Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalmH4210, een liedH7892, op den sabbatdagH7676.
Een psalm, een lied, op den sabbatdag.
KJV
[[A Psalm1
or Song2
for the sabbath4
day.]]3
It is a good
thing to give thanks
unto the LORD,
and to sing praises
unto thy name,
O most High:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Het is goedH2896, dat men den HEEREH3068 loveH3034, en Uw NaamH8034 psalmzingeH2167, o AllerhoogsteH5945!
Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!
KJV
To shew forth
thy lovingkindness
in the morning,
and thy faithfulness
every night,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
Dat men in den morgenstondH1242 Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheidH530 in de nachtenH3915;
Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;
Ook in dit vers
goedertierenheidH2617
verkondigeH5046
KJV
Upon an instrument of ten strings,
and upon the psaltery;
upon the harp
with a solemn sound.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Op het tiensnarig instrumentH6218 en op de luitH5035, met een voorbedacht liedH1902 op de harpH3658.
Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
KJV
For thou, LORD,
hast made me glad
through thy work:
I will triumph
in the works
of thy hands.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
WantH3588 Gij hebt mij verblijdH8055, HEEREH3068! met Uw dadenH6467, ik zal juichenH7442 over de werkenH4639 Uwer handenH3027.
Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.
KJV
O LORD,3
how great
are thy works!5
and thy thoughts
are very
deep.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
O HEEREH3068! hoe groot zijn Uw werkenH4639! zeerH3966 diepH6009 zijn Uw gedachtenH4284.
O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.
Ook in dit vers
hoeH1431
KJV
A brutish
man
knoweth
not; neither doth a fool
understand
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Een onvernuftigH1198 manH376 weetH3045 er niet van, en een dwaasH3684 verstaatH995 ditzelve niet;
Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;
KJV
When the wicked
spring
as the grass,
and when all the workers
of iniquity
do flourish;
it is that they shall be destroyed
for ever:
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Dat de goddelozenH7563 groeienH6524 als het kruidH6212, en alH3605 de werkersH6466 der ongerechtigheidH205 bloeien, opdat zij totH5704 in der eeuwigheidH5769 verdelgdH8045 worden.
Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.
Ook in dit vers
eeuwigheidH5703
bloeienH6692
KJV
But thou, LORD,
art most high
for evermore.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Maar GijH859 zijt de AllerhoogsteH4791 in eeuwigheidH5769 de HEEREH3068!
Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!
KJV
For, lo, thine enemies,
O LORD,4
for, lo, thine enemies
shall perish;
all the workers
of iniquity
shall be scattered.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
WantH3588 zie, Uw vijanden, o HEEREH3068! wantH3588 zie, Uw vijanden zullen vergaanH6; alH3605 de werkersH6466 der ongerechtigheidH205 zullen verstrooidH6504 worden.
Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden.
Ook in dit vers
vijandenH341
vijandenH341
KJV
But my horn
shalt thou exalt
like the horn of an unicorn:
I shall be anointed
with fresh
oil.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Maar Gij zult mijn hoornH7161 verhogenH7311, gelijk eens eenhoornsH7214; ik ben met verseH7488 olieH8081 overgotenH1101.
Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.
KJV
Mine eye
also shall see
my desire on mine enemies,
and mine ears
shall hear
my desire of the wicked
that rise up
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
En mijn oogH5869 zal mijn verspiedersH7790 aanschouwenH5027; mijn orenH241 zullen het horenH8085, aangaande de boosdoenersH7489, die tegenH5921 mij opstaanH6965.
En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.
KJV
The righteous
shall flourish
like the palm tree:
he shall grow
like a cedar
in Lebanon.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
De rechtvaardigeH6662 zal groeienH6524 als een palmboomH8558; hij zal wassenH7685 als een cederboomH730 op LibanonH3844.
De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.
KJV
Those that be planted
in the house
of the LORD
shall flourish3
in the courts
of our God.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Die in het huisH1004 des HEERENH3068 geplantH8362 zijn, dien zal gegeven worden te groeienH6524 in de voorhovenH2691 onzes GodsH430.
Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.
KJV
They shall still bring forth fruit
in old age;
they shall be fat
and flourishing;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
In den grijzen ouderdom zullen zij nogH5750 vruchten dragenH5107; zij zullen vetH1879 en groenH7488 zijn,
In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn,
Ook in dit vers
ouderdomH7872
KJV
To shew
that the LORD
is upright:
he is my rock,
and there is no unrighteousness
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Om te verkondigenH5046, datH3588 de HEERE rechtH3477 is; Hij is mijn RotssteenH6697, en in Hem is geenH3808 onrechtH5766.
Om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht.
psalm,
Zie Ps. 48:1 .
Hertaald:
psalm,
Zie Ps. 48:1.
op den
Of, voor den sabbat; dat is, gemaakt of beschreven om op den sabbatdag gezongen te worden.
Hertaald:
op den
Of: voor de sabbat; dat is: gemaakt of opgeschreven om op de sabbatdag gezongen te worden.
getrouwheid
Of, waarheid.
Hertaald:
getrouwheid
Of: waarheid.
in de nachten
Dat is, alle nachten, of nacht op nacht, verstaande bij den nacht den late avond, die tegen den morgenstond wordt gesteld. Want naar Gods wet zijn in zijnen tabernakel of tempel gedaan geweest vroege en spade offeranden, met lofzangen en gebeden.
Hertaald:
in de nachten
Dat is: elke nacht, of: nacht op nacht, waarbij met de nacht de late avond bedoeld wordt, tegenover de morgenstond. Want naar Gods wet werden in Zijn tabernakel of tempel morgen- en avondoffers gebracht, met lofzangen en gebeden.
met een
Anders, op higgajon. Zie de aantekening bij Ps. 9:17 .
Hertaald:
met een
Anders: op higgajon. Zie de aantekening bij Ps. 9:17.
zeer diep
Dat is, de redenen van uw heimelijken raad zijn verborgen en onbegrijpelijk voor ons verstand.
Hertaald:
zeer diep
Dat is: de overwegingen van Uw verborgen raad zijn voor ons verstand verborgen en onbegrijpelijk.
onvernuftig
Dat is, een die in Gods woord niet in onderwezen, noch van den Heiligen Geest verlicht. Zie Ps. 49:11 .
Hertaald:
onvernuftig
Dat is: iemand die niet in Gods woord onderwezen en niet door de Heilige Geest verlicht is. Zie Ps. 49:11.
ditzelve niet
Te weten, dat hier nu straks volgt, vs.8.
Hertaald:
ditzelve niet
Namelijk: wat hierna volgt, vers 8.
Maar Gij
Anders: maar Gij zijt hoog verheven, Gij zijt de HEERE in eeuwigheid. Zie Ps. 56:3 .
Hertaald:
Maar Gij
Anders: maar U bent hoog verheven, U bent de HEERE in eeuwigheid. Zie Ps. 56:3.
hoorn verhogen
Van het woord hoorn zie de aantekening bij Deut. 33:17 .
Hertaald:
hoorn verhogen
Over het woord hoorn, zie de aantekening bij Deut. 33:17.
eens eenhoorns;
Zie Num. 23:22 .
Hertaald:
eens eenhoorns;
Zie Num. 23:22.
ik ben met
Dat is, ik ben opnieuw gesterkt geworden. Anders: als ik oud zal geworden zijn, zult Gij mij zalven met verse olie.
Hertaald:
ik ben met
Dat is: ik ben opnieuw gesterkt. Anders: wanneer ik oud geworden zal zijn, zult U mij zalven met verse olie.
verse olie
Hebr. groene.
Hertaald:
verse olie
Hebreeuws: groene.
mijn oog
Zie dergelijke manier van spreken Ps. 22:18 , en de aantekening aldaar.
Hertaald:
mijn oog
Zie een dergelijke manier van spreken in Ps. 22:18 en de aantekening daar.
mijn oren
Te weten, als God hen tot de welverdiende straf trekken en hun vergelden zal het kwaad, dat zij mij gedaan hebben. Zie Ps. 91:8 .
Hertaald:
mijn oren
Namelijk: wanneer God hen tot de welverdiende straf zal brengen en hun het kwaad zal vergelden dat zij mij aangedaan hebben. Zie Ps. 91:8.
een palmboom
Deze boom wast hoog en rechtop, met schone groene takken. Ofschoon hij met gewicht of zwaarte nedergebogen wordt, zo groeit en bloeit hij evenwel; daarom is hij een teken of figuur van victory; Openb. 7:9 . Verg. hiermede Ps. 52:10 ; Jer. 11:16 .
Hertaald:
een palmboom
Deze boom groeit hoog en rechtop, met mooie groene takken. Ook al wordt hij door gewicht of zwaarte neergebogen, toch groeit en bloeit hij; daarom is hij een teken of zinnebeeld van de overwinning; Openb. 7:9. Vergelijk hiermee Ps. 52:10; Jer. 11:16.
Die in het huis
Dat is, die Christus door het ware geloof ingelijfd en ware ledemate zijner kerk zijn. Zie Rom. 6:5 , en Rom. 11:17 .
Hertaald:
Die in het huis
Dat is: zij die door het ware geloof in Christus ingelijfd zijn en werkelijk leden van Zijn kerk zijn. Zie Rom. 6:5, en Rom. 11:17.
dien zal
Hebr. die zullen hen doen groeien; dat is, van den Heere zal hun gegeven worden dat zij groeien en hoe langer hoe meer in het goede toenemen in zijne gemeente, tot welke zij waarachtig behoren. Het is ene manier van spreken genomen van de bloemen en kruiden, die men zorgvuldig plant en koestert. Zie Ps. 1:3 , en Ps. 52:10 .
Hertaald:
dien zal
Hebreeuws: die zullen hen doen groeien; dat is: de Heere zal hun geven dat zij groeien en steeds meer toenemen in het goede in Zijn gemeente, waartoe zij werkelijk behoren. Het is een manier van spreken die ontleend is aan de bloemen en planten die men zorgvuldig plant en verzorgt. Zie Ps. 1:3, en Ps. 52:10.
den grijzen
Te weten, als natuurlijk de krachten afnemen en verminderen; Ps. 71:9 ; Hebr. 11:11-12 . Hebr. in de grijsheid.
Hertaald:
den grijzen
Namelijk: wanneer de krachten van nature afnemen en verminderen; Ps. 71:9; Hebr. 11:11-12. Hebreeuws: in de grijsheid. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon" (Ps. 92:13). Twee bomen worden genoemd: de palm die in de woestijn vrucht draagt en de ceder die hoog en vast staat. Het volgende vers zegt waar zij staan: "Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods" (Ps. 92:14). En dan volgt het vers waar deze psalm om bekend staat: "In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn" (Ps. 92:15). Het slot van de psalm zegt waartoe dat dient: om te verkondigen dat de HEERE recht is. Bijbelse betekenis: De bomen zijn geplant en niet zelf opgekomen, en de plaats waar zij staan bepaalt hun groei: het huis van de HEERE. Wie dicht bij de eredienst leeft, groeit anders dan wie er ver vandaan staat. Merk op wat er over de ouderdom gezegd wordt. In de natuur neemt de vrucht af met de jaren; hier gebeurt het omgekeerde, en dat is een belofte die tegen de gewone gang van zaken in gaat. Let ten slotte op het doel in Ps. 92:15. De oude gelovige draagt vrucht om iets te verkóndigen; zijn leven is zelf het bewijs dat er in God geen onrecht is. Typologie: De Heere Jezus noemt de bron van die vrucht: "die in Mij blijft, en Ik in hem, die draagt veel vrucht" (Joh. 15:5). Ps. 92:13-15; Joh. 15:5 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Want U hebt mij verblijd, HEERE, met Uw daden. Psalm 92:5 Mag je weten dat je zonden zijn vergeven en dat Christus ze volkomen heeft verzoend? Dan zou… 11 Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten. 12 En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen,… 6 O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten. 7 Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet; 8 Dat de… 1 Een psalm, een lied, op den sabbatdag. 2 Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste! 3 Dat men in den morgenstond Uw… De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon. Psalmen 92:13 Deze bomen worden niet door mensen gesnoeid, palmen en ceders zijn… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 92
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Een hart vol dankbaarheid
Psalm 92:11-16
Psalm 92:6-10
Psalm 92:1-5
Zoals een Palm en Ceder


Psalmen 92
Psalmen 92:2.KruisverwijzingenJohannes 1:17→Klaagliederen 3:22→Handelingen 16:25→Jesaja 63:7→Psalmen 71:15→Job 35:10→Psalmen 89:1→Psalmen 42:8→
— Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste!
Het is goed in zichzelf; het is goed voor wie het horen; maar het is vooral goed voor ons eigen hart om de HEERE te loven en psalmen te zingen voor de naam van de Allerhoogste.
Soms, wanneer wij heel zwaarmoedig zijn, zouden wij bevinden dat de kortste weg naar troost is de HEERE te loven — als wij er maar op letten Hem de schatting van lof die Hem toekomt niet te onthouden. Broeders en zusters in Christus, het is geen opmerkelijk werk God te loven wanneer alles ons voor de wind gaat; het is veel groter werk Hem te loven wanneer alles tegen lijkt te zitten. Het is omdat de nachtegaal bij nácht zingt dat hij zo uitnemend is onder de vogels; en kunnen u en ik God in het duister loven, dan zullen wij bevinden dat het voor onszelf een goede zaak is de HEERE te loven.
Psalmen 92:3.KruisverwijzingenPsalmen 33:2→Nehemia 12:27→1 Kronieken 13:8→1 Samuël 10:5→Psalmen 68:25→2 Kronieken 29:25→Psalmen 57:8→Psalmen 81:2→
— Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten;
Begin de dag met Gods goedertierenheid te verkondigen. Het was Zijn goedertierenheid die over u waakte toen u bewusteloos en weerloos lag en uzelf niet beschermen kon; het was Zijn goedertierenheid die het gordijn van de nacht wijd opentrok, die uw oogleden aanroerde en u wekte uit die slaap die het beeld van de dood is, en u zei op te kijken naar de opgaande zon. Neem dus de sleutel van de morgen om de dag te openen, en laat het de gouden sleutel van de lof zijn.
En wanneer de nacht weer komt, laten wij dan zingen van Gods trouw. Wij hebben die weer een dag lang ondervonden; laten wij Hem ervoor loven. Nu zien wij hoe Hij ons verdragen heeft, ons vergeven heeft, ons bewaard heeft, in onze behoeften voorzien heeft en ons weer een dag lang heeft blijven onderwijzen. Laten wij daarom Zijn heilige naam loven en zegenen, en zo de dag sluiten en ons opnieuw aan de slaap toevertrouwen onder Zijn goddelijke bescherming.
Psalmen 92:4.Kruisverwijzingen2 Korinthe 2:14→Jesaja 65:13→Psalmen 8:6→Lukas 1:47→Psalmen 104:34→Psalmen 145:6→Psalmen 64:10→Openbaring 18:20→
— Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
Onder de oude bedeling leek instrumentale muziek meer op haar plaats dan nu, bij de geestelijke eredienst waarin wij zijn binnengeleid. Moeten wij dan toch instrumentale muziek in onze eredienst hebben, laat het dan precies dezelfde zijn die David had; dan zou ik er, al zou ik het nog altijd een terugkeer naar de lang vervangen oude bedeling vinden, mee kunnen leven.
Veel verder dan dat kom ik niet, denk ik; want welk instrument is er dat de menselijke stem evenaart, welke muziek kan ermee vergeleken worden? Alle andere klank is maar de arme poging van de mens om de schepping van zijn God te overtreffen; maar de menselijke stem is vol betoverende melodieën, en wordt zij door een waarachtig hart bestuurd, dan is er zelfs voor ons oor niets als zij — en mij dunkt dat zij God veel welgevalliger moet zijn dan het voortbrengsel van louter mechaniek.
Psalmen 92:5.KruisverwijzingenJesaja 55:8→Psalmen 40:5→Romeinen 11:33→Psalmen 139:17→Psalmen 145:3→Psalmen 111:2→Openbaring 15:3→1 Korinthe 2:10→
— Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen.
Dat is een gezegend vers om uit het hart van een gelukkig mens te komen, die God looft en die alle werken van de HEERE aanziet — in de schepping, in de voorzienigheid en in de verlossing — en ze alle tot de stof van zijn blijde overdenking maakt.
Psalmen 92:6.KruisverwijzingenPsalmen 73:22→Psalmen 94:8→Psalmen 49:10→1 Korinthe 2:14→Psalmen 75:4→Spreuken 24:7→Lukas 12:20→Spreuken 1:22→
— O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten.
Wij weten weinig van Gods gedachten, behalve wat wij uit Zijn werken opmaken of uit Zijn Woord leren: “Want wie van de mensen weet, hetgeen des mensen is, dan de geest des mensen, die in hem is? Alzo weet ook niemand, hetgeen Gods is, dan de Geest Gods.” Het is door goddelijke openbaring dat wij Gods gedachten moeten kennen — en hoe meer wij ervan kennen, des te meer zullen wij beseffen dat zij zeer diep zijn.
Psalmen 92:7.KruisverwijzingenPsalmen 37:38→Psalmen 73:18→1 Petrus 1:24→Job 12:6→Job 21:7→Psalmen 73:12→Maleachi 3:15→Psalmen 37:35→
— Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;
Hij kijkt naar de natuur, en terwijl hij haar veelsoortige werkingen ziet, merkt hij zekere eeuwige wetten op, zoals hij ze noemt; maar hij ziet de macht niet die achter die wetten schuilt en die de wetten krachtig maakt tot de regering van de wereld. Ja, hij leeft en wandelt waar God Zijn macht ten volle tentoongespreid heeft, en toch ziet hij Hem niet.
Het zou een vreemde gang van zaken zijn als iemand het huis van een kunstenaar binnenging, naar zijn schilderij en zijn beeldhouwwerk keek en toch nooit aan hém dacht — maar dat is wat de onvernuftige mens doet met de werken van God, en met God zelf.
Psalmen 92:8.KruisverwijzingenPsalmen 83:18→Psalmen 93:4→Exodus 18:11→Prediker 5:8→Psalmen 56:2→Psalmen 102:26→Handelingen 12:1→Handelingen 12:22→
— Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden.
Talrijk, fris, krachtig — en toch is dat het einde waartoe zij zeker komen, hoe zij ook opscheppen en hoe zij ook groeien en bloeien tot zij, als het gras in de weide, alles lijken te bedekken, zodat u nergens kunt gaan zonder hen te zien. En toch: zij zullen voor eeuwig verdelgd worden.
Psalmen 92:9.KruisverwijzingenPsalmen 37:20→Psalmen 89:10→Lukas 21:24→Leviticus 26:33→Psalmen 68:30→Ezechiël 5:12→Numeri 10:35→Lukas 19:27→
— Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE!
De psalmist begon door de HEERE de Allerhoogste te noemen, en nu zegt hij dat Hij de Allerhoogste is in eeuwigheid. Ja, dat is onze vreugde: dat God nooit voorbijgaat maar in eeuwigheid blijft. Talloze goddelozen zijn gekomen en gegaan, rijken van goddeloosheid zijn tot grote macht opgeklommen en te zijner tijd als dromen voorbijgegaan — maar wij kunnen nog altijd met de psalmist zeggen: U, HEERE, bent de Allerhoogste in eeuwigheid.
Psalmen 92:10-11.KruisverwijzingenPsalmen 23:5→Psalmen 45:7→Psalmen 89:17→Numeri 23:22→Psalmen 54:7→1 Samuël 2:10→2 Korinthe 1:21→Psalmen 91:8→
— Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden. Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten.
De gelovige zal, al is hij in zijn eigen bewustzijn zeer zwak en in zijn eigen ogen volstrekt onbetekenend, nieuwe kracht van God ontvangen; en wanneer de goddelozen wegsmelten, zal hij sterker en sterker worden.
Psalmen 92:13.KruisverwijzingenPsalmen 100:4→Efeze 3:17→Jesaja 60:21→Psalmen 135:2→Romeinen 6:5→2 Petrus 3:18→2 Kronieken 4:9→Jesaja 61:3→
— De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon.
De palmboom bloeit midden in de woestijnzon; hij groeit recht overeind naar de hemel, zonder een tak die naar links of rechts afwijkt, en draagt zijn grote massa’s vrucht zo dicht bij de hemel als hij maar kan. Het is een treffend beeld van het christelijke leven, van de groei en de vruchtbaarheid daarvan. Een christen behoort ook te zijn als een ceder op de Libanon: vast geworteld op de plaats die hem toegewezen is, en de wintersneeuw trotserend die hem uit het gezicht dreigt te bedelven.
Psalmen 92:14.KruisverwijzingenJesaja 46:4→Filippenzen 1:11→Ezechiël 47:12→Job 17:9→Psalmen 1:3→Johannes 15:2→Jeremia 17:8→Psalmen 71:18→
— Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods.
Als bomen die in de voorhof geplant zijn, beschut en beschermd — zo zijn de ware gelovigen. God is hun verdediging, en zij zijn beschut binnen de voorhof van het huis van de HEERE.
Psalmen 92:15.KruisverwijzingenPsalmen 18:2→Deuteronomium 32:4→Job 34:10→Psalmen 62:6→Romeinen 9:14→2 Thessalonicenzen 1:6→1 Petrus 1:4→Psalmen 145:17→
— In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn,
Wanneer de wereldlingen vervallen, zullen zij nog vruchtbaar zijn. Zij zullen niet, zoals zovele anderen, gevoelen dat hun ouderdom een vloek is; voor hen zal hij een zegen zijn, die hen rijp maakt voor de eeuwigheid en een zegen is voor allen die om hen heen zijn.
Kan ieder van u dat van de HEERE zeggen: Hij is mijn steenrots, mijn grondslag, mijn toevlucht, mijn beschutting? Zeg dat wanneer u de dierbaarste hebt verloren die u ooit gekend hebt. Zeg dat wanneer uw bezit is weggesmolten als de rijp in de morgen. Zeg dat wanneer elk bot in uw lichaam pijn doet en een kwade ziekte u naar een vroeg graf drijft.
“en in Hem is geen onrecht.” Hoe lang kent u Hem? Is het zeventig jaar of langer, dan is Hij u nooit ontrouw geweest en heeft Hij niet één van Zijn beloften laten falen. Schrijf dit op als het getuigenis van de ondervinding van al Gods volk: in Hem is geen onrecht.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm, een lied, als Psalm 48, 66-68, 83, 87, 88 en 108, en wel dit, om op den sabbatdag, bij het morgenoffer te gebruiken (Numeri 28: 8 ). 2. Lazen wij in Psalm 91: 8; “Gij zult het met uwe ogen aanschouwen, en gij zult de vergelding der goddelozen zien, in het voor ons liggende lied (vs. 12) horen wij den dichter zeggen: “Mijn oog zal mijne verspieders aanschouwen, mijne oren zullen het horen aangaande de boosdoenerij, die tegen mij opstaan.” Daar werd het den vromen koning Hizkia toegeroepen, hier is het naar onze mening de vrome Josia, de “door den Heere gesteunde,” zoals de betekenis van zijn naam is (1 Koningen 13: 2 ), die in een tijd, toen het dreigend ineenstorten van de bestaande verhoudingen niet meer was tegen te houden (2 Koningen 23: 27): zich vertroost met de onvergankelijkheid en de toekomstige heerlijkheid der kleine gemeente, die zich nu in verdrukking en in vernedering bevindt. Alleen het geloof aan de eindelijke overwinning der vromen, die in vergelijking der massa goddeloze en ongelovige dwazen, ene steeds kleiner wordende minderheid uitmaakten, en het door hen te weeg gebrachte gericht mede moesten dragen, kon aan Josia moed en opgewektheid geven, om ondanks den tegenwoordigen toestand, die zonder troost of uitzicht was, altijd overvloedig te zijn in het werk des Heren, wel wetende, dat zijn arbeid niet ijdel was in den Heere. Een Sabbats-karakter heeft het lied daardoor in ‘t uitwendige, dat het zeven malen (vs. 2, 5, 6, 9, 10, 14, 16) den allerheiligsten naam “Heere” (Jehova) noemt. Josia, die voor de herstelling van enen regelmatigen godsdienst zo werkzaam was, heeft het zeker dadelijk van den beginne tot een “Psalm, een lied op den Sabbatdag” bestemd. Het is echter niet zozeer de scheppings-Sabbat, dien het lied beschouwt, als wel die Sabbats-rust van het volk Gods (Hebr. 4: 9), van welke wij thans reeds een voorsmaak hebben in den vrede van een gelovig hart.
I. Vs. 2-4.KruisverwijzingenPsalmen 33:2→Nehemia 12:27→Johannes 1:17→Klaagliederen 3:22→1 Kronieken 13:8→1 Samuël 10:5→2 Korinthe 2:14→Jesaja 65:13→
— Het is goed, dat men den HEERE love, en Uw Naam psalmzinge, o Allerhoogste! Dat men in den morgenstond Uw goedertierenheid verkondige, en Uw getrouwheid in de nachten; Op het tiensnarig instrument en op de luit, met een voorbedacht lied op de harp.
De gemeente, in wier naam de zanger zegt hetgeen hij hier tevens uit zijn eigen hart spreekt, erkent in het loven van God, waartoe zij zich op de heilige plaats heeft verzameld, ene bijzonder heilige bezigheid, en het ontbreekt haar daartoe zo weinig aan stof, dat zij integendeel alle mogelijke instrumenten die het gezang kunnen begeleiden, te hulp moet nemen, om enigszins te kunnen voldoen aan den drang van haar hart.
Het is goed niet alleen in Gods ogen, maar ook heilzaam voor de mensen, dat men den HEERE love, en Uwen naam psalmzingen Allerhoogste (Psalm 147: 1)!
Dat men in den morgenstond Uwe goedertierenheid verkondige, welke aan het morgenlicht gelijkt, dat door den nacht heen breekt (Psalm 30: 6; 59: 17), en Uwe getrouwheid in de nachten, Uwe getrouwheid, die in de eenzaamheid van den nacht onze beste gezellin is; (Psalm 89: 2). Benevens dit, noemt de Heilige Schrift nog twee andere, die goed zijn: Klaagt. 3: 26 en 27; geduldig zijn en op des Heren hulp hopen en Hebr. 13: 9, dat het hart gesterkt worde. Het “in den morgenstond” en “in de nachten” dient zeker om het onvermoeide aan te tonen in het loven van God, dat overeenstemt met de onafgebrokene uitingen der Goddelijke goedheid en trouw (Psalm 16: 7, 42: 9). Daarom behoeft men echter niet te menen, dat de Psalm zowel bij den avond- als den morgengodsdienst zal gezongen zijn.
Op den asor, dekachorde, het tiensnarig instrument (Psalm 33: 2), U danke, en op de luit Uwen naam lofzinge, met een voorbedacht, een vrolijk lied op de harp (1 Kronieken 25: 31 ) Uwe genade en waarheid verkondige. Zo waarachtig als God de Bron van alle zaligheid is, en zo waar Hij Zijnen naam ter zaligheid van zondaren geopenbaard heeft, zo zeker moet het prijzen Zijner Heerlijkheid, dat uit de kennis van dezen naam voortvloeit, de hoogste blijdschap zijn, het toppunt van alle geestelijke vreugde, ene bron van zaligheid. In dit zalig element worstelt en beweegt zich de voor ons liggende vreugde-psalm. Deze is een voorsmaak van de hemelse vreugde des eeuwigen levens, dat van enkel lofzangen vervuld is, want de Sabbatsrust van Gods volk is een eeuwige feestdag tot lof van Jehova.
5.
II. Vs. 5-7.KruisverwijzingenJesaja 55:8→Psalmen 40:5→Romeinen 11:33→Psalmen 139:17→Psalmen 145:3→Psalmen 37:38→Psalmen 73:18→Psalmen 111:2→
— Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uw daden, ik zal juichen over de werken Uwer handen. O HEERE! hoe groot zijn Uw werken! zeer diep zijn Uw gedachten. Een onvernuftig man weet er niet van, en een dwaas verstaat ditzelve niet;
De zanger spreekt nu, hoewel in de eerste plaats van zich zelven, in naam der gemeente uit, wat in haar den drang om God te loven heeft opgewekt. Deze is ene gave van boven, die degene geschonken wordt, welken de Heere tot kennis Zijner werken en tot vreugde daarin geleid heeft, terwijl er zo ontelbaar vele dwazen zijn, die gedachte- en gevoelloos Gods werken voorbijgaan, alsof zij niets daarmee te doen hadden.
Want Gij hebt mij verblijd, HEERE! met Uwe daden; ik zal juichen over de werken Uwer handen, met welke Gij in hetgeen op aarde geschiedt ingrijpt en het ten zegen voor de Uwen schikt.
O HEERE! zo jubel ik in aanbiddende bewondering, hoe groot zijn Uwe werken, zowel van Uwe scheppende kracht als van Uwe Voorzienigheid; een mens kan ze niet bevatten, en wie door Uwen Geest geleid ze doorzoekt, moet erkennen, dat zij boven alle gedachten groot zijn in macht, wijsheid en goedheid. Zeer diep zijn Uwe gedachten 1), men kan ze niet doorgronden, en toch gevoelt men, hoe dieper zij zijn, des te meer wonderen van genade en waarheid bevatten zij in zich (Jes. 55: 9. (Rom. 11: 33). Uwe verhevene oogmerken en bedoelingen vervullen ons met aanbidding.
Het is onmogelijk, dat de kortzichtige mens de grootheid der werken Gods kan afmeten. Evenmin kan hij de diepte der Goddelijke gedachten doorgronden. Wie waarlijk door Gods Geest verlicht is, erkent dit eerst recht. Niet de dwaas, niet de onvernuftige. De dichter toont hier, zoals blijkt uit het volgende, dat hij in het heiligdom is ingeleid. Hij heeft een recht inzicht gekregen in de wegen Gods, die Hij met de mensenkinderen houdt. En daarom zal hij zich in God verblijden, dewijl hij niet aanziet wat voor ogen is, maar op het einde en op de toekomst let.
Een onvernuftig man, die zijn menselijk verstand niet gebruikt, maar als een onverstandig dier daarheen leeft, weet er niet van, voor de grootheid Uwer werken heeft hij geen oog, en van Uwe gedachten beseft hij niets (1 Kor. 2: 14), en een dwaas! bij wie het vlees de overhand heeft, verstaat dit niet, al stelde men het hem nog zo duidelijk voor ogen. 8.
III. Vs. 8-12.KruisverwijzingenPsalmen 23:5→Psalmen 45:7→Psalmen 89:17→Psalmen 1:3→Numeri 23:22→Psalmen 54:7→1 Samuël 2:10→2 Korinthe 1:21→
— Dat de goddelozen groeien als het kruid, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden. Maar Gij zijt de Allerhoogste in eeuwigheid de HEERE! Want zie, Uw vijanden, o HEERE! want zie, Uw vijanden zullen vergaan; al de werkers der ongerechtigheid zullen verstrooid worden. Maar Gij zult mijn hoorn verhogen, gelijk eens eenhoorns; ik ben met verse olie overgoten. En mijn oog zal mijn verspieders aanschouwen; mijn oren zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan.
Werd in de vorige afdeling het grote onderscheid, dat tussen den rechtvaardige en den goddeloze bestaat, wat beider inwendige gezindheid omtrent Gods werken aangaat, besproken, thans wordt dit onderscheid, wat beider uitwendige lotgevallen aangaat verder uiteengezet. De wijze, waarop de Heere den een en den ander zo verschillend behandelt, wordt als een daadzakelijk bewijs voorgesteld van de grootheid Zijner werken en de diepte Zijner gedachten, die te voren het onderwerp van aanbiddende vreugde waren.
Dat de goddelozen groeien als het kruid, met zeer groten wasdom, en al de werkers der ongerechtigheid bloeien, alsof hun de wereld en al hare heerlijkheid toebehoorde, moge ons gedurig verwonderen, wanneer wij het heiligdom ingaan en op het einde letten, dan beseffen wij, dat zij slechts een tijd lang voorspoed hebben, opdat zij tot in der eeuwigheid verdelgd worden (Ps 37: 38).
Maar Gij, die der opgeblazenen overmoed veracht, en tegen wie zij zijn opgestaan, als konden zij Uwe gerichten trotseren, zijt de Allerhoogste, ongenaakbaar voor alles, wat zich tegen U zoekt te verheffen, en alles overweldigend, zodat een mens, ook wanneer hij het niet wil erkennen, toch in Uwe onbeperkte macht staat. Gij zijt in eeuwigheid de HEERE! Jehova, de God des verbonds, die alle overtreders met Uwen vloek achtervolgt.
Want zie, Uwe vijanden, o HEERE! want zie Uwe vijanden zullen vergaan, zodat men reeds nu als met den vinger op hun smadelijk einde kan wijzen, alsof het reeds aanwezig ware; al de werkers der ongerechtigheid, die nu ene nauw aaneengeslotene massa vormen, zullen verstrooid worden, om dan elk in ‘t bijzonder des te gemakkelijker vernietigd te kunnen worden.
Maar Gij zult, daar ik met den Allerhoogste, die in eeuwigheid is, in levensgemeenschap sta, mijnen hoorn verhogen, wanneer Zijne vijanden omkomen (vs. 10), gelijk eens eenhoorns
, zodat ik in het gevoel van de overwinnende kracht, die bij Gods volk is, op de strijdplaats sta (Numeri 23: 22. Deuteronomium 33: 17. Psalm 29: 6); ik ben met verse olie overgoten, ik ben gezegend met allerlei genadegiften, want nu is het de tijd der verkoeling voor het aangezicht des Heren (Hand. 3: 19).
Eig: “als van een buffel.” De verheffing van hunnen hoorn belooft hun Psalm 89: 18. Hij verheft zich moedig zowel tot enen aanvallenden als tot enen verdedigenden kamp. De blijmoedigheid, de dapperheid van den buffel vermelden de woorden der oude profeten: Numeri 23: 22; 24: 8, en daaruit afgeleid Deuteronomium 33: 17.
