Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Romeinen 14

1 Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Dengene nuG1161, die zwakG770 is in het geloofG4102, neemtG4355 aan, maar nietG3361 totG1519 twistigeG1261 samensprekingenG1253. Dengene nu, die zwak is in het geloof, neemt aan, maar niet tot twistige samensprekingen.

KJV Him that is weak3 in the faith5 receive ye,6 but2 not7 to8 doubtful10 disputations.

1 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 ασθενουντα G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 4 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 πιστει G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 6 προσλαμβανεσθε G4355 namen, genomen, aangenomen receive, take (unto) 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 9 διακρισεις G1253 onderscheiding, onderscheidingen, samensprekingen discern(-ing), disputation 10 διαλογισμων G1261 overleggingen, gedachten, overlegging dispute, doubtful(-ing), imagination, reasoning, thought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 De een gelooftG4100 wel, datG3739 men allesG3956 etenG5315 mag, maarG1161 die zwakG770 is, eetG2068 moeskruidenG3001. De een gelooft wel, dat men alles eten mag, maar die zwak is, eet moeskruiden.

KJV For2 one1 believeth3 that he may eat4 all things:5 another,7 who is weak,8 eateth10 herbs.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 πιστευει G4100 gelooft, geloven, geloofd believe(-r), commit (to trust), put in trust with 4 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 5 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 6 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 8 ασθενων G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak 9 λαχανα G3001 moeskruiden, moeskruid herb 10 εσθιει G2068 eet, eten, aten devour, eat, live
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want God heeft hem aangenomen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Die daar eetG2068, verachteG1848 hem nietG3361, die niet eetG2068; enG2532 die niet eetG2068, oordeleG2919 hem nietG3361, die daar eetG2068; wantG1063 GodG2316 heeft hemG846 aangenomenG4355. Die daar eet, verachte hem niet, die niet eet; en die niet eet, oordele hem niet, die daar eet; want God heeft hem aangenomen.

KJV Let7 not4 him that eateth2 despise him that eateth5 not;6 and8 let11 not10 him which eateth13 not14 judge15 him that eateth: for18 God17 hath received20 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 5 εσθιοντα G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 εξουθενειτω G1848 veracht, verachte, Veracht contemptible, despise, least esteemed, set at nought 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 12 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 εσθιοντα G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 14 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 15 κρινετω G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 18 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 19 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 20 προσελαβετο G4355 namen, genomen, aangenomen receive, take (unto)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 WieG5101 zijt gijG4771, die eens anderen huisknechtG3610 oordeeltG2919? Hij staatG4739, ofG2228 hij valtG4098 zijn eigenG2398 heerG2962; dochG1161 hij zal vastgesteldG2476 worden, wantG1063 GodG2316 isG1510 machtigG1415 hem vast te stellenG2476. Wie zijt gij, die eens anderen huisknecht oordeelt? Hij staat, of hij valt zijn eigen heer; doch hij zal vastgesteld worden, want God is machtig hem vast te stellen.

KJV Who2 art thou1 that judgest5 another man's6 servant?7 to his own9 master10 he standeth11 or12 falleth.13 Yea,15 he shall be holden up:14 for17 God20 is able16 to make21 him22 stand.

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 3 ει G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 κρινων G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 6 αλλοτριον G245 vreemden, anders, vreemd alien, (an-)other (man's, men's), strange(-r) 7 οικετην G3610 huisknecht, huisknechten (household) servant 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 ιδιω G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 10 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 11 στηκει G4739 staat, Staat stand (fast) 12 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 13 πιπτει G4098 viel, gevallen, vielen fail, fall (down), light on 14 σταθησεται G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 15 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 16 δυνατος G1415 machtig, mogelijk, krachtig able, could, (that is) mighty (man), possible, power, strong 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 θεος G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 21 στησαι G2476 stond, staande, staan abide, appoint, bring, continue, covenant, establish, hold up, lay, present, set (up), stanch, stand (by, forth, still, up) 22 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 De een achtG2919 wel den enen dagG2250 boven den anderen dagG2250; maarG1161 de anderG3739 achtG2919 alG3956 de dagenG2250 gelijk. Een iegelijkG1538 zij inG1722 zijn eigenG2398 gemoedG3563 ten volle verzekerdG4135. De een acht wel den enen dag boven den anderen dag; maar de ander acht al de dagen gelijk. Een iegelijk zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd.

KJV One2 man1 esteemeth3 one day4 above5 another:6 another7 esteemeth9 every10 day11 alike. Let17 every man12 be fully persuaded in13 his own15 mind.

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 3 κρινει G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 4 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 παρ G3844 van, bij, naast above, against, among, at, before, by, contrary to, X friend, from, + give (such things as they), + that (she) had, X his, in, more than, nigh unto, (out) of, past, save, side…by, in the sight of, than, (there-)fore, with 6 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 7 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 8 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 9 κρινει G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 10 πασαν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 12 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 13 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ιδιω G2398 eigen, bijzonder, eigenen X his acquaintance, when they were alone, apart, aside, due, his (own, proper, several), home, (her, our, thine, your) own (business), private(-ly), proper, severally, their (own) 16 νοι G3563 verstand, zin, gemoeds mind, understanding 17 πληροφορεισθω G4135 volle verzekerd, volkomen zekerheid most surely believe, fully know (persuade), make full proof of
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Die den dagG2250 waarneemtG5426, die neemtG5426 hem waar den HeereG2962; enG2532 die den dagG2250 niet waarneemtG5426, die neemtG5426 hem niet waar den HeereG2962. Die daar eetG2068, die eetG2068 zulks den HeereG2962, wantG1063 hij danktG2168 GodG2316; enG2532 die niet eetG2068, die eetG2068 zulks den HeereG2962 niet, enG2532 hij danktG2168 GodG2316. Die den dag waarneemt, die neemt hem waar den Heere; en die den dag niet waarneemt, die neemt hem niet waar den Heere. Die daar eet, die eet zulks den Heere, want hij dankt God; en die niet eet, die eet zulks den Heere niet, en hij dankt God.

KJV He that regardeth2 the day,4 regardeth6 it unto the Lord;5 and7 he that regardeth10 not9 the day,12 to the Lord13 he doth15 not14 regard it. He that eateth,17 eateth19 to the Lord,18 for21 he giveth God23 thanks;20 and24 he that eateth27 not,26 to the Lord28 he eateth30 not,29 and31 giveth God34 thanks.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 φρονων G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 3 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 5 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 φρονει G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 φρονων G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ημεραν G2250 dag, dagen, dage age, + alway, (mid-)day (by day, (-ly)), + for ever, judgment, (day) time, while, years 13 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 14 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 φρονει G5426 gevoelen, bedenken, gevoelt set the affection on, (be) care(-ful), (be like-, + be of one, + be of the same, + let this) mind(-ed), regard, savour, think 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 18 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 19 εσθιει G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 20 ευχαριστει G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 21 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 22 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 24 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 25 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 27 εσθιων G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 28 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 29 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 30 εσθιει G2068 eet, eten, aten devour, eat, live 31 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 32 ευχαριστει G2168 gedankt, dank, danken (give) thank(-ful, -s) 33 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 34 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 WantG1063 niemandG3762 van ons leeftG2198 zichzelvenG1438, enG2532 niemandG3762 sterftG599 zichzelvenG1438. Want niemand van ons leeft zichzelven, en niemand sterft zichzelven.

KJV For2 none1 of us liveth5 to himself,4 and6 no man7 dieth9 to himself.

1 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ημων G1473 mij, ik I, me 4 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 5 ζη G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 6 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 7 ουδεις G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 8 εαυτω G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 9 αποθνησκει G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WantG1063 hetzij dat wij levenG2198, wij levenG2198 den HeereG2962; hetzij dat wij stervenG599, wij stervenG599 den HeereG2962. Hetzij danG3767 dat wij levenG2198, hetzij dat wij stervenG599, wij zijnG1510 des HeerenG2962. Want hetzij dat wij leven, wij leven den Heere; hetzij dat wij sterven, wij sterven den Heere. Hetzij dan dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des Heeren.

KJV For3 whether1 we live,4 we live7 unto the Lord;6 and whether8 we die,10 we die13 unto the Lord:12 whether14 we live17 therefore,16 or18 die,20 we are the Lord's.

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 ζωμεν G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 ζωμεν G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 10 αποθνησκωμεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 11 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 13 αποθνησκομεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 14 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 15 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 16 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 17 ζωμεν G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 18 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 19 τε G5037 en, ook also, and, both, even, then, whether 20 αποθνησκωμεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 κυριου G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 23 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantG1063 daartoe is ChristusG5547 ookG2532 gestorvenG599, enG2532 opgestaanG450, enG2532 weder levendG326 geworden, opdatG2443 Hij beiden over dodenG3498 enG2532 levendenG2198 heersenG2961 zou. Want daartoe is Christus ook gestorven, en opgestaan, en weder levend geworden, opdat Hij beiden over doden en levenden heersen zou.

KJV For3 to1 this end Christ4 both5 died,6 and7 rose,8 and9 revived,10 that11 he might be Lord16 both12 of the dead13 and14 living.

1 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 2 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 4 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with) 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 ανεστη G450 stond, opgestaan, opstaan arise, lift up, raise up (again), rise (again), stand up(-right) 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ανεζησεν G326 levend (be a-)live again, revive 11 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 νεκρων G3498 doden, dood, dode dead 14 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 15 ζωντων G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 16 κυριευση G2961 heersen, heerst, heerschappij voeren have dominion over, lord, be lord of, exercise lordship over
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 MaarG1161 gij, watG5101 oordeeltG2919 gij uw broederG80? OfG2228 ookG2532 gijG4771, watG5101 verachtG1848 gij uw broederG80? WantG1063 wij zullen allenG3956 voor den rechterstoelG968 van ChristusG5547 gesteldG3936 worden. Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.

KJV But2 why3 dost4 thou1 judge thy brother?6 or8 why11 dost12 thou7 set at nought thy brother?14 for17 we shall18 all16 stand before the judgment seat20 of Christ.

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 4 κρινεις G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 5 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 11 τι G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 12 εξουθενεις G1848 veracht, verachte, Veracht contemptible, despise, least esteemed, set at nought 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 15 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 16 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 17 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 18 παραστησομεθα G3936 stonden, stellen, stelt assist, bring before, command, commend, give presently, present, prove, provide, shew, stand (before, by, here, up, with), yield 19 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βηματι G968 rechterstoel judgment-seat, set (foot) on, throne 21 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 χριστου G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Want er is geschrevenG1125: IkG1473 leefG2198, zegtG3004 de HeereG2962; voor MijG1473 zal alle knieG1119 zich buigenG2578, enG2532 alleG3956 tongG1100 zal GodG2316 belijdenG1843. Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden.

KJV For2 it is written,1 As I4 live,3 saith5 the Lord,6 every10 knee11 shall bow9 to me, and12 every13 tongue14 shall confess15 to God.

1 γεγραπται G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 ζω G2198 leven, levenden, leeft life(-time), (a-)live(-ly), quick 4 εγω G1473 mij, ik I, me 5 λεγει G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 6 κυριος G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 εμοι G1473 mij, ik I, me 9 καμψει G2578 buigen, buig, gebogen bow 10 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 11 γονυ G1119 knieen, knie, nederknielende knee(X -l) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 πασα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 14 γλωσσα G1100 talen, tong, taal tongue 15 εξομολογησεται G1843 belijden, belijdende, dank confess, profess, promise 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zo dan een iegelijkG1538 vanG4012 ons zal voor zichzelvenG1438 GodeG2316 rekenschapG3056 gevenG1325. Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven.

KJV So2 then1 every one3 of us shall give8 account7 of5 himself6 to God.

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 εκαστος G1538 iegelijk, elk, iegelijks any, both, each (one), every (man, one, woman), particularly 4 ημων G1473 mij, ik I, me 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 7 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 δωσει G1325 gegeven, geven, gaf adventure, bestow, bring forth, commit, deliver (up), give, grant, hinder, make, minister, number, offer, have power, put, receive, set, shew, smite (+ with the hand), strike (+ with the palm of the hand), suffer, take, utter, yield 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Laat ons dan elkanderG240 niet meer oordelenG2919; maarG235 oordeeltG2919 dit lieverG3123, namelijk, dat gij den broederG80 geenG3361 aanstootG4348 ofG2228 ergernisG4625 geeftG5087. Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.

KJV Let us4 not therefore2 judge7 one another3 any more:1 but5 judge this rather,8 that no man10 put11 a stumblingblock12 or15 an occasion to fall16 in his brother's way.

1 μηκετι G3371 niet meer, voortaan niet any longer, (not) henceforth, hereafter, no henceforward (longer, more, soon), not any more 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός)) 4 κρινωμεν G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 5 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 6 τουτο G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 7 κρινατε G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 8 μαλλον G3123 meer, veeleer + better, X far, (the) more (and more), (so) much (the more), rather 9 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 11 τιθεναι G5087 gelegd, gesteld, gezet + advise, appoint, bow, commit, conceive, give, X kneel down, lay (aside, down, up), make, ordain, purpose, put, set (forth), settle, sink down 12 προσκομμα G4348 aanstoot, aanstoots offence, stumbling(-block, (-stone)) 13 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 αδελφω G80 broeders, broeder, broederen brother 15 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 16 σκανδαλον G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te zijn, die is het onrein.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ik weetG1492 enG2532 ben verzekerdG3982 inG1722 den HeereG2962 JezusG2424, datG3754 geenG3361 dingG3762 onreinG2839 is in zichzelvenG1438; dan die achtG3049 ietsG5100 onreinG2839 te zijnG1510, dieG1565 is het onreinG2839. Ik weet en ben verzekerd in den Heere Jezus, dat geen ding onrein is in zichzelven; dan die acht iets onrein te zijn, die is het onrein.

KJV I know,1 and2 am persuaded3 by4 the Lord5 Jesus,6 that7 there is nothing8 unclean9 of10 itself:11 but to him that esteemeth15 any thing16 to be unclean,17 to him19 it is unclean.

1 οιδα G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 2 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 3 πεπεισμαι G3982 verzekerd, betrouwen, gehoorzaam agree, assure, believe, have confidence, be (wax) conflent, make friend, obey, persuade, trust, yield 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 κυριω G2962 Heere, Heeren, heer God, Lord, master, Sir 6 ιησου G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ουδεν G3762 niemand, niets, Niemand any (man), aught, man, neither any (thing), never (man), no (man), none (+ of these things), not (any, at all, -thing), nought 9 κοινον G2839 gemeen, onrein, gemene common, defiled, unclean, unholy 10 δι G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 11 εαυτου G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 12 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 λογιζομενω G3049 gerekend, toegerekend, acht conclude, (ac-)count (of), + despise, esteem, impute, lay, number, reason, reckon, suppose, think (on) 16 τι G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 17 κοινον G2839 gemeen, onrein, gemene common, defiled, unclean, unholy 18 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 εκεινω G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 20 κοινον G2839 gemeen, onrein, gemene common, defiled, unclean, unholy
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar indien uw broeder om der spijze wil bedroefd wordt, zo wandelt gij niet meer naar liefde. Verderf dien niet met uw spijze, voor welken Christus gestorven is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 MaarG1161 indien uw broederG80 omG1223 der spijzeG1033 wil bedroefdG3076 wordt, zo wandeltG4043 gijG4771 niet meer naarG2596 liefdeG26. VerderfG622 dien niet met uw spijzeG1033, voor welkenG3739 ChristusG5547 gestorvenG599 is. Maar indien uw broeder om der spijze wil bedroefd wordt, zo wandelt gij niet meer naar liefde. Verderf dien niet met uw spijze, voor welken Christus gestorven is.

KJV But2 if1 thy brother6 be grieved8 with3 thy meat,4 now9 walkest thou12 not charitably.11 Destroy18 not13 him17 with thy meat,15 for19 whom20 Christ21 died.

1 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 4 βρωμα G1033 spijze, spijzen, spijs meat, victuals 5 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 7 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 8 λυπειται G3076 bedroefd, droevig, bedroef cause grief, grieve, be in heaviness, (be) sorrow(-ful), be (make) sorry 9 ουκετι G3765 niet meer, voortaan niet after that (not), (not) any more, henceforth (hereafter) not, no longer (more), not as yet (now), now no more (not), yet (not) 10 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 11 αγαπην G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 12 περιπατεις G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 βρωματι G1033 spijze, spijzen, spijs meat, victuals 16 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 17 εκεινον G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 18 απολλυε G622 verloren, verliezen, verderven destroy, die, lose, mar, perish 19 υπερ G5228 voor, ten behoeve van; boven, meer dan (+ exceeding, abundantly) above, in (on) behalf of, beyond, by, + very chiefest, concerning, exceeding (above, -ly), for, + very highly, more (than), of, over, on the part of, for sake of, in stead, than, to(-ward), very 20 ου G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 21 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 22 απεθανεν G599 gestorven, sterven, sterft be dead, death, die, lie a-dying, be slain (X with)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Dat dan uw goed niet gelasterd worde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Dat danG3767 uw goedG18 nietG3361 gelasterdG987 worde. Dat dan uw goed niet gelasterd worde.

KJV Let2 not1 then3 your good6 be evil spoken of:

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 βλασφημεισθω G987 gelasterd, lasteren, lasterden (speak) blaspheme(-er, -mously, -my), defame, rail on, revile, speak evil 3 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 4 υμων G4771 u, gij, gijlieden thou 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 αγαθον G18 goede, goed, goeden benefit, good(-s, things), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 WantG1063 het KoninkrijkG932 GodsG2316 isG1510 nietG3756 spijsG1035 enG2532 drankG4213, maarG235 rechtvaardigheidG1343, enG2532 vredeG1515, enG2532 blijdschapG5479, doorG1722 den HeiligenG40 GeestG4151. Want het Koninkrijk Gods is niet spijs en drank, maar rechtvaardigheid, en vrede, en blijdschap, door den Heiligen Geest.

KJV For2 the kingdom5 of God7 is not1 meat8 and9 drink;10 but11 righteousness,12 and13 peace,14 and15 joy16 in17 the Holy19 Ghost.

1 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 βασιλεια G932 Koninkrijk, koninkrijk, Koninkrijks kingdom, + reign 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 8 βρωσις G1035 spijs, roest, spijze eating, food, meat 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 ποσις G4213 drank, Drank drink 11 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 12 δικαιοσυνη G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 ειρηνη G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 χαρα G5479 blijdschap, vreugde gladness, X greatly, (X be exceeding) joy(-ful, -fully, -fulness, -ous) 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 πνευματι G4151 Geest, geest, Geestes ghost, life, spirit(-ual, -ually), mind 19 αγιω G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Want die Christus in deze dingen dient, is Gode welbehagelijk, en aangenaam den mensen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 WantG1063 die ChristusG5547 inG1722 deze dingen dientG1398, is GodeG2316 welbehagelijkG2101, enG2532 aangenaamG1384 den mensenG444. Want die Christus in deze dingen dient, is Gode welbehagelijk, en aangenaam den mensen.

KJV For2 he that in3 these things serveth5 Christ7 is acceptable8 to God,10 and11 approved12 of men.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τουτοις G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 5 δουλευων G1398 dienen, dient, Dienende be in bondage, (do) serve(-ice) 6 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 χριστω G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 8 ευαρεστος G2101 welbehagelijk, welbehagelijke acceptable(-ted), wellpleasing 9 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 θεω G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 δοκιμος G1384 beproefd, aangenaam, oprecht approved, tried 13 τοις G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 ανθρωποις G444 mensen, mens, Mens certain, man
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo dan laat ons najagenG1377, hetgeen tot den vredeG1515, enG2532 hetgeen totG1519 de stichtingG3619 onder elkanderG240 dient. Zo dan laat ons najagen, hetgeen tot den vrede, en hetgeen tot de stichting onder elkander dient.

KJV Let us6 therefore1 follow after the things which make for3 peace,5 and7 things wherewith12 one13 may edify10 another.

1 αρα G686 dan, dus, derhalve haply, (what) manner (of man), no doubt, perhaps, so be, then, therefore, truly, wherefore 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 ειρηνης G1515 vrede, vredes, Vrede one, peace, quietness, rest, + set at one again 6 διωκωμεν G1377 vervolgd, vervolgen, vervolgt ensue, follow (after), given to, (suffer) persecute(-ion), press forward 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 οικοδομης G3619 stichting, gebouw, gebouwen building, edify(-ication, -ing) 11 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 13 αλληλους G240 elkander, ander, onderlinge each other, mutual, one another, (the other), (them-, your-)selves, (selves) together (sometimes with G3326 (μετά) or G4314 (πρός))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Verbreek het werk van God niet om der spijze wil. Alle dingen zijn wel rein; maar het is kwaad den mens, die met aanstoot eet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 VerbreekG2647 het werkG2041 van GodG2316 nietG3361 omG1223 der spijzeG1033 wilG3956. Alle dingen zijn wel reinG2513; maarG235 het is kwaadG2556 den mensG444, die met aanstootG4348 eetG2068. Verbreek het werk van God niet om der spijze wil. Alle dingen zijn wel rein; maar het is kwaad den mens, die met aanstoot eet.

KJV For2 meat3 destroy4 not1 the work6 of God.8 All things9 indeed10 are pure;11 but12 it is evil13 for that man15 who eateth19 with17 offence.

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 ενεκεν G1752 wil, aanzien, oorzaak because, for (cause, sake), (where-)fore, by reason of, that 3 βρωματος G1033 spijze, spijzen, spijs meat, victuals 4 καταλυε G2647 afgebroken, afbreekt, afbreken destroy, dissolve, be guest, lodge, come to nought, overthrow, throw down 5 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 εργον G2041 werken, werk, daad deed, doing, labour, work 7 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 9 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 10 μεν G3303 wel, enerzijds even, indeed, so, some, truly, verily 11 καθαρα G2513 rein, zuiver, reinen clean, clear, pure 12 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 13 κακον G2556 kwaad, kwade, kwaads bad, evil, harm, ill, noisome, wicked 14 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 ανθρωπω G444 mensen, mens, Mens certain, man 16 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 18 προσκομματος G4348 aanstoot, aanstoots offence, stumbling(-block, (-stone)) 19 εσθιοντι G2068 eet, eten, aten devour, eat, live
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Het is goed geen vlees te eten, noch wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geergerd wordt, of waarin hij zwak is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Het is goedG2570 geenG3361 vleesG2907 te etenG5315, noch wijnG3631 te drinkenG4095, noch iets, waaraanG1722 uw broederG80 zich stootG4350, ofG2228 geergerdG4624 wordt, ofG2228 waarin hij zwakG770 is. Het is goed geen vlees te eten, noch wijn te drinken, noch iets, waaraan uw broeder zich stoot, of geergerd wordt, of waarin hij zwak is.

KJV It is good1 neither3 to eat4 flesh,5 nor6 to drink7 wine,8 nor9 any thing whereby10 thy brother13 stumbleth,15 or16 is offended,17 or18 is made weak.

1 καλον G2570 goede, goed, goeden X better, fair, good(-ly), honest, meet, well, worthy 2 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 4 φαγειν G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 5 κρεα G2907 vlees flesh 6 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 7 πιειν G4095 drinken, drinkt, drinkende drink 8 οινον G3631 wijn, wijns wine 9 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 10 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 11 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αδελφος G80 broeders, broeder, broederen brother 14 σου G4771 u, gij, gijlieden thou 15 προσκοπτει G4350 stoot, aangeslagen, aanstoot beat upon, dash, stumble (at) 16 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 17 σκανδαλιζεται G4624 geergerd, ergert, Ergert (make to) offend 18 η G2228 of, dan and, but (either), (n-)either, except it be, (n-)or (else), rather, save, than, that, what, yea 19 ασθενει G770 zwak, krank, kranken be diseased, impotent folk (man), (be) sick, (be, be made) weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Hebt gij geloof? hebt dat bij uzelven voor God. Zalig is hij, die zichzelven niet oordeelt in hetgeen hij voor goed houdt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 HebtG2192 gijG4771 geloofG4102? hebtG2192 dat bij uzelven voor GodG2316. ZaligG3107 is hij, die zichzelvenG1438 nietG3361 oordeeltG2919 inG1722 hetgeenG3739 hij voor goed houdtG1381. Hebt gij geloof? hebt dat bij uzelven voor God. Zalig is hij, die zichzelven niet oordeelt in hetgeen hij voor goed houdt.

KJV Hast3 thou1 faith?2 have6 it to4 thyself5 before7 God.9 Happy10 is he that condemneth13 not12 himself14 in15 that thing which16 he alloweth.

1 συ G4771 u, gij, gijlieden thou 2 πιστιν G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 3 εχεις G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 4 κατα G2596 naar, tegen, door about, according as (to), after, against, (when they were) X alone, among, and, X apart, (even, like) as (concerning, pertaining to touching), X aside, at, before, beyond, by, to the charge of, (charita-)bly, concerning, + covered, (dai-)ly, down, every, (+ far more) exceeding, X more excellent, for, from … to, godly, in(-asmuch, divers, every, -to, respect of), … by, after the manner of, + by any means, beyond (out of) measure, X mightily, more, X natural, of (up-)on (X part), out (of every), over against, (+ your) X own, + particularly, so, through(-oughout, -oughout every), thus, (un-)to(-gether, -ward), X uttermost, where(-by), with 5 σαυτον G4572 uzelf thee, thine own self, (thou) thy(-self) 6 εχε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 7 ενωπιον G1799 voor het aangezicht van, in tegenwoordigheid van before, in the presence (sight) of, to 8 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 10 μακαριος G3107 Zalig, zalig, zalige blessed, happy(X -ier) 11 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 13 κρινων G2919 oordeelt, geoordeeld, oordelen avenge, conclude, condemn, damn, decree, determine, esteem, judge, go to (sue at the) law, ordain, call in question, sentence to, think 14 εαυτον G1438 zichzelven, zich, onszelven alone, her (own, -self), (he) himself, his (own), itself, one (to) another, our (thine) own(-selves), + that she had, their (own, own selves), (of) them(-selves), they, thyself, you, your (own, own conceits, own selves, -selves) 15 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 16 ω G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 17 δοκιμαζει G1381 beproeft, beproefd, beproeven allow, discern, examine, X like, (ap-)prove, try
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 MaarG1161 die twijfeltG1252, indienG1437 hij eetG5315, is veroordeeldG2632, omdatG3754 hij nietG3756 uitG1537 het geloofG4102 eet. En alG3956 watG3739 uitG1537 het geloofG4102 nietG3756 is, dat is zondeG266. Maar die twijfelt, indien hij eet, is veroordeeld, omdat hij niet uit het geloof eet. En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde.

KJV And2 he that doubteth3 is damned6 if4 he eat,5 because7 he eateth not8 of9 faith:10 for12 whatsoever13 is not14 of15 faith16 is sin.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 διακρινομενος G1252 twijfelende, onderscheid, oordelen contend, make (to) differ(-ence), discern, doubt, judge, be partial, stagger, waver 4 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 5 φαγη G5315 eten, gegeten, eet eat, meat 6 κατακεκριται G2632 veroordeeld, veroordelen, verdoemd condemn, damn 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 9 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 10 πιστεως G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 11 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 12 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 13 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 16 πιστεως G4102 geloof, geloofs, gelove assurance, belief, believe, faith, fidelity 17 αμαρτια G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Romeinen 14:1 Romeinen 15:1 Romeinen 15:7 1 Korinthe 9:22 Lukas 17:2 Romeinen 14:21 1 Korinthe 8:7 1 Korinthe 3:1 Filippenzen 2:29
Romeinen 14:2 Romeinen 14:14 Genesis 9:3 1 Timotheüs 4:4 Genesis 1:29 Titus 1:15 Daniël 1:16 Galaten 2:12 1 Korinthe 10:25
Romeinen 14:3 Lukas 18:9 Romeinen 14:10 Romeinen 14:13 Mattheüs 7:1 Kolossenzen 2:16 1 Korinthe 8:11 Romeinen 14:21 Mattheüs 11:18
Romeinen 14:4 Johannes 10:28 Romeinen 14:3 Romeinen 9:20 Jakobus 4:11 1 Korinthe 4:4 Romeinen 8:31 Hebreeën 7:25 Romeinen 16:25
Romeinen 14:5 Romeinen 14:23 1 Korinthe 8:7 Romeinen 14:14 1 Johannes 3:19 Kolossenzen 2:16 1 Korinthe 8:11 Galaten 4:9
Romeinen 14:6 1 Korinthe 10:30 Mattheüs 14:19 1 Timotheüs 4:3 Mattheüs 15:36 Jesaja 58:5 Galaten 4:10 Zacharia 7:5 Exodus 16:25
Romeinen 14:7 2 Korinthe 5:15 1 Thessalonicenzen 5:10 1 Petrus 4:2 Galaten 2:19 Filippenzen 1:20 Titus 2:14 1 Korinthe 6:19 Romeinen 14:9
Romeinen 14:8 Filippenzen 1:20 1 Korinthe 3:22 Filippenzen 2:30 1 Thessalonicenzen 5:10 Handelingen 13:36 Openbaring 14:13 Handelingen 20:24 Filippenzen 2:17
Romeinen 14:9 Openbaring 1:18 Mattheüs 28:18 Hebreeën 12:2 1 Petrus 4:5 Lukas 24:26 Handelingen 10:42 Efeze 1:20 Johannes 5:22
Romeinen 14:10 2 Korinthe 5:10 1 Korinthe 4:5 Romeinen 2:16 Mattheüs 25:31 Romeinen 14:3 Prediker 12:14 Handelingen 10:42 Openbaring 20:11
Romeinen 14:11 Jesaja 45:22 Filippenzen 2:10 Romeinen 10:9 Openbaring 5:14 Jeremia 22:24 1 Johannes 4:15 Numeri 14:21 Romeinen 15:9
Romeinen 14:12 1 Petrus 4:5 Mattheüs 12:36 Mattheüs 16:27 Galaten 6:5 Lukas 16:2 Prediker 11:9 Mattheüs 18:23
Romeinen 14:13 Jakobus 4:11 Lukas 12:57 Mattheüs 7:1 1 Korinthe 10:32 2 Korinthe 6:3 Jakobus 2:4 Romeinen 14:4 Lukas 17:2
Romeinen 14:14 1 Korinthe 8:7 Romeinen 14:2 Romeinen 14:20 Titus 1:15 Handelingen 10:28 1 Korinthe 8:10 Handelingen 10:14 1 Timotheüs 4:4
Romeinen 14:15 Efeze 5:2 Galaten 5:13 Filippenzen 2:2 1 Korinthe 8:11 Romeinen 14:20 Romeinen 13:10 Ezechiël 13:22 1 Korinthe 13:4
Romeinen 14:16 1 Korinthe 10:29 2 Korinthe 8:20 Romeinen 12:17 1 Thessalonicenzen 5:22
Romeinen 14:17 Romeinen 15:13 Mattheüs 6:33 1 Korinthe 8:8 Galaten 5:22 1 Korinthe 4:20 1 Korinthe 6:9 Romeinen 8:6 Johannes 3:3
Romeinen 14:18 2 Korinthe 8:21 Romeinen 16:18 1 Timotheüs 5:4 Prediker 9:7 2 Korinthe 4:2 Filippenzen 4:18 1 Timotheüs 2:3 Romeinen 6:22
Romeinen 14:19 Psalmen 34:14 Romeinen 15:2 Hebreeën 12:14 Efeze 4:29 Romeinen 12:18 Filippenzen 2:1 1 Korinthe 14:26 1 Petrus 3:11
Romeinen 14:20 Romeinen 14:14 Handelingen 10:15 Titus 1:15 1 Timotheüs 4:3 1 Korinthe 8:8 Mattheüs 18:6 1 Korinthe 6:12 Romeinen 14:21
Romeinen 14:21 1 Korinthe 8:13 Romeinen 14:13 Maleachi 2:8 Mattheüs 18:7 Filippenzen 1:10 Hebreeën 12:13 Romeinen 14:17 Lukas 17:1
Romeinen 14:22 1 Johannes 3:21 Romeinen 14:5 Romeinen 14:23 Romeinen 7:15 Galaten 6:1 Jakobus 3:13 Handelingen 24:16 Romeinen 14:14
Romeinen 14:23 1 Korinthe 11:29 Romeinen 13:2 Romeinen 14:5 1 Korinthe 8:7 Hebreeën 11:6 Titus 1:15
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Romeinen 14 vers 1

die zwak is in het geloof, Dat is, die het stuk van de afdoening der ceremoniën des Ouden Testaments nog niet recht verstaat uit zwakheid; gelijk vele Joden waren toen ter tijd, die tot de Christelijke religie bekeerd waren, welke, omdat de ceremoniën van God zelf ingesteld waren en zij in dezelve waren opgebracht, toen nog niet wel konden geloven dat zij nagelaten mochten of behoorden te worden, en daarom zich ergerden als de gelovigen uit de heidenen die niet onderhielden. Hij spreekt dan hier niet van degenen, die uit hardnekkigheid staande hielden en leerden dat de onderhouding der ceremoniën ter zaligheid nog noodzakelijk was, tegen welken hij handelt in den brief aan de Galaten.

Hertaald: die zwak is in het geloof, Dat is: wie het punt van de afschaffing van de ceremoniën van het Oude Testament uit zwakheid nog niet goed begrijpt. Zo waren er in die tijd veel Joden die tot de christelijke godsdienst bekeerd waren en die, omdat de ceremoniën door God Zelf ingesteld waren en zij daarin opgevoed waren, toen nog niet goed konden geloven dat die nagelaten mochten of moesten worden. Daarom namen zij er aanstoot aan wanneer de gelovigen uit de heidenen ze niet onderhielden. Hij spreekt hier dus niet over hen die uit hardnekkigheid volhielden en leerden dat het onderhouden van de ceremoniën nog noodzakelijk was voor de zaligheid; tegen hen handelt hij in de brief aan de Galaten.

neemt aan, Namelijk als een broeder, met alle vriendelijkheid, verdragende in hem zijne zwakheid. Zie Filem. 1:12 , Filem. 1:17 .

Hertaald: neemt aan, Namelijk als een broeder, met alle vriendelijkheid, terwijl u zijn zwakheid in hem verdraagt. Zie Filem. 1:12, Filem. 1:17.

tot twistige Grieks, twistingen der samensprekingen; of twijfelingen der gedachten; namelijk dat gij hem daartoe niet brengt.

Hertaald: tot twistige Grieks: twistgesprekken over overwegingen; of: twijfelingen van gedachten; namelijk dat u hem daartoe niet brengt.

samensprekingen Of, overleggingen, disputeringen; dat is, dat gij niet te zeer en te heftig hierover met hem disputeert, twist en hem verwart, en tot meerdere twijfeling brengt; of, dat hij met u ten gevalle doe tegen zijne conscientie.

Hertaald: samensprekingen Of: overleggingen, discussies; dat is: dat u hierover niet te veel en te heftig met hem discussieert en twist, hem in verwarring brengt en tot nog meer twijfel brengt; of dat hij u ter wille zou handelen tegen zijn geweten in.

Romeinen 14 vers 2

De een gelooft wel, Namelijk die de Christelijke vrijheid recht verstaat.

Hertaald: De een gelooft wel, Namelijk hij die de christelijke vrijheid goed begrijpt.

alles eten mag, Dat is, allerlei eetbare spijs, zonder onderscheid van reine of onreine, hetwelk in het Oude Testament was; Lev. 11:4 ; Deut. 14:7 .

Hertaald: alles eten mag, Dat is: allerlei eetbare spijs, zonder het onderscheid tussen rein en onrein dat in het Oude Testament bestond; Lev. 11:4; Deut. 14:7.

die zwak is, Namelijk in het geloof, vs.1.

Hertaald: die zwak is, Namelijk in het geloof, vers 1.

eet moeskruiden Namelijk liever dan dat hij hier de wet niet zou houden; dat is, laat hem genoegen met een slechte spijs, die in de wet toegelaten was, en onthoudt hem van het vlees van zwijnen, hazen, konijnen en andere in de wet verboden; Lev. 11:5 , enz.

Hertaald: eet moeskruiden Namelijk liever dan dat hij hierin de wet niet zou houden. Dat is: hij neemt genoegen met eenvoudig voedsel dat in de wet toegestaan was, en onthoudt zich van het vlees van zwijnen, hazen, konijnen en andere dieren die in de wet verboden waren; Lev. 11:5, enzovoort.

Romeinen 14 vers 3

Die daar eet, Dat is, die gelooft dat men allerlei spijs mag eten, en zulks ook doet.

Hertaald: Die daar eet, Dat is: wie gelooft dat men allerlei spijs mag eten en dat ook doet.

verachte hem niet, Grieks, houde hem niet als niets. Zie van dit woord Marc. 9:12 ; Luc. 23:11 .

Hertaald: verachte hem niet, Grieks: houdt hem niet voor niets. Zie over dit woord Mark. 9:12; Luk. 23:11.

die niet eet; en Namelijk allerlei spijs, omdat hij meent dat zulks niet geoorloofd is.

Hertaald: die niet eet; en Namelijk allerlei spijs, omdat hij dat niet geoorloofd acht.

oordele hem niet, Dat is, veroordeel, namelijk dat hij daaraan zou zondigen; of dat hij daarom een ongodsdienstig mens of een verachter van de wet zou zijn.

Hertaald: oordele hem niet, Dat is: veroordeel hem niet, namelijk alsof hij daarmee zou zondigen, of alsof hij daarom een ongodsdienstig mens of een verachter van de wet zou zijn.

hem aangenomen Dat is, zowel den een als den ander tot het geloof gebracht en tot een van zijne kinderen in de gemeenschap zijner kerk aangenomen; en behoort daarom van de mensen niet veracht of veroordeeld te worden.

Hertaald: hem aangenomen Dat is: God heeft zowel de een als de ander tot het geloof gebracht en als een van Zijn kinderen in de gemeenschap van Zijn kerk aangenomen. Daarom behoort hij door de mensen niet veracht of veroordeeld te worden.

Romeinen 14 vers 4

Wie zijt gij, Hij bestraft beiden, de zwakken en de sterken, dat zij elkander verachtten en veroordeelden.

Hertaald: Wie zijt gij, Hij bestraft hen beiden, de zwakken en de sterken, omdat zij elkaar verachtten en veroordeelden.

eens anderen huisknecht Dat is, uwen broeder, die niet uw maar Gods dienstknecht is. Waarmede hij toont dat zulk veroordelen strijdt, zelfs tegen het recht der natuur, naar hetwelk niemand eens anders dienstknecht, over wien hij geen recht heeft, mag veroordelen.

Hertaald: eens anderen huisknecht Dat is: uw broeder, die niet uw dienstknecht is maar die van God. Daarmee laat hij zien dat zo'n veroordeling zelfs tegen het natuurrecht ingaat: daarnaar mag niemand de dienstknecht van een ander veroordelen, over wie hij geen zeggenschap heeft.

oordeelt? Dat is, veroordeelt, vs.3.

Hertaald: oordeelt? Dat is: veroordeelt, vers 3.

Hij staat, Dat is, zo hij wel doet.

Hertaald: Hij staat, Dat is: wanneer hij goed doet.

valt Dat is, zo hij zondigt.

Hertaald: valt Dat is: wanneer hij zondigt.

zijn eigen heer; Namelijk wien hij toekomt, en die alleen recht heeft om hem te oordelen; wanneer die hem dan niet veroordeelt, zo behoort hem zijn mededienstknecht niet te veroordelen.

Hertaald: zijn eigen heer; Namelijk de heer aan wie hij toebehoort en die als enige het recht heeft hem te oordelen. Wanneer die hem dan niet veroordeelt, behoort zijn mededienstknecht hem niet te veroordelen.

vastgesteld worden, Dat is, in het geloof meer en meer toenemen en bevestigd worden.

Hertaald: vastgesteld worden, Dat is: in het geloof meer en meer toenemen en bevestigd worden.

machtig hem vast te stellen Dat is, heeft niet alleen den wil, want Hij heeft hem aangenomen, vs.3, maar ook de macht om hem te versterken in het geloof, zodat gij niet veel met hem daarover behoeft te twisten.

Hertaald: machtig hem vast te stellen Dat is: Hij heeft niet alleen de wil daartoe — want Hij heeft hem aangenomen, vers 3 — maar ook de macht om hem in het geloof te versterken, zodat u daarover niet veel met hem hoeft te twisten.

Romeinen 14 vers 5

De een Namelijk de gelovige Jood, die de Christelijke vrijheid nog niet recht verstaat.

Hertaald: De een Namelijk de gelovige Jood, die de christelijke vrijheid nog niet goed begrijpt.

acht wel den enen dag boven den anderen dag; Grieks, oordeelt; dat is meent, dat de feestdagen des Ouden Testaments nog moeten onderhouden worden, en dat overzulks de ene dag heiliger is dan de andere.

Hertaald: acht wel den enen dag boven den anderen dag; Grieks: oordeelt; dat is: hij meent dat de feestdagen van het Oude Testament nog onderhouden moeten worden en dat daarom de ene dag heiliger is dan de andere.

de ander Namelijk de gelovige heiden, die de Christelijke vrijheid verstaat.

Hertaald: de ander Namelijk de gelovige heiden, die de christelijke vrijheid wel begrijpt.

acht al de dagen gelijk Grieks, allen dag, of een iegelijken dag; dat is, houdt dat het onderscheid der dagen nu ophoudt, en dat wij nu aan de feestdagen des Ouden Testaments niet verbonden zijn.

Hertaald: acht al de dagen gelijk Grieks: elke dag, of: iedere dag; dat is: hij houdt het ervoor dat het onderscheid tussen de dagen nu ophoudt en dat wij nu niet meer aan de feestdagen van het Oude Testament gebonden zijn.

Een iegelijk zij Namelijk hetzij dat hij eet of niet eet, de dagen onderscheidt of niet onderscheidt.

Hertaald: Een iegelijk zij Namelijk of hij nu eet of niet eet, de dagen onderscheidt of niet onderscheidt.

in zijn eigen gemoed Of in zijn eigen verstand.

Hertaald: in zijn eigen gemoed Of: in zijn eigen verstand.

ten volle verzekerd Namelijk dat hij, zulks doende, niet zondigt en niet voorheeft God te vertoornen, en wetens tegen zijnen wil te doen; en dat hij dienvolgens ook naarstiglijk onderzoeke, welk van beiden den Heere behaagt.

Hertaald: ten volle verzekerd Namelijk dat hij door zo te handelen niet zondigt en niet van plan is God te vertoornen of willens tegen Zijn wil in te gaan; en dat hij dus ook nauwgezet onderzoekt wat van beide de Heere behaagt.

Romeinen 14 vers 6

den dag waarneemt, Dat is, de feestdagen des Ouden Testaments, welke de zwakken uit de Joden meenden, ook in het Nieuwe Testament te moeten onderhouden worden.

Hertaald: den dag waarneemt, Dat is: de feestdagen van het Oude Testament, waarvan de zwakken uit de Joden meenden dat die ook in het Nieuwe Testament onderhouden moesten worden.

den Heere; en die Dat is, heeft anders niets voor, dan daarmede den Heere dienst en ere te bewijzen. Zodat zij beiden, de zwakken en sterken enerlei doel en oogmerk voorhebben, en daarom elkander niet moeten veroordelen.

Hertaald: den Heere; en die Dat is: hij heeft niets anders op het oog dan daarmee de Heere dienst en eer te bewijzen. Zo hebben zij beiden, de zwakken en de sterken, hetzelfde doel en oogmerk, en daarom moeten zij elkaar niet veroordelen.

Die daar eet, Namelijk allerlei spijs, en gelooft dat zulks geoorloofd is, vs.2.

Hertaald: Die daar eet, Namelijk allerlei spijs, terwijl hij gelooft dat dit geoorloofd is, vers 2.

hij dankt God; en die niet eet, Namelijk de sterke voor deze vrijheid en voor de spijs, die hij met goede conscientie nuttigt.

Hertaald: hij dankt God; en die niet eet, Namelijk de sterke, voor deze vrijheid en voor de spijs die hij met een goed geweten gebruikt.

hij dankt God Namelijk de zwakke, hoewel hij meent sommige spijzen verboden te zijn, dat evenwel God hem verleent, waarmede hij met goede conscientie kan gevoed worden; 1 Tim. 4:5 .

Hertaald: hij dankt God Namelijk de zwakke. Hoewel hij meent dat sommige spijzen verboden zijn, geeft God hem toch voedsel waarmee hij met een goed geweten gevoed kan worden; 1 Tim. 4:5.

Romeinen 14 vers 7

van ons Namelijk gelovigen Christenen, hetzij sterken of zwakken.

Hertaald: van ons Namelijk van ons, gelovige christenen, hetzij sterken of zwakken.

leeft zichzelven, Dat is, moet zijn leven aanstellen niet naar zijn eigen lust of voordeel; of gelijk hij wil, alzo hij zijn zelfs eigen niet is, maar onder een ander, namelijk den Heere staat; naar wiens bevel en tot wiens dienst hij zijn leven moet richten.

Hertaald: leeft zichzelven, Dat is: hij moet zijn leven niet inrichten naar zijn eigen lust of voordeel, of zoals hij zelf wil, aangezien hij niet zichzelf toebehoort maar onder een ander staat, namelijk de Heere, naar Wiens bevel en tot Wiens dienst hij zijn leven moet richten.

sterft zichzelven Namelijk gelijk of het met zijn dood ten enenmale met hem uit ware.

Hertaald: sterft zichzelven Namelijk alsof het met zijn dood volledig met hem gedaan zou zijn.

Romeinen 14 vers 8

wij leven den Heere; Dat is, wij staan onder het gebied des Heeren Jezus Christus, als Zijn eigen dienstknechten zijnde, door Zijn bloed gekocht, en moeten overzulks ons leven tot Zijn dienst en eer besteden.

Hertaald: wij leven den Heere; Dat is: wij staan onder het gezag van de Heere Jezus Christus, als Zijn eigen dienstknechten, door Zijn bloed gekocht, en moeten daarom ons leven besteden aan Zijn dienst en eer.

wij sterven den Heere Dat is, wij moeten bereid zijn, om ten dienste en ere onzes Heeren ons leven af te leggen, als het Hem belieft, en zullen na onzen dood van ons doen rekenschap geven.

Hertaald: wij sterven den Heere Dat is: wij moeten bereid zijn ons leven af te leggen tot dienst en eer van onze Heere, wanneer het Hem behaagt, en wij zullen na onze dood rekenschap van ons doen afleggen.

wij zijn des Heeren Dat is, wij zijn Christus' eigendom en dienstknechten, die onder Hem staan en naar Zijn bevel leven en sterven moeten.

Hertaald: wij zijn des Heeren Dat is: wij zijn het eigendom en de dienstknechten van Christus, die onder Hem staan en naar Zijn bevel moeten leven en sterven.

Romeinen 14 vers 9

Want daartoe is Christus ook gestorven, Hier bewijst hij dat Christus onze Heere is, en dat hij dit recht van heerschappij door Zijn dood en opstanding over ons verkregen heeft; 1 Kor. 6:20 ;; 1 Petr. 1:18 .

Hertaald: Want daartoe is Christus ook gestorven, Hier bewijst hij dat Christus onze Heere is en dat Hij dit recht van heerschappij over ons verkregen heeft door Zijn dood en opstanding; 1 Kor. 6:20; 1 Petr. 1:18.

doden en levenden heersen zou Dat is, over alle gelovigen, zowel, die nog leven als die in den Heere gestorven zijn, en die wederom van Hem zullen opgewekt worden.

Hertaald: doden en levenden heersen zou Dat is: over alle gelovigen, zowel die nog leven als die in de Heere gestorven zijn en die door Hem weer opgewekt zullen worden.

Romeinen 14 vers 10

gij, Namelijk zwakke.

Hertaald: gij, Namelijk zwakke.

oordeelt gij Dat is, veroordeelt, vs.3.

Hertaald: oordeelt gij Dat is: veroordeelt, vers 3.

uw broeder? Dat is, de gelovige Christenen, die de Christelijke vrijheid verstaan en gebruiken.

Hertaald: uw broeder? Dat is: de gelovige christenen die de christelijke vrijheid begrijpen en gebruiken.

gij, Namelijk sterke in het geloof.

Hertaald: gij, Namelijk sterke in het geloof.

veracht gij Zie vs.3.

Hertaald: veracht gij Zie vers 3.

uw broeder? Namelijk die de Christelijke vrijheid nog niet verstaat, noch durft gebruiken, om dezer zwakheid wil.

Hertaald: uw broeder? Namelijk hem die de christelijke vrijheid nog niet begrijpt en niet durft te gebruiken, vanwege zijn zwakheid.

voor den rechterstoel Dat is, voor het oordeel Gods, hetwelk Christus als Rechter houden zal, 2 Kor. 5:10 , wien het alleen ook toekomt over de conscientiën te oordelen; en dien wij rekenschap moeten geven van al ons doen en laten, vs.12.

Hertaald: voor den rechterstoel Dat is: voor het oordeel van God, dat Christus als Rechter houden zal, 2 Kor. 5:10. Aan Hem alleen komt het ook toe over de gewetens te oordelen, en Hem moeten wij rekenschap geven van al ons doen en laten, vers 12.

Romeinen 14 vers 11

Ik leef, Dat is, zo waarachtiglijk als Ik leef; ene manier van eedzweren, die de Heere dikwijls gebruikt, Num. 14:21 , Num. 14:28 ; Jes. 49:18 ; Jer. 22:24 ; Ezech. 5:11 , en Ezech. 14:16 , Ezech. 14:18 , en Ezech. 20:3 .

Hertaald: Ik leef, Dat is: zo waarachtig als Ik leef. Een manier van eedzweren die de Heere vaak gebruikt, Num. 14:21, Num. 14:28; Jes. 49:18; Jer. 22:24; Ezech. 5:11, Ezech. 14:16, Ezech. 14:18 en Ezech. 20:3.

zegt de Heere; Hetgeen van Jehova, den waren God, bij den profeet gezegd is, wordt hier Christus toegeëigend, om te tonen dat Hij ook de waarachtige God is.

Hertaald: zegt de Heere; Wat bij de profeet gezegd wordt over Jehova, de ware God, wordt hier op Christus toegepast, om te laten zien dat ook Hij de waarachtige God is.

voor Mij zal Namelijk Christus, den Zoon Gods en Zaligmaker. Zie Ef. 1:20 , Ef. 1:22 ; Fil. 2:10 .

Hertaald: voor Mij zal Namelijk Christus, de Zoon van God en Zaligmaker. Zie Ef. 1:20, Ef. 1:22; Filipp. 2:10.

knie zich buigen, Dat is, eerbied en gehoorzaamheid als hunnen Heere betonen; zie Fil. 2:10 .

Hertaald: knie zich buigen, Dat is: eerbied en gehoorzaamheid betonen als aan hun Heere; zie Filipp. 2:10.

alle tong zal God Dat is, de gelovigen uit alle natiën, zowel sterken als zwakken, zullen met hunne tongen en monden mij belijden de ware God en hun Heere en rechter te zijn; Rom. 10:9-10 .

Hertaald: alle tong zal God Dat is: de gelovigen uit alle volken, zowel sterken als zwakken, zullen met hun tong en mond belijden dat Ik de ware God ben en hun Heere en Rechter; Rom. 10:9-10.

belijden Of, loven, danken.

Hertaald: belijden Of: loven, danken.

Romeinen 14 vers 12

een iegelijk Wie hij ook zij, groot of klein; zwak of sterk.

Hertaald: een iegelijk Wie hij ook is, groot of klein, zwak of sterk.

voor zichzelven Dat is, van zijn eigen doen en laten, en niet van eens anders doen.

Hertaald: voor zichzelven Dat is: van zijn eigen doen en laten, en niet van dat van een ander.

Gode Dat is, den Heere Christus, die waarachtig God is en Gods gericht houden zal.

Hertaald: Gode Dat is: aan de Heere Christus, Die waarachtig God is en Gods gericht zal houden.

rekenschap geven Namelijk hoe wij ons gedragen hebben in dit leven. Zie Matt. 25:2 ; 2 Kor. 5:10 .

Hertaald: rekenschap geven Namelijk hoe wij ons in dit leven gedragen hebben. Zie Matth. 25:19; 2 Kor. 5:10.

Romeinen 14 vers 13

oordelen; Dat is, veroordelen, vs.4, 10, namelijk dewijl het oordeel den Heere Christus toekomt.

Hertaald: oordelen; Dat is: veroordelen, vers 4 en 10; namelijk aangezien het oordeel aan de Heere Christus toekomt.

oordeelt dit liever, Dat is, acht en bekent dat dit het beste en betamelijkste is.

Hertaald: oordeelt dit liever, Dat is: houdt en erkent dat dit het beste en meest passende is.

gij Namelijk sterke.

Hertaald: gij Namelijk sterke.

den broeder Namelijk die nog zwak is.

Hertaald: den broeder Namelijk hem die nog zwak is.

aanstoot Namelijk dat gij door uw ontijdig gebruik der Christelijke vrijheid, of lichtvaardig veroordelen, niet worde vervreemd van den Christelijken godsdienst. Zie 1 Kor. 8:9 .

Hertaald: aanstoot Namelijk dat hij door uw ontijdige gebruik van de christelijke vrijheid, of door uw lichtvaardige veroordeling, niet vervreemd raakt van de christelijke godsdienst. Zie 1 Kor. 8:9.

geeft Grieks, stelt, of legt.

Hertaald: geeft Grieks: stelt of legt.

Romeinen 14 vers 14

Ik weet en ben verzekerd Dat is, hoewel ik wel weet.

Hertaald: Ik weet en ben verzekerd Dat is: hoewel ik wel weet.

in den Heere Jezus, Dat is, voor den Heere Christus. Zie Hand. 10:15 .

Hertaald: in den Heere Jezus, Dat is: voor de Heere Christus. Zie Hand. 10:15.

geen ding Dat is, gene spijs.

Hertaald: geen ding Dat is: geen enkele spijs.

onrein is Grieks, gemeen is. Zie Hand. 10:14 , namelijk, nu in het Nieuwe Testament na de komst van Christus.

Hertaald: onrein is Grieks: gemeen is. Zie Hand. 10:14; namelijk nu in het Nieuwe Testament, na de komst van Christus.

in zichzelven; Of, door zichzelven; dat is, uit zijn eigen natuur; Gen. 1:31 , en Gen. 9:2-3 . Hij spreekt van eetbare spijzen; hoewel dan daarna enige derzelve ten aanzien van het gebod Gods voor een tijd onrein zijn geweest; zo zijn zij nu alle voor rein te houden, overmits die schaduwen nu ophouden; Kol. 2:16 ; 1 Tim. 4:3-4 .

Hertaald: in zichzelven; Of: door zichzelf; dat is: uit haar eigen aard; Gen. 1:31 en Gen. 9:2-3. Hij spreekt over eetbare spijzen. Hoewel sommige daarvan met het oog op Gods gebod een tijdlang onrein geweest zijn, moeten zij nu alle voor rein gehouden worden, aangezien die schaduwen nu opgehouden hebben; Kol. 2:16; 1 Tim. 4:3-4.

die acht iets onrein te zijn, Dat is, die nog niet gelooft dat het onderscheid der spijs nu ophoudt, maar meent dat dit verbod Gods nog moet achtervolgd worden. Want de middelmatige zaken zijn ons zodanig, gelijk wij dezelve achten, wanneer zij zonder ergernis kunnen gedaan of gelaten worden.

Hertaald: die acht iets onrein te zijn, Dat is: wie nog niet gelooft dat het onderscheid in spijzen nu ophoudt, maar meent dat dit gebod van God nog nagevolgd moet worden. Want de middelmatige zaken zijn voor ons zoals wij ze beschouwen, wanneer zij zonder aanstoot gedaan of nagelaten kunnen worden.

die is het onrein Dat is, die mag tegen zijn gevoelen zulke spijs niet eten; want daarmede zou hij doen hetgeen hijzelf zonde houdt te wezen.

Hertaald: die is het onrein Dat is: hij mag zulke spijs niet tegen zijn overtuiging in eten, want daarmee zou hij doen wat hij zelf voor zonde houdt.

Romeinen 14 vers 15

uw broeder Dat is, de zwakke medegelovige.

Hertaald: uw broeder Dat is: de zwakke medegelovige.

om der spijze wil Dat is, omdat hij ziet dat gij spijs eet, die hij houdt van God den Christenen verboden te zijn.

Hertaald: om der spijze wil Dat is: doordat hij ziet dat u spijs eet waarvan hij meent dat God die de christenen verboden heeft.

bedroefd wordt, Namelijk als hij ziet dat gij, die sterk zijt, spijs eet, die in het Oude Testament verboden was, menende dat gij daaraan u bezondigt tegen God; hetwelk de godzaligen bedroeft. Of, ziende dat gij daarmede hen als veracht en veroordeelt.

Hertaald: bedroefd wordt, Namelijk wanneer hij ziet dat u, die sterk bent, spijs eet die in het Oude Testament verboden was, terwijl hij meent dat u zich daarmee tegen God bezondigt — wat de godzaligen bedroeft. Of: doordat hij ziet dat u hen daarmee als het ware veracht en veroordeelt.

naar liefde Want die bedroeft of ergert niemand, maar zoekt de zwakken tegemoet te gaan, toe te geven en in het geloof te sterken; 1 Kor. 13:4 , enz.

Hertaald: naar liefde Want de liefde bedroeft of ergert niemand, maar zoekt de zwakken tegemoet te komen, aan hen toe te geven en hen in het geloof te versterken; 1 Kor. 13:4, enzovoort.

Verderf dien niet Namelijk zoveel in u is; hem daarmede vervremende van den Christelijken godsdienst. Of, zo hij uw voorbeeld volgt tegen zijne conscientie, dezelve daarmede kwetsende, waardoor zijn geloof in gevaar gebracht wordt.

Hertaald: Verderf dien niet Namelijk voor zover het van u afhangt, doordat u hem daarmee vervreemdt van de christelijke godsdienst. Of: doordat hij, wanneer hij uw voorbeeld tegen zijn geweten in volgt, dat geweten kwetst, waardoor zijn geloof in gevaar gebracht wordt.

met uw spijze, Dat is, etende voor hem spijs, die hij meent nog verboden te zijn.

Hertaald: met uw spijze, Dat is: doordat u in zijn bijzijn spijs eet waarvan hij meent dat die nog verboden is.

voor welken Christus gestorven is Namelijk om hem te behouden, die gij, zoveel in u is, verderft, hetwelk een gruwelijke zonde is, die ook tegen Christus gedaan wordt; 1 Kor. 8:12 . Anderszins moet men al degenen, die het geloof van Christus belijden, naar het oordeel der liefde, houden voor zodanig, die van Christus door zijn dood verlost zijn. Want dat degenen, die waarlijk door den dood van Christus eens verlost zijn, niet zullen verloren gaan, wordt geleerd Matt. 24:24 ; Joh. 10:28 ; 1 Petr. 1:5 .

Hertaald: voor welken Christus gestorven is Namelijk om hem te behouden — terwijl u hem, voor zover het van u afhangt, verderft. Dat is een gruwelijke zonde, die ook tegen Christus begaan wordt; 1 Kor. 8:12. Overigens moet men allen die het geloof in Christus belijden naar het oordeel van de liefde houden voor mensen die door Christus' dood verlost zijn. Want dat zij die werkelijk eenmaal door de dood van Christus verlost zijn niet verloren zullen gaan, wordt geleerd in Matth. 24:24; Joh. 10:28; 1 Petr. 1:5.

Romeinen 14 vers 16

uw goed niet Dat is, uwe Christelijke vrijheid en het gebruik derzelve.

Hertaald: uw goed niet Dat is: uw christelijke vrijheid en het gebruik daarvan.

gelasterd worde Zo van de zwakke Christenen als van degenen, die buiten zijn, als zij zullen zien dat de Christenen om zulke geringe zaken met elkander twisten.

Hertaald: gelasterd worde Zowel door de zwakke christenen als door hen die buiten staan, wanneer zij zullen zien dat de christenen over zulke geringe zaken met elkaar twisten.

Romeinen 14 vers 17

het Koninkrijk Gods Dat is, het koninkrijk der heerlijkheid of der eeuwige zaligheid wordt niet verkregen door spijs eten of niet eten, en het rijk der genade of de ware godzaligheid wordt daardoor niet bevorderd. Zie 1 Kor. 8:8 .

Hertaald: het Koninkrijk Gods Dat is: het Koninkrijk van de heerlijkheid of van de eeuwige zaligheid wordt niet verkregen door het eten of niet eten van spijs, en het rijk van de genade of de ware godzaligheid wordt daardoor niet bevorderd. Zie 1 Kor. 8:8.

rechtvaardigheid, Namelijk Gods of des geloofs, die tevoren beschreven is, Rom. 4:5 . Waarmede de heiligheid des levens ook gevoegd moet zijn.

Hertaald: rechtvaardigheid, Namelijk de gerechtigheid van God of van het geloof, die tevoren beschreven is, Rom. 4:5. Daarmee moet ook de heiligheid van het leven gepaard gaan.

vrede, Namelijk gerustheid in onze harten en conscientiën door de verzekering, dat wij en ons doen door het geloof Gode aangenaam zijn, Rom. 5:1 , en ook uiterlijke vrede en enigheid onder de broeders.

Hertaald: vrede, Namelijk gerustheid in ons hart en geweten door de verzekering dat wij en ons doen door het geloof God aangenaam zijn, Rom. 5:1, en ook uiterlijke vrede en eenheid onder de broeders.

blijdschap, Dat is, een geestelijke vreugde in het hart, ontstaande uit de vaste hoop der zaligheid en uit aanmerking van den welstand der gemeente in vrede bloeiende.

Hertaald: blijdschap, Dat is: een geestelijke vreugde in het hart, die ontstaat uit de vaste hoop op de zaligheid en uit het zien op de welstand van de gemeente die in vrede bloeit.

door den Heiligen Geest Grieks, in den Heiligen Geest; dat is, die van den Heiligen Geest gewrocht en ontstoken wordt, en een geestelijke, niet een wereldse blijdschap is.

Hertaald: door den Heiligen Geest Grieks: in de Heilige Geest; dat is: de blijdschap die door de Heilige Geest gewerkt en ontstoken wordt, en die een geestelijke en geen wereldse blijdschap is.

Romeinen 14 vers 18

in deze dingen Dat is, die zijne gerechtigheid door het geloof in Christus zoekt, naar ware heiligheid staat, en in zichzelven gevoelt den vrede en de blijdschap des Heiligen Geestes, en altijd naar vrede tracht.

Hertaald: in deze dingen Dat is: wie zijn gerechtigheid zoekt door het geloof in Christus, naar ware heiligheid streeft, in zichzelf de vrede en de blijdschap van de Heilige Geest ervaart en altijd naar vrede streeft.

dient, Bewijst Christus de gehoorzaamheid en den godsdienst, die Hij van u eist.

Hertaald: dient, Hij bewijst Christus de gehoorzaamheid en de eredienst die Hij van u eist.

aangenaam Grieks, beproeft; dat is voor goed en godzalig bevonden en gehouden.

Hertaald: aangenaam Grieks: beproefd; dat is: voor goed en godzalig bevonden en gehouden.

den mensen Namelijk die recht oordelen.

Hertaald: den mensen Namelijk de mensen die juist oordelen.

Romeinen 14 vers 19

najagen, Grieks, vervolgen; dat is, op alle manieren zoeken. Zie dergelijke Ps. 34:15 .

Hertaald: najagen, Grieks: najagen; dat is: op alle manieren zoeken. Zie iets dergelijks in Ps. 34:15.

hetgeen tot den vrede, Dat is, laat ons alle middelen aanwenden om vrede onder de gelovigen te houden, en vlieden al wat dien zou kunnen verbreken of verhinderen.

Hertaald: hetgeen tot den vrede, Dat is: laten wij alle middelen aanwenden om de vrede onder de gelovigen te bewaren, en alles vermijden wat die zou kunnen verbreken of verhinderen.

stichting Eene gelijkenis, genomen van het opbouwen van een huis of tempel; dat is, laat ons trachten naar hetgeen waardoor de kerk Gods, die het huis is des levenden Gods, 1 Tim. 3:15 , en Hebr. 3:6 mag opgebouwd en gesticht worden; Matt. 16:18 ; 1 Kor. 3:9 ; 2 Kor. 13:10 ; Ef. 4:12 ; 1 Tim. 1:4 .

Hertaald: stichting Een vergelijking, ontleend aan het opbouwen van een huis of tempel. Dat is: laten wij streven naar datgene waardoor de kerk van God, die het huis van de levende God is, 1 Tim. 3:15 en Hebr. 3:6, opgebouwd en gesticht mag worden; Matth. 16:18; 1 Kor. 3:9; 2 Kor. 13:10; Ef. 4:12; 1 Tim. 1:4.

onder elkander dient Dat is, aan wederzijden, elk toebrengende, wat tot stichting der gemeente dienstig is, de zwakke met toenemen in de kennis der Christelijke vrijheid, en niet te veroordelen de andere; en de sterke in het aannemen van de zwakken, met vermijding van ergernis en van verachting der zwakken.

Hertaald: onder elkander dient Dat is: wederzijds, doordat ieder bijdraagt wat dienstig is tot stichting van de gemeente: de zwakke door toe te nemen in de kennis van de christelijke vrijheid en de ander niet te veroordelen, en de sterke door de zwakken aan te nemen, terwijl hij aanstoot en verachting van de zwakken vermijdt.

Romeinen 14 vers 20

Verbreek Grieks, ontbind niet, of maak niet los; namelijk zoveel in u is, met ontijdig gebruik der Christelijke vrijheid, verachting en aanstoot; dit wordt gesteld tegen opbouwen of stichten.

Hertaald: Verbreek Grieks: ontbind niet, of: maak niet los; namelijk voor zover het van u afhangt, door ontijdig gebruik van de christelijke vrijheid, door verachting en door aanstoot. Dit wordt gesteld tegenover opbouwen of stichten.

het werk van God niet Dat is, het geloof des zwakken broeders, hetwelk God heeft begonnen in hem tot zijne zaligheid te werken; want het is een grote zonde af te breken hetgeen God bouwt.

Hertaald: het werk van God niet Dat is: het geloof van de zwakke broeder, dat God in hem begonnen is te werken tot zijn zaligheid. Want het is een grote zonde af te breken wat God bouwt.

om der spijze wil Dat is, om zulk ene geringe zaak, als daar is deze of die spijs te eten.

Hertaald: om der spijze wil Dat is: om zo'n geringe zaak als het eten van deze of die spijs.

Alle dingen zijn wel rein; Dat is, ik beken wel dat den Christenen nu geoorloofd is allerlei spijs te eten. Zie vs.14.

Hertaald: Alle dingen zijn wel rein; Dat is: ik erken wel dat het de christenen nu geoorloofd is allerlei spijs te eten. Zie vers 14.

kwaad den mens, Dat is, zondig en schadelijk.

Hertaald: kwaad den mens, Dat is: zondig en schadelijk.

met aanstoot eet Namelijk der zwakken.

Hertaald: met aanstoot eet Namelijk aanstoot voor de zwakken.

Romeinen 14 vers 21

Het is goed geen vlees te eten, Dat is, dienstig tot stichting der zwakken in de gemeente.

Hertaald: Het is goed geen vlees te eten, Dat is: dienstig tot stichting van de zwakken in de gemeente.

uw broeder zich Namelijk die nog zwak is in het geloof.

Hertaald: uw broeder zich Namelijk hij die nog zwak is in het geloof.

stoot, of geërgerd wordt, Dat is, wanneer dat eten of drinken, enz., den zwakken aanstoot geeft. Zodat het onthouden van zulk eten of drinken goed is, om het vermijden van ergernis. Zie 1 Kor. 8:13 .

Hertaald: stoot, of geërgerd wordt, Dat is: wanneer dat eten of drinken, enzovoort, de zwakken aanstoot geeft. Zich van zulk eten of drinken onthouden is dus goed, om aanstoot te vermijden. Zie 1 Kor. 8:13.

Romeinen 14 vers 22

Hebt gij geloof? Namelijk waardoor gij weet en verzekerd zijt dat de Christenen de vrijheid hebben om allerlei spijs te eten. Zie vs.2, 14; 1 Kor. 8:1 .

Hertaald: Hebt gij geloof? Namelijk het geloof waardoor u weet en verzekerd bent dat de christenen de vrijheid hebben allerlei spijs te eten. Zie vers 2 en 14; 1 Kor. 8:1.

hebt dat bij uzelven Namelijk in uw eigen conscientie zonder het te tonen met ergernis voor de zwakke broeders.

Hertaald: hebt dat bij uzelven Namelijk in uw eigen geweten, zonder het met aanstoot te tonen voor de zwakke broeders.

voor God Namelijk die evenwel weet dat gij dat geloof hebt, al toont gij het in zulker voege niet. Of, heb het alzo, dat het gebruik van dien Gode moge behagen, dien wij rekenschap zullen geven, en dien wij niet mogen vertoornen.

Hertaald: voor God Namelijk voor God, Die toch weet dat u dat geloof hebt, ook al toont u het op die manier niet. Of: heb het zo dat het gebruik ervan God mag behagen, aan Wie wij rekenschap zullen geven en Wie wij niet mogen vertoornen.

oordeelt Dat is, veroordeelt, namelijk de vrijheid zo misbruikende met ergernis, dat hij daarmede verdient van de broeders gestraft en van God geoordeeld te worden.

Hertaald: oordeelt Dat is: veroordeelt; namelijk doordat hij de vrijheid zo misbruikt met aanstoot dat hij daarmee verdient door de broeders bestraft en door God geoordeeld te worden.

in hetgeen hij voor goed houdt Dat is, hetgeen hij verstaat en acht geoorloofd te zijn, als het zonder ergernis geschiedt. Grieks, in hetgeen hij beproeft.

Hertaald: in hetgeen hij voor goed houdt Dat is: wat hij begrijpt en houdt voor geoorloofd, wanneer het zonder aanstoot gebeurt. Grieks: in wat hij beproeft.

Romeinen 14 vers 23

die twijfelt, Dat is, die nog niet volkomen verzekerd is dat allerlei spijs nu rein en geoorloofd is.

Hertaald: die twijfelt, Dat is: wie nog niet volkomen verzekerd is dat allerlei spijs nu rein en geoorloofd is.

indien hij eet, Namelijk enige spijs in het Oude Testament verboden.

Hertaald: indien hij eet, Namelijk enige spijs die in het Oude Testament verboden was.

is veroordeeld, Dat is, kwetst zijne conscientie en maakt zich schuldig aan de verdoemenis.

Hertaald: is veroordeeld, Dat is: hij kwetst zijn geweten en maakt zich schuldig aan de verdoemenis.

uit het geloof niet is, Dat is, gedaan wordt zonder verzekerd te zijn dat het werk, hetwelk wij doen, Gode behaagt in Christus. Of, dat niet voortkomt uit een gelovig hart, zonder hetwelk noch onze werken, noch onze personen God kunnen behagen; Hebr. 11:6 .

Hertaald: uit het geloof niet is, Dat is: wat gedaan wordt zonder de verzekering dat het werk dat wij doen God in Christus behaagt. Of: wat niet voortkomt uit een gelovig hart, zonder welk hart noch onze werken noch onze personen God kunnen behagen; Hebr. 11:6.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Romeinen 14

Romeinen 14:10-13

Kruisverwijzingen1 Petrus 4:52 Korinthe 5:10Mattheüs 12:36Jesaja 45:22Jakobus 4:11Lukas 12:571 Korinthe 4:5Romeinen 2:16
— Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden. Want er is geschreven: Ik leef, zegt de Heere; voor Mij zal alle knie zich buigen, en alle tong zal God belijden. Zo dan een iegelijk van ons zal voor zichzelven Gode rekenschap geven. Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.

“Maar gij, wat oordeelt gij uw broeder? Of ook gij, wat veracht gij uw broeder? Want wij zullen allen voor den rechterstoel van Christus gesteld worden.” Paulus zag onder de christenen een veel te algemene gewoonte om elkaar te oordelen. In die tijd bestond het grootste deel van de bekeerlingen uit Joden, en zij brachten hun vroegere godsdienstige gewoonten mee in de christelijke gemeente. Zij hadden de ceremoniële wet vroom onderhouden, en zij voelden dat zij hun geweten geweld zouden aandoen als zij de meer opvallende voorschriften ervan niet zouden blijven houden. En hoewel zij bepaalde onderdelen ervan opgaven die door het Evangelie duidelijk waren afgeschaft, hielden zij andere in stand, zoals bijzondere dagen voor godsdienstige vasten en feesten. Veel oprechte maar zwakke gelovigen waren angstvallig over wat zij aten, in de mening dat zij zo het wettelijke onderscheid tussen rein en onrein voedsel in stand hielden. Tegelijk waren er in de gemeente terecht mensen die begrepen dat de komst van Christus de oude bedeling had tenietgedaan. Die heilige dagen waren volgens hen allemaal typen en schaduwen waarvan de wezenlijke inhoud in Christus lag. De Heere had aan Petrus, de dienaar van de besnijdenis, immers al getoond dat van nu af aan niets onrein of gemeen was. De mensen met een sterk geloof verweten hun zwakkere broeders bijgelovig te zijn en zichzelf door dat bijgeloof een juk van slavernij op te leggen. De zwakkeren op hun beurt vonden zichzelf niet bijgelovig maar nauwgezet, en verweten de sterken dat die veel te ver gingen in hun vrijheid en hen daardoor deden struikelen. Zo keken de sterken neer op de zwakken, terwijl zij bijna twijfelden of die wel tot de vrijheid van Christus gekomen waren. De zwakken op hun beurt beschuldigden de sterken ervan hun vrijheid tot bandeloosheid te maken. Zij hadden allebei ongelijk, want zij oordeelden elkaar. Paulus was zelf het felst gekant tegen de partij die de wet weer wilde invoeren, en hij stond in elk opzicht helder en recht op de vrijmoedige lijnen van de christelijke vrijheid. Toch was hij zo bezield door de geest van zijn Meester, dat hij bereid was alles voor allen te zijn. Hij zag het grote gevaar van tweedracht waar liefde had moeten zijn, wierp zich in de bres, en hield hun voor dat oordelen hun taak niet was, want er komt nog een oordeel: “Laat ons dan elkander niet meer oordelen; maar oordeelt dit liever, namelijk, dat gij den broeder geen aanstoot of ergernis geeft.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content