Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
Een psalm van DavidH1732. TwistH7378, HEEREH3068! met mijn twistersH3401; strijdH3898 met mijn bestrijdersH3898.
Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders.
KJV
[[A Psalm of David.]]1
Plead2
my cause, O LORD,3
with them that strive5
with me: fight6
against them that fight
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
GrijpH2388 het schildH4043 en de rondasH6793, en staH6965 op tot mijn hulpH5833.
Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp.
KJV
Take hold1
of shield2
and buckler,3
and stand up4
for mine help.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
En brengH7324 de spiesH2595 voortH7324, en sluitH5462 den weg toe, mijn vervolgersH7291 tegemoetH7125; zegH559 tot mijn zielH5315: IkH589 ben uw HeilH3444.
En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil.
KJV
Draw out1
also the spear,2
and stop3
the way against4
them that persecute5
me: say6
unto my soul,7
I am thy salvation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Laat hen beschaamdH954 en te schandeH3637 worden, die mijn zielH5315 zoekenH1245; laat hen achterwaartsH268 gedrevenH5472 en schaamroodH2659 worden, die kwaadH7451 tegen mij bedenkenH2803.
Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en schaamrood worden, die kwaad tegen mij bedenken.
KJV
Let them be confounded1
and put to shame2
that seek3
after my soul:4
let them be turned5
back6
and brought to confusion7
that devise8
my hurt.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
LaatH1961 hen worden als kafH4671 voorH6440 den windH7307, en de EngelH4397 des HEERENH3068 drijveH1760 hen weg.
Laat hen worden als kaf voor den wind, en de Engel des HEEREN drijve hen weg.
KJV
Let them be as chaff2
before3
the wind:4
and let the angel5
of the LORD6
chase
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
Hun wegH1870 zijH1961 duisterH2822 en gans slibberigH2519; en de EngelH4397 des HEERENH3068 vervolgeH7291 hen.
Hun weg zij duister en gans slibberig; en de Engel des HEEREN vervolge hen.
KJV
Let their way2
be dark3
and slippery:4
and let the angel5
of the LORD6
persecute
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
WantH3588 zij hebben zonder oorzaakH2600 de groeveH7845 van hun netH7568 voor mij verborgenH2934; zij hebben zonder oorzaakH2600 gegravenH2658 voor mijn zielH5315.
Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel.
KJV
For without cause2
have they hid3
for me their net6
in a pit,5
which without cause7
they have digged8
for my soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
De verwoestingH7722 overkomeH935 hem, dat hij het nietH3808 weteH3045, en zijn netH7568, datH834 hij verborgenH2934 heeft, vangeH3920 hemzelven; hij valleH5307 daarin met verwoestingH7722.
De verwoesting overkome hem, dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelven; hij valle daarin met verwoesting.
KJV
Let destruction2
come1
upon him at unawares;4
and let his net5
that he hath hid7
catch8
himself: into that very destruction9
let him fall.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
Zo zal mijn zielH5315 zich verheugenH1523 in den HEEREH3068; zij zal vrolijkH7797 zijn in Zijn heilH3444.
Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil.
KJV
And my soul1
shall be joyful2
in the LORD:3
it shall rejoice4
in his salvation.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
AlH3605 mijn beenderenH6106 zullen zeggenH559: HEEREH3068, wieH4310 is U gelijk! U, Die den ellendigeH6041 redtH5337 van dien, die sterkerH2389 is danH4480 hij, en den ellendigeH6041 en nooddruftigeH34 van zijn beroverH1497.
Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.
KJV
All my bones2
shall say,3
LORD,4
who is like unto thee, which deliverest7
the poor8
from him that is too strong9
for him, yea, the poor11
and the needy12
from him that spoileth
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
WreveligeH2555 getuigenH5707 staanH6965 er op; hetgeenH834 ik nietH3808 weetH3045, eisenH7592 zij van mij.
Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij.
KJV
False3
witnesses2
did rise up;1
they laid to my charge7
things that I knew
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Zij vergeldenH7999 mij kwaadH7451 voorH8478 goedH2896, de berovingH7908 mijner zielH5315.
Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel.
KJV
They rewarded1
me evil2
for good4
to the spoiling5
of my soul.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Mij aangaande daarentegen, als zij krankH2470 waren, was een zakH8242 mijn kleedH3830; ik kweldeH6031 mijn zielH5315 met vastenH6685, en mijn gebedH8605 keerdeH7725 weder in mijn boezemH2436.
Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem.
KJV
But as for me, when they were sick,2
my clothing3
was sackcloth:4
I humbled5
my soul7
with fasting;6
and my prayer8
returned11
into mine own bosom.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
Ik ging steeds, alsof het een vriendH7453, alsof het mij een broederH251 geweest ware; ik gingH1980 gebuktH7817 in het zwartH6937, als een, die over zijn moederH517 treurtH57.
Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt.
KJV
I behaved4
myself as though he had been my friend1
or brother:2
I bowed down8
heavily,7
as one that mourneth5
for his mother.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
Maar als ik hinkteH6761, waren zij verblijdH8055, en verzameldenH622 zich; zij verzameldenH622 zich tot mij als geslagenenH5222, en ik merkteH3045 niets; zij scheurdenH7167 hun klederen, en zwegen nietH3808 stil.
Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil.
Ook in dit vers
wegen stilH1826
KJV
But in mine adversity1
they rejoiced,2
and gathered themselves together:3
yea, the abjects6
gathered themselves together4
against me, and I knew8
it not; they did tear9
me, and ceased
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
Onder de huichelendeH2611 spotachtigeH3934 tafelbroedersH4580 knerstenH2786 zij overH5921 mij met hun tandenH8127.
Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden.
KJV
With hypocritical1
mockers2
in feasts,3
they gnashed4
upon me with their teeth.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
HEEREH136! hoeH4100 lang zult Gij toezienH7200? BrengH7725 mijn zielH5315 weder van hunlieder verwoestingenH7722, mijn eenzameH3173 van de jonge leeuwenH3715.
HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen.
KJV
Lord,1
how long wilt thou look on?3
rescue4
my soul5
from their destructions,6
my darling8
from the lions.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Zo zal ik U lovenH3034 in de groteH7227 gemeenteH6951; onder machtig veelH6099 volksH5971 zal ik U prijzenH1984.
Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.
KJV
I will give thee thanks1
in the great3
congregation:2
I will praise6
thee among much5
people.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
Laat hen zich nietH408 verblijdenH8055 over mij, die mij om valse oorzakenH8267 vijandenH341 zijn; noch wenkenH7169 met de ogenH5869, die mij zonder oorzaakH2600 hatenH8130.
Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten.
KJV
Let not them that are mine enemies4
wrongfully5
rejoice2
over me: neither let them wink8
with the eye9
that hate6
me without a cause.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
Want zij sprekenH1696 nietH3808 van vredeH7965, maarH3588 zij bedenkenH2803 bedriegelijkeH4820 zakenH1697 tegenH5921 de stillenH7282 in het landH776.
Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken bedriegelijke zaken tegen de stillen in het land.
KJV
For they speak4
not peace:3
but they devise10
deceitful9
matters8
against them that are quiet6
in the land.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
En zij sperren hun mondH6310 wijdH7337 op tegenH5921 mij; zij zeggenH559: HaH1889, haH1889, ons oogH5869 heeft het gezienH7200!
En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien!
KJV
Yea, they opened their mouth3
wide1
against me, and said,4
Aha,5
aha,6
our eye8
hath seen
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
HEEREH136! Gij hebt het gezienH7200, zwijgH2790 nietH408; HEEREH3068! wees nietH408 verreH7368 vanH4480 mij.
HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij.
KJV
This thou hast seen,1
O LORD:2
keep not silence:4
O Lord,5
be not far
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
OntwaakH5782 en word wakkerH6974 tot mijn rechtH4941; mijn GodH430 en HEEREH136! tot mijn twistzaakH7379.
Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak.
KJV
Stir up1
thyself, and awake2
to my judgment,3
even unto my cause,6
my God4
and my Lord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Doe mij rechtH8199 naar Uw gerechtigheidH6664, HEEREH3068, mijn GodH430! en laat hen zich over mij nietH408 verblijdenH8055.
Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.
KJV
Judge1
me, O LORD3
my God,4
according to thy righteousness;2
and let them not rejoice
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
Laat hen nietH408 zeggenH559 in hun hartH3820: HeahH1889, onze zielH5315! laat hen nietH408 zeggenH559: Wij hebben hem verslondenH1104!
Laat hen niet zeggen in hun hart: Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!
KJV
Let them not say2
in their hearts,3
Ah,4
so would we have it:5
let them not say,7
We have swallowed him up.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
Laat hen beschaamdH954 en te zamenH3162 schaamroodH2659 worden, die zich in mijn kwaadH7451 verblijdenH8056; laat hen met schaamteH1322 en schandeH3639 bekleedH3847 worden, die zich tegenH5921 mij grootH1431 maken.
Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken.
KJV
Let them be ashamed1
and brought to confusion2
together3
that rejoice4
at mine hurt:5
let them be clothed6
with shame7
and dishonour8
that magnify
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
Laat hen vrolijk zingenH7442 en verblijdH8055 zijn, die lustH2655 hebben tot mijn gerechtigheidH6664; en laat hen geduriglijkH8548 zeggenH559: GrootH1431 gemaakt zij de HEEREH3068, Die lustH2655 heeft tot den vredeH7965 Zijns knechtsH5650!
Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den vrede Zijns knechts!
KJV
Let them shout for joy,1
and be glad,2
that favour3
my righteous cause:4
yea, let them say5
continually,6
Let the LORD8
be magnified,7
which hath pleasure9
in the prosperity10
of his servant.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Zo zal mijn tongH3956 vermeldenH1897 Uw gerechtigheidH6664, en Uw lofH8416 den gansenH3605 dagH3117.
Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag.
KJV
And my tongue1
shall speak2
of thy righteousness3
and of thy praise6
all the day
Twist,
Of, pleit, recht, dat is, neem Gij mijne zaak op U, en voer mijn recht uit tegen mijne wederpartijders, betonende metterdaad dat het niet mijne, maar uw eigen zaak is; zie onder Ps. 43:1 , en Ps. 74:22 , en Ps. 119:154 ; Jes. 49:24 ; Jer. 50:34 , en Jer. 51:36 , enz.
Hertaald:
Twist,
Of: pleit, recht, dat is: neem U mijn zaak op, en voer mijn recht uit tegen mijn tegenstanders, en toon daadwerkelijk dat het niet mijn, maar Uw eigen zaak is; zie hieronder Ps. 43:1, en Ps. 74:22, en Ps. 119:154; Jes. 49:24; Jer. 50:34, en Jer. 51:36, enzovoort.
breng
Of, vel, trek uit, breng uit.
Hertaald:
breng
Of: vel, trek uit, breng uit.
sluit
Hebr. Segor. Hetwelk sommigen menen te wezen de naam van een krijgswapen.
Hertaald:
sluit
Hebreeuws: Segor. Wat sommigen menen dat de naam van een oorlogswapen is.
Mijn vervolgers
Dat is, kom mijnen vervolgers voor, ga hen tegemoet en sluit hun den pas.
Hertaald:
Mijn vervolgers
Dat is: kom mijn vervolgers tegemoet, ga hen tegemoet en versper hun de doorgang.
zeg
Betuig dit door uw Heiligen Geest in mij. Verg. Rom. 8:16 .
Hertaald:
zeg
Betuig dit door Uw Heilige Geest in mij. Vergelijk Rom. 8:16.
heil
Of, verlossing, behoudenis; dat is, uw verlosser, behouder.
Hertaald:
heil
Of: verlossing, behoud; dat is: Uw verlosser, redder.
ziel
Dat is, naar mijn leven staan. Zie 2 Sam. 4:8 .
Hertaald:
ziel
Dat is: naar mijn leven staan. Zie 2 Sam. 4:8.
die
Hebr. die mijn kwaad [dat is ellende, verdrukking, ondergang] denken, voorhebben.
Hertaald:
die
Hebreeuws: die mijn kwaad [dat is: ellende, verdrukking, ondergang] bedenken, van plan zijn.
duister
Hebr. duisternis en slibberigheden; dat zij niet kunnen voortkomen om mij te achterhalen. Verg. Jer. 23:12 .
Hertaald:
duister
Hebreeuws: duisternis en glibberigheden; zodat zij niet vooruit kunnen komen om mij te achterhalen. Vergelijk Jer. 23:12.
zonder oorzaak de
Hebr. tevergeefs, om niet; dat is, zonder reden. Alzo in het volgende, en onder vs.19, en elders. Zie Job 2:3 .
Hertaald:
zonder oorzaak de
Hebreeuws: tevergeefs, voor niets; dat is: zonder reden. Zo ook in het vervolg, en hieronder vers 19, en elders. Zie Job 2:3.
hun net
Dat is, waarin zij hun net gelegd hebben; ene gelijkenis van vogelvangers en jagers genomen. De zin is, zij hebben mijn leven lagen gelegd, boze en listige aanslagen tegen mij uitgedacht, die dikwijls bij netten worden vergeleken. Zie boven, Ps. 9:16 , en Ps. 10:9 , en Ps. 25:15 , en Ps. 31:5 , en Ps. 141:10 , enz.
Hertaald:
hun net
Dat is: waarin zij hun net gelegd hebben; een vergelijking ontleend aan vogelvangers en jagers. De betekenis is: zij hebben hinderlagen gelegd voor mijn leven, boze en listige plannen tegen mij bedacht, die vaak met netten vergeleken worden. Zie hierboven, Ps. 9:16, en Ps. 10:9, en Ps. 25:15, en Ps. 31:5, en Ps. 141:10, enzovoort.
gegraven
Te weten, een kuil, uit Ps. 7:16 .
Hertaald:
gegraven
Namelijk: een kuil, uit Ps. 7:16.
verwoesting
Het Hebr. woord betekent ene verwoesting, die met geraas, gedruis, rumoer en grote onstuimigheid overkomt.
Hertaald:
verwoesting
Het Hebreeuwse woord betekent een verwoesting die met geraas, gedruis, rumoer en groot geweld komt.
hem
Mijnen vervolger.
Hertaald:
hem
Mijn vervolger.
dat hij
Dat is onvoorziens, waar hij het gans niet meent of verwacht.
Hertaald:
dat hij
Dat is: onverwacht, wanneer hij het helemaal niet denkt of verwacht.
met
Dat is alzo, dat hij voorts verwoest en vernield worde. Anders, als er verwoesting is, hij valle daarin.
Hertaald:
met
Dat is: zo, dat hij vervolgens verwoest en vernietigd wordt. Anders: als er verwoesting is, laat hij daarin vallen.
Al
Dat is, ik zal uit al mijne binnenste kracht, of met al het vermogen mijns lichaams, U roemen. Verg. Ps. 51:10 .
Hertaald:
Al
Dat is: ik zal U met heel mijn innerlijke kracht, of met heel het vermogen van mijn lichaam, roemen. Vergelijk Ps. 51:10.
Wrevelige
Hebr. getuigen des wrevels; of des gewelds; dat is, die mij met valsheid pogen te verdrukken en met geweld doen overvallen.
Hertaald:
Wrevelige
Hebreeuws: getuigen van geweld; of gewelddadigheid; dat is: die mij met valsheid proberen te onderdrukken en met geweld proberen te overvallen.
ik niet
Dat is, zij leggen mij ten laste, des ik mij niet bewust ben.
Hertaald:
ik niet
Dat is: zij leggen mij dingen ten laste waarvan ik mij niet bewust ben.
de
Dat is, zij zoeken mij van mijn leven te beroven.
Hertaald:
de
Dat is: zij proberen mij van het leven te beroven.
zak
Dat is, ik droeg rouw over hen. Zie Gen. 37:34 .
Hertaald:
zak
Dat is: ik droeg rouw over hen. Zie Gen. 37:34.
keerde
Dat is, ik herhaalde dikwijls in stilte en bij mijzelven mijn gebed voor hen. Hij wil zeggen dat hij het oprecht en wel met hen gemeend heeft. Anders, mijn gebed kere weder in mijnen boezem, of schoot; dat is, mij wedervare zulks, gelijk ik voor hen gebeden heb.
Hertaald:
keerde
Dat is: ik herhaalde vaak in stilte en bij mijzelf mijn gebed voor hen. Hij wil zeggen dat hij het oprecht en goed met hen bedoeld heeft. Anders: mijn gebed kere terug in mijn boezem, of schoot; dat is: mij overkome hetzelfde, zoals ik voor hen gebeden heb.
ging
Dat is, ik hield en gedroeg mij niet anders dan of zij van mijn naaste bloedvrienden geweest waren. Anders, ik ging steeds [tot hen] als [tot] enz. Dat is, ik bezocht hen dagelijks.
Hertaald:
ging
Dat is: ik gedroeg mij niet anders dan alsof zij mijn naaste bloedverwanten waren. Anders: ik ging steeds [naar hen] als [naar], enzovoort. Dat is: ik bezocht hen dagelijks.
in het
Dat is, in het zwart gekleed, gelijk de rouwdragenden gewoon zijn te doen. Alzo Ps. 38:7 , en Ps. 42:10 , en Ps. 43:2 . Zie ook Job 5:11 .
Hertaald:
in het
Dat is: in het zwart gekleed, zoals rouwdragenden gewoon zijn te doen. Zo ook Ps. 38:7, en Ps. 42:10, en Ps. 43:2. Zie ook Job 5:11.
hinkte,
Dat is als mijne zaken kwalijk gingen, dat het scheen alsof ik zou moeten struikelen en vallen. Alzo Ps. 38:18 ; Jer. 20:10 . Verg. Job 12:5 .
Hertaald:
hinkte,
Dat is: toen mijn zaken verkeerd gingen, zodat het leek alsof ik zou moeten struikelen en vallen. Zo ook Ps. 38:18; Jer. 20:10. Vergelijk Job 12:5.
als geslagene
Te weten, aan de voeten; gelijk enigen dit nemen. Dat is, zich houdende alsof zij lam waren en van rouw over mijn ongeluk hinkten. Zie 2 Sam. 4:4 , en 2 Sam. 9:3 , alwaar deze woorden alzo bij het woord geslagen gevonden worden, van Mefiboseth; of versta, geslagene, dat is, verslagen zijnde [van geest,] uit Jes. 66:2 , blijvende de zin gelijk, of, als [mede] geslagene. Want zij wilden met hun lichamelijke gebaren [als hinken en klederen te scheuren ] te kennen geven dat zij bemoeid en bekommerd waren over Davids lijden, doch valselijk en als huichelaars. Anders worden deze woorden aldus overgezet: fielten, of boeven, [die voor zulken bekend waren, dat zij slagen of geselen verdiend hadden, dat is, het snoodste gespuis onder het volk, daar toe opgerokkend zijnde]; verzamelden zich tegen mij, die ik niet kende; [en vervolgens nimmer leed gedaan had] zij scheurden [de keel] op [dat is, plaagden en spotten] en hielden niet op. Beide overzettingen hebben een goeden zin, hoewel hetgeen in den tekst gesteld is, naast met de eigenschap der Hebr. spraak schijnt overeen te komen; waarvan de verstandige lezer kan oordelen.
Hertaald:
als geslagene
Namelijk: aan de voeten; zoals sommigen dit opvatten. Dat is: zich houdend alsof zij lam waren en van rouw over mijn ongeluk hinkten. Zie 2 Sam. 4:4, en 2 Sam. 9:3, waar deze woorden zo bij het woord geslagen te vinden zijn, over Mefiboseth; of versta hieronder: geslagene, dat is: verslagen zijnde [van geest,] uit Jes. 66:2, waarbij de betekenis gelijk blijft, of: als [mede] geslagene. Want zij wilden met hun lichamelijke gebaren [zoals hinken en kleren scheuren] laten zien dat zij bezorgd en bekommerd waren over Davids lijden, maar op valse en huichelachtige wijze. Anders worden deze woorden zo vertaald: schurken, of boeven, [die zo bekend stonden dat zij slagen of geselingen verdiend hadden, dat is: het gemeenste gespuis onder het volk, dat daartoe opgetrommeld was]; verzamelden zich tegen mij, die ik niet kende; [en die ik dus nooit leed had gedaan] zij schreeuwden [de keel] op [dat is: kwelden en spotten] en hielden niet op. Beide vertalingen hebben een goede betekenis, hoewel wat in de tekst gesteld is het meest lijkt overeen te komen met de eigenschap van de Hebreeuwse taal; waarover de verstandige lezer kan oordelen.
merkte
Te weten, niets kwaads, ik dacht niet dat zij huichelden en mij bedrogen maar meende dat zij het van harte deden.
Hertaald:
merkte
Namelijk: niets kwaads, ik dacht niet dat zij huichelden en mij bedrogen, maar meende dat zij het van harte deden.
zwegen
Maar troostten mij, weenden over mij. Of, doch zij zwegen niet; maar achter mijn rug toonden zij genoeg hoe zij het meenden, gelijk volgt.
Hertaald:
zwegen
Maar troostten mij, weenden over mij. Of: maar zij zwegen niet; maar achter mijn rug toonden zij genoeg hoe zij het bedoelden, zoals volgt.
spotachtige
Of, smetbroeders, tafellikkers. Hebr. eigenlijk, spotters van den koek, of koekspotters. [ Hebr. spotting van den koek ]; dat is, die hunne gebaren en tongen om een stuk broods, of smets, [gelijk men zegt] verkopen, sprekende en doende alles naar het believen desgenen, die hun buik vult, waarom ook het Hebreeuwse woord bij sommigen voorts genomen wordt voor boetsmakers, spotvogels. Hij wil zeggen: Als zij bij dit hun volkje zijn, dan uiten zij de bitterheid huns harten tegen mij, wensende mij alles kwaads en verdrietig zijnde dat het nog zo lang met mij duurt. Van het knarsen met de tanden, zie Job 16:9 .
Hertaald:
spotachtige
Of: smeerlappen, tafellikkers. Hebreeuws letterlijk: spotters van de koek, of koekspotters. [Hebreeuws: spot van de koek]; dat is: die hun gebaren en tongen voor een stuk brood, of smeer, [zoals men zegt] verkopen, terwijl zij alles zeggen en doen naar het believen van wie hun buik vult, waarom het Hebreeuwse woord door sommigen ook wordt gebruikt voor grappenmakers, spotters. Hij wil zeggen: wanneer zij bij dit hun volkje zijn, uiten zij de bitterheid van hun hart tegen mij, mij alle kwaad toewensend en geërgerd dat het nog zo lang met mij duurt. Zie over het knarsen met de tanden, Job 16:9.
eenzame
Verst, mijne ziel; gelijk Ps. 22:21 ; zie aldaar.
Hertaald:
eenzame
Versta hieronder: mijn ziel; zoals Ps. 22:21; zie daar.
valse
Hebr. leugen, of, valsheid, valselijk; Dat is, om de valse oorzaken, gelijk Ps. 38:20 , en Ps. 69:5 .
Hertaald:
valse
Hebreeuws: leugen, of valsheid, valselijk; dat is: om de valse redenen, zoals Ps. 38:20, en Ps. 69:5.
wenken
Dat is, mij spijtig en spotachtig aanzien, mij dreigende, alsof zij wilden zeggen: Men zal u haast leren, enz. Verg. Spr. 6:13 , en Spr. 10:10 .
Hertaald:
wenken
Dat is: mij vals en spottend aankijken, mij dreigend, alsof zij wilden zeggen: men zal u snel leren, enzovoort. Vergelijk Spr. 6:13, en Spr. 10:10.
zonder
Gelijk boven vs.7.
Hertaald:
zonder
Zoals hierboven vers 7.
bedriegelijke
Hebr. worden, of zaken van bedriederijen, of listen.
Hertaald:
bedriegelijke
Hebreeuws: woorden, of zaken van bedriegerijen, of listen.
stillen
Hebr. stillen des lands, of der aarde, Dat is, vreedzamen, die gaarne in stilte zouden leven en God dienen, zonder iemand enig kwaad te willen of te doen, hetwelk der vromen aard is.
Hertaald:
stillen
Hebreeuws: stillen van het land, of van de aarde. Dat is: vreedzamen, die graag in stilte zouden leven en God dienen, zonder iemand enig kwaad te willen of te doen, wat de aard van de vromen is.
Ha, ha,
Dat is, zo, dat gaat wel; nu zien wij met lust, waar wij lang naar gewenst hebben. Verg. Ps. 22:18 en zie Job 39:28 .
Hertaald:
Ha, ha,
Dat is: zo, dat gaat goed; nu zien wij met genoegen waar wij lang naar gewenst hebben. Vergelijk Ps. 22:18 en zie Job 39:28.
tot mijn
Om mij tegen mijne vijanden en vervolgers recht te doen; zolang Gij dat niet doet, houdt Gij U als een die slaapt.
Hertaald:
tot mijn
Om mij tegen mijn vijanden en vervolgers recht te doen; zolang U dat niet doet, houdt U Zich als iemand die slaapt.
gerechtigheid,
Die vereist dat Gij mijn gerechtige zaak voorstaat.
Hertaald:
gerechtigheid,
Die vereist dat U mijn rechtvaardige zaak voorstaat.
Heah,
Alsof zij zeiden: Moed! weest nu vrolijk, o, onze ziel, want wij zien onzen lust aan hem. Zie boven, vs.21.
Hertaald:
Heah,
Alsof zij zeiden: moed! Wees nu vrolijk, o onze ziel, want wij zien onze wens aan hem vervuld. Zie hierboven, vers 21.
bekleed
Zie Job 8:22 .
Hertaald:
bekleed
Zie Job 8:22.
Groot maken
Zichzelven zoeken groot te maken met mijn verdrukking en ondergang, of die zich zo trots en stout tegen mij gedragen, snoevende met woorden en werken. Zie deze manier van spreken, Jer. 48:26 , Jer. 48:42 ; Ezech. 35:13 ; Ob. 1:12 ; Ps. 38:17 , en Ps. 55:13 , en verder Job 19:5 , met de aantekening.
Hertaald:
Groot maken
Zichzelf proberen groot te maken met mijn verdrukking en ondergang, of die zich zo trots en brutaal tegen mij gedragen, pronkend met woorden en daden. Zie deze manier van spreken, Jer. 48:26, Jer. 48:42; Ezech. 35:13; Obadja 1:12; Ps. 38:17, en Ps. 55:13, en verder Job 19:5, met de aantekening.
lust
Dat is, die mijn rechtvaardige zaak hartelijk zijn toegedaan, biddende om een blijde uitkomst, voor welke zij u mogen danken en grootmaken.
Hertaald:
lust
Dat is: die mijn rechtvaardige zaak van harte toegedaan zijn, biddend om een blijde uitkomst, waarvoor zij U mogen danken en groot maken.
vrede
Dat is, tot de verlossing en het welvaren van David, die zijn dienstknecht is. Zie Gen. 37:14 .
Hertaald:
vrede
Dat is: met de verlossing en het welzijn van David, die Zijn dienstknecht is. Zie Gen. 37:14. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas "Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders" (Ps. 35:1). Het beeld wordt uitgewerkt met wapentuig: "Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp. En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil" (Ps. 35:2-3). Na de bede om beschaming van zijn belagers (Ps. 35:4-8) klinkt de wending: "Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil. Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk!" (Ps. 35:9-10). Bijbelse betekenis: Merk op de rechtstaal waarmee de psalm opent: twist en twisters zijn woorden uit de rechtbank, niet uit het slagveld alleen. David draagt zijn zaak aan de HEERE over als aan een Rechter en tegelijk als aan een Krijgsman die voor hem strijdt. Let vervolgens op Ps. 35:3: zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil. David vraagt niet alleen om een uitkomst, maar om een woord van verzekering voor zijn eigen hart, terwijl de nood nog voortduurt. Let ten slotte op de wending in Ps. 35:9-10: nog vóór de uitkomst zichtbaar is, verheugt de dichter zich al in de HEERE — het vertrouwen gaat de vervulling vooraf. Typologie: Datzelfde neerleggen van de eigen zaak bij de rechtvaardige Rechter, zonder zelf te wederschelden, typeert de Heere Jezus: "Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Dien, Die rechtvaardiglijk oordeelt" (1 Petr. 2:23). Ps. 35:1-10; 1 Petr. 2:23 Eerst de aanklacht: "Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij. Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel" (Ps. 35:11-12). Dan komt David's eigen gedrag tegenover hen aan het licht: "Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem. Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt" (Ps. 35:13-14). Het contrast: "Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil" (Ps. 35:15). En verder: "Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden" (Ps. 35:16). Bijbelse betekenis: Merk op wat David deed toen zijn latere belagers zelf ziek waren: rouwklederen, vasten, gebed — hij behandelde hen als een vriend of broeder, niet als vijand. Let vervolgens op het woord daarentegen dat dit gedeelte opent: een bewust contrast met de wrevelige getuigen van het vorige vers. Let ten slotte op wat zij deden toen de rollen omkeerden en David zelf strompelde: verblijding, samenscholing, tandengeknars — vreugde om zijn val, spiegelbeeld van zijn eigen rouw om hun ziekte. Typologie: Wat David hier deed, spreekt de Heere Jezus later als gebod uit: "Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen" (reeds behandeld bij Matt. 5:44). Ps. 35:11-16; Matt. 5:44 "HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen" (Ps. 35:17). Een belofte volgt onmiddellijk: "Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen" (Ps. 35:18). Dan komt een reeks beden tegen de belagers: "Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn" (Ps. 35:19), tot: "Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak" (Ps. 35:23). De psalm sluit met vreugde: "Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den vrede Zijns knechts!" (Ps. 35:27). En het laatste vers: "Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag" (Ps. 35:28). Bijbelse betekenis: Bij zulke beden om oordeel over vijanden gelden dezelfde vier vaste punten als eerder in dit register vastgesteld (reeds behandeld bij Ps. 69:23-30). Ten eerste is dit een gebed, geen daad: David neemt niets in eigen hand, maar legt de zaak bij de Rechter neer. Ten tweede spreekt hij hier als de gezalfde koning, wiens zaak met Gods eigen zaak verweven is (Ps. 35:19, "die mij om valse oorzaken vijanden zijn", raakt hetzelfde als Ps. 69:5). Ten derde laat de Schrift dit gebed onverbloemd staan. Ten vierde blijft gelden dat het Nieuwe Testament de persoonlijke wraak verbiedt en het oordeel geheel aan God overlaat