Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
De HEEREH3068 regeertH4427, dat de volkenH5971 bevenH7264; Hij zitH3427 tussen de cherubimH3742; de aardeH776 bewegeH5120 zich.
De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.
KJV
The LORD1
reigneth;2
let the people4
tremble:3
he sitteth5
between the cherubims;6
let the earth8
be moved.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
De HEEREH3068 is grootH1419 in SionH6726, en HijH1931 is hoogH7311 bovenH5921 alleH3605 volkenH5971.
De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken.
KJV
The LORD1
is great3
in Zion;2
and he is high4
above all the people.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Dat zij Uw grotenH1419 en vreselijkenH3372 NaamH8034 lovenH3034, dieH1931 heiligH6918 is;
Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
KJV
Let them praise1
thy great3
and terrible4
name;2
for it is holy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
En de sterkteH5797 des KoningsH4428, die het rechtH4941 liefH157 heeft. GijH859 hebt billijkhedenH4339 bevestigdH3559, GijH859 hebt rechtH4941 en gerechtigheidH6666 gedaanH6213 in JakobH3290.
En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
KJV
The king's2
strength1
also loveth4
judgment;3
thou dost establish6
equity,7
thou executest12
judgment8
and righteousness9
in Jacob.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
VerheftH7311 den HEEREH3068, onzen GodH430, en buigtH7812 u neder voor de voetbankH1916 Zijner voetenH7272; HijH1931 is heiligH6918!
Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!
KJV
Exalt1
ye the LORD2
our God,3
and worship4
at his footstool;6
for he is holy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
MozesH4872 en AaronH175 waren onder Zijn priestersH3548, en SamuelH8050 onder de aanroepersH7121 Zijns NaamsH8034; zij riepenH7121 totH413 den HEEREH3068, en HijH1931 verhoordeH6030 hen.
Mozes en Aaron waren onder Zijn priesters, en Samuel onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen.
KJV
Moses1
and Aaron2
among his priests,3
and Samuel4
among them that call5
upon his name;6
they called7
upon the LORD,9
and he answered
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Hij sprakH1696 totH413 hen in een wolkkolomH6051; zij hebben Zijn getuigenissenH5713 onderhoudenH8104, en de inzettingenH2706, die Hij hun gegevenH5414 had.
Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen, die Hij hun gegeven had.
KJV
He spake3
unto them in the cloudy2
pillar:1
they kept5
his testimonies,6
and the ordinance7
that he gave
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
O HEEREH3068, onze God! GijH859 hebt hen verhoordH6030, Gij zijt hun geweestH1961 een vergevendH5375 God, hoewel wraakH5358 doende overH5921 hun dadenH5949.
O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.
Ook in dit vers
GodH410
GodH430
KJV
Thou answeredst4
them, O LORD1
our God:2
thou wast a God5
that forgavest6
them, though thou tookest vengeance9
of their inventions.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
VerheftH7311 den HEEREH3068, onzen GodH430, en buigtH7812 u voor den bergH2022 Zijner heiligheidH6944; wantH3588 de HEEREH3068, onze GodH430, is heiligH6918.
Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.
KJV
Exalt1
the LORD2
our God,3
and worship4
at his holy6
hill;5
for the LORD9
our God10
is holy.
regeert,
Te weten, over ons, dat is, Hij beschermt ons krachtiglijk tegen onze vijanden. Zie Ps. 97:1 .
Hertaald:
regeert,
Namelijk: over ons; dat is: Hij beschermt ons krachtig tegen onze vijanden. Zie Ps. 97:1.
dat de volken
Anders, [daarom] beven de volken, en alzo in het volgende. Anders: ofschoon de volken gestoord, of beroerd, of verschrikt zijn.
Hertaald:
dat de volken
Anders: daarom beven de volken; en zo ook in het vervolg. Anders: ook al zijn de volken verstoord, of beroerd, of verschrikt.
Hij zit
Zie 1 Sam. 4:4 .
Hertaald:
Hij zit
Zie 1 Sam. 4:4.
bewege zich
Te weten, van vreze, of om den Heere eerbieding te doen.
Hertaald:
bewege zich
Namelijk: van vrees, of om de Heere eer te bewijzen.
groot
Dat is, treffelijk, vol van majesteit.
Hertaald:
groot
Dat is: voortreffelijk, vol van majesteit.
in Sion,
Dat is, onder zijn volk Israël, dat op den berg, waar de tempel was, placht te vergaderen en tot den godsdienst te komen.
Hertaald:
in Sion,
Dat is: onder Zijn volk Israël, dat placht samen te komen op de berg waar de tempel stond, om daar de godsdienst te houden.
de sterkte
Die Hij doet blijken in het verdrijven onzer vijanden.
Hertaald:
de sterkte
Die Hij laat blijken in het verdrijven van onze vijanden.
des Konings,
Te weten, Christus Jezus.
Hertaald:
des Konings,
Namelijk: Christus Jezus.
Gij hebt
Te weten, die onze Koning zijt.
Hertaald:
Gij hebt
Namelijk: U Die onze Koning bent.
billijkheden
Dat is, alle billijkheid of rechtmatigheid; alsof hij zeide: Al is de Heere een sterk en machtig Koning, nochthans is Hij geen tiran, dat Hij zijne onderzaten met geweld zou onderdrukken; maar Hij bemint de gerechtigheid en Hij doet een ieder recht.
Hertaald:
billijkheden
Dat is: alle billijkheid of rechtmatigheid. Alsof hij zei: al is de Heere een sterk en machtig Koning, toch is Hij geen tiran die Zijn onderdanen met geweld zou onderdrukken; maar Hij bemint de gerechtigheid en doet ieder recht.
in Jakob
Dat is, onder het volk Israël, dat van Jakob afkomstig is.
Hertaald:
in Jakob
Dat is: onder het volk Israël, dat van Jakob afstamt.
voor de voetbank
Anders, tegenover de voetbank zijner voeten. Zie de aantekening bij 1 Kron. 28:2 ; alzo wordt de letter lamed ook genomen in vs.9, en elders dikwijls.
Hertaald:
voor de voetbank
Anders: tegenover de voetbank van Zijn voeten. Zie de aantekening bij 1 Kron. 28:2; zo wordt de letter lamed ook opgevat in vers 9, en elders vaak.
Hij is heilig
Te weten, God, of de tempel; of welke [te weten voetbank] heilig is.
Hertaald:
Hij is heilig
Namelijk: God, of de tempel; of: die [namelijk de voetbank] heilig is.
Mozes
Alsof hij zeide: Gij zult niet tevergeefs, voor den Heere nedervallende, Hem aanroepen, want immers heeft Hij zijn getrouwe dienaars verhoord; alzo zal Hij ulieden mede doen, vooral nadat de ware Priesters en voorspraak Christus persoonlijk zal verschenen zijn. Mozes wordt onder de priesters gesteld, omdat hij voor het volk placht te bidden en ook geofferd heeft, hoewel hij daarna geen gewoon priester gebleven is. Zie Ex. 29:11 , Ex. 29:16 ; Jer. 15:1 .
Hertaald:
Mozes
Alsof hij zei: u zult niet tevergeefs voor de Heere neervallen en Hem aanroepen, want Hij heeft Zijn trouwe dienaren toch verhoord; zo zal Hij ook u doen, vooral nadat de ware Priester en Voorspraak Christus persoonlijk verschenen zal zijn. Mozes wordt onder de priesters gerekend omdat hij voor het volk placht te bidden en ook geofferd heeft, hoewel hij daarna geen gewoon priester gebleven is. Zie Ex. 29:11, Ex. 29:16; Jer. 15:1.
zijn priesters,
Of, oversten, prinsen. Hebr. cohen. Zie de aantekening bij Gen. 41:45 .
Hertaald:
zijn priesters,
Of: oversten, vorsten. Hebreeuws: cohen. Zie de aantekening bij Gen. 41:45.
zij riepen
Te weten, Mozes en Aäron, gelijk er geschreven staat Ex. 32:11 , enz.; Num. 14:13 , Num. 14:17 ,Num. 14:19 , en Num. 16:22 , Num. 16:42 , Num. 16:46 , en 1 Sam. 7:9 , en 1 Sam. 12:19 , 1 Sam. 12:23 ; Jer. 15:1 .
Hertaald:
zij riepen
Namelijk: Mozes en Aäron, zoals geschreven staat in Ex. 32:11, enzovoort; Num. 14:13, Num. 14:17, Num. 14:19, en Num. 16:22, Num. 16:42, Num. 16:46, en 1 Sam. 7:9, en 1 Sam. 12:19, 1 Sam. 12:23; Jer. 15:1.
tot hen in
Te weten, Mozes en Aäron; Num. 16:22 , Num. 16:42 . Doch inzonderheid tot Mozes. Zie Ex. 33:9 .
Hertaald:
tot hen in
Namelijk: tot Mozes en Aäron; Num. 16:22, Num. 16:42. Maar in het bijzonder tot Mozes. Zie Ex. 33:9.
zij hebben
Te weten, Mozes en Aäron.
Hertaald:
zij hebben
Namelijk: Mozes en Aäron.
zijn getuigenissen
Dat is, zijne geboden, door welke Hij betuigde wat Hij wilde dat zij doen zouden.
Hertaald:
zijn getuigenissen
Dat is: Zijn geboden, waarmee Hij betuigde wat Hij wilde dat zij zouden doen.
een vergevend
Dat is, die hun hunne zonden hebt vergeven, en hebt hen van U niet verworpen.
Hertaald:
een vergevend
Dat is: Die hun de zonden vergeven hebt en hen niet van U verworpen hebt.
hun
Te weten, des volks, voor hetwelk Mozes had; Ex. 32:14 , en Ex. 34:35 ; Num. 14:20-21 , Num. 14:23 . Of hunne, te weten Mozes en Aäron; gelijk te zien is Num. 20:12 ; Deut. 3:23-25 . Of versta hier door hunne zowel den een als den ander.
Hertaald:
hun
Namelijk: van het volk, voor wie Mozes bad; Ex. 32:14, en Ex. 34:35; Num. 14:20-21, Num. 14:23. Of: van hen, namelijk van Mozes en Aäron, zoals te zien is in Num. 20:12; Deut. 3:23-25. Of versta hier onder hun zowel de een als de ander.
daden
Dat is, misdaden.
Hertaald:
daden
Dat is: misdaden.
Verheft
Te weten, door lofzangen en dankzeggingen.
Hertaald:
Verheft
Namelijk: door lofzangen en dankzeggingen.
voor den berg
Of, tegenover, gelijk boven vs.5, en hier wordt verstaan de berg Zion, en daardoor de tempel en de ark die daarin was.
Hertaald:
voor den berg
Of: tegenover, zoals hierboven vers 5; en hier wordt de berg Sion bedoeld, en daarmee de tempel en de ark die daarin stond. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De HEERE regeert, Hij is met hoogheid bekleed; de HEERE is bekleed met sterkte, Hij heeft Zich omgord. Ook is de wereld bevestigd, zij zal niet wankelen" (Ps. 93:1). Met deze woorden begint een reeks psalmen die alle over hetzelfde gaan (Ps. 95 tot Ps. 100). Daarna komt het beeld van het water: "De rivieren verheffen, o HEERE! de rivieren verheffen haar bruisen" (Ps. 93:3), en dan het antwoord: "Doch de HEERE in de hoogte is geweldiger dan het bruisen van grote wateren, dan de geweldige baren der zee" (Ps. 93:4). Dezelfde belijdenis klinkt verderop: "Zegt onder de heidenen: De HEERE regeert" (Ps. 96:10). En bij die koning hoort heiligheid: "Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neder voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig!" (Ps. 99:5). Ook wordt er iets van de onderdanen gevraagd: "Gij liefhebbers des HEEREN! haat het kwade" (Ps. 97:10). Bijbelse betekenis: Het bruisende water is in de Schrift vaker het beeld van de volken die tekeergaan. De psalm ontkent dat rumoer niet; er staat driemaal dat de rivieren zich verheffen. Wat ertegenover gezet wordt, is één woord: de HEERE is geweldiger. Merk op dat het koningschap in Ps. 93:1 met kleding beschreven wordt. Hoogheid en sterkte zijn wat Hij aanheeft, en Hij heeft Zich omgord als iemand die aan het werk gaat. Let ten slotte op Ps. 97:10. Wie belijdt dat de HEERE regeert, wordt daarmee niet toeschouwer; het haten van het kwade hoort erbij. Typologie: Openbaring laat bij de zevende bazuin dezelfde belijdenis klinken: "dat Gij Uw grote kracht hebt aangenomen, en als Koning hebt geheerst" (Op. 11:17). Ps. 93:1-5; Ps. 96:10; Ps. 97:10; Ps. 99:5; Op. 11:17 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Deze psalm hoort bij een groepje liederen die alle beginnen met de mededeling dat de HEERE regeert. Deze doet daar iets bij: zij zegt waar Hij zit, en zij eindigt drie keer met hetzelfde woord. De psalm is in drieën verdeeld, en elk deel sluit met de vaststelling dat Hij heilig is. De opening laat er geen misverstand over bestaan waar het over gaat: “De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich.” Die tweede zin wijst een plaats aan. Boven de ark stonden twee cherubs met uitgespreide vleugels, en tussen die vleugels in was de plek waar God beloofd had te spreken. De psalm zegt dus niet alleen dát Hij regeert, maar ook vanwaar: uit het binnenste van een tent, boven een kist met een deksel waarop bloed gesprengd werd. De psalm valt daarna in drie stukken uiteen, en elk stuk eindigt met hetzelfde. Het eerste: dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is. Het tweede: verheft de HEERE onze God en buigt u voor de voetbank Zijner voeten; Hij is heilig. En het derde, aan het slot: want de HEERE onze God is heilig. Drie keer, als een refrein dat elke gedachte afsluit. Dat driemaal terugkerende woord is niet toevallig. Wanneer Jesaja de HEERE ziet zitten op een hoge troon, roepen de serafs elkaar toe: heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen. En Johannes hoort in de Openbaring precies hetzelfde, met een toevoeging die de tijd erbij haalt: “Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, en Die is, en Die komen zal.” Midden in de psalm staat een gedeelte over drie mannen die met deze heilige God omgingen: Mozes en Aäron onder Zijn priesters, en Samuël onder de aanroepers van Zijn Naam. Er staat bij wat zij deden en wat er gebeurde: zij riepen tot de HEERE, en Hij verhoorde hen. Zij spraken met Hem uit een wolkkolom en zij hielden Zijn getuigenissen. En dan komt het vers dat de hele psalm draagt, en het is een van de merkwaardigste van het psalmboek: “O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden.” Daar staan twee dingen in één zin die men niet bij elkaar verwacht. Hij vergaf hun, én Hij deed wraak over hun daden. Mozes mocht het land niet in; Aäron had het gouden kalf gemaakt en stierf op de berg; Samuëls zonen deugden niet. Vergeving nam bij hen de gevolgen niet weg. Wie vraagt hoe die twee samen kunnen gaan, komt bij het Nieuwe Testament uit. Paulus zegt van God dat Hij rechtvaardig is én rechtvaardigende dengene die uit het geloof van Jezus is. Waar deze psalm de spanning laat staan, wijst hij de plaats aan waar zij is opgelost. In het Nieuwe Testament: Jesaja 6:3; Openbaring 4:8; Romeinen 3:25-26; Hebreeën 4:16; 1 Petrus 1:15-16 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Psalm 99 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op de opbouw van de psalm zelf: drie afdelingen die alle sluiten met de heiligheid van God, en één vers waarin vergeving en vergelding naast elkaar staan. Dat het driemaal heilig van Jesaja 6 en Openbaring 4 hetzelfde zou uitdrukken, is een overeenkomst van woorden; de psalm verwijst daar niet naar. De verbinding met Romeinen 3 komt van de zaak en niet van een aanhaling.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas 6 Mozes en Aäron waren onder Zijn priesters, en Samuël onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen. 7 Hij sprak tot hen… 4 En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob. 5 Verheft den HEERE, onzen God,… 1 De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich. 2 De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 99
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Driemaal heilig — 99:1-9
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Psalm 99:6-9
Psalm 99:4-5
Psalm 99:1-3


Psalmen 99
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Bij Psalm 93 en 97 komt hier een derde Psalm, die met de woorden begint: “De Heere regeert.” Hij wordt verdeeld in drie delen, die elk eindigen met: “Hij is heilig,” en is alzo een antwoord der aarde op het hemelse: “Heilig, heilig, heilig is de Heere der heirscharen” (Jes. 6:
. De eerste en tweede afdeling vormen een gedicht van zes regels (vs 1-3 elk twee regels, vs. 4 en 5 elk drie), terwijl de derde daarentegen twee zes regelige verzen uitmaakt (vs. 6 en 7 elk drie regels, evenzo vs. 8 en 9 elk drie regels), -zodat wij hier denken aan de orde Gods bij de Schepping der wereld, volgens welke de eerste, tweede, vierde en vijfde dag elk slechts één scheppingswerk bevatte, terwijl de derde en zesde scheppingsdag daarentegen elk uit twee scheppingswerken bestond.
I. Vs. 1-3.KruisverwijzingenPsalmen 97:9→Psalmen 97:1→Exodus 25:22→Psalmen 80:1→Jesaja 6:3→Deuteronomium 28:58→Jozua 24:19→Psalmen 93:1→
— De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubim; de aarde bewege zich. De HEERE is groot in Sion, en Hij is hoog boven alle volken. Dat zij Uw groten en vreselijken Naam loven, die heilig is;
Terwijl de heilige zanger den Heere wil prijzen als degene, die is en was en die komen zal (Openbaring 1: 4), begint hij met het derde: De Heere komt, en beschrijft hij nu, hoe hij de verschijning van den groten God vol majesteit, die Zich in de gehele volheid van de heerlijkheid Zijns rijks openbaart, een sidderen der volken en een beven der aarde wordt opgemerkt, dat een gevolg van vreze en eerbied, dus niet slechts het tegenovergestelde van vreugde, maar een sidderen tot zaligheid is. Nu erkennen alle heidenen de grootheid Gods te Zion, en Zijne verhevenheid boven hen en hun vorige goden; zij bidden Hem aan, en geven Zijnen naam de ere (Psalm 86: 9 vv.); “Hij is heilig.
De HEERE regeert. Hij verschijnt om de heerschappij over Zijn rijk te aanvaarden; dat de volken, de heidenen, beven; Hij zit tussen, beter boven de cherubs 1), in de gehele volheid Zijner Goddelijke majesteit en heerlijkheid, omgeven door de duizenden van engelen (Psalm 18: 11); de aarde bewege zich, wankele vol heilig ontzag!
De Cherub is een wezen, dat, op den hoogsten trap van het leven der schepselen staande en het volkomenste leven van het geschapene in zich verenigende, de meest volkomen openbaring Gods en van het goddelijk leven is. De in de zichtbare schepping aan de meest verhevene schepselen medegedeelde levenskrachten zijn in den Cherub samengevoegd en geïndividualiseerd. Zo dikwijls nu in het Oude Testament van God wordt gezegd, dat Hij boven de Cherubs zit, of op den Cherub als Zijnen levendigen troonwagen opvaart, zo moet daardoor worden aangeduid, dat Hij niet komt in menselijke zwakheid, even als een mens, die zich met mensen vergelijkt, maar in Zijne gehele verhevenheid als Heer ook van de hoogste geschapene wezens, waarom ook Zijne overwinning zelfs over de vreselijkste en grootste machten der wereld geen ogenblik twijfelachtig is, maar integendeel aanstonds van den beginne af beslist. Deze gedachte ligt ten grondslag aan alle die plaatsen als 1 Samuel 4: 4. 2 Koningen 19: 15. Psalm 18: 11; 80: 2, in den verzoendeksel boven de arke des verbonds (Exodus 25: 17 vv.), waar de Heere zinnebeeldig als boven de Cherubs zittende verscheen, had Israël het onderpand, dat de Heere al Zijne macht en kracht, al Zijn goed en vermogen in hemel en op aarde Zijn volk ten dienste wilde stellen, en de zaak van Zijn rijk zegenrijk zou ten uitvoer brengen tegen alle vijandschap der wereld, ook al streed deze nog zo machtig en schijnbaar onweerstaanbaar daartegen (2 Samuel 6: 2). Nu was wel ten tijde, toen onze Psalm vervaardigd werd, het uitwendig zichtbare teken van Gods genadige tegenwoordigheid bij Zijn volk niet meer aanwezig (zie 2 Koningen 25: 17 en Ezra 6: 15 ), maar zo ver was men reeds toen in het geloof opgewassen, dat men zich ook zonder dat teken van Gods genadige tegenwoordigheid verzekerd hield (Jer. 3: 16 vv.), en bovendien spreekt onze Psalm van den tijd van den Messias, van wie men alles in werkelijkheid weer verwachtte, wat de vroegere tijd slechts in schaduwen bezeten had; er is dus gene reden aanwezig, om uit de woorden: “Hij zit tussen Cherubs,” het besluit te trekken, dat de vervaardiging van onzen Psalm nog in den tijd vóór de verwoesting van Jeruzalem door de Chaldeeën valt. Wat nu het sidderen der volken en de beweging der wereld aangaat bij de verschijning van den Heere, die Zijn rijk aanvaardt, zo heeft Hieronymus treffend opgemerkt: “zo lang de aarde nog ongevoelig en onbewogen blijft, kan zij niet genezen worden, wanneer zij echter in beweging zal geraakt zijn, en begint te sidderen, zal zij genezing verkrijgen.”.
Nu leert men onder alle geslachten der aarde kennen: De HEERE is groot in Zion, in het midden van Zijn uitverkoren volk, en Hij is hoog boven alle volken (Psalm 48: 2);
Dat zij nu ook U de ere geven, die U toekomt, Uwen groten en vreeslijken naam (Deuteronomium 10: 17) loven, die heilig is 1).
Na de woorden: Uwen groten en vreselijken naam loven zette men liever een dubbele punt (: ) en vertale verder: “Hij is heilig.” Dit is dan de inhoud van het loflied, waartoe de volken ter ere van den groten en wonderbaren naam Gods opgewekt worden. Volgens den zin zou er moeten staan: “Gij zijt heilig,” maar reeds om de overeenstemming met vs 5 en 9, gaat de reden uit den tweeden in den derden persoon over, en bovendien drukt dit “Hij” ook beter de diepe vreze en den heiligen eerbied uit, waarmee zelfs de Serafs in Jes 6: 2 vv. hun aangezicht bedekken en hun voeten verbergen, wanneer zij het “driemaal heilig” zingen.
In het Hebr. Kadosch Hoe. In verband met vs. 5 en 9 kan dit niet anders vertaald worden dan door: Heilig is Hij. Calvijn tekent hierbij aan: “Ofschoon God nu wel belijdenis afdwingt van de overwonnen vijanden, dewijl zij echter niet aflaten Zijnen roem tegen te staan, ja, ook lasteringen tegen Hem uitspuwen, kan op hen niet van toepassing zijn, wat hier gezegd wordt: “Dat zij Uwen Naam loven, die heilig is.” De gelovigen dus worden hier in den engeren zin bedoeld, welke Hij opwekt, om den naam Gods vrijwillig te verheerlijken, door de erkenning van Zijne heiligheid.” 4.
II. Vs. 4 KruisverwijzingenPsalmen 11:7→Jeremia 23:5→Jesaja 42:4→Psalmen 45:6→Deuteronomium 32:3→Job 36:5→Jesaja 61:11→Deuteronomium 10:18→
— En de sterkte des Konings, die het recht lief heeft. Gij hebt billijkheden bevestigd, Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob.
en 5. Het doel van den heiligen zanger is verder, den Heere voor te stellen als degene, die is; daarom handelt hij nu nader over de gesteldheid van dat rijk, dat Hij Zich in Israël gesticht heeft, hoe alles daarin op recht en gerechtigheid, zowel van de zijde van den Bestuurder als van de zijde der onderdanen gegrond is. Hij richt nu tot de deelgenoten van dit rijk den eis om den Heere, hunnen God, in de diepste aanbidding, te eren als den Heilige.
En dat zij loven de sterkte des Konings, die het recht liefheeft. Gij, o Heere! hebt billijkheden, onkreukbaar recht bevestigd 1), Gij hebt recht en gerechtigheid gedaan in Jakob
(2 Samuel 8: 15. Jes. 9: 7).
Of: En de sterkte des Konings, die het recht liefheeft, hebt Gij in billijkheid bevestigd. De dichter looft hier den Heere, wanneer hij gedenkt aan de rechtvaardige regering Gods over Israël. Het theocratisch koningschap wordt hier bedoeld, maar ook daarmee den lof bezongen van Hem, die in waarheid als Zion’s gezalfde Koning in rechtmatige gerechtigheid heerst, en in genade Zijn volk bestuurt.
In tegenstelling met de algemene verwoesting en wanorde van den toenmaligen tijd ziet des zangers profetische blik in de toekomst vrede en orde hersteld in de gemeente des Heren.
Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u neer voor de voetbank 1) Zijner voeten, in de richting van den tempel; Hij is heilig!
Dezelfde spreekwijze vinden wij in Psalm 132: 7. Daar is zonder twijfel onder de “voetbank” des Heren de arke des Verbonds bedoeld (1 Kronieken 28: 2. Klaagt. 2: 1); hoewel nu dadelijk in den tempel na de ballingschap de ark ontbrak, zo was het geloof er toch zeker van, dat ook deze tempel met het allerheilige ene plaats van Gods genadige tegenwoordigheid, ene voetbank Zijner voeten was (Jes. 60: 13), waarom op den groten verzoendag het besprenkelen met het bloed van den var des zondoffers niet achter bleef, hoewel zich op de plaats van de arke slechts een grote steen bevond (Leviticus 16: 14 ).
6.
III. Vs. 6-9.KruisverwijzingenJeremia 15:1→Exodus 33:9→Exodus 24:6→Numeri 12:5→Numeri 20:12→Jeremia 46:28→Exodus 14:15→Exodus 15:25→
— Mozes en Aaron waren onder Zijn priesters, en Samuel onder de aanroepers Zijns Naams; zij riepen tot den HEERE, en Hij verhoorde hen. Hij sprak tot hen in een wolkkolom; zij hebben Zijn getuigenissen onderhouden, en de inzettingen, die Hij hun gegeven had. O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord, Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden. Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid; want de HEERE, onze God, is heilig.
Ten laatste is ook van den Heere als van degene sprake, die was; de dichter noemt Mozes, Aäron en Samuel als de meest uitstekende groten van den ouden tijd, en wijst in hun voorbeeld aan, dat zij met hun priesterambt en hun aanroeping van God, niet enen doden afgod, maar den levenden God gediend hadden, die Zich ook werkelijk aan Zijn volk openbaarde en Zich aan hen in genade en gerichten betoonde. Dezen God nu, dien Terwijl met trots zijnen God kan noemen, moet het dan ook verheffen en zich aan Zijnen heiligen berg voor Hem neerwerpen met de erkentenis, dat Hij een heilig God is.
Mozes en Aäron waren onder Zijne priesters 1), want ook Mozes heeft ter zijner tijd priesterlijke werkzaamheden verricht (Exodus 24: 6, 8; 40: 22 vv. (Leviticus 8: 6 vv.),en Samuel onder de aanroepers Zijns naams; zij riepen tot den HEERE (Exodus 17: 11; 32: 30 vv. Numeri 16: 47 vv. 1 Samuel 7: 9), en Hij verhoorde hen.
Het derde deel bevat een blik in de geschiedenis voor den tijd der koningen. De dichter beroept zich op drie helden uit den voortijd en hun ervaringen, ten betoge, dat Jehova de levende, Zich in genade en gericht openbarende, God is.
Mozes was wel niet tot Priester gewijd, maar met recht mag hij de Priester worden genoemd, dewijl hij tot tweemaal toe, eerst bij de inwijding van het Verbond aan den voet van den Sinaï (Exodus 24) en daarna bij de priesterwijding (Leviticus 8) priesterlijke handelingen heeft verricht, die voor Israël onder het O.V. van altijd durende kracht zouden zijn.
Hij sprak tot hen 1) in ene wolkkolom (Exodus 33: 9. Numeri 12: 5. 1 Samuel 3: 4 vv. Zij hebben Zijne getuigenissen onderhouden en de inzettingen, die Hij hun gegeven had.
Onder hen moeten niet alleen de drie genoemde mannen Gods verstaan worden, maar het gehele volk, dewijl God slechts met Mozes feitelijk heeft gesproken. Vandaar ook, dat, wat er verder in dit vers volgt, in verband moet worden gebracht met het volgende. Want de dichter weet ook dat Israël zich dikwijls schuldig maakte aan het verlaten aan des Heren geboden, en dat die God hen dikwijls moest zijn een vergevend God. Hij prijst daarom Zijne stipte rechtvaardigheid en Zijne schuld uitdelgende genade. Calvijn zegt dan ook terecht, dat wat hij te voren van Mozes, Aäron en Samuel heeft gezegd, op het gehele volk betrekking heeft.
O HEERE, onze God! Gij hebt hen verhoord; Gij zijt hun geweest een vergevend God, hoewel wraak doende over hun daden; Gij betoonde U zowel een zondenvergevend en genadig, als een zondenwrekend, rechtvaardig God aan hen, wier vertegenwoordigers zij waren. (Deuteronomium 1: 37; 3: 26 vv.; 4: 21 vv. Numeri 20: 24 vv.; 14: 20 vv. Hier wordt niet van de vergeving en straf aan Mozes en Aäron gesproken, maar door het woord hun, wordt het volk van Israël verstaan, want Mozes en Aäron komen in dezen Psalm (vs. 6) voor als priesters en voorbidders. God geeft hun het getuigenis (vs. 7), dat zij zijne getuigenissen hadden onderhouden. Zij baden niet om vergeving van hun eigene zonden, maar hier wordt getoond de kracht van hun voorbidding voor Israël, ‘t welk God meermalen om zijne goddeloosheid dreigde uit te roeien, zie Exodus 33. Verhoring was ene vrucht op hun gebed. Vergeven is Israël niet te verdelgen, gelijk God gedreigd had, maar het tot Zijn volk behouden; “nochtans wrake te doen,” is het evenwel met plagen te bezoeken, en hen niet geheel onschuldig te houden, maar Zijne rechtvaardigheid te openbaren, door vele wederwaardigheden toe te zenden aan dat volk, in welks meerder deel God geen behagen had.
Verheft den HEERE, onzen God, en buigt u voor den berg Zijner heiligheid, de plaats Zijner keuze, Zijner genadige tegenwoordigheid (Psalm 3: 5); want de HEERE, onze God, is heilig. Wij hebben liever den Psalm verdeeld volgens Bengel; vele andere uitleggers zien deze verdeling in drie delen niet in. Wij noemen onder die Tholuck, wiens verdeling veel schoons heeft. Deze beschouwt vs. 1-4 gezongen door een eerste koor, evenals vs. 6-8, terwijl vs. 5 en vs. 9 voor de woorden van een tweede koor worden gehouden.
In dezen Psalm wordt nevens de genade des Heren tot driemaal toe Zijne heiligheid verheven. De samenstrengeling dier beide eigenschappen is schoon, gerechtigheid en genade gaan hand in hand in de regering van Israël’s groten God en Koning, den Messias.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel