Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1In de dagenH3117, als de richtersH8199richttenH8199, zo geschieddeH1961 het, dat er hongerH7458 in het landH776 was; daarom toogH3212 een manH376 van Bethlehem-JudaH1035, om als vreemdeling te verkerenH1481 in de veldenH7704MoabsH4124, hijH1931, en zijn huisvrouwH802, en zijn tweeH8147zonenH1121.In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
KJVNow it came to pass in the days2when the judges3ruled,4that there was a famine6in the land.7And a certain man9of Bethlehemjudah10went8to sojourn13in the country14of Moab,15he, and his wife,17and his two18sons.
1וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בִּימֵי֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3שְׁפֹ֣טH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule4הַשֹּׁפְטִ֔יםH8199richten, richtte, rechters[phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule5וַיְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6רָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger7בָּאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8וַיֵּ֨לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak9אִ֜ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)10מִבֵּ֧יתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem11לֶ֣חֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem12יְהוּדָ֗הH3063JudaJudah13לָגוּר֙H1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely14בִּשְׂדֵ֣יH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild15מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab16ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who17וְאִשְׁתּ֖וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English18וּשְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two19בָנָֽיוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
2De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2De naamH8034 nu dezes mansH376 was ElimelechH458, en de naamH8034 zijner huisvrouwH802NaomiH5281, en de naamH8034 zijner tweeH8147zonenH1121MachlonH4248 en ChiljonH3630, EfrathersH673, van Bethlehem-JudaH1035; en zij kwamenH935 in de veldenH7704MoabsH4124, en blevenH1961aldaarH8033.De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
KJVAnd the name1of the man2was Elimelech,3and the name4of his wife5Naomi,6and the name7of his two8sons9Mahlon10and Chilion,11Ephrathites12of Bethlehemjudah.13And they came16into the country17of Moab,
1וְשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report2הָאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֱֽלִימֶ֡לֶךְH458ElimelechElimelech4וְשֵׁם֩H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report5אִשְׁתּ֨וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6נָעֳמִ֜יH5281NaomiNaomi7וְשֵׁ֥םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report8שְׁנֵֽיH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9בָנָ֣יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10מַחְל֤וֹןH4248MachlonMahlon11וְכִלְיוֹן֙H3630ChiljonChilion12אֶפְרָתִ֔יםH673Efrathiet, Efraimiet, EfrathersEphraimite, Ephrathite13מִבֵּ֥יתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem14לֶ֖חֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem15יְהוּדָ֑הH3063JudaJudah16וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way17שְׂדֵיH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild18מוֹאָ֖בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab19וַיִּֽהְיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use20שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
3En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En ElimelechH458, de manH376 van NaomiH5281, stierfH4191; maar zijH1931 werd overgelatenH7604 met haar tweeH8147zonenH1121.En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.
KJVAnd Elimelech2Naomi's4husband3died;1and she was left,5and her two7sons.
1וַיָּ֥מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2אֱלִימֶ֖לֶךְH458ElimelechElimelech3אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4נָעֳמִ֑יH5281NaomiNaomi5וַתִּשָּׁאֵ֥רH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest6הִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וּשְׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8בָנֶֽיהָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
4Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Die namenH5375 zich MoabietischeH4125vrouwenH802; de naamH8034 der eneH259 was OrpaH6204, en de naamH8034 der andere RuthH7327; en zij blevenH3427aldaarH8033 omtrent tienH6235jarenH8141.Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
KJVAnd they took1them wives3of the womenof Moab;4the name5of the one6was Orpah,7and the name8of the other9Ruth:10and they dwelled11there about ten13years.
5En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En die tweeH8147, MachlonH4248 en ChiljonH3630, stiervenH4191ookH1571; alzo werd deze vrouwH802overgelatenH7604 na haar tweeH8147zonenH3206 en na haar manH376.En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
KJVAnd Mahlon4and Chilion5died1also both3of them; and the woman7was left6of her two8sons9and her husband.
1וַיָּמ֥וּתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2גַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea3שְׁנֵיהֶ֖םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4מַחְל֣וֹןH4248MachlonMahlon5וְכִלְי֑וֹןH3630ChiljonChilion6וַתִּשָּׁאֵר֙H7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest7הָֽאִשָּׁ֔הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8מִשְּׁנֵ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9יְלָדֶ֖יהָH3206kinderen, kind, jongelingenboy, child, fruit, son, young man (one)10וּמֵאִישָֽׁהּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
6Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Toen maakte zij zich op met haar schoondochtersH3618, en keerdeH7725 weder uit de veldenH7704 van MoabH4124; wantH3588 zij had gehoordH8085 in het landH7704 van MoabH4124, dat de HEEREH3068 Zijn volkH5971bezochtH6485 had, gevendeH5414 hun broodH3899.Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
KJVThen she arose1with her daughters in law,3that she might return4from the country5of Moab:6for she had heard8in the country9of Moab10how that the LORD13had visited12his people15in giving16them bread.
1וַתָּ֤קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2הִיא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3וְכַלֹּתֶ֔יהָH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse4וַתָּ֖שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5מִשְּׂדֵ֣יH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild6מוֹאָ֑בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab7כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8שָֽׁמְעָה֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9בִּשְׂדֵ֣הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab11כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12פָקַ֤דH6485getelden, bezoeken, bezoekingappoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people16לָתֵ֥תH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לָהֶ֖ם18לָֽחֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals
7Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Daarom ging zij uit van de plaatsH4725, waar zij geweestH1961 was en haar tweeH8147schoondochtersH3618metH5973 haar. Als zij nu gingenH3212 op den wegH1870, om weder te kerenH7725naarH413 het landH776 van JudaH3063,Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,
KJVWherefore she went forth1out of the place3where she was, and her two7daughters in law8with her; and they went10on the way11to return12unto the land14of Judah.
1וַתֵּצֵ֗אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with3הַמָּקוֹם֙H4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5הָיְתָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6שָׁ֔מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7וּשְׁתֵּ֥יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two8כַלֹּתֶ֖יהָH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse9עִמָּ֑הּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)10וַתֵּלַ֣כְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak11בַדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12לָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
8Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo zeideH559NaomiH5281 tot haar tweeH8147schoondochtersH3618: GaatH3212 heen, keert weder, een iegelijk tot het huisH1004 van haar moederH517; de HEEREH3068doeH6213bijH5973 u weldadigheidH2617, gelijk als gij gedaanH6213 hebt bijH5973 de dodenH4191, en bijH5973 mij.Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
KJVAnd Naomi2said1unto her two3daughters in law,4Go,5return6each7to her mother's9house:8the LORD11deal10kindly13with you, as ye have dealt15with the dead,
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נָעֳמִי֙H5281NaomiNaomi3לִשְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4כַלֹּתֶ֔יהָH3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse5לֵ֣כְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6שֹּׁ֔בְנָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7אִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8לְבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9אִמָּ֑הּH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting10יַ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12עִמָּכֶם֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13חֶ֔סֶדH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing14כַּאֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15עֲשִׂיתֶ֛םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17הַמֵּתִ֖יםH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise18וְעִמָּדִֽיH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
9De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De HEEREH3068geveH5414 u, dat gij rusteH4496vindtH4672, een iegelijk in het huisH1004 van haar manH376! En als zij haar kusteH5401, hievenH5375 zij haar stemH6963 op en weendenH1058;De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
KJVThe LORD2grant1you that ye may find4rest,5each6of you in the house7of her husband.8Then she kissed9them; and they lifted up11their voice,12and wept.
1יִתֵּ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לָכֶ֔ם4וּמְצֶ֣אןָH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5מְנוּחָ֔הH4496rust, gemakkelijk, geruste plaatsencomfortable, ease, quiet, rest(-ing place), still6אִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8אִישָׁ֑הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וַתִּשַּׁ֣קH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched10לָהֶ֔ן11וַתִּשֶּׂ֥אנָהH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield12קוֹלָ֖ןH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell13וַתִּבְכֶּֽינָהH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
10En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij zeidenH559 tot haar: Wij zullen zekerlijkH3588metH854 u wederkerenH7725 tot uw volkH5971.En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
KJVAnd they said1unto her, Surely we will return5with thee unto thy people.
1וַתֹּאמַ֖רְנָהH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָּ֑הּ3כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אִתָּ֥ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5נָשׁ֖וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6לְעַמֵּֽךְH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
11Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Maar NaomiH5281zeideH559: Keert weder, mijn dochtersH1323! WaaromH4100 zoudt gij metH5973 mij gaanH3212? Heb ik nogH5750zonenH1121 in mijn lichaamH4578, dat zijH1961 u tot mannenH582 zouden zijn?Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?
KJVAnd Naomi2said,1Turn again,3my daughters:4why will ye go6with me? are there yet any more sons10in my womb,11that they may be your husbands?
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2נָעֳמִי֙H5281NaomiNaomi3שֹׁ֣בְנָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4בְנֹתַ֔יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village5לָ֥מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6תֵלַ֖כְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7עִמִּ֑יH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)8הַֽעֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)9לִ֤י10בָנִים֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11בְּֽמֵעַ֔יH4578ingewand, ingewanden, lijfbelly, bowels, [idiom] heart, womb12וְהָי֥וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָכֶ֖ם14לַאֲנָשִֽׁיםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Keert weder, mijn dochtersH1323! GaatH3212 heen; wantH3588 ik ben te oudH2204 om een manH376 te hebben. Wanneer ik al zeideH559: Ik heb hoopH8615, of ik ookH1571 in dezen nachtH3915 een manH376 had, ja, ookH1571zonenH1121baardeH3205;Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;
KJVTurn again,1my daughters,2go3your way; for I am too old5to have an husband.7If I should say,9I have10hope,12if I should have an husband16also to night,15and should also bear18sons;
1שֹׁ֤בְנָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2בְנֹתַי֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village3לֵ֔כְןָH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5זָקַ֖נְתִּיH2204oud, veroudertaged man, be (wax) old (man)6מִהְי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7לְאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9אָמַ֨רְתִּי֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest11לִ֣י12תִקְוָ֔הH8615verwachting, hoop, Verwachtingexpectation(-ted), hope, live, thing that I long for13גַּ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea14הָיִ֤יתִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use15הַלַּ֨יְלָה֙H3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)16לְאִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17וְגַ֖םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea18יָלַ֥דְתִּיH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)19בָנִֽיםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
13Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zoudt gij daarnaar wachtenH7663, totdatH5704 zij zouden grootH1431 geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehoudenH5702 worden, om geenH408manH376 te nemenH1961? Niet, mijn dochtersH1323! WantH3588 het is mij veelH3966bitterderH4843danH4480 u; maarH3588 de handH3027 des HEERENH3068 is tegen mij uitgegaanH3318.Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.
KJVWould ye tarry2for them1till they were grown?5would ye stay7for them6from having husbands?10nay, my daughters;12for it grieveth14me much16for your sakes that the hand21of the LORD22is gone out
1הֲלָהֵ֣ןH3860for them (by mistake for prepositional suffix)2תְּשַׂבֵּ֗רְנָהH7663wachten, hoop, hooptenhope, tarry, view, wait3עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5יִגְדָּ֔לוּH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower6הֲלָהֵן֙H3860for them (by mistake for prepositional suffix)7תֵּֽעָגֵ֔נָהH5702opgehoudenstay8לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without9הֱי֣וֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10לְאִ֑ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)11אַ֣לH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than12בְּנֹתַ֗יH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village13כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14מַרH4843bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd(be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex15לִ֤י16מְאֹד֙H3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well17מִכֶּ֔םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with18כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19יָצְאָ֥הH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter20בִ֖י21יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves22יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
14Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Toen hievenH5375 zij haar stemH6963 op, en weendenH1058wederomH5750; en OrpaH6204kusteH5401 haar schoonmoederH2545, maar RuthH7327kleefdeH1692 haar aan.Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
KJVAnd they lifted up1their voice,2and wept again:3and Orpah6kissed5her mother in law;7but Ruth8clave
1וַתִּשֶּׂ֣נָהH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield2קוֹלָ֔ןH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell3וַתִּבְכֶּ֖ינָהH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep4ע֑וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)5וַתִּשַּׁ֤קH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched6עָרְפָּה֙H6204OrpaOrpah7לַחֲמוֹתָ֔הּH2545schoonmoedermother in law8וְר֖וּתH7327RuthRuth9דָּ֥בְקָהH1692kleeft, kleven, aanhangenabide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take10בָּֽהּ
15Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Daarom zeideH559 zij: ZieH2009, uw zwagerinH2994 is wedergekeerdH7725totH413 haar volkH5971 en totH413 haar godenH430; keer gij ook weder, uw zwagerinH2994naH310.Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.
KJVAnd she said,1Behold, thy sister in law4is gone back3unto her people,6and unto her gods:8return9thou after10thy sister in law.
1וַתֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see3שָׁ֣בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw4יְבִמְתֵּ֔ךְH2994broeders vrouw, zwagerinbrother's wife, sister in law5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6עַמָּ֖הּH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וְאֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֱלֹהֶ֑יהָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9שׁ֖וּבִיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with11יְבִמְתֵּֽךְH2994broeders vrouw, zwagerinbrother's wife, sister in law
16Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar RuthH7327zeideH559: ValH6293 mij nietH408tegenH413, dat ik u zou verlatenH5800, om van achterH310 u weder te kerenH7725; wantH3588waarH834 gij zult heengaanH3212, zal ik ook heengaanH3212, en waarH834 gij zult vernachtenH3885, zal ik vernachtenH3885; uw volkH5971 is mijn volkH5971, en uw GodH430 mijn GodH430.Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
KJVAnd Ruth2said,1Intreat4me not to leave6thee, or to return7from following after8thee: for whither thou goest,12I will go;13and where thou lodgest,15I will lodge:16thy people17shall be my people,18and thy God19my God:
1וַתֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2רוּת֙H7327RuthRuth3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4תִּפְגְּעִיH6293reikt, val, ontmoetcome (betwixt), cause to entreat, fall (upon), make intercession, intercessor, intreat, lay, light (upon), meet (together), pray, reach, run5בִ֔י6לְעָזְבֵ֖ךְH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely7לָשׁ֣וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8מֵאַחֲרָ֑יִךְH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with9כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12תֵּלְכִ֜יH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13אֵלֵ֗ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak14וּבַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15תָּלִ֨ינִי֙H3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)16אָלִ֔יןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)17עַמֵּ֣ךְH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18עַמִּ֔יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people19וֵאלֹהַ֖יִךְH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty20אֱלֹהָֽיH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
17Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Waar gij zult stervenH4191, zal ik stervenH4191, en aldaarH8033 zal ik begravenH6912 worden; alzoH3541doeH6213 mij de HEEREH3068 en alzoH3541 doe Hij daartoe, zo nietH3254 de doodH4194 alleen zal scheidingH6504 maken tussen mij en tussen u!Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
KJVWhere thou diest,2will I die,3and there will I be buried:5the LORD8do7so to me, and more11also, if ought but death13part
1בַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2תָּמ֨וּתִי֙H4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise3אָמ֔וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise4וְשָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither5אֶקָּבֵ֑רH6912begraven, begroeven, begraaf[idiom] in any wise, bury(-ier)6כֹּה֩H3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder7יַעֲשֶׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לִי֙10וְכֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11יֹסִ֔יףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13הַמָּ֔וֶתH4194dood, doods, stierf(be) dead(-ly), death, die(-d)14יַפְרִ֖ידH6504verdeeld, gescheiden, scheidendisperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder15בֵּינִ֥יH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within16וּבֵינֵֽךְH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within
18Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18AlsH3588 zij nu zagH7200, dat zij vastelijk voorgenomenH553 had metH854 haar te gaanH3212, zo hieldH2308 zij op tot haar te sprekenH1696.Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.
KJVWhen she saw1that she was stedfastly minded3to go5with her, then she left7speaking
1וַתֵּ֕רֶאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3מִתְאַמֶּ֥צֶתH553goeden moed, versterken, machtigerconfirm, be courageous (of good courage, stedfastly minded, strong, stronger), establish, fortify, harden, increase, prevail, strengthen (self), make strong (obstinate, speed)4הִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6אִתָּ֑הּH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix7וַתֶּחְדַּ֖לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want8לְדַבֵּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אֵלֶֽיהָH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
19Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Alzo gingenH3212 die beidenH8147, totdatH5704 zij te BethlehemH1035inkwamenH935; en het geschiedde, als zij te BethlehemH1035inkwamenH935, dat de ganseH3605stadH5892overH5921 haar beroerdH1949 werd, en zij zeidenH559: Is ditH2063NaomiH5281?Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
KJVSo they two2went1until they came4to Bethlehem.5And it came to pass, when they were come8to Bethlehem,6that all the city13was moved11about them, and they said,15Is this Naomi?
1וַתֵּלַ֣כְנָהH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2שְׁתֵּיהֶ֔םH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two3עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet4בֹּאָ֖נָהH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5בֵּ֣יתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem6לָ֑חֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem7וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8כְּבֹאָ֨נָה֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9בֵּ֣יתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem10לֶ֔חֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem11וַתֵּהֹ֤םH1949beroerd, deunen, dreundedestroy, move, make a noise, put, ring again12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָעִיר֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town14עֲלֵיהֶ֔ןH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15וַתֹּאמַ֖רְנָהH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16הֲזֹ֥אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus17נָעֳמִֽיH5281NaomiNaomi
20Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Maar zij zeideH559totH413 henlieden: NoemtH7121 mij nietH408NaomiH5281, noemtH7121 mij MaraH4755; wantH3588 de AlmachtigeH7706 heeft mij groteH3966bitterheid aangedaanH4843.Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
KJVAnd she said1unto them, Call4me not Naomi,6call7me Mara:9for the Almighty12hath dealt very14bitterly
1וַתֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵיהֶ֔ןH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than4תִּקְרֶ֥אנָהH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5לִ֖י6נָעֳמִ֑יH5281NaomiNaomi7קְרֶ֤אןָH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8לִי֙9מָרָ֔אH4755MaraMara10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11הֵמַ֥רH4843bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd(be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex12שַׁדַּ֛יH7706Almachtige, Almachtigen, almachtigAlmighty13לִ֖י14מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
21Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21VolH4392toogH1980ikH589wegH1980, maar ledigH7387 heeft mij de HEEREH3068 doen wederkerenH7725; waaromH4100 zoudt gij mij NaomiH5281noemenH7121, daar de HEEREH3068 tegen mij getuigtH6030, en de AlmachtigeH7706 mij kwaad aangedaanH7489 heeft?Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
KJVI went out3full,2and the LORD6hath brought me home again5empty:4why then call8ye me Naomi,10seeing the LORD11hath testified12against me, and the Almighty14hath afflicted
1אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who2מְלֵאָ֣הH4392vol, volle, Vol[idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth3הָלַ֔כְתִּיH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4וְרֵיקָ֖םH7387ledig, oorzaakwithout cause, empty, in vain, void5הֱשִׁיבַ֣נִיH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7לָ֣מָּהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why8תִקְרֶ֤אנָהH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9לִי֙10נָעֳמִ֔יH5281NaomiNaomi11וַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12עָ֣נָהH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)13בִ֔י14וְשַׁדַּ֖יH7706Almachtige, Almachtigen, almachtigAlmighty15הֵ֥רַֽעH7489kwaad, boosdoeners, kwalijkafflict, associate selves (by mistake for H7462 (רָעָה)), break (down, in pieces), [phrase] displease, (be, bring, do) evil (doer, entreat, man), show self friendly (by mistake for H7462 (רָעָה)), do harm, (do) hurt, (behave self, deal) ill, [idiom] indeed, do mischief, punish, still, vex, (do) wicked (doer, -ly), be (deal, do) worse16לִֽי
22Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Alzo kwam NaomiH5281 weder, en RuthH7327, de MoabietischeH4125, haar schoondochterH3618, metH5973 haar, die uit de veldenH7704MoabsH4124wederkwamH7725; en zijH1992kwamenH935 te BethlehemH1035 in het beginH8462 van de gersteoogstH8184.Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
KJVSo Naomi2returned,1and Ruth3the Moabitess,4her daughter in law,5with her, which returned7out of the country8of Moab:9and they came11to Bethlehem12in the beginning14of barley16harvest.
1וַתָּ֣שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2נָעֳמִ֗יH5281NaomiNaomi3וְר֨וּתH7327RuthRuth4הַמּוֹאֲבִיָּ֤הH4125Moabietische, Moabieten, Moabiet(woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss)5כַלָּתָהּ֙H3618bruid, schoondochter, schoondochtersbride, daughter-in-law, spouse6עִמָּ֔הּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7הַשָּׁ֖בָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw8מִשְּׂדֵ֣יH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild9מוֹאָ֑בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab10וְהֵ֗מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye11בָּ֚אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12בֵּ֣יתH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem13לֶ֔חֶםH1035Bethlehem, Bethlehem-juda, BethlehemsBethlehem14בִּתְחִלַּ֖תH8462begin, eerst, vooreerstbegin(-ning), first (time)15קְצִ֥ירH7105oogst, oogstes, takbough, branch, harvest (man)16שְׂעֹרִֽיםH8184gerst, gersteoogst, gerstekoekbarley
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ruth 1:1— In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.Genesis 12:10→Genesis 26:1→Psalmen 105:16→Richteren 17:8→Ezechiël 14:13→Genesis 43:1→Richteren 12:8→Jeremia 14:1→
Ruth 1:2— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.Genesis 35:19→Micha 5:2→1 Samuël 17:21→1 Samuël 1:1→
Ruth 1:3— En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.Psalmen 34:19→2 Koningen 4:1→Hebreeën 12:6→Hebreeën 12:10→
Ruth 1:4— Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.Mattheüs 1:5→Deuteronomium 23:3→1 Koningen 11:1→Deuteronomium 7:3→
Ruth 1:5— En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.Lukas 7:12→Jesaja 49:21→Deuteronomium 32:39→Jeremia 2:19→Mattheüs 22:25→Psalmen 89:30→
Ruth 1:6— Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.Psalmen 132:15→Exodus 4:31→Mattheüs 6:11→Lukas 1:68→Exodus 3:16→Psalmen 111:5→Lukas 19:44→Psalmen 145:15→
Ruth 1:7— Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,2 Koningen 8:3→Ruth 1:10→Ruth 1:14→Exodus 18:27→
Ruth 1:8— Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.Ruth 1:5→Ruth 2:20→Filippenzen 4:18→Efeze 5:22→Kolossenzen 3:18→Kolossenzen 3:24→2 Timotheüs 1:16→Efeze 6:2→
Ruth 1:9— De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;Ruth 3:1→Genesis 27:27→Genesis 29:11→Genesis 45:15→Handelingen 20:37→
Ruth 1:10— En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.Zacharia 8:23→Psalmen 16:3→Psalmen 119:63→
Ruth 1:11— Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?Deuteronomium 25:5→Genesis 38:11→
Ruth 1:12— Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;Genesis 17:17→1 Timotheüs 5:9→
Ruth 1:13— Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.Job 19:21→Richteren 2:15→Psalmen 32:4→Psalmen 38:2→1 Samuël 5:11→Deuteronomium 2:15→Psalmen 39:9→
Ruth 1:14— Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.Spreuken 17:17→Spreuken 18:24→2 Timotheüs 4:10→Jesaja 14:1→Deuteronomium 4:4→1 Koningen 19:20→Mattheüs 16:24→Johannes 6:66→
Ruth 1:15— Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.Richteren 11:24→2 Koningen 2:2→Jozua 24:15→Sefanja 1:6→2 Samuël 15:19→Hebreeën 10:38→Psalmen 36:3→Lukas 24:28→
Ruth 1:16— Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.Ruth 2:11→2 Korinthe 6:16→Jesaja 14:1→Mattheüs 8:19→2 Samuël 15:21→Johannes 13:37→1 Thessalonicenzen 1:9→Jozua 24:18→
Ruth 1:17— Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!1 Samuël 3:17→1 Samuël 25:22→2 Koningen 6:31→2 Samuël 19:13→1 Koningen 2:23→Handelingen 20:24→2 Samuël 3:35→1 Koningen 19:2→
Ruth 1:18— Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.Handelingen 21:14→Efeze 6:10→Handelingen 2:42→
Ruth 1:19— Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?Mattheüs 21:10→Jesaja 23:7→Klaagliederen 2:15→
Ruth 1:20— Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.Job 6:4→Klaagliederen 3:1→Exodus 6:3→Psalmen 88:15→Genesis 43:14→Hebreeën 12:11→Jesaja 38:13→Job 5:17→
Ruth 1:21— Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?Job 1:21→1 Samuël 2:7→Job 13:26→Job 16:8→Maleachi 3:5→Job 10:17→
Ruth 1:22— Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.Ruth 2:23→2 Samuël 21:9→Exodus 9:31→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ruth 1 vers 1— In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
richters richtten,
Zie Richt. 2:16.
Hertaald:richters richtten,
Zie Richt. 2:16.
land was;
Kanaän. Vergelijk Richt. 6:4, Richt. 6:6.
velden Moabs,
Dat is, in het land der Moabieten, die van Lot afkomstig waren; Deut. 2:9. Dit land was gelegen in het oosten, over de Jordaan, hebbende veel vlakke velden. Zie Deut. 34:1, Deut. 34:8.
Hertaald:velden Moabs,
Dat is: in het land van de Moabieten, die van Lot afkomstig waren; Deut. 2:9. Dit land lag in het oosten, aan de overkant van de Jordaan, en had veel vlakke velden. Zie Deut. 34:1, Deut. 34:8.
Ruth 1 vers 2— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
Naómi,
Zie onder, vs.20.
Hertaald:Naómi,
Zie hieronder, vers 20.
Efrathers,
Bethlehem-Juda was eertijds ook genoemd Efrata; Gen. 35:19. Insgelijks het land waarin Bethlehem lag; Mi. 5:1; hiervan worden zij genoemd Efraters
Hertaald:Efrathers,
Bethlehem-Juda werd eertijds ook Efrata genoemd; Gen. 35:19. Evenzo het land waarin Bethlehem lag; Micha 5:1; daarvan worden zij Efrathieten genoemd.
bleven aldaar
Hebreeuws, waren.
Hertaald:bleven aldaar
Hebreeuws: waren.
Ruth 1 vers 4— Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
Moabietische vrouwen;
Hetwelk hun geoorloofd was te doen indien deze vrouwen bekeerd waren, anders niet, want Kanaänietische vrouwen te nemen was verboden om deze reden: opdat zij Gods volk niet mochten verleiden tot afgoderij, welke reden ook plaats had in de Moabietische afgodische vrouwen. Zie Ezra 9:1; Neh. 13:23. Dat Ruth bekeerd is, daarvan blijkt onder, vs.16, en Ruth 2:12.
Hertaald:Moabietische vrouwen;
Wat hun geoorloofd was te doen als deze vrouwen bekeerd waren, anders niet, want Kanaänitische vrouwen nemen was verboden om deze reden: opdat zij Gods volk niet zouden verleiden tot afgoderij, wat ook gold voor de afgodische Moabitische vrouwen. Zie Ezra 9:1; Neh. 13:23. Dat Ruth bekeerd is, blijkt hieronder, vers 16, en Ruth 2:12.
Ruth 1 vers 5— En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
deze vrouw
Naómi.
Hertaald:deze vrouw
Naomi.
Ruth 1 vers 6— Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
uit de velden van Moab;
Om te trekken naar Bethlehem-Juda, vs.19.
Hertaald:uit de velden van Moab;
Om naar Bethlehem-Juda te trekken, vers 19.
bezocht had,
Zie Gen. 21:1.
Hertaald:bezocht had,
Zie Gen. 21:1.
brood
Dat is, koren, en voorts alle nooddruft tot onderhouding van het menselijke leven nodig, zodat de honger en duurte ophielden.
Hertaald:brood
Dat is: koren, en verder alles wat nodig is voor het levensonderhoud, zodat de honger en de schaarste ophielden.
Ruth 1 vers 7— Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,
weder te keren
Versta dit ten aanzien van Naómi, die in het land Juda tevoren gewoond had, en van haar schoondochters [die daar niet geweest noch gewoond hadden] in het wederkeren werd vergezelschapt; zie vs.10, en Ruth 2:6.
Hertaald:weder te keren
Versta dit met betrekking tot Naomi, die eerder in het land Juda gewoond had, en bij het terugkeren vergezeld werd door haar schoondochters [die daar niet geweest of gewoond hadden]; zie vers 10, en Ruth 2:6.
Ruth 1 vers 8— Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
moeder;
Of, omdat de vader van Orpa overleden mocht zijn, of, omdat de moeders de dochters gemeenlijk meest beminnen. Van Ruth wordt gezegd, Ruth 2:11, dat zij haar vader verlaten heeft.
Hertaald:moeder;
Of: omdat de vader van Orpa mogelijk overleden was, of omdat moeders hun dochters meestal het meest liefhebben. Van Ruth wordt in Ruth 2:11 gezegd dat zij haar vader verlaten heeft.
doden, en bij mij
Versta, Machlon en Chiljon, zonen van Naómi en gewezen mannen van haar schoondochters.
Hertaald:doden, en bij mij
Versta: Machlon en Chiljon, zonen van Naomi en voormalige echtgenoten van haar schoondochters.
Ruth 1 vers 9— De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
ruste vindt,
Zie onder, Ruth 3:1.
Hertaald:ruste vindt,
Zie hieronder, Ruth 3:1.
man
Die gij zult mogen trouwen.
Hertaald:man
Die u zult mogen trouwen.
kuste,
Om afscheid van haar te nemen. Zie Gen. 29:11.
Hertaald:kuste,
Om afscheid van haar te nemen. Zie Gen. 29:11.
Ruth 1 vers 10— En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
wederkeren tot uw volk
Dat is, wij zullen u, daar gij tot uw volk wederkeert, vergezelschappen en met u gaan.
Hertaald:wederkeren tot uw volk
Dat is: wij zullen u, terwijl u naar uw volk terugkeert, vergezellen en met u meegaan.
Ruth 1 vers 11— Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?
lichaam,
Hebreeuws, ingewand
Hertaald:lichaam,
Hebreeuws: ingewand.
tot mannen zouden zijn?
Naar de wet, Deut. 25:5.
Hertaald:tot mannen zouden zijn?
Volgens de wet, Deut. 25:5.
Ruth 1 vers 12— Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;
oud
Hebreeuws, ik ben ouder geworden dan dat ik een man zou geworden
Hertaald:oud
Hebreeuws: ik ben ouder geworden dan dat ik een man zou krijgen.
een man had,
Hebreeuws, een man geworde; te weten, ter vrouw, of bij een man dezen nacht lage.
Hertaald:een man had,
Hebreeuws: een man geworden; namelijk: als vrouw, of vannacht bij een man liggen.
Ruth 1 vers 13— Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.
geen man te nemen?
Hebreeuws, geen man zoudt geworden
Hertaald:geen man te nemen?
Hebreeuws: geen man zou krijgen.
het is mij veel bitterder dan u;
Te weten, dat ik van u scheiden moet. Of, dewijl ik nu oud zijnde mijn man en kinderen verloren heb, en gij nog van toekomstige mannen en kinderen troost zult kunnen genieten. Anders: het is mij zeer bitter om uwentwil, of van uwentwege; omdat gij uw mannen hebt verloren, en nu zo ongaarne van mij ook zult worden afgetrokken.
Hertaald:het is mij veel bitterder dan u;
Namelijk: dat ik van u scheiden moet. Of: omdat ik nu, oud zijnde, mijn man en kinderen verloren heb, terwijl u nog troost zult kunnen vinden bij toekomstige mannen en kinderen. Anders: het is mij zeer bitter om uwentwil, of vanwege u; omdat u uw mannen verloren hebt, en nu ook zo node van mij zult worden losgemaakt.
hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan
Alsof zij zeide: Dewijl het Gods slag, plaag en werk is, dat ik van mijn man en mijn beide zonen beroofd ben, en nu ook uw gezelschap zal verliezen, zo moet ik mij in zijn wil geruststellen; alzo moet gij ook doen.
Hertaald:hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan
Alsof zij zei: omdat het Gods slag, plaag en werk is dat ik van mijn man en mijn beide zonen beroofd ben, en nu ook uw gezelschap zal verliezen, moet ik mij schikken in Zijn wil; zo moet u het ook doen.
Ruth 1 vers 14— Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
schoonmoeder,
Versta, Naómi, nemende daarmede haar afscheid, en wederkerende naar haar woonplaats. Zie vs.15, en boven, vs.9.
Hertaald:schoonmoeder,
Versta: Naomi, die daarmee afscheid neemt en terugkeert naar haar woonplaats. Zie vers 15, en hierboven, vers 9.
kleefde haar aan
Dat is, zij wilde van Naómi niet scheiden, maar bleef bij haar en trok met haar voort, gelijk in het vervolg verhaald wordt.
Hertaald:kleefde haar aan
Dat is: zij wilde niet van Naomi scheiden, maar bleef bij haar en trok met haar mee, zoals in het vervolg verteld wordt.
Ruth 1 vers 15— Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.
zij
Naómi.
Hertaald:zij
Naomi.
zwagerin
Hebreeuws, uw broeders vrouw; dat is hier, die uws mans broeders gehad heeft.
Hertaald:zwagerin
Hebreeuws: de vrouw van uw broer; dat is hier: die de broer van uw man gehad heeft.
haar goden;
Of, haar God, te weten, den afgod der Moabieten, genoemd Kamos. Zie Richt. 11:24.
Hertaald:haar goden;
Of: haar God, namelijk: de afgod van de Moabieten, Kamos genoemd. Zie Richt. 11:24.
Ruth 1 vers 16— Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
uw volk is mijn volk, en uw God mijn God
Hiermede toont zij haar bekering tot den waren God en de gemeenschap zijner kerk, waarin het schijnt dat Naómi haar met de voorgaande redenen, met het exempel harer zwagerin, had willen beproeven. Vergelijk Joz. 24:18.
Hertaald:uw volk is mijn volk, en uw God mijn God
Hiermee toont zij haar bekering tot de ware God en de gemeenschap van Zijn kerk, waarmee het lijkt dat Naomi haar met de voorgaande woorden, met het voorbeeld van haar schoonzus, op de proef had willen stellen. Vergelijk Joz. 24:18.
Ruth 1 vers 17— Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe,
Dat is, de Heere straffe mij alzo, en ga voort in zijn straf, of vermeerdere dezelve, indien ik het anders meen of anders doe dan ik gesproken heb. Het is een manier van eedzweren, waarin het kwaad verzwegen wordt, dat zij zichzelven toedachten en toewensten, of ook Gods oordeel bevalen. Vergelijk Gen. 14:23, en 1 Kon. 19:2.
Hertaald:alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe,
Dat is: moge de HEERE mij zo straffen, en Zijn straf voortzetten of vermeerderen, als ik het anders bedoel of anders doe dan ik gezegd heb. Het is een manier van zweren waarin het kwaad verzwegen wordt dat men zichzelf toewenste, of ook Gods oordeel werd toevertrouwd. Vergelijk Gen. 14:23, en 1 Kon. 19:2.
Ruth 1 vers 19— Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
zij zeiden
De vrouwen te Bethlehem.
Hertaald:zij zeiden
De vrouwen te Bethlehem.
Ruth 1 vers 20— Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
Naómi,
Dat is, mijn lieflijkheid, genoegelijkheid, mijn plezier
Hertaald:Naómi,
Dat is: mijn lieflijkheid, mijn genoegen, mijn plezier.
Mara;
Dat is, bittere, of, bitterheid
Hertaald:Mara;
Dat is: bittere, of bitterheid.
Almachtige
Hebreeuws, Schaddai. Zie Gen. 17:1.
Hertaald:Almachtige
Hebreeuws: Schaddai. Zie Gen. 17:1.
grote bitterheid aangedaan
Mij berovende van mijn man en mijn beide zonen.
Hertaald:grote bitterheid aangedaan
Door mij van mijn man en mijn beide zonen te beroven.
Ruth 1 vers 21— Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
Vol toog ik weg,
Hebbende in het leven mijn man en mijn twee zonen, met genoegzame middelen om van te leven.
Hertaald:Vol toog ik weg,
Met mijn man en mijn twee zonen nog in leven, en met voldoende middelen om van te leven.
ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren;
Beroofd van mijn man en mijn twee zonen en middelen; zie onder, Ruth 2:18.
Hertaald:ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren;
Beroofd van mijn man, mijn twee zonen en mijn middelen; zie hieronder, Ruth 2:18.
getuigt,
Dat is, heeft zich tegen mij aangesteld als een wederpartijder, of, heeft door zijn plagen tegen mij zijn toorn betuigd en mij van mijn zonden overtuigd. Vergelijk Job 10:17, en Job 16:8; Mal. 3:5; Jak. 5:3.
Hertaald:getuigt,
Dat is: is tegen mij opgetreden als tegenpartij, of heeft door Zijn plagen tegen mij Zijn toorn getoond en mij van mijn zonden overtuigd. Vergelijk Job 10:17, en Job 16:8; Mal. 3:5; Jak. 5:3.
kwaad aangedaan heeft?
Anders, mij nedergedrukt, of verslagen heeft; dat is, heeft mij tegenspoed, ellende en verdriet toegezonden. Zie Gen. 19:19.
Hertaald:kwaad aangedaan heeft?
Anders: mij neergedrukt, of verslagen heeft; dat is: mij tegenspoed, ellende en verdriet gezonden heeft. Zie Gen. 19:19.
Ruth 1 vers 22— Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
wederkwam;
Dat is, Naómi in het wederkomen vergezelschapt; gelijk boven, vs.7, 10.
Hertaald:wederkwam;
Dat is: die Naomi bij haar terugkeer vergezelde; zoals hierboven, vers 7, 10.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Elimelech — mijn God is Koning
Een man van Bethlehem-Juda, die vanwege een hongersnood met zijn vrouw Naomi en hun twee zonen naar het land Moab trok. Daar stierf hij, waarna zijn vrouw als weduwe met haar twee schoondochters achterbleef (Ruth 1:1-3).
Naomi — mijn liefelijkheid, mijn bekoorlijkheid
De vrouw van Elimelech, die na de dood van haar man en beide zonen in het land Moab, met haar schoondochter Ruth terugkeerde naar Bethlehem. Verbitterd door haar verlies wilde zij daar 'Mara' (bitterheid) genoemd worden in plaats van Naomi, 'want de Almachtige heeft mij zeer bitter bejegend' (Ruth 1:20-21). Haar wijze raad aan Ruth leidde uiteindelijk tot Ruths huwelijk met Boaz.
Machlon — ziekelijkheid, zwakte
De oudste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Ruth trouwde. Hij stierf, evenals zijn broer Chiljon, kinderloos in Moab (Ruth 1:2-5); later kocht Boaz zijn erfdeel en trouwde met zijn weduwe Ruth, om zijn naam op zijn erfdeel te doen voortbestaan (Ruth 4:9-10).
Chiljon — wegkwijning, verdwijning
De jongste zoon van Elimelech en Naomi, die in Moab met de Moabitische Orpa trouwde en, evenals zijn broer Machlon, daar kinderloos stierf (Ruth 1:2-5).
Orpa — nek, achterhoofd (die de rug toekeert)
De Moabitische vrouw van Chiljon. Nadat Naomi haar schoondochters had aangeraden terug te keren naar hun eigen volk, kuste zij Naomi vaarwel en keerde terug naar Moab en haar eigen goden — in tegenstelling tot Ruth, die bij Naomi bleef (Ruth 1:4, 14-15).
Ruth — vriendin, of: verzadiging
De Moabitische weduwe van Machlon, die weigerde haar schoonmoeder Naomi te verlaten met de bekende woorden: 'uw volk is mijn volk, en uw God mijn God' (Ruth 1:16-17). In Bethlehem las zij aren op het veld van Boaz, die haar trouw aan Naomi prees; via het lossersrecht trouwde Boaz uiteindelijk met haar. Zij werd de overgrootmoeder van koning David en wordt uitdrukkelijk genoemd in de geslachtslijn van Christus (Matt. 1:5).
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Bethlehem — Hebreeuws voor "broodhuis"
Ligging: In het bergland van Juda, enkele kilometers ten zuiden van Jeruzalem; ook wel Efratha genoemd (Gen. 35:19; 48:7), naar het geslacht dat er woonde.
Geschiedenis: Reeds genoemd als de plaats waar Rachel stierf en begraven werd bij de weg naar Efratha (Gen. 35:19; 48:7) en, terloops, als de woonplaats van de richter Ebzan (mogelijk, Richt. 12:8-10) en van de Levietische bijvrouw uit de aangrijpende geschiedenis van Richt. 19 — maar krijgt hier, in het boek Ruth, eindelijk zijn eerste werkelijk substantiële behandeling. Vanwege een hongersnood verliet Elimelech met zijn vrouw Naomi en twee zonen Bethlehem voor het land Moab; na de dood van haar man en zonen keerde Naomi, samen met haar Moabitische schoondochter Ruth, hierheen terug, "in het begin van de gersteoogst" (Ruth 1:19, 22). Hier ontmoette Ruth Boaz op zijn akkers, die haar losser werd en met haar huwde — en uit dit huwelijk werd Obed geboren, de grootvader van David (Ruth 4:11, 17-22).
Bijbelse betekenis: De kleine, ogenschijnlijk onbeduidende stad die uiteindelijk de geboorteplaats van koning David zou worden — en, eeuwen later, van de Heere Jezus Zelf, geheel volgens de profetie van Micha: "En gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda; uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israël" (Micha 5:1; vervuld in Matt. 2:1, 5-6; Luk. 2:4-7). Het boek Ruth zelf toont al hoe de HEERE, via de vreemdelinge Ruth, deze koninklijke en uiteindelijk messiaanse lijn voorbereidde.
Moab — vernoemd naar Moab, de zoon van Lot en zijn oudste dochter (Gen. 19:37)
Ligging: Het bergland ten oosten van de Dode Zee, tussen de rivieren Arnon (in het noorden) en Zered (in het zuiden).
Geschiedenis: Al vanaf de ontstaansgeschiedenis van het volk in Gen. 19:37 en vervolgens tientallen malen in Numeri, Deuteronomium, Jozua en Richteren genoemd (de vlakke velden van Moab, Bileam en Balak, Ehuds overwinning op koning Eglon), maar zonder dat het land zelf ooit een eigen, samenvattend artikel kreeg — hier, in het boek Ruth, waar heel de eerste helft van het verhaal zich in Moab afspeelt, is het moment daarvoor aangebroken. Vanwege een hongersnood in Juda vestigde Elimelechs gezin zich hier tien jaar lang; zijn zonen huwden er Moabitische vrouwen, Orpa en Ruth, voordat Elimelech en beide zonen stierven en Naomi met Ruth naar Bethlehem terugkeerde (Ruth 1). Generaties later, tijdens zijn vlucht voor Saul, bracht ook David zijn eigen ouders naar de koning van Moab, met het verzoek hen daar te mogen laten totdat hij wist wat de HEERE met hem voorhad (1 Sam. 22:3-4) — mogelijk niet toevallig, gezien zijn eigen Moabitische overgrootmoeder Ruth. Eeuwen later, na Achabs dood, kwam koning Mesa van Moab tegen Israël in opstand; Israël, Juda en Edom trokken gezamenlijk op, en de HEERE gaf hun, op Elisa's profetie, water door de woestijn van Edom, waarmee zij bovendien de Moabieten in verwarring brachten. Toen de nederlaag onafwendbaar bleek, offerde Mesa in zijn wanhoop zijn eigen oudste zoon als brandoffer op de stadsmuur — waarop "een grote toorn over Israël" kwam en het leger zich terugtrok (2 Kon. 3).
Bijbelse betekenis: Ondanks de wet die een Moabiet tot in het tiende geslacht uitsloot van de gemeente des HEEREN (Deut. 23:3-6) — vanwege Moabs vijandschap bij de uittocht — werd juist de Moabitische Ruth, door haar geloofskeuze ("uw volk is mijn volk, en uw God mijn God", Ruth 1:16), opgenomen in het volk van God en zelfs in de geslachtslijn van David en van Christus Zelf (Matt. 1:5) — een van de duidelijkste bewijzen in de Schrift dat Gods genade, ook onder het Oude Verbond, nooit beperkt was tot alleen de natuurlijke afstamming van Israël.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God (Ruths belijdenis) — de belijdenis waarmee de Moabietische Ruth weigert haar Israëlitische schoonmoeder te verlaten: "uw volk is mijn volk, en uw God mijn God" (Ruth 1:16)
Na de dood van haar man raadt Naomi haar beide schoondochters aan terug te keren naar hun eigen volk en goden (Ruth 1:8-15). Orpa doet dat; Ruth weigert: "Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden" (Ruth 1:16-17). Zij bezegelt dit met een eed bij de Naam van de HEERE Zelf. Naomi, ziende dat Ruth vast besloten is, houdt op haar tegen te spreken (Ruth 1:18).
Bijbelse betekenis: Deze belijdenis is meer dan menselijke gehechtheid: Ruth kiest niet alleen voor een persoon maar voor een volk en, uitdrukkelijk als eerste genoemd vóór het volk, voor een God. Zij was een Moabietische, uit een volk dat de wet zelfs uitsloot van de gemeente des HEEREN (Deut. 23:3, niet apart aangehaald). En toch wordt zij, alleen door haar geloof en toewijding, opgenomen in het volk van de belofte, tot in het voorgeslacht van David toe. Haar keuze staat in schril contrast met Orpa's begrijpelijke, maar uiteindelijk andere weg: dezelfde omstandigheden, twee verschillende uitkomsten, al naar gelang het hart.
Typologie: Wat Ruth hier vrijwillig kiest, wordt in het Nieuwe Testament de vaste beschrijving van ieder die van buiten tot Gods volk komt: vroeger "vervreemd van het burgerschap Israels, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld" (Ef. 2:12), en het vers erna: "nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden door het bloed van Christus" (Ef. 2:12-13). Wat aan Ruth in de Wet ontzegd leek, ontvangt zij door het geloof — een vroeg beeld van hoe het Evangelie later Jood en heiden gelijkelijk zal opnemen.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God — 1:1-22
Er is honger in het broodhuis — dat is de betekenis van Bethlehem — en een man trekt met vrouw en twee zonen naar Moab. Tien jaar later zijn de drie mannen dood en blijven er drie weduwen achter, in een land waar niemand voor hen opkomt.
Een Moabitische kiest voor de God van een volk waar zij naar de wet niet bij hoort, en juist zij komt in het geslacht van Christus.
Naomi keert terug en probeert haar schoondochters weg te sturen; zij heeft hun niets te bieden. Orpa kust haar en gaat. En dan doet Ruth wat de rest van het boek draagt.
Haar woorden zijn geen opwelling maar een eed. Waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden. De kanttekening zegt wat daarin gebeurt: hiermee toont zij haar bekering tot de ware God en tot de gemeenschap van Zijn kerk — en het lijkt dat Naomi haar met haar voorgaande woorden op de proef had willen stellen.
Het gewicht daarvan blijkt pas als men de wet ernaast legt. Deuteronomium 23 bepaalt dat een Moabiet niet in de vergadering des HEEREN zal komen. Zij hoort er niet bij, en zij komt toch.
Naomi zelf is intussen bitter. Noemt mij niet Naomi — dat is: liefelijk — maar noemt mij Mara, want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Zij zegt dat zij vol weggegaan is en ledig teruggekomen, terwijl Ruth naast haar staat.
Het hoofdstuk eindigt met een zin die er terloops staat en alles opent: zij kwamen te Bethlehem in het begin van den gersteoogst.
Drie generaties later wordt in datzelfde Bethlehem David geboren, en Mattheüs neemt Ruth met name op in het geslachtsregister van Christus — samen met Thamar, Rachab en de vrouw van Uria. De lijn van de belofte loopt dwars door mensen heen die er naar de wet buiten stonden.
Deuteronomium 23:3 — Een Moabiet zal niet in de vergadering des HEEREN komen.
Ruth 1:16 — Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
Ruth 4:13 — Uit Ruth en Boaz wordt Obed geboren, de grootvader van David.
Mattheüs 1:5 — Zij staat met name in het geslachtsregister van Christus.
Efeze 2:12-13 — Wie vreemdeling was, is nabij geworden door het bloed van Christus.
In het Nieuwe Testament: Mattheüs 1:5; Efeze 2:11-13; Romeinen 15:9-12
Hoever dit reikt: Ruth is naar haar persoon geen type van Christus. Wat naar Hem wijst is de lijn: door haar loopt het geslacht waaruit David en later Christus geboren wordt, en in haar komt een vreemdeling binnen die er naar de wet buiten stond.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Ruth 1:1.KruisverwijzingenGenesis 12:10→Genesis 26:1→Psalmen 105:16→Richteren 17:8→Ezechiël 14:13→Genesis 43:1→Richteren 12:8→Jeremia 14:1→ — In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen. Dat was een kwade stap van hen: beter armoede bij het volk van God dan overvloed buiten het land van het verbond.
Ruth 1:2.KruisverwijzingenGenesis 35:19→Micha 5:2→1 Samuël 17:21→1 Samuël 1:1→ — De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar. “Elimelech” betekent: “mijn God is Koning”. Een man met zo’n naam had het koninkrijk niet moeten verlaten waar zijn God Koning was. Maar sommige mensen zijn de namen die zij dragen niet waardig.
Ruth 1:2.KruisverwijzingenGenesis 35:19→Micha 5:2→1 Samuël 17:21→1 Samuël 1:1→ — De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar. Dat is doorgaans wat er gebeurt: wie naar het land Moab gaan, blijven daar. Wanneer christenen van hun afgezonderd leven weggaan, zijn zij zeer geneigd in die toestand te blijven. Het mag gemakkelijk zijn te zeggen: “Ik zal maar even van het christelijke pad afstappen”, maar het is niet zo gemakkelijk terug te keren. Doorgaans houdt het een of ander ons vast; de vogellijm vangt de vogels van het paradijs en houdt ze gevangen.
Ruth 1:3-4.KruisverwijzingenMattheüs 1:5→Psalmen 34:19→2 Koningen 4:1→Hebreeën 12:6→Hebreeën 12:10→Deuteronomium 23:3→1 Koningen 11:1→Deuteronomium 7:3→ — En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren. Dat was ongeveer tien jaar te lang. Waarschijnlijk waren zij niet van zin zo lang te blijven toen zij erheen gingen; zij bedoelden maar een kleine tijd in Moab te zijn — net zoals christenmensen, wanneer zij in gelijkvormigheid aan de wereld vervallen, het maar één keer van plan zijn, misschien “ter wille van de meisjes, om hun een beetje onder de mensen te brengen”. Maar het gaat hun zoals hier geschreven staat: “en zij bleven aldaar omtrent tien jaren”.
Ruth 1:5.KruisverwijzingenLukas 7:12→Jesaja 49:21→Deuteronomium 32:39→Jeremia 2:19→Mattheüs 22:25→Psalmen 89:30→ — En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man. Dat scheen haar grootste smart te zijn: dat zij overbleef. Zij zou tevreden geweest zijn met hen mee te gaan, maar zij bleef over om hun verlies te bewenen.
Ruth 1:6.KruisverwijzingenPsalmen 132:15→Exodus 4:31→Mattheüs 6:11→Lukas 1:68→Exodus 3:16→Psalmen 111:5→Lukas 19:44→Psalmen 145:15→ — Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood. Het is vaak zo dat wij, wanneer onze afgoden gebroken zijn, tot onze God terugkeren. Het is vaak zo dat het verlies van aardse goederen ons doet terugkeren tot onze eerste Man, want dan gevoelen wij dat het ons toen beter ging dan nu.
Zijn er onder ons die belijdenis doen en toch een lange weg van God afgedwaald zijn? Ik zou willen dat u wist welk een overvloed er in het huis van de grote Vader is, en welk een gezegend feestmaal er is voor hen die bij Hem wonen. In dat land is geen hongersnood; er is overvloed van blijdschap, overvloed van troost, overvloed van al wat verheugend is. U hoeft niet naar Moab te gaan en naar haar valse goden om genoegen en voldoening te vinden.
Ruth 1:7-9.KruisverwijzingenRuth 3:1→Ruth 1:5→Ruth 2:20→2 Koningen 8:3→Ruth 1:10→Ruth 1:14→Exodus 18:27→Filippenzen 4:18→ — Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda, Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij. De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden; Het scheiden was hun smartelijk, want zij hadden hun schoonmoeder lief — een allerzelfverloochenendst mens, die, al was het haar een troost hun gezelschap te genieten, meende dat het in tijdelijk opzicht beter voor hen zou zijn in hun eigen land te blijven.
Ruth 1:10-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 25:5→Genesis 38:11→Job 19:21→Richteren 2:15→Psalmen 32:4→Genesis 17:17→Psalmen 38:2→Spreuken 17:17→ — En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk. Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn? Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde; Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan. Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan. Welk een verschil is er vaak tussen twee mensen die op hetzelfde ogenblik onder godsdienstige indrukken staan! De ene zou Jezus wel willen volgen, maar de prijs is te veel om te betalen; en zo is er een kus die enigszins op die van Judas lijkt, en Orpa gaat terug naar haar volk en naar haar afgoden. Maar hoe geheel anders was het andere geval! Ruth was als het ware aan Naomi vastgeklonken; zij “kleefde haar aan”, en zij was er niet toe te brengen met haar zuster terug te gaan.
Ruth 1:15-17.Kruisverwijzingen1 Samuël 3:17→Richteren 11:24→Ruth 2:11→2 Korinthe 6:16→Jesaja 14:1→1 Samuël 25:22→2 Koningen 6:31→2 Samuël 19:13→ — Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na. Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u! Dat was dapper gesproken, en zij meende het ook. Ik ben verheugd te zien dat wie lid van een gemeente willen worden, belijdenis van het geloof doen voor de gemeente. Het doet de man, de vrouw, de jongen of het meisje — wie het ook is — zoveel goed om ten minste één keer recht voor de dag te zeggen: “Ik ben een gelovige in de Heere Jezus Christus, en ik schaam mij er niet voor.”
Wanneer mensen eenmaal Christus voor de mensen belijden, zijn zij geneigd het elders weer te doen. En zo verkrijgen zij een soort vrijmoedigheid en openhartigheid in godsdienstige zaken — en een heilige moed als navolgers van Christus — die meer dan opweegt tegen alle zelfverloochening en beving die de poging hun gekost mag hebben. Ik denk dat Naomi er recht aan deed Ruth als het ware te dringen tot deze dappere stap, waarin het voor haar een volstrekte noodzaak werd haar toewijding uit te spreken. Wat is er voor een van ons om zich over te schamen in het erkennen dat wij de Heere Jezus Christus toebehoren?
Ruth 1:18.KruisverwijzingenHandelingen 21:14→Efeze 6:10→Handelingen 2:42→ — Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken. Dat is een treffende uitdrukking: “Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan.” O jullie lieve jonge vrienden die christen willen worden, wat zijn wij blij wanneer wij zien dat u vastelijk voorgenomen hebt met het volk van God te gaan! Er zijn zovelen die snel heet en snel koud zijn — spoedig opgewekt tot goede dingen, en bijna even spoedig bekoelt hun vuur, en zij gaan terug in de wereld. Vraag toch de Heere u een vast voornemen te geven. Dit is een van de beste gestalten van gemoed waarin een van ons kan zijn.
Ruth 1:19.KruisverwijzingenMattheüs 21:10→Jesaja 23:7→Klaagliederen 2:15→ — Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi? Zij schenen allen de deur uit te komen om deze twee vreemdelingen te bekijken, en vooral Naomi, want zij was zo anders dan zij geweest was toen zij wegging. En zij zeiden: “Is dit Naomi?” Sommigen zeiden het vragend. Anderen zeiden het met verbazing, als iets ongelooflijks: “Dít Naomi! Hoe kan zij dezelfde vrouw zijn?” Niemand schijnt gezegd te hebben: “Kom in ons huis om te overnachten”, maar allen vroegen: “Is dit Naomi?”
Ruth 1:20.KruisverwijzingenJob 6:4→Klaagliederen 3:1→Exodus 6:3→Psalmen 88:15→Genesis 43:14→Hebreeën 12:11→Jesaja 38:13→Job 5:17→ — Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. “Noemt mij niet Naomi” — dat is: “liefelijke”; “noemt mij Mara” — dat is: “bittere”. Het was jammer dat Naomi dat zei; en toch vrees ik dat velen van ons hetzelfde gedaan hebben. Wij hebben niet zo’n lieflijk getuigenis aan de Heere gegeven als wij hadden kunnen doen, maar wij hebben smartelijk gejammerd gelijk deze arme vrouw.
Ruth 1:21.KruisverwijzingenJob 1:21→1 Samuël 2:7→Job 13:26→Job 16:8→Maleachi 3:5→Job 10:17→ — Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft? “Vol toog ik weg” — waarom bent u dan uitgegaan? “maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren” — ach, maar Hij heeft u ook weer thuisgebracht. O, als zij maar gelet had op de barmhartigheid die in dit alles lag, dan zou zij nog altijd als Naomi gesproken hebben; maar nu spreekt zij als Mara: bitterheid.
En toch is het een lieflijke zaak de hand van God in onze verdrukking te kunnen nawijzen, want er kan uit die hand niets tot een van Zijn kinderen komen dan wat goed en recht is. Het zijn de handen waarvan de Heere zegt: “Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd” (Jes. 49:16). Zo mogen wij ervan verzekerd zijn dat er uit die handen niets kan komen dan wat de oneindige wijsheid richt en de oneindige liefde verordend heeft.
Ruth 1:22.KruisverwijzingenRuth 2:23→2 Samuël 21:9→Exodus 9:31→ — Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst. Dat is: in de tijd van het pascha. Laten wij hopen dat zij een zegen ontvingen in het waarnemen van de instellingen van die tijd, en dat zij zo geholpen werden om terug te komen tot de enige rechte en gelukkige gestalte van hart.
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenGenesis 12:10→Psalmen 132:15→Exodus 4:31→Ruth 3:1→Genesis 26:1→Genesis 35:19→Mattheüs 1:5→Mattheüs 6:11→ — In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen. De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar. En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren. En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man. Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood. Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda, Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij. De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden; En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk. Ten gevolge van een hongersnood, die ten tijde van de richters in Kanaän is uitgebroken, verhuist een man van Bethlehem-Juda, Elimelech genaamd, met zijn vrouw Naomi en zijn beide zonen, Machlon en Chiljon, naar het land van de Moabieten. Hier sterft de man. De beide zonen huwen met twee Moabitische dochters, Orpa en Ruth, en sterven de een na de ander zonder kinderen achter te laten. Na een tienjarig verblijf in het land van de Moabieten, vertrekt Naomi weer naar haar land, omdat zij hoort, dat de Heere zich weer genadig tot Zijn volk gewend en aan het land weer brood gegeven heeft. Van de beide, haar vergezellende schoondochters, keert Orpa op aandringen van Naomi terug, maar Ruth kan door geen dwangreden bewogen worden, om haar schoonmoeder te verlaten, en de God van Israël voor de afgoden van Moab te verruilen. Beide in Bethlehem aangekomen, wekken de opmerkzaamheid van de vrouwen op, en Naomi klaagt over het bittere leed, dat zij gedurende haar afwezigheid, heeft moeten ondervinden.
KruisverwijzingenGenesis 12:10→Genesis 26:1→Psalmen 105:16→Richteren 17:8→Ezechiël 14:13→Genesis 43:1→Richteren 12:8→Jeremia 14:1→— In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
In de dagen, toen in Israël, behalve de gewone richters, die met de ambtlieden (Deuteronomium 16:18) recht spraken, de voor buitengewone gevallen door God geroepen richters richtten, 1) en wel waarschijnlijk in de zevenjaar van verdrukking (1216-1209 v. C.), ten gevolge van de rooftochten van de Midianieten (Richteren 6:1vv.), zo gebeurde het, dat er honger in het land was; daarom trok een man van Bethlehem (= huis van het brood) in de stam van Juda, te onderscheiden van Bethlehem in Zebulon (Joz.19:15 19.15), om als vreemdeling te verkeren, 2) zich een tijd lang op te houden totdat de nood voorbij was,in de velden van Moab, aan de overzijde van de Dode Zee (Nu 21:11), hij en zijn vrouw, en zijn twee nog ongehuwde zonen.
Naar zuivere chronologische berekening valt de geboorte van David, die 70 jaar oud, in het jaar 1015 v. Chr., stierf in het jaar 1085, d.i. 9 of 10 jaar na de overwinning over de Filistijnen onder Samuël, of na het ophouden van hun 40-jarige heerschappij over Israël en slechts 97 jaar na de dood van Gideon. David nu was de jongste van de 8 zonen van Isaï. Rekenen wij nu zijn geboorte in het 50ste levensjaar van zijn vader, zo was Isaï in het eerste jaar van de 40-jarige onderdrukking van de Filistijnen, of 48 jaar na Gideons dood, geboren. Was nu wellicht ook Isaï een jongere zoon van Obed en zijn vader pas in diens 50ste levensjaar geboren, zo zou de geboorte van Obed in de laatste jaren van Gideon vallen. Hieruit volgt zoveel als ontwijfelbaar zeker, dat Boaz een tijdgenoot van Gideon was en dat de verhuizing van Elimelech naar Moab voorviel in de tijd van de Midianitische verdrukking.
KruisverwijzingenGenesis 35:19→Micha 5:2→1 Samuël 17:21→1 Samuël 1:1→— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
Dit was niet, zoals de uitkomst geeft te zien, naar de wil van God. Dat wil zeggen, Elimelech had daartoe van God geen bevel, zoals Abraham dat had. De hongersnood was een straf van God vanwege de zonde van het volk, en nu lag het niet op zijn weg, die straf te ontvluchten, maar voor God in de schuld te vallen en Hem te smeken, om de straf af te wenden en dan tevens om met zijn volk zich te keren tegen de verdrukkers. Evenmin als Abraham naar Egypte mocht gaan, evenmin deze man naar Moab.
Wel heeft God ook deze daad willen gebruiken, om daardoor Zijn Raad, in betrekking tot Ruth, uit te voeren, maar dat heft de schuld van Elimelech niet op. Hij deed dit niet, opdat Gods Raad zou worden vervuld, maar om zijn eigen leven, zoals hij meende, van de dood te redden.
De naam nu van dezen man was Elimélech, en de naam zijner huisvrouw Naómi en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden van Moab en bleven aldaar.
KruisverwijzingenPsalmen 34:19→2 Koningen 4:1→Hebreeën 12:6→Hebreeën 12:10→— En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.
En Elimelech, de man van Naomi, stierf 1) korte tijd na de verhuizing; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.
Wij handelen dwaas, wanneer wij menen het kruis te zullen ontlopen, dat op onze weg ligt en dat wij daarom behoorden op te nemen. Hadden alle Israëlieten gedaan zoals hij deed, het land Kanaän zou dan welhaast ontvolkt geworden zijn (Ru 1:3).
In plaats van met haar volk God om redding te smeken was deze familie heil gaan zoeken in het land van de vijanden, waar de afgoden gediend werden. Zij was niet heengegaan op bevel van God als een Abraham; zij waren gegaan in een land, waar God niet woonde. Hun uitgaan was niet onder de zegen van de Heere, daarom kon ook de uitslag niet gezegend zijn.
KruisverwijzingenMattheüs 1:5→Deuteronomium 23:3→1 Koningen 11:1→Deuteronomium 7:3→— Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
Die namen zich Moabitische vrouwen, 1) dat volgens de wet wel niet verboden was, maar toch altijd veel bedenkelijks had, omdat de Moabieten afgodendienaars waren (Le 18:21″ en 1 Koningen .11:7); de naam van de ene, de vrouw van Chiljon, was Orpa, en de naam van de andere vrouw, van Machlon, die tevens erfgenaam van het vaderlijk goed te Bethlehem was (4:10), Ruth. En zij bleven aldaar, in het land van de Moabieten, omtrent tien jaar; zo keerden zij ook niet terug naar Kanaän, nadat Gideon (Richteren 8:28) de vrede hersteld had.
Het huwelijk met de Moabieten was niet verboden, wel met de Kanaänieten. Toch mocht geen enkel Moabiet in de vergadering komen (Deuteronomium 23:4).
KruisverwijzingenLukas 7:12→Jesaja 49:21→Deuteronomium 32:39→Jeremia 2:19→Mattheüs 22:25→Psalmen 89:30→— En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook 1) zonder kinderen achter te laten; zo werd deze vrouw, Naomi, overgelaten, na haar twee zonen en na haar reedseerder gestorven man.
Toen Naómi haar man verloren had, vestigde zij haar toegenegenheid en haar vertrouwen des te meer op haar zonen en zij meende, onder de schaduw van deze nog levende vertroostingen onder de heidenen te zullen leven, maar ziet zij verdorde, evenals de wonderboom, waarover Jona zich verblijd had met grote blijdschap (Ru 1:5).
Ziet hier 1e. dat waar wij ook gaan, wij de dood niet kunnen ontvluchten, wiens onvermijdelijke pijlen aan alle plaatsen vliegen; 2e. dat wij geen voorspoed kunnen wachten, wanneer wij de weg van God verlaten. Hij, die zijn leven door zijwegen wil behouden, zal het verliezen; 3. dat de dood, wanneer hij in een gezin komt, dikwijls breuk op breuk maakt. De een is weggenomen om de ander voor te bereiden spoedig te volgen.
Ook ik was in Bethlehem geboren en mijn vaderland was het lieve Kanaän. De heilige doop had mij opgenomen in het genadeverbond en in Gods erfdeel overgezet. Het verbond met Christus, de voor mij gestorven en opgestane Levensvorst, dat is mijn Bethlehem, mijn broodhuis, mijn thuis, en daar zijt ook gij thuis niet door het recht van de natuur, maar door het geestelijk recht van de genade. O, dat wij die woning nooit verlaten hadden. Welke goede namen hadden wij in dit Bethlehem. De naam van Elimelech en van zijn huisgenoten zal ons daaraan herinneren. Elimelech betekent “mijn God is koning.” Zo was ook over ons gesproken door de Heilige doop: Uw God is koning en gij zijt een kind en erfgenaam van de grote Koning. Naomi betekent de vrolijke, en verheugd mogen ook wij zijn als leden van het lichaam van de Heere. In het stadje Bethlehem heeft de naam Machlon, “zanger” betekenis, want daar is het: “Psalmzingt de Here in uw hart”. Daar wijst de naam Chiljon, “de volkomene” op de roeping van de kinderen van God om volkomen te worden, zoals Hij is, die hen geroepen heeft. Wie zal zo dwaas zijn, dit geestelijk huis te verlaten? En toch heeft Elimelech met vrouw en kinderen Bethlehem verlaten en is naar Moab verhuisd. De moeilijkheden dreven hen naar den vreemde. Ach ja, de moeilijkheden zijn het, die vele zielen uit de staat van de genade in de boze wereld drijven; zij herhalen de geschiedenis van de verloren zoon en dus verlaten van het vaderlijk huis. In dat huis is het hun te eentonig, de christelijke tucht behaagt hun niet. Daar kunnen zij niet in luidruchtigheid leven, niet vloeken, drinken, razen: hun streven, hun begeren is naar Moab, en helaas! Het is waar, in ons allen, die in zonde ontvangen en geboren zijn, is van nature een krachtige begeerte om naar Moab te reizen, aangeboren. In Moab moge nog menigeen van Lot en zijn geloof (Genesis19:36vv.) vertellen, moge nog menige vrome herinnering in de mond van het volk leven, maar de Moabieten waren desalniettemin heidenen, afgodendienaars geworden, bovendien Israëls verklaarde vijanden (Num.22:2-25:2), en dat was voor Elimelech geen goede omgeving. Ook de wereld heeft een zekere vrome buitenzijde. Vrome overleveringen worden niet veracht, men moet alleen niet al te vroom willen zijn. Goede spreuken en liederen worden ook nog gewaardeerd, maar zij moeten niet al te veel over Jezus handelen; en, wat ik u bidden mag, noemt bij de kinderen van de wereld de duivel niet, dat kunnen zij en dat kan de vorst van deze wereld niet verdragen. Goede werken, zedigheid en openlijke milddadigheid, zelfs vijandsliefde hebben ook in de wereld een goede naam, maar men moet van het menselijk verderf en de zonde niet spreken, de mens niet voorstellen als zonder enige verdienste, noch van het bloed van Christus getuigen, dat van alle zonden reinigt. Goed bezien is toch de wereld naar haar wezenlijke aard duisternis, is zij vijandig tegen Jezus, ondanks alle misleidende buitenzijden; en de goden, die men wierookt, zijn de Mammon, de begeerlijkheid van het vlees, de eer, de buik en de opperste van alle goden is het lieve Ik.
Wij denken aan de tijd, toen wij nog wereld waren; wat vrucht hadden wij toen van de dingen, waarover wij ons nu schamen, want het einde van ons werelds leven is de dood. Het gaat altijd van de Heiland af; het hart krijgt de dingen van deze wereld lief en laat zich steeds meer met de wereld in, evenals Elimelechs zonen heidense vrouwen namen. De ene heette Orpa, d.i. “de hardnekkige”, de andere Ruth d.i. “de blote”. Van zodanige aard zijn de echtgenoten van de kinderen van de wereld; hardnekkig tegenstreven tegen de vermaningen van het aanklagend geweten, blote ogen, die van de heerlijkheid van de staat van de genade niets zien; dat zijn de kentekenen van hen, die van God vervreemd zijn. Elimelech sterft: ach, in het leven van de wereld houdt het koninklijk bestuur van mijn God over mijn hart op; ik waan vrij te zijn in mijn zondendienst, de genade gaat verloren, het geestelijk leven wordt gemist. Machlon sterft; het vrolijk gezang verstomt, andere liederen klinken. Chiljon sterft, het najagen van de volmaaktheid heeft een einde genomen. De vreugde van de wereld eindigt in ellende en werkt de dood. O, dat allen het erkenden, dat zij als de verloren zoon hun ellende voelden, dat wij als Naomi ons verlies beweenden en heimwee voelden, heimwee om de wereld te verlaten, heimwee naar het heilige land, naar de staat van de genade.
KruisverwijzingenPsalmen 132:15→Exodus 4:31→Mattheüs 6:11→Lukas 1:68→Exodus 3:16→Psalmen 111:5→Lukas 19:44→Psalmen 145:15→— Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
Toen alzo geen banden haar meer vasthielden aan haar tegenwoordige verblijfplaats, maakte zij zich op met haar schoondochters, die tot hiertoe trouw bij haar gebleven waren, en keerde terug uit de velden van Moab; want zij hadgehoord in het land van Moab, dat de HEERE, reeds sinds 6 of 7 jaar Zijn volk 1) weer in genade bezocht 2) had, hen reddende uit de verdrukking van de Moabieten, en gevende hun brood, zodat er voor haar geen reden meer was, om langer van haar stad verwijderd te blijven.
De Heere had van Naomi al haar vertroostingen in het land van Moab weggenomen, opdat er weer bij haar een verlangen zou komen naar het erfgoed van de vaderen. Hij had haar weg met doornen bezaaid, opdat zij zou terugkeren naar het land, dat zij tegen Zijn wil had verlaten.
Het gelovige volk van Israël leeft geheel in de aanschouwing van de Godsregering. Alles komt van Hem.
Deze uitdrukking, dat de Heere Zijn volk bezocht, en wel in genade, komt zeer dikwijls voor. Men zie Genesis21:1 Exod.4:31; 1 Samuel .2:21 Psalm 80:15 Jes.23:17 Zach. 10:3 Luk.1:68. Zij dient om de terugkerende genegenheid voor Zijn volk, of voor enkele personen, aan te duiden, na dagen van verberging van Zijn aangezicht of van beproeving.
Kruisverwijzingen2 Koningen 8:3→Ruth 1:10→Ruth 1:14→Exodus 18:27→— Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda,
Daarom ging zij uit 1) van de plaats, waar zij geweest was, en haar twee schoondochters met haar. Toen zij nu gingen op de weg, waarlangs zij vroeger met haar man en haar twee zonen gekomen was om terug te keren naar het land van Juda, naar Bethlehem.
Dit geldt alleen voor Naomi, want Orpa en Ruth waren niet in Kanaän geweest. Ook was het doel van de jonge weduwen, ten minste niet dat van Orpa, om naar Kanaän te gaan. Zij was oorspronkelijk van plan en wellicht ook Ruth, om haar schoonmoeder te begeleiden tot de grenzen van Kanaän.
KruisverwijzingenRuth 1:5→Ruth 2:20→Filippenzen 4:18→Efeze 5:22→Kolossenzen 3:18→Kolossenzen 3:24→2 Timotheüs 1:16→Efeze 6:2→— Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
Zo zei Naomi, toen zij aan de grenzen gekomen was, of bij de Arnon, de noordelijkste grensrivier van Moab, of aan de Jordaan bij het veer Helu, tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert terug, een ieder tot het huis van haarmoeder; 1) zoekt daar een rustplaats voor de tijd van uw weduwschap; de HEERE, de God van Israël, doe bij u weldadigheid, zoals gij gedaan hebt bij de doden, bij mijn beide zonen en bij mij, 2) omdat gij hun goede vrouwen en mij trouwe schoondochters geweest zijt.
Dit bewijst niet, dat de vader overleden was. Die van Ruth leefde in elk geval, zoals uit 2:11 blijkt; maar Naomi spreekt zo, omdat een moeder beter kan troosten dan een vader, en omdat onder Moab de polygamie in gebruik was, zodat iedere vrouw haar eigen woning had.
Men mag in geloof bidden en verwachten, dat God in liefde zal handelen omtrent degenen, die liefdadig omtrent hun nabestaanden gehandeld hebben (Ru 1:8).
KruisverwijzingenRuth 3:1→Genesis 27:27→Genesis 29:11→Genesis 45:15→Handelingen 20:37→— De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
De HEERE geve u, dat gij rust vindt, een iegelijk in het huis van haar man. En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
KruisverwijzingenZacharia 8:23→Psalmen 16:3→Psalmen 119:63→— En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
En zij zeiden tot haar: Wij zullen niet terugkeren tot het huis van onze moeders, maar zeker met u 1) terugkeren tot uw volk.
Vroeger en later is geklaagd over de verhouding van schoondochters en schoonmoeders. Plutarchus vertelt, dat in het Afrikaanse Leptis de gewoonte bestond, dat de bruid dadelijk na de bruiloft tot haar moeder zond en haar om een pot liet vragen, deze het echter weigerde, onder voorwendsel, dat zij er geen had, opdat de jonge vrouw spoedig de stiefmoederlijke gezindheid van de schoonmoeder zou leren kennen en in vervolg van tijd, wanneer meer verdriet ontstond, niet zo licht in toorn zou ontsteken. Bij Terentius (Hecyr. 2:1,4) beklaagt zich Laches, dat alle schoonmoeders van ouds af haar schoondochters gehaat hebben (uno animo omnes socrus oderunt nurus). In zijn satire tegen de vrouwen dicht Juvenalis (6. 231) op enigzins ruwe wijze, dat de echtelijke vrede onmogelijk was, zolang de schoonmoeder leefde (desperanda salva concordia socru). Het familieleven van Naomi geeft ons niets hiervan te zien, integendeel zij beminnen elkaar wederzijds. Dat is de vrucht van het geloof in de HEERE. Ruth en Orpa voelden de indruk van de hoge zedelijkheid, die uit ieder Israëlitisch gezin uitstroomde. Zij hebben niet alleen de belijdenis van de HEERE gehoord, maar ook de indruk daarvan in het leven gezien. Wat zij gedaan hebben en bereid zijn nog te doen is daarvan het gevolg. Nationale scheiding wordt niet door prediking van de leer, maar door die van het leven weggenomen.
In het Hebreeuws Ki-itthâk. Het eerste woord dient, om de zaak te bevestigen. Het woord zeker is zo bevestigend mogelijk.
Uit het vervolg van de geschiedenis mogen wij opmaken, dat het bij Ruth voortkwam uit een wel gevestigde overtuiging en dat Orpa het slechts zegt in navolging van haar schoonzuster. Ook is het niet onwaarschijnlijk, dat Ruth alleen gesproken heeft. Het komt toch meer voor, dat, waar één slechts een zaak doet, het van beiden gezegd wordt, dat een deel voor het geheel wordt genomen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 25:5→Genesis 38:11→— Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn?
Maar Naomi wilde hen van een besluit afbrengen, dat hen wel spoedig zou berouwen, indien geen diepere grond dan ogenblikkelijke gemoedelijkheid bij haar bestond, en zei: Keert terug, mijn dochters! 1) waarom zou gij met mij gaan in een u vreemd land, waar gij buiten mij niemand hebt, die voor u zorgen kan; en ik zelf, wat vermag ik voor u? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij, opgegroeid volgens de eis van de Leviraatsecht (De 25:5) u tot mannen zouden zijn?
Op allerlei wijze probeert Naomi haar schoondochters te bewegen om terug te keren. Van de verschillende gevallen, die zij stelt, waaruit Orpa en Ruth nog reden zouden kunnen nemen, om met haar te gaan, is het ene nog onmogelijker dan het andere. Eén geval verzwijgt zij, n.l. dat zij in het land Kanaän nog eens tot een huwelijk zouden kunnen komen, en wel omdat zij Moabitische vrouwen waren. Met echt vrouwelijke tact en tederheid roert zij dit geval niet aan. Of Naomi het gedaan heeft, om haar schoondochters te beproeven, wij geloven het niet, maar toch ging het niet buiten de leiding van de Goddelijke Voorzienigheid om. Immers, waar Orpa er door bewogen werd om naar haar land terug te keren, daar had het op Ruth de invloed om zich des te vaster aan haar schoonmoeder te verbinden.
KruisverwijzingenGenesis 17:17→1 Timotheüs 5:9→— Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde;
Keert weder, mijn dochters, gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde,
KruisverwijzingenJob 19:21→Richteren 2:15→Psalmen 32:4→Psalmen 38:2→1 Samuël 5:11→Deuteronomium 2:15→Psalmen 39:9→— Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan.
Zoudt gij daarop wachten, totdat zij groot geworden zouden zijn, al die vele jaren wachten, totdat zij konden huwen? Zou gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Al was gij ertoe bereid, ik zou u daartoe niet willen veroordelen. Niet, mijn dochters, verenigt uw lot niet met het mijne! want het is mij veel bitterder dan u, 1) maar de hand van de HEERE is tegen mij uitgegaan 2) en al mijn levensgeluk is verwoest.
Dit betekent niet, zoals wel eens verklaard wordt, mij is het bitter om uwentwil, maar zoals hier zeer te recht staat; bitterder dan u. Uw leed, wil Naomi zeggen, is lang zo groot niet als het mijne. Ik ben geheel en al in een zeer gedrukte toestand gekomen. U kan nog de toekomst veel liefs bezorgen mij staat niet anders dan leed en droefheid te wachten. Zij voegt er dan ook terstond bij: Want de hand van de Heere is tegen mij uitgegaan, waarmee zij doelt op het verlies van haar man en van haar beide zonen.
Met deze laatste woorden blijft zij bij de belijdenis, dat “rijkdom en armoede en alle dingen niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand toekomen”. Maar zij kan onder dit alles zichzelf niet troosten, niet zingen noch jubelen! zij spreekt het uit, zoals het haar om het hart is, in alle eenvoud en oprechtheid. Ik kan u niet helpen, ik ben arm en ellendig, dat is nu zo Gods weg met mij, mij in de ellende te brengen.
KruisverwijzingenSpreuken 17:17→Spreuken 18:24→2 Timotheüs 4:10→Jesaja 14:1→Deuteronomium 4:4→1 Koningen 19:20→Mattheüs 16:24→Johannes 6:66→— Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
Toen hieven zij van beide zijden haar stem op, en weenden opnieuw (vs.9), en Orpa, die tot terugkeren zich liet bewegen, kuste haar schoonmoeder 1) en ging heen naar haar land; maar Ruth kleefde haar aan, 2) vastbesloten vader en moeder en vaderland te verlaten (2:11) en mee naar Kanaän te gaan.
In Orpa zien wij een vriendelijk, hartelijk karakter duidelijk doorstralen. Zij was tien jaar lang een zeer lieve en liefhebbende vrouw geweest voor haar nu overleden man. Zij was voor haar schoonmoeder Naomi een liefhebbende dochter geweest. Zij kon niet gemakkelijk van haar scheiden. Toen Naomi opnieuw aandrong, dat zij terugkeren zou, hief zij haar stem op en weende. En zij kuste haar schoonmoeder hartelijk en keerde terug tot haar volk en haar goden. O, hoe veel aanvalligs is er in die tedere aandoening van de natuur! Wie zou geloven, dat daarachter een hart verborgen zit, zo zwart als de hel! (M’CHEYNE).
Op dezelfde wijze hebben sommigen achting en liefde voor de Heere Christus, en echter worden zij door Hem niet gezaligd, omdat zij hun harten niet buigen kunnen, om andere dingen, tot liefde voor Hem, te verlaten. Zij beminnen Hem en nochthans verlaten zij Hem, omdat zij Hem niet genoeg en andere dingen meer liefhebben (Ru 1:14).
Ware vroomheid heeft overal, waar zij gevonden wordt, de kracht, dat zij de harten van de mensen winnen kan. Zolang de kerk Naomi heet is er geen gebrek aan zodanigen, die tot haar willen behoren; maar wanneer zij als Mara verschijnt en met het kruis van Christus getekend wordt, dan treden velen terug.
KruisverwijzingenRichteren 11:24→2 Koningen 2:2→Jozua 24:15→Sefanja 1:6→2 Samuël 15:19→Hebreeën 10:38→Psalmen 36:3→Lukas 24:28→— Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.
Daarom zei zij: Zie, uw schoonzuster is teruggekeerd tot haar volk en tot haar goden (Num.21:29 Jer.48:7), ga ook gij uw schoonzuster achterna. 1)
Hier rijst de vraag op, of Naomi hier alleen zo gesproken heeft om de toestand van Ruths hart nauwkeuriger te beproeven of zij, “met ter zijde stelling van al het tijdelijke en opgeven van alle aardse hoop de God van Israël en haar standvastig zou aanhangen of niet.”
Of had de schoonmoeder alleen de aardse welvaart van haar schoondochter op het oog, en twijfelde zij zelf na zo droevige levenservaringen aan haar God, zodat haar raad ernstig gemeend was, zodat het haar weinig ter harte ging, of de beide schoondochters tot de vaderlijke godsdienst terugkeerden, waartoe zij van kindsbeen af behoord hadden, of dat zij tot het volk van Israël wilde overgaan, omdat er hoop op een tweede huwelijk en een betere toekomst voor haar was?.
Wij laten de beslissing aan de lezer over, maar merken op dat in het laatste geval Ruths geloof in Israëls God dan des te heerlijker is en beschamend voor Naomi’s kleingeloof en twijfel.
KruisverwijzingenRuth 2:11→2 Korinthe 6:16→Jesaja 14:1→Mattheüs 8:19→2 Samuël 15:21→Johannes 13:37→1 Thessalonicenzen 1:9→Jozua 24:18→— Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God.
Maar Ruth zei met verheven, bijna dichterlijke woorden: spreek mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u terug te keren; want weer gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 1)
Naomi was lieflijk en vroom. In haar ziet men, wat de apostel Petrus zegt (3:1), dat de ongelovigen door de wandel van de vrouw zonder woord gewonnen kunnen worden. Zij predikte in haar wandel de God van Israël met zachtmoediger en stille geest midden in Moab; daardoor werd de liefde, die zij won, ook een roem voor Israël en haar uitgaan een zending tot de ongelovigen.
Een oud kerkvader zegt van Ruth: “Wanneer in haar geen inspiratie geweest ware, zo zou zij niet gezegd hebben, wat zij zei, noch gedaan hebben, wat zij deed. Wat zullen wij het eerst prijzen? De liefde tot Israëls volk of haar onschuld, haar gehoorzaamheid of haar geloof? De liefde tot Israël. Want wanneer zij slechts de gemeenschap van een man verlangd had als een dartele persoon, zo zou zij liever een van de jongelingen gehad hebben. Omdat zij echter niet aan haar lust, maar aan haar geweten wil voldoen, koos zij een heilige familie boven een vrolijk leven”.
Ruth toont ons, hoe men bekeerd wordt, niet door woorden maar door wandel; niet door discussie maar door liefde, niet door de snelle kunst van een gevoelige prediking, maar door de lange plicht van het dagelijkse, zichtbare leven. Ruth toont wat zij verloochent, volk, land, ouders en alles uit liefde. Zij heeft eenmaal gesmaakt een Israëlitisch huis en hart. Wie Christus gesmaakt heeft, komt van Hem niet meer los; hij kan Hem niet verlaten, die allen lief heeft, voor allen leed, met allen weent en allen verlost. Dat joden en heidenen Christus smaken, wordt niet verkregen door uiterlijke verrichtingen, door dode werken, maar door gebed, dat in het leven van de Christenen als een welriekende reuk gezien wordt. Zal men tot dweepzieken, twistgierigen, zelfzuchtigen, gierigaards, zal men tot karakterlozen zeggen: Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God?.
Ruth is een toonbeeld van waarachtige bekering tot God. Wij moeten de Heere tot onze God nemen. Deze God is mijn God voor eeuwig; ik verklaar Hem tot de mijne. Wanneer wij God tot onze God nemen, moeten wij Zijn volk tot ons volk nemen, wat ook zijn toestand zij; al zijn zij een arm en veracht volk, indien zij de Zijnen zijn, zij moeten de onze wezen. Wij moeten leven als zij leven; ons onderwerpen aan hetzelfde juk en het gelovig dragen, hetzelfde kruis opnemen en het vrolijk dragen, gaan waar God wil dat wij gaan, al is het in ballingschap, en blijven waar Hij wil, al is het in de kerker. Wij moeten besluiten te volharden en ons aanhangen van Christus moet nauwer zijn dan dat van Ruth aan Naomi. Zij besloot, dat niets dan de dood scheiding zou maken (vs.17), maar wij moeten besluiten, dat de dood ons zelfs niet zal scheiden van de liefde tot Christus; dan mogen wij verzekerd zijn, dat niets ons scheiden zal van ons geluk in Christus. Wij moeten onze zielen verbinden nooit deze heilige beloften te breken, maar dat wij de Heere willen aankleven. Wie het eerlijk meent, schrikt niet terug voor verzoeking.
Ook Ruth vertoont een aanvallige, vriendelijke geaardheid, maar ook haar hart was door de Geest van God getroffen. Naomi was niet alleen haar schoonmoeder geweest, maar zij was ook de moeder van haar ziel geworden. Zij had haar onderwezen in de weg van de zaligheid, en toen nu de dag van de beproeving aanbrak, en zij scheiden moest, óf van haar volk en haar goden, óf van haar geestelijke leermeesteres, voelde Ruth zich vast aan Naómi verbonden. (M’CHEYNE).
Ruth heeft door de wondere goedheid en ontferming van God Zijn dienst liefgekregen. Zij heeft Hem leren kennen als haar Verbondsgod, die ook haar heeft willen aanzien en ook voor haar gedachten van vrede heeft gehad. En daarom, waar het nu het keerpunt is, daar werkt dezelfde genade door en doet haar liever het leven in armoede en ellende kiezen met haar schoonmoeder, dan een leven vol genoegen in haar eigen vaderland. De smaad met het volk van God kiest ook zij boven de rijkdommen van Moab.
Kruisverwijzingen1 Samuël 3:17→1 Samuël 25:22→2 Koningen 6:31→2 Samuël 19:13→1 Koningen 2:23→Handelingen 20:24→2 Samuël 3:35→1 Koningen 19:2→— Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
Waar gij zult sterven, zal ik sterven en daar zal ik begraven worden; alzo doe, mij de HEERE en, ik bezweer het u plechtig, alzo doe Hij daartoe, zo niet, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u. 1)
Het is duidelijk niet alleen hartelijke liefde en gehechtheid aan haar schoonmoeder, die haar zo aan haar verbond, dat zij met haar leven en sterven wilde, maar tevens een, misschien nog niet tot helder bewustzijn gekomen trek van het hart tot de God van Israël en tot die zeden en gewoonten, die zij in haar huwelijk en in haar omgang met haar Israëlitische verwanten verkregen had, zodat zij van dit volk en van diens God niet wilde scheiden.
Deze liefde steunt op het natuurlijke niet. Er is noch voordeel, noch hoop, noch ijdelheid, die zich hier inmengt. Het is de liefde van hen die voor God door Zijn genade gewonnen zijn. Zij ademen niets dan liefde tot God en de broeders en zusters. Deze is de eeuwige liefde van de apostelen, die Franken en Grieken, Perzen en Scythen als hun eigen vlees en bloed bemind hebben. Zo’n liefde wandelde in de voetstappen van Christus. Zij was, waar Hij was. Elke belijdenis, martelaarschap, elk gebed, elke broederlijke gemeenschap komt voort uit de liefde van het bekeerde hart. Zij is het die daarvan getuigt en steeds brandender wordt, hoe dieper door de ziel het woord gaat. “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”.
Ik spreek, omdat ik geloof; ik heb lief, omdat mij vele zonden vergeven zijn.
Met deze eed onderwierp zij zich aan de vloek van God, indien zij ooit Naomi zou verlaten, of de dienst van de Heere vaarwel zou zeggen. Het was dan wel een standvastige keuze, door Gods Geest in haar ziel ingewerkt.
KruisverwijzingenHandelingen 21:14→Efeze 6:10→Handelingen 2:42→— Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.
Toen zij, Naomi, nu uit de zo-even gehoorde woorden zag, dat zij, Ruth, zich vast voorgenomen had 1) met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken, en haar tot terugkeren te dringen.
Letterlijk: stijf erop stond. En dit doet Naomi zwijgen. Nu Ruth verklaard heeft, dat Israëls volk haar volk zou wezen en Israëls God haar God, dat zij daarom zich in Israël wenst te doen inlijven en voorgoed met de afgoden heeft gebroken, nu was bij haar elk bezwaar opgelost en zal zij zich te midden van haar droefheid innerlijk verheugd hebben over de goede keuze van haar schoondochter. Nu was tevens het bezwaar opgeheven, dat zij nog wel een maal met een Israëlisch man door het huwelijk verbonden zou kunnen worden.
Het tot stand komen van de bekering is zo verschillend als de omstandigheden, de leidingen en het karakter van de mensen. Maar toch heeft elke bekering haar bepaalde tijd, haar “toen”. Toen Naomi onder de zware gerichten van God haar man en haar zonen verloren had en nu een eenzame weduwe geworden was, trok zij weer uit het land van de Moabieten. Toen de verloren zoon in de gelijkenis van de Heer al zijn goed doorgebracht had en men hem nauwelijks het voer van de zwijnen gunde, toen sprak hij: “Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan”. Dat is het “toen”, het gezegende uur; nood en droefheid zijn de cijfers, de goddelijke tucht is de wijzer. Wat Naomi tot terugkeren bewoog, was intussen niet alleen haar weduwenlot, er kwam een tweede zaak bij, die haar besluiten deed tot de reis; dat was het bericht, dat naar Moab gekomen was, dat de Here Zijn volk bezocht en brood gegeven had. Zo werkt ook in de voorbereidende genade, in het trekken van de Vader tot de Zoon van buitenaf het woord mee, het Woord van God, dat aan de ziel duidelijk maakt, hoe ellendig, hoe verloren zij in de wereld is; dat het neergebogen hart moed geeft en met beloften vertroost, dat de staat van de genade zo lieflijk, zo heerlijk voorstelt en verlangen opwekt om ook begenadigd te worden.
Zoals Naomi niet alléén naar Moab gekomen was, zo zou zij naar Bethlehem ook niet alleen terugkeren; zij vond gezelschap, en dat had voor haar waarde. Ook op de bekeringsweg gaan twee met ons en verschaffen ons onderhoud. Zie Orpa, de hardnekkige, en Ruth de vreesachtige gaan in uw gedachten met u. Naomi zendt haar begeleidsters weer naar huis. Zij stelt, vlak tegen elkander over, welke uitzichten haar schoondochters in Moab hebben, en wat hen in Israël wacht, en geeft de beweegredenen voor hun reis naar Bethlehem aan haar ernstige overweging over. Willen zij alleen om harent wil meegaan, aan haar de bejaarde, arme, kinderloze weduwe hebben zij niets. Zo schijnt ook het Woord van God door harde redenen de opgewekte zielen weer terug te stoten; het houdt ons de ontberingen in de staat van de genade, de ongunstige verhouding tegenover de wereld voor, terwijl de boze het verstaat in sterk sprekende beelden te schilderen, hoe bekoorlijk schoon het goddeloze leven in de wereld is; het geeft ons te overdenken, dat het de zodanigen, die om uitwendig voordeel of om mensen in het rijk van God willen ingaan, wenen ook misschien enige tranen, dat zij niet verder kunnen, maar gaan tenslotte naar Moab terug. Orpa nu, is de oude mens, de vleeslijke, de wereldse gezindheid in ons. Ruth daarentegen is het levend geloof, dat in het vreesachtige, ootmoedige aan zichzelf wanhopende hart wortelt. Het komt erop aan, wie van beiden, of de oude of de nieuwe mens in ons de overhand verkrijgt, daarnaar keren wij weer terug als Orpa, (1)of wij nemen het koninkrijk van de hemelen met geweld evenals Ruth.
(1) Volgens Berthean betekent de naam “terugkerende, de weggaande” (Partic. fem. van een werkwoord, dat afgeleid is van Pre = rug.
KruisverwijzingenMattheüs 21:10→Jesaja 23:7→Klaagliederen 2:15→— Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
Zo gingen die beiden, en zetten hun reis onvermoeid voort, totdat zij te Bethlehem kwamen; en het geschiedde, toen zij te Bethlehem kwamen, 1) dat de gehele stad, en in het bijzonder het vrouwelijk gedeelte van de bevolking, over haar geroerd werd en zij zeiden: 2) Is dit Naomi? 3) Is zij, die in beklagenswaardige toestand tot ons komt, dezelfde, die hier bij ons woonde?
De geschiedenis zwijgt van de angsten, vermoeienissen en ontberingen van de reis. God brengt haar tenslotte op de begeerde rustplaats. Dertienhonderd jaar later naderde een nog meer verheven reizigster deze stad van haar voorouders, niet om het erfdeel van haar vaderen in bezit te nemen, maar om de bitterheid van onvriendelijkheid en verachting te voelen, zonder vrienden en arm, in een gevaarvol uur. Zij bracht haar eerstgeboren zoon in een stal ter wereld en legde hem in een kribbe. Maar door deze omstandigheid van geringheid en armoede was een openbaring van roem en macht van de Almachtige voorbereid. Van hoeveel betekenis zijn de geschiedenissen van deze arme vrouwen in de geschiedenis! Wat een vermaardheid hebben zij aan Bethlehem gegeven!.
In het Hebreeuws Wathomarna. Hieruit blijkt echter duidelijk, dat de vrouwelijk bevolking van Bethlehem aldus gesproken heeft, dat de vrouwen zich het meest verbaasd hebben over de veranderde gestalte van Naomi.
Uit de verbazing, die de inwoners van Bethlehem aangreep, is op te maken, dat zij vroeger in goede doen heeft verkeerd, en nu in alles haar vervallen staat was te merken, in voorkomen, kleding enz.
Het is goed wanneer wij soms in nood zijn, omdat deze de mens herinnert, dat hij zich in ballingschap bevindt.
Heeft God u lief gehad, zo heeft hij het u ook niet aan droefheid kunnen laten ontbreken. Daaraan ontbrak het ook niet.
Verwonderlijke lotsverandering in een tiental jaren! Rijken, gelukkigen, niet in hoogmoed te vast vertrouwd. Straks zou men ook van u kunnen vragen: “Is dit Naomi?”.
KruisverwijzingenJob 6:4→Klaagliederen 3:1→Exodus 6:3→Psalmen 88:15→Genesis 43:14→Hebreeën 12:11→Jesaja 38:13→Job 5:17→— Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
Maar zij zei tot hen: Noemt mij niet meer Naomi (= de liefelijke, vrolijke), noemt mij Mara (= de bittere); want de Almachtige 1) heeft mij grote bitterheid aangedaan.
Zij zegt niet de Heere, maar de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Opzettelijk gebruikt zij de naam van de Almachtige, omdat daarmee gedoeld wordt op de Heere, als degene, die het menselijk geslacht doet voortplanten. De zegen van moeder te blijven en van kindskinderen te zien, was haar ontnomen, zo meende zij. Later zou zij nog van goedertierenheid en van recht mogen zingen.
De naam Schadai = Almachtige komt vooral daar voor waar van de Heere gesproken wordt, als die vrucht geeft en het menselijk geslacht doet voortplanten (Genesis17:1; 28:3; 35:11; 48:3; 49:25 vooral dikwijls in het boek Job). Die God heeft van haar die zegen, namelijk van een geslacht, geweerd.
KruisverwijzingenJob 1:21→1 Samuël 2:7→Job 13:26→Job 16:8→Maleachi 3:5→Job 10:17→— Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
Vol trok ik weg (vs.1vv.), rijk in het bezit van man en twee zonen en met een hart vol verwachting voor de toekomst, maar leeg, van alle rijkdom en alle hoop beroofd, heeft mij de HEERE doen terugkeren; waarom zou gij mij Naomi noemen, omdat de HEERE tegen mij getuigt, omdat Hij getoond heeft mij te willen vernederen, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft. Welke schoonheid of vreugde is nog bij mij?
Zij wist niet wat zij zei, want juist nu was zij pas rijk geworden in het bezit van haar, die zij met zich bracht, en die volgens de raad van de Heere de stammoeder van een grote koning niet alleen van David, maar zelfs van de Messias worden zou. Ook wij weten dikwijls niet, hoe rijk wij zijn, wanneer wij ons zelf zeer arm voorkomen. Gods wegen moeten naar hun einde en naar de uitkomst, niet naar het begin of het midden beoordeeld worden.
Zij erkent, dat haar droefheid van God komt. Wanneer God ons tuchtigt, getuigt Hij tegenover, en twist Hij met ons (Job 10:17), ons te kennen gevende, dat Hij ontevreden over ons is. Elke kastijding heeft een stem, de stem van een getuigenis.
Naomi toont het hier, dat zij zich vernederde onder de tuchtigende hand van God. Zij erkende, dat de Heere haar die bittere kelk had doen ledigen, maar in plaats van met de Heere te twisten, boog zij het hoofd.
Wanneer in de Heilige Schrift gezegd wordt, dat de Heere tegen iemand getuigt, dan betekent het, dat Hij over de mensen met Zijn oordelen en rampen komt, zoals ook blijkt uit Ex.20:16; 2 Samuel 1:16 e.a..
KruisverwijzingenRuth 2:23→2 Samuël 21:9→Exodus 9:31→— Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
Zo kwam Naomi terug en Ruth, de Moabitische, haar schoondochter, met haar die uit de velden van Moab terugkwam; en zij kwamen te Bethlehem 1) in het begin van de gerste-oogst, ongeveer in het midden van april (Le 23:17).
Het stadje Bethlehem (= huis van het brood), vroeger Efratha (= de vruchtbare) thans Beitlahm (= vleeshuis) genoemd, wordt reeds hier voorbereid om de geboorteplaats van grote gebeurtenissen in het rijk van God te worden; wij willen de lezer met deze plaats nader
bekend maken. Van de Westpoort van Jeruzalem, de tegenwoordige Jaffapoort leidt de twee uur lange weg naar Bethlehem door het dal Gihon op een hoogte, aan de linkerzijde waarvan de berg van de “boze raad” zich bevindt, naar de bergvlakte Refaïm (2 Samuel .5:18; 23:13 Jes.17:5). Van daar gaat die voorbij een ten oosten van de straat gelegen waterleiding, en verder naar het klooster Mar Elias (Jos 15:8). Op deze plaats zal Elias, toen hij voor Achab naar de Horeb vluchtte, uitgerust hebben (1 Koningen .19:1vv.) op een steen, die nog heden de reizigers tot zitbank strekt. Het klooster draagt echter de naam naar de Jeruzalemse Patriarch Elias (gest. 518) de waarschijnlijke stichter, en is op het midden van de weg. Kort voordat men dit bereikt, ziet men de waterbak van de drie koningen, die aan de ster herinnert, die hier aan de Oosterse wijzen weer verscheen (Matth.2:9). “Men geniet op dit punt een van de merkwaardigste panorama’s van de aarde; want het oog weidt over de plaats waar de kribbe stond, zowel als over de stad Jeruzalem en de Olijfberg, de plaats van Zijn kruisiging en van Zijn hemelvaart. Daar speelt de Idylle, hier de Epos en het Drama van de geschiedenis van de Heiland.” Het veld in de nabijheid van het klooster heet de erwtenakker, en wordt als de plaats aangewezen, waar de profeet Habakuk met zijn eten door de Engel bij het hoofdhaar gegrepen en naar Babel bij Daniël in de leeuwekuil gezet werd (van de draak vs.32vv.). Ook zal dit de plaats zijn, waar de Engel des Heeren 185.000 man van Sanherib sloeg (2 Koningen .19:35v.).
Ongeveer 1/2 uur van Mar Elias, meer naar het zuiden, komen wij aan het graf van Rachel (Genesis35:19vv.). Ongeveer 1/2 uur zuidwestelijk daarvan ligt een christelijk dorp Beit Schala, dat volgens het verhaal de merkwaardige eigenschap heeft, dat geen Moslim hier langer dan twee jaar in leven blijft; velen houden het voor de plaats Zela, waar de beenderen van Saul en van Jonathan begraven werden (Joz.18:28; 2 Samuel .21:14), wat echter niet overeenkomt met de daar aangeduide ligging in het gebied van Benjamin. Wanneer wij niet naar dit van onze weg afgelegen dorp trekken, maar op de rechte weg ons verder naar het zuiden wenden, zien wij, na een tocht van 1/2 uur Bethlehem, voor ons, schilderachtig gelegen op twee middelhoge heuvels, die door een korte hoogte verbonden zijn, waarop de stad zich grotendeels uitbreidt. Eerst zien wij op de oostelijke hoogte kloostergebouwen als vestingen gebouwd, omgeven door een krans van vriendelijke tuinen; daar achter ligt de stad zelf naar het westen. Hier is de plaats, waar de Heiland van de wereld geboren werd; zij werd, zoals men zegt, reeds vroeg als die plaats aangewezen, zodat keizer Hadrianus (hij regeerde van 117-138 na Chr.), die de opstand van de Joden onder Bar-chocba onderdrukte, tot hoon van de Christenen daar een tempel liet bouwen gewijd aan Adonis, de lieveling van de godin Venus. Toen later de Romeinse keizers het Christendom aannamen, liet Helena, de moeder van Constantijn de Grote (van 323-337) volgens anderen Eudoxia, de gemalin van Theodosius (van 379-395) de tempel wegruimen en over de grot (Luk.2:7) een kerk bouwen, die in pracht en schoonheid alle kerken te Jeruzalem overtrof, zoals zij nog heden haar gelijke in de wereld niet heeft. Zij is onder de overige gebouwen van de oostelijke heuvel (een Franciskaner, een Grieks en een Armeens klooster) duidelijk te kennen aan haar schuin dak, en aan Maria met de bijnaam “bij de kribbe” (Mariae de praesepio) toegewijd. De kerk is in de vorm van een kruis gebouwd, van het westen naar het oosten gericht; het schip rust op 48 zuilen van bruinachtig geel marmer, dient echter nu alleen voor een ongebruikt voorportaal, dat door een muur van het overig gedeelte van het kruis, van het koor afgescheiden wordt. Hier bevindt zich het hoogaltaar en ter rechterzijde een altaar voor de Armeniërs. Aan elke zijde van het allerheilige leidt een trap in de grot onder het hoogaltaar. Het laatste (Lu 2:7) heeft ongeveer een lengte van 37, een breedte van 12 en een hoogte van 9 voet. Dadelijk onder het altaar, aan de oostelijke muur, wijst een marmeren nis de plaats van de geboorte van de Heere aan, een zilveren ster op de grond heeft het opschrift: “Hic de virgine Maria Jesus Christus natus est” (hier is Jezus Christus geboren uit de maagd Maria). Weinige schreden van daar is een tweede nis met de in de rots uitgehouwen kribbe, waarin Maria het kind legde; ook deze is thans met marmer ingelegd. De grot is met rode, in goud stralende zijden stoffen behangen en wordt door 32 lampen verlicht. Aan het einde daarvan, tegenover de plaats van Jezus geboorte leidt een uit de rots gehouwen onderaardse gang, die aan de Franciskaners behoort (het hoofddeel van de kerk met de grot is in het bezit van de Grieken) in een dieper liggende grot; deze zal de cel zijn, die Hiëronymus, onder wiens bescherming de kerk stond, bewoonde (vgl. bij Luk.2:20) en waarin hij de Bijbel in het Latijn (Vulgata) vertaald heeft. Dadelijk daarnaast bevindt zich zijn graf; maar later is zijn gebeente naar Maria Maggiore te Rome gevoerd. Een trap voert van daar naar de kapel van de Franciskaners, en van hier uit verder op de grote terrassen van het Latijnse klooster. Van hier zien wij naar het zuidoosten ongeveer 1/2 uur van de stad, het veld, waarop de herders geweest zouden zijn, toen de heerlijkheid van de Heere hen omscheen en de Engel hun de Kerstboodschap bracht (Luk.2:8vv.). Het is een dal, dat prijkt met vriendelijke velden en weiden, met rijke schaduw van statige terebinten en omgeven is door heuvels van witte kalkrotsen. Wij geven hier een afbeelding van Beth-Sahur, het dal van de herders, met de Frankenberg op de achtergrond, omdat dit waarschijnlijk de plaats is geweest, waar Ruth haar aren oplas (2), Boaz ontmoette en David nog als schaapherder de Heere zijn liederen leerde zingen, die Zelf hem leidde in groene weiden. De opmerkingen over de omstreek van Bethlehem in het zuiden geven wij bij 1 Samuel .9:5.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Zij bedoelden maar een kleine tijd in Moab te zijn — net zoals christenmensen, wanneer zij in gelijkvormigheid aan de wereld vervallen, het maar één keer van plan zijn. Maar het gaat hun zoals hier geschreven staat: “en zij bleven aldaar omtrent tien jaren”.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Ruth 1
Ruth 1:1.KruisverwijzingenGenesis 12:10→Genesis 26:1→Psalmen 105:16→Richteren 17:8→Ezechiël 14:13→Genesis 43:1→Richteren 12:8→Jeremia 14:1→
— In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen.
Dat was een kwade stap van hen: beter armoede bij het volk van God dan overvloed buiten het land van het verbond.
Ruth 1:2.KruisverwijzingenGenesis 35:19→Micha 5:2→1 Samuël 17:21→1 Samuël 1:1→
— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
“Elimelech” betekent: “mijn God is Koning”. Een man met zo’n naam had het koninkrijk niet moeten verlaten waar zijn God Koning was. Maar sommige mensen zijn de namen die zij dragen niet waardig.
Ruth 1:2.KruisverwijzingenGenesis 35:19→Micha 5:2→1 Samuël 17:21→1 Samuël 1:1→
— De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar.
Dat is doorgaans wat er gebeurt: wie naar het land Moab gaan, blijven daar. Wanneer christenen van hun afgezonderd leven weggaan, zijn zij zeer geneigd in die toestand te blijven. Het mag gemakkelijk zijn te zeggen: “Ik zal maar even van het christelijke pad afstappen”, maar het is niet zo gemakkelijk terug te keren. Doorgaans houdt het een of ander ons vast; de vogellijm vangt de vogels van het paradijs en houdt ze gevangen.
Ruth 1:3-4.KruisverwijzingenMattheüs 1:5→Psalmen 34:19→2 Koningen 4:1→Hebreeën 12:6→Hebreeën 12:10→Deuteronomium 23:3→1 Koningen 11:1→Deuteronomium 7:3→
— En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren.
Dat was ongeveer tien jaar te lang. Waarschijnlijk waren zij niet van zin zo lang te blijven toen zij erheen gingen; zij bedoelden maar een kleine tijd in Moab te zijn — net zoals christenmensen, wanneer zij in gelijkvormigheid aan de wereld vervallen, het maar één keer van plan zijn, misschien “ter wille van de meisjes, om hun een beetje onder de mensen te brengen”. Maar het gaat hun zoals hier geschreven staat: “en zij bleven aldaar omtrent tien jaren”.
Ruth 1:5.KruisverwijzingenLukas 7:12→Jesaja 49:21→Deuteronomium 32:39→Jeremia 2:19→Mattheüs 22:25→Psalmen 89:30→
— En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man.
Dat scheen haar grootste smart te zijn: dat zij overbleef. Zij zou tevreden geweest zijn met hen mee te gaan, maar zij bleef over om hun verlies te bewenen.
Ruth 1:6.KruisverwijzingenPsalmen 132:15→Exodus 4:31→Mattheüs 6:11→Lukas 1:68→Exodus 3:16→Psalmen 111:5→Lukas 19:44→Psalmen 145:15→
— Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood.
Het is vaak zo dat wij, wanneer onze afgoden gebroken zijn, tot onze God terugkeren. Het is vaak zo dat het verlies van aardse goederen ons doet terugkeren tot onze eerste Man, want dan gevoelen wij dat het ons toen beter ging dan nu.
Zijn er onder ons die belijdenis doen en toch een lange weg van God afgedwaald zijn? Ik zou willen dat u wist welk een overvloed er in het huis van de grote Vader is, en welk een gezegend feestmaal er is voor hen die bij Hem wonen. In dat land is geen hongersnood; er is overvloed van blijdschap, overvloed van troost, overvloed van al wat verheugend is. U hoeft niet naar Moab te gaan en naar haar valse goden om genoegen en voldoening te vinden.
Ruth 1:7-9.KruisverwijzingenRuth 3:1→Ruth 1:5→Ruth 2:20→2 Koningen 8:3→Ruth 1:10→Ruth 1:14→Exodus 18:27→Filippenzen 4:18→
— Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda, Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij. De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
Het scheiden was hun smartelijk, want zij hadden hun schoonmoeder lief — een allerzelfverloochenendst mens, die, al was het haar een troost hun gezelschap te genieten, meende dat het in tijdelijk opzicht beter voor hen zou zijn in hun eigen land te blijven.
Ruth 1:10-14.KruisverwijzingenDeuteronomium 25:5→Genesis 38:11→Job 19:21→Richteren 2:15→Psalmen 32:4→Genesis 17:17→Psalmen 38:2→Spreuken 17:17→
— En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk. Maar Naomi zeide: Keert weder, mijn dochters! Waarom zoudt gij met mij gaan? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij u tot mannen zouden zijn? Keert weder, mijn dochters! Gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde; Zoudt gij daarnaar wachten, totdat zij zouden groot geworden zijn; zoudt gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Niet, mijn dochters! Want het is mij veel bitterder dan u; maar de hand des HEEREN is tegen mij uitgegaan. Toen hieven zij haar stem op, en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan.
Welk een verschil is er vaak tussen twee mensen die op hetzelfde ogenblik onder godsdienstige indrukken staan! De ene zou Jezus wel willen volgen, maar de prijs is te veel om te betalen; en zo is er een kus die enigszins op die van Judas lijkt, en Orpa gaat terug naar haar volk en naar haar afgoden. Maar hoe geheel anders was het andere geval! Ruth was als het ware aan Naomi vastgeklonken; zij “kleefde haar aan”, en zij was er niet toe te brengen met haar zuster terug te gaan.
Ruth 1:15-17.Kruisverwijzingen1 Samuël 3:17→Richteren 11:24→Ruth 2:11→2 Korinthe 6:16→Jesaja 14:1→1 Samuël 25:22→2 Koningen 6:31→2 Samuël 19:13→
— Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na. Maar Ruth zeide: Val mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u weder te keren; want waar gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk, en uw God mijn God. Waar gij zult sterven, zal ik sterven, en aldaar zal ik begraven worden; alzo doe mij de HEERE en alzo doe Hij daartoe, zo niet de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en tussen u!
Dat was dapper gesproken, en zij meende het ook. Ik ben verheugd te zien dat wie lid van een gemeente willen worden, belijdenis van het geloof doen voor de gemeente. Het doet de man, de vrouw, de jongen of het meisje — wie het ook is — zoveel goed om ten minste één keer recht voor de dag te zeggen: “Ik ben een gelovige in de Heere Jezus Christus, en ik schaam mij er niet voor.”
Wanneer mensen eenmaal Christus voor de mensen belijden, zijn zij geneigd het elders weer te doen. En zo verkrijgen zij een soort vrijmoedigheid en openhartigheid in godsdienstige zaken — en een heilige moed als navolgers van Christus — die meer dan opweegt tegen alle zelfverloochening en beving die de poging hun gekost mag hebben. Ik denk dat Naomi er recht aan deed Ruth als het ware te dringen tot deze dappere stap, waarin het voor haar een volstrekte noodzaak werd haar toewijding uit te spreken. Wat is er voor een van ons om zich over te schamen in het erkennen dat wij de Heere Jezus Christus toebehoren?
Ruth 1:18.KruisverwijzingenHandelingen 21:14→Efeze 6:10→Handelingen 2:42→
— Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken.
Dat is een treffende uitdrukking: “Als zij nu zag, dat zij vastelijk voorgenomen had met haar te gaan.” O jullie lieve jonge vrienden die christen willen worden, wat zijn wij blij wanneer wij zien dat u vastelijk voorgenomen hebt met het volk van God te gaan! Er zijn zovelen die snel heet en snel koud zijn — spoedig opgewekt tot goede dingen, en bijna even spoedig bekoelt hun vuur, en zij gaan terug in de wereld. Vraag toch de Heere u een vast voornemen te geven. Dit is een van de beste gestalten van gemoed waarin een van ons kan zijn.
Ruth 1:19.KruisverwijzingenMattheüs 21:10→Jesaja 23:7→Klaagliederen 2:15→
— Alzo gingen die beiden, totdat zij te Bethlehem inkwamen; en het geschiedde, als zij te Bethlehem inkwamen, dat de ganse stad over haar beroerd werd, en zij zeiden: Is dit Naomi?
Zij schenen allen de deur uit te komen om deze twee vreemdelingen te bekijken, en vooral Naomi, want zij was zo anders dan zij geweest was toen zij wegging. En zij zeiden: “Is dit Naomi?” Sommigen zeiden het vragend. Anderen zeiden het met verbazing, als iets ongelooflijks: “Dít Naomi! Hoe kan zij dezelfde vrouw zijn?” Niemand schijnt gezegd te hebben: “Kom in ons huis om te overnachten”, maar allen vroegen: “Is dit Naomi?”
Ruth 1:20.KruisverwijzingenJob 6:4→Klaagliederen 3:1→Exodus 6:3→Psalmen 88:15→Genesis 43:14→Hebreeën 12:11→Jesaja 38:13→Job 5:17→
— Maar zij zeide tot henlieden: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan.
“Noemt mij niet Naomi” — dat is: “liefelijke”; “noemt mij Mara” — dat is: “bittere”. Het was jammer dat Naomi dat zei; en toch vrees ik dat velen van ons hetzelfde gedaan hebben. Wij hebben niet zo’n lieflijk getuigenis aan de Heere gegeven als wij hadden kunnen doen, maar wij hebben smartelijk gejammerd gelijk deze arme vrouw.
Ruth 1:21.KruisverwijzingenJob 1:21→1 Samuël 2:7→Job 13:26→Job 16:8→Maleachi 3:5→Job 10:17→
— Vol toog ik weg, maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren; waarom zoudt gij mij Naomi noemen, daar de HEERE tegen mij getuigt, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft?
“Vol toog ik weg” — waarom bent u dan uitgegaan? “maar ledig heeft mij de HEERE doen wederkeren” — ach, maar Hij heeft u ook weer thuisgebracht. O, als zij maar gelet had op de barmhartigheid die in dit alles lag, dan zou zij nog altijd als Naomi gesproken hebben; maar nu spreekt zij als Mara: bitterheid.
En toch is het een lieflijke zaak de hand van God in onze verdrukking te kunnen nawijzen, want er kan uit die hand niets tot een van Zijn kinderen komen dan wat goed en recht is. Het zijn de handen waarvan de Heere zegt: “Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd” (Jes. 49:16). Zo mogen wij ervan verzekerd zijn dat er uit die handen niets kan komen dan wat de oneindige wijsheid richt en de oneindige liefde verordend heeft.
Ruth 1:22.KruisverwijzingenRuth 2:23→2 Samuël 21:9→Exodus 9:31→
— Alzo kwam Naomi weder, en Ruth, de Moabietische, haar schoondochter, met haar, die uit de velden Moabs wederkwam; en zij kwamen te Bethlehem in het begin van de gersteoogst.
Dat is: in de tijd van het pascha. Laten wij hopen dat zij een zegen ontvingen in het waarnemen van de instellingen van die tijd, en dat zij zo geholpen werden om terug te komen tot de enige rechte en gelukkige gestalte van hart.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-22.KruisverwijzingenGenesis 12:10→Psalmen 132:15→Exodus 4:31→Ruth 3:1→Genesis 26:1→Genesis 35:19→Mattheüs 1:5→Mattheüs 6:11→
— In de dagen, als de richters richtten, zo geschiedde het, dat er honger in het land was; daarom toog een man van Bethlehem-Juda, om als vreemdeling te verkeren in de velden Moabs, hij, en zijn huisvrouw, en zijn twee zonen. De naam nu dezes mans was Elimelech, en de naam zijner huisvrouw Naomi, en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden Moabs, en bleven aldaar. En Elimelech, de man van Naomi, stierf; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen. Die namen zich Moabietische vrouwen; de naam der ene was Orpa, en de naam der andere Ruth; en zij bleven aldaar omtrent tien jaren. En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook; alzo werd deze vrouw overgelaten na haar twee zonen en na haar man. Toen maakte zij zich op met haar schoondochters, en keerde weder uit de velden van Moab; want zij had gehoord in het land van Moab, dat de HEERE Zijn volk bezocht had, gevende hun brood. Daarom ging zij uit van de plaats, waar zij geweest was en haar twee schoondochters met haar. Als zij nu gingen op den weg, om weder te keren naar het land van Juda, Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert weder, een iegelijk tot het huis van haar moeder; de HEERE doe bij u weldadigheid, gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij. De HEERE geve u, dat gij ruste vindt, een iegelijk in het huis van haar man! En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden; En zij zeiden tot haar: Wij zullen zekerlijk met u wederkeren tot uw volk.
Ten gevolge van een hongersnood, die ten tijde van de richters in Kanaän is uitgebroken, verhuist een man van Bethlehem-Juda, Elimelech genaamd, met zijn vrouw Naomi en zijn beide zonen, Machlon en Chiljon, naar het land van de Moabieten. Hier sterft de man. De beide zonen huwen met twee Moabitische dochters, Orpa en Ruth, en sterven de een na de ander zonder kinderen achter te laten. Na een tienjarig verblijf in het land van de Moabieten, vertrekt Naomi weer naar haar land, omdat zij hoort, dat de Heere zich weer genadig tot Zijn volk gewend en aan het land weer brood gegeven heeft. Van de beide, haar vergezellende schoondochters, keert Orpa op aandringen van Naomi terug, maar Ruth kan door geen dwangreden bewogen worden, om haar schoonmoeder te verlaten, en de God van Israël voor de afgoden van Moab te verruilen. Beide in Bethlehem aangekomen, wekken de opmerkzaamheid van de vrouwen op, en Naomi klaagt over het bittere leed, dat zij gedurende haar afwezigheid, heeft moeten ondervinden.
In de dagen, toen in Israël, behalve de gewone richters, die met de ambtlieden (Deuteronomium 16:18) recht spraken, de voor buitengewone gevallen door God geroepen richters richtten, 1) en wel waarschijnlijk in de zevenjaar van verdrukking (1216-1209 v. C.), ten gevolge van de rooftochten van de Midianieten (Richteren 6:1vv.), zo gebeurde het, dat er honger in het land was; daarom trok een man van Bethlehem (= huis van het brood) in de stam van Juda, te onderscheiden van Bethlehem in Zebulon (Joz.19:15 19.15), om als vreemdeling te verkeren, 2) zich een tijd lang op te houden totdat de nood voorbij was,in de velden van Moab, aan de overzijde van de Dode Zee (Nu 21:11), hij en zijn vrouw, en zijn twee nog ongehuwde zonen.
Naar zuivere chronologische berekening valt de geboorte van David, die 70 jaar oud, in het jaar 1015 v. Chr., stierf in het jaar 1085, d.i. 9 of 10 jaar na de overwinning over de Filistijnen onder Samuël, of na het ophouden van hun 40-jarige heerschappij over Israël en slechts 97 jaar na de dood van Gideon. David nu was de jongste van de 8 zonen van Isaï. Rekenen wij nu zijn geboorte in het 50ste levensjaar van zijn vader, zo was Isaï in het eerste jaar van de 40-jarige onderdrukking van de Filistijnen, of 48 jaar na Gideons dood, geboren. Was nu wellicht ook Isaï een jongere zoon van Obed en zijn vader pas in diens 50ste levensjaar geboren, zo zou de geboorte van Obed in de laatste jaren van Gideon vallen. Hieruit volgt zoveel als ontwijfelbaar zeker, dat Boaz een tijdgenoot van Gideon was en dat de verhuizing van Elimelech naar Moab voorviel in de tijd van de Midianitische verdrukking.
Dit was niet, zoals de uitkomst geeft te zien, naar de wil van God. Dat wil zeggen, Elimelech had daartoe van God geen bevel, zoals Abraham dat had. De hongersnood was een straf van God vanwege de zonde van het volk, en nu lag het niet op zijn weg, die straf te ontvluchten, maar voor God in de schuld te vallen en Hem te smeken, om de straf af te wenden en dan tevens om met zijn volk zich te keren tegen de verdrukkers. Evenmin als Abraham naar Egypte mocht gaan, evenmin deze man naar Moab.
Wel heeft God ook deze daad willen gebruiken, om daardoor Zijn Raad, in betrekking tot Ruth, uit te voeren, maar dat heft de schuld van Elimelech niet op. Hij deed dit niet, opdat Gods Raad zou worden vervuld, maar om zijn eigen leven, zoals hij meende, van de dood te redden.
De naam nu van dezen man was Elimélech, en de naam zijner huisvrouw Naómi en de naam zijner twee zonen Machlon en Chiljon, Efrathers, van Bethlehem-Juda; en zij kwamen in de velden van Moab en bleven aldaar.
En Elimelech, de man van Naomi, stierf 1) korte tijd na de verhuizing; maar zij werd overgelaten met haar twee zonen.
Wij handelen dwaas, wanneer wij menen het kruis te zullen ontlopen, dat op onze weg ligt en dat wij daarom behoorden op te nemen. Hadden alle Israëlieten gedaan zoals hij deed, het land Kanaän zou dan welhaast ontvolkt geworden zijn (Ru 1:3).
In plaats van met haar volk God om redding te smeken was deze familie heil gaan zoeken in het land van de vijanden, waar de afgoden gediend werden. Zij was niet heengegaan op bevel van God als een Abraham; zij waren gegaan in een land, waar God niet woonde. Hun uitgaan was niet onder de zegen van de Heere, daarom kon ook de uitslag niet gezegend zijn.
Die namen zich Moabitische vrouwen, 1) dat volgens de wet wel niet verboden was, maar toch altijd veel bedenkelijks had, omdat de Moabieten afgodendienaars waren (Le 18:21″ en 1 Koningen .11:7); de naam van de ene, de vrouw van Chiljon, was Orpa, en de naam van de andere vrouw, van Machlon, die tevens erfgenaam van het vaderlijk goed te Bethlehem was (4:10), Ruth. En zij bleven aldaar, in het land van de Moabieten, omtrent tien jaar; zo keerden zij ook niet terug naar Kanaän, nadat Gideon (Richteren 8:28) de vrede hersteld had.
Het huwelijk met de Moabieten was niet verboden, wel met de Kanaänieten. Toch mocht geen enkel Moabiet in de vergadering komen (Deuteronomium 23:4).
En die twee, Machlon en Chiljon, stierven ook 1) zonder kinderen achter te laten; zo werd deze vrouw, Naomi, overgelaten, na haar twee zonen en na haar reedseerder gestorven man.
Toen Naómi haar man verloren had, vestigde zij haar toegenegenheid en haar vertrouwen des te meer op haar zonen en zij meende, onder de schaduw van deze nog levende vertroostingen onder de heidenen te zullen leven, maar ziet zij verdorde, evenals de wonderboom, waarover Jona zich verblijd had met grote blijdschap (Ru 1:5).
Ziet hier 1e. dat waar wij ook gaan, wij de dood niet kunnen ontvluchten, wiens onvermijdelijke pijlen aan alle plaatsen vliegen; 2e. dat wij geen voorspoed kunnen wachten, wanneer wij de weg van God verlaten. Hij, die zijn leven door zijwegen wil behouden, zal het verliezen; 3. dat de dood, wanneer hij in een gezin komt, dikwijls breuk op breuk maakt. De een is weggenomen om de ander voor te bereiden spoedig te volgen.
Ook ik was in Bethlehem geboren en mijn vaderland was het lieve Kanaän. De heilige doop had mij opgenomen in het genadeverbond en in Gods erfdeel overgezet. Het verbond met Christus, de voor mij gestorven en opgestane Levensvorst, dat is mijn Bethlehem, mijn broodhuis, mijn thuis, en daar zijt ook gij thuis niet door het recht van de natuur, maar door het geestelijk recht van de genade. O, dat wij die woning nooit verlaten hadden. Welke goede namen hadden wij in dit Bethlehem. De naam van Elimelech en van zijn huisgenoten zal ons daaraan herinneren. Elimelech betekent “mijn God is koning.” Zo was ook over ons gesproken door de Heilige doop: Uw God is koning en gij zijt een kind en erfgenaam van de grote Koning. Naomi betekent de vrolijke, en verheugd mogen ook wij zijn als leden van het lichaam van de Heere. In het stadje Bethlehem heeft de naam Machlon, “zanger” betekenis, want daar is het: “Psalmzingt de Here in uw hart”. Daar wijst de naam Chiljon, “de volkomene” op de roeping van de kinderen van God om volkomen te worden, zoals Hij is, die hen geroepen heeft. Wie zal zo dwaas zijn, dit geestelijk huis te verlaten? En toch heeft Elimelech met vrouw en kinderen Bethlehem verlaten en is naar Moab verhuisd. De moeilijkheden dreven hen naar den vreemde. Ach ja, de moeilijkheden zijn het, die vele zielen uit de staat van de genade in de boze wereld drijven; zij herhalen de geschiedenis van de verloren zoon en dus verlaten van het vaderlijk huis. In dat huis is het hun te eentonig, de christelijke tucht behaagt hun niet. Daar kunnen zij niet in luidruchtigheid leven, niet vloeken, drinken, razen: hun streven, hun begeren is naar Moab, en helaas! Het is waar, in ons allen, die in zonde ontvangen en geboren zijn, is van nature een krachtige begeerte om naar Moab te reizen, aangeboren. In Moab moge nog menigeen van Lot en zijn geloof (Genesis19:36vv.) vertellen, moge nog menige vrome herinnering in de mond van het volk leven, maar de Moabieten waren desalniettemin heidenen, afgodendienaars geworden, bovendien Israëls verklaarde vijanden (Num.22:2-25:2), en dat was voor Elimelech geen goede omgeving. Ook de wereld heeft een zekere vrome buitenzijde. Vrome overleveringen worden niet veracht, men moet alleen niet al te vroom willen zijn. Goede spreuken en liederen worden ook nog gewaardeerd, maar zij moeten niet al te veel over Jezus handelen; en, wat ik u bidden mag, noemt bij de kinderen van de wereld de duivel niet, dat kunnen zij en dat kan de vorst van deze wereld niet verdragen. Goede werken, zedigheid en openlijke milddadigheid, zelfs vijandsliefde hebben ook in de wereld een goede naam, maar men moet van het menselijk verderf en de zonde niet spreken, de mens niet voorstellen als zonder enige verdienste, noch van het bloed van Christus getuigen, dat van alle zonden reinigt. Goed bezien is toch de wereld naar haar wezenlijke aard duisternis, is zij vijandig tegen Jezus, ondanks alle misleidende buitenzijden; en de goden, die men wierookt, zijn de Mammon, de begeerlijkheid van het vlees, de eer, de buik en de opperste van alle goden is het lieve Ik.
Wij denken aan de tijd, toen wij nog wereld waren; wat vrucht hadden wij toen van de dingen, waarover wij ons nu schamen, want het einde van ons werelds leven is de dood. Het gaat altijd van de Heiland af; het hart krijgt de dingen van deze wereld lief en laat zich steeds meer met de wereld in, evenals Elimelechs zonen heidense vrouwen namen. De ene heette Orpa, d.i. “de hardnekkige”, de andere Ruth d.i. “de blote”. Van zodanige aard zijn de echtgenoten van de kinderen van de wereld; hardnekkig tegenstreven tegen de vermaningen van het aanklagend geweten, blote ogen, die van de heerlijkheid van de staat van de genade niets zien; dat zijn de kentekenen van hen, die van God vervreemd zijn. Elimelech sterft: ach, in het leven van de wereld houdt het koninklijk bestuur van mijn God over mijn hart op; ik waan vrij te zijn in mijn zondendienst, de genade gaat verloren, het geestelijk leven wordt gemist. Machlon sterft; het vrolijk gezang verstomt, andere liederen klinken. Chiljon sterft, het najagen van de volmaaktheid heeft een einde genomen. De vreugde van de wereld eindigt in ellende en werkt de dood. O, dat allen het erkenden, dat zij als de verloren zoon hun ellende voelden, dat wij als Naomi ons verlies beweenden en heimwee voelden, heimwee om de wereld te verlaten, heimwee naar het heilige land, naar de staat van de genade.
Toen alzo geen banden haar meer vasthielden aan haar tegenwoordige verblijfplaats, maakte zij zich op met haar schoondochters, die tot hiertoe trouw bij haar gebleven waren, en keerde terug uit de velden van Moab; want zij hadgehoord in het land van Moab, dat de HEERE, reeds sinds 6 of 7 jaar Zijn volk 1) weer in genade bezocht 2) had, hen reddende uit de verdrukking van de Moabieten, en gevende hun brood, zodat er voor haar geen reden meer was, om langer van haar stad verwijderd te blijven.
De Heere had van Naomi al haar vertroostingen in het land van Moab weggenomen, opdat er weer bij haar een verlangen zou komen naar het erfgoed van de vaderen. Hij had haar weg met doornen bezaaid, opdat zij zou terugkeren naar het land, dat zij tegen Zijn wil had verlaten.
Het gelovige volk van Israël leeft geheel in de aanschouwing van de Godsregering. Alles komt van Hem.
Deze uitdrukking, dat de Heere Zijn volk bezocht, en wel in genade, komt zeer dikwijls voor. Men zie Genesis21:1 Exod.4:31; 1 Samuel .2:21 Psalm 80:15 Jes.23:17 Zach. 10:3 Luk.1:68. Zij dient om de terugkerende genegenheid voor Zijn volk, of voor enkele personen, aan te duiden, na dagen van verberging van Zijn aangezicht of van beproeving.
Daarom ging zij uit 1) van de plaats, waar zij geweest was, en haar twee schoondochters met haar. Toen zij nu gingen op de weg, waarlangs zij vroeger met haar man en haar twee zonen gekomen was om terug te keren naar het land van Juda, naar Bethlehem.
Dit geldt alleen voor Naomi, want Orpa en Ruth waren niet in Kanaän geweest. Ook was het doel van de jonge weduwen, ten minste niet dat van Orpa, om naar Kanaän te gaan. Zij was oorspronkelijk van plan en wellicht ook Ruth, om haar schoonmoeder te begeleiden tot de grenzen van Kanaän.
Zo zei Naomi, toen zij aan de grenzen gekomen was, of bij de Arnon, de noordelijkste grensrivier van Moab, of aan de Jordaan bij het veer Helu, tot haar twee schoondochters: Gaat heen, keert terug, een ieder tot het huis van haarmoeder; 1) zoekt daar een rustplaats voor de tijd van uw weduwschap; de HEERE, de God van Israël, doe bij u weldadigheid, zoals gij gedaan hebt bij de doden, bij mijn beide zonen en bij mij, 2) omdat gij hun goede vrouwen en mij trouwe schoondochters geweest zijt.
Dit bewijst niet, dat de vader overleden was. Die van Ruth leefde in elk geval, zoals uit 2:11 blijkt; maar Naomi spreekt zo, omdat een moeder beter kan troosten dan een vader, en omdat onder Moab de polygamie in gebruik was, zodat iedere vrouw haar eigen woning had.
Men mag in geloof bidden en verwachten, dat God in liefde zal handelen omtrent degenen, die liefdadig omtrent hun nabestaanden gehandeld hebben (Ru 1:8).
De HEERE geve u, dat gij rust vindt, een iegelijk in het huis van haar man. En als zij haar kuste, hieven zij haar stem op en weenden;
En zij zeiden tot haar: Wij zullen niet terugkeren tot het huis van onze moeders, maar zeker met u 1) terugkeren tot uw volk.
Vroeger en later is geklaagd over de verhouding van schoondochters en schoonmoeders. Plutarchus vertelt, dat in het Afrikaanse Leptis de gewoonte bestond, dat de bruid dadelijk na de bruiloft tot haar moeder zond en haar om een pot liet vragen, deze het echter weigerde, onder voorwendsel, dat zij er geen had, opdat de jonge vrouw spoedig de stiefmoederlijke gezindheid van de schoonmoeder zou leren kennen en in vervolg van tijd, wanneer meer verdriet ontstond, niet zo licht in toorn zou ontsteken. Bij Terentius (Hecyr. 2:1,4) beklaagt zich Laches, dat alle schoonmoeders van ouds af haar schoondochters gehaat hebben (uno animo omnes socrus oderunt nurus). In zijn satire tegen de vrouwen dicht Juvenalis (6. 231) op enigzins ruwe wijze, dat de echtelijke vrede onmogelijk was, zolang de schoonmoeder leefde (desperanda salva concordia socru). Het familieleven van Naomi geeft ons niets hiervan te zien, integendeel zij beminnen elkaar wederzijds. Dat is de vrucht van het geloof in de HEERE. Ruth en Orpa voelden de indruk van de hoge zedelijkheid, die uit ieder Israëlitisch gezin uitstroomde. Zij hebben niet alleen de belijdenis van de HEERE gehoord, maar ook de indruk daarvan in het leven gezien. Wat zij gedaan hebben en bereid zijn nog te doen is daarvan het gevolg. Nationale scheiding wordt niet door prediking van de leer, maar door die van het leven weggenomen.
In het Hebreeuws Ki-itthâk. Het eerste woord dient, om de zaak te bevestigen. Het woord zeker is zo bevestigend mogelijk.
Uit het vervolg van de geschiedenis mogen wij opmaken, dat het bij Ruth voortkwam uit een wel gevestigde overtuiging en dat Orpa het slechts zegt in navolging van haar schoonzuster. Ook is het niet onwaarschijnlijk, dat Ruth alleen gesproken heeft. Het komt toch meer voor, dat, waar één slechts een zaak doet, het van beiden gezegd wordt, dat een deel voor het geheel wordt genomen.
Maar Naomi wilde hen van een besluit afbrengen, dat hen wel spoedig zou berouwen, indien geen diepere grond dan ogenblikkelijke gemoedelijkheid bij haar bestond, en zei: Keert terug, mijn dochters! 1) waarom zou gij met mij gaan in een u vreemd land, waar gij buiten mij niemand hebt, die voor u zorgen kan; en ik zelf, wat vermag ik voor u? Heb ik nog zonen in mijn lichaam, dat zij, opgegroeid volgens de eis van de Leviraatsecht (De 25:5) u tot mannen zouden zijn?
Op allerlei wijze probeert Naomi haar schoondochters te bewegen om terug te keren. Van de verschillende gevallen, die zij stelt, waaruit Orpa en Ruth nog reden zouden kunnen nemen, om met haar te gaan, is het ene nog onmogelijker dan het andere. Eén geval verzwijgt zij, n.l. dat zij in het land Kanaän nog eens tot een huwelijk zouden kunnen komen, en wel omdat zij Moabitische vrouwen waren. Met echt vrouwelijke tact en tederheid roert zij dit geval niet aan. Of Naomi het gedaan heeft, om haar schoondochters te beproeven, wij geloven het niet, maar toch ging het niet buiten de leiding van de Goddelijke Voorzienigheid om. Immers, waar Orpa er door bewogen werd om naar haar land terug te keren, daar had het op Ruth de invloed om zich des te vaster aan haar schoonmoeder te verbinden.
Keert weder, mijn dochters, gaat heen; want ik ben te oud om een man te hebben. Wanneer ik al zeide: Ik heb hoop, of ik ook in dezen nacht een man had, ja, ook zonen baarde,
Zoudt gij daarop wachten, totdat zij groot geworden zouden zijn, al die vele jaren wachten, totdat zij konden huwen? Zou gij daarnaar opgehouden worden, om geen man te nemen? Al was gij ertoe bereid, ik zou u daartoe niet willen veroordelen. Niet, mijn dochters, verenigt uw lot niet met het mijne! want het is mij veel bitterder dan u, 1) maar de hand van de HEERE is tegen mij uitgegaan 2) en al mijn levensgeluk is verwoest.
Dit betekent niet, zoals wel eens verklaard wordt, mij is het bitter om uwentwil, maar zoals hier zeer te recht staat; bitterder dan u. Uw leed, wil Naomi zeggen, is lang zo groot niet als het mijne. Ik ben geheel en al in een zeer gedrukte toestand gekomen. U kan nog de toekomst veel liefs bezorgen mij staat niet anders dan leed en droefheid te wachten. Zij voegt er dan ook terstond bij: Want de hand van de Heere is tegen mij uitgegaan, waarmee zij doelt op het verlies van haar man en van haar beide zonen.
Met deze laatste woorden blijft zij bij de belijdenis, dat “rijkdom en armoede en alle dingen niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand toekomen”. Maar zij kan onder dit alles zichzelf niet troosten, niet zingen noch jubelen! zij spreekt het uit, zoals het haar om het hart is, in alle eenvoud en oprechtheid. Ik kan u niet helpen, ik ben arm en ellendig, dat is nu zo Gods weg met mij, mij in de ellende te brengen.
Toen hieven zij van beide zijden haar stem op, en weenden opnieuw (vs.9), en Orpa, die tot terugkeren zich liet bewegen, kuste haar schoonmoeder 1) en ging heen naar haar land; maar Ruth kleefde haar aan, 2) vastbesloten vader en moeder en vaderland te verlaten (2:11) en mee naar Kanaän te gaan.
In Orpa zien wij een vriendelijk, hartelijk karakter duidelijk doorstralen. Zij was tien jaar lang een zeer lieve en liefhebbende vrouw geweest voor haar nu overleden man. Zij was voor haar schoonmoeder Naomi een liefhebbende dochter geweest. Zij kon niet gemakkelijk van haar scheiden. Toen Naomi opnieuw aandrong, dat zij terugkeren zou, hief zij haar stem op en weende. En zij kuste haar schoonmoeder hartelijk en keerde terug tot haar volk en haar goden. O, hoe veel aanvalligs is er in die tedere aandoening van de natuur! Wie zou geloven, dat daarachter een hart verborgen zit, zo zwart als de hel! (M’CHEYNE).
Op dezelfde wijze hebben sommigen achting en liefde voor de Heere Christus, en echter worden zij door Hem niet gezaligd, omdat zij hun harten niet buigen kunnen, om andere dingen, tot liefde voor Hem, te verlaten. Zij beminnen Hem en nochthans verlaten zij Hem, omdat zij Hem niet genoeg en andere dingen meer liefhebben (Ru 1:14).
Ware vroomheid heeft overal, waar zij gevonden wordt, de kracht, dat zij de harten van de mensen winnen kan. Zolang de kerk Naomi heet is er geen gebrek aan zodanigen, die tot haar willen behoren; maar wanneer zij als Mara verschijnt en met het kruis van Christus getekend wordt, dan treden velen terug.
Daarom zei zij: Zie, uw schoonzuster is teruggekeerd tot haar volk en tot haar goden (Num.21:29 Jer.48:7), ga ook gij uw schoonzuster achterna. 1)
Hier rijst de vraag op, of Naomi hier alleen zo gesproken heeft om de toestand van Ruths hart nauwkeuriger te beproeven of zij, “met ter zijde stelling van al het tijdelijke en opgeven van alle aardse hoop de God van Israël en haar standvastig zou aanhangen of niet.”
Of had de schoonmoeder alleen de aardse welvaart van haar schoondochter op het oog, en twijfelde zij zelf na zo droevige levenservaringen aan haar God, zodat haar raad ernstig gemeend was, zodat het haar weinig ter harte ging, of de beide schoondochters tot de vaderlijke godsdienst terugkeerden, waartoe zij van kindsbeen af behoord hadden, of dat zij tot het volk van Israël wilde overgaan, omdat er hoop op een tweede huwelijk en een betere toekomst voor haar was?.
Wij laten de beslissing aan de lezer over, maar merken op dat in het laatste geval Ruths geloof in Israëls God dan des te heerlijker is en beschamend voor Naomi’s kleingeloof en twijfel.
Maar Ruth zei met verheven, bijna dichterlijke woorden: spreek mij niet tegen, dat ik u zou verlaten, om van achter u terug te keren; want weer gij zult heengaan, zal ik ook heengaan, en waar gij zult vernachten, zal ik vernachten; uw volk is mijn volk en uw God is mijn God. 1)
Naomi was lieflijk en vroom. In haar ziet men, wat de apostel Petrus zegt (3:1), dat de ongelovigen door de wandel van de vrouw zonder woord gewonnen kunnen worden. Zij predikte in haar wandel de God van Israël met zachtmoediger en stille geest midden in Moab; daardoor werd de liefde, die zij won, ook een roem voor Israël en haar uitgaan een zending tot de ongelovigen.
Een oud kerkvader zegt van Ruth: “Wanneer in haar geen inspiratie geweest ware, zo zou zij niet gezegd hebben, wat zij zei, noch gedaan hebben, wat zij deed. Wat zullen wij het eerst prijzen? De liefde tot Israëls volk of haar onschuld, haar gehoorzaamheid of haar geloof? De liefde tot Israël. Want wanneer zij slechts de gemeenschap van een man verlangd had als een dartele persoon, zo zou zij liever een van de jongelingen gehad hebben. Omdat zij echter niet aan haar lust, maar aan haar geweten wil voldoen, koos zij een heilige familie boven een vrolijk leven”.
Ruth toont ons, hoe men bekeerd wordt, niet door woorden maar door wandel; niet door discussie maar door liefde, niet door de snelle kunst van een gevoelige prediking, maar door de lange plicht van het dagelijkse, zichtbare leven. Ruth toont wat zij verloochent, volk, land, ouders en alles uit liefde. Zij heeft eenmaal gesmaakt een Israëlitisch huis en hart. Wie Christus gesmaakt heeft, komt van Hem niet meer los; hij kan Hem niet verlaten, die allen lief heeft, voor allen leed, met allen weent en allen verlost. Dat joden en heidenen Christus smaken, wordt niet verkregen door uiterlijke verrichtingen, door dode werken, maar door gebed, dat in het leven van de Christenen als een welriekende reuk gezien wordt. Zal men tot dweepzieken, twistgierigen, zelfzuchtigen, gierigaards, zal men tot karakterlozen zeggen: Uw volk is mijn volk, uw God is mijn God?.
Ruth is een toonbeeld van waarachtige bekering tot God. Wij moeten de Heere tot onze God nemen. Deze God is mijn God voor eeuwig; ik verklaar Hem tot de mijne. Wanneer wij God tot onze God nemen, moeten wij Zijn volk tot ons volk nemen, wat ook zijn toestand zij; al zijn zij een arm en veracht volk, indien zij de Zijnen zijn, zij moeten de onze wezen. Wij moeten leven als zij leven; ons onderwerpen aan hetzelfde juk en het gelovig dragen, hetzelfde kruis opnemen en het vrolijk dragen, gaan waar God wil dat wij gaan, al is het in ballingschap, en blijven waar Hij wil, al is het in de kerker. Wij moeten besluiten te volharden en ons aanhangen van Christus moet nauwer zijn dan dat van Ruth aan Naomi. Zij besloot, dat niets dan de dood scheiding zou maken (vs.17), maar wij moeten besluiten, dat de dood ons zelfs niet zal scheiden van de liefde tot Christus; dan mogen wij verzekerd zijn, dat niets ons scheiden zal van ons geluk in Christus. Wij moeten onze zielen verbinden nooit deze heilige beloften te breken, maar dat wij de Heere willen aankleven. Wie het eerlijk meent, schrikt niet terug voor verzoeking.
Ook Ruth vertoont een aanvallige, vriendelijke geaardheid, maar ook haar hart was door de Geest van God getroffen. Naomi was niet alleen haar schoonmoeder geweest, maar zij was ook de moeder van haar ziel geworden. Zij had haar onderwezen in de weg van de zaligheid, en toen nu de dag van de beproeving aanbrak, en zij scheiden moest, óf van haar volk en haar goden, óf van haar geestelijke leermeesteres, voelde Ruth zich vast aan Naómi verbonden. (M’CHEYNE).
Ruth heeft door de wondere goedheid en ontferming van God Zijn dienst liefgekregen. Zij heeft Hem leren kennen als haar Verbondsgod, die ook haar heeft willen aanzien en ook voor haar gedachten van vrede heeft gehad. En daarom, waar het nu het keerpunt is, daar werkt dezelfde genade door en doet haar liever het leven in armoede en ellende kiezen met haar schoonmoeder, dan een leven vol genoegen in haar eigen vaderland. De smaad met het volk van God kiest ook zij boven de rijkdommen van Moab.
Waar gij zult sterven, zal ik sterven en daar zal ik begraven worden; alzo doe, mij de HEERE en, ik bezweer het u plechtig, alzo doe Hij daartoe, zo niet, de dood alleen zal scheiding maken tussen mij en u. 1)
Het is duidelijk niet alleen hartelijke liefde en gehechtheid aan haar schoonmoeder, die haar zo aan haar verbond, dat zij met haar leven en sterven wilde, maar tevens een, misschien nog niet tot helder bewustzijn gekomen trek van het hart tot de God van Israël en tot die zeden en gewoonten, die zij in haar huwelijk en in haar omgang met haar Israëlitische verwanten verkregen had, zodat zij van dit volk en van diens God niet wilde scheiden.
Deze liefde steunt op het natuurlijke niet. Er is noch voordeel, noch hoop, noch ijdelheid, die zich hier inmengt. Het is de liefde van hen die voor God door Zijn genade gewonnen zijn. Zij ademen niets dan liefde tot God en de broeders en zusters. Deze is de eeuwige liefde van de apostelen, die Franken en Grieken, Perzen en Scythen als hun eigen vlees en bloed bemind hebben. Zo’n liefde wandelde in de voetstappen van Christus. Zij was, waar Hij was. Elke belijdenis, martelaarschap, elk gebed, elke broederlijke gemeenschap komt voort uit de liefde van het bekeerde hart. Zij is het die daarvan getuigt en steeds brandender wordt, hoe dieper door de ziel het woord gaat. “Uw volk is mijn volk en uw God is mijn God”.
Ik spreek, omdat ik geloof; ik heb lief, omdat mij vele zonden vergeven zijn.
Met deze eed onderwierp zij zich aan de vloek van God, indien zij ooit Naomi zou verlaten, of de dienst van de Heere vaarwel zou zeggen. Het was dan wel een standvastige keuze, door Gods Geest in haar ziel ingewerkt.
Toen zij, Naomi, nu uit de zo-even gehoorde woorden zag, dat zij, Ruth, zich vast voorgenomen had 1) met haar te gaan, zo hield zij op tot haar te spreken, en haar tot terugkeren te dringen.
Letterlijk: stijf erop stond. En dit doet Naomi zwijgen. Nu Ruth verklaard heeft, dat Israëls volk haar volk zou wezen en Israëls God haar God, dat zij daarom zich in Israël wenst te doen inlijven en voorgoed met de afgoden heeft gebroken, nu was bij haar elk bezwaar opgelost en zal zij zich te midden van haar droefheid innerlijk verheugd hebben over de goede keuze van haar schoondochter. Nu was tevens het bezwaar opgeheven, dat zij nog wel een maal met een Israëlisch man door het huwelijk verbonden zou kunnen worden.
Het tot stand komen van de bekering is zo verschillend als de omstandigheden, de leidingen en het karakter van de mensen. Maar toch heeft elke bekering haar bepaalde tijd, haar “toen”. Toen Naomi onder de zware gerichten van God haar man en haar zonen verloren had en nu een eenzame weduwe geworden was, trok zij weer uit het land van de Moabieten. Toen de verloren zoon in de gelijkenis van de Heer al zijn goed doorgebracht had en men hem nauwelijks het voer van de zwijnen gunde, toen sprak hij: “Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan”. Dat is het “toen”, het gezegende uur; nood en droefheid zijn de cijfers, de goddelijke tucht is de wijzer. Wat Naomi tot terugkeren bewoog, was intussen niet alleen haar weduwenlot, er kwam een tweede zaak bij, die haar besluiten deed tot de reis; dat was het bericht, dat naar Moab gekomen was, dat de Here Zijn volk bezocht en brood gegeven had. Zo werkt ook in de voorbereidende genade, in het trekken van de Vader tot de Zoon van buitenaf het woord mee, het Woord van God, dat aan de ziel duidelijk maakt, hoe ellendig, hoe verloren zij in de wereld is; dat het neergebogen hart moed geeft en met beloften vertroost, dat de staat van de genade zo lieflijk, zo heerlijk voorstelt en verlangen opwekt om ook begenadigd te worden.
Zoals Naomi niet alléén naar Moab gekomen was, zo zou zij naar Bethlehem ook niet alleen terugkeren; zij vond gezelschap, en dat had voor haar waarde. Ook op de bekeringsweg gaan twee met ons en verschaffen ons onderhoud. Zie Orpa, de hardnekkige, en Ruth de vreesachtige gaan in uw gedachten met u. Naomi zendt haar begeleidsters weer naar huis. Zij stelt, vlak tegen elkander over, welke uitzichten haar schoondochters in Moab hebben, en wat hen in Israël wacht, en geeft de beweegredenen voor hun reis naar Bethlehem aan haar ernstige overweging over. Willen zij alleen om harent wil meegaan, aan haar de bejaarde, arme, kinderloze weduwe hebben zij niets. Zo schijnt ook het Woord van God door harde redenen de opgewekte zielen weer terug te stoten; het houdt ons de ontberingen in de staat van de genade, de ongunstige verhouding tegenover de wereld voor, terwijl de boze het verstaat in sterk sprekende beelden te schilderen, hoe bekoorlijk schoon het goddeloze leven in de wereld is; het geeft ons te overdenken, dat het de zodanigen, die om uitwendig voordeel of om mensen in het rijk van God willen ingaan, wenen ook misschien enige tranen, dat zij niet verder kunnen, maar gaan tenslotte naar Moab terug. Orpa nu, is de oude mens, de vleeslijke, de wereldse gezindheid in ons. Ruth daarentegen is het levend geloof, dat in het vreesachtige, ootmoedige aan zichzelf wanhopende hart wortelt. Het komt erop aan, wie van beiden, of de oude of de nieuwe mens in ons de overhand verkrijgt, daarnaar keren wij weer terug als Orpa, (1)of wij nemen het koninkrijk van de hemelen met geweld evenals Ruth.
(1) Volgens Berthean betekent de naam “terugkerende, de weggaande” (Partic. fem. van een werkwoord, dat afgeleid is van Pre = rug.
Zo gingen die beiden, en zetten hun reis onvermoeid voort, totdat zij te Bethlehem kwamen; en het geschiedde, toen zij te Bethlehem kwamen, 1) dat de gehele stad, en in het bijzonder het vrouwelijk gedeelte van de bevolking, over haar geroerd werd en zij zeiden: 2) Is dit Naomi? 3) Is zij, die in beklagenswaardige toestand tot ons komt, dezelfde, die hier bij ons woonde?
De geschiedenis zwijgt van de angsten, vermoeienissen en ontberingen van de reis. God brengt haar tenslotte op de begeerde rustplaats. Dertienhonderd jaar later naderde een nog meer verheven reizigster deze stad van haar voorouders, niet om het erfdeel van haar vaderen in bezit te nemen, maar om de bitterheid van onvriendelijkheid en verachting te voelen, zonder vrienden en arm, in een gevaarvol uur. Zij bracht haar eerstgeboren zoon in een stal ter wereld en legde hem in een kribbe. Maar door deze omstandigheid van geringheid en armoede was een openbaring van roem en macht van de Almachtige voorbereid. Van hoeveel betekenis zijn de geschiedenissen van deze arme vrouwen in de geschiedenis! Wat een vermaardheid hebben zij aan Bethlehem gegeven!.
In het Hebreeuws Wathomarna. Hieruit blijkt echter duidelijk, dat de vrouwelijk bevolking van Bethlehem aldus gesproken heeft, dat de vrouwen zich het meest verbaasd hebben over de veranderde gestalte van Naomi.
Uit de verbazing, die de inwoners van Bethlehem aangreep, is op te maken, dat zij vroeger in goede doen heeft verkeerd, en nu in alles haar vervallen staat was te merken, in voorkomen, kleding enz.
Het is goed wanneer wij soms in nood zijn, omdat deze de mens herinnert, dat hij zich in ballingschap bevindt.
Heeft God u lief gehad, zo heeft hij het u ook niet aan droefheid kunnen laten ontbreken. Daaraan ontbrak het ook niet.
Verwonderlijke lotsverandering in een tiental jaren! Rijken, gelukkigen, niet in hoogmoed te vast vertrouwd. Straks zou men ook van u kunnen vragen: “Is dit Naomi?”.
Maar zij zei tot hen: Noemt mij niet meer Naomi (= de liefelijke, vrolijke), noemt mij Mara (= de bittere); want de Almachtige 1) heeft mij grote bitterheid aangedaan.
Zij zegt niet de Heere, maar de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan. Opzettelijk gebruikt zij de naam van de Almachtige, omdat daarmee gedoeld wordt op de Heere, als degene, die het menselijk geslacht doet voortplanten. De zegen van moeder te blijven en van kindskinderen te zien, was haar ontnomen, zo meende zij. Later zou zij nog van goedertierenheid en van recht mogen zingen.
De naam Schadai = Almachtige komt vooral daar voor waar van de Heere gesproken wordt, als die vrucht geeft en het menselijk geslacht doet voortplanten (Genesis17:1; 28:3; 35:11; 48:3; 49:25 vooral dikwijls in het boek Job). Die God heeft van haar die zegen, namelijk van een geslacht, geweerd.
Vol trok ik weg (vs.1vv.), rijk in het bezit van man en twee zonen en met een hart vol verwachting voor de toekomst, maar leeg, van alle rijkdom en alle hoop beroofd, heeft mij de HEERE doen terugkeren; waarom zou gij mij Naomi noemen, omdat de HEERE tegen mij getuigt, omdat Hij getoond heeft mij te willen vernederen, en de Almachtige mij kwaad aangedaan heeft. Welke schoonheid of vreugde is nog bij mij?
Zij wist niet wat zij zei, want juist nu was zij pas rijk geworden in het bezit van haar, die zij met zich bracht, en die volgens de raad van de Heere de stammoeder van een grote koning niet alleen van David, maar zelfs van de Messias worden zou. Ook wij weten dikwijls niet, hoe rijk wij zijn, wanneer wij ons zelf zeer arm voorkomen. Gods wegen moeten naar hun einde en naar de uitkomst, niet naar het begin of het midden beoordeeld worden.
Zij erkent, dat haar droefheid van God komt. Wanneer God ons tuchtigt, getuigt Hij tegenover, en twist Hij met ons (Job 10:17), ons te kennen gevende, dat Hij ontevreden over ons is. Elke kastijding heeft een stem, de stem van een getuigenis.
Naomi toont het hier, dat zij zich vernederde onder de tuchtigende hand van God. Zij erkende, dat de Heere haar die bittere kelk had doen ledigen, maar in plaats van met de Heere te twisten, boog zij het hoofd.
Wanneer in de Heilige Schrift gezegd wordt, dat de Heere tegen iemand getuigt, dan betekent het, dat Hij over de mensen met Zijn oordelen en rampen komt, zoals ook blijkt uit Ex.20:16; 2 Samuel 1:16 e.a..
Zo kwam Naomi terug en Ruth, de Moabitische, haar schoondochter, met haar die uit de velden van Moab terugkwam; en zij kwamen te Bethlehem 1) in het begin van de gerste-oogst, ongeveer in het midden van april (Le 23:17).
Het stadje Bethlehem (= huis van het brood), vroeger Efratha (= de vruchtbare) thans Beitlahm (= vleeshuis) genoemd, wordt reeds hier voorbereid om de geboorteplaats van grote gebeurtenissen in het rijk van God te worden; wij willen de lezer met deze plaats nader
bekend maken. Van de Westpoort van Jeruzalem, de tegenwoordige Jaffapoort leidt de twee uur lange weg naar Bethlehem door het dal Gihon op een hoogte, aan de linkerzijde waarvan de berg van de “boze raad” zich bevindt, naar de bergvlakte Refaïm (2 Samuel .5:18; 23:13 Jes.17:5). Van daar gaat die voorbij een ten oosten van de straat gelegen waterleiding, en verder naar het klooster Mar Elias (Jos 15:8). Op deze plaats zal Elias, toen hij voor Achab naar de Horeb vluchtte, uitgerust hebben (1 Koningen .19:1vv.) op een steen, die nog heden de reizigers tot zitbank strekt. Het klooster draagt echter de naam naar de Jeruzalemse Patriarch Elias (gest. 518) de waarschijnlijke stichter, en is op het midden van de weg. Kort voordat men dit bereikt, ziet men de waterbak van de drie koningen, die aan de ster herinnert, die hier aan de Oosterse wijzen weer verscheen (Matth.2:9). “Men geniet op dit punt een van de merkwaardigste panorama’s van de aarde; want het oog weidt over de plaats waar de kribbe stond, zowel als over de stad Jeruzalem en de Olijfberg, de plaats van Zijn kruisiging en van Zijn hemelvaart. Daar speelt de Idylle, hier de Epos en het Drama van de geschiedenis van de Heiland.” Het veld in de nabijheid van het klooster heet de erwtenakker, en wordt als de plaats aangewezen, waar de profeet Habakuk met zijn eten door de Engel bij het hoofdhaar gegrepen en naar Babel bij Daniël in de leeuwekuil gezet werd (van de draak vs.32vv.). Ook zal dit de plaats zijn, waar de Engel des Heeren 185.000 man van Sanherib sloeg (2 Koningen .19:35v.).
Ongeveer 1/2 uur van Mar Elias, meer naar het zuiden, komen wij aan het graf van Rachel (Genesis35:19vv.). Ongeveer 1/2 uur zuidwestelijk daarvan ligt een christelijk dorp Beit Schala, dat volgens het verhaal de merkwaardige eigenschap heeft, dat geen Moslim hier langer dan twee jaar in leven blijft; velen houden het voor de plaats Zela, waar de beenderen van Saul en van Jonathan begraven werden (Joz.18:28; 2 Samuel .21:14), wat echter niet overeenkomt met de daar aangeduide ligging in het gebied van Benjamin. Wanneer wij niet naar dit van onze weg afgelegen dorp trekken, maar op de rechte weg ons verder naar het zuiden wenden, zien wij, na een tocht van 1/2 uur Bethlehem, voor ons, schilderachtig gelegen op twee middelhoge heuvels, die door een korte hoogte verbonden zijn, waarop de stad zich grotendeels uitbreidt. Eerst zien wij op de oostelijke hoogte kloostergebouwen als vestingen gebouwd, omgeven door een krans van vriendelijke tuinen; daar achter ligt de stad zelf naar het westen. Hier is de plaats, waar de Heiland van de wereld geboren werd; zij werd, zoals men zegt, reeds vroeg als die plaats aangewezen, zodat keizer Hadrianus (hij regeerde van 117-138 na Chr.), die de opstand van de Joden onder Bar-chocba onderdrukte, tot hoon van de Christenen daar een tempel liet bouwen gewijd aan Adonis, de lieveling van de godin Venus. Toen later de Romeinse keizers het Christendom aannamen, liet Helena, de moeder van Constantijn de Grote (van 323-337) volgens anderen Eudoxia, de gemalin van Theodosius (van 379-395) de tempel wegruimen en over de grot (Luk.2:7) een kerk bouwen, die in pracht en schoonheid alle kerken te Jeruzalem overtrof, zoals zij nog heden haar gelijke in de wereld niet heeft. Zij is onder de overige gebouwen van de oostelijke heuvel (een Franciskaner, een Grieks en een Armeens klooster) duidelijk te kennen aan haar schuin dak, en aan Maria met de bijnaam “bij de kribbe” (Mariae de praesepio) toegewijd. De kerk is in de vorm van een kruis gebouwd, van het westen naar het oosten gericht; het schip rust op 48 zuilen van bruinachtig geel marmer, dient echter nu alleen voor een ongebruikt voorportaal, dat door een muur van het overig gedeelte van het kruis, van het koor afgescheiden wordt. Hier bevindt zich het hoogaltaar en ter rechterzijde een altaar voor de Armeniërs. Aan elke zijde van het allerheilige leidt een trap in de grot onder het hoogaltaar. Het laatste (Lu 2:7) heeft ongeveer een lengte van 37, een breedte van 12 en een hoogte van 9 voet. Dadelijk onder het altaar, aan de oostelijke muur, wijst een marmeren nis de plaats van de geboorte van de Heere aan, een zilveren ster op de grond heeft het opschrift: “Hic de virgine Maria Jesus Christus natus est” (hier is Jezus Christus geboren uit de maagd Maria). Weinige schreden van daar is een tweede nis met de in de rots uitgehouwen kribbe, waarin Maria het kind legde; ook deze is thans met marmer ingelegd. De grot is met rode, in goud stralende zijden stoffen behangen en wordt door 32 lampen verlicht. Aan het einde daarvan, tegenover de plaats van Jezus geboorte leidt een uit de rots gehouwen onderaardse gang, die aan de Franciskaners behoort (het hoofddeel van de kerk met de grot is in het bezit van de Grieken) in een dieper liggende grot; deze zal de cel zijn, die Hiëronymus, onder wiens bescherming de kerk stond, bewoonde (vgl. bij Luk.2:20) en waarin hij de Bijbel in het Latijn (Vulgata) vertaald heeft. Dadelijk daarnaast bevindt zich zijn graf; maar later is zijn gebeente naar Maria Maggiore te Rome gevoerd. Een trap voert van daar naar de kapel van de Franciskaners, en van hier uit verder op de grote terrassen van het Latijnse klooster. Van hier zien wij naar het zuidoosten ongeveer 1/2 uur van de stad, het veld, waarop de herders geweest zouden zijn, toen de heerlijkheid van de Heere hen omscheen en de Engel hun de Kerstboodschap bracht (Luk.2:8vv.). Het is een dal, dat prijkt met vriendelijke velden en weiden, met rijke schaduw van statige terebinten en omgeven is door heuvels van witte kalkrotsen. Wij geven hier een afbeelding van Beth-Sahur, het dal van de herders, met de Frankenberg op de achtergrond, omdat dit waarschijnlijk de plaats is geweest, waar Ruth haar aren oplas (2), Boaz ontmoette en David nog als schaapherder de Heere zijn liederen leerde zingen, die Zelf hem leidde in groene weiden. De opmerkingen over de omstreek van Bethlehem in het zuiden geven wij bij 1 Samuel .9:5.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel