Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een onderwijzingH4905 van EthanH387, den EzrahietH250.
Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet.
KJV
[[Maschil1
of Ethan2
the Ezrahite.]]3
I will sing
of the mercies
of the LORD
for ever:
with my mouth
will I make known
thy faithfulness
to all
generations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Ik zal de goedertierenheidH2617 des HEERENH3068 eeuwiglijkH5769 zingenH7891; ik zal Uw waarheidH530 met mijn mondH6310 bekendH3045 maken, van geslacht tot geslacht.
Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht.
Ook in dit vers
geslachtH1755
geslachtH1755
KJV
For I have said,
Mercy1
shall be built up
for ever:3
thy faithfulness8
shalt thou establish
in the very heavens.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
WantH3588 ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijkH5769 gebouwdH1129 worden; in de hemelenH8064 zelve hebt Gij Uw waarheidH530 bevestigdH3559, zeggende:
Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden; in de hemelen zelve hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende:
Ook in dit vers
goedertierenheidH2617
gezegdH559
KJV
I have made
a covenant
with my chosen,
I have sworn
unto David
my servant,
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Ik heb een verbondH1285 gemaakt met Mijn uitverkoreneH972; Ik heb Mijn knechtH5650 David gezworenH7650:
Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen:
Ook in dit vers
DavidH1732
KJV
Thy seed
will I establish
for
ever,
and build up
thy throne
to all
generations.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Ik zal uw zaadH2233 tot in eeuwigheidH5769 bevestigenH3559, en uw troonH3678 opbouwenH1129 van geslacht tot geslacht. SelaH5542.
Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.
Ook in dit vers
geslachtH1755
geslachtH1755
KJV
And the heavens
shall praise
thy wonders,
O LORD:
thy faithfulness
also in the congregation
of the saints.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Dies lovenH3034 de hemelenH8064 Uw wonderenH6382, o HEEREH3068! ook is Uw getrouwheidH530 in de gemeenteH6951 der heiligenH6918.
Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.
KJV
For who in the heaven
can be compared
unto the LORD?4
who among the sons
of the mighty
can be likened
unto the LORD?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
WantH3588 wie mag in den hemelH7834 tegen den HEEREH3068 geschatH6186 worden? Wie is den HEEREH3068 gelijk, onder de kinderenH1121 der sterken?
Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken?
Ook in dit vers
sterkenH410
KJV
God9
is greatly
to be feared
in the assembly
of the saints,
and to be had in reverence
of all them that are about
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
GodH430 is grotelijks geduchtH6206 in den raadH5475 der heiligenH6918, en vreselijkH3372 bovenH5921 allenH3605, die rondomH5439 Hem zijn.
God is grotelijks geducht in den raad der heiligen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn.
Ook in dit vers
GodH410
KJV
O LORD
God
of hosts,
who is a strong
LORD
like unto thee? or to thy faithfulness
round about
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
O HEEREH3068, GodH430 der heirscharenH6635! wieH4310 is als Gij, grootmachtigH2626, o HEERE! en Uw getrouwheidH530 is rondomH5439 U.
O HEERE, God der heirscharen! wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! en Uw getrouwheid is rondom U.
Ook in dit vers
HEEREH3050
KJV
Thou rulest
the raging
of the sea:
when the waves
thereof arise,
thou stillest
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Gij heerstH4910 over de opgeblazenheidH1348 der zeeH3220; wanneer haar barenH1530 zich verheffenH7721, zo stiltH7623 Gij ze.
Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.
KJV
Thou hast broken
Rahab
in pieces,
as one that is slain;
thou hast scattered
thine enemies
with thy strong
arm.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Gij hebt RahabH7294 verbrijzeldH1792 als een verslageneH2491; Gij hebt Uw vijandenH341 verstrooidH6340 met den armH2220 Uwer sterkteH5797.
Gij hebt Rahab verbrijzeld als een verslagene; Gij hebt Uw vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte.
KJV
The heavens
are thine, the earth
also is thine: as for the world
and the fulness
thereof, thou hast founded
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De hemelH8064 is Uwe, ook is de aardeH776 Uwe; de wereld en haar volheidH4393, die hebt GijH859 gegrondH3245.
De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond.
Ook in dit vers
wereldH8398
KJV
The north
and the south
thou hast created
them: Tabor
and Hermon
shall rejoice
in thy name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Het noordenH6828 en het zuidenH3225, die hebt GijH859 geschapenH1254; ThaborH8396 en HermonH2768 juichenH7442 in Uw NaamH8034.
Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.
KJV
Thou hast a mighty
arm:
strong
is thy hand,
and high
is thy right hand.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Gij hebt een armH2220 metH5973 machtH1369; Uw handH3027 is sterk, Uw rechterhandH3225 is hoogH7311.
Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog.
Ook in dit vers
sterkH5810
KJV
Justice
and judgment
are the habitation
of thy throne:
mercy
and truth
shall go
before thy face.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Gerechtigheid en gerichtH4941 zijn de vastigheidH4349 Uws troonsH3678; goedertierenheidH2617 en waarheidH571 gaan voor Uw aanschijn henen.
Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.
Ook in dit vers
aanschijnH6440
GerechtigheidH6664
KJV
Blessed
is the people
that know
the joyful sound:
they shall walk,
O LORD,
in the light
of thy countenance.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
WelgelukzaligH835 is het volkH5971, hetwelk het geklankH8643 kentH3045; o HEEREH3068! zij zullen in het lichtH216 Uws aanschijnsH6440 wandelenH1980.
Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen.
KJV
In thy name
shall they rejoice
all the day:
and in thy righteousness
shall they be exalted.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
Zij zullen zich den gansenH3605 dagH3117 verheugenH1523 in Uw NaamH8034, en door Uw gerechtigheidH6666 verhoogdH7311 worden.
Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw Naam, en door Uw gerechtigheid verhoogd worden.
KJV
For thou art the glory
of their strength:
and in thy favour
our horn
shall be exalted.6
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
WantH3588 GijH859 zijt de heerlijkheidH8597 hunner sterkteH5797; en door Uw welbehagenH7522 zal onze hoornH7161 verhoogdH7311 worden.
Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden.
KJV
For the LORD
is our defence;
and the Holy One
of Israel
is our king.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
WantH3588 ons schildH4043 is van den HEEREH3068, en onze koningH4428 is van den HeiligeH2623 IsraelsH3478.
Want ons schild is van den HEERE, en onze koning is van den Heilige Israels.
Ook in dit vers
HeiligeH6918
KJV
Then thou spakest
in vision
to thy holy one,
and saidst,
I have laid
help
upon one that is mighty;
I have exalted
one chosen
out of the people.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Toen hebt Gij in een gezichtH2377 gesproken van Uw heiligeH6944, en gezegd: Ik heb hulpH5828 besteldH7737 bijH5921 een heldH1368; Ik heb een verkorene uit het volkH5971 verhoogdH7311.
Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd.
Ook in dit vers
gezegdH559
gesprokenH1696
KJV
I have found
David
my servant;
with my holy
oil
have I anointed
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
Ik heb David, Mijn knechtH5650, gevondenH4672; met Mijn heiligeH6944 olieH8081 heb Ik hem gezalfdH4886;
Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd;
Ook in dit vers
DavidH1732
KJV
With whom my hand
shall be established:
mine arm
also shall strengthen
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
MetH5973 welkenH834 Mijn handH3027 vast blijven zal; ook zal hem Mijn armH2220 versterkenH553.
Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken.
Ook in dit vers
vastH3559
KJV
The enemy
shall not exact
upon him; nor the son
of wickedness
afflict
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
De vijandH341 zal hem niet dringenH5378, en de zoonH1121 der ongerechtigheidH5766 zal hem niet onderdrukken.
De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken.
Ook in dit vers
onderdrukkenH6031
KJV
And I will beat down
his foes
before his face,
and plague
them that hate
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Maar Ik zal zijn wederpartijdersH6862 verpletterenH3807 voor zijn aangezicht, en die hem hatenH8130, zal Ik plagenH5062.
Maar Ik zal zijn wederpartijders verpletteren voor zijn aangezicht, en die hem haten, zal Ik plagen.
Ook in dit vers
aangezichtH6440
KJV
But my faithfulness
and my mercy
shall be with him: and in my name
shall his horn
be exalted.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En Mijn getrouwheidH530 en Mijn goedertierenheid zullen metH5973 hem zijn; en zijn hoornH7161 zal in Mijn NaamH8034 verhoogdH7311 worden.
En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden.
Ook in dit vers
goedertierenheidH2617
KJV
I will set
his hand
also in the sea,
and his right hand
in the rivers.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
En Ik zal zijn handH3027 in de zeeH3220 zettenH7760, en zijn rechterhandH3225 in de rivierenH5104.
En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren.
KJV
He shall cry
unto me, Thou art my father,
my God,
and the rock
of my salvation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
HijH1931 zal Mij noemenH7121: GijH859 zijt mijn VaderH1! mijn GodH410, en de RotssteenH6697 mijns heilsH3444!
Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils!
KJV
Also I will make
him my firstborn,
higher
than the kings
of the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Ook zal IkH589 hem ten eerstgeborenen zoon stellenH5414, ten hoogsteH5945 over de koningen der aardeH776.
Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.
Ook in dit vers
eerstgeborenenH1060
koningenH4428
KJV
My mercy
will I keep
for him for evermore,
and my covenant
shall stand fast
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
Ik zal hem Mijn goedertierenheidH2617 in eeuwigheidH5703 houdenH8104, en Mijn verbondH1285 zal hem vast blijven.
Ik zal hem Mijn goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven.
Ook in dit vers
vastH539
eeuwigheidH5769
KJV
His seed
also will I make
to endure for ever,
and his throne
as the days
of heaven.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
En Ik zal zijn zaadH2233 in eeuwigheidH5703 zettenH7760, en zijn troonH3678 als de dagenH3117 der hemelenH8064.
En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen.
KJV
If his children
forsake
my law,
and walk
not in my judgments;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
IndienH518 zijn kinderenH1121 Mijn wetH8451 verlatenH5800, en in Mijn rechtenH4941 nietH3808 wandelenH3212;
Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen;
KJV
If they break
my statutes,
and keep
not my commandments;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
IndienH518 zij Mijn inzettingenH2708 ontheiligenH2490, en Mijn gebodenH4687 nietH3808 houdenH8104;
Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden;
KJV
Then will I visit
their transgression
with the rod,
and their iniquity
with stripes.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
Zo zal Ik hun overtredingH6588 met de roedeH7626 bezoekenH6485, en hun ongerechtigheidH5771 met plagenH5061.
Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen.
KJV
Nevertheless my lovingkindness
will I not utterly take
from him, nor suffer my faithfulness
to fail.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemenH6331, en in Mijn getrouwheidH530 niet feilenH8266.
Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
Ook in dit vers
goedertierenheidH2617
KJV
My covenant
will I not break,
nor alter
the thing that is gone out
of my lips.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
Ik zal Mijn verbondH1285 niet ontheiligenH2490, en hetgeen uit Mijn lippenH8193 gegaanH4161 is, zal Ik niet veranderenH8138.
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
KJV
Once
have I sworn
by my holiness
that I will not lie
unto David.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
Ik heb eens gezworenH7650 bij Mijn heiligheidH6944: ZoH518 Ik aan DavidH1732 liegeH3576!
Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege!
KJV
His seed
shall endure for ever,
and his throne
as the sun
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
Zijn zaadH2233 zal in der eeuwigheidH5769 zijn, en zijn troonH3678 zal voor Mij zijn gelijk de zonH8121.
Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon.
KJV
It shall be established
for ever2
as the moon,
and as a faithful
witness
in heaven.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
Hij zal eeuwiglijkH5769 bevestigd worden, gelijk de maanH3394; en de GetuigeH5707 in den hemelH7834 is getrouwH539. SelaH5542.
Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela.
Ook in dit vers
bevestigdH3559
KJV
But thou hast cast off
and abhorred,
thou hast been wroth
with thine anointed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
Maar Gij hebt hem verstotenH2186 en verworpenH3988; Gij zijt verbolgen geworden tegenH5973 Uw gezalfdeH4899.
Maar Gij hebt hem verstoten en verworpen; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uw gezalfde.
Ook in dit vers
verbolgenH5674
KJV
Thou hast made void
the covenant
of thy servant:
thou hast profaned
his crown
by casting it to the ground.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
Gij hebt het verbondH1285 Uws knechtsH5650 te niet gedaan; Gij hebt zijn kroonH5145 ontheiligdH2490 tegen de aardeH776.
Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde.
KJV
Thou hast broken down
all his hedges;
thou hast brought
his strong holds
to ruin.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41
Gij hebt alH3605 zijn murenH1448 doorgebrokenH6555; Gij hebt zijn vestingenH4013 nedergeworpen.
Gij hebt al zijn muren doorgebroken; Gij hebt zijn vestingen nedergeworpen.
Ook in dit vers
nedergeworpenH7760
KJV
All that pass by
the way
spoil
him: he is a reproach
to his neighbours.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42
AllenH3605, die den weg voorbijgingen, hebben hem beroofdH8155; zijn naburenH7934 is hij tot een smaadH2781 geweest.
Allen, die den weg voorbijgingen, hebben hem beroofd; zijn naburen is hij tot een smaad geweest.
Ook in dit vers
wegH1870
voorbijgingenH5674
KJV
Thou hast set up
the right hand
of his adversaries;
thou hast made all his enemies
to rejoice.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43
Gij hebt de rechterhandH3225 zijner wederpartijdersH6862 verhoogdH7311; Gij hebt alH3605 zijn vijanden verblijdH8055.
Gij hebt de rechterhand zijner wederpartijders verhoogd; Gij hebt al zijn vijanden verblijd.
Ook in dit vers
vijandenH341
KJV
Thou hast also turned
the edge
of his sword,
and hast not made him to stand
in the battle.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44
Gij hebt ook de scherpteH6697 zijns zwaardsH2719 omgekeerd, en hebt hem nietH3808 staande gehouden in den strijdH4421.
Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd.
Ook in dit vers
staandeH6965
omgekeerdH7725
KJV
Thou hast made his glory
to cease,
and cast
his throne
down
to the ground.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45
Gij hebt zijn schoonheidH2892 doen ophoudenH7673; en Gij hebt zijn troonH3678 ter aardeH776 nedergestotenH4048.
Gij hebt zijn schoonheid doen ophouden; en Gij hebt zijn troon ter aarde nedergestoten.
KJV
The days
of his youth
hast thou shortened:
thou hast covered
him with shame.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46
Gij hebt de dagenH3117 zijner jeugdH5934 verkortH7114; Gij hebt hem met schaamteH955 overdektH5844. SelaH5542.
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.
KJV
How long, LORD?
wilt thou hide
thyself for ever?
shall thy wrath
burn
like fire?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47
HoeH4100 lang, o HEEREH3068! zult Gij U steedsH5331 verbergenH5641, zal Uw grimmigheidH2534 brandenH1197 als een vuurH784?
Hoe lang, o HEERE! zult Gij U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur?
KJV
Remember
how short
my time is: wherefore hast thou made
all men
in vain?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48
GedenkH2142 van hoedanige eeuwH2465 ikH589 ben; waarom zoudt Gij allerH3605 mensenkinderenH1121 tevergeefsH7723 geschapenH1254 hebben?
Gedenk van hoedanige eeuw ik ben; waarom zoudt Gij aller mensenkinderen tevergeefs geschapen hebben?
KJV
What man
is he that liveth,
and shall not see
death?
shall he deliver
his soul
from the hand
of the grave?
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49
Wat manH1397 leeftH2421 er, die den doodH4194 nietH3808 zienH7200 zal, die zijn zielH5315 zal bevrijdenH4422 van het geweldH3027 des grafsH7585? SelaH5542.
Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.
KJV
Lord,
where are thy former
lovingkindnesses,
which thou swarest
unto David
in thy truth?
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50
HEEREH136! waar zijn Uw vorigeH7223 goedertierenhedenH2617, die Gij DavidH1732 gezworenH7650 hebt bij Uw trouwH530?
HEERE! waar zijn Uw vorige goedertierenheden, die Gij David gezworen hebt bij Uw trouw?
KJV
Remember,
Lord,4
the reproach
of thy servants;
how I do bear
in my bosom
the reproach of all the mighty
people;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51
GedenkH2142, HEERE! aan de smaadH2781 Uwer knechtenH5650, dien ik in mijn boezemH2436 draag, van alleH3605 groteH7227 volkenH5971.
Gedenk, HEERE! aan de smaad Uwer knechten, dien ik in mijn boezem draag, van alle grote volken.
Ook in dit vers
HEEREH136
draagH5375
KJV
Wherewith thine enemies
have reproached,
O LORD;
wherewith they have reproached
the footsteps
of thine anointed.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52
Waarmede, o HEEREH3068! Uw vijandenH341 smadenH2778, waarmede zij de voetstappenH6119 Uws gezalfdenH4899 smadenH2778.
Waarmede, o HEERE! Uw vijanden smaden, waarmede zij de voetstappen Uws gezalfden smaden.
KJV
Blessed
be the LORD4
for evermore.
Amen,
and Amen.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53
GeloofdH1288 zij de HEERE in eeuwigheidH5769! AmenH543, ja, amenH543.
Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen.
onderwijzing
Zie Ps. 32:1 .
Hertaald:
onderwijzing
Zie Ps. 32:1.
Ethan
Zie van dezen persoon 1 Kon. 4:31 , en 1 Kron. 2:6 . Hij heeft geleefd ten tijde van Salomo en daarna, als het koninkrijk onder zijn zoon Rehabeam is gescheurd en Sisak, de koning van Egypte, de vaste steden in Juda, ook Jeruzalem, innam en den tempel beroofde, 1 Kon. 14:25 , en 2 Kron. 12:2 . Van welke ellende het schijnt dat de profeet in dezen psalm klaagt. Sommigen nemen het als een profetie van ellenden, die naderhand gevolgd zijn.
Hertaald:
Ethan
Zie over deze persoon 1 Kon. 4:31, en 1 Kron. 2:6. Hij heeft geleefd in de tijd van Salomo en daarna, toen het koninkrijk onder zijn zoon Rehabeam gescheurd werd en Sisak, de koning van Egypte, de versterkte steden in Juda en ook Jeruzalem innam en de tempel beroofde, 1 Kon. 14:25, en 2 Kron. 12:2. Over die ellende lijkt de profeet in deze psalm te klagen. Sommigen vatten het op als een profetie van ellenden die later gevolgd zijn.
uw waarheid
Hier spreekt de psalmist tot God.
Hertaald:
uw waarheid
Hier spreekt de psalmdichter tot God.
van geslacht
Hebr. op geslacht en geslacht.
Hertaald:
van geslacht
Hebreeuws: op geslacht en geslacht.
Want ik heb
Dat is, ik houd dit voor zeker, dat de genade en goedertierenheid des Heeren in eeuwigheid bestaan zal als een sterk gebouw, dat een onbewegelijk fondament heeft.
Hertaald:
Want ik heb
Dat is: ik houd het voor zeker dat de genade en goedertierenheid van de Heere in eeuwigheid stand zal houden, als een sterk gebouw op een onwrikbaar fundament.
in de hemelen
Deze woorden zien op de onbewegelijke vastigheid der hemelen en de onveranderlijke geregeldheid der hemelse lichamen, in aanmerking van welke God wil dat wij de vastigheden zijner beloften en de onveranderlijkheid zijner trouw zullen afnemen en ontwijfelijk geloven. Zie onder vs.37,38, en Ps. 119:89 .
Hertaald:
in de hemelen
Deze woorden zien op de onwrikbare vastheid van de hemelen en de onveranderlijke regelmaat van de hemellichamen; daaruit wil God dat wij de vastheid van Zijn beloften en de onveranderlijkheid van Zijn trouw afleiden en ontwijfelbaar geloven. Zie hieronder vers 37, 38, en Ps. 119:89.
heb een verbond
Hier wordt God zelf sprekende ingevoerd.
Hertaald:
heb een verbond
Hier wordt God Zelf sprekend ingevoerd.
met mijn
Te weten, met David, gelijk straks volgt.
Hertaald:
met mijn
Namelijk: met David, zoals meteen volgt.
uw zaad
Te weten, Christus en de gelovigen.
Hertaald:
uw zaad
Namelijk: Christus en de gelovigen.
uw troon
Te weten, het koninkrijk van Christus. Zie Luc. 1:32-33 , Luc. 1:69 .
Hertaald:
uw troon
Namelijk: het koninkrijk van Christus. Zie Luk. 1:32-33, Luk. 1:69.
Dies loven
Dit zijn nu wederom de woorden van den profeet en van het volk Gods, zeggende: daarom loven U de hemelen; te weten omdat Gij zo getrouwelijk vasthoudt hetgeen Gij beloofd hebt, en daarom houden wij U machtig genoeg om de belofte, die Gij uwen knecht David gedaan hebt, uit te voeren.
Hertaald:
Dies loven
Dit zijn weer de woorden van de profeet en van Gods volk, die zeggen: daarom loven de hemelen U, namelijk omdat U zo trouw vasthoudt wat U beloofd hebt; en daarom houden wij U machtig genoeg om de belofte die U aan Uw knecht David gedaan hebt uit te voeren.
hemelen
Dat is, de hemelse creaturen, de engelen en de heilige zielen der gestorven kinderen Gods; Luc. 2:13-14 ; Fil. 3:20 ; Openb. 7:9-12 .
Hertaald:
hemelen
Dat is: de hemelse schepselen, de engelen en de heilige zielen van de gestorven kinderen van God; Luk. 2:13-14; Fil. 3:20; Openb. 7:9-12.
ook is uw
Hij wil zeggen, den gelovigen is bekend dat Gij zowel den wil als de macht hebt uwe beloften te voilbrengen, dies zij uwe getrouwheid in hunne vergaderingen prijzen.
Hertaald:
ook is uw
Hij wil zeggen: de gelovigen weten dat U zowel de wil als de macht hebt om Uw beloften te volbrengen; daarom prijzen zij Uw trouw in hun vergaderingen.
*
Versta hierbij, geloofd, geprezen, verkondigd, of iets dergelijks.
Hertaald:
*
Versta hierbij: geloofd, geprezen, verkondigd, of iets dergelijks.
in den hemel
Anders: in de hoge wolken.
Hertaald:
in den hemel
Anders: in de hoge wolken.
onder de
Dat is, onder de machtige heren en vorsten dezer wereld, of onder de engelen, die God met bijzondere sterkte en mogendheid begaafd heeft. Zie boven Ps. 78:25 , en onder Ps. 103:20 . Deze manier van spreken staat ook in Ps. 29:1 .
Hertaald:
onder de
Dat is: onder de machtige heren en vorsten van deze wereld, of onder de engelen, die God met bijzondere sterkte en macht begiftigd heeft. Zie hierboven Ps. 78:25, en hieronder Ps. 103:20. Deze manier van spreken staat ook in Ps. 29:1.
in den raad
Anders, in de verborgenheid der heiligen. Versta, de kerk of vergadering, in welke de verborgenheden van het koninkrijk Gods worden geopenbaard. Zie Matt. 13:11 ; Rom. 16:25 ; 1 Kor. 4:1 ; Ef. 3:4 . Of ook, de heilige engelen; gelijk volgt.
Hertaald:
in den raad
Anders: in de verborgenheid van de heiligen. Versta: de kerk of vergadering waarin de verborgenheden van het koninkrijk van God geopenbaard worden. Zie Matth. 13:11; Rom. 16:25; 1 Kor. 4:1; Ef. 3:4. Of ook: de heilige engelen, zoals hierna volgt.
die rondom
Hebr. rondommigheden; en versta hier de heilige engelen, die rondom Hem staan, als Hij in het gericht zit. Zie 1 Kon. 22:19 .
Hertaald:
die rondom
Hebreeuws: rondommigheden; versta hier de heilige engelen, die rondom Hem staan wanneer Hij in het gericht zit. Zie 1 Kon. 22:19.
o HEERE
Hebr. Jah. Zie de aantekening bij Ps. 68:5 .
Hertaald:
o HEERE
Hebreeuws: Jah. Zie de aantekening bij Ps. 68:5.
uw getrouwheid
Hij wil zeggen: Heere, Gij zijt niet alleen almachtig, maar ook getrouw en waarachtig.
Hertaald:
uw getrouwheid
Hij wil zeggen: Heere, U bent niet alleen almachtig, maar ook getrouw en waarachtig.
de opgeblazenheid
Of, hovaardigheid; dat is, over de opzwelling der zee; wanneer zij hare baren als uit hovaardigheid verheft; hetwelk alzo verklaard wordt met de naastvolgende woorden. Zie Job 26:12 , en Job 38:11 .
Hertaald:
de opgeblazenheid
Of: hoogmoed; dat is: over het opzwellen van de zee, wanneer zij haar golven als uit hoogmoed opheft; dat wordt met de volgende woorden zo verklaard. Zie Job 26:12, en Job 38:11.
zo stilt
Of, zo bedwingt Gij ze.
Hertaald:
zo stilt
Of: zo bedwingt U ze.
Rahab
Anders, Egypte, of den Egyptenaar. Zie de aantekening bij Ps. 87:4 . Het schijnt dat de psalmist hier ziet op den ondergang der Egyptenaars in de Rode zee; Exo 14 , Exo 15 .
Hertaald:
Rahab
Anders: Egypte, of de Egyptenaar. Zie de aantekening bij Ps. 87:4. Het lijkt erop dat de psalmdichter hier ziet op de ondergang van de Egyptenaren in de Rode Zee; Ex. 14, Ex. 15.
een verslagene;
Te weten, die in den slag verwond wordt en omkomt.
Hertaald:
een verslagene;
Namelijk: iemand die in de slag verwond wordt en omkomt.
haar volheid
Dat is, al hetgeen waar zij mede vervuld en rijkelijk voorzien is. Zie Ps. 24:1 , en Ps. 50:12 .
Hertaald:
haar volheid
Dat is: alles waarmee zij vervuld en rijkelijk voorzien is. Zie Ps. 24:1, en Ps. 50:12.
het zuiden
Hebr. de rechter [hand, of zijde].
Hertaald:
het zuiden
Hebreeuws: de rechterhand, of rechterzijde.
Thabor
Een berg in Gallilea; Joz. 19:22 ; Richt. 4:6 , Richt. 4:12 .
Hertaald:
Thabor
Een berg in Galilea; Joz. 19:22; Richt. 4:6, Richt. 4:12.
Hermon
Een berg, anders Syrion genoemd; Ps. 29:6 . Onder den naam van deze twee bergen begrijpt de psalmist het westen en het oosten, en alzo het gehele land van Kanaän.
Hertaald:
Hermon
Een berg, die ook Sirjon genoemd wordt; Ps. 29:6. Onder de naam van deze twee bergen vat de psalmdichter het westen en het oosten samen, en daarmee heel het land Kanaän.
juichen in
Dat is, het is door uw zegen, dat zij vruchtbaar en lustig zijn, en den mensen gelijk als toelachen, en zich verheugen in de goedheid van God.
Hertaald:
juichen in
Dat is: het is door Uw zegen dat zij vruchtbaar en aangenaam zijn, de mensen als het ware toelachen en zich verheugen in de goedheid van God.
is hoog
Alzo dat alles hun moet onderworpen zijn.
Hertaald:
is hoog
Zodat alles aan hen onderworpen moet zijn.
gericht zijn
Of, recht, of oordeel.
Hertaald:
gericht zijn
Of: recht, of oordeel.
hetwelk
Anders, het gejuch. Doch het schijnt dat de psalmist ziet op de inzettingen Gods van het blazen op de bazuinen en het openbaar bewijs van vreugde op de jaarlijkse hoogtijdfeesten, Num. 10:10 . En de zin is dat het volk gelukkig is, hetwelk des Heeren behoorlijken godsdienst weet en zijne vreugde en vermaking daarin heeft.
Hertaald:
hetwelk
Anders: het gejuich. Maar het lijkt erop dat de psalmdichter ziet op Gods inzettingen over het blazen op de bazuinen en het openbare blijk van vreugde op de jaarlijkse hoogtijdagen, Num. 10:10. De betekenis is dat het volk gelukkig is dat de juiste dienst van de Heere kent en daarin zijn vreugde en vermaak heeft.
zij zullen
Dat is, zij zullen gestadiglijk uwe gunst genieten. Zie Ps. 4:7 . Of, zij zullen hun levenlang bestuurd worden door uwe genade.
Hertaald:
zij zullen
Dat is: zij zullen voortdurend Uw gunst genieten. Zie Ps. 4:7. Of: zij zullen hun leven lang door Uw genade bestuurd worden.
in uw naam
Of, uws naams halve; dat is, omdat zij U kennen en weten dat Gij zo genadig en goedertieren zijt.
Hertaald:
in uw naam
Of: om Uw Naam; dat is: omdat zij U kennen en weten dat U zo genadig en goedertieren bent.
Gij zijt
Dat is, Gij alleen zijt het, door wien uw volk versterkt wordt en in wien het zich beroemt.
Hertaald:
Gij zijt
Dat is: U alleen bent het door Wie Uw volk versterkt wordt en in Wie het zich beroemt.
hoorn
Het woord hoorn wordt verscheidenlijk genomen. Zie Deut. 33:17 .
Hertaald:
hoorn
Het woord hoorn wordt op verschillende manieren gebruikt. Zie Deut. 33:17.
ons schild
Dat is, onze beschutting en bescherming, zie Ps. 47:10 .
Hertaald:
ons schild
Dat is: onze beschutting en bescherming; zie Ps. 47:10.
is van den HEERE,
Of, is des Heeren.
Hertaald:
is van den HEERE,
Of: is van de Heere.
in een gezicht
Dit verstaan sommigen van de openbaring, die God Samuël deed als Hij David tot een koning wilde gezalfd hebben, 1 Sam. 16:1 ; maar anderen verstaan het vasn hetgeen God NAthan heeft geopenbaard, 2 Sam. 7:4 , 2 Sam. 7:13 , enz., welk verstand het beste schijnt te wezen, aangezien de woorden, die God tot Nathan sprak, uitdrukkelijk verhaald worden, vs.21.
Hertaald:
in een gezicht
Sommigen verstaan dit van de openbaring die God aan Samuel gaf toen Hij David tot koning wilde laten zalven, 1 Sam. 16:1; maar anderen verstaan het van wat God aan Nathan geopenbaard heeft, 2 Sam. 7:4, 2 Sam. 7:13, enzovoort. Die opvatting lijkt de beste, omdat de woorden die God tot Nathan sprak uitdrukkelijk verteld worden in vers 21.
van uw
Of, tot.
Hertaald:
van uw
Of: tot.
Ik heb hulp
Dat is, ik heb een held verordend en met kloekheid begaafd, om te zijn een helper en voorvechter van mijn volk tegen hunne vijanden; en versta hier David, gelijk blijkt uit vs.21, die ook Gods volk hielp en verloste, kloekelijk voor hetzelve vechtende, 1 Sam. 18:13-14 , enz. David hierin zijnde een voorbeeld onzes Heeren Christus.
Hertaald:
Ik heb hulp
Dat is: Ik heb een held aangewezen en met moed begiftigd om een helper en voorvechter van Mijn volk te zijn tegen hun vijanden; versta hier David, zoals blijkt uit vers 21, die Gods volk ook hielp en verloste en dapper voor hen streed, 1 Sam. 18:13-14, enzovoort. Daarin was David een voorafbeelding van onze Heere Christus.
een verkorene
Te weten, David, dien Ik uit al de zonen van Isaï, ja uit gans Israël verkoren heb.
Hertaald:
een verkorene
Namelijk: David, die Ik uit alle zonen van Isaï, ja uit heel Israël verkoren heb.
met mijn
Hebr. met de olie mijner heiligheid; dat is, Ik heb hem uitwendig tot koning gezalfd door de hand van Samuël, ten overstaan van de oudsten in Israël, 1 Sam. 16:13 , en 2 Sam. 5:3 . Inwendig door mededeling der gaven van den Heilige Geest.
Hertaald:
met mijn
Hebreeuws: met de olie van Mijn heiligheid; dat is: Ik heb hem uiterlijk tot koning gezalfd door de hand van Samuel, ten overstaan van de oudsten in Israël, 1 Sam. 16:13, en 2 Sam. 5:3; en innerlijk door het meedelen van de gaven van de Heilige Geest.
hand
Dat is, hulp, bijstand.
Hertaald:
hand
Dat is: hulp, bijstand.
dringen, en
Te weten, gelijk een schuldheer dien dringt, en met dagelijks manen perst dien, die hem schuldig is. Dit woord gebruikt de psalmist ook Ps. 55:16 .
Hertaald:
dringen, en
Namelijk: zoals een schuldeiser iemand aandringt en met dagelijks manen onder druk zet die hem schuldig is. Dit woord gebruikt de psalmdichter ook in Ps. 55:16.
zoon der
Dat is, de booswicht, die ten enenmale der ongerechtigheid overgegeven is; alzo staat er Ps. 79:11 :de zoon des doods; en 2 Thess. 2:3 :de zoon des verderfs.
Hertaald:
zoon der
Dat is: de booswicht, die volkomen aan de ongerechtigheid overgegeven is. Zo staat er in Ps. 79:11: de zoon des doods, en in 2 Thess. 2:3: de zoon des verderfs.
zijn hoorn
Zie de aantekening bij Deut. 33:17 .
Hertaald:
zijn hoorn
Zie de aantekening bij Deut. 33:17.
in mijn naam
Dat is, door mijn kracht en bijstand.
Hertaald:
in mijn naam
Dat is: door Mijn kracht en bijstand.
in de zee . . . in de rivieren
Anders, tot aan de zee, tot aan de rivieren. Hij wil zeggen: Ik zal hem macht en heerschappij geven over de volken, die aan de zee en aan de rivieren wonen. Zie Ps. 72:8 .
Hertaald:
in de zee . . . in de rivieren
Anders: tot aan de zee, tot aan de rivieren. Hij wil zeggen: Ik zal hem macht en heerschappij geven over de volken die aan de zee en aan de rivieren wonen. Zie Ps. 72:8.
Hij zal mij
Of, hij zal mij [alzo] aanroepen.
Hertaald:
Hij zal mij
Of: hij zal Mij zó aanroepen.
ten eerstgeborenen
Dat is, tot een hoofd van mijn volk en mijner kerk, hetwelk niet dan ten dele plaatsgehad hebbende in den persoon Davids, volkomen volbracht is in Jezus Christus. Zie Kol. 1:15 ; Hebr. 1:6 , en Hebr. 2:10 .
Hertaald:
ten eerstgeborenen
Dat is: tot een hoofd van Mijn volk en Mijn kerk. Dat is in de persoon van David maar ten dele in vervulling gegaan en volkomen vervuld in Jezus Christus. Zie Kol. 1:15; Hebr. 1:6, en Hebr. 2:10.
hoogste
Dit past alleen op Christus, den Koning aller koningen, gelijk hetgeen vs.30 staat. Zie Kol. 1:18 .
Hertaald:
hoogste
Dit past alleen op Christus, de Koning van alle koningen, evenals wat in vers 30 staat. Zie Kol. 1:18.
mijn verbond
Dat is, hetgeen Ik hem beloofd heb.
Hertaald:
mijn verbond
Dat is: wat Ik hem beloofd heb.
Ik zal zijn
Zie 2 Sam. 22:51 , en Ps. 22:30-31 .
Hertaald:
Ik zal zijn
Zie 2 Sam. 22:51, en Ps. 22:30-31.
als de dagen
Dat is, zijn rijk zal gedurig en vast zijn, gelijk de hemel zelf is. Zie Ps. 72:5 , en 2 Sam. 7:13 ; Dan. 2:44 , en Dan. 7:14 ; Hebr. 1:8 . Deze profetie is in Salomo niet vervuld, want hij en zijn rijk hebben een einde genomen; Jer. 22:30 ; Ezech. 21:25-27 . Zo is dan deze belofte te duiden op Christus, den zoon Davids naar het vlees.
Hertaald:
als de dagen
Dat is: zijn rijk zal blijvend en vast zijn, zoals de hemel zelf. Zie Ps. 72:5, en 2 Sam. 7:13; Dan. 2:44, en Dan. 7:14; Hebr. 1:8. Deze profetie is in Salomo niet vervuld, want hij en zijn rijk hebben een einde genomen; Jer. 22:30; Ezech. 21:25-27. Deze belofte moet dus op Christus betrokken worden, de Zoon van David naar het vlees.
zijn kinderen
Dit kan op, Christus niet gepast worden, maar het is te verstaan van andere zonen of nakomelingen van David.
Hertaald:
zijn kinderen
Dit kan niet op Christus worden toegepast, maar moet verstaan worden van andere zonen of nakomelingen van David.
met de roede
Te weten, met eens mensen roede, 2 Sam. 7:14 . Dat is, met matige kastijding, tot hun best, opdat zij zijner heiligheid zouden deelachtig worden; Hebr. 12:6 , Hebr. 12:10 . Zie Job 9:34 .
Hertaald:
met de roede
Namelijk: met een mensenroede, 2 Sam. 7:14; dat is: met een matige kastijding, tot hun bestwil, opdat zij deel zouden krijgen aan Zijn heiligheid; Hebr. 12:6, Hebr. 12:10. Zie Job 9:34.
bezoeken
Zie de aantekening bij Gen. 21:1 .
Hertaald:
bezoeken
Zie de aantekening bij Gen. 21:1.
van hem
Hebr. breken van met hem; dat is, alzo niet, dat zij zou ophouden van met of bij hem te zijn.
Hertaald:
van hem
Hebreeuws: breken van met hem; dat is: niet zó, dat zij zou ophouden met of bij hem te zijn.
en in mijn
Hebr. en zal niet liegen in, of tegen mijne getrouwheid; dat is, van mijne getrouwheid aan, of tegen hem te bewijzen.
Hertaald:
en in mijn
Hebreeuws: en zal niet liegen in, of tegen Mijn trouw; dat is: in het bewijzen van Mijn trouw aan hem.
hetgeen uit
Dat is, hetgeen Ik mijnen knecht David, of iemand van mijne kinderen beloofd. Hebr. den uitgang mijner lippen.
Hertaald:
hetgeen uit
Dat is: wat Ik Mijn knecht David of iemand van Mijn kinderen beloofd heb. Hebreeuws: de uitgang van Mijn lippen.
bij mijn
Dat is, bij mijzelven, die de heilige God ben; Gen. 22:16 ; Jes. 5:16 .
Hertaald:
bij mijn
Dat is: bij Mijzelf, Die de heilige God ben; Gen. 22:16; Jes. 5:16.
zo Ik aan
Deze manier van eedzweren, zie Gen. 14:23 , en Gen. 26:29 ; 1 Sam. 14:44 , en 1 Kon. 20:10 ; Ps. 95:11 ; Marc. 8:12 staat: Indien dit geslacht een teken zal gegeven worden: maar Matt. 16:4 staat: hun zal geen teken gegeven worden.
Hertaald:
zo Ik aan
Over deze manier van zweren, zie Gen. 14:23, en Gen. 26:29; 1 Sam. 14:44, en 1 Kon. 20:10; Ps. 95:11. In Mark. 8:12 staat: indien dit geslacht een teken zal gegeven worden; maar in Matth. 16:4 staat: hun zal geen teken gegeven worden.
Zijn zaad
Zie boven vs.30.
Hertaald:
Zijn zaad
Zie hierboven vers 30.
troon zal
Dat is, koninkrijk. Davids rijk is een eeuwig rijk ten aanzien van Christus, die uit het zaad van David naar het vlees geboren is en dien de Heere den stoel van zijn vader David gegeven heeft, die een eeuwig Koning is; Luc. 1:32 .
Hertaald:
troon zal
Dat is: koninkrijk. Het rijk van David is een eeuwig rijk met het oog op Christus, Die naar het vlees uit het zaad van David geboren is en aan Wie de Heere de troon van zijn vader David gegeven heeft, en Die een eeuwig Koning is; Luk. 1:32.
in den hemel
Te weten, voor zoveel als de hemelse lichamen te verstaan geven de vastheid en onveranderlijkheid die in God is, zie boven vs.3, en onder Ps. 97:6 . Of, die [te weten, maan] een getrouwe getuige in den hemel is. Of, en [hiervan] is een getrouwe getuigenis in den hemel; dat is, Ik, die in den hemel woon, geef hier een getrouwe getuigenis van.
Hertaald:
in den hemel
Namelijk: voor zover de hemellichamen de vastheid en onveranderlijkheid te kennen geven die in God is; zie hierboven vers 3, en hieronder Ps. 97:6. Of: die, namelijk de maan, een getrouwe getuige in de hemel is. Of: en hiervan is een getrouwe getuigenis in de hemel; dat is: Ik, Die in de hemel woon, geef hiervan een getrouw getuigenis.
hem
Te weten, uwen koning en uw volk. Ethan klaagt hier over de ellende der kerk, die zodanig was dat het scheen dat al de vorige beloften van gene waarde waren.
Hertaald:
hem
Namelijk: Uw koning en Uw volk. Ethan klaagt hier over de ellende van de kerk, die zo groot was dat het leek alsof alle eerdere beloften geen waarde hadden.
uw gezalfde
Te weten, den koning; sommigen verstaan Zedekia, 2 Kon. 25:1 , enz.
Hertaald:
uw gezalfde
Namelijk: de koning; sommigen verstaan er Zedekia onder, 2 Kon. 25:1, enzovoort.
verbond
Te weten, het verbond, hetwelk Gij met uwen knecht, den koning, gemaakt hebt.
Hertaald:
verbond
Namelijk: het verbond dat U met Uw knecht, de koning, gemaakt hebt.
Gij hebt
Dat is, Gij hebt zijn kroon op de aarde nedergeworpen en vertreden als een ongeacht ding. Hij spreekt ven de kroon van het koninkrijk Juda, welke David eertijds gehad en gedragen heeft. Zie de aantekening bij Ex. 29:6 .
Hertaald:
Gij hebt
Dat is: U hebt zijn kroon op de grond geworpen en vertreden als iets waardeloos. Hij spreekt over de kroon van het koninkrijk Juda, die David eertijds gehad en gedragen heeft. Zie de aantekening bij Ex. 29:6.
zijn muren
Te weten, des konings; versta de muren van de stad Jeruzalem. Zie 2 Kon. 25:10 , 2 Kon. 25:13 ; Ps. 80:13 .
Hertaald:
zijn muren
Namelijk: van de koning; versta de muren van de stad Jeruzalem. Zie 2 Kon. 25:10, 2 Kon. 25:13; Ps. 80:13.
nedergeworpen
Of, vermorzeld. Hebr. tot vermorzeling gesteld.
Hertaald:
nedergeworpen
Of: vermorzeld. Hebreeuws: tot vermorzeling gesteld.
Gij hebt de
Te weten, hun gevende de macht en den moed, om uw volk den krijg aan te doen, ja om het te overwinnen; gelijk Job 40:9 .
Hertaald:
Gij hebt de
Namelijk: door hun de macht en de moed te geven om Uw volk oorlog aan te doen, ja om het te overwinnen; zoals Job 40:9.
omgekeerd,
Dat is, doen omliggen; dat is, Gij hebt hem in den oorlog gene overwinning gegeven, gelijk Gij weleer gedaan hebt.
Hertaald:
omgekeerd,
Dat is: doen omvallen; dat is: U hebt hem in de oorlog geen overwinning gegeven, zoals U vroeger deed.
en hebt hem
Dat is, Gij hebt hem gene kracht gegeven om den strijd te vernieuwen en zijnen vijanden het hoofd te bieden; maar Gij hebt hem voor zijne vijanden laten vallen en vlieden.
Hertaald:
en hebt hem
Dat is: U hebt hem geen kracht gegeven om de strijd te hervatten en zijn vijanden het hoofd te bieden, maar U hebt hem voor zijn vijanden laten vallen en vluchten.
Gij hebt
Hebr. Gij hebt doen ophouden van zijne reinigheid.
Hertaald:
Gij hebt
Hebreeuws: U hebt hem doen ophouden van zijn reinheid.
zijn schoonheid
Te weten, des konings; en versta hier door de schoonheid de heerlijkheid en glorie des koningkrijks, welke de vijanden van Gods kerk hadden te schande gemaakt.
Hertaald:
zijn schoonheid
Namelijk: van de koning; versta onder de schoonheid de heerlijkheid en glorie van het koninkrijk, die de vijanden van Gods kerk te schande gemaakt hadden.
zijn troon
Dat is, zijn koninkrijk.
Hertaald:
zijn troon
Dat is: zijn koninkrijk.
zijner jeugd
Dat is, zijne kracht en sterkte. Dit verstaan sommigen van het bloeiende koninkrijk van David en Salomo, anderen van Jojachin, die achttien jaar oud zijnde, begon te regeren en regeerde maar drie maanden; 2 Kon. 24:8 , 2 Kon. 24:10 .
Hertaald:
zijner jeugd
Dat is: zijn kracht en sterkte. Sommigen verstaan dit van het bloeiende koninkrijk van David en Salomo, anderen van Jojachin, die achttien jaar oud was toen hij begon te regeren en maar drie maanden regeerde; 2 Kon. 24:8, 2 Kon. 24:10.
Hoe lang, o
Te weten, zult Gij ons verlaten. Zie dergelijke klachten Ps. 13:2 , en Ps. 79:5 .
Hertaald:
Hoe lang, o
Namelijk: zult U ons verlaten. Zie soortgelijke klachten in Ps. 13:2, en Ps. 79:5.
steeds
Zie Ps. 13:2 .
Hertaald:
steeds
Zie Ps. 13:2.
verbergen
Dat is, uwe gunst ons onttrekken.
Hertaald:
verbergen
Dat is: Uw gunst aan ons onttrekken.
van hoedanige
Dat is, hoe kort mijn leven is.
Hertaald:
van hoedanige
Dat is: hoe kort mijn leven is.
eeuw ik
Zie Ps. 39:6 .
Hertaald:
eeuw ik
Zie Ps. 39:6.
tevergeefs
Te weten, hen uit deze wereld halende zo haast als zij daarin gekomen zijn, zonder dat zij den tijd en het middel hebben om U te kennen en te loven.
Hertaald:
tevergeefs
Namelijk: doordat U hen uit deze wereld haalt zodra zij erin gekomen zijn, zonder dat zij de tijd en de gelegenheid hebben om U te kennen en te loven.
den dood
Dat is, die niet zal sterven. Zie dergelijke wijze van spreken Luc. 2:26 ; Joh. 8:51 .
Hertaald:
den dood
Dat is: die niet zal sterven. Zie een soortgelijke manier van spreken in Luk. 2:26; Joh. 8:51.
die zijn
De zin is: Wat is het van node dat Gij uwe macht tewerk stelt om ons te vernielen, aangezien wij toch in generlei wijze den dood kunnen ontgaan.
Hertaald:
die zijn
De betekenis is: waarom zou U Uw macht inzetten om ons te vernielen, terwijl wij de dood toch op geen enkele manier kunnen ontgaan?
van het geweld
Hebr. van de hand des grafs, of der hel. Hebr. scheol.
Hertaald:
van het geweld
Hebreeuws: uit de hand van het graf, of van de hel. Hebreeuws: sjeool.
aan de smaad
Versta dit van het smaden en spotten der vijanden, die het volk Gods in hunne ellende en bedroefden staat bespotten, belachenden hun godsdienst en hun vertrouwen op hun God.
Hertaald:
aan de smaad
Versta dit van het smaden en spotten van de vijanden, die Gods volk in hun ellende en bedroefde staat bespotten en hun godsdienst en hun vertrouwen op hun God belachelijk maakten.
alle grote
Dat is, allerlei. Anders: van al de menigte der volken, te weten, die mij bespotten en onteren.
Hertaald:
alle grote
Dat is: allerlei. Anders: van heel de menigte van de volken, namelijk die mij bespotten en onteren.
de voetstappen
Dat is, de daden en regering van uw koning. Hetwelk in zulker voege verstaan moet worden van de koningen van Juda, dat het bijzonderlijk is te duiden op Jezus Christus, den eeuwigen Koning der kerk, van welken voorzegd is Gen. 3:15 , dat hem de slang de verzenen zou vermorzelen. Sommigen duiden dit smaden van de voetstappen des gezalfden op het bespotten van de trage toekomst van den Messias.
Hertaald:
de voetstappen
Dat is: de gangen en de regering van Uw koning. Dat moet zo van de koningen van Juda verstaan worden, dat het in het bijzonder op Jezus Christus geduid wordt, de eeuwige Koning van de kerk, van Wie in Gen. 3:15 voorzegd is dat de slang Hem de verzenen zou vermorzelen. Sommigen betrekken dit smaden van de voetstappen van de Gezalfde op het bespotten van het uitblijven van de komst van de Messias.
Geloofd zij
De psalmist besluit de zware klacht, met een vertrouwen van verlossing uit dit zware kruis, zich verblijdende in het midden zijner ellenden. Zie Rom. 7:24-25 , en 2 Kor. 1:3-4 .
Hertaald:
Geloofd zij
De psalmdichter besluit de zware klacht met een vertrouwen op verlossing uit dit zware kruis, en verblijdt zich te midden van zijn ellende. Zie Rom. 7:24-25, en 2 Kor. 1:3-4.
Amen, ja, amen
Zie Ps. 41:14 .
Hertaald:
Amen, ja, amen
Zie Ps. 41:14. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen" (Ps. 89:2). De grond daarvan wordt meteen genoemd: "Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht" (Ps. 89:4-5). Verderop wordt gezegd wat er gebeurt als zijn kinderen de wet verlaten: "Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen" (Ps. 89:33). Maar dan volgt het woord waar alles op rust: "Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen. Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen" (Ps. 89:34-35). En met een eed erbij: "Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege!" (Ps. 89:36). Bijbelse betekenis: Hier staat het onderscheid tussen tucht en verwerping in twee verzen naast elkaar. De ontrouw wordt niet door de vingers gezien — er komt roede en plaag — en het verbond zelf blijft staan. Dat maakt dit gedeelte tot een van de duidelijkste plaatsen over de vastheid van Gods beloften: zij hangen niet aan de trouw van de mens maar aan Zijn eed. Merk op hoe zwaar die eed is aangezet (Ps. 89:36). God zweert bij Zijn eigen heiligheid, want bij niemand hogers kan Hij zweren. Let ten slotte op het tweede deel van deze psalm, dat hier niet apart behandeld is: daar klaagt de dichter dat de troon toch omvergeworpen is. De psalm laat die spanning staan, en de vervulling kwam eeuwen later. Typologie: De engel Gabriël noemt bij de aankondiging van de geboorte precies deze belofte: "God, de Heere, zal Hem den troon van Zijn vader David geven" (Luk. 1:32), en: "Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn" (Luk. 1:33). Ps. 89:2-38; Luk. 1:32; Luk. 1:33 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Het verbond niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen Deze psalm is geschreven toen het koningshuis er verslagen bij lag; het slot klaagt dat God de kroon van Zijn gezalfde ter aarde ontheiligd heeft. En juist die dichter zingt eerst zesendertig verzen lang over Gods trouw. God herhaalt Zijn eed aan David in zulke woorden dat zij op geen enkele aardse koning passen. Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Dan komt een reeks beloften die steeds hoger reikt. Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader, mijn God en de Rotssteen mijns heils. En: Ik zal hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde. De kanttekening houdt bij die twee verzen niet in. Bij het eerste schrijft zij dat dit in de persoon van David maar ten dele vervuld is, en volkomen in Jezus Christus. Zij verwijst daarvoor naar Kolossenzen 1 en naar Hebreeën 1 en 2. En bij het tweede nog beslister: dit past alleen op Christus, de Koning van alle koningen. Daarna volgt de eerlijkheid van dit verbond. Als zijn kinderen Mijn wet verlaten, zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken. Maar: Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn trouw niet feilen. Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is zal Ik niet veranderen. Het slot van de psalm is dan des te schrijnender: waar zijn Uw vorige goedertierenheden, die Gij David gezworen hebt? De dichter houdt God aan Zijn eigen woord terwijl hij het tegendeel ziet. Dat is precies de spanning waarin heel het Oude Testament eindigt. Paulus zegt in Antiochië dat God die belofte aan de kinderen vervuld heeft, doordat Hij Jezus verwekt heeft. En de engel zegt tegen Maria dat God Hem de troon van Zijn vader David geven zal. In het Nieuwe Testament: Handelingen 13:32-34; Lukas 1:32-33; Openbaring 1:5; Kolossenzen 1:15-18
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas Ik heb een verkorene uit het volk verheven. Psalm 89:20 Waarom, denk je, werd Christus uit ons eigen volk gekozen?Vraag het je hart maar eens, want vaak voelt… Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd. Psalm 89:20 Oorspronkelijk verwijzen deze woorden ongetwijfeld naar David. Hij werd uit het volk gekozen. Zijn afstamming was fatsoenlijk, maar niet… Ik zal de goedertierenheden des HEEREN eeuwig zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht. Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal… De Griekse fabel zegt dat Hercules¹ de stallen van Angias² in één dag heeft gereinigd. Maar wat een stal was deze wereld! En toch zou Christus het reinigen,… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Morgen" Ik heb een verkorene uit het volk verheven. Psalm 89 vers 20 Waarom werd Christus uit het volk uitgekozen? Zeg het… 47 Hoe lang, o HEERE! zult Gij U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur? 48 Gedenk van hoedanige eeuw ik ben; waarom zoudt Gij aller mensenkinderen… 40 Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde. 41 Gij hebt al zijn muren doorgebroken; Gij hebt zijn vestingen… 31 Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen; 32 Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden; 33 Zo zal Ik hun overtreding… 25 En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden. 26 En Ik zal zijn hand in de zee… 20 Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd. 21… 16 Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen. 17 Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw… 6 Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen. 7 Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat… 1 Een onderwijzing van Ethan, den Ezrahiet. 2 Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht. 3… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 89
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Mijn verbond zal hem vast blijven — 89:2-38
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Onze gekozen Christus
De Christus van het volk
Een eeuwige lofzang
De sterke arm van de Heere
Ik heb een verkorene uit het volk verheven
Psalm 89:47-53
Psalm 89:39-46
Psalm 89:31-38
Psalm 89:25-30
Psalm 89:20-24
Psalm 89:16-19
Psalm 89:6-15
Psalm 89:1-5


Psalmen 89
Psalmen 89:2-3.KruisverwijzingenPsalmen 36:5→Psalmen 132:11→Psalmen 103:17→1 Koningen 8:16→Jeremia 30:9→Jeremia 33:20→2 Samuël 7:10→Psalmen 119:89→
— Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht. Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden; in de hemelen zelve hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende:
Hier is een eeuwig lied over eeuwige barmhartigheid. De barmhartigheid van de HEERE is van eeuwigheid tot eeuwigheid; daarom moet ook de lof van de heiligen voor die nooit eindigende barmhartigheid zelf zonder einde zijn.
De psalmist heeft Gods trouw aan alle geslachten bekendgemaakt, niet alleen door erover te spreken maar vooral door erover te schrijven; want wat geschreven is blijft, terwijl wat enkel gesproken is spoedig vergeten wordt. Gods trouw betreft de hemel zo goed als de aarde, en Hij zal haar bevestigen in de hemelen zelf.
Psalmen 89:4-5.KruisverwijzingenPsalmen 19:1→2 Samuël 7:12→Psalmen 97:6→Jesaja 9:6→Psalmen 132:12→Lukas 1:32→1 Kronieken 17:10→1 Kronieken 22:10→
— Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.
Dat verbond, zoals u weet, is niet alleen met David gemaakt maar had een hogere geestelijke strekking: het betrof die grote en heerlijke Zoon van David die nog regeert en in eeuwigheid regeren zal, en in wie elke verbondszegen vastligt. De volle vervulling van deze heerlijke verbondsbelofte betreft niet alleen David en zijn zaad, maar de grotere Zoon van de grote David en Zijn geestelijk zaad: het uitverkoren volk met wie de HEERE een eeuwig verbond gemaakt heeft, in alles wel geordineerd en bewaard.
Psalmen 89:6.KruisverwijzingenPsalmen 29:1→Psalmen 86:8→Psalmen 113:5→Psalmen 73:25→Psalmen 40:5→Exodus 15:11→Psalmen 89:8→Jeremia 10:6→
— Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen.
Het is vaak heel nuttig om, wanneer wij gemeenschap met God genieten, eerst tot God te spreken en dan te wachten tot God tot óns spreekt. Zo is het ook hier. Eerst zegt de psalmist dat hij God eeuwig zal loven; dan vertelt God hem van Zijn verbond en legt hem uit waarom de barmhartigheid eeuwig gebouwd zal worden; en dan begint de man van God weer te loven.
Dat geeft u een aanwijzing voor uw eigen binnenkamer. Soms voelt u dat u God niet kunt loven en niet tot Hem kunt bidden. Nu, kunt u niet tot God spreken, ga dan stil zitten en laat Hém tot u spreken. Lees een gedeelte van de Schrift, en misschien zet een treffend vers of woord daaruit u aan het bidden. En wanneer u gebeden hebt, houd dan even op en lees weer; en zo wordt er een gezegend gesprek tussen u en uw God gehouden.
Psalmen 89:8-10.KruisverwijzingenPsalmen 65:7→Markus 4:41→Psalmen 93:3→Psalmen 71:19→Psalmen 35:10→Psalmen 107:25→Nahum 1:4→Jeremia 32:17→
— God is grotelijks geducht in den raad der heiligen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn. O HEERE, God der heirscharen! wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! en Uw getrouwheid is rondom U. Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze.
Hij laat de golven opkomen, en Hij gebiedt ze weer te gaan liggen. Alle voorzienige handelingen van God lijken in de altijd wisselende verschijnselen van de zee uitgebeeld te worden. De HEERE laat soms stormen opkomen in onze omstandigheden, en dan stilt Hij ze met een woord, en er is een grote stilte.
Psalmen 89:11-13.Kruisverwijzingen1 Kronieken 29:11→Genesis 1:1→Jozua 19:22→Job 26:7→Jozua 12:1→Deuteronomium 3:8→Psalmen 133:3→Psalmen 98:8→
— Gij hebt Rahab verbrijzeld als een verslagene; Gij hebt Uw vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte. De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond. Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam.
O, wat een gezegende geest is de geest van de ware godsvrucht! Er is zoveel leven in, dat zij de hele onbezielde schepping schijnt te verlevendigen: zij maakt dat de rotsen en de bergen zingen, dat de bomen van het bos in de handen klappen en dat de golven van de zee de grote Schepper loven.
Zo is de hele wereld als een groot orgel, en de mens, geleid door Gods Geest, legt zijn vingers op de toetsen en wekt het geheel tot de donder van aanbidding en lof. O, om door God geleerd te worden een lovend hart te hebben — want dan zal ook alles om ons heen des te eerder Jehova loven.
Psalmen 89:14-15.KruisverwijzingenPsalmen 97:2→Psalmen 85:13→Psalmen 45:6→Psalmen 99:4→Openbaring 15:3→Johannes 1:17→Spreuken 16:12→Psalmen 145:17→
— Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog. Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.
In dit vers zitten bronnen van vreugde voor wie ze weet op te halen. Het is een grote verlustiging voor iedereen die verdrukt wordt om te weten dat gerechtigheid en recht als gewapende schildwachten aan beide zijden van Gods troon staan. En voor elke menselijke ziel die zich van haar onwaardigheid bewust is, is het een onuitsprekelijke verlustiging dat goedertierenheid en trouw als koninklijke herauten voor God uitgaan waar Hij ook gaat. Het is treffend gezegd: een God van louter barmhartigheid zou een onrechtvaardig God zijn; maar een God van louter gerechtigheid zonder barmhartigheid zou inderdaad verschrikkelijk zijn.
Psalmen 89:16-22.KruisverwijzingenPsalmen 75:10→Psalmen 47:9→Psalmen 148:14→Psalmen 92:10→Psalmen 71:22→1 Samuël 16:1→1 Samuël 16:12→1 Koningen 11:34→
— Welgelukzalig is het volk, hetwelk het geklank kent; o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen. Zij zullen zich den gansen dag verheugen in Uw Naam, en door Uw gerechtigheid verhoogd worden. Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden. Want ons schild is van den HEERE, en onze koning is van den Heilige Israels. Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd. Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd; Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken.
David was een grote zegen voor het volk waarover God hem koning maakte. Onder de kostelijkste gaven die God ooit aan mensen geeft, zijn mensen zelf; en daarom lezen wij over Christus: “Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft den mensen gaven gegeven.” En die gaven waren mensen, want Hij heeft sommigen gegeven tot apostelen, sommigen tot profeten, sommigen tot evangelisten en sommigen tot herders en leraars.
En al gaan deze verzen in de eerste plaats over David de koning van Israël, wij moeten geloven dat hier meer dan David is — Christus zelf, die Zich verwaardigt Zich Gods knecht te noemen, die door de Geest van God gezalfd is, met wie Gods hand altijd vast is en die altijd door de arm van de Almachtige gesterkt wordt.
Psalmen 89:23-26.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:14→2 Samuël 7:9→2 Samuël 22:47→Psalmen 95:1→Markus 15:34→1 Kronieken 22:10→Johannes 15:23→Psalmen 21:8→
— De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken. Maar Ik zal zijn wederpartijders verpletteren voor zijn aangezicht, en die hem haten, zal Ik plagen. En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden. En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren.
Geloof niet, lieve vrienden, de voorspellingen die sommige mensen doen over de ondergang van het koninkrijk van Christus en het falen van Zijn gemeente; wees er zeker van dat de HEERE niet zal toelaten dat Christus faalt of ontmoedigd wordt. De geschiedenis van de gemeente van Christus is een geschiedenis van strijd, maar zij zal een geschiedenis van overwinning zijn voordat zij voltooid is.
Psalmen 89:27-28.KruisverwijzingenKolossenzen 1:18→Kolossenzen 1:15→Openbaring 19:16→Psalmen 2:7→Romeinen 8:29→Psalmen 72:11→Numeri 24:7→Exodus 4:22→
— Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils! Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde.
Al Gods kinderen zijn een biddend gezin, en Zijn eniggeboren en welbeminde Zoon geeft daarin, zoals in alles, een edel voorbeeld. Hij is nog altijd de grote Voorbidder voor de troon van Zijn Vader.
Christus is inderdaad hoger dan de koningen van de aarde, want Hij is “Koning der koningen, en Heere der heren”. Verheugt uw hart zich niet wanneer u aan deze gezegende Koning denkt, met wie God een verbond gesloten heeft om allen te zegenen die op Hem vertrouwen — ook de allerarmsten en zwaksten van hen? Wat een vreugde is het voor ons Jezus te zien handslaan met de Eeuwige, en voor ons een eeuwig verbond te zien aangaan!
Psalmen 89:29-30.KruisverwijzingenPsalmen 89:4→Deuteronomium 11:21→Psalmen 89:36→2 Samuël 7:14→Jesaja 9:7→Psalmen 119:53→1 Kronieken 28:9→Psalmen 45:6→
— Ik zal hem Mijn goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven. En Ik zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen.
Er kan nooit een einde komen aan de troon van Christus, want Zijn koninkrijk is een eeuwig koninkrijk; en er kan nooit een einde komen aan het geslacht van Christus, want Zijn zaad zal in eeuwigheid bestaan.
Psalmen 89:31-33.Kruisverwijzingen2 Samuël 7:15→Psalmen 55:20→2 Samuël 7:14→Hebreeën 12:6→Spreuken 3:11→1 Korinthe 11:31→Amos 3:2→Job 9:34→
— Indien zijn kinderen Mijn wet verlaten, en in Mijn rechten niet wandelen; Indien zij Mijn inzettingen ontheiligen, en Mijn geboden niet houden; Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen.
Bent u dan in het verbond, dan zult u de roede krijgen; daar kunt u zeker van zijn. Wandelt u niet in Gods wegen maar breekt u Zijn inzettingen, dan wordt u niet ongekastijd gelaten.
Als een vader jongens op straat ruiten zag breken of zich anders misdragen, en hij gaf één van die jongens een oorveeg, dan kunt u er vrij zeker van zijn dat die jongen zijn eigen zoon is. En wanneer God mensen kwaad ziet doen, laat Hij de goddeloze in dit leven vaak ongestraft; maar over Zijn eigen volk staat geschreven: “Uit alle geslachten des aardbodems heb Ik ulieden alleen gekend; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden over ulieden bezoeken.”
Psalmen 89:33-34.KruisverwijzingenNumeri 23:19→2 Samuël 7:15→Maleachi 3:6→Mattheüs 24:35→1 Koningen 11:36→1 Koningen 11:13→Psalmen 89:39→Hebreeën 6:18→
— Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, en hun ongerechtigheid met plagen. Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, en in Mijn getrouwheid niet feilen.
Er is geen zwaard in Gods hand om tegen Zijn eigen kinderen te gebruiken, maar Hij houdt wel een roede vast; en die roede doet ons pijn en veroorzaakt de blauwe plek van de wond die het kwaad wegneemt. Wij zijn bedroefd wanneer wij haar slagen voelen, en toch zit er verbondsbarmhartigheid in.
De roede van het verbond is een van de beste dingen die ons ooit overkomen, omdat zij onze dwaasheid uit ons zweept. God geve ons genade om de roede te kussen zo vaak wij tegen Hem overtreden en Hij onze ongerechtigheid met slagen bezoekt!
Let op het gebruik van het woord “hem” hier, alsof het bedoeld is om ons te leren dat Gods liefde tot Zijn dierbare Zoon, en tot Zijn volk in Hem, zo groot is dat Hij ons weliswaar om onze overtredingen kastijdt, maar ons nooit zal wegwerpen.
Psalmen 89:35-38.KruisverwijzingenPsalmen 132:11→Psalmen 72:5→1 Kronieken 28:9→Deuteronomium 32:19→Hebreeën 6:13→Titus 1:2→Amos 4:2→Hebreeën 6:17→
— Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, en hetgeen uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen. Ik heb eens gezworen bij Mijn heiligheid: Zo Ik aan David liege! Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon. Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel is getrouw. Sela.
In de persoon van de Heere Jezus Christus zal het koningshuis van David in eeuwigheid bestaan, en ook het geestelijk zaad van Christus zal nooit een einde nemen. Door het meest bindende verbond, de meest ernstige belofte en de meest heilige eed heeft Jehova het eeuwige koninkrijk van Zijn Zoon en het eeuwig voortbestaan van Zijn zaad gewaarborgd.
Psalmen 89:39-46.KruisverwijzingenPsalmen 80:12→Psalmen 109:29→Psalmen 79:5→Klaagliederen 5:16→Psalmen 74:7→Klaagliederen 2:2→Psalmen 44:15→Klaagliederen 2:5→
— Maar Gij hebt hem verstoten en verworpen; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uw gezalfde. Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan; Gij hebt zijn kroon ontheiligd tegen de aarde. Gij hebt al zijn muren doorgebroken; Gij hebt zijn vestingen nedergeworpen. Allen, die den weg voorbijgingen, hebben hem beroofd; zijn naburen is hij tot een smaad geweest. Gij hebt de rechterhand zijner wederpartijders verhoogd; Gij hebt al zijn vijanden verblijd. Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd. Gij hebt zijn schoonheid doen ophouden; en Gij hebt zijn troon ter aarde nedergestoten. Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort; Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela.
Geestelijk gelezen laat deze droevige beschrijving de bedroevende toestand zien van de belijdende gemeente van Christus in de tijd waarin wij leven.
Psalmen 89:47.KruisverwijzingenJob 7:7→Job 10:9→Job 14:1→Jakobus 4:14→Psalmen 144:4→Psalmen 39:5→Psalmen 119:84→Job 9:25→
— Hoe lang, o HEERE! zult Gij U steeds verbergen, zal Uw grimmigheid branden als een vuur?
Dat was het wijste wat de psalmist kon doen, en het is ook onze beste weg: in de donkerste dagen van de meest zondige tijd kunnen wij altijd onze toevlucht nemen tot het gebed. Laten wij dat dan doen.
Psalmen 89:48-49.KruisverwijzingenHebreeën 11:5→Psalmen 49:15→Prediker 8:8→Hebreeën 9:27→2 Korinthe 4:14→Prediker 12:7→Johannes 8:51→Handelingen 2:27→
— Gedenk van hoedanige eeuw ik ben; waarom zoudt Gij aller mensenkinderen tevergeefs geschapen hebben? Wat man leeft er, die den dood niet zien zal, die zijn ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Sela.
De kortheid van het leven maakt het des te belangrijker dat wij er niets van verspillen, en dat wij de HEERE vragen spoedig tussenbeide te komen ten behoeve van de waarheid en van hen die haar liefhebben.
Psalmen 89:50-52.KruisverwijzingenPsalmen 74:18→Psalmen 74:22→Psalmen 41:13→Psalmen 69:9→Psalmen 106:48→Psalmen 79:10→Psalmen 44:13→Romeinen 15:3→
— HEERE! waar zijn Uw vorige goedertierenheden, die Gij David gezworen hebt bij Uw trouw? Gedenk, HEERE! aan de smaad Uwer knechten, dien ik in mijn boezem draag, van alle grote volken. Waarmede, o HEERE! Uw vijanden smaden, waarmede zij de voetstappen Uws gezalfden smaden.
De psalm eindigt op zijn grondtoon van lof aan Jehova. Er was veel wat de schrijver bedroefde, zoals er veel is wat óns in deze dagen bedroeft; maar wij kunnen ons met hem verenigen in het woord: “Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Ene onderwijzing, een leerdicht (vgl. Psalm 32, 42, 44, 45, 52-55, 74, 78, 88, 142), van Ethan, den Ezrahiet, die, evenals Heman (Psalm 88), een van de wijzen van Salomo was (1 Koningen 4: 31 ). 2. Op den Psalm aan Heman, den Ezrahiet (Psalm 88: 1), volgt de Psalm van Ethan den Ezrahiet; beide Psalmen zijn ook aan elkaar gelijk door bijzonder opmerkelijke overeenkomsten met het Boek Job, met dit onderscheid, dat het hier een nationaal ongeluk is, dat de heilige zanger beklaagt, terwijl in den vorigen Psalm ene persoonlijke zware aanvechting ten grondslag lag. Welk dit nationale ongeluk geweest is, zie daarover 1 Koningen 14: 28, Rehabeams nederlaag door Sisak.
I. Vs. 2-5.KruisverwijzingenPsalmen 36:5→Psalmen 19:1→Psalmen 132:11→2 Samuël 7:12→Psalmen 97:6→Psalmen 103:17→1 Koningen 8:16→Jeremia 30:9→
— Ik zal de goedertierenheid des HEEREN eeuwiglijk zingen; ik zal Uw waarheid met mijn mond bekend maken, van geslacht tot geslacht. Want ik heb gezegd: Uw goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden; in de hemelen zelve hebt Gij Uw waarheid bevestigd, zeggende: Ik heb een verbond gemaakt met Mijn uitverkorene; Ik heb Mijn knecht David gezworen: Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uw troon opbouwen van geslacht tot geslacht. Sela.
Onder de treurige toestanden van het ogenblik, nu het koningshuis van David zo diep vernederd is, alsof de daaraan geschonkene belofte Gods een einde nam, verheft zich dichter op vleugelen des geloofs tot den Heere, wiens trouw onveranderlijk en wiens toezeggingen onwankelbaar zijn. Hij stelt zich eerst de woorden van deze Goddelijke belofte voor, en staat dan een ogenblik nadenkend stil.
Ik zal de goedertierenheden des HEREN, en wel de gewisse weldadigheden David’s (Jes. 55: 3), d.i. de onveranderlijke genadebetoningen des Heren aan David’s huis, eeuwiglijk zingen 1); ik zal Uwe waarheid, de trouw, waarmee de Heere aan deze genade van Zijne zijde vasthoudt, met mijnen mond bekend maken zodat zij gekend wordt van geslacht tot geslacht. In ‘t Latijn: Misericordias Domini in aeternum cantabo; daarvan heeft de Zondag na Pasen, voor welker ook Psalm 33: 5, als introïtus of aanvangsspreuk wordt opgegeven: Misericordia Domini plena est terra zijne naam.
Vast te houden is, dat hij begint met de vermelding van Gods lof en verbond, opdat de gelovigen tegenover de zware beproevingen, hun geloot vast houden. Want waar wij aangedrongen worden om te bidden, indien in den voorhof reeds wanhoop overvalt, is het noodzakelijk met kracht en aandrang door te zetten, opdat onze ziele niet verslapte en geheel en al omkome. Derhalve was het plan van den Profeet, allereerst de gemoederen der vromen met vaste en zekere stutten te ondersteunen, opdat zij, vertrouwende op de beloften Gods, welke Hij schijnbaar vernietigd had, met verwijdering van alle mogelijke beproevingen, waardoor hun geloof zwaar kon geschud worden, niet zouden aarzelen om te blijven hopen op de herstelling van het koninkrijk en daarom bij volharding bidden.
Ethan pleit op de belofte Gods. Hij houdt God vast bij Zijn Woord en Zijne belofte. Daaraan houdt hij zich vast, en waar het nu schijnt, alsof het huis van David en zijne nakomelingen zal omver worden gestoten, daar blijft hij God wijzen op wat Hij beloofd heen, ook al weet hij, dat de gerichten over David’s huis zijn gekomen van wege zijne zonden en van wege Salomo’s afgoderij. God heeft het beloofd en Zijne goedertierenheid en Zijne waarheid zijn van geslacht tot geslacht.
Want ik heb gezegd, de overtuiging uitsprekende, die mij tot mijn besluit dringt: Uwe goedertierenheid zal eeuwiglijk gebouwd worden, is een gebouw met den allervaststen grondslag, dat niet alleen niet in puinhopen verval, nadat het een tijd lang heeft gestaan, even als andere gebouwen die, tot ruïnen worden, maar terwijl de ene steen der vervulling op den anderen gelegd wordt, zich steeds hoger verheft en tot in de eeuwigheid reikt; in de hemelen zelf hebt Gij Uwe waarheid bevestigd. Gelijk gij, die in den hemel woont, verheven zijt boven het ontstaan en vergaan hier beneden, zo bevestigt Gij ook Uwe trouw in het houden der eenmaal gegevene belofte aan den hemel, dat zij vast als de zon boven de aarde staat, onaangeroerd door de afwisselende gebeurtenissen van den aardsen wereldloop; zij heeft dus ene hemelse standplaats, ene bestendigheid als die des hemels, Hij heeft Zijne waarheid bevestigd, zeggende;
Ik heb (2 (Samuel 7: 12 vv.), een verbond gemaakt met Mijnen uitverkorene; Ik heb Mijnen knecht David gezworen1):
Wie ziet hier niet, welk ene grote vriendelijkheid en getrouwe liefde God voor de mensen heeft, en hoe diep zich de hoge Majesteit Gods neder buigt, dat Hij den mensen zweert. Maar waarom? Opdat Hij ons van Zijne belofte verzekere en ons geloof sterke, onze zwakheid ter hulpe kome. Zo gaarne wil God, dat wij Hem zullen geloven en niet aan Zijne belofte twijfelen, gelijk die reden in Hebr. 6: 16 vv. ook genoemd wordt. O zalige mensen, om wier wil God zweert! O onzalige mensen, die God zelfs niet geloven, hoewel Hij zweert.
Ik zal uw zaad tot in eeuwigheid bevestigen, en uwen troon opbouwen van geslacht tot geslacht (zie vs. 20). Sela. Zo zeker als Gods belofte in Christus haar toppunt heeft bereikt, heeft deze ook voor ons nog betekenis, en wij kunnen uit dezen Psalm niet slechts in het algemeen leren, hoe wij in tijden van verdrukking der Kerk de vrees, die het zichtbare ons instort, moeten overwinnen, door het vastklemmen aan de beloften, die de Heere hun gegeven heeft, maar wij kunnen ons ook bovendien troosten met datgene, waarmee hier de gemeente des Ouden Verbonds vertroost wordt: de belofte Gods aan David omvat immer alle tijden tot aan het einde der wereld.
6.
II. Vs. 6-19.KruisverwijzingenPsalmen 65:7→Markus 4:41→1 Kronieken 29:11→Psalmen 93:3→Genesis 1:1→Psalmen 97:2→Psalmen 29:1→Psalmen 86:8→
— Dies loven de hemelen Uw wonderen, o HEERE! ook is Uw getrouwheid in de gemeente der heiligen. Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? Wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken? God is grotelijks geducht in den raad der heiligen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn. O HEERE, God der heirscharen! wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! en Uw getrouwheid is rondom U. Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer haar baren zich verheffen, zo stilt Gij ze. Gij hebt Rahab verbrijzeld als een verslagene; Gij hebt Uw vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte. De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en haar volheid, die hebt Gij gegrond. Het noorden en het zuiden, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon juichen in Uw Naam. Gij hebt een arm met macht; Uw hand is sterk, Uw rechterhand is hoog. Gerechtigheid en gericht zijn de vastigheid Uws troons; goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen.
Zal men zich vast op ene toezegging kunnen verlate, zo komt het vooral aan op de persoonlijkheid van degene, die de toezegging gegeven heeft, of deze ook den ernstigen wil en genoegzame kracht bezit, om het beloofde te volbrengen. Voordat daarom de heilige zanger nader spreekt van hetgeen, waarover hij hier te handelen heeft, spreekt hij een loflied uit ter verheerlijking van God, en prijst hij in ‘t bijzonder Zijne almacht en trouw; hij prijst echter ook dat volk gelukkig, dat zulk een God zijnen God noemt; het kan nooit gebrek hebben aan hetgeen tot zijn welzijn dient, en het opgerichte koningschap der belofte kan nooit een buit van de macht der wereld worden.
Daar wij zulk ene met reden bevestigde toezegging van Uwen mond hebben, kan ons geloof aan de zekere vervulling door den tegenwoordigen treurigen toestand niet worden omvergeworpen; want Gij zijt een heerlijk God, dies loven de hemelen 1) Uwe wonderen, o HEERE, in de werken vol almacht en onnavorsbare goddelijke kracht (Psalm 29: 1 vv.), ook is Uwe getrouwheid bekend en beroemd in de gemeente der heiligen (Deuteronomium 33: 2).
Onder “de hemelen” verstaan de meeste uitleggers, de bewoners des hemels, de Engelen (Job 15: 1), zodat dit vers wijst op den lof Gods in den hemel en op de aarde: men kan het ook verstaan van de zwijgende sprake des hemels met zijne lichamen. (Zie Psalm 19: 2).
Want wie mag in den hemel tegen den HEERE geschat worden? wie is den HEERE gelijk, onder de kinderen der sterken, De Engelen (Job 1: 6).
God is grotelijks geducht, een voorwerp van de meest eerbiedige aanbidding (Job 4: 18), in den raad der heiligen (1 (Koningen 22: 19. Dan. 7: 10), die in den hemel wonen, en vreselijk boven allen, die rondom Hem zijn1), die Zijnen troon omringen.
Grotelijks geducht en vreselijk, ontzaglijk en majestueus is Hij, waar Hij verschijnt in Zijne heerlijkheid. In den hemelraad Zijner heilige engelen, dan dekken die reine en verhevene geesten hun aangezichten voor den vreselijken God en vallen aanbiddende voor Hem neer.
O HEERE, God der heirscharen! wie is als Gij, grootmachtig, o HEERE! en Uwe getrouwheid is rondom U, omgeeft U evenals een gevolg, zodat Gij nooit zonder haar verschijnt. Beter vertaalt men: “O Heere God der heirscharen! Wie is als Gij? (Exodus 15: 11). Gij zijt een grootmachtig Heere en Uwe waarheid is rondom U!” Met de vraag: “Wie is als Gij” (Hebr. michamocha), wordt gezinspeeld op den naam van den Engelen-vorst MICHAËL (mi-chaël: wie is als God? Dan. 10: 13), die reeds met dezen zijnen naam de verhevenheid van God boven den hemel en de engelen predikt; in de tweede helft van het vers wordt vervolgens het thema van den lof des Heren, dien de zanger zich heeft voorgenomen, in zijne beide delen voorgesteld: het zijn de macht en de getrouwheid Gods, die hij wil bezingen. In het volgende zal hij het langst (vs.10-14) bij Gods macht vertoeven, omdat de angstige twijfel, welken de tegenwoordige toestanden opwekten, zich bijzonder hieraan aansloot. Hij verheft dan weer vooreerst Gods heerlijkheid over de zee (vs. 10), want deze stelt in zijne woede het beeld voor van de onrustige en stormachtige macht der wereld, door welke Israël zo zwaar verdrukt werd. Vervolgens gaat hij van het beeld tot de zaak over, en noemt bepaald die wereldmacht, over welke toen sprake was (vs. 11). Hierop gaat hij over tot de heerschappij van God over hemel en aarde (vs. 12) en verder tot Zijne heerschappij over het vaste land (vs. 13), een woord van lof voor goddelijke almacht in ‘t algemeen (vs 14) vormt het besluit, en nu begint hij ook over de trouw des Heren te spreken (vs. 15).
Gij heerst over de opgeblazenheid der zee; wanneer hare baren zich verheffen, zo stilt Gij ze (Psalm 46: 4; 65: 8 vv.).
Gij hebt Rahab, het trotse, overmoedige Egypte (Jes. 30: 7 ), verbrijzeld als enen verslagene, gelijk de geschiedenis aan de Schelfzee (Exodus 14), waar de beteugeling van de wateren van de volkeren-zee zich verenigde, duidelijk bewezen heeft; Gij hebt Uwe vijanden verstrooid met den arm Uwer sterkte (Exodus 6: 6; 15: 16). De Zoon Gods heeft niet alleen Egypte en alle uitwendige vijanden verslagen en gedood, maar ook de helse Egyptenaren onzer zonden, die ons najagen met een groot leger, en hun veldoverste is de duivel.
De hemel is Uwe, ook is de aarde Uwe; de wereld en hare volheid, die hebt Gij gegrond (Psalm 24: 1,2).
Het noorden en het zuiden, de gehele aarde van de ene tot de andere hemelstreek, die hebt Gij geschapen; Thabor en Hermon, beide delen van het heilige land, het westen en het oosten voorstellende, juichen in Uwen naam, zij verheugen zich met hun fris en vrolijk uiterlijk over Uwe Goddelijke macht als Schepper, die zich zo heerlijk in hen openbaart.
Gij hebt, dat tonen de werken der schepping en de gebeurtenissen der wereldgeschiedenis, enen arm met macht; Uwe hand is sterk, Uwe rechterhand is hoog.
En wat Uwe regering als koning van Uw rijk op aarde aangaat, gerechtigheid en gericht (Psalm 103: 6) zijn de vastigheid Uws troons; Uw troon heeft gerechtigheid en gericht bij alle handelingen tot ene onveranderlijke grondstelling (Psalm 97: 2) a); goedertierenheid en waarheid gaan voor Uw aanschijn henen, als dienaren lettende op Uwen wenk, om de gedachten Uwer raadsbesluiten tot heil der mensen ten uitvoer te leggen.
Psalm 85: 14. Indien gerechtigheid en gerichte de vastigheid van Gods troon zijn, dan vergrijpt hij zich aan God en aan zich zelven, die dit wenst voorbij te zien, dan is hij geen vriend van God, die het recht niet lief heeft dan staat geen enkele troon vast, die deze vastigheid mist, dan heeft hij, die zich schuldig weet voor God, alle reden tot vrees en gene vrijheid tot hoop, tenzij in een weg, waarin deze vastigheid van Gods troon onaangeroerd blijft. Die het hier niet heeft erkend, wie het hier niet tot behoudenis op de knieën gebracht heeft, die zal het ondervinden, ach tot eeuwig afgrijzen ondervinden! in de plaats der rampzaligheid, waar deze spreuk met vlammend schrift uitschittert in de buitenste duisternis. Wie zich dit voor te stellen niet verschrikt, hem moge de herinnering bewegen dat diezelfde spreuk met bloedige letteren gestaan heeft op het kruis van Gods Zoon, “welken God voorgesteld heeft tot ene betoning Zijner rechtvaardigheid door de vergeving der zonden, te voren geschied onder de verdraagzaamheid Gods, tot ene betoning Zijner rechtvaardigheid, opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende degene, die uit het geloof van Jezus is” Hij, die gelooft, die in het kruis van Christus de rechtvaardigheid Gods en de barmhartigheid Gods heeft vermengd gezien, zich aanbiddend en vertrouwend daarbij heeft neergebogen, hoe dringen hem liefde en dankbaarheid, om den Rechtvaardige en Barmhartige levenslang en dagelijks meer te verheerlijken! Hij doe het door lof en dank: hij doe het door een leven van liefde. Hij doe het door de navolging Zijner barmhartigheid, Zijner goedertierenheid, Zijner vergevingsgezindheid, Hij doe het toch ook vooral door de navolging Zijner rechtvaardigheid! De gelovig Christen zij ook een voorheen van rechtvaardigheid in, woord en wandel. Hij sta voor het recht; hij handhave het rechtsgevoel en brengen het weer in ere, in een tijd, die aan niets zozeer schade geleden heeft dan aan dit gevoel en van niets zozeer de wrange vruchten plukt, dan van het zozeer te hebben gekrenkt, verkracht, verduisterd, ter zijde gesteld. Het is de miskenning van het recht des rechts en van de deugd der rechtvaardigheid, te vergeefs vergoelijkt door het dwepen met ene valse menslievendheid, het is de miskenning van het recht des rechts en van de deugd der rechtvaardigheid, welke in onze eeuw niet alleen, in naam van een kwalijk begrepen belang, alle tronen heeft doen waggelen en ene onafzienbare reeks van rampen over de volken gehaald heeft, maar die de harten van het tegenwoordig geslacht ook eensdeels vervreemd heeft van den God der openbaring, van den waarachtigen God, van dien God, de vastigheid van wiens troon gerechtigheid en gerichte zijn; ja die ze afkerig heeft gemaakt van een Evangelie, tot welks aanneming de nederige erkenning van het gerecht en gericht van God vereist worden. Dat dan de deugd der rechtvaardigheid in al haar kracht, in al haar waarde, in al haar beminnelijkheid vooral gezien worde in degenen, die den God der openbaring belijden, die in het Evangelie van den Gekruisten het anker hunner hoop geworpen hebben. Daar is geen beter middel voor de aangeduide kwaal.
Welgelukzalig is daarom het volk, hetwelk het geklank kent, dat des Heren tegenwoordigheid geniet, en U komt als zijnen God: o HEERE! zij zullen in het licht Uws aanschijns wandelen, zodat ook het donkerste pad voor hen helder moet worden. Tot de heilige tekenen van Gods genade en goedertierenheid werd Israël geroepen en genodigd door het geluid der trompetten, hetwelk om die reden den Israëlieten zeer lieflijk en aangenaam was. (Numeri 10: 9,10).
Aan het opperkleed des Hogepriesters hingen de gouden schellen en de granaatappelen. Zodat, indien hij zich bewoog, het geklank van die schellen werd gehoord. En wanneer bewoog hij zich? Als hij voor des Heren aangezicht de offeranden bracht, inzonderheid, wanneer hij de offeranden aanstak, als hij derhalve verzoening aanbracht en het reukoffer aanbood. Maar ook werd het geklank gehoord, wanneer op de trompetten werd geblazen en het volk Israël’s werd geroepen om den Heere te loven. Welnu, de dichter wil hier zeggen, dat het volk welgelukzalig is, wanneer het niet alleen den Heere ontmoet met het zoenoffer, maar ook met het reukoffer der gebeden en het lofoffer der dankzegging, wanneer het derhalve niet alleen zich kende als in verzoende betrekking met God te staan, maar ook Hem daarvoor de dank des harten bracht. 17. Zij zullen zich den gansen dag, altijd, verheugen in Uwen naam. Gij zijt hun ene reden om onophoudelijk van vreugde te jubelen, en zij zullen door Uwe gerechtigheid verhoogd worden
; want Gij zult opstaan als de beschermer hunner rechten en hun vijanden verdelgen.
Slotsom is, dat de gelovigen te over in God vinden, om zich te vermengen en verhoogd te worden.
Want Gij zijt de heerlijkheid hunner sterkte 1), die zij ondanks al hun nederlagen bezitten en die niet te verwoesten is; en door Uw welbehagen zal onze hoorn verhoogd worden, zullen wij weer uit onze ellende tot die hoogte komen (Psalm 92: 11).
Hij versterkt het vorige hiermede, dat God nooit Zijne gelovigen Zijne sterkte ontzegt. De heerlijkheid hunner sterkte noemende, wijst hij daarmee aan, dat zij altijd zo door de hulpe Gods omglans worden, dat zij naar waarheid in Hem verheerlijkt worden, of wat hetzelfde is, dat de kracht Gods in het helpen en ondersteunen van hen, altijd zich heerlijk openbaart. Evenwel ondertussen worden zij herinnerd aan hun plicht, om God den lof toe te brengen voor het feit, dat zij blijven staan en behouden blijven.
Zo zal gewis ook onze diep vernederde koning weer verhoord worden; want ons schild, de koning, dien Hij Gods tot bescherming tegen onze uitwendige vijanden gegeven heeft (Psalm 47: 10), is van den HEERE, staat met zijn persoon en met zijnen troon onder Zijne eigene bescherming, en onze koning is van den Heilige Israël’s 1), hij is als Zijn gezalfde Zijn eigendom, dat Hij niet aan de macht der wereld zal overgeven. De Heere zal dus bijstand geven, want Hij kan Zijnen tijdelijken plaatsvervanger, onzen koning, niet voor altijd in ellende laten.
Voor het volk was een koning de vertegenwoordiger van zijne bescherming. En nu stelt de dichter hierop zijn vertrouwen, dat zijn koning was gegeven door God, dat deze was een theocratisch koning, zodat wel de nood hoog mocht gaan, maar Israël zou niet van zijn koning beroofd worden, dewijl de Heere God dien gegeven had en Zijn verbond vast stond. 20.
III. Vs. 20-46.KruisverwijzingenKolossenzen 1:18→Kolossenzen 1:15→Openbaring 19:16→2 Samuël 7:14→2 Samuël 7:9→Psalmen 2:7→Romeinen 8:29→Psalmen 89:4→
— Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd. Ik heb David, Mijn knecht, gevonden; met Mijn heilige olie heb Ik hem gezalfd; Met welken Mijn hand vast blijven zal; ook zal hem Mijn arm versterken. De vijand zal hem niet dringen, en de zoon der ongerechtigheid zal hem niet onderdrukken. Maar Ik zal zijn wederpartijders verpletteren voor zijn aangezicht, en die hem haten, zal Ik plagen. En Mijn getrouwheid en Mijn goedertierenheid zullen met hem zijn; en zijn hoorn zal in Mijn Naam verhoogd worden. En Ik zal zijn hand in de zee zetten, en zijn rechterhand in de rivieren. Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils! Ook zal Ik hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde. Ik zal hem Mijn goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven.
Nadat de dichter zo zijn hart verheugd heeft in de majesteit en trouw van Degene, die het beloofd heeft, keert hij; terug tot den inhoud der aan David’s huis gegevene belofte, en ontvouwt hij dezen inhoud in zijne gehele volheid en heerlijkheid (vs. 20-30); terwijl hij tevens de bedenking uit den weg ruimt, als zou ooit door de zonden des gezalfden de belofte geheel te niet gaan. God heeft integendeel zelf dadelijk van den beginne af verklaard, dat de belofte, wat haar wezen aangaat, ene onvoorwaardelijke was, dat Hij de zonden van de leden van het uitverkoren geslacht elk in ‘t bijzonder zwaar zou straffen, maar nooit van dezen en in hem aan het volk Zijne genade zou onttrokken (vs. 31-38). -In de sterkste tegen spraak hiermede staat nu het lijden, dat over den gezalfde des Heren in dezen tegenwoordigen tijd gekomen is; zijne kroon ligt ontheiligd ter aarde, zijn troon op den grond geworpen; hij zelf is vóór den tijd een grijsaard geworden; alle omheiningen van zijn land zijn doorgebroken, zijne vestingen zijn gevallen, zijne vijanden hebben hem op de vlucht geslagen, en schanden en hoon volgt elk zijner voetstappen, (vs. 39-46).
Toen Gij de in vs. 4 vv. genoemde belofte gaaft, hebt Gij in een gezicht gesproken, tot Uwen profeet Nathan (2 Samuel 7: 4 vv.), van Uwen heilige, van David, dien Gij tot koning over Israël gezalfd hebt, en Gij hebt gezegd: Ik heb voor Mijn volk hulp besteld bij enen held (2 Samuel 17: 10), tegen zijne onderdrukkers; Ik heb enen verkorene uit het volk verhoogd.
Ik heb David, Mijnen knecht, gevonden; met Mijne heilige olie, het zinnebeeld Mijner geestelijke gaven (1 Samuel 16: 1, 13), heb Ik hem gezalfd tot vorst over Israël. Deze uitdrukking wijst aan, dat de verkiezing van David niet door een willekeurig blindelings grijpen uit de menigte, maar tengevolge van een doordacht, Goddelijk raadsbesluit geschied was; om dit het volk in te prenten nam God ook werkelijk bij David’s verkiezing den schijn van zoeken en vinden aan (1 Samuel 16: 6-12).
Met welken koning Mijne hand vast blijven zal (Jes. 41: 10); Ik zal hem niet weer verstoten, gelijk Saul; ook zal hem Mijn arm versterken.
Maar Ik zal zijne wederpartijders, als de Filistijnen, Moabieten, Ammonieten, Syriërs (2 Samuel 8), verpletteren voor zijn aangezicht, en die hem haten, zal Ik plagen, zodat zij zich aan hem moeten onderwerpen.
En Mijne getrouwheid en Mijne goedertierenheid zullen met hem Zijn 1); al Mijne geloften zal Ik goedgunstig aan hem vervullen; en zijn hoorn 1) zal in Mijnen naam verhoogd worden, zijne macht en heerlijkheid zullen door Mijne hulp vermeerderd worden, zodat hij een heerser zij tot aan het einde der wereld (Psalm 72: 8).
Ook hier, evenals in vs. 27 vv. moeten wij tot Christus, het ware zaad David’s, opklimmen (Psalm 72: 11 vv.); onder David werd slechts een zwak voorbeeld der vervulling gezien. (1 Kronieken 15: 17).
De hoorn van David wordt ook hier, evenals op vele andere plaatsen, voor zijn eer, waardigheid en macht genomen. De zin is daarom, dat de staat van zijne regering door de goedheid Gods altijd voorspoedig en bloeiend zou zijn. Want dewijl het volk door zijne zonde den weg voor de goedertierenheid Gods toesloot, zou de erfenis kleiner zijn, dan de belofte eiste.
En Ik zal zijne hand in de zee zetten, en zijne rechterhand in de rivieren, Hij zal regeren van zee tot zee, en van de rivier tot aan doe einden der aarde (Psalm 72: 8). Het koninkrijk van David zal, ten tijde van zijnen zoon Salomo, in vollen luister bloeien. De koninklijke macht van Salomo zal zich uitstrekken van de Middellandse zee tot aan de rivier den Eufraat.
a) Hij zal Mij noemen: Gij zijt mijn Vader! mijn God, en de Rotssteen mijns heils, op wie ik volkomen kan vertrouwen.
2 Samuel 7: 14. Psalm 18: 3; 62: 8; 95: 1. Hebr. 1: 4,5.
Ook zal Ik, de nauwe betrekking, in welke hij zich tot Mij stelt, beantwoordende, hem ten eerstgeborenen zoon stellen, ten hoogste over de koningen der aarde, opdat de belofte aan Mijn volk gegeven (Deuteronomium 26: 19; 28: 1), door hem tot werkelijkheid kome. Met de woorden: “Ook zal Ik” zegt God, waarmee Hij David’s kinderlijke liefde beantwoordt; hem, die de laatstgeborene is onder de zonen van Isaï, maakt Hij tot eerstgeborene en alzo meest bevoorrechte der zonen des Allerhoogsten (Psalm 82: 6).
Dit is eerst ten volle vervuld in den anderen David, den Zoon Gods, een koning, door God, Zijnen Vader tot ene heerschappij verheven, als David en zijne nakomelingschap nooit gekend hebben, een rijk van ene eeuwige uitbreiding, dat de grootste zegeningen aan zijne leden gaf, dat heerlijk de Majesteit der Goddelijke volmaaktheden ontvouwde, en bestemd was, om voortgezet te worden tot het einde van den tijd.
Ik zal hem naar Mijne geloften, Mijne goedertierenheid in eeuwigheid houden, en Mijn verbond zal hem vast blijven (vs. 5).
En Ik, zal zijn zaad in eeuwigheid zetten, en zijn troon als de dagen der hemelen (2 Samuel 7: 16. Deuteronomium 11: 21).
Indien zijne kinderen Mijne wet verlaten en in Mijne rechten niet wandelen, gelijk dat helaas spoedig genoeg wezen zal (1 Koningen 1: 11 vv.; 14: 22 vv.);
Indien zij Mijne inzettingen ontheiligen, en Mijne geboden niet houden;
Zo zal Ik hun overtreding met de roede bezoeken, gelijk een vader zijnen zoon kastijdt (Spreuken 23: 13 vv.), en hun ongerechtigheid met plagen, die wellicht in een zwaar gericht de afvallige leden aan dit huis aan den ondergang overgeven.
Maar Mijne goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, zodat zijn geslacht, al is het dan ook maar in enkele, kleine spruiten, toch behouden blijft, en in Mijne getrouwheid zal Ik niet feilen, dat Ik het woord Mijner belofte zou vergeten.
Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen, gelijk zij Mijne inzettingen ontheiligd hebben (vs.
, en hetgeen uit Mijne lippen gegaan is, de belofte, die Ik gedaan heb (Deuteronomium 23: 23 23.23), zal Ik niet veranderen.
a) Ik heb eens gezworen bij Mijne heiligheid, Ik heb er Mijne Goddelijke deugden onder verpand: zo Ik aan David liege, dan zou Ik Mijne heiligheid verloochenen.
Hebr. 6: 13,17,18.
Zijn zaad zal in der eeuwigheid zijn, en zijn troon zal voor Mij zijn gelijk de zon (Psalm 72: 5,17).
Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan; en de Getuige in den hemel, de regenboog, dit hemels gedenkteken van Mijn verbond, dat Ik met de aarde gemaakt heb. (Genesis 9: 12 vv.), of, de zon is getrouw. Sela. Ene gelijke betrekking, als er tussen David en zijn zaad is, bestaat ook tussen Christus en Zijne gemeente. Gelijk David’s geslacht in Hem verkoren was (1 Koningen 11: 36. 2 Koningen 8: 19. 8.19 Jes. 37: 35. 2 Kronieken 6: 42), zodat het in weerwil van den afval en de verwerping van zijne bijzondere leden altijd in het bezit der genade Gods bleef, zo is de werk in Christus verkoren, en de zonden van hare leden kunnen wel hun, maar niet haar schade veroorzaken. Ondanks den afval van gehele geslachten staat zij steeds weer heerlijk op, en achter het onverbiddelijk gericht, dat door de verschijning van Christus niet opgeheven maar sterker geworden is, is steeds de ontfermende genade verborgen.
Gelijk de getuigen van het verbond, de zon en de maan aan den hemel blijven, welke veranderingen er ook in dezen schijnen te zijn, en het niet twijfelachtig is of zij zullen op den behoorlijken tijd weer verschijnen, alzo mag het verbond der genade, dat met ons in Christus gemaakt is, welke verandering er ook schijne te komen, en hoe het schijne te vergaan, niet betwijfeld worden, maar moet in het geloof gewaardeerd worden, gelijk de getuigenissen daarvan zijn. Vast en eeuwig zou David’s zaad en zijn troon wezen, aan de regering zou geen einde komen, daartoe stond Gods getuige als een borgschap aan of in den hemel. Er zijn Joodse en Christelijke uitleggers, die door deze getuigenis den regenboog verstaan, maar die boog diende alleen tot een teken, dat er geen zondvloed meer over de aarde zou zijn. Wij houden die getuigenis voor de zon en de maan. Die hemellichamen en luister zijn ook in ons spraakgebruik de vaste en duurzame lichamen tegenover de lagere en vergankelijke schepping. Gelijk zon en maan aan den hemel blijven schitteren en lichten, alzo David’s huis en troon eeuwig en altoos.
In deze verzen beschrijft de dichter de vastheid en heerlijkheid van het verbond, hetwelk God met David heeft opgelicht. De Almacht en Gerechtigheid Gods zijn zo heerlijk geopenbaard in het leven en in den strijd van David. Maar de volgende behelzen een bittere klacht en de inhoud er van vormt een schrille tegenstelling met hetgeen vooraf gaat. Want het schijnt wel, dat God Zijn verbond heeft verbroken, en Zijn trouw door de trouweloosheid Zijner kinderen is te niet gedaan (vs. 39-46).
Maar Gij hebt, in schijnbaar zo duidelijke tegenspraak tegen deze heerlijke beloften, hem verstoten en verworpen, als Gij Uwe toezegging had vergeten; Gij zijt verbolgen geworden tegen Uwen gezalfde, op ene wijze, alsof het geheel en al met hem tot het einde zou komen.
Gij hebt het verbond Uws knechts te niet gedaan, Gij hebt het als een onaangename last van U afgeschud; Gij hebt zijne kroon ontheiligd tegen de aarde 1), door zijnen scepter en zijne macht in de handen der heidenen over te geven.
Hij beschuldigt God niet van lichtvaardigheid of onstandvastigheid, maar klaagt er slechts over, dat die duidelijke beloften schijnbaar in het water zijn gevallen. Want zeker dikwijls vragen de gelovigen: Hoelang zult Gij slapen? of: Hoelang zult Gij ons vergeten? terwijl men toch aan God geen slaap of vergeetachtigheid toedeelt, maar zij brengen voort de angstige vragen, die vlees en bloed opgeven, opdat God de zwakheid, waardoor zij gedrukt worden, tijdig onderdrukke. Overigens is het volstrekt niet verwonderlijk, dat een Profeet in die schrikkelijke verwarring van zaken, iets menselijke heeft ondergaan, zodat hij tot het zeggen kwam, dat hij er niets van zag, wat God had beloofd. Want hij was geen man van een ijzeren gemoed, om, ziende, dat alles op dit ogenblik in strijd was met Gods Woord, niet door zulk een treurig en verward schouwspel aangedaan te worden.
Gij hebt al zijne muren doorgebroken, alles wat het land beschermde te niet gedaan; Gij hebt zijne vestingen neergeworpen, zodat hij van elke beschutting beroofd is.
a) Allen, die den weg voorbijgingen, de door het land trekkende horden, hebben hem beroofd; zijnen naburen, die vroeger aan het huis van David openbaar waren, is hij tot enen smaad geweest.
Psalm 80: 13.
Gij hebt de rechterhand zijner wederpartijders, der Moabieten, Ammonieten, Syriërs enz. verhoogd, hun moed en kracht gegeven; Gij hebt al zijne vijanden verblijd, door zijne zo diepe nederlaag en grote machteloosheid.
Gij hebt ook de scherpte zijns zwaards omgekeerd, verstompt, en hebt hem niet staande gehouden in den strijd.
Gij hebt zijne schoonheid, al den glans zijner koninklijke heerlijkheid, doen ophouden; en Gij hebt zijnen troon ter aarde neergestoten, zodat zijn koninkrijk geheel verwoest is.
Gij hebt de dagen zijner jeugd verkort, zodat hij vóór den tijd oud geworden is. Gij hebt hem met schaamte overdekt. Sela. 47. IV. 47-52. Nu volgt de bede, dat God aan de te voren genoemde tegenspraak, in welke de tegenwoordige toestand tot de gegevene belofte staat, een einde mocht willen maken, en wel spoedig, daar het leven van een mens slechts kort is en het toch hard zou zijn, wanneer de Heere den Zijnen, den korten tijd, die een mens op aarde is, vol van lijden deed zijn.
Hoe lang o HEERE! zult Gij U steeds, zo geheel, dat het schijnt alsof Gij het voor altijd deed (Psalm 13: 2 ), verbergen? Hoe lang zal Uwe grimmigheid tegen David branden als een vuur? (Psalm 79: 5). Zal zij blijven woeden, totdat wij geheel verteerd zijn?
Gedenk van hoedanige eeuw, van hoe kort een leven ik ben. Waarom zoudt Gij aller mensen kinderen te vergeefs geschapen hebben?dit zou toch het geval zijn, wanneer Gij ze voortdurend aan den ondergang wilde prijs geven. “Ook hier is het voor de ogen des zangers enigszins verborgen, welk ene heerlijkheid achter den dood ligt; dat zou eerst in Christus volkomen openbaar worden.” Een denkbeeld, dat dikwijls in het O.T. voorkomt. God heeft den mens zo kunstig, zo wonderbaar geschapen en hij heeft een zo kort En wisselvallig leven. Zou het Hem dan niet tot medelijden bewegen, wanneer de mens nu in dit korte leven zoveel te lijden heeft? Het is deze gedachte, van welke Job uitgaat (Hoofdstuk 2 en 14), en die hem een vermoeden van de onsterfelijkheid in het hart geeft (vgl. Psalm 30: 13 vv.; 78: 39).
Wat man leeft er, die den dood niet zien zal? die a) zijne ziel zal bevrijden van het geweld des grafs? Kort is het leven en zeker is de dood. Sela.
Psalm 49: 10,16. De grote heiligen in het Woord zagen den dood van verre aankomen. Een pijl, dien men ziet vliegen, kan men ontwijken. Men zegt, als men den basiliscus eerst ziet, dat hij u dan niet zal beschadigen. Izaak zag dien ook van verre, en hij leefde nog 33 jaren daarna. -Zeker koning, op een berg zittende, overzag zijn leger, en ziende zo vele duizenden bijeen, zat hij in het eenzame te schreien; daar kwam een zeker overste bij hem, en ziende, dat hij zo zat en schreide, vraagde hem die, waarom hij schreide. Hij antwoordde, omdat er over honderd jaar of minder geen van die allen te vinden zal zijn.
HEERE! waar zijn Uwe vorige goedertierenheden, a) die Gij David gezworen hebt bij Uwe trouw? 1) (vs. 20 vv.). Hoe weinig komt onze toestand met Uwe beloften overeen!
2 Samuel 7: 15.
De dichter wendt zich van hetgeen op de aarde zich vertoont, tot den Hoge. Hij beroept zich op de trouw Gods. Dit is wel een bewijs van een sterk geloof. Hij ziet die trouw niet. Integendeel het schijnt, dat de trouw Gods is te niet gedaan. En toch hij houdt er zich aan vast. Zij is het plechtanker zijner ziele. Het is daarom, dat hij in het volgende vers spreekt van een versmaden van den Gezalfde. God heeft David en zijn geslacht gezalfd tot koning van Israël. En nu kan die gezalfde niet vergaan. Gods eer, dit weet de dichter, is er mede gemoeid. Ook hij houdt zich vast als ziende den Onzienlijke.
Gedenk, HEERE! aan den smaad Uwer knechten, dien ik, hoewel ik slechts een enkel man ben, in mijnen boezem draag, daar de nood van het gehele land mij aangaat, een smaad van alle grote volken, die het land overstroomd hebben.
Gedenk aan de beschimpingen, waarmee, o HEERE! Uwe vijanden smaden 1), waarmee zij de voetstappen Uws gezalfden smaden, dat die nu wankelende geworden zijn.
Hij nu zegt niet, dat de goddelozen door hun schanddaden de kinderen Gods kwellen, maar dat zij God zelven smaden, dewijl om Zijn gunst te veroveren, dit veel krachtiger is, om God te vragen en te vermanen, dat Hij Zijn zaak opneme, niet slechts, omdat in de Kerk Zijn Persoon wordt aangerand, maar dewijl alle onheilen, waardoor de eenvoudigheid des geloofs in beroering wordt gebracht, op Hem terugvallen, zoals het ook hij Jesaja (37: 22) luidt.
Deze bede is het juist, waarop de gehele klacht in het vorige doelt. De gemeente gaat onder diepen, grievenden smaad gebogen. Het leed, dat de vele heidense volken haar aandoen, draagt zij bestendig met zich om. Het is haar, als voelde zij den worm in den boezem overal aan haar leven knagen. In diepen ootmoed riep zij den Heere om hulp en redding aan. En deze is haar niet alleen geworden, maar oneindig heerlijker dan zij destijds bidden en verstaan kon. Geen enkele der heerlijke profetische trekken aangaande David’s huis is gebleken ijdel te wezen. Alles, wat daar is gesproken, is, na een tijd lang vernietigd en begraven geschenen te hebben, in Christus met nieuwe kracht in hoger leven ontwaakt. Hoe moet het nu de toen klagende, maar gelovende gemeente te moede zijn, wier blik toen nog niet veel verder dan de wereld aan deze zijde was verhelderd, hoe moet het haar nu te moede zijn, wanneer zij, wat zij in groot gevaar met goed vertrouwen vasthield, vervuld ziet boven bidden en denken.
Bedenken wij, dat het eerste Psalmboek in Psalm 41 met enen typisch-Messiaanse en het tweede Psalmboek in Psalm 72 met een profetisch-Messiaanse besluit, zo kan het niet als iets toevalligs voorkomen, dat het derde Psalmboek in de woorden: “de voetstappen Uws gezalfden” wegsterft, welke door de traditie ook werkelijk als ziende op de toekomst van den Messias verstaan zijn, daar zij verhaalt: opdat zij het uitstellen der voetstappen in Uwen Messias, Jehova! verminderen. Het Nieuwe Testament kent aan dezen Psalm ten minste in de geschiedenis der Messiaanse profetie ene gewichtige plaats toe; want wat Petrus in de Pinksterrede zegt van een met eden gewaarborgd voortbestaan van het Davidische koningschap doelt op Psalm 89: 36-38; 132: 11, en de grondtoon van het Schriftwoord omtrent David’s verkiezing, dat Paulus te Antiochië in Pisidië aanhaalde (Hand. 13: 22), is aan Psalm 89: 21 ontleend.
53.
V. Vs. 53.
— Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja, amen.
Slotwoord op het derde boek der Psalmen.
Geloofd zij de HEERE in eeuwigheid! Amen, ja Amen. (vgl. 41: 14; 72: 18 vv.; 106: 48).
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel