Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalm van DavidH1732, voor den opperzangmeesterH5329, opH5921 de NeginothH5058.
Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth.
KJV
[[To the chief Musician1
upon Neginah,3
A Psalm of David.]]4
Hear
my cry,
O God;
attend
unto my prayer.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
O GodH430! hoorH8085 mijn geschreiH7440, merkH7181 op mijn gebedH8605.
O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed.
KJV
From the end
of the earth
will I cry
unto thee, when my heart
is overwhelmed:
lead
me to the rock
that is higher
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
VanH4480 het eindeH7097 des landsH776 roepH7121 ik totH413 U als mijn hartH3820 overstelptH5848 is; leidH5148 mij op een rotssteenH6697, die mij te hoogH7311 zou zijn.
Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn.
KJV
For thou hast been a shelter
for me, and a strong
tower
from
the enemy.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
WantH3588 Gij zijt mij een ToevluchtH4268 geweestH1961, een sterkeH5797 TorenH4026 voorH6440 den vijandH341.
Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand.
KJV
I will abide
in thy tabernacle
for ever:
I will trust
in the covert
of thy wings.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
Ik zal in Uw hutH168 verkerenH1481 in eeuwighedenH5769; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgeneH5643 Uwer vleugelenH3671. SelaH5542.
Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.
Ook in dit vers
toevlucht nemenH2620
KJV
For thou, O God,
hast heard
my vows:
thou hast given
me the heritage
of those that fear
thy name.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
WantH3588 Gij, o GodH430! hebt gehoordH8085 naar mijn geloftenH5088; Gij hebt mij gegevenH5414 de erfenisH3425 dergenen, die Uw NaamH8034 vrezenH3373.
Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen.
KJV
Thou wilt prolong
the king's
life:
and his years
as many
generations.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
Gij zult dagen tot des koningsH4428 dagen toedoenH3254; zijn jarenH8141 zullen zijn als van geslacht tot geslacht;
Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht;
Ook in dit vers
geslachtH1755
geslachtH1755
dagenH3117
dagenH3117
KJV
He shall abide
before
God
for ever:
O prepare
mercy
and truth,
which may preserve
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
Hij zal eeuwiglijkH5769 voor GodsH430 aangezicht zittenH3427; bereidH4487 goedertierenheidH2617 en waarheidH571, dat zij hem behoedenH5341.
Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden.
Ook in dit vers
aangezichtH6440
KJV
So will I sing
praise unto thy name
for ever,
that I may daily
perform
my vows.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
ZoH3651 zal ik Uw NaamH8034 psalmzingenH2167 in eeuwigheidH5703; opdat ik mijn geloftenH5088 betaleH7999, dagH3117 bij dagH3117.
Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.
neginòth
Zie van het Hebr. woord dat hier staat in het getal van een, Ps. 4:1 .
Hertaald:
neginòth
Zie over het Hebreeuwse woord dat hier in het enkelvoud staat, Ps. 4:1.
einde
Of, uiterste, waarheen hij voor Absalom heeft moeten vluchten, 2 Sam. 17:24 , waarop sommigen dezen psalm passen.
Hertaald:
einde
Of: uiterste; waarheen hij voor Absalom heeft moeten vluchten, 2 Sam. 17:24, waarop sommigen deze psalm betrekken.
overstelpt
Of, overdekt, te weten met angst, benauwdheid, zorg en bekommernis. Verg. Ps. 77:4 , en Ps. 102:1 , en Ps. 107:5 , en Ps. 142:4 , en Ps. 143:4 , idem Klaagl. 2:11-12 , Klaagl. 2:19 .
Hertaald:
overstelpt
Of: overdekt, namelijk met angst, benauwdheid, zorg en bekommering. Vergelijk Ps. 77:4, en Ps. 102:1, en Ps. 107:5, en Ps. 142:4, en Ps. 143:4; en ook Klaagl. 2:11-12, Klaagl. 2:19.
te hoog
Dat is, in een verzekerde plaats, waar ik niet zou kunnen in of op komen dan door uwe kracht.
Hertaald:
te hoog
Dat is: op een veilige plaats, waar ik alleen door Uw kracht op of in zou kunnen komen.
sterke
Hebr. toren der sterkte.
Hertaald:
sterke
Hebreeuws: toren van de sterkte.
voor den
Hebr. van het aangezicht des vijands; dat is, om mij voor of tegen hem te verzekeren en te beschermen.
Hertaald:
voor den
Hebreeuws: van het aangezicht van de vijand; dat is: om mij tegen hem te beveiligen en te beschermen.
hut
Dat is, in uw heiligen tabernakel een lange tijd, en voorts in den hemel, dooe de tabernakel afgebeeld, in alle eeuwigheid. Zie onder vs.6.
Hertaald:
hut
Dat is: in Uw heilige tabernakel voor lange tijd, en verder in de hemel, die door de tabernakel werd afgebeeld, in alle eeuwigheid. Zie hieronder vers 6.
mijn toevlucht nemen
Of, toevlucht hebben.
Hertaald:
mijn toevlucht nemen
Of: toevlucht hebben.
verborgene
Dat de Schrift elders verklaart door de schaduw der vleugelen. Zie Ruth 2:12 , en boven Ps. 57:2 .
Hertaald:
verborgene
Wat de Schrift elders uitdrukt met de schaduw van de vleugels. Zie Ruth 2:12, en hierboven Ps. 57:2.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
geloften;
Dat is, mijne gebeden, die ik U met beloften van dankbaarheid heb voorgedragen, gelijk de heiligen plegen te doen. Zie Gen. 28:20 ; Richt. 11:30-31 ; Ps. 116:18 , en Ps. 132:2 , en onder vs.9.
Hertaald:
geloften;
Dat is: mijn gebeden, die ik U met beloften van dankbaarheid heb voorgelegd, zoals de heiligen plegen te doen. Zie Gen. 28:20; Richt. 11:30-31; Ps. 116:18, en Ps. 132:2, en hieronder vers 9.
erfenis
Hij ziet naar het land Kanaän, waarover hem God, met beloften zijner beschutting, tot koning had gesteld, vertrouwende dat Hij hem dienvolgens daaruit niet zou verstoten, gelijk ook niet van het erfdeel des hemelsen Kanaäns, waarvan het aardse een voorbeeld en pand was. Zie Hebr. 11:8 , Hebr. 11:10 , Hebr. 11:13-16 .
Hertaald:
erfenis
Hij ziet op het land Kanaän, waarover God hem tot koning had gesteld met de belofte van Zijn bescherming; daarom vertrouwde hij dat God hem daaruit niet zou verstoten, en evenmin uit het erfdeel van het hemelse Kanaän, waarvan het aardse een voorafbeelding en onderpand was. Zie Hebr. 11:8, Hebr. 11:10, Hebr. 11:13-16.
zult
Of, doe toe; biddenderwijze, en alzo in het volgende.
Hertaald:
zult
Of: doe toe; bij wijze van bede, en zo ook in het vervolg.
tot des
Of, boven, op.
Hertaald:
tot des
Of: boven, op.
konings
Verstaande zichzelven [niettegenstaande de vijanden voorhadden hem het leven te benemen] en bijzonder den Heere Christus zijnen Zonen naar het vlees, wiens voorbeeld hij was. Verg. 2 Sam. 7:13 , 2 Sam. 7:16 ; Psa 72 en Ps. 89:21 , Ps. 89:30 , Ps. 89:37-38 .
Hertaald:
konings
Hij bedoelt zichzelf — ondanks dat de vijanden hem naar het leven stonden — en in het bijzonder de Heere Christus, zijn Zoon naar het vlees, van Wie hij een voorafbeelding was. Vergelijk 2 Sam. 7:13, 2 Sam. 7:16; Ps. 72 en Ps. 89:21, Ps. 89:30, Ps. 89:37-38.
geslacht
Hebr. geslacht en geslacht; dat is, in alle geslachten.
Hertaald:
geslacht
Hebreeuws: geslacht en geslacht; dat is: in alle geslachten.
zitten;
Regerende op zijnen troon. Zie Ps. 29:10 ; Luc. 1:32-33 ; Hand. 2:30 .
Hertaald:
zitten;
Terwijl Hij regeert op Zijn troon. Zie Ps. 29:10; Luk. 1:32-33; Hand. 2:30.
bereid
Of, beschik, bestel; gelijk zijn toegeleid en voorbereid deel. In het Hebr. wordt hetzelfde woord man gebruikt, als voor het hemelse man, waarmede God Israëlspijzigde in de woestijn, gelijk met een voorbereide spijs.
Hertaald:
bereid
Of: beschik, bestel; als zijn toegewezen en voorbereide deel. In het Hebreeuws wordt hetzelfde woord man gebruikt als voor het hemelse man, waarmee God Israël in de woestijn voedde, als met een voorbereide spijs. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn" (Ps. 61:3). Twee dingen staan in dat vers. Hij is ver van huis, en hij vraagt om een plaats die hij niet zelf kan beklimmen; daarom staat er leid mij. De grond voor die bede is ondervinding: "Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand" (Ps. 61:4). Wat hij daarna vraagt is niet veiligheid maar nabijheid: "Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen" (Ps. 61:5). Het slot bidt voor de koning, dat God dagen aan zijn dagen zal toedoen (Ps. 61:7). Bijbelse betekenis: De rots in dit vers is met opzet te hoog. Wie zichzelf kan redden, vraagt niet om geleid te worden; hier vraagt iemand om een veiligheid die buiten zijn bereik ligt. Merk op waar hij bidt: van het einde van het land, dus ver van de tempel. Afstand tot de plaats van de eredienst is in deze psalm geen beletsel voor het gebed. Let ten slotte op de volgorde in Ps. 61:4. Eerst wat God gewéést is, dan wat gevraagd wordt; de herinnering draagt de bede. Typologie: Paulus noemt Christus de Steenrots waaruit Israël dronk (reeds behandeld bij 1 Kor. 10:4). Ps. 61:2-8; 1 Kor. 10:4 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Ik zal in alle eeuwigheid in Uw tent verblijven, mijn toevlucht zoeken in de schuilplaats onder Uw vleugels. Psalm 61:5 Vogels vliegen naar de bomen; de ooievaar zoekt… Als een zondaar, waar ook ter wereld, zegt: "God, wees mij genadig!" Dan is de genade niet op reis gegaan, het verblijft dag en nacht in Christus; het… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn. Psalm 61:3 De meesten van onze… 6 Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen. 7 Gij zult dagen tot des konings dagen… 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. 2 O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed. 3 Van het einde des lands roep ik tot… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 61
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Gods voorzienigheid
De barmhartigheid van Christus
Leid mij op een rotssteen
Psalm 61:6-9
Psalm 61:1-5


Psalmen 61
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David (Psalm 3: 1), voor den opperzangmeester, op de Neginôth, onder geleide van snaarinstrumenten voor te dragen (1 Kronieken 25: 31 ). Even als in den vorigen Psalm, laat David weer om zijne leger uittrekken in den strijd tegen enen gevaarlijken vijand, en wil hem door zijn gebed de overwinning, doen verkrijgen; doch Edom is niet, gelijk daar, de vijand, wiens overtreding het aangaat, maar de waar aan Absalom’s opstandelingen; standplaats er gemoedsstemming, op en in welke de Psalm gedicht is, en op of in welke wij ons moeten verplaatsen, om te verstaan, wat gezegd is, werden reeds bij 2 Samuel 18: 5 nader verklaard. 2.
I. Vs. 2-5.KruisverwijzingenPsalmen 18:2→Psalmen 77:3→Deuteronomium 4:29→Spreuken 18:10→Psalmen 62:6→Psalmen 62:2→Jesaja 32:2→Psalmen 142:3→
— O God! hoor mijn geschrei, merk op mijn gebed. Van het einde des lands roep ik tot U als mijn hart overstelpt is; leid mij op een rotssteen, die mij te hoog zou zijn. Want Gij zijt mij een Toevlucht geweest, een sterke Toren voor den vijand. Ik zal in Uw hut verkeren in eeuwigheden; ik zal mijn toevlucht nemen in het verborgene Uwer vleugelen. Sela.
In den groten angst, waarmee zijn hart als omfloerst is, roept David tot den Heere, en vraagt hij om genadige verhoring zijner gebeden; zijn verlangen is echter dit, dat God hem met vasten tred daar geleide, waar hij aan alle gevaren ontkomen, vasten grond onder zijne voeten heeft. Heeft nu God zich reeds vroeger betoond een veilig toevluchtsoord voor hem te zijn, een sterke toren, die alle aanvallen der vijanden trotseert, zo kan hij reeds nu met zekerheid vertrouwen, dat hij spoedig weer in zijn land, waarnaar het verlangen zijns harten uitgaat, zijn zal, om nooit weer daaruit verdreven te worden.
O God! hoor mijn geschrei, dat ik in grote ellende klagende tot u opzend; merk op mijn gebed om hulp en redding.
Van het einde des lands 1), d.i. van Uw aangezicht verbannen en naar een uitersten hoek des lands gejaagd, roep ik tot U, als mijn hart overstelpt is, in een toestand, dat ik van smart overkropt ben; leid mij op enen rotssteen, op welken ik veilig en geborgen ben (Psalm 40: 3), en die mij te hoog zou zijn, dien ik door eigen kracht niet kan beklimmen.
Wanneer men van zijne woning verwijderd is, of afgescheiden van de woonplaats van God, wordt de geografisch weinig betekenende afstand onmetelijk groot.
David heeft de opstandelingen reeds verslagen. De Heere heeft hem verhoord, uit de benauwdheid van overwonnen te worden, door het leger zijns zoons, maar hij vertoeft nog altijd in het Overjordaanse, in het land van Gilead. En daarom spreekt hij van het einde des lands. Maar, al is hij nu aanvankelijk gered, daarom zijn alle zwarigheden nog niet voorbij. Hij is nog niet in Jeruzalem, hij zit nog niet op zijn troon. En in die stad en op dien troon komt hij ook niet, dit weet hij wel, indien zijn Bonds-God niet verder hem blijft omstrengelen, met zijn machtige armen hem blijft leiden. Dit is nu zijn verzuchting in dezen Psalm. Daarom zegt hij ook, dat de rotssteen hem te hoog, d.w.z. voor eigen kracht te hoog zou zijn, dat hij zelf zonder de machtige hulp van Jehova nog verloren zou wezen. David is in zich zelven afgebroken op dit ogenblik en al zijn sterkte ontleent hij aan zijn God.
Van het einde des lands 1), d.i. van Uw aangezicht verbannen en naar een uitersten hoek des lands gejaagd, roep ik tot U, als mijn hart overstelpt is, in een toestand, dat ik van smart overkropt ben; leid mij op enen rotssteen, op welken ik veilig en geborgen ben (Psalm 40: 3), en die mij te hoog zou zijn, dien ik door eigen kracht niet kan beklimmen.
Wanneer men van zijne woning verwijderd is, of afgescheiden van de woonplaats van God, wordt de geografisch weinig betekenende afstand onmetelijk groot.
David heeft de opstandelingen reeds verslagen. De Heere heeft hem verhoord, uit de benauwdheid van overwonnen te worden, door het leger zijns zoons, maar hij vertoeft nog altijd in het Overjordaanse, in het land van Gilead. En daarom spreekt hij van het einde des lands. Maar, al is hij nu aanvankelijk gered, daarom zijn alle zwarigheden nog niet voorbij. Hij is nog niet in Jeruzalem, hij zit nog niet op zijn troon. En in die stad en op dien troon komt hij ook niet, dit weet hij wel, indien zijn Bonds-God niet verder hem blijft omstrengelen, met zijn machtige armen hem blijft leiden. Dit is nu zijn verzuchting in dezen Psalm. Daarom zegt hij ook, dat de rotssteen hem te hoog, d.w.z. voor eigen kracht te hoog zou zijn, dat hij zelf zonder de machtige hulp van Jehova nog verloren zou wezen. David is in zich zelven afgebroken op dit ogenblik en al zijn sterkte ontleent hij aan zijn God.
Want Gij zijt reeds zo dikwijls in mijn leven mij ene Toevlucht geweest, ene schuilplaats, waarheen ik vluchten kan, een sterke Toren voor den vijand, zodat, wanneer ik bij U ben, geen vijand mij kan doen vallen (Spreuken 18: 10. Psalm 71: 3).
Ik zal in Uwe hut verkeren, hoe ver ik ook uitwendig van haar verwijderd ben (Psalm 63: 2 vv.), in eeuwigheden (Psalm 23: 6; 27: 4 vv.) tijden lang; ik zal mijne toevlucht nemen in het verborgen, in de bescherming Uwer vleugelen1) (Psalm 36: 8), waar ik ij veilig en geborgen weet. Sela. (Psalm 3: 3).
In den tijd, toen de tabernakel nog van de ene plaats naar de andere ging, was er geen sprake van zulk een wonen in Gods huis of tent; David, die ene vaste woonplaats voor de heilige arke bereidde, heeft ook het eerste deze uitdrukking van liefdevolle gemeenschap met den God der openbaring geschapen. In Psalmen uit Sauls tijd vindt men nog niets dergelijks.
David is dus er van verzekerd, dat hij weer Jeruzalem zal bereiken. Hij houdt zich hier vast aan de beloften des Verbonds, en daarom aan de Onveranderlijkheid en het Alvermogen Gods. God heeft met hem een vast Verbond gemaakt. Dat Verbond wankelt niet, wordt niet teniet gemaakt, door zijn zonde. Het genieten er van moge een tijd lang ontbroken hebben, maar hij weet het, dat zijn God geen mensenkind is, die liegen kan. En waar hij nu aanvankelijk is gered, daar heeft hij een gegronde hope voor de toekomst. 6.
II. Vs. 6-9.KruisverwijzingenPsalmen 40:11→Psalmen 21:4→Psalmen 41:12→Psalmen 65:1→Psalmen 57:3→Psalmen 89:36→Psalmen 72:15→Psalmen 21:6→
— Want Gij, o God! hebt gehoord naar mijn geloften; Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uw Naam vrezen. Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen; zijn jaren zullen zijn als van geslacht tot geslacht; Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden. Zo zal ik Uw Naam psalmzingen in eeuwigheid; opdat ik mijn geloften betale, dag bij dag.
Voor het aan het slot der vorige afdeling uitgesproken vertrouwen, geeft David nu reden en oorzaak. God heeft zijne gebeden gehoord, die hij onder geloften gedaan heeft, en in hem aan degenen, die Zijnen naam vrezen, de door de opstandelingen ingenomen erve van het volk Gods teruggegeven; Hij heeft hem getoond; dat het noch met zijn leven, noch met zijn koningschap gedaan was, integendeel zal zich de kracht der eens door Nathan hem gegevene belofte nu recht werkzaam betonen. Terwijl hij zich daar een koning gevoelt, wiens jaren steeds voortduren, als die des Heren zelven (Psalm 102: 25), kan ook zijn betalen der geloften geen ander zijn, dan een lofgezang zonder ophouden.
Want -en dat is de reden, waarom ik mij met een eeuwig wonen in Uwe hut vertroosten mag-Gij, o God! hebt gehoord naar mijne met geloften
verbondene gebeden (vgl. (Genesis 28: 20 vv.); Gij hebt mij gegeven de erfenis dergenen, die Uwen naam vrezen 2); Gij hebt mij verhoord, en aan Uwe gelovige dienaren het hun alleen toekomend erfland teruggeven, dat de opstandelingen zich wederrechterlijk hadden toegeëigend.
De vrijwillige gelofte, die in nood en gevaar of bij de begeerte naar enig gewenst goed den Heere gedaan werd, was voor den waren Israëliet geen koopprijs, om God tot verhoring en redding te bewegen, maar de uiting, de betuiging van zijne dankbaarheid, waartoe hij zich als bij voorbaat aan den Heere verbond. Gelijk Jakob, Jeftha en Hanna (Genesis 28: 20. Richteren 11: 30-31. 1 Samuel 1: 11), zo had ook David, onder zijn geschrei den Heere gebeden, en Hem gelofte gedaan. Waarin de geloften bestaan hebben, wat David den Heere beloofd heeft, spreekt hij niet stellig uit, het schijnt evenwel niet enige stoffelijke gave geweest te zijn, die hem boven alles dierbaar was, maar veeleer, dat hij zich plechtig voor den Heere verbonden heeft, Hem alleen met gehele toewijding van zijn ganse hart en al zijne kracht, al de overige dagen zijns levens te dienen. Zie vs. 9.
God heeft Zich aan David’s zijde gesteld; het land van Israël is hun weer ontrukt, wie het niet toebehoorde en er begint nu een nieuw tijdperk in de regering van zijnen wettigen koning.
Gij zult dagen tot des konings 1) dagen toedoen, zijn huis bestendig doen blijven; zijne jaren, al is het ook niet van zijn persoonlijk aanzijn, toch die van de heerschappij van zijn geslacht, zullen zijn als van geslacht tot geslacht.
Waar David hier zegt: Gij zult dagen tot des konings dagen toedoen, daar spreekt hij dien wens uit voor het koningschap. De kroon was hem voor een wijle ontrukt, maar God had hem de kroon teruggegeven. En nu bidt hij, dat God Zijne belofte vervulle, dat zijn geslacht erfelijk op den troon zitte. Ja, zijn bidden is een gelovig verwachten. Wat het woord eeuwiglijk betreft, dit wordt in de H. Schrift wel dikwijls genomen voor, zonder einde. En die betekenis heeft het ook hier wel, maar toch geeft David hier een gezicht op het Koningschap van den Messias. Hij weet het, hij profeteert het hier zo duidelijk mogelijk, die wie uit hem voortkomen zou, wat het vlees aangaat, Koning zal zijn tot in eeuwigheid8. Hij zal eeuwiglijk voor Gods aangezicht zitten op den hem bestemden troon, gelijk hem in 2 Samuel 7: 12 vv. beloofd is; bereid goedertierenheid en waarheid, dat zij hem behoeden1); zend hem die als beschermengel toe (Psalm 40: 12; 57: 4. (Spreuken 20: 28).
Een tweede bede volgt, dat God de goedertierenheid en waarheid bereide, om den koning te beschermen en te bewaken, waarom ook de zin een dubbele is. Dewijl de goedertierenheid en waarheid, de ware stutten zijn der regeringen, was het volstrekt niet ongerijmd, dat David voor zich vraagt, den geest der zachtmoedigheid, of goedertierenheid, of onbaatzuchtigheid, opdat hij daardoor in zijne regering werd bevestigd. Mij echter komt noch een andere betekenis meer gepast voor, dat God, om den koning te bewaken, met Zijne goedheid en waarheid hem omringde. Want het woord in den grondtekst betekent niet alleen bezielen, maar ook zich aan het hoofd stellen of strijden, alsof hij gezegd heeft, dat de getrouwe bewaking van Zijn Rijk met vertrouwen lag besloten in het medelijden Gods alleen. Hoe het echter ook zij, hij toont hier, dat het Gods bestelling is, de middelen te verordenen, waarmee Hij de Zijnen beschermt.
Zo zal ik, in mijne nakomelingen, die ik als één met mij beschouw, tot op de laatste geslachten voortlevende, Uwen naam psalmzingen in eeuwigheid, opdat ik mijne geloften, die ik bij mijne gebeden voegde (vs. 6), betale, dag bij dag, den enen dag zowel als den anderen. Zo zeker als de belofte in 2 Samuel 7 in Christus het toppunt van vervulling gevonden heeft, heeft de Psalm nog heden zijne volle betekenis; overal, waar het rijk van Christus in gevaar is, kunnen wij onder anderen den Heere ook met den zanger bij dat zijn woord vasthouden.
Vernieuwde ervaring van Gods genade en waarheid jegens Zijn volk in Christus is de voornaamste reden van onze vreugde in Hem en van onze lof voor Hem. Zo kan de vrome vriend van God, zelfs in donkere bange dagen, vrolijk in den Heere zijn en vaststaan in God. Als wij slechts in zijne gunst mogen delen, door Zijnen Geest met geloofslicht worden bestraald, en op Zijn eigen wens en woord en toezeggingen aangaan, dan feilt de uitkomst niet.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel