Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Romeinen 7

1 Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Weet gij niet, broedersG80! (want ik spreekG2980 tot degenen, die de wetG3551 verstaanG1097) datG3754 de wetG3551 heerstG2961 overG1909 den mensG444, zo langenG3745 tijdG5550 als hij leeftG2198? Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?

KJV Know ye not,2 brethren,3 (for5 I speak7 to them that know4 the law,)6 how that8 the law10 hath dominion over11 a man13 as long as14 he liveth?

1 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 2 αγνοειτε G50 onwetende, onbekend, kennende (be) ignorant(-ly), not know, not understand, unknown 3 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 4 γινωσκουσιν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 5 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 6 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 7 λαλω G2980 spreken, gesproken, sprak preach, say, speak (after), talk, tell, utter 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 11 κυριευει G2961 heersen, heerst, heerschappij voeren have dominion over, lord, be lord of, exercise lordship over 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ανθρωπου G444 mensen, mens, Mens certain, man 14 εφ G1909 op, over, tot about (the times), above, after, against, among, as long as (touching), at, beside, X have charge of, (be-, (where-))fore, in (a place, as much as, the time of, -to), (because) of, (up-)on (behalf of), over, (by, for) the space of, through(-out), (un-)to(-ward), with 15 οσον G3745 zoveel als, allen die all (that), as (long, many, much) (as), how great (many, much), (in-)asmuch as, so many as, that (ever), the more, those things, what (great, -soever), wheresoever, wherewithsoever, which, X while, who(-soever) 16 χρονον G5550 tijd, tijden, tijds + years old, season, space, (X often-)time(-s), (a) while 17 ζη G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 WantG1063 een vrouwG1135, die onder den man staat, is aan den levendenG2198 man verbondenG1210 door de wetG3551; maarG1161 indienG1437 de man gestorvenG599 is, zo is zij vrijgemaaktG2673 vanG575 de wetG3551 des mansG435. Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.

Ook in dit vers manG435 manG435 manG5220

KJV For2 the woman4 which hath an husband3 is bound8 by the law9 to her husband7 so long as he liveth;6 but11 if10 the husband14 be dead,12 she is loosed15 from16 the law18 of her husband.

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 υπανδρος G5220 man which hath an husband 4 γυνη G1135 vrouw, vrouwen, Vrouw wife, woman 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 ζωντι G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 7 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 8 δεδεται G1210 gebonden, binden, verbonden bind, be in bonds, knit, tie, wind 9 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 12 αποθανη G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 15 κατηργηται G2673 tenietdoen, buiten werking stellen; vrijmaken abolish, cease, cumber, deliver, destroy, do away, become (make) of no (none, without) effect, fail, loose, bring (come) to nought, put away (down), vanish away, make void 16 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 17 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 ανδρος G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarom dan, indien zij eens anderen mansG435 wordt, terwijl de manG435 leeftG2198, zo zal zij een overspeelsterG3428 genaamdG5537 worden; maarG1161 indienG1437 de manG435 gestorvenG599 is, zo is zij vrijG1658 vanG575 de wetG3551, alzo dat zij geenG3361 overspeelsterG3428 is, als zij eens anderen mansG435 wordtG1096. Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt.

KJV So then1 if,8 while her husband5 liveth,3 she be married9 to another11 man,10 she shall be called7 an adulteress:6 but13 if12 her husband16 be dead,14 she is free17 from19 that law;21 so that she25 is no23 adulteress,26 though she be married27 to another29 man.

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ζωντος G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 4 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ανδρος G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 6 μοιχαλις G3428 overspelig, overspeelster, overspel adulteress(-ous, -y) 7 χρηματισει G5537 Goddelijke openbaring vermaand, Goddelijke aanspraak vermaand, genaamd be called, be admonished (warned) of God, reveal, speak 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 10 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 11 ετερω G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 12 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 αποθανη G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 15 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 ανηρ G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 17 ελευθερα G1658 vrij, vrije, vrijen free (man, woman), at liberty 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 20 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 22 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 24 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 25 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 26 μοιχαλιδα G3428 overspelig, overspeelster, overspel adulteress(-ous, -y) 27 γενομενην G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 28 ανδρι G435 man, mannen, Mannen fellow, husband, man, sir 29 ετερω G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Zo dan, mijn broedersG80, gijG4771 zijt ookG2532 der wetG3551 gedoodG2289 doorG1223 het lichaamG4983 van ChristusG5547, opdat gijG4771 zoudt wordenG1096 eens Anderen, namelijk Desgenen, Die vanG1537 de dodenG3498 opgewektG1453 is, opdatG2443 wij GodeG2316 vruchten dragenG2592 zouden. Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

KJV Wherefore,1 my brethren,2 ye also4 are become dead6 to the law8 by9 the body11 of Christ;13 that14 ye should be married16 to another,18 even to him who is raised22 from20 the dead,21 that23 we should bring forth fruit24 unto God.

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 3 μου G1473 mij, ik I, me 4 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 5 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 6 εθανατωθητε G2289 doden, gedood, doodt become dead, (cause to be) put to death, kill, mortify 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 14 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γενεσθαι G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 18 ετερω G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 21 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 22 εγερθεντι G1453 opgewekt, opgestaan, Sta awake, lift (up), raise (again, up), rear up, (a-)rise (again, up), stand, take up 23 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 24 καρποφορησωμεν G2592 vruchten dragen, brengt, vrucht draagt be (bear, bring forth) fruit(-ful) 25 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 WantG1063 toen wij in het vleesG4561 warenG1510, wrochtenG1754 de bewegingenG3804 der zondenG266, die door de wetG3551 zijn, in onze ledenG3196, om den doodG2288 vruchtenG2592 te dragen. Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.

KJV For2 when1 we were in4 the flesh,6 the motions8 of sins,10 which5 were by12 the law,14 did work15 in16 our members18 to bring20 forth fruit22 unto death.

1 οτε G3753 toen, wanneer after (that), as soon as, that, when, while 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ημεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 7 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 παθηματα G3804 lijden, lijdens, bewegingen affection, affliction, motion, suffering 9 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αμαρτιων G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 11 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 15 ενηργειτο G1754 werkt, gewrocht, werken do, (be) effectual (fervent), be mighty in, shew forth self, work (effectually in) 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 μελεσιν G3196 leden, lid member 19 ημων G1473 mij, ik I, me 20 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 καρποφορησαι G2592 vruchten dragen, brengt, vrucht draagt be (bear, bring forth) fruit(-ful) 23 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 θανατω G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Maar nu zijn wij vrijgemaaktG2673 vanG575 de wetG3551, overmits wij dien gestorvenG599 zijn, onderG1722 welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienenG1398 inG1722 nieuwigheidG2538 des geestesG4151, en nietG3756 in de oudheidG3821 der letterG1121. Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.

KJV But2 now1 we are delivered3 from4 the law,6 that being dead8 wherein12 we were held;14 that15 we should serve16 in18 newness19 of spirit,20 and21 not22 in the oldness23 of the letter.

1 νυνι G3570 nu now 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 κατηργηθημεν G2673 tenietdoen, buiten werking stellen; vrijmaken abolish, cease, cumber, deliver, destroy, do away, become (make) of no (none, without) effect, fail, loose, bring (come) to nought, put away (down), vanish away, make void 4 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 8 αποθανοντες G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 10 αποθανοντος G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 κατειχομεθα G2722 behouden, behoudt, houden have, hold (fast), keep (in memory), let, X make toward, possess, retain, seize on, stay, take, withhold 15 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 16 δουλευειν G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 17 ημας G1473 mij, ik I, me 18 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 19 καινοτητι G2538 nieuwigheid newness 20 πνευματος G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 21 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 22 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 παλαιοτητι G3821 oudheid oldness 24 γραμματος G1121 letter, Schriften, handschrift bill, learning, letter, scripture, writing, written
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WatG5101 zullen wij danG3767 zeggenG2046? Is de wetG3551 zondeG266? Dat zij verreG3361. Ja, ik kendeG1097 de zondeG266 nietG3756 dan doorG1223 de wetG3551; wantG1063 ook had ik de begeerlijkheidG1939 nietG3756 gewetenG1492 zonde te zijn, indienG1487 de wetG3551 niet zeideG3004: Gij zult nietG3756 begerenG1937. Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren.

KJV What1 shall we say3 then?2 Is the law5 sin?6 God forbid.7 Nay,9 I had13 not12 known sin,11 but by16 the law:17 for20 I had23 not22 known lust,21 except the law27 had said,28 Thou shalt30 not29 covet.

1 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ερουμεν G2046 zeggen, gezegd, gesproken call, say, speak (of), tell 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 6 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 γενοιτο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 12 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 13 εγνων G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 14 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 15 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 16 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 17 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 18 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 20 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 21 επιθυμιαν G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 22 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 ηδειν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 24 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 25 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 26 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 28 ελεγεν G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 29 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 30 επιθυμησεις G1937 begeren, begeerd, begeert covet, desire, would fain, lust (after)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 MaarG1161 de zondeG266, oorzaakG874 genomenG2983 hebbende door het gebodG1785, heeft inG1722 mijG1473 alleG3956 begeerlijkheidG1939 gewrochtG2716; wantG1063 zonder de wetG3551 is de zondeG266 doodG3498. Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood.

KJV But2 sin,5 taking3 occasion1 by6 the commandment,8 wrought9 in10 me all manner of12 concupiscence.13 For15 without14 the law16 sin17 was dead.

1 αφορμην G874 oorzaak occasion 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 λαβουσα G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εντολης G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 9 κατειργασατο G2716 werkt, gewrocht, bedreven cause, to (deed), perform, work (out) 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 εμοι G1473 mij, ik I, me 12 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 13 επιθυμιαν G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 14 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 15 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 16 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 17 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 18 νεκρα G3498 doden, dood, dode dead
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En zonder de wetG3551, zo leefdeG2198 ikG1473 eertijdsG4218; maarG1161 als het gebodG1785 gekomenG2064 is, zo is de zondeG266 weder levendG326 geworden, dochG1161 ikG1473 ben gestorvenG599. En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.

KJV For2 I1 was alive3 without4 the law5 once:6 but8 when the commandment10 came,7 sin12 revived,13 and15 I14 died.

1 εγω G1473 mij, ik I, me 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 εζων G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 4 χωρις G5565 zonder, afgescheiden van beside, by itself, without 5 νομου G3551 wet, wetten, Wet law 6 ποτε G4218 eertijds, tijd, ooit afore-(any, some-)time(-s), at length (the last), (+ n- )ever, in the old time, in time past, once, when 7 ελθουσης G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εντολης G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 13 ανεζησεν G326 levend (be a-)live again, revive 14 εγω G1473 mij, ik I, me 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 απεθανον G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 EnG2532 het gebodG1785, datG3778 ten levenG2222 was, hetzelve is mijG1473 ten doodG2288 bevondenG2147. En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.

KJV And1 the commandment,5 which4 was ordained to7 life,8 I found2 to be unto10 death.

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ευρεθη G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 3 μοι G1473 mij, ik I, me 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 εντολη G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 8 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 9 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 10 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 11 θανατον G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantG1063 de zondeG266, oorzaakG874 genomenG2983 hebbende doorG1223 het gebodG1785, heeft mijG1473 verleidG1818, enG2532 doorG1223 hetzelveG846 gedoodG615. Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood.

KJV For2 sin,3 taking5 occasion4 by6 the commandment,8 deceived9 me, and11 by12 it13 slew

1 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 4 αφορμην G874 oorzaak occasion 5 λαβουσα G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 6 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 7 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εντολης G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 9 εξηπατησεν G1818 bedriege, bedrogen, verleid beguile, deceive 10 με G1473 mij, ik I, me 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 13 αυτης G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 απεκτεινεν G615 doden, gedood, doodden put to death, kill, slay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Alzo is dan de wetG3551 heiligG40, enG2532 het gebodG1785 is heiligG40, enG2532 rechtvaardigG1342, enG2532 goedG18. Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed.

KJV Wherefore1 the law4 is holy,5 and6 the commandment8 holy,9 and10 just,11 and12 good.

1 ωστε G5620 zodat, daarom (insomuch) as, so that (then), (insomuch) that, therefore, to, wherefore 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 4 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 5 αγιος G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 εντολη G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 9 αγια G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 δικαια G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 αγαθη G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate werd zondigende door het gebod.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Is danG3767 het goedeG18 mijG1473 de doodG2288 gewordenG1096? Dat zij verreG3361. MaarG235 de zondeG266 is mij de doodG2288 geworden; opdatG2443 zij zou openbaarG5316 worden zondeG266 te zijn; werkendeG2716 mijG1473 doorG1223 het goedeG18 den dood; opdat de zondeG266 boven mateG2596 werd zondigendeG268 doorG1223 het gebodG1785. Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate werd zondigende door het gebod.

KJV Was then2 that which is good3 made5 death6 unto me? God forbid.7 But9 sin,11 that12 it might appear13 sin,14 working19 death20 in me by15 that which is good;17 that21 sin27 by28 the commandment30 might become8 exceeding23 sinful.

1 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 4 εμοι G1473 mij, ik I, me 5 γεγονεν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 6 θανατος G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 γενοιτο G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 9 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 12 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 13 φανη G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think 14 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 15 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 16 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αγαθου G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 18 μοι G1473 mij, ik I, me 19 κατεργαζομενη G2716 werkt, gewrocht, bedreven cause, to (deed), perform, work (out) 20 θανατον G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 21 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 22 γενηται G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 23 καθ G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 24 υπερβολην G5236 uitnemendheid, uitnemend, uitnemender abundance, (far more) exceeding, excellency, more excellent, beyond (out of) measure 25 αμαρτωλος G268 zondaars, zondaren, zondaar sinful, sinner 26 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 27 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 28 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 29 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 30 εντολης G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Want wij wetenG1492, datG3754 de wetG3551 geestelijkG4152 isG1510, maarG1161 ikG1473 benG1510 vleselijkG4559, verkochtG4097 onderG5259 de zondeG266. Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.

KJV For2 we know1 that3 the law5 is spiritual:6 but9 I8 am7 carnal,10 sold12 under13 sin.

1 οιδαμεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 νομος G3551 wet, wetten, Wet law 6 πνευματικος G4152 geestelijke, geestelijk, geestelijken spiritual 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 εγω G1473 mij, ik I, me 9 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 10 σαρκικος G4559 vleselijk, vleselijke, vleselijken carnal, fleshly 11 ειμι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 πεπραμενος G4097 verkocht, verkochte, verkochten sell 13 υπο G5259 van, onder, door among, by, from, in, of, under, with 14 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 αμαρτιαν G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Want hetgeen ik doe, dat kenG1097 ik nietG3756; wantG1063 hetgeenG3739 ik wilG2309, dat doe ik nietG3756, maarG235 hetgeenG3739 ik haatG3404, dat doeG4160 ik. Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik.

KJV For2 that which1 I do3 I allow5 not:4 for7 what8 I would,9 that do I11 not;6 but12 what13 I hate,14 that do I.

1 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 κατεργαζομαι G2716 werkt, gewrocht, bedreven cause, to (deed), perform, work (out) 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 γινωσκω G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 6 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 7 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 8 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 10 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 πρασσω G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts 12 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 μισω G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 15 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 EnG1161 indien ik hetgeneG5124 doeG4160, dat ik nietG3756 wilG2309, zoG1487 stemG4852 ik de wetG3551 toe, dat zij goedG2570 is. En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is.

KJV If1 then2 I do7 that which3 I would5 not,4 I consent8 unto the law10 that11 it is good.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 8 συμφημι G4852 stem consent unto 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 καλος G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 IkG1473 dan doe datzelve nu niet meer, maar de zondeG266, die inG1722 mijG1473 woontG3611. Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

KJV Now1 then2 it is no more3 I4 that do5 it,6 but7 sin12 that dwelleth9 in10 me.

1 νυνι G3570 nu now 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 4 εγω G1473 mij, ik I, me 5 κατεργαζομαι G2716 werkt, gewrocht, bedreven cause, to (deed), perform, work (out) 6 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 οικουσα G3611 woont, wonen, bewoont dwell 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 εμοι G1473 mij, ik I, me 12 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Want ik weetG1492, dat in mij, dat is, in mijn vleesG4561, geenG3756 goedG18 woontG3611; want het willenG2309 is wel bij mijG1473, maarG1161 het goedeG2570 te doen, dat vindG2147 ik nietG3756. Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet.

KJV For2 I know1 that3 in6 me (that is, in10 my flesh,)12 dwelleth5 no4 good thing:14 for16 to will17 is present18 with me; but21 how to perform22 that which is good24 I find26 not.

1 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 οικει G3611 woont, wonen, bewoont dwell 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 εμοι G1473 mij, ik I, me 8 τουτ G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 9 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 13 μου G1473 mij, ik I, me 14 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 15 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 17 θελειν G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 18 παρακειται G3873 bijligt be present 19 μοι G1473 mij, ik I, me 20 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 22 κατεργαζεσθαι G2716 werkt, gewrocht, bedreven cause, to (deed), perform, work (out) 23 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 24 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 25 ουχ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 26 ευρισκω G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 WantG1063 het goedeG18 dat ik wilG2309, doeG4160 ik nietG3756, maarG235 het kwadeG2556, dat ik nietG3756 wilG2309, dat doe ik. Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik.

KJV For2 the good6 that I would4 I do5 not:1 but7 the evil11 which3 I would10 not,9 that I do.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 5 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 6 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well 7 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 11 κακον G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 12 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 13 πρασσω G4238 doen, bedrijven, volbrengen; eisen commit, deeds, do, exact, keep, require, use arts
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Indien ik hetgeneG5124 doe, dat ik nietG3756 wilG2309, zoG1487 doeG4160 ikG1473 nuG1161 hetzelveG846 niet meer, maar de zondeG266, die inG1722 mijG1473 woontG3611. Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

KJV Now2 if1 I do8 that I6 would5 not,4 it is no more9 I10 that do11 it,12 but13 sin18 that dwelleth15 in16 me.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 5 θελω G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 6 εγω G1473 mij, ik I, me 7 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 8 ποιω G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 10 εγω G1473 mij, ik I, me 11 κατεργαζομαι G2716 werkt, gewrocht, bedreven cause, to (deed), perform, work (out) 12 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οικουσα G3611 woont, wonen, bewoont dwell 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 εμοι G1473 mij, ik I, me 18 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zo vindG2147 ik dan deze wetG3551 in mij: als ik het goedeG2570 wilG2309 doenG4160, datG3754 het kwadeG2556 mij bijligtG3873. Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt.

KJV I find1 then2 a law,4 that,11 when I would6 do8 good,10 evil14 is present15 with me.

1 ευρισκω G2147 gevonden, vinden, vonden find, get, obtain, perceive, see 2 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θελοντι G2309 wil, wilt, willen desire, be disposed (forward), intend, list, love, mean, please, have rather, (be) will (have, -ling, - ling(-ly)) 7 εμοι G1473 mij, ik I, me 8 ποιειν G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 11 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 12 εμοι G1473 mij, ik I, me 13 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κακον G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 15 παρακειται G3873 bijligt be present
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantG1063 ik heb een vermaakG4913 in de wetG3551 GodsG2316, naarG2596 den inwendigenG2080 mensG444; Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens;

KJV For2 I delight1 in the law4 of God6 after7 the inward9 man:

1 συνηδομαι G4913 vermaak delight 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 5 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 7 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 εσω G2080 inwendigen, binnengegaan, daarbinnen (with-)in(-ner, -to, -ward) 10 ανθρωπον G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 MaarG1161 ikG1473 zieG991 een andere wetG3551 inG1722 mijn ledenG3196, welke strijdtG497 tegen de wetG3551 mijns gemoedsG3563, en mijG1473 gevangenG163 neemt onder de wetG3551 der zondeG266, die inG1722 mijn ledenG3196 isG1510. Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is.

KJV But2 I see1 another3 law4 in5 my members,7 warring against9 the law11 of my mind,13 and15 bringing16 me into captivity to the law19 of sin21 which6 is in24 my members.

1 βλεπω G991 zien, zie, ziende behold, beware, lie, look (on, to), perceive, regard, see, sight, take heed 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ετερον G2087 ander, anders, zoeke altered, else, next (day), one, (an-)other, some, strange 4 νομον G3551 wet, wetten, Wet law 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 μελεσιν G3196 leden, lid member 8 μου G1473 mij, ik I, me 9 αντιστρατευομενον G497 strijdt war against 10 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 12 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 νοος G3563 verstand, zin, gemoeds mind, understanding 14 μου G1473 mij, ik I, me 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 αιχμαλωτιζοντα G163 gevangen, gevankelijk lead away captive, bring into captivity 17 με G1473 mij, ik I, me 18 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 20 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 οντι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 25 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 μελεσιν G3196 leden, lid member 27 μου G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Ik ellendigG5005 mensG444, wieG5101 zal mijG1473 verlossenG4506 uitG1537 het lichaamG4983 dezes doodsG2288? Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

KJV O wretched1 man3 that I am!2 who4 shall deliver6 me from7 the body9 of this death?

1 ταλαιπωρος G5005 ellendig wretched 2 εγω G1473 mij, ik I, me 3 ανθρωπος G444 mensen, mens, Mens certain, man 4 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 5 με G1473 mij, ik I, me 6 ρυσεται G4506 verlost, verlossen, verlos deliver(-er) 7 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σωματος G4983 lichaam, lichaams, lichamen bodily, body, slave 10 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 θανατου G2288 dood, doods, dodelijke X deadly, (be…) death 12 τουτου G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Ik dankG2168 GodG2316, doorG1223 JezusG2424 ChristusG5547, onzen HeereG2962. Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.

KJV I thank1 God3 through4 Jesus5 Christ6 our Lord.8 So then10 with the mind16 I9 myself12 serve15 the law18 of God;19 but21 with the flesh22 the law23 of sin.

1 ευχαριστω G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ημων G1473 mij, ik I, me 10 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 11 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 12 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 16 νοι G3563 verstand, zin, gemoeds mind, understanding 17 δουλευω G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 18 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 22 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 23 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 24 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 ZoG3767 dan, ikG1473 zelfG846 dien wel met het gemoedG3563 de wetG3551 GodsG2316, maarG1161 met het vleesG4561 de wetG3551 der zondeG266. Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vlees de wet der zonde.

1 ευχαριστω G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 2 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 4 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 5 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 6 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 9 ημων G1473 mij, ik I, me 10 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 11 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 12 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 εγω G1473 mij, ik I, me 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 16 νοι G3563 verstand, zin, gemoeds mind, understanding 17 δουλευω G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 18 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 21 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 22 σαρκι G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 23 νομω G3551 wet, wetten, Wet law 24 αμαρτιας G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Romeinen 7:1 Spreuken 6:23 Romeinen 10:1 Romeinen 6:14 Romeinen 9:3 Romeinen 7:6 Romeinen 6:3 Galaten 4:21 1 Korinthe 9:8
Romeinen 7:2 1 Korinthe 7:39 Genesis 2:23 Numeri 30:7 1 Korinthe 7:4
Romeinen 7:3 Mattheüs 5:32 Johannes 8:3 Markus 10:6 Exodus 20:14 Leviticus 20:10 Deuteronomium 22:22 1 Samuël 25:39 1 Timotheüs 5:11
Romeinen 7:4 Romeinen 8:2 Romeinen 7:6 Kolossenzen 1:22 Romeinen 6:22 Galaten 5:18 Efeze 2:15 Kolossenzen 2:14 Johannes 15:8
Romeinen 7:5 Romeinen 6:13 Romeinen 6:21 Romeinen 3:20 Romeinen 6:23 Jakobus 2:9 Mattheüs 15:19 Jakobus 4:1 Galaten 5:19
Romeinen 7:6 Romeinen 6:4 2 Korinthe 3:6 Romeinen 7:4 Romeinen 6:2 Galaten 4:4 2 Korinthe 5:17 Galaten 2:19 Romeinen 7:1
Romeinen 7:7 Romeinen 3:20 Romeinen 7:8 Deuteronomium 5:21 Exodus 20:17 Romeinen 3:5 Romeinen 4:15 Romeinen 13:9 1 Korinthe 15:56
Romeinen 7:8 Romeinen 7:11 Romeinen 4:15 1 Korinthe 15:56 Johannes 15:22 Johannes 15:24 Jakobus 1:14 Romeinen 5:20 Romeinen 7:17
Romeinen 7:9 Psalmen 40:12 Mattheüs 15:4 Romeinen 7:6 Romeinen 7:11 Jakobus 2:10 Lukas 18:21 Galaten 2:19 Romeinen 8:7
Romeinen 7:10 Romeinen 10:5 Leviticus 18:5 Ezechiël 20:21 Ezechiël 20:13 2 Korinthe 3:7 Galaten 3:12 Ezechiël 20:11 Lukas 10:27
Romeinen 7:11 Romeinen 7:8 Genesis 3:13 Hebreeën 3:13 Jesaja 44:20 Obadja 1:3 Romeinen 7:13 Jakobus 1:26 Efeze 4:22
Romeinen 7:12 1 Timotheüs 1:8 Psalmen 119:137 Nehemia 9:13 Psalmen 119:127 Psalmen 119:86 Deuteronomium 4:8 Romeinen 7:16 Romeinen 12:2
Romeinen 7:13 Romeinen 7:8 Jakobus 1:13 Romeinen 8:3 Galaten 3:21 Romeinen 5:20
Romeinen 7:14 1 Koningen 21:20 1 Koningen 21:25 2 Koningen 17:17 Jesaja 50:1 Jesaja 52:3 Lukas 7:6 Deuteronomium 6:5 Job 42:6
Romeinen 7:15 Galaten 5:17 Nahum 1:7 Hebreeën 1:9 Prediker 7:20 1 Johannes 1:7 Romeinen 14:22 Filippenzen 3:12 2 Timotheüs 2:19
Romeinen 7:16 Romeinen 7:12 Romeinen 7:14 1 Timotheüs 1:8 Psalmen 119:127 Romeinen 7:22
Romeinen 7:17 Romeinen 7:20 Jakobus 4:5 Filippenzen 3:8 Romeinen 7:18 Romeinen 4:7 Romeinen 7:23 2 Korinthe 8:12
Romeinen 7:18 Romeinen 7:25 Johannes 3:6 Genesis 6:5 Psalmen 51:5 Genesis 8:21 Job 14:4 Titus 3:3 Psalmen 119:115
Romeinen 7:19 Romeinen 7:15
Romeinen 7:20 Romeinen 7:17
Romeinen 7:21 Romeinen 7:23 Romeinen 6:14 Romeinen 8:2 Johannes 8:34 2 Kronieken 30:18 Jesaja 6:5 Romeinen 7:25 Psalmen 119:37
Romeinen 7:22 Psalmen 1:2 Efeze 3:16 2 Korinthe 4:16 Psalmen 40:8 Psalmen 119:47 Psalmen 119:35 1 Petrus 3:4 Romeinen 8:7
Romeinen 7:23 Galaten 5:17 Jakobus 4:1 1 Petrus 2:11 Romeinen 7:25 Romeinen 6:19 Romeinen 8:2 Romeinen 7:5 Romeinen 7:21
Romeinen 7:24 Romeinen 6:6 Titus 2:14 Lukas 4:18 Psalmen 32:3 Psalmen 72:12 Ezechiël 9:4 Zacharia 9:11 Micha 7:19
Romeinen 7:25 Galaten 5:17 1 Korinthe 15:57 Romeinen 6:14 2 Korinthe 12:9 1 Petrus 2:9 2 Korinthe 9:15 1 Petrus 2:5 Jesaja 12:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Romeinen 7 vers 1

de wet verstaan Namelijk door Mozes gegeven; welke niet alleen de Joden maar ook de Christenen schuldig zijn te verstaan.

Hertaald: de wet verstaan Namelijk de wet die door Mozes gegeven is, die niet alleen de Joden maar ook de christenen behoren te kennen.

heerst over den mens, Dat is, den mens verbindt om die te gehoorzamen.

Hertaald: heerst over den mens, Dat is: de mens verplicht die te gehoorzamen.

zo langen tijd als hij leeft? Namelijk dien de wet is gegeven; want de wet gebiedt eigenlijk niet de doden, maar de levenden.

Hertaald: zo langen tijd als hij leeft? Namelijk de mens aan wie de wet gegeven is. Want de wet gebiedt eigenlijk niet de doden, maar de levenden.

Romeinen 7 vers 2

die onder den man staat, Namelijk door den band des huwelijks.

Hertaald: die onder den man staat, Namelijk door de band van het huwelijk.

is aan den levenden man Namelijk om Hem getrouw en gehoorzaam te zijn, zolang hij leeft. Want hoewel den man in het Oude Testament toegelaten was de vrouw een scheidbrief te geven, zo is nochtans zulk verlaten van God nooit voor goed gekend. Zie Matt. 19:8 .

Hertaald: is aan den levenden man Namelijk om hem trouw en gehoorzaam te zijn, zolang hij leeft. Want hoewel het de man in het Oude Testament toegestaan was zijn vrouw een scheidbrief te geven, heeft God zo'n verlaten nooit goedgekeurd. Zie Matth. 19:8.

vrijgemaakt Grieks ledig gemaakt; dat is, los en vrijgemaakt.

Hertaald: vrijgemaakt Grieks: leeg gemaakt; dat is: los en vrijgemaakt.

van de wet des mans Dat is, van de verbintenis, waarmede haar de wet aan den man verbindt.

Hertaald: van de wet des mans Dat is: van de verbintenis waarmee de wet haar aan de man bindt.

Romeinen 7 vers 3

eens anderen mans wordt, Dat is, aan een ander man trouwt en zijne vrouw wordt, gelijk ook in het einde van hetzelfde vs.

Hertaald: eens anderen mans wordt, Dat is: met een andere man trouwt en zijn vrouw wordt, zoals ook aan het einde van ditzelfde vers.

genaamd worden; Dat is, inderdaad zijn en met recht genaamd worden, gelijk dit Griekse woord Chrematizein ook genomen wordt; Hand. 11:26 .

Hertaald: genaamd worden; Dat is: het werkelijk zijn en terecht zo genoemd worden, zoals dit Griekse woord chrematizein ook gebruikt wordt; Hand. 11:26.

Romeinen 7 vers 4

der wet gedood De tegenstelling scheen te vereisen dat de apostel zou zeggen: De wet is u gedood, of gestorven, alzo de heersende macht der zonde door de wet, of de wet zelve, hier als de man gesteld wordt, die over ons heerst door hare dreigementen tegen de zonde, en aanritsingen tot de zonde vanwege de verkeerdheid onzes vleesches, gelijk hij hierna vs.8 zal verklaren; maar de apostel heeft hetzelve liever omgekeerd, omdat het vreemd zou geschenen hebben zo hij gezegd had dat de wet van Christus gedood was, daar hij maar verstaat, dat de heersende macht der wet gedood was; hetwelk door deze wijze van spreken; wij zijn der wet gedood, dat is, de wet heeft deze dreigende en aanritsende macht niet meer over ons, dewijl wij dood voor haar zijn, wel zo bekwamelijk kan verstaan worden.

Hertaald: der wet gedood De tegenstelling leek te vereisen dat de apostel zou zeggen: de wet is voor u gedood of gestorven. Want de heersende macht van de zonde door de wet, of de wet zelf, wordt hier voorgesteld als de man die over ons heerst — door haar dreigementen tegen de zonde en haar prikkeling tot de zonde vanwege de verdorvenheid van ons vlees, zoals hij hierna in vers 8 zal verklaren. Maar de apostel heeft het liever omgekeerd, omdat het vreemd geleken zou hebben als hij gezegd had dat de wet door Christus gedood was, terwijl hij alleen bedoelt dat de heersende macht van de wet gedood was. Met deze manier van spreken — wij zijn der wet gedood, dat is: de wet heeft deze dreigende en prikkelende macht niet meer over ons omdat wij voor haar dood zijn — is dat veel beter uit te drukken.

door het lichaam van Christus, Dat is, door de offerande, des lichaams van Christus aan het kruis volbracht, waardoor Hij den vloek der wet en de macht der zonde onder de wet heeft teniet gedaan, en ons daarvan verlost; gelijk in Rom 6 breder is verklaard. Zie ok 1 Kor. 15:56-57 .

Hertaald: door het lichaam van Christus, Dat is: door de offerande van het lichaam van Christus, aan het kruis volbracht, waardoor Hij de vloek van de wet en de macht van de zonde onder de wet tenietgedaan heeft en ons daarvan verlost heeft, zoals in hoofdstuk 6 uitvoeriger verklaard is. Zie ook 1 Kor. 15:56-57.

eens Anderen, Of, voor een anderen, namelijk Christus Jezus.

Hertaald: eens Anderen, Of: voor een ander, namelijk Christus Jezus.

Die van de doden opgewekt is, Namelijk niet alleen om zelf te leven, maar om ons ook met Hem te doen leven en met Hem te verenigen.

Hertaald: Die van de doden opgewekt is, Namelijk niet alleen om Zelf te leven, maar ook om ons met Hem te doen leven en met Hem te verenigen.

opdat wij Gode Namelijk de vruchten van dit geestelijk huwelijk met Christus, welke zijn de vruchten van heiligheid en rechtvaardigheid, waardoor God van ons wordt geëerd en geprezen; Joh. 15:8 .

Hertaald: opdat wij Gode Namelijk de vruchten van dit geestelijke huwelijk met Christus, die de vruchten van heiligheid en gerechtigheid zijn, waardoor God door ons geëerd en geprezen wordt; Joh. 15:8.

Romeinen 7 vers 5

in het vlees waren, Dat is, in de verdorvenheid onzer natuur en heerschappij derzelve. Zie hierna Rom. 8:5 , en vervolgens.

Hertaald: in het vlees waren, Dat is: in de verdorvenheid van onze natuur en onder haar heerschappij. Zie hierna Rom. 8:5 en volgende.

die door de wet zijn, Dat is, die door de wet ontdekt en opgeritst worden, gelijk door de zon de kwade dampen ontdekt en opgewekt worden, die in het aardrijk verborgen zijn. Zie vs.8.

Hertaald: die door de wet zijn, Dat is: die door de wet ontdekt en geprikkeld worden, zoals door de zon de kwade dampen ontdekt en opgewekt worden die in de aarde verborgen liggen. Zie vers 8.

in onze leden, Dat is, de verdorvenheid, die in de ziel voornamelijk hare zitplaats had, verspreidde zich door hare kwade bewegingen door al de leden, en bracht door dezelve deze kwade vruchten voort, waarvan het einde de dood is. Zie Matt. 15:18-19 ; Jak. 1:14-15 .

Hertaald: in onze leden, Dat is: de verdorvenheid die vooral in de ziel haar zetel had, verspreidde zich door haar kwade bewegingen over alle leden, en bracht daardoor deze kwade vruchten voort, waarvan het einde de dood is. Zie Matth. 15:18-19; Jak. 1:14-15.

Romeinen 7 vers 6

vrijgemaakt van de wet, Zie hierboven de aantekeningen vs.4.

Hertaald: vrijgemaakt van de wet, Zie hierboven de aantekeningen bij vers 4.

overmits wij dien gestorven zijn, Dat is, overmits de heersende macht der wet en der zonde door Christus' dood en Geest in ons is teniet gedaan. Anders, overmits die gestorven is; namelijk de wet, ten aanzien van hare dwingende, verdoemende en aanritsende kracht.

Hertaald: overmits wij dien gestorven zijn, Dat is: omdat de heersende macht van de wet en van de zonde door de dood en de Geest van Christus in ons tenietgedaan is. Anders: omdat die gestorven is, namelijk de wet, wat haar dwingende, verdoemende en prikkelende kracht betreft.

onder welken wij gehouden waren; Grieks in welken.

Hertaald: onder welken wij gehouden waren; Grieks: in wie.

dienen Namelijk Gode.

Hertaald: dienen Namelijk God.

in nieuwigheid des geestes, Dat is, in ware heiligheid, waartoe wij van den Heiligen Geest zijn vernieuwd, door de predikatie des Evangelies, die een dienst der rechtvaardigheid en des Geestes wordt genaamd, 2 Kor. 3:8-9 .

Hertaald: in nieuwigheid des geestes, Dat is: in ware heiligheid, waartoe wij door de Heilige Geest vernieuwd zijn door de prediking van het Evangelie, die een dienst van de gerechtigheid en van de Geest genoemd wordt, 2 Kor. 3:8-9.

in de oudheid der letter Dat is, in de oude verdorvenheid, die door de uitwendige letter der wet meer en meer wordt aangeritst tot de zonde; alzo de wet den zondaar wel verdoemt, maar de kracht niet medebrengt om de zonde te laten. Waarom de wet een doodslaande letter en een dienst des doods wordt genaamd; 2 Kor. 3:6-7 .

Hertaald: in de oudheid der letter Dat is: in de oude verdorvenheid, die door de uiterlijke letter van de wet meer en meer tot de zonde geprikkeld wordt. Want de wet veroordeelt de zondaar wel, maar brengt niet de kracht mee om de zonde na te laten. Daarom wordt de wet een doodslaande letter en een dienst van de dood genoemd; 2 Kor. 3:6-7.

Romeinen 7 vers 7

Is de wet zonde? Dat is, oorzaak der zonde; welke tegenwerping hieruit rijst, dat de apostel tevoren vs.5 gezegd had dat de zonde door de wet krachtig was in ons; daarom verklaart hij in de volgende verzen hoe dit moet verstaan worden.

Hertaald: Is de wet zonde? Dat is: is de wet de oorzaak van de zonde? Deze tegenwerping komt voort uit wat de apostel tevoren in vers 5 gezegd had, namelijk dat de zonde door de wet krachtig was in ons. Daarom verklaart hij in de volgende verzen hoe dat verstaan moet worden.

ik kende de zonde niet Namelijk ten volle en alzo ik behoorde. Want anderszins leert ook de natuur een onderscheid van goed en kwaad in vele dingen; Rom. 2:15 .

Hertaald: ik kende de zonde niet Namelijk niet ten volle en niet zoals ik behoorde. Want overigens leert ook de natuur in veel dingen onderscheid tussen goed en kwaad; Rom. 2:15.

de begeerlijkheid niet geweten Hier wordt de begeerlijkheid genomen voor den grond van alle kwade begeerten en voor de eerste bewegingen derzelve. Want de begeerlijkheid waar wij in bewilligen, wisten ook de heidenen wel dat zonde was; maar deze eerste bewegingen tot het kwaad hielden zij voor geen zonde, gelijk ook niet de Farizeën, waaronder Paulus geweest was. Zie Matt. 5:20 , Matt. 5:22 , Matt. 5:28 , en Matt. 23:25 , enz.

Hertaald: de begeerlijkheid niet geweten Hier wordt de begeerlijkheid opgevat als de wortel van alle kwade begeerten en als de eerste bewegingen daarvan. Want dat de begeerte waarin wij toestemmen zonde is, wisten ook de heidenen wel; maar deze eerste bewegingen tot het kwaad hielden zij niet voor zonde, evenmin als de Farizeeën, tot wie Paulus behoord had. Zie Matth. 5:20, Matth. 5:22, Matth. 5:28 en Matth. 23:25, enzovoort.

Romeinen 7 vers 8

de zonde, Dat is, de verdorvenheid die in ons is.

Hertaald: de zonde, Dat is: de verdorvenheid die in ons is.

oorzaak genomen hebbende Of, gaande geworden zijnde. Want de wet ontdekt en verdoemt niet alleen de zonde, gelijk in vs.7 is betuigd, maar de verdorvenheid, die in den mens is, wordt door deze kennis verwekt en gaande gemaakt tegen het gebod, wanneer Gods Geest hetzelve niet belet.

Hertaald: oorzaak genomen hebbende Of: op gang gebracht zijnde. Want de wet ontdekt en veroordeelt de zonde niet alleen, zoals in vers 7 betuigd is, maar de verdorvenheid die in de mens is wordt door deze kennis opgewekt en in beweging gebracht tegen het gebod, wanneer Gods Geest dat niet verhindert.

alle begeerlijkheid gewrocht; Dat is, allerlei soort van dadelijke begeerlijkheid.

Hertaald: alle begeerlijkheid gewrocht; Dat is: allerlei soort van werkelijke begeerlijkheid.

zonder de wet is de zonde Dat is zonder de rechte kennis der wet.

Hertaald: zonder de wet is de zonde Dat is: zonder de juiste kennis van de wet.

dood Dat is, toont hare kracht zo niet.

Hertaald: dood Dat is: toont haar kracht niet zo.

Romeinen 7 vers 9

zo leefde ik Of, was ik levend; dat is, ik meende dat ik rechtvaardig was en was daarop gerust. Zie dergelijk voorbeeld in dien jongeling Matt. 19:16-18 , enz., en in de Farizeën in het algemeen; Matt. 23:28 .

Hertaald: zo leefde ik Of: was ik levend; dat is: ik meende dat ik rechtvaardig was en was daarop gerust. Zie een soortgelijk voorbeeld bij de jongeman in Matth. 19:16-18, enzovoort, en bij de Farizeeën in het algemeen; Matth. 23:28.

eertijds; Namelijk nog een Farizeër zijnde.

Hertaald: eertijds; Namelijk toen ik nog een Farizeeër was.

als het gebod gekomen is, Namelijk tot mijne rechte kennis, en dat ik verstond dat ook de inwendige begeerten tegen de wet zonde zijn.

Hertaald: als het gebod gekomen is, Namelijk tot mijn juiste kennis, en toen ik begreep dat ook de innerlijke begeerten tegen de wet zonde zijn.

levend geworden, Dat is, ik heb de menigte der zonde, die in mij wakker geworden was, levendig gevoeld.

Hertaald: levend geworden, Dat is: ik heb de menigte van de zonde die in mij wakker geworden was levendig gevoeld.

doch ik ben gestorven Dat is, ik ben in mijn gemoed overtuigd, dat ik midden in den dood lag, en heb den moed verloren van door de gehoorzaamheid der wet te kunnen behouden worden; Rom. 4:15 ; 2 Kor. 3:6-7 , 2 Kor. 3:9 .

Hertaald: doch ik ben gestorven Dat is: ik ben in mijn geweten overtuigd dat ik midden in de dood lag, en ik heb de moed verloren om door gehoorzaamheid aan de wet behouden te kunnen worden; Rom. 4:15; 2 Kor. 3:6-7, 2 Kor. 3:9.

Romeinen 7 vers 10

dat ten leven was, Namelijk voor degenen, die de wet volkomenlijk zouden onderhouden; Rom. 10:5 ; Gal. 3:12 , enz., hetwelk den mens onmogelijk is, Rom. 8:3 .

Hertaald: dat ten leven was, Namelijk voor hen die de wet volkomen zouden onderhouden; Rom. 10:5; Gal. 3:12, enzovoort — wat voor de mens onmogelijk is, Rom. 8:3.

ten dood bevonden Namelijk door mijne verdorvenheid en overtreding.

Hertaald: ten dood bevonden Namelijk door mijn verdorvenheid en overtreding.

Romeinen 7 vers 11

heeft mij verleid, Zie de aantekeningen bij vs.8.

Hertaald: heeft mij verleid, Zie de aantekeningen bij vers 8.

Romeinen 7 vers 13

de dood geworden? Dat is, ene oorzaak des doods, gelijk vs.7.

Hertaald: de dood geworden? Dat is: een oorzaak van de dood, zoals vers 7.

door het gebod Namelijk gelijk tevoren op vs.8 verklaard is.

Hertaald: door het gebod Namelijk zoals tevoren bij vers 8 verklaard is.

Romeinen 7 vers 14

Want wij weten, Tot hiertoe heeft de apostel gesproken van de macht der wet en der zonde in den verdorven en onwedergeboren mens, gelijk hij ook zelf eertijds ervaren had, toen hij nog in zulken stand was, vs.9; maar nu komt hij en spreekt van zichzelven, gelijk hij toen was, en verklaart welke macht de overblijfselen des zondigen vleesches nog in hem hadden, nadat hij nu van de heerschappij der zonde was verlost, gelijk al zijne redenen, die volgen, van den tegenwoordigen tijd spreken, en niet van den verleden.

Hertaald: Want wij weten, Tot hiertoe heeft de apostel gesproken over de macht van de wet en de zonde in de verdorven en onwedergeboren mens, zoals hij dat zelf vroeger ervaren had toen hij nog in die toestand verkeerde, vers 9. Maar nu gaat hij over hoe hij op dat moment was, en verklaart welke macht de overblijfselen van het zondige vlees nog in hem hadden, nadat hij van de heerschappij van de zonde verlost was. Al zijn woorden die volgen staan dan ook in de tegenwoordige tijd en niet in de verleden.

geestelijk is, Dat is, die niet alleen een uitwendige, maar ook een inwendige gehoorzaamheid des harten vereist, en den volmaakten regel van een geestelijk en heilig leven voorschrijft, gelijk Christus de som daarvan verklaart Matt. 22:37 .

Hertaald: geestelijk is, Dat is: de wet vraagt niet alleen een uiterlijke, maar ook een innerlijke gehoorzaamheid van het hart, en schrijft de volmaakte regel van een geestelijk en heilig leven voor, zoals Christus de samenvatting daarvan geeft in Matth. 22:37.

ik ben vleselijk, Namelijk nog ten dele, ten aanzien van de overblijfselen des vleesches, die nog in mij zijn, gelijk hij verklaart vs.18, 23. Want dat ook de wedergeborenen, ten aanzien van enige gebreken die nog in hen zijn, vleselijk genaamd kunnen worden, blijkt 1 Kor. 3:1 .

Hertaald: ik ben vleselijk, Namelijk nog ten dele, met het oog op de overblijfselen van het vlees die nog in mij zijn, zoals hij verklaart in vers 18 en 23. Dat ook de wedergeborenen om bepaalde gebreken die nog in hen zijn vleselijk genoemd kunnen worden, blijkt uit 1 Kor. 3:1.

verkocht onder de zonde Namelijk niet als een gewillige slaaf, die de begeerte der zonde in alles zou volgen, gelijk Achab gezegd wordt 1 Kon. 21:20 , maar die tegen zijn dank en wil de begeerten en aanvallen der zonde nog is onderworpen, zonder dat hij zich daarvan nog ten enenmale kan ontslaan, hoewel hij die ernstig wederstaat en ten merendele door den Geest Gods, die in hem is, overwint. Zie dergelijke Gal. 5:17-18 .

Hertaald: verkocht onder de zonde Namelijk niet als een gewillige slaaf die de begeerte van de zonde in alles zou volgen, zoals van Achab gezegd wordt in 1 Kon. 21:20. Maar als iemand die tegen zijn zin en wil nog aan de begeerten en aanvallen van de zonde onderworpen is, zonder zich daarvan al volledig te kunnen ontdoen. Hij weerstaat ze wel ernstig en overwint ze grotendeels door de Geest van God Die in hem is. Zie iets dergelijks in Gal. 5:17-18.

Romeinen 7 vers 15

doe, Grieks werke, of volbrenge. De apostel neemt hier het woord doen, gelijk ook in het volgende, niet altijd van de uitwendige daad; want de wedergeborenen wandelen niet naar het vlees, maar naar den Geest, Rom. 8:1 , hoewel zij hunne gebreken hebben, die zij met leedwezen beklagen, Job 9:2-3 ; Ps. 130:3 ; maar hij spreekt hier voornamelijk van de inwendige bewegingen de zonde, die hij haat en die de verdorven natuur in hem menigmaal doet rijzen tegen zijn dank, gelijk hij ook spreekt van de begeerlijkheid des vleesches, Gal. 5:17 , Alzo dat gij niet doet wat gij wilt; daar hij nochtans tevoren in Gal. 5:16 gezegd had: Wandelt naar den geest, en gij zult de begeerlijkheid des vleesches niet volbrengen.

Hertaald: doe, Grieks: werk of volbreng. De apostel gebruikt het woord doen hier, evenals in het vervolg, niet altijd voor de uiterlijke daad. Want de wedergeborenen wandelen niet naar het vlees maar naar de Geest, Rom. 8:1, hoewel zij hun gebreken hebben, die zij met leedwezen betreuren, Job 9:2-3; Ps. 130:3. Maar hij spreekt hier vooral over de innerlijke bewegingen van de zonde, die hij haat en die de verdorven natuur tegen zijn zin telkens in hem doet opkomen. Zo spreekt hij ook over de begeerlijkheid van het vlees in Gal. 5:17: zodat u niet doet wat u wilt — terwijl hij daarvóór in Gal. 5:16 gezegd had: wandelt door de Geest, en u zult de begeerlijkheid van het vlees niet volbrengen.

ken ik niet; Namelijk voor goed, dat is, dat sta ik niet toe; gelijk hij daarna verklaart. Zie Ps. 1:6 ; Matt. 7:23 .

Hertaald: ken ik niet; Namelijk niet als goed; dat is: dat keur ik niet goed, zoals hij daarna verklaart. Zie Ps. 1:6; Matth. 7:23.

hetgeen ik wil, Dat is, het goede dat ik wil, gelijk vs.19.

Hertaald: hetgeen ik wil, Dat is: het goede dat ik wil, zoals vers 19.

doe ik niet, Namelijk in zulke volmaaktheid als ik wel wilde, gelijk vs.18.

Hertaald: doe ik niet, Namelijk niet in zo'n volmaaktheid als ik wel zou willen, zoals vers 18.

hetgeen ik haat, Dat is, het kwaad waar ik een afkeer van heb, en dat ik niet wil; gelijk vs.19.

Hertaald: hetgeen ik haat, Dat is: het kwaad waarvan ik een afkeer heb en dat ik niet wil, zoals vers 19.

Romeinen 7 vers 16

zo stem ik de wet toe, Namelijk dewijl ik niet wil, noch voor goed houd de begeerlijheid die zij verbiedt.

Hertaald: zo stem ik de wet toe, Namelijk omdat ik de begeerlijkheid die zij verbiedt niet wil en niet goedkeur.

Romeinen 7 vers 17

Ik dan doe datzelve nu niet meer, Namelijk naar den inwendigen mens, gelijk hij verklaart vs.22.

Hertaald: Ik dan doe datzelve nu niet meer, Namelijk naar de innerlijke mens, zoals hij verklaart in vers 22.

de zonde, die in mij woont Dat is, de overblijfselen der verdorvenheid, die nog in mij zijn, gelijk hij verklaart vs.18, 20.

Hertaald: de zonde, die in mij woont Dat is: de overblijfselen van de verdorvenheid die nog in mij zijn, zoals hij verklaart in vers 18 en 20.

Romeinen 7 vers 18

is wel bij mij, Grieks ligt bij mij; namelijk door de genade Gods, die hetzelve in mij werkt; Fil. 2:13 .

Hertaald: is wel bij mij, Grieks: ligt bij mij; namelijk door de genade van God, Die dat in mij werkt; Filipp. 2:13.

het goede te doen, Namleijk in zijne volmaaktheid. Zie Fil. 3:12-14 .

Hertaald: het goede te doen, Namelijk in zijn volmaaktheid. Zie Filipp. 3:12-14.

Romeinen 7 vers 21

vind ik dan Dat is, bevinde.

Hertaald: vind ik dan Dat is: bevind ik.

deze wet in mij De apostel noemt hier alzo, gelijk ook vs.23 bij gelijkenis, de overgebleven verdorvenheid in de gelovigen, omdat, gelijk ene wet door hare geboden en verboden den mens vermaant en verplicht tot hare gehoorzaamheid, alzo ook de inwonende zonde hen daartoe drijft door hare begeerten en aanritsingen. Zie vs.23.

Hertaald: deze wet in mij De apostel noemt hier, evenals in vers 23, de overgebleven verdorvenheid in de gelovigen bij wijze van vergelijking een wet. Want zoals een wet door haar geboden en verboden de mens vermaant en tot gehoorzaamheid verplicht, zo drijft ook de inwonende zonde hen daartoe door haar begeerten en prikkelingen. Zie vers 23.

bijligt Of, aanligt; dat is aankleeft of aanhangt, namelijk, door de overblijfselen der verdorven natuur.

Hertaald: bijligt Of: aanligt; dat is: aankleeft of aanhangt, namelijk door de overblijfselen van de verdorven natuur.

Romeinen 7 vers 22

naar den inwendigen mens; Hierdoor wordt niet verstaan de natuurlijke rede des mensen, die ook somwijlen wel strijdt voor de burgerlijke deugd; want de Schrift getuigt doorgaans dat de rede des natuurlijken mensen in geestelijke zaken blind en verkeerd is, dezelve voor dwaasheid houdt, 1 Kor. 2:14 , vijandschap is tegen God, en der wet Gods niet wordt onderworpen, ja ook niet kan, Rom. 8:7 ; maar wordt verstaan van den mens, voorzoveel hij inwendig door Gods Geest verlicht en wedergeboren is, Rom. 2:29 ; 2 Kor. 4:16 ; Ef. 3:16 , welke inwendige mens in de wet Gods, die geestelijk is, vs.14, zijn vermaak heeft; Ps. 1:2 ; Rom. 8:5 .

Hertaald: naar den inwendigen mens; Hiermee wordt niet het natuurlijke verstand van de mens bedoeld, dat soms ook wel voor de burgerlijke deugd opkomt. Want de Schrift getuigt overal dat het verstand van de natuurlijke mens in geestelijke zaken blind en verkeerd is, die dingen voor dwaasheid houdt, 1 Kor. 2:14, vijandschap tegen God is en aan de wet van God niet onderworpen is, ja ook niet kan zijn, Rom. 8:7. Maar het gaat om de mens voor zover hij innerlijk door Gods Geest verlicht en wedergeboren is, Rom. 2:29; 2 Kor. 4:16; Ef. 3:16 — welke innerlijke mens zijn vermaak heeft in de wet van God, die geestelijk is, vers 14; Ps. 1:2; Rom. 8:5.

Romeinen 7 vers 23

in mijn leden, Dat is, in mijn vlees, vs.5, 18.

Hertaald: in mijn leden, Dat is: in mijn vlees, vers 5 en 18.

de wet mijns gemoeds, Of, de wet mijns verstands; dat is tegen het voorschrift en de bewegingen van den inwendigen en nieuwen mens; gelijk hier voren verklaard is.

Hertaald: de wet mijns gemoeds, Of: de wet van mijn verstand; dat is: tegen het voorschrift en de bewegingen van de innerlijke en nieuwe mens, zoals hiervoor verklaard is.

gevangen neemt onder de wet der zonde, Dat is, mij nog tegen mijn dank aankleeft, vs.4.

Hertaald: gevangen neemt onder de wet der zonde, Dat is: mij nog tegen mijn zin aankleeft, vers 4.

Romeinen 7 vers 24

uit het lichaam dezes doods? Of, uit het lichaam des doods. Hetwelk verstaan kan worden, òf van de overblijfselen der zonde en des ouden mensen, die het lichaam der zonde genoemd worden, Rom. 6:6 , òf van het lichaam des mensen, dat hier sterflijk is, en vanwege de zonde den dood onderworpen; Rom. 8:10 . Want wij zullen van deze overblijfselen der zonde, en van deze gevangenis, niet eer ten volle worden verlost, voordat wij dit sterflijk lichaam zullen afgelegd hebben.

Hertaald: uit het lichaam dezes doods? Of: uit het lichaam van de dood. Dat kan opgevat worden van de overblijfselen van de zonde en van de oude mens, die het lichaam van de zonde genoemd worden, Rom. 6:6, óf van het lichaam van de mens, dat hier sterfelijk is en vanwege de zonde aan de dood onderworpen; Rom. 8:10. Want wij zullen van deze overblijfselen van de zonde en van deze gevangenschap niet eerder volledig verlost worden dan wanneer wij dit sterfelijke lichaam zullen hebben afgelegd.

Romeinen 7 vers 25

Ik dank God, Namelijk dat Hij mij alrede zover door Christus verlost heeft van de heerschappij der zonde, dat ik nu, hoewel de zonde mij nog aankleeft, nochtans geen gewillige slaaf derzelve meer ben, maar daartegen strijd, en die door Christus' Geest kan overwinnen; gelijk het besluit dan volgt, en het begin van het Rom 8 medebrengt. Zie 1 Kor. 15:55-57 .

Hertaald: Ik dank God, Namelijk dat Hij mij door Christus al zover verlost heeft van de heerschappij van de zonde, dat ik nu — hoewel de zonde mij nog aankleeft — toch geen gewillige slaaf daarvan meer ben, maar ertegen strijd en haar door de Geest van Christus kan overwinnen. Zo volgt dan de slotsom, en dat is ook het begin van hoofdstuk 8. Zie 1 Kor. 15:55-57.

Zo dan, Dit is het besluit van dezen gehelen strijd.

Hertaald: Zo dan, Dit is de slotsom van deze hele strijd.

met het gemoed de wet Gods, Dat is, naar den inwendigen mens, vs.22, die de apostel nu erkent hij zelf te zijn, of zijn eigen te zijn, daar het vlees na de wedergeboorte maar een vreemd aanhangsel is, hetwelk allengskens versleten en weggeworpen moet worden.

Hertaald: met het gemoed de wet Gods, Dat is: naar de innerlijke mens, vers 22, die de apostel nu erkent zelf te zijn, of het zijne te zijn — terwijl het vlees na de wedergeboorte niet meer is dan een vreemd aanhangsel, dat geleidelijk versleten en weggeworpen moet worden.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Inwonende zonde (de worsteling van Rom. 7)  — De ervaring van de gelovige die, ondanks een vernieuwde wil, nog een tegenstrijdige macht in zichzelf vindt: "het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik" (Rom. 7:19)

Paulus beschrijft, sprekend in de eerste persoon, een innerlijke tweestrijd: "hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik" (Rom. 7:15); "het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet" (Rom. 7:18); "als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt" (Rom. 7:21). De klacht bereikt haar hoogtepunt in "Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" (Rom. 7:24), gevolgd onmiddellijk door de enige mogelijke troost: "Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere" (Rom. 7:25).

Bijbelse betekenis: Dit is geen beschrijving van een onbekeerde, maar juist van de gelovige die met het gemoed de wet Gods dient en tegelijk met het vlees de wet der zonde. In de kanttekeningtraditie en de gereformeerd-bevindelijke lijn is die strijd altijd gelezen als een bewijs van wedergeboorte en niet als een ontkenning ervan. Alleen wie een nieuwe wil heeft ontvangen, kan de tegenstand van het oude vlees zo scherp voelen. Het hoofdstuk sluit de deur voor elke zelfvoldane heiligheidsleer die veronderstelt dat de zonde in dit leven werkelijk uitgeroeid kan worden.

Typologie: Het antwoord op de klacht van hoofdstuk 7 volgt onmiddellijk in Rom. 8:1: "Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn."

Rom. 7:15,18-19,21,24-25; Rom. 8:1

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Der wet gedood door het lichaam van Christus — 7:1-6, 24-25

Het offer en de plaatsvervanging niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe

Paulus heeft gezegd dat wij niet onder de wet zijn maar onder de genade. Daarop komt de vraag hoe dat kan zonder dat de wet slecht gemaakt wordt. Hij antwoordt met een voorbeeld uit het huwelijksrecht.

De band met de wet houdt op door een dood — en die dood is niet de onze.

**Het voorbeeld.** Een vrouw is aan haar man gebonden zolang hij leeft; sterft hij, dan is zij vrij van die wet. Er is geen ontsnapping, er is alleen een sterfgeval.

**De toepassing, en die is scheef.** Men zou verwachten: en zo is de wet voor u gestorven. Maar er staat: “Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus.”

De kanttekening staat daar uitvoerig bij stil. Zij legt uit dat Paulus het met opzet omkeert: het zou vreemd geklonken hebben te zeggen dat de wet door Christus gedood is, terwijl hij bedoelt dat de heersende macht van de wet over ons ten einde is.

**Waar de dood vandaan komt.** En dan het stuk waarom deze post in de offerlijn staat. De kanttekening zegt het onomwonden: door het lichaam van Christus betekent: door de offerande van Zijn lichaam aan het kruis volbracht. Daardoor heeft Hij de vloek van de wet en de macht van de zonde tenietgedaan, en ons daarvan verlost.

Daar staat de hele lijn in één zin. Op het altaar stierf een dier in de plaats van een mens, en wat aan die mens kleefde ging mee. Hier is het lichaam van een Mens het offer, en wat eraan kleefde was de aanspraak van de wet.

**Waartoe het diende.** Er staat niet dat men daarna vrij is om te doen wat men wil: “opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.”

Het beeld blijft dat van een huwelijk. Er is geen niemandsland tussen twee mannen in; er wordt van eigenaar gewisseld.

**Het slot van het hoofdstuk.** Wat erop volgt is de bekendste worsteling van het Nieuwe Testament: het goede dat ik wil, doe ik niet. En het loopt uit op een schreeuw en een dankzegging in twee regels: “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.”

De vraag begint bij een lichaam en het antwoord komt door een lichaam.

  1. Leviticus 1:4 — De hand op de kop van het offer: wat aan de mens kleeft, gaat over.
  2. Galaten 3:13 — Christus is een vloek geworden voor ons.
  3. Romeinen 7:4 — Gij zijt der wet gedood door het lichaam van Christus.
  4. Romeinen 7:4 — En dat opdat gij een Anders zoudt worden.
  5. Hebreeën 10:10 — Geheiligd door de offerande van het lichaam van Jezus Christus.
  6. Romeinen 7:25 — Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere.

In het Nieuwe Testament: Leviticus 1:4; Galaten 3:13; Kolossenzen 1:22; Romeinen 6:6; Hebreeën 10:10; Efeziers 2:15

Hoever dit reikt: De kanttekening besteedt veel ruimte aan de omkering in vers 4 en legt uit dat bedoeld is dat de heersende macht van de wet over ons geëindigd is. Wat het lichaam van Christus hier betekent, verklaart zij als de offerande aan het kruis. Over de vraag wie er in het tweede deel van dit hoofdstuk aan het woord is, wordt verschillend gedacht; deze post gaat daar niet op in.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Romeinen 7

Romeinen 7:4

KruisverwijzingenRomeinen 8:2Romeinen 7:6Kolossenzen 1:22Romeinen 6:22Galaten 5:18Efeze 2:15Kolossenzen 2:14Johannes 15:8
— Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.

Terwijl wij onder de wet waren, konden wij niet in de banden van het nieuwe verbond komen — het verbond der genade. Maar door de dood van Christus zijn wij dood voor de wet. Zo zijn wij vrijgemaakt van het beginsel en het verbond van de wet, en zijn wij onder het verbond der genade gekomen.

Romeinen 7:5

KruisverwijzingenRomeinen 6:13Romeinen 6:21Romeinen 3:20Romeinen 6:23Jakobus 2:9Mattheüs 15:19Jakobus 4:1Galaten 5:19
— Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.

Zonde is de overtreding van de wet. Daarom komt, uit de wet, door onze verdorvenheid, de zonde voort. En in ons vroegere leven bevonden wij de zonde inderdaad zeer vruchtbaar. Zij groeide snel in onze leden, en bracht veel “vrucht ten dode” voort.

Romeinen 7:6

KruisverwijzingenRomeinen 6:42 Korinthe 3:6Romeinen 7:4Romeinen 6:2Galaten 4:42 Korinthe 5:17Galaten 2:19Romeinen 7:1
— Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.

De boodschap tot ons is niet meer: “doe dit, en gij zult leven.” Wij zijn geen slaven meer onder de dwang. Wij zijn een nieuwe staat binnengegaan, wij zijn vrij, ons verblijdend in de heerlijke vrijheid van de kinderen Gods. Wat wij nu doen, komt voort uit een geest van liefde, niet van vrees. Wij zoeken de heiligheid niet om erdoor behouden te worden, en wij ontvluchten de zonde ook niet uit vrees om in de hel geworpen te worden. Wij hebben een geheel andere geest in ons.

Romeinen 7:7-8

KruisverwijzingenRomeinen 3:20Romeinen 7:11Romeinen 7:8Deuteronomium 5:21Exodus 20:17Romeinen 3:5Romeinen 4:15Romeinen 13:9
— Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Dat zij verre. Ja, ik kende de zonde niet dan door de wet; want ook had ik de begeerlijkheid niet geweten zonde te zijn, indien de wet niet zeide: Gij zult niet begeren. Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood.

Verre daarvandaan, dat de wet zonde zou zijn. Integendeel, de wet is de grote ontdekker van de zonde, die haar aan het licht brengt, en ons laat weten wat zonde werkelijk is. Sommigen hopen hun boze neigingen door de wet te overwinnen. Zij menen dat, kennen en voelen zij het gezag van Gods wet, dat ontzag over hun gemoed zal hebben, en zij heilig zullen worden. Nu is de wet in zichzelf allerheiligst. Zij kan niet verbeterd worden. Wij zouden er niets aan kunnen toevoegen of afdoen zonder haar te schaden. Zij is een volmaakte wet. Maar wat is haar uitwerking op het gemoed? Komt zij in een onvernieuwd gemoed, dan veroorzaakt zij, in plaats van de zonde te beteugelen, juist zonde. De apostel zegt, dat hij de begeerlijkheid niet gekend zou hebben, had de wet niet gezegd: “Gij zult niet begeren.” Er is iets in ons dat opstaat tegen de wet, zodra wij ermee in aanraking komen. Er zijn dingen waaraan wij nooit gedacht zouden hebben, waren wij er niet van verboden geweest. Dan ontstaat er meteen een neiging in deze verdorven natuur van ons om de wet te breken.

Juist het feit dat God tot ons zei: “doe het niet,” werkte zo op onze natuur, dat wij het juist wilden doen. Wat God geboden had, was ons onverschillig zolang wij Zijn wil niet kenden. Door de verdorvenheid van ons hart werd het iets om te weerstaan, alleen omdat Hij het ons opgelegd had. Ach, wat een boze harten hebben wij, die zelfs uit het goede het kwade halen!

Romeinen 7:8-9

KruisverwijzingenRomeinen 7:11Romeinen 4:151 Korinthe 15:56Johannes 15:22Johannes 15:24Jakobus 1:14Romeinen 5:20Romeinen 7:17
— Maar de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft in mij alle begeerlijkheid gewrocht; want zonder de wet is de zonde dood. En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.

Ik wist niet hoe zondig ik was, totdat Gods gebod tot mij kwam. De zonde scheen dood in mij te zijn, en ik hield mijzelf voor een rechtvaardig man. Maar toen de wet van God mijn hart en geweten bereikte, begreep ik meer. Ik begreep dat zelfs een zondige gedachte mij zou verderven. Ik begreep dat een overhaast woord de kern van moord in zich droeg, en dat de uiterste onreinheid kon schuilen onder wat een gewone gewoonte van mijn medemensen leek. Toen ik dat alles ontdekte, leefde de zonde inderdaad, maar ik stierf, wat de rechtvaardigheid betreft.

Was er nooit een wet geweest, dan had er geen zonde kunnen zijn, want zonde is het breken van de wet. De wet is goed. Daarover spreken wij niet. De wet is nodig, maar toch is onze natuur zo, dat het bestaan van de wet zelf het bestaan van de zonde betoogt en schept. En komt de wet, dan komt de zonde onmiddellijk mee. “Zonder de wet was de zonde dood.”

Ik dacht dat ik alles was wat goed was. Ik verbeeldde mij dat ik alles deed wat recht was. Ik voelde geen opstand in mijn hart. Ik was levend. Ik trapte tegen dat gebod. Mijn heiligheid was al gauw verdwenen. De voortreffelijkheid die ik meende te bezitten in mijn karakter verdween al gauw, want ik bevond mijzelf de wet aan het breken.

Romeinen 7:10-13

KruisverwijzingenRomeinen 10:5Romeinen 7:8Leviticus 18:51 Timotheüs 1:8Ezechiël 20:21Genesis 3:13Hebreeën 3:13Psalmen 119:137
— En het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden. Want de zonde, oorzaak genomen hebbende door het gebod, heeft mij verleid, en door hetzelve gedood. Alzo is dan de wet heilig, en het gebod is heilig, en rechtvaardig, en goed. Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate werd zondigende door het gebod.

Zondigde ik meer, toen Gods gebod mij geopenbaard werd? Werd, door het licht van de wet, de zonde mij duidelijker, zodat zij bovenmate zondig werd en mij tot wanhoop dreef, en zo tot het bedrijven van nog erger zonde? De schuld lag niet in de wet, maar in de zonde, en in mij, de zondaar.

Er was zonde in zijn natuur, maar hij wist het niet. Maar toen het gebod kwam, toen zei die boze natuur bij zichzelf dat zij dat gebod niet zou houden. Zij greep meteen de gelegenheid aan om zich te tonen door dat gebod te breken. Het was iets als een medicijn dat menig wijs arts zijn patiënt heeft gegeven. Er is een dodelijke ziekte in het inwendige van de mens, en hij geeft hem een middel dat haar naar buiten drijft. U ziet het op de huid. U voelt de pijn ervan. Het zou hem toch gedood hebben; nu kan het alleen zijn dood nog zijn; maar nu is het deel van het genezingsproces, om de ziekte zichtbaar te maken.

Zo komt de wet in het hart van een mens, en door de opstand van zijn natuur schopt hij tegen de wet, en zondigt. Zij maakt hem niet zondig. Zij toont slechts dat hij zondig wás, want een volmaakte wet zou een volmaakt mens niet doen zondigen. Zij zou hem leiden en geleiden op de weg van de heiligheid. Maar een volmaakte wet, in aanraking komend met een onvolmaakte natuur, schept al gauw opstand en zonde. Het is een vergelijking die niet overal opgaat, maar toch is zij van enig nut. U hebt ongebluste kalk gezien; giet er water op. Het water is van koelende aard. Er is niets in het water dan wat vuur zou blussen, en toch, giet men het op de kalk, dan is het gevolg een brandende hitte. Zo is het met de wet, geworpen op de natuur van de mens. Zij schijnt zonde te scheppen. Niet dat de wet dat uit zichzelf doet, maar in aanraking komend met de bedorven beginselen van onze natuur, wordt zonde het product ervan. Het is het enige product. U kunt de wet van God prediken totdat iedereen erger wordt dan hij was. De wet schept geen heiligheid. Dat kan zij nooit.

Romeinen 7:13-14

Kruisverwijzingen1 Koningen 21:201 Koningen 21:252 Koningen 17:17Romeinen 7:8Jakobus 1:13Jesaja 50:1Jesaja 52:3Romeinen 8:3
— Is dan het goede mij de dood geworden? Dat zij verre. Maar de zonde is mij de dood geworden; opdat zij zou openbaar worden zonde te zijn; werkende mij door het goede den dood; opdat de zonde boven mate werd zondigende door het gebod. Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde.

De wet van de Heere is een veel hoger ding dan zij in het oordeel van velen lijkt te zijn. Spreek er niet van als slechts een “tien woorden.” Zij heeft verreikende handen, en raakt de geheime gedachten en voornemens van mensen, en zelfs hun dwalende inbeeldingen vallen onder haar heerschappij. “De wet is geestelijk.”

“Ik ben vleselijk.” Daar ligt de bron van al het kwaad — een ongehoorzaam en oproerig onderdaan, geen lastige wet. De wet is goed genoeg, zij is volstrekt volmaakt; “maar,” zegt de apostel, “ik ben vleselijk” — verkocht onder de zonde. Zelfs nu hij een christen geworden is, en door genade vernieuwd is.

Romeinen 7:15-17

KruisverwijzingenGalaten 5:17Romeinen 7:20Nahum 1:7Hebreeën 1:9Prediker 7:201 Johannes 1:7Romeinen 14:22Filippenzen 3:12
— Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat doe ik niet, maar hetgeen ik haat, dat doe ik. En indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo stem ik de wet toe, dat zij goed is. Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

De mens zelf doet dat wat kwaad is, maar zijn geweten komt ertegen in opstand. Dit is een vreemde tegenstelling — een mens die genoeg genade heeft om het goede te willen doen, en het toch niet doet. Er zijn twee mensen in de ene mens — de nieuwe natuur die strijdt tegen de oude natuur. Dit moet een vernieuwd mens zijn die zo spreekt, anders zou hij niet kunnen zeggen dat hij de zonde haat. En toch moet er een deel van hem nog onvolmaakt zijn, anders zou hij niet doen wat hij haat. Ik doe dikwijls wat ik niet goedkeur, wat ik niet nogmaals wil doen, waarvoor ik mijzelf verafschuw.

Doe ik dat, waartegen ook mijn geweten opstaat, dan erkent het betere deel van mij toch de goedheid van de wet. Het slechtere deel van mij komt er wel tegen in opstand. Dit is het raadsel van de gelovige. Te zeggen dat dit geen ervaring van een gelovige is, bewijst alleen dat wie het zegt weinig weet van hoe gelovigen voelen. Wij haten de zonde, en toch, helaas, vallen wij erin! Wij zouden volmaakte levens leiden, konden wij het, wij die vernieuwd zijn. Wij verontschuldigen onze zonde niet: zij is boos en afschuwelijk; en toch vinden wij deze twee dingen in ons strijdend en vechtend. Mijn binnenste hart, zegt de wet, is goed, ook al heb ik haar niet gehouden zoals ik wilde. Toch is mijn verlangen haar te houden de instemming van mijn natuur met de goedheid van die wet. Het bewijst dat er een levenskracht in mij is, die de ziekte er uiteindelijk uit zal werpen, en mij recht zal maken voor Gods aangezicht.

De vernieuwde mens blijft tegen de zonde staan. Zijn hart wenst de zonde niet, maar die oude natuur binnenin hem zal zondigen tot het einde. Het echte “ik,” het ware “ik,” het nieuwgeboren “ik.” God zij gedankt daarvoor — een wil te hebben om het goede te doen, een sterk, hartstochtelijk verlangen om heilig te zijn. “Het willen is wel bij mij.” Ik zou vurig willen bidden, en mijn gedachten zijn afgeleid. Ik zou God willen liefhebben met heel mijn hart, en iets anders komt ertussen en steelt er een deel van weg. Ik zou heilig willen zijn zoals God heilig is, maar ik bevind dat ik tekortschiet in mijn verlangens.

Romeinen 7:18-20

KruisverwijzingenRomeinen 7:25Johannes 3:6Genesis 6:5Psalmen 51:5Genesis 8:21Job 14:4Titus 3:3Psalmen 119:115
— Want ik weet, dat in mij, dat is, in mijn vlees, geen goed woont; want het willen is wel bij mij, maar het goede te doen, dat vind ik niet. Want het goede dat ik wil, doe ik niet, maar het kwade, dat ik niet wil, dat doe ik. Indien ik hetgene doe, dat ik niet wil, zo doe ik nu hetzelve niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

Och, hoe dikwijls hebben mensen die naar heiligheid streefden, deze woorden van de apostel moeten gebruiken! Hoe heiliger zij worden, des te meer beseffen zij dat er nog iets beters is, buiten hun bereik, waarnaar zij streven, maar wat zij nog niet kunnen bereiken. Zo roepen zij nog steeds: “het goede dat wij willen, doen wij niet, maar het kwade, dat wij niet willen, dat doen wij.”

De ware mens — de nieuwgeboren mens — worstelt naar wat recht is. Het echte “ik,” het onsterfelijke “ik,” blijft voortdringen, als een schip dat opboksen moet tegen wind en getij, strevend naar de haven waar het volkomen rust zal vinden. Och, wat een worstelingen, wat een strijd zijn er binnen in mannen en vrouwen in wie de genade Gods machtig werkt! Wie weinig genade hebben, kunnen het gemakkelijk opnemen, en met de stroom meezwemmen. Maar waar de genade machtig is, zal de zonde strijden om de overhand. Zij moet uiteindelijk wijken, want er kan nooit ware vrede zijn, voordat zij onderworpen is.

Och, deze vervloekte inwonende zonde! Wilde God dat zij verdreven werd. Wij zeggen dit niet om onszelf te verontschuldigen — dat zij verre — maar om onszelf te beschuldigen, dat wij deze zonde toestaan in ons te wonen. Toch mogen wij ons in God verblijden, dat wij wedergeboren zijn, en dat dit nieuwe “ik,” het ware “ik,” niet aan de zonde zal toegeven, maar ertegen strijdt.

Romeinen 7:21-24

KruisverwijzingenPsalmen 1:2Efeze 3:16Galaten 5:17Jakobus 4:12 Korinthe 4:16Psalmen 40:81 Petrus 2:11Romeinen 7:23
— Zo vind ik dan deze wet in mij: als ik het goede wil doen, dat het kwade mij bijligt. Want ik heb een vermaak in de wet Gods, naar den inwendigen mens; Maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de wet mijns gemoeds, en mij gevangen neemt onder de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

Wat mijzelf betreft: dikwijls, wanneer ik het meest ernstig in het gebed ben, komen er dwalende gedachten in mijn geest. Zij leiden mij af van het heilige werk van de smeking. En wanneer ik het meest gericht ben op nederigheid, dan valt de schaduw van hoogmoed op mij. Vinden genadige mensen dat niet doorgaans zo? Is hun ervaring gelijk aan die van de apostel Paulus? Of aan die van menig ander kind van God wiens levensverhaal men graag leest? Dan is het zo, en zal het zo zijn.

Hoe heiliger een mens wordt, des te meer roept hij op deze manier. Staat hij nog laag in de schaal, dan berust hij in de zonde, en is ongemakkelijk. Maar ziet hij Christus, en wordt hij Hem enigszins gelijk, dan verschrikt hem de aanwezigheid van zelfs de geringste zondige gedachte, hoe dichter hij het beeld van zijn Meester nadert. Hij zou, kon hij het, nooit meer naar de zonde omzien, nooit de geringste neiging ertoe hebben. Maar hij bevindt zijn hart afdwalend en dolend, wanneer hij het zou willen vastbinden, indien mogelijk, aan het kruis, en het daar kruisigen. En zo, hoe gelukkiger hij is in Christus, des te wanhopiger roept hij uit tegen de ellende van, zelfs in de geringste mate, met zonde besmet te zijn. “Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Dit zijn barensweeën, de weeën en angst van een wedergeboren geest. De christen vecht zich een weg naar een zekere en gewisse overwinning. Hoe meer van deze ellende hij dus voelt, des te beter. Dat geldt althans, mits zij alleen veroorzaakt wordt door het besef dat de zonde nog in hem schuilt, en dat hij ernaar verlangt ervan bevrijd te worden.

Romeinen 7:25

KruisverwijzingenGalaten 5:171 Korinthe 15:57Romeinen 6:142 Korinthe 12:91 Petrus 2:92 Korinthe 9:151 Petrus 2:5Jesaja 12:1
— Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.

Het zal geschieden. Ik zal bevrijd worden. Ik zal volmaakt zijn. Och, gezegend uur! Och, zoete woning! Ik zal nabij en gelijk mijn God zijn. Och, zonder gebrek te zijn voor de troon, zonder neiging tot zonde, zonder de mogelijkheid ertoe, onbevlekt rein! Met een hart dat zuiver water voortbrengt, zoals de rivier van het leven die van onder de troon van God stroomt! Dit is ons deel. Wij zien ernaar uit, en wij zullen nooit rusten, totdat wij het ontvangen, geloofd zij Zijn Naam. “Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere.”

Met de nieuwe natuur. Met het vlees — dat oude, wegwerpbare bestaan, dat moet sterven en begraven worden, en hoe eerder hoe beter. Met mijn oude verdorven natuur ben ik dienstbaar aan de wet van de zonde. Maar wat een genade is het, dat het volgende vers luidt: dat, ondanks dat, “er is dan nu geen verdoemenis voor hen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

De ware aard van zonde

Preken

Spurgeon legt in deze preek uit waarom zonde op zichzelf 'buitengewoon zondig' is: het is rebellie tegen Gods recht en de moordenaar van Christus. ​

De grote crisis van de ziel

Preken

In deze preek behandelt Spurgeon hoe de wet doodt — van geestelijk dood zijn in de zonde tot een nieuw leven in Christus.

Het monster aan het licht gebracht

Preken

Zonde is dood! Velen zien zonde niet in haar ware gedaante, maar Gods wet is bindend. Een diepgaande analyse die het monster aan het licht brengt.

De twee naturen en de innerlijke strijd

Preken

De twee naturen strijden dagelijks in de christen: onze nieuwe natuur verlangt naar God, maar de oude wijkt niet zonder slag of stoot.

Waarom ben ik zoals ik ben?

Preken

Vraag jij je af waarom je bent zoals je bent? Ontdek de diepere waarheid over onze menselijke natuur en Gods plan.

De uitgeputte strijder

Preken

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 23 januari 1859, door C.H. Spurgeon, in de Music Hall, Royal Surrey Gardens. Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen van het lichaam…

Innerlijke strijd

Aan De Voeten Van De Meester

Ik dan doe datzelve nu niet meer, maar de zonde, die in mij woont. Romeinen 7:17 De nieuwe natuur die God in Zijn volk plant is direct tegenovergesteld…

Ernst van de zonde

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" …opdat de zonde uitermate zondig zou blijken te zijn. Romeinen 7 vers 13 Pas er voor op om te gemakkelijk over…

Volmaakt in Christus Jezus

Aan De Voeten Van De Meester

Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? Ik dank God, door Jezus Christus, onzen Heere. (7:26) Zo dan, ik zelf dien wel met het…

Gevechten in de Levensstrijd

Aan De Voeten Van De Meester

Want wij weten, dat de wet geestelijk is, maar ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Want hetgeen ik doe, dat ken ik niet; want hetgeen ik wil, dat…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content