En mijn oog, dat nu zo schuw en vol tranen ziet op de menigte en de boosheid van hen, die mij haten, zal mijne verspieders aanschouwen, als zij omkomen of onschadelijk worden gemaakt; mijne oren, die nu den naam der vervolgers, en het bericht hunner nabijheid als een ontzettenden klank opvangen, zullen het horen, aangaande de boosdoeners, die tegen mij opstaan, hoe hun vergolden is haar hetgeen zij verdiend hebben (Psalm 28: 4; 91: 8). Dit vers ziet misschien op Christus, op Zijne overwinning over satan, dood en hel, de verwoesting van hen, die Hem vervolgd en gekruisigd hebben, die Zijn Evangelie hebben tegengestaan en den eindelijken ondergang der onboetvaardigen ten laatsten dage. Zij, die tegen Christus opstaan, zullen voor Hem vallen, en tot ene voetbank Zijner voeten worden gemaakt.
13.
IV. Vs. 13-16.KruisverwijzingenPsalmen 100:4→Jesaja 46:4→Psalmen 18:2→Efeze 3:17→Jesaja 60:21→Psalmen 135:2→Filippenzen 1:11→Ezechiël 47:12→
— De rechtvaardige zal groeien als een palmboom; hij zal wassen als een cederboom op Libanon. Die in het huis des HEEREN geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods. In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen; zij zullen vet en groen zijn, Om te verkondigen, dat de HEERE recht is; Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht.
Het kostbaarste, dat de rechtvaardige in zich draagt, zijn geloof en zijne liefde tot God, is het, waardoor Gods vijanden ook zijne vijanden worden (2 Tim. 3: 12). Daarom is de rust, die het volk Gods nog wacht, reeds van die zijde ene grote en heerlijke, omdat, wanneer nu de rechterhand des Heren de overwinning over alle tegenstanders behaalt, Gods volk ook aan zijne vijanden zijn lust ziet; maar de heerlijkheid van dezen toekomstigen Sabbat reikt oneindig verder; in de plaats van het groeien der goddelozen en het bloeien van de werkers der ongerechtigheid, komt vervolgens een groeien der rechtvaardigen en een bloeien in onvergankelijke jeugd.
De rechtvaardige zal, wanneer de tijd van vernedering en van verdrukking, waarin hij zich thans bevindt, door de verdelging der goddelozen voorbij is, groeien als een palmboom, die ook in hitte en dorheid zijn groen loof niet verliest; hij zal wassen als een cederboom op Libanon, die na eeuwen nog jeugdig is, en een aangenamen geur van zich geeft (Hos. 14: 6 vv. Richteren 9: 15). Wordt in vs. 8 de goddeloze met het gras vergeleken, zo hier de rechtvaardige met den palmboom; beide groeien, maar welk een onderscheid is er tussen beide. Het gras schiet snel op, heeft ook een lachend groen, de kleur der hoop, maar heden bloeit het, en morgen wordt het in den oven geworpen. De palmboom is het beeld van langzaam doch aanhoudend en zeker groeien en van ene bestendige heerlijkheid; zomergloed en winterkoude gaan hem voorbij, en hij blijft aan ‘t groeien, gelijk het beeld van den ceder aanwijst, dien men niet met jaren, maar met eeuwen telt. Het gras groeit en bloeit, maar brengt het tot gene vrucht. De palmboom daarentegen geeft zijne vrucht op zijnen tijd, en welk ene zoete, kostelijke vrucht is de dadel! Het gras op de daken zaait niemand, het groeit en geeft zaad, gelijk het onkruid, van zelf. De palmboom daarentegen is geplant, heeft oppassing en verzorging nodig, zal hij voorspoedig wassen. Dit is het onderscheid van den goddeloze en den rechtvaardige. De eerste schiet, gelijk al wat kwaad is uit den zich zelven bevruchtenden grond van het natuurlijk bestaan en des vlezes op, door eigen kracht, zonder strijd, met ene schitterende heerlijkheid, die pronkt, maar kort is en de kiem des doods in zich draagt. Deze wordt geplant op heiligen grond en onder het aanhoudend toevloeien van krachten der eeuwigdurende genade, het heeft geen toenemen, dat vroeg rijp doet zijn, maar dat gematigd en daarom degelijk is, een vet worden, een bestendig groeien, bloeien en vruchten dragen in deze genade des Heren.
Hoe rijk de bloesem der dadelpalm is kan daarnaar beoordeeld worden, dat zij, wanneer zij hare volle grootte bereikt heeft, 3-400, en hier en daar zelfs 600 pond vruchten draagt. Er is geen lieflijker en majestueuzer gezicht, dan de palm der oase met haar dient schaduw gevend dak, hare liefelijke frisse bladeren, hare wiegelende takken en de vrolijk daarin heen en weervliegende vogels, terwijl onder die takken welige planten groeien, -een beeld des levens midden in de wereld des doods. Daarbij komt, dat de gehele boom van zijn wortel tot aan zijn kruin, het sap ingesloten, den mens ten dienste staat; er is niets aan wat niet op enige wijze ten nutte kan gebruikt worden. De vergelijking van den rechtvaardige met den palmboom biedt dus punten van vergelijking in menigte aan, en lag des te meer voor de hand, daar bij men oosterling de palm het beeld uit de plantenwereld voor den mens was; de Arabieren noemen haar: “de Zuster van den mens” en vergelijken hare delen met die van den mens. Bij de vergelijking met den ceder des Libanons komt vooreerst zijn hoge groei en de intensiteit van zijne groeikracht in aanmerking, maar ook het altijd groene van zijn loof en de aangename geur, dien hij geeft.
Zij, die de gemeenten der rechtvaardigen uitmaken, die in het huis des HEREN geplant zijn, als in den grond, waarin zij wortelen schieten, en waar van alle zijden hun goddelijke levenslucht en hemelse kracht toestromen, dien zal gegeven worden te groeien en te bloeien evenals bomen, wanneer zij op ene vette plaats of aan waterbeken staan (Psalm 1: 3. Jes. 5:
, in de voorhoven onzes Gods, die zich wel op enigen afstand van het heiligdom bevinden, maar het toch altijd nabij genoeg zijn, als bomen der gerechtigheid, ene planting des Heren, opdat Hij verheerlijkt worde (Jes. 61: 3). In het huis des Heren waren afbeeldingen van cederen, van palmen en van allerlei bloeiende bomen in de tapijten en in het snijwerk. Zij vertoonden een beeld van de volheid des levens in de nabijheid des Heren (1 Kronieken 6: 29, 36; 7: 36). Dit gaf reden tot deze vergelijking.
In het huis des Heren, in den staat der genade zijn de rechtvaardigen geplant. Van nature groeien zij in een gans anderen grond: hun natuurlijke grond is de zondige natuurstaat. Daar staan zij in een grond van vijandschap tegen God, van ongeloof, ijdelheid en onverschilligheid, waar zij volstrekt geen goede vruchten kunnen voortbrengen. Maar de rechtvaardigen zijn, elk op zijnen tijd, door den hemelsen landman verplant, uit deze boze wereld getrokken en overgezet in den staat der genade. Daar staan zij in een vetten grond, terwijl de Heilige Geest hun genade en krachten geeft. Zij, die in het huis des Heren geplant en overgebracht zijn tot den staat der genade, zullen gloeien en bloeien, zij zullen hun genadeleven betonen in heerlijke bloesems en aangename vruchten, zij zullen (en dat uit hen zelven, want het is hun gegeven) vruchtbaar zijn in kennis, geloof, vertrouwen, liefde, hoop, hemelsgezindheid en allerlei goede werken. Deze hunnen bloeistaat zullen zij vertonen in de voorhoven van onzen God, in de gemeente op aarde. Het verdient nog zeer onze opmerking, dat er eigenlijk staat: “zij zullen doen groeien”. De natuurkenners hebben opgemerkt, dat de palmbomen van tweeërlei seksen zijn, mannelijke en vrouwelijke, en dat die van de laatste soort gene goede vruchten voortbrengen, tenzij zij met het stof der mannelijke bloeipalm bestrooid zijn. Brengt men dit nu in het geestelijke over, dan levert het een eigenaardigen zin op: “Zij zullen doen groeien” geeft dan te kennen, dat de rechtvaardigen, die door een levend geloof in de inwendige kerk geplant zijn, ook wederom in ‘s Heren hand zedelijke middelen en werktuigen zijn ter levendmaking en toebrenging van anderen, die nog alleen tot de uitwendige kerkgemeenschap behoren.
De priester des Heren moest, aleer hij in het eigenlijke huis des Heren, in het heiligdom kwam, door den voorhof gaan, waar het altaar der verzoening stond, en het koperen wasvat der reiniging. En nu is het zeker, dat er geen toeneming is in genadeleven, en verzekering van de zonde en schuldvergeving, indien er niet een gedurig gebruik gemaakt wordt van het bloed der verzoening en het badwater der reiniging van Jezus’ bloed. Wie in waarheid gedurig bij dit badwater verkeert en het door Gods genade leert toepassen op zijn schuldige ziel, zal ook in waarheid zich vertonen als een eikenboom der gerechtigheid, als ene plantinge des Heren.
In den grijzen ouderdom zullen zij nog vruchten dragen, daar de inwendige mens van dag tot dag vernieuwd wordt (2 (Kor. 4: 16); zij zullen vet 1), en groen zijn als olijfbomen (Psalm 52: 10. Jes. 65: 22).
Dit is de kracht van het genadeleven, dat de Geest van God, die in hen woont opwekt en onderhoudt, en dat hen zelfs in dien ouderdom, met ijver, lust en opgewektheid vervult, om voor den Heere te leven. Door die geestelijke vettigheid, door die kracht van het genadeleven zijn zij, ook zelfs in den grijzen ouderdom, groen of groenende, als welige en frisse bomen.
En waartoe heeft de Heere hen gemaakt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk (1 Petrus 2: 9)? Waarom heeft hij ze geplant in Zijne voorhoven? Opdat zij zouden verkondigen de deugden desgenen, die hen uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht. Om te verkondigen, dat de HEERE recht is, gelijk Hij in Deuteronomium 32: 4 geroemd wordt. Hij is mijn Rotssteen, en in Hem is geen onrecht. Zo leert ons ook de ervaring, dat er gene roerender getuigen en predikers voor het jongere geslacht zijn, dan vrome grijsaards, terwijl daar hun lichaamskrachten, hun wetenschap, hun kunst door zwakheid des ouderdoms minder worden, hun vroomheid des te liefelijkere vruchten draagt, hoe nader zij aan het graf komen.
Is ook het oog zijns lichaams verdonkerd, zijn zielsoog is in helderheid toegenomen, hij blikt aan het einde van zijn weg eeuwigwaarts, en heeft hij veel aanschouwd en ervaren, dat hem duister en raadselachtig was, nu hij aan het einde gekomen is, zijn voor hem ‘s Heren wegen altegaar recht, is die God zijn rotssteen, in Wie gans geen onrecht is, Wiens werk volkomen en volmaakt is. Wie zulk een lied op den sabbat van harte zingen kan, die behoort tot hen, voor wie de eeuwige Sabbat reeds in dit leven aanvangt, die is een geplante in ‘s Heren huis en voorhoven hier beneden, om straks overgebracht te worden naar het Paradijs Gods, naar het Hof der Hoven, om eeuwig Gode tot ere te zijn, die hem uit genade in Christus heeft uitverkoren, en overgebracht uit zonde en Satan’s macht tot de vrijheid en de heerlijkheid der kinderen Gods.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel