Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een liedH7892 opH5921 AlamothH5961, voor den opperzangmeesterH5329, onder de kinderenH1121 van KorachH7141.
Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach.
KJV
[[To the chief Musician1
for the sons2
of Korah,3
A Song6
upon Alamoth.]]5
God
is our refuge
and strength,
a very
present
help
in trouble.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
GodH430 is ons een ToevluchtH4268 en SterkteH5797; Hij is krachtelijkH3966 bevondenH4672 een HulpH5833 in benauwdhedenH6869.
God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.
KJV
Therefore will not we fear,
though the earth
be removed,
and though the mountains
be carried
into the midst
of the sea;
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
DaaromH3651 zullen wij nietH3808 vrezenH3372, al veranderdeH4171 de aardeH776 haar plaats, en al werden de bergenH2022 verzetH4131 in het hartH3820 der zeeenH3220;
Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen;
KJV
Though the waters
thereof roar
and be troubled,
though the mountains8
shake
with the swelling
thereof. Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Laat haar waterenH4325 bruisenH1993, laat ze beroerdH2560 worden; laat de bergenH2022 daverenH7493, door derzelver verheffingH1346! SelaH5542.
Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
KJV
There is a river,
the streams
whereof shall make glad
the city
of God,
the holy
place of the tabernacles
of the most High.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
De beekjesH6388 der rivier zullen verblijdenH8055 de stadH5892 GodsH430, het heiligdomH6918 der woningenH4908 des AllerhoogstenH5945.
De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.
Ook in dit vers
rivierH5104
KJV
God5
is in the midst
of her; she shall not be moved:
God
shall help
her, and that right
early.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
God is in het middenH7130 van haar, zij zal niet wankelenH4131; God zal haar helpenH5826 in het aanbrekenH6437 van den morgenstondH1242.
God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.
Ook in dit vers
GodsH430
GodH430
KJV
The heathen
raged,
the kingdoms
were moved:4
he uttered
his voice,
the earth
melted.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
De heidenenH1471 raasdenH1993, de koninkrijkenH4467 bewogenH4131 zich; Hij verhief Zijn stemH6963, de aardeH776 versmoltH4127.
De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.
Ook in dit vers
verhiefH5414
KJV
The LORD
of hosts
is with us; the God
of Jacob
is our refuge.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De HEEREH3068 der heirscharenH6635 is metH5973 ons; de GodH430 van JakobH3290 is ons een Hoog Vertrek. SelaH5542.
De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
Ook in dit vers
Hoog VertrekH4869
KJV
Come,
behold
the works
of the LORD,1
what desolations
he hath made
in the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
KomtH3212, aanschouwtH2372 de dadenH4659 des HEERENH3068, DieH834 verwoestingenH8047 op aardeH776 aanricht.
Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht.
Ook in dit vers
aanrichtH7760
KJV
He maketh wars
to cease
unto the end
of the earth;8
he breaketh
the bow,
and cutteth
the spear
in sunder;
he burneth
the chariot
in the fire.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Die de oorlogenH4421 doet ophoudenH7673 tot aan het eindeH7097 der aardeH776, de boogH7198 verbreektH7665, en de spiesH2595 aan twee slaatH7112, de wagenenH5699 met vuurH784 verbrandtH8313.
Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.
KJV
Be still,
and know
that I am God:
I will be exalted
among the heathen,
I will be exalted
in the earth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
Laat af, en weetH3045, datH3588 Ik GodH430 ben; Ik zal verhoogdH7311 worden onder de heidenenH1471, Ik zal verhoogdH7311 worden op de aardeH776.
Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.
KJV
The LORD
of hosts
is with us; the God5
of Jacob
is our refuge.
Selah.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
De HEERE der heirscharenH6635 is metH5973 ons; de GodH430 van JakobH3290 is ons een Hoog VertrekH4869. SelaH5542.
De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
lied
Verg. Ps. 48:1 .
Hertaald:
lied
Vergelijk Ps. 48:1.
alámoth
Het is onzeker wat dit woord betekent sommigen houden het [gelijk andere dergelijke woorden] voor een muzikaal instrument, of een begin van een zeker lied; anderen, omdat het Hebr. woord maagden betekent verborgen te zijn, vertalen het: maagden [stem], alsof de mening was dat deze psalm met een fijne en reine stem (gelijk maagden veel hebben) moest gezongen worden. Dit zelfde woord wordt ook gevonden in het verhaal van de muziek van den godsdienst, 1 Kon. 15:20 , en schijnt aldaar gesteld te zijn tegen een luide, hoge, of grove muziek. Zie de aantekening bij 1 Kon. 15:20 .
Hertaald:
alámoth
Het is onzeker wat dit woord betekent. Sommigen houden het [net als andere soortgelijke woorden] voor een muziekinstrument, of voor het begin van een bepaald lied. Anderen vertalen het met: maagden[stem], omdat het Hebreeuwse woord maagden betekent, of verborgen te zijn — alsof bedoeld werd dat deze psalm met een fijne en zuivere stem gezongen moest worden, zoals maagden die vaak hebben. Hetzelfde woord komt ook voor in het verslag van de muziek bij de godsdienst, 1 Kon. 15:20, en lijkt daar tegenover een luide, hoge of grove muziek gesteld te zijn. Zie de aantekening bij 1 Kon. 15:20.
opperzangmeester
Zie Ps. 4:1 .
Hertaald:
opperzangmeester
Zie Ps. 4:1.
kinderen
Zie Ps. 42:1 .
Hertaald:
kinderen
Zie Ps. 42:1.
krachtiglijk
Hebr. zeer. Of, aldus: een zeer vindelijke; (dat is gerede, tegenwoordige) hulp in benauwdheden.
Hertaald:
krachtiglijk
Hebreeuws: zeer. Of zo: een zeer goed te vinden [dat is: een gerede, tegenwoordige] hulp in benauwdheden.
bevonden
Anders, genoegzaam. Zie Num. 11:22 .
Hertaald:
bevonden
Anders: voldoende. Zie Num. 11:22.
de aarde
Of, al veranderde Hij [te weten, God] de aarde [van plaats]. Door deze figuurlijke redenen wordt afgemaald het schrikkelijk gewoel en geraas der vijanden van Gods kerk, die Hij wel toelaat gruwelijk en geweldiglijk te razen, alsof zij alles zouden bederven en verslinden, maar behoudt ondertussen zijn kerk wonderbaarlijk, boven mening en tegen dank hunner vijanden.
Hertaald:
de aarde
Of: al veranderde Hij [namelijk God] de aarde [van plaats]. Met deze beeldende woorden wordt het schrikwekkende gewoel en geraas geschilderd van de vijanden van Gods kerk, die Hij wel toelaat gruwelijk en geweldig te razen alsof zij alles zouden verderven en verslinden, maar intussen bewaart Hij Zijn kerk op wonderlijke wijze, boven verwachting en tegen de zin van hun vijanden in.
hart
Dat is, in het midden. Zie Ex. 15:8 , en Deut. 4:11 .
Hertaald:
hart
Dat is: in het midden. Zie Ex. 15:8, en Deut. 4:11.
haar
Te weten, der zeeën.
Hertaald:
haar
Namelijk: van de zeeën.
beroerd
Dat is, troebel worden, [waarop het Hebr. woord ziet] gelijk in grote stormen pleegt te geschieden. Zie van het Hebr. woord Job 16:16 .
Hertaald:
beroerd
Dat is: troebel worden [daarop ziet het Hebreeuwse woord], zoals bij grote stormen pleegt te gebeuren. Zie over het Hebreeuwse woord Job 16:16.
derzelver
Dat is, de opzwelling der zee. Men kan het ook op God duiden, aldus: vermits zijne hoogheid, of, verheffing; gelijk Deut. 33:26 . Zie aldaar de aantekening.
Hertaald:
derzelver
Dat is: het opzwellen van de zee. Men kan het ook op God betrekken: vanwege Zijn hoogheid of verheffing, zoals Deut. 33:26. Zie de aantekening daar.
Sela
Zie Ps. 3:3 .
Hertaald:
Sela
Zie Ps. 3:3.
beekjes
Hebr. eigenlijk verdelingen; gelijk Ps. 1:3 . Dat is, armen, stromen en beken, die uit de rivier lopen of afgeleid worden, of ook, die in de rivier lopen.
Hertaald:
beekjes
Hebreeuws letterlijk: verdelingen, zoals Ps. 1:3. Dat is: armen, stromen en beken die uit de rivier lopen of afgeleid worden, of ook die in de rivier uitkomen.
rivier
Al is de rivier van Jeruzalem [gelijk Gion, Siloah, en andere] niet zo groot en wijd als wel andere. Zie 2 Kon. 5:12 , en verg. Jes. 8:6 , en 2 Kon. 20:20 ; 2 Kron. 32:30 , enz. Het schijnt dat de profeet wil zeggen, bij manier van tegenstelling: Als de vijanden gelijk een schrikkelijke onstuimige zee alzo razen, gaat de rivier met hare beken fijn, stil en lieflijk in Gods stad, waar men ook in stilte op Gods bijstand vertrouwt.
Hertaald:
rivier
Ook al is de rivier van Jeruzalem [zoals de Gihon, Siloah en andere] niet zo groot en breed als andere. Zie 2 Kon. 5:12, en vergelijk Jes. 8:6, en 2 Kon. 20:20; 2 Kron. 32:30, enzovoort. Het lijkt erop dat de profeet bij wijze van tegenstelling wil zeggen: terwijl de vijanden razen als een verschrikkelijke, onstuimige zee, gaat de rivier met haar beken rustig, stil en lieflijk door Gods stad, waar men ook in stilte op Gods bijstand vertrouwt.
stad
Versta, Jeruzalem, voorts Gods kerk.
Hertaald:
stad
Versta: Jeruzalem, en verder Gods kerk.
het heiligdom
Anders, de stad Gods, van den Heilige: [gelijk God dikwijls in de Schriftuur genoemd wordt de Heilige ] de woningen des Allerhoogsten; of, des Heiligen, der woningen, enz.
Hertaald:
het heiligdom
Anders: de stad Gods, van de Heilige [zoals God in de Schrift vaak de Heilige genoemd wordt]: de woningen van de Allerhoogste; of: van de Heilige, van de woningen, enzovoort.
haar, zij
Te weten, de stad Gods.
Hertaald:
haar, zij
Namelijk: de stad Gods.
aanbreken
Dat is, vroeg, tijdelijk.
Hertaald:
aanbreken
Dat is: vroeg, bijtijds.
Hij verhief
Te weten, de Heere. Hebr. gaf.
Hertaald:
Hij verhief
Namelijk: de Heere. Hebreeuws: gaf.
stem
Hierdoor kan men verstaan den donder. Zie boven Ps. 29:3 , en verg. 1 Sam. 7:10 .
Hertaald:
stem
Hieronder kan men de donder verstaan. Zie hierboven Ps. 29:3, en vergelijk 1 Sam. 7:10.
versmolt
Manier van spreken, in de Schriftuur gebruikelijk, om uit te drukken de nietigheid aller schepselen, inzonderheid der hoogmoedige mensen, die zich tegen Gods majesteit opstellen, wien hart en moed ontvatl en als was versmelt, wanneer Hij enigzins zijn hand uitstrekt. Verg. Deut. 1:28 .
Hertaald:
versmolt
Een manier van spreken die in de Schrift gebruikelijk is om de nietigheid van alle schepselen uit te drukken, in het bijzonder van de hoogmoedige mensen die zich tegen Gods majesteit opstellen: hun hart en moed ontvalt hun en smelt als was, zodra Hij ook maar enigszins Zijn hand uitstrekt. Vergelijk Deut. 1:28.
heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15 .
Hertaald:
heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15.
aanricht
Of, heeft aangericht, of gemaakt, aangesteld. Verg. de geschiedenissen 2Ki 18 en 2Ki 19
Hertaald:
aanricht
Of: heeft aangericht, of gemaakt, aangesteld. Vergelijk de geschiedenissen in 2 Kon. 18 en 2 Kon. 19.
aarde
Anders, des lands; dat is in het ganse Joodse land, zover zich dat uitstrekt naar Gods belofte. Zie Ps. 44:4 ; anderzins is het ook in het algemeen waarachtig, dat God degene is, die in de ganse wereld verwoesting door zijn rechtvaardig oordeel aanricht en vrede geeft, als het Hem belieft. Zie Jes. 45:7 .
Hertaald:
aarde
Anders: van het land; dat is: in het hele Joodse land, zover als dat zich naar Gods belofte uitstrekt. Zie Ps. 44:4. Overigens is het ook in het algemeen waar dat God Degene is Die in de hele wereld door Zijn rechtvaardig oordeel verwoesting aanricht en vrede geeft, wanneer het Hem behaagt. Zie Jes. 45:7.
Laat af
Dit spreekt God zelf tot de vijanden en vervolgers zijner kerk, die meenden dat zij alleen met mensen te doen hadden.
Hertaald:
Laat af
Dit spreekt God Zelf tot de vijanden en vervolgers van Zijn kerk, die meenden dat zij alleen met mensen te doen hadden.
heidenen
Ik zal tonen [zo gij niet aflaat] dat mijne macht niet besloten is binnen de grenzen van het Joodse land, maar dat Ik daar buiten onder alle heidenen ook Heere en Rechter ben, en zal door mijne oordelen mijnen naam alom grootmaken.
Hertaald:
heidenen
Ik zal tonen [als u niet ophoudt] dat Mijn macht niet binnen de grenzen van het Joodse land besloten is, maar dat Ik ook daarbuiten onder alle heidenen Heere en Rechter ben, en dat Ik door Mijn oordelen Mijn naam overal groot zal maken.
heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15.
Hertaald:
heirscharen
Zie 1 Kon. 18:15. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden" (Ps. 46:2). Het woord bevonden is van belang: het is beproefde ondervinding en geen theorie. Daaruit volgt de gevolgtrekking: "Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen" (Ps. 46:3). Er wordt dus niet gezegd dat er niets gebeurt, maar dat het ergste denkbare de zekerheid niet aantast. Daartegenover staat een stil beeld: "De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods" (Ps. 46:5). Terwijl de zee bruist, stroomt in de stad een beek. En de grond daarvan is Zijn aanwezigheid: "God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen" (Ps. 46:6). Bijbelse betekenis: De psalm zet twee soorten water tegenover elkaar. Buiten bruisen de zeeën en daveren de bergen; binnen loopt een beek die verblijdt. Dat verschil is de kern: rust komt hier niet uit de omstandigheden maar uit de tegenwoordigheid van God in het midden. Merk op hoe ver het beeld gaat in Ps. 46:3. Zelfs als de aarde van haar plaats zou wijken, blijft het niet vrezen staan; er wordt geen kleine tegenslag bedoeld. Let ook op het woord ons in Ps. 46:2. Deze psalm is niet in de eerste plaats persoonlijk maar van de gemeente; men zingt hem samen. Typologie: De Hebreeënbrief zegt van de gelovigen dat zij tot die stad al gekomen zijn: "gij zijt gekomen tot den berg Sion, en de stad des levenden Gods" (Hebr. 12:22). Ps. 46:2-8; Hebr. 12:22 "Komt, aanschouwt de daden des HEEREN" (Ps. 46:9). Wat er te zien is, wordt in militaire termen beschreven: Hij doet de oorlogen ophouden tot aan het einde van de aarde, Hij verbreekt de boog, slaat de spies aan twee en verbrandt de wagens met vuur (Ps. 46:10). Dan spreekt God zelf, en het is het enige woord van Hem in deze psalm: "Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde" (Ps. 46:11). Daarna keert het refrein terug dat ook in Ps. 46:8 stond: "De HEERE der heirscharen is met ons". Bijbelse betekenis: Het bevel dat God hier geeft is een bevel om op te houden. Het wordt vaak gelezen als een oproep tot innerlijke stilte, en dat is niet onjuist, maar er staat meer: laat de handen los, staak het gevecht, laat Mij handelen. Merk op tot wie het gesproken wordt. Het staat direct na de verzen over verbroken wapens, dus in de eerste plaats tot de woelende volken; maar het geldt evengoed de gelovige die zelf alles wil oplossen. Let ten slotte op wat er te weten valt. Niet dat het meevalt, maar dat Hij God is; het kennen van Wie Hij is, is in deze psalm de grond van de rust. Typologie: De Heere Jezus stilde de zee met een woord van dezelfde strekking, en de discipelen vroegen daarop wie Hij dan wel was (Mark. 4:39-41). Ps. 46:8-11; Mark. 4:39-41 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas God bij Zijn volk niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking Deze psalm is gemaakt om te zingen wanneer alles wankelt. Zij begint bij het ergste dat een mens zich voorstellen kan: dat de aarde van haar plaats gaat en de bergen in zee verdwijnen. En zij zegt dat men dan niet vrezen zal. Terwijl de zeeën bruisen en de bergen daveren, staat er in het midden van de psalm een stad met een stil beekje erdoorheen. De opening is een belijdenis in drie woorden: “God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.” Dat laatste woord betekent: het is uitgeprobeerd. Niet in theorie, maar gebleken. En dan volgt de opsomming van wat er dan ook gebeuren mag: al veranderde de aarde haar plaats, al werden de bergen verzet in het hart der zeeën, laat de wateren bruisen, laat de bergen daveren. Wat hier beschreven wordt is het uiteenvallen van alles wat vaststaat. Midden in dat lawaai staat een vers dat opeens heel stil is: “De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.” Geen bruisende zee maar stromende beekjes. Jeruzalem had geen rivier; de stad lag hoog en droog en had haar water uit een bron door een tunnel. Het beeld zegt dus niet iets over de aardrijkskunde maar over de bron: wat de stad draagt komt niet van buiten aangespoeld, het loopt er stil doorheen. En dan de reden waarom die stad niet wankelt terwijl de bergen dat wel doen: “God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.” Niet de muren maken het verschil maar de Bewoner. De psalm eindigt met een bevel dat vreemd klinkt na al dat geweld: “Laat af, en weet, dat Ik God ben.” Er staat letterlijk iets als: houd op, laat de handen zakken. Het is geen uitnodiging tot bespiegeling maar een gebod om te stoppen met doen — en te weten Wie er God is. Hier ligt de lijn naar het Evangelie, en zij loopt over dat ene woord: in het midden. In het Oude Testament woonde God in het midden van Zijn volk in een tent en later in een tempel, en Ezechiël zag die heerlijkheid vertrekken. Johannes schrijft dat het Woord vlees geworden is en onder ons heeft gewoond. En het laatste boek van de Bijbel zegt van de stad die dan komt, dat God Zelf bij hen zal zijn en hun God zijn zal. Een tempel heeft zij niet meer nodig. En er is nog een naklank die dichterbij komt. Christus lag te slapen in een boot terwijl de wateren bruisten, en Hij stond op en zei tegen de zee dat zij zwijgen moest. Wat deze psalm zingt over God in het midden van de stad, gebeurde daar in het midden van een boot. In het Nieuwe Testament: Johannes 1:14; Openbaring 21:3; Markus 4:38-39; Openbaring 22:1; Mattheüs 28:20 Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Psalm 46 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op het woord dat de psalm zelf gebruikt: God in het midden van haar, en de rust die daaruit voortkomt terwijl alles buiten wankelt. De vergelijking met de storm op het meer is een overeenkomst van beelden en geen aanhaling. Het beekje van vers 5 keert in Openbaring 22 als rivier terug, maar ook dat verband legt de Schrift niet uitdrukkelijk.
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt. © Teun van der Plas God is ons een toevlucht en kracht; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden. Psalm 46:1 Opnieuw maakten Spurgeon en enkele van zijn vrienden een… God is ons een toevlucht en kracht; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden. Psalm 46:1 Heb je er weleens bij stilgestaan wat er van… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" God is ons een toevlucht. Psalm 46:1 De zegeningen van het Evangelie zijn niet alleen daartoe bestemd, dat men ze zou… 9 Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht. 10 Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de… 5 De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten. 6 God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God… 1 Een lied op Alamoth, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. 2 God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden. 3… God is ons een toevlucht en sterkte, Hij is krachtig bevonden een hulp in benauwdheden. Psalm 46:2. Een hulp, die niet aanwezig is, wanneer wij haar nodig hebben, is… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 46
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Christus in dit hoofdstuk
Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God is in het midden van haar — 46:2-12
Wat betekenen de niveaus?
Verdiepende artikelen
Een helper
God zal je helpen
God is ons een toevlucht
Psalm 46:9-12
Psalm 46:5-8
Psalm 46:1-4
Hij is krachtig bevonden een hulp in benauwdheden


Psalmen 46
Deze psalm is een lied voor heel Israël, voor allen die waarlijk Gods uitverkorenen zijn, geroepen om Zijn eigen volk te wezen. “De vrede Gods, die alle verstand te boven gaat”, behoort de harten en de zinnen te bewaren van allen die in God rusten. Is de HEERE inderdaad onze toevlucht en sterkte, dan hebben wij recht te zoeken naar een geest die ons boven de angsten van gewone mensen uitheft.
Niet ieder kan deze psalm van vrede zingen te midden van beroering en onheil. Wij moeten tot het gelovige gezelschap behoren; wij moeten den HEERE als onzen God hebben; en wij moeten de kunst van het krachtdadige gebed geleerd hebben. Niemand kan deze psalm werkelijk zingen dan zij die van de aarde verlost zijn.
Maarten Luther zong deze psalm met verrukking. In de dagen van de felste tegenstand zei hij tegen Melanchthon: kom, laat ons de zesenveertigste psalm zingen, en laat de duivel dan zijn ergste doen. En toen Luther gestorven was, hoorde Melanchthon een meisje deze psalm zingen, en hij zei tegen haar: zing voort, lief kind, u weet niet wat een troost u mijn hart brengt. Zo mogen de jongen, de eenvoudigen en de argelozen zingen wat de spieren van krijgslieden voor de veldslag versterkt.
Psalmen 46:2.KruisverwijzingenPsalmen 23:4→Hebreeën 13:6→Psalmen 27:3→Lukas 21:33→Psalmen 18:7→Mattheüs 21:21→Genesis 7:11→Psalmen 82:5→
— God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden.
Alle schepselen hebben hun schuilplaatsen. “Des ooievaars huis zijn de dennebomen. De hoge bergen zijn voor de steenbokken; de steenrotsen zijn een vertrek voor de konijnen.” Ook alle mensen hebben hun schuilplaatsen, al is bij sommigen die schuilplaats niets dan een “toevlucht der leugen”. Maar God is ons een Toevlucht en Sterkte: de almacht van Jehova staat borg voor de verdediging en de ondersteuning van Zijn volk.
“Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden” — Iemand Die nabij is; altijd nabij, maar het naast wanneer Hij het meest nodig is. Er is niet veel smeken vereist om Hem Zijn volk te hulp te doen komen, want Hij is dicht bij de hand en dicht bij het hart.
Psalmen 46:3-4.KruisverwijzingenOpenbaring 22:1→Psalmen 48:1→Jesaja 8:6→Psalmen 93:3→Jeremia 5:22→Jesaja 60:14→Psalmen 36:8→Psalmen 87:3→
— Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen; Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
Hier hebt u, ziet u, een vermelding van de grootste omwentelingen der natuur — en toch vreest de gelovige niet. Ongetwijfeld zijn deze verzen ook bedoeld als een beeld van de grote omwentelingen die in Gods voorzienige handelingen plaatsvinden. Staten en koninkrijken die zo vast schijnen als de aarde zelf, zullen eenmaal weggenomen worden. Vorstenhuizen die zo bestendig en onwankelbaar lijken als bergen, kunnen spoedig in de zee der vergetelheid weggevaagd worden.
Wij mogen honger krijgen, en oorlog, en pestilentie, en wetteloosheid, tot heel de aarde op een zee in een grote storm gaat lijken. Ja, de hoop mag bij velen bezwijken en de stoutste harten mogen beven bij het zwellen daarvan; maar al kwam het uiterste, Gods volk is nog altijd veilig. Zoals een oude schrijver zegt: al zou God de aarde uitwissen, om Zijn eigen woorden over Jeruzalem te gebruiken, gelijk als men een schotel uitwist — ja al zou Hij haar in duizend scherven breken, dan behoeft Zijn volk toch niet te vrezen; want beschut Hij hen niet ónder den hemel, dan neemt Hij hen óp in den hemel om bij Hem te zijn. Konden hemel en aarde ondereengemengd worden en kon de baaierd terugkeren, dan nog is er, zolang God God is, voor de gelovige geen reden tot vrezen.
Psalmen 46:4.KruisverwijzingenOpenbaring 22:1→Psalmen 48:1→Jesaja 8:6→Jesaja 60:14→Psalmen 36:8→Psalmen 87:3→Jesaja 37:35→2 Kronieken 6:6→
— Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
Wij mogen hier wel even stilstaan en ons vertrouwen vernieuwen in den God Die ons nooit begeven heeft en Die niemand ooit begeven zal die op Hem vertrouwt.
Psalmen 46:5.KruisverwijzingenEzechiël 43:7→Jesaja 12:6→Hosea 11:9→Zacharia 2:5→Ezechiël 43:9→Deuteronomium 23:14→Joël 2:27→Sefanja 3:15→
— De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.
Welke rivier de psalmist ook in gedachten gehad heeft, zij was het zinnebeeld van de souvereine genade, die fris en vrij vloeit uit de heilige fontein der eeuwige liefde om het volk van God te verblijden. En nu hebben wij het geïnspireerde Boek, wij hebben het gepredikte Woord, wij hebben de vele dierbare beloften, wij hebben den gezegenden Geest Zelf — en dit alles maakt een heerlijke rivier, welker beekjes verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten.
Psalmen 46:6.KruisverwijzingenAmos 9:5→Jozua 2:9→Jozua 2:24→Nahum 1:5→Psalmen 18:13→Openbaring 20:11→2 Petrus 3:10→Habakuk 3:5→
— God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.
De Hebreeuwse uitdrukking is: bij het keren van de morgen; of, zoals de kanttekening het geeft: wanneer de morgen aanbreekt. In die tijd wanneer de nacht het zwartst is, juist voordat het licht begint te komen, dan zal God Zijn gemeente helpen.
Kind van God, deze belofte is ook voor u. Wanneer de nacht het dichtst wordt en de duisternis het zwaarst, dan zal God u helpen bij het keren van de morgen. Hij mag een tijdlang toeven, maar Hij zal niet langer toeven dan wijs is. U zult, wanneer u terugziet op Gods handelen met u, bevinden dat, al scheen Hij soms lang te wachten met u te hulp te komen en al riep u: HEERE, hoe lang? — Hij u toch geholpen heeft, en dat nog wel bij het aanbreken van de morgenstond.
Psalmen 46:7.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:12→Numeri 14:9→Psalmen 9:9→Mattheüs 28:20→Romeinen 8:31→2 Timotheüs 4:22→Psalmen 46:11→Jesaja 8:10→
— De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.
God behoeft slechts te spreken, en Zijn stoutste vijand zal wegsmelten als sneeuw waarop de zon schijnt.
Psalmen 46:8-10.KruisverwijzingenPsalmen 100:3→Habakuk 2:20→Zacharia 2:13→Psalmen 83:18→Jesaja 2:17→Ezechiël 38:23→Psalmen 21:13→Jesaja 2:11→
— De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela. Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht. Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt.
Hier nodigt de psalmist ons uit te aanschouwen wat God in het verleden gedaan heeft. Hij heeft de verwoesters verwoest en de verdervers verdorven. De oorlog is een verschrikkelijke gesel voor het mensdom geweest, maar onze God is Meester zelfs over de oorlog.
Wanneer ik de oude vervallen burchten door heel ons land zie, kan ik niet nalaten tot mijzelf en tot anderen te zeggen: “Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht.” En wanneer ik op een afgebroken abdij of klooster stuit, kan ik alleen maar wensen dat er meer van die verwoestingen waren die de HEERE op de aarde aangericht heeft. Hij zal de overwinning krijgen over al Zijn vijanden en al Zijn tegenstanders in stukken breken, hoe lang Hij ook wachten mag met het uitstrekken van Zijn grote macht in het gericht over hen.
Psalmen 46:11.KruisverwijzingenJeremia 16:19→Psalmen 46:1→Deuteronomium 33:27→Psalmen 48:3→Psalmen 46:7→
— Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde.
Hier is het gebod, en hier is de reden die ons zal helpen het te gehoorzamen. Oordeel niet haastig over den HEERE; mor niet over Zijn voorzienige handelingen met u. Ren en jaag niet heen en weer, maar: “Laat af.” In stilheid en in vertrouwen zal uw sterkte zijn. En is God bereid te wachten, dan behoeft u niet ongeduldig te zijn. Zijn tijd is de beste tijd, en Hij zal te bekwamer tijd verhoogd worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een lied op Alamôth (= maagden), d.i. vrouwen- of sopraanstemmen uit te voeren (Psalm 6: 1 ), voor den opperzangmeester (Psalm 4: 1), onder de kinderen van Korach (1 Kronieken 25: 31 ). De Psalm is, gelijk J. Arnd dien karakteriseert, een schone troost-Psalm, waarin het wonder Gods geprezen wordt, dat Hij Zijn klein hoopje gelovigen beschermt en behoedt in zo groten nood en vervolging, dat men zou zeggen, dit de gehele wereld zou ten ondergaan. Vragen wij nu naar de geschiedkundige aanleiding tot ons lied, dat Luther in het jaar 1529, als hij zich voor den Augsburgsen rijksdag voorbereidde, tot zijn: “Een vaste burg is onze God” (vgl. vs. 8 en 12) omgewerkt heeft, zo zijn de gedachten der uitleggers daarover verdeeld. Sommigen denken aan Josafats overwinning over de Ammonieten en Moabieten in 2 Kronieken 20, aan welke de beide volgende Psalmen (47 en 48) benevens Psalm 83 hun ontstaan te danken hebben. Anderen denken aan de nederlaag van het Assyrische leger, welke het onder Sanherib in het 14de jaar van den koning Hizkia (713 v.C.) voor Jeruzalem leed (2 Koningen 18: 13-19. Jes. 36: 1-37: 36). Aan de eersten sluiten wij ons aan, en bevelen onzen lezers aan, eerst de geschiedenis op de genoemde plaatsen na te lezen, wanneer zij namelijk tot een recht verstaan van den Psalm willen komen, en genot van de lezing willen hebben. 2.
I. Vs. 2-4.KruisverwijzingenOpenbaring 22:1→Psalmen 23:4→Psalmen 48:1→Jesaja 8:6→Hebreeën 13:6→Psalmen 93:3→Jeremia 5:22→Jesaja 60:14→
— God is ons een Toevlucht en Sterkte; Hij is krachtelijk bevonden een Hulp in benauwdheden. Daarom zullen wij niet vrezen, al veranderde de aarde haar plaats, en al werden de bergen verzet in het hart der zeeen; Laat haar wateren bruisen, laat ze beroerd worden; laat de bergen daveren, door derzelver verheffing! Sela.
De Psalm begint met ene algemene verklaring van hetgeen God voor Zijn volk is, namelijk ene toevlucht en ene vaste hulp. De gemeente des Heren kan daarom getroost zijns, ook bij het hevigst woeden der elementen. Deze uitspraak is gegrond op de onlangs gemaakte ervaring.
God is ons ene Toevlucht en Sterkte (Psalm 18: 2 vv. Spreuken 18: 10); Hij is krachtelijk bevonden ene Hulp in benauwdheden.
Daarom zullen wij niet vrezen, al ware het, dat de nood nog hoger steeg, dan dien wij doorgestaan hebben, al veranderde de aarde hare plaats, al schokte de aarde heen en weer, en al werden de bergen verzet in het hart van de zeeën, in de diepte van den Oceaan, uit welken zij bij de schepping verrezen zijn (Genesis 1: 9 vv.).
Laat, gelijk aan het einde der wereld werkelijk geschieden zal (Luk. 21: 25 vv.), hare wateren bruisen, laat ze beroerd worden, zodat zij, door stormen opgezweept, buiten de oevers, treden; laat de bergen daveren door hun verheffing, door de woede der golven! Sela (vgl.Psalm 3: 3), de muziek, die zich hier verheft, bekrachtigt het geloofsvertrouwen der gemeente in zulk ene wilde opgewektheid der elementen. Op zijne reis naar den rijksdag te Augsburg had de keurvorst Frederik de Wijze, terwijl Jonas, Spalatin en Melanchton hem daarheen vergezelden, Luther, die onder den ban lag, te Coburg achtergelaten. Hier werkte deze in waarheid als Mozes, die met opgehevene handen voor den Heere stond (Exodus 17: 10 vv.) gedurende den harden strijd der zijnen. Veit Dietrich schrijft hieromtrent aan Melanchton: “Er gaat geen dag voorbij, waarop hij niet minstens drie uren, die voor het studeren het geschiktst zijn, voor bidden neemt. Het is mij eens gelakt hem te horen bidden. Welk een geest, welk een geloof in zijne woorden! Hij bidt zo innig als iemand, die met God spreekt, met zoveel vertrouwen en geloof, als door iemand, die met zijnen vader spreekt.” Hier zong Luther meermalen het lied, dat naar onzen Psalm door hem is vervaardigd, en dat tot een krijgs- en zegelied der Hervorming geworden is op de eveneens door hem gemaakte wijze (de woorden van het lied, zowel als de tonen der wijze, zegt Winterfeld, geven het levendigste beeld van den man). Men merkt op, dat Luther meer naar de behoefte van het ogenblik dan naar den klank der woorden onzen tekst heeft overgenomen. Hoe bekend het lied zij, wij kunnen niet nalaten het hier over te nemen: “Een vaste burcht is onze God, Een toevlucht voor de Zijnen! Al drukt nu ‘t leed, al dreigt het lot, Hij doet Zijn hulp verschijnen! De vijand rukt vast aan, Met opgestoken vaan; Hij draagt zijn rusting nog Van gruwel en bedrog, Maar zal als kaf verdwijnen! -Geen aardse macht begeren wij; Die gaat welras verloren! Ons staat de rechte Man ter zij, Dien God ons heeft verkoren. Vraagt gij Zijn naam? Zo weet, Dat Hij de Christus heet. De liev’ling uit Gods schoot, Zijn Zoon en troongenoot…De zege is Hem beschoren! -En grimde ook de open hel ons aan, Met al haar duizendtallen, Toch zal geen vrees ons nederslaan! Toch doen wij ‘t krijgslied schallen. Hoe ook de Satan woedt, Wij staan Hem voet voor voet; Wij tarten zijn geweid; Zijn vonnis is geveld; Eén woord kan hem doen vallen! Gods Woord houdt stand in eeuwigheid; Het zal geen duimbreed wijken! Beef Satan! Hij, die ons geleidt, Zal u de vlag doen strijken! Delf vrouw en kinderen ‘t graf, Neem goed en bloed ons af! Het brengt u geen gewin: Wij gaan ten hemel in, En erven Koninkrijken.”. 5.
II. Vs. 5-8.Kruisverwijzingen2 Kronieken 13:12→Psalmen 66:5→Ezechiël 43:7→Jesaja 12:6→Hosea 11:9→Zacharia 2:5→Ezechiël 43:9→Deuteronomium 23:14→
— De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods, het heiligdom der woningen des Allerhoogsten. God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen; God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond. De heidenen raasden, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
Hierop wordt nader meegedeeld, aan welke aanvallen en gevaren de stad Gods, van de zijde der haar vijandig gezinde, veroveringzuchtige wereld en hare machthebbenden is blootgesteld, maar; zij heeft den stroom der Goddelijke genade met zijne bronnen van vele Goddelijke zegeningen bij zich. “Ja, zij heeft den levenden God in haar midden.” Alzo kan zij goedsmoeds blijven ondanks allen uitwendigen nood, de vrees kan slechts een korten nacht bij haar herbergen; hare hulp komt spoedig en plotseling, terwijl rondom haar het rijk der wereld te gronde gaat.
Rondom de stad moge de nood groot worden, de beekjes der rivier, de goddelijke zegeningen, die van den troon der genade uitgaan, door welke zij, als eens Edens hof van den paradijsstroom (Genesis 2: 10) bewaterd wordt, (Psalm 36: 9), zullen verblijden de stad Gods, als enen die geen gevaar te vrezen heeft; zij toch is het heiligdom der woningen des Allerhoogsten, en zo lang de Heere daar woont, kan die stroom der genade niet ophouden te vloeien, en zolang die vloeit kan Gods volk zonder vreze zijn (Jes. 33: 20 vv.). Voortreffelijk schijnt ons op het eerste gezicht de uitspraak van Horatius (een der voornaamste Romeinse dichters, die in den tijd van 65-9 vóór Chr. leefde en bij den keizer Augustus in groot aanzien stond) toe, over den rechtvaardigen: si fractus illabatur orbis, impavidum feriant ruïnae (al viel de aarde ook in stukken gebroken ineen, zo zullen toch de puinhopen in hem een onverschrokken man ter nederslaan); maar daar zulk een man als hier bezongen wordt, nooit gevonden is, zo doet hij niets dan schertsen. De zielgrootheid daarentegen, gelijk die in onzen Psalm beschreven wordt, steunt alleen op Gods bescherming en de belofte, die Hij den Zijnen gegeven heeft, en overwint op die wijze gemakkelijk den schrik, die alle schepselen met den ondergang bedreigt.
Welke is de rivier, die de stad Gods zal verheugen? God zelf is die rivier, gelijk blijkt uit het volgende: “God is in het midden van haar” (vs. 6). 1. God, de Vader, is de rivier: “Mijn volk heeft twee boosheden gedaan; Mij, den springader des levenden waters, hebben zij verlaten, om zich zelven bakken uit te houwen, gebrokene bakken, die geen water houden” (Jer. 2: 13).
God, de Zoon, is de rivier, de fontein der verlossing: “Te dien dage zal er ene fontein geopend zijn voor het huis David’s en voor de inwoners van Jeruzalem tegen de zonde en tegen de onreinheid” (Zach. 13: 1). 3. God, de Geest, is de rivier: “Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijnen buik vloeien.” (Joh. 7: 38). “Zo wie gedronken zal hebben van het water, dat Ik hem geven zal, dien zal in eeuwigheid niet dorsten, maar het water, dat Ik hem zal geven, zal in hem worden ene fontein van water, springende tot in het eeuwige leven.” (Joh. 4: 14). En welke zijn de beekjes van deze rivier? De volmaaktheden Gods, de volheid van Christus, de werken des Geestes en deze lopende in het kanaal van het verbond der belofte. Geen vijand kan deze beekjes afsnijden van de Kerk van Christus. Zie Jes. 36: 2; 37: 25 vergeleken met 2 Kronieken 32: 2-4. Deze zachtvloeiende maar volle stromen zijn tegenovergesteld aan de bruisende golven van de zee.
En niet slechts een stroom van genade is daar, maar Godzelf, die zich met Zijne tegenwoordigheid aan die woningen verbonden heeft, is in het midden van haar; daarom zij zal niet wankelen; God zal, wanneer zij in nood komt, haar helpen in het aanbreken van den morgenstond, zodat de angst en vrees niet langer dan één nacht toeven kan (Psalm 30: 6. Jes. 17: 14; 37: 36).
De heidenen raasden, gelijk wij het zagen en hoorden van de verbonden volken, de koninkrijken bewogen zich; Hij verhief Zijne stem, de aarde versmolt; verheft Hij Zijne stem, zo is de gehele macht der wereld tot niets opgelost, gelijk sneeuw voor de zon versmelt (Amos 9: 5).
De HEERE der heirscharen, op wiens bevel alle machten zich als krijgsscharen moeten stellen (1 Samuel 1: 3 ), is met ons; de God van Jakob is ons een hoog vertrek, een zekere burg, die door niemand kan beklommen worden. Sela. (Psalm 3: 3). Neemt dit recht ter harte, opdat het diepe wortels schiete. 9.
III. Vs. 9-12.KruisverwijzingenPsalmen 100:3→Habakuk 2:20→Zacharia 2:13→Psalmen 83:18→Jesaja 2:17→Ezechiël 38:23→Psalmen 21:13→Jesaja 2:11→
— Komt, aanschouwt de daden des HEEREN, Die verwoestingen op aarde aanricht. Die de oorlogen doet ophouden tot aan het einde der aarde, de boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagenen met vuur verbrandt. Laat af, en weet, dat Ik God ben; Ik zal verhoogd worden onder de heidenen, Ik zal verhoogd worden op de aarde. De HEERE der heirscharen is met ons; de God van Jakob is ons een Hoog Vertrek. Sela.
Het lied keert zich nu tot de gebeurtenis van den laatsten tijd, die zo duidelijk bewezen heeft, dat God aan het woeden der heidenen en aan allen strijd zo plotseling en wonderbaar een einde kan maken, en Zijne stad als onaantastbaar voor de ogen der gehele wereld kan voorstellen, en Zich zelven kan doen erkennen bij de volken der aarde. Het lied gaat tot ene vermaning aan deze over, die tevens waarschuwing en bedreiging is, en sluit met hetzelfde woord, waarmee de tweede afdeling eindigde. Dit woord is de hoofdgedachte van den gehelen Psalm, en de quintessens van hetgeen in de eerste afdeling gezegd is. Het is dan ook het motief van het boven medegedeelde lied van Luther.
Komt, gij allen, die een bewijs van Gods almacht en hulp zien wilt, aanschouwt (2 Kronieken 26) de daden des HEREN, die verwoestingen op aarde aanricht.
Die, daar Hij de tegenpartijen Zijner stad vernietigt en hen steeds meer tot het heerlijk doel hunner roeping leidt, de oorlogen, aan welke Hij geen behagen heeft, ten minste niet aan die tegen Zijn volk, doet ophouden 1), (Jes. 2: 4; 9: 5; 54: 16 vv.), tot aan het einde der aarde, den boog verbreekt, en de spies aan twee slaat, de wagens met vuur verbrandt, (Psalm 76: 4).
Het wil te kennen geven, dat Zijn hoog bestuur zich ook uitstrekt over oorlog en vrede. Voor zover de krijg een werk van hartstocht en nijd is, heeft de Heere geen lust in den krijg. Voor zoveel willekeurig geweld en hebzucht de plannen smeedt, heeft de Geest des Heren een afkeer van het gewoel der volken. En onder de beloften en de zegeningen van Zijn genaderijk is deze niet een geringe, dat de zwaarden tot spaden en de spiesen tot sikkelen worden bereid. En toch, Hij heeft Zijne voorzienige hand in den krijg en in den vrede. Het hart der koningen is in die hand en de Machtige leidt het als waterbeken, ook als het geldt de gedachten, die naar het slagveld wijzen.
Laat af, zo spreekt Hij, die voor Zijn volk heeft gestreden en ook nu voor hen spreekt tot de volken, die zich zouden willen verheffen (Psalm 68: 31). Laat af van alle vijandige ondernemingen tegen Mijn volk, en weet, dat ik God ben 1), de alleen waarachtige God, tegen wie Gij niets vermocht; Ik zal verhoogd worden, in Mijne verhevenheid en onverwinnelijkheid erkend worden onder de heidenen; Ik zal verhoogd worden op de aarde; daarom heb Ik hier duidelijk zonder uitwendige wapenen voor Mijn volk gestreden en het Zijnen verdrukkers onmogelijk gemaakt hun bedoelingen verder na te jagen.
Hier spreekt de Heere door Zijn knecht, om volken en personen te dringen hem te erkennen als den geheel enigen Opperheer, die heerst over alles, die regeert over alles wat bestaat. Mensen mogen de stoutste voornemens koesteren, maar een wenk van den Almachtige, één uiting van Zijn wil…en God, de Heere, toont het, dat Hij troont boven alles, dat Zijn raad zal bestaan en Hij al Zijn welbehagen zal doen. De Ammonieten en de Moabieten mogen plannen beramen, om het volk Gods te verdrijven uit de landpalen Israël’s, om bezit te nemen van het aan Israël geschonken land, de Heere zal hun tonen, dat Hij God is, en dat Hij al de woelingen en plannen van de vijanden van Zijn volk belacht. Zonder macht van wapenen zal Hij aan Zijn volk de overwinning geven.
De HEERE der heirscharen, zo roemt Gods volk nog eens (vs. 8), is met ons; de God van Jakob is ons een hoog vertrek. Sela. (Psalm 3: 3). Wij moeten bij dergelijke Psalmen niet alleen denken aan hetgeen God reeds in vorige tijden gedaan heeft of ook ons zelven heeft laten zien, maar altijd een blik slaan in hetgeen nog in Gods schatkamers bewaard is. Er is nog veel te wachten, aardbeving, hagel, bruisen der zee, omstorten van bergen, (Openbaring 16: 18 vv.) menige krijg en woeden der volken tegen den Heere en Zijnen Gezalfde (Openbaring 19: 19 vv), God zal daarin nog verheerlijkt worden, er zal bij vele mensen verschrikking, benauwdheid en vergaan van vreze zijn. Bidt, dat gij waardig geacht moogt worden, om dit alles te ontvlieden en te staan voor den Zoon des mensen!.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel