mocht zijn, of, omdat de moeders de dochters gemeenlijk meest beminnen. Van Ruth wordt gezegd, Ruth 2:11, dat zij haar vader verlaten heeft.

Hertaald: moeder; Of: omdat de vader van Orpa mogelijk overleden was, of omdat moeders hun dochters meestal het meest liefhebben. Van Ruth wordt in Ruth 2:11 gezegd dat zij haar vader verlaten heeft.

doden, en bij mij Versta, Machlon en Chiljon, zonen van Naómi en gewezen mannen van haar schoondochters.

Hertaald: doden, en bij mij Versta: Machlon en Chiljon, zonen van Naomi en voormalige echtgenoten van haar schoondochters.

Ruth 1 vers 9

ruste vindt, Zie onder, Ruth 3:1.

Hertaald: ruste vindt, Zie hieronder, Ruth 3:1.

man Die gij zult mogen trouwen.

Hertaald: man Die u zult mogen trouwen.

kuste, Om afscheid van haar te nemen. Zie Gen. 29:11.

Hertaald: kuste, Om afscheid van haar te nemen. Zie Gen. 29:11.

Ruth 1 vers 10

wederkeren tot uw volk Dat is, wij zullen u, daar gij tot uw volk wederkeert, vergezelschappen en met u gaan.

Hertaald: wederkeren tot uw volk Dat is: wij zullen u, terwijl u naar uw volk terugkeert, vergezellen en met u meegaan.

Ruth 1 vers 11

lichaam, Hebreeuws, ingewand

Hertaald: lichaam, Hebreeuws: ingewand.

tot mannen zouden zijn? Naar de wet, Deut. 25:5.

Hertaald: tot mannen zouden zijn? Volgens de wet, Deut. 25:5.

Ruth 1 vers 12

oud Hebreeuws, ik ben ouder geworden dan dat ik een man zou geworden

Hertaald: oud Hebreeuws: ik ben ouder geworden dan dat ik een man zou krijgen.

een man had, Hebreeuws, een man geworde; te weten, ter vrouw, of bij een man dezen nacht lage.

Hertaald: een man had, Hebreeuws: een man geworden; namelijk: als vrouw, of vannacht bij een man liggen.

Ruth 1 vers 13

geen man te nemen? Hebreeuws, geen man zoudt geworden

Hertaald: geen man te nemen? Hebreeuws: geen man zou krijgen.

het is mij veel bitterder dan u; Te weten, dat ik van u scheiden moet. Of, dewijl ik nu oud zijnde mijn man en kinderen verloren heb, en gij nog van toekomstige mannen en kinderen troost zult kunnen genieten. Anders: het is mij zeer bitter om uwentwil, of van uwentwege; omdat gij uw mannen hebt verloren, en nu zo ongaarne van mij ook zult worden afgetrokken.

Hertaald: het is mij veel bitterder dan u; Namelijk: dat ik van u scheiden moet. Of: omdat ik nu, oud zijnde, mijn man en kinderen verloren heb, terwijl u nog troost zult kunnen vinden bij toekomstige mannen en kinderen. Anders: het is mij zeer bitter om uwentwil, of vanwege u; omdat u uw mannen verloren hebt, en nu ook zo node van mij zult worden losgemaakt.

hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan Alsof zij zeide: Dewijl het Gods slag, plaag en werk is, dat ik van mijn man en mijn beide zonen beroofd ben, en nu ook uw gezelschap zal verliezen, zo moet ik mij in zijn wil geruststellen; alzo moet gij ook doen.

Hertaald: hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan Alsof zij zei: omdat het Gods slag, plaag en werk is dat ik van mijn man en mijn beide zonen beroofd ben, en nu ook uw gezelschap zal verliezen, moet ik mij schikken in Zijn wil; zo moet u het ook doen.

Ruth 1 vers 14

schoonmoeder, Versta, Naómi, nemende daarmede haar afscheid, en wederkerende naar haar woonplaats. Zie vs.15, en boven, vs.9.

Hertaald: schoonmoeder, Versta: Naomi, die daarmee afscheid neemt en terugkeert naar haar woonplaats. Zie vers 15, en hierboven, vers 9.

kleefde haar aan Dat is, zij wilde van Naómi niet scheiden, maar bleef bij haar en trok met haar voort, gelijk in het vervolg verhaald wordt.

Hertaald: kleefde haar aan Dat is: zij wilde niet van Naomi scheiden, maar bleef bij haar en trok met haar mee, zoals in het vervolg verteld wordt.

Ruth 1 vers 15

zij Naómi.

Hertaald: zij Naomi.

zwagerin Hebreeuws, uw broeders vrouw; dat is hier, die uws mans broeders gehad heeft.

Hertaald: zwagerin Hebreeuws: de vrouw van uw broer; dat is hier: die de broer van uw man gehad heeft.

haar goden; Of, haar God, te weten, den afgod der Moabieten, genoemd Kamos. Zie Richt. 11:24.

Hertaald: haar goden; Of: haar God, namelijk: de afgod van de Moabieten, Kamos genoemd. Zie Richt. 11:24.

Ruth 1 vers 16

uw volk is mijn volk, en uw God mijn God Hiermede toont zij haar bekering tot den waren God en de gemeenschap zijner kerk, waarin het schijnt dat Naómi haar met de voorgaande redenen, met het exempel harer zwagerin, had willen beproeven. Vergelijk Joz. 24:18.

Hertaald: uw volk is mijn volk, en uw God mijn God Hiermee toont zij haar bekering tot de ware God en de gemeenschap van Zijn kerk, waarmee het lijkt dat Naomi haar met de voorgaande woorden, met het voorbeeld van haar schoonzus, op de proef had willen stellen. Vergelijk Joz. 24:18.

Ruth 1 vers 17

alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, Dat is, de Heere straffe mij alzo, en ga voort in zijn straf, of vermeerdere dezelve, indien ik het anders meen of anders doe dan ik gesproken heb. Het is een manier van eedzweren, waarin het kwaad verzwegen wordt, dat zij zichzelven toedachten en toewensten, of ook Gods oordeel bevalen. Vergelijk Gen. 14:23, en 1 Kon. 19:2.

Hertaald: alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, Dat is: moge de HEERE mij zo straffen, en Zijn straf voortzetten of vermeerderen, als ik het anders bedoel of anders doe dan ik gezegd heb. Het is een manier van zweren waarin het kwaad verzwegen wordt dat men zichzelf toewenste, of ook Gods oordeel werd toevertrouwd. Vergelijk Gen. 14:23, en 1 Kon. 19:2.

Ruth 1 vers 19

zij zeiden De vrouwen te Bethlehem.

Hertaald: zij zeiden De vrouwen te Bethlehem.

Ruth 1 vers 20

Naómi, Dat is, mijn lieflijkheid, genoegelijkheid, mijn plezier

Hertaald: Naómi, Dat is: mijn lieflijkheid, mijn genoegen, mijn plezier.

Mara; Dat is, bittere, of, bitterheid

Hertaald: Mara; Dat is: bittere, of bitterheid.

Almachtige Hebreeuws, Schaddai. Zie Gen. 17:1.

Hertaald: Almachtige Hebreeuws: Schaddai. Zie Gen. 17:1.

grote bitterheid aangedaan Mij berovende van mijn man en mijn beide zonen.

Hertaald: grote bitterheid aangedaan Door mij van mijn man en mijn beide zonen te beroven.

Ruth 1 vers 21

Vol toog ik weg, Hebbende in het leven mijn man en mijn twee zonen, met genoegzame middelen om van te leven.

Hertaald: Vol toog ik weg, Met mijn man en mijn twee zonen nog in leven, en met voldoende middelen om van te leven.

ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; Beroofd van mijn man en mijn twee zonen en middelen; zie onder, Ruth 2:18.

Hertaald: ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; Beroofd van mijn man, mijn twee zonen en mijn middelen; zie hieronder, Ruth 2:18.

getuigt, Dat is, heeft zich tegen mij aangesteld als een wederpartijder, of, heeft door zijn plagen tegen mij zijn toorn betuigd en mij van mijn zonden overtuigd. Vergelijk Job 10:17, en Job 16:8; Mal. 3:5; Jak. 5:3.

Hertaald: getuigt, Dat is: is tegen mij opgetreden als tegenpartij, of heeft door Zijn plagen tegen mij Zijn toorn getoond en mij van mijn zonden overtuigd. Vergelijk Job 10:17, en Job 16:8; Mal. 3:5; Jak. 5:3.

kwaad aangedaan heeft? Anders, mij nedergedrukt, of verslagen heeft; dat is, heeft mij tegenspoed, ellende en verdriet toegezonden. Zie Gen. 19:19.

Hertaald: kwaad aangedaan heeft? Anders: mij neergedrukt, of verslagen heeft; dat is: mij tegenspoed, ellende en verdriet gezonden heeft. Zie Gen. 19:19.

Ruth 1 vers 22

wederkwam; Dat is, Naómi in het wederkomen vergezelschapt; gelijk boven, vs.7, 10.

Hertaald: wederkwam; Dat is: die Naomi bij haar terugkeer vergezelde; zoals hierboven, vers 7, 10.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Elimelech  — mijn God is Koning

Een man van Bethlehem-Juda, die vanwege een hongersnood met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen naar het land Moab trok. Daar stierf hij, waarna zijn vrouw als weduwe met haar twee schoondochters achterbleef (Ruth 1:1-3).

Naomi  — mijn liefelijkheid, mijn bekoorlijkheid

De vrouw van Elimelech, die na de dood van haar man en beide zonen in het land Moab, met haar schoondochter Ruth terugkeerde naar Bethlehem. Verbitterd door haar verlies wilde zij daar 'Mara' (bitterheid) genoemd worden in plaats van Naomi, 'want de Almachtige heeft mij zeer bitter bejegend' (Ruth 1:20-21). Haar wijze raad aan Ruth leidde uiteindelijk tot Ruths huwelijk met Boaz.

Machlon  — ziekelijkheid, zwakte

De oudste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Ruth trouwde. Hij stierf, evenals zijn broer Chiljon, kinderloos in Moab (Ruth 1:2-5); later kocht Boaz zijn erfdeel en trouwde met zijn weduwe Ruth, om zijn naam op zijn erfdeel te doen voortbestaan (Ruth 4:9-10).

Chiljon  — wegkwijning, verdwijning

De jongste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Orpa trouwde en, evenals zijn broer Machlon, daar kinderloos stierf (Ruth 1:2-5).

Orpa  — nek, achterhoofd (die de rug toekeert)

De Moabitische vrouw van Chiljon. Nadat Naomi haar schoondochters had aangeraden terug te keren naar hun eigen volk, kuste zij Naomi vaarwel en keerde terug naar Moab en haar eigen goden — in tegenstelling tot Ruth, die bij Naomi bleef (Ruth 1:4, 14-15).

Ruth  — vriendin, of: verzadiging

De Moabitische weduwe van Machlon, die weigerde haar schoonmoeder Naomi te verlaten met de bekende woorden: 'uw volk is mijn volk, en uw God mijn God' (Ruth 1:16-17). In Bethlehem las zij aren op het veld van Boaz, die haar trouw aan Naomi prees; via het lossersrecht trouwde Boaz uiteindelijk met haar. Zij werd de overgrootmoeder van koning David en wordt uitdrukkelijk genoemd in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bethlehem  — Hebreeuws voor "broodhuis"

Ligging: In het bergland van Juda, enkele kilometers ten zuiden van Jeruzalem; ook wel Efratha genoemd (Gen. 35:19; 48:7), naar het geslacht dat er woonde.

Geschiedenis: Reeds genoemd als de plaats waar Rachel stierf en begraven werd bij de weg naar Efratha (Gen. 35:19; 48:7) en, terloops, als de woonplaats van de richter Ebzan (mogelijk, Richt. 12:8-10) en van de Levietische bijvrouw uit de aangrijpende geschiedenis van Richt. 19 — maar krijgt hier, in het boek Ruth, eindelijk zijn eerste werkelijk substantiële behandeling. Vanwege een hongersnood verliet Elimelech met zijn vrouw Naomi en twee zonen Bethlehem voor het land Moab; na de dood van haar man en zonen keerde Naomi, samen met haar Moabitische schoondochter Ruth, hierheen terug, "in het begin van de gersteoogst" (Ruth 1:19, 22). Hier ontmoette Ruth Boaz op zijn akkers, die haar losser werd en met haar huwde — en uit dit huwelijk werd Obed geboren, de grootvader van David (Ruth 4:11, 17-22).

Bijbelse betekenis: De kleine, ogenschijnlijk onbeduidende stad die uiteindelijk de geboorteplaats van koning David zou worden — en, eeuwen later, van de Heere Jezus Zelf, geheel volgens de profetie van Micha: "En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda; uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël" (Micha 5:1; vervuld in Matt. 2:1, 5-6; Luk. 2:4-7). Het boek Ruth zelf toont al hoe de HEERE, via de vreemdelinge Ruth, deze koninklijke en uiteindelijk messiaanse lijn voorbereidde.

Gen. 35:19; 48:7; Richt. 12:8; 19:1-2; Ruth 1-4; Micha 5:1; Matt. 2:1, 5-6; Luk. 2:4-7

Moab  — vernoemd naar Moab, de zoon van Lot en zijn oudste dochter (Gen. 19:37)

Ligging: Het bergland ten oosten van de Dode Zee, tussen de rivieren Arnon (in het noorden) en Zered (in het zuiden).

Geschiedenis: Al vanaf de ontstaansgeschiedenis van het volk in Gen. 19:37 en vervolgens tientallen malen in Numeri, Deuteronomium, Jozua en Richteren genoemd (de vlakke velden van Moab, Bileam en Balak, Ehuds overwinning op koning Eglon), maar zonder dat het land zelf ooit een eigen, samenvattend artikel kreeg — hier, in het boek Ruth, waar heel de eerste helft van het verhaal zich in Moab afspeelt, is het moment daarvoor aangebroken. Vanwege een hongersnood in Juda vestigde Elimelechs gezin zich hier tien jaar lang; zijn zonen huwden er Moabitische vrouwen, Orpa en Ruth, voordat Elimelech en beide zonen stierven en Naomi met Ruth naar Bethlehem terugkeerde (Ruth 1). Generaties later, tijdens zijn vlucht voor Saul, bracht ook David zijn eigen ouders naar de koning van Moab, met het verzoek hen daar te mogen laten totdat hij wist wat de HEERE met hem voorhad (1 Sam. 22:3-4) — mogelijk niet toevallig, gezien zijn eigen Moabitische overgrootmoeder Ruth. Eeuwen later, na Achabs dood, kwam koning Mesa van Moab tegen Israël in opstand; Israël, Juda en Edom trokken gezamenlijk op, en de HEERE gaf hun, op Elisa's profetie, water door de woestijn van Edom, waarmee zij bovendien de Moabieten in verwarring brachten. Toen de nederlaag onafwendbaar bleek, offerde Mesa in zijn wanhoop zijn eigen oudste zoon als brandoffer op de stadsmuur — waarop "een grote toorn over Israël" kwam en het leger zich terugtrok (2 Kon. 3).

Bijbelse betekenis: Ondanks de wet die een Moabiet tot in het tiende geslacht uitsloot van de gemeente des HEEREN (Deut. 23:3-6) — vanwege Moabs vijandschap bij de uittocht — werd juist de Moabitische Ruth, door haar geloofskeuze ("uw volk is mijn volk, en uw God mijn God", Ruth 1:16), opgenomen in het volk van God en zelfs in de geslachtslijn van David en van Christus Zelf (Matt. 1:5) — een van de duidelijkste bewijzen in de Schrift dat Gods genade, ook onder het Oude Verbond, nooit beperkt was tot alleen de natuurlijke afstamming van Israël.

Gen. 19:37; Num. 21-25; Deut. 23:3-6; Richt. 3:12-30; Ruth 1; Matt. 1:5; 2 Kon. 3

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God (Ruths belijdenis)  — de belijdenis waarmee de Moabietische Ruth weigert haar Israëlitische schoonmoeder te verlaten: "uw volk is mijn volk, en uw God mijn God" (Ruth 1:16)

Na de dood van haar man raadt Naomi haar beide schoondochters aan terug te keren naar hun eigen volk en goden (Ruth 1:8-15). Orpa doet dat; Ruth weigert: "Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden" (Ruth 1:16-17). Zij bezegelt dit met een eed bij de Naam van de HEERE Zelf. Naomi, ziende dat Ruth vast besloten is, houdt op haar tegen te spreken (Ruth 1:18).

Bijbelse betekenis: Deze belijdenis is meer dan menselijke gehechtheid: Ruth kiest niet alleen voor een persoon maar voor een volk en, uitdrukkelijk als eerste genoemd vóór het volk, voor een God. Zij was een Moabietische, uit een volk dat de wet zelfs uitsloot van de gemeente des HEEREN (Deut. 23:3, niet apart aangehaald). En toch wordt zij, alleen door haar geloof en toewijding, opgenomen in het volk van de belofte, tot in het voorgeslacht van David toe. Haar keuze staat in schril contrast met Orpa's begrijpelijke, maar uiteindelijk andere weg: dezelfde omstandigheden, twee verschillende uitkomsten, al naar gelang het hart.

Typologie: Wat Ruth hier vrijwillig kiest, wordt in het Nieuwe Testament de vaste beschrijving van ieder die van buiten tot Gods volk komt: vroeger "vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld" (Ef. 2:12), en het vers erna: "nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus" (Ef. 2:12-13). Wat aan Ruth in de Wet ontzegd leek, ontvangt zij door het geloof — een vroeg beeld van hoe het Evangelie later Jood en heiden gelijkelijk zal opnemen.

Ruth 1:8-18; Deut. 23:3; Ef. 2:12-13

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God — 1:1-22

Er is honger in het broodhuis — dat is de betekenis van Bethlehem — en een man trekt met vrouw en twee zonen naar Moab. Tien jaar later zijn de drie mannen dood en blijven er drie weduwen achter, in een land waar niemand voor hen opkomt.

Een Moabitische kiest voor de God van een volk waar zij naar de wet niet bij hoort, en juist zij komt in het geslacht van Christus.

Naomi keert terug en probeert haar schoondochters weg te sturen; zij heeft hun niets te bieden. Orpa kust haar en gaat. En dan doet Ruth wat de rest van het boek draagt.

Haar woorden zijn geen opwelling maar een eed. Waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden. De kanttekening zegt wat daarin gebeurt: hiermee toont zij haar bekering tot de ware God en tot de gemeenschap van Zijn kerk — en het lijkt dat Naomi haar met haar voorgaande woorden op de proef had willen stellen.

Het gewicht daarvan blijkt pas als men de wet ernaast legt. Deuteronomium 23 bepaalt dat een Moabiet niet in de vergadering des HEEREN zal komen. Zij hoort er niet bij, en zij komt toch.

Naomi zelf is intussen bitter. Noemt mij niet Naomi — dat is: liefelijk — maar noemt mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Zij zegt dat zij vol weggegaan is en ledig teruggekomen, terwijl Ruth naast haar staat.

Het hoofdstuk eindigt met een zin die er terloops staat en alles opent: zij kwamen te Bethlehem in het begin van den gersteoogst.

Drie generaties later wordt in datzelfde Bethlehem David geboren, en Mattheüs neemt Ruth met name op in het geslachtsregister van Christus — samen met Thamar, Rachab en de vrouw van Uria. De lijn van de belofte loopt dwars door mensen heen die er naar de wet buiten stonden.

  1. Deuteronomium 23:3 — Een Moabiet zal niet in de vergadering des HEEREN komen.
  2. Ruth 1:16 — Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
  3. Ruth 4:13 — Uit Ruth en Boaz wordt Obed geboren, de grootvader van David.
  4. Mattheüs 1:5 — Zij staat met name in het geslachtsregister van Christus.
  5. Efeze 2:12-13 — Wie vreemdeling was, is nabij geworden door het bloed van Christus.

In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:5; Efeze 2:11-13; Romeinen 15:9-12

Hoever dit reikt: Ruth is naar haar persoon geen type van Christus. Wat naar Hem wijst is de lijn: door haar loopt het geslacht waaruit David en later Christus geboren wordt, en in haar komt een vreemdeling binnen die er naar de wet buiten stond.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ruth 1

Ruth 1:1.KruisverwijzingenGenesis 12:10Genesis 26:1Psalmen 105:16Richteren 17:8Ezechiël 14:13Genesis 43:1Richteren 12:8Jeremia 14:1
— In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
Dat was een kwade stap van hen: beter armoede bij het volk van God dan overvloed buiten het land van het verbond.

Ruth 1:2.KruisverwijzingenGenesis 35:19Micha 5:21 Samuël 17:211 Samuël 1:1
— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
“Elimelech” betekent: “mijn God is Koning”. Een man met zo’n naam had het koninkrijk niet moeten verlaten waar zijn God Koning was. Maar sommige mensen zijn de namen die zij dragen niet waardig.

Ruth 1:2.KruisverwijzingenGenesis 35:19Micha 5:21 Samuël 17:211 Samuël 1:1
— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
Dat is doorgaans wat er gebeurt: wie naar het land Moab gaan, blijven daar. Wanneer christenen van hun afgezonderd leven weggaan, zijn zij zeer geneigd in die toestand te blijven. Het mag gemakkelijk zijn te zeggen: “Ik zal maar even van het christelijke pad afstappen”, maar het is niet zo gemakkelijk terug te keren. Doorgaans houdt het een of ander ons vast; de vogellijm vangt de vogels van het paradijs en houdt ze gevangen.

Ruth 1:3-4.KruisverwijzingenMattheüs 1:5Psalmen 34:192 Koningen 4:1Hebreeën 12:6Hebreeën 12:10Deuteronomium 23:31 Koningen 11:1Deuteronomium 7:3
— En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
Dat was ongeveer tien jaar te lang. Waarschijnlijk waren zij niet van zin zo lang te blijven toen zij erheen gingen; zij bedoelden maar een kleine tijd in Moab te zijn — net zoals christenmensen, wanneer zij in gelijkvormigheid aan de wereld vervallen, het maar één keer van plan zijn, misschien “ter wille van de meisjes, om hun een beetje onder de mensen te brengen”. Maar het gaat hun zoals hier geschreven staat: “en zij bleven aldaar omtrent tien jaren”.

Ruth 1:5.KruisverwijzingenLukas 7:12Jesaja 49:21Deuteronomium 32:39Jeremia 2:19Mattheüs 22:25Psalmen 89:30
— En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
Dat scheen haar grootste smart te zijn: dat zij overbleef. Zij zou tevreden geweest zijn met hen mee te gaan, maar zij bleef over om hun verlies te bewenen.

Ruth 1:6.KruisverwijzingenPsalmen 132:15Exodus 4:31Mattheüs 6:11Lukas 1:68Exodus 3:16Psalmen 111:5Lukas 19:44Psalmen 145:15
— Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
Het is vaak zo dat wij, wanneer onze afgoden gebroken zijn, tot onze God terugkeren. Het is vaak zo dat het verlies van aardse goederen ons doet terugkeren tot onze eerste Man, want dan gevoelen wij dat het ons toen beter ging dan nu.

Zijn er onder ons die belijdenis doen en toch een lange weg van God afgedwaald zijn? Ik zou willen dat u wist welk een overvloed er in het huis van de grote Vader is, en welk een gezegend feestmaal er is voor hen die bij Hem wonen. In dat land is geen hongersnood; er is overvloed van blijdschap, overvloed van troost, overvloed van al wat verheugend is. U hoeft niet naar Moab te gaan en naar haar valse goden om genoegen en voldoening te vinden.

Ruth 1:7-9.KruisverwijzingenRuth 3:1Ruth 1:5Ruth 2:202 Koningen 8:3Ruth 1:10Ruth 1:14Exodus 18:27Filippenzen 4:18
— Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda, Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij. De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
Het scheiden was hun smartelijk, want zij hadden hun schoonmoeder lief — een allerzelfverloochenendst mens, die, al was het haar een troost hun gezelschap te genieten, meende dat het in tijdelijk opzicht beter voor hen zou zijn in hun eigen land te blijven.

Ruth 1:10-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 25:5Genesis 38:11Job 19:21Richteren 2:15Psalmen 32:4Genesis 17:17Psalmen 38:2Spreuken 17:17
— En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk. Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn? Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde; Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan. Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
Welk een verschil is er vaak tussen twee mensen die op hetzelfde ogenblik onder godsdienstige indrukken staan! De ene zou Jezus wel willen volgen, maar de prijs is te veel om te betalen; en zo is er een kus die enigszins op die van Judas lijkt, en Orpa gaat terug naar haar volk en naar haar afgoden. Maar hoe geheel anders was het andere geval! Ruth was als het ware aan Naomi vastgeklonken; zij “kleefde haar aan”, en zij was er niet toe te brengen met haar zuster terug te gaan.

Ruth 1:15-17.Kruisverwijzingen1 Samuël 3:17Richteren 11:24Ruth 2:112 Korinthe 6:16Jesaja 14:11 Samuël 25:222 Koningen 6:312 Samuël 19:13
— Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na. Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
Dat was dapper gesproken, en zij meende het ook. Ik ben verheugd te zien dat wie lid van een gemeente willen worden, belijdenis van het geloof doen voor de gemeente. Het doet de man, de vrouw, de jongen of het meisje — wie het ook is — zoveel goed om ten minste één keer recht voor de dag te zeggen: “Ik ben een gelovige in de Heere Jezus Christus, en ik schaam mij er niet voor.”

Wanneer mensen eenmaal Christus voor de mensen belijden, zijn zij geneigd het elders weer te doen. En zo verkrijgen zij een soort vrijmoedigheid en openhartigheid in godsdienstige zaken — en een heilige moed als navolgers van Christus — die meer dan opweegt tegen alle zelfverloochening en beving die de poging hun gekost mag hebben. Ik denk dat Naomi er recht aan deed Ruth als het ware te dringen tot deze dappere stap, waarin het voor haar een volstrekte noodzaak werd haar toewijding uit te spreken. Wat is er voor een van ons om zich over te schamen in het erkennen dat wij de Heere Jezus Christus toebehoren?

Ruth 1:18.KruisverwijzingenHandelingen 21:14Efeze 6:10Handelingen 2:42
— Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.
Dat is een treffende uitdrukking: “Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan.” O jullie lieve jonge vrienden die christen willen worden, wat zijn wij blij wanneer wij zien dat u vastelijk voorgenomen hebt met het volk van God te gaan! Er zijn zovelen die snel heet en snel koud zijn — spoedig opgewekt tot goede dingen, en bijna even spoedig bekoelt hun vuur, en zij gaan terug in de wereld. Vraag toch de Heere u een vast voornemen te geven. Dit is een van de beste gestalten van gemoed waarin een van ons kan zijn.

Ruth 1:19.KruisverwijzingenMattheüs 21:10Jesaja 23:7Klaagliederen 2:15
— Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
Zij schenen allen de deur uit te komen om deze twee vreemdelingen te bekijken, en vooral Naomi, want zij was zo anders dan zij geweest was toen zij wegging. En zij zeiden: “Is dit Naomi?” Sommigen zeiden het vragend. Anderen zeiden het met verbazing, als iets ongelooflijks: “Dít Naomi! Hoe kan zij dezelfde vrouw zijn?” Niemand schijnt gezegd te hebben: “Kom in ons huis om te overnachten”, maar allen vroegen: “Is dit Naomi?”

Ruth 1:20.KruisverwijzingenJob 6:4Klaagliederen 3:1Exodus 6:3Psalmen 88:15Genesis 43:14Hebreeën 12:11Jesaja 38:13Job 5:17
— Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
“Noemt mij niet Naomi” — dat is: “liefelijke”; “noemt mij Mara” — dat is: “bittere”. Het was jammer dat Naomi dat zei; en toch vrees ik dat velen van ons hetzelfde gedaan hebben. Wij hebben niet zo’n lieflijk getuigenis aan de Heere gegeven als wij hadden kunnen doen, maar wij hebben smartelijk gejammerd gelijk deze arme vrouw.

Ruth 1:21.KruisverwijzingenJob 1:211 Samuël 2:7Job 13:26Job 16:8Maleachi 3:5Job 10:17
— Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
“Vol toog ik weg” — waarom bent u dan uitgegaan? “maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren” — ach, maar Hij heeft u ook weer thuisgebracht. O, als zij maar gelet had op de barmhartigheid die in dit alles lag, dan zou zij nog altijd als Naomi gesproken hebben; maar nu spreekt zij als Mara: bitterheid.

En toch is het een lieflijke zaak de hand van God in onze verdrukking te kunnen nawijzen, want er kan uit die hand niets tot een van Zijn kinderen komen dan wat goed en recht is. Het zijn de handen waarvan de Heere zegt: “Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd” (Jes. 49:16). Zo mogen wij ervan verzekerd zijn dat er uit die handen niets kan komen dan wat de oneindige wijsheid richt en de oneindige liefde verordend heeft.

Ruth 1:22.KruisverwijzingenRuth 2:232 Samuël 21:9Exodus 9:31
— Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
Dat is: in de tijd van het pascha. Laten wij hopen dat zij een zegen ontvingen in het waarnemen van de instellingen van die tijd, en dat zij zo geholpen werden om terug te komen tot de enige rechte en gelukkige gestalte van hart.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Zij bedoelden maar een kleine tijd in Moab te zijn — net zoals christenmensen, wanneer zij in gelijkvormigheid aan de wereld vervallen, het maar één keer van plan zijn. Maar het gaat hun zoals hier geschreven staat: “en zij bleven aldaar omtrent tien jaren”.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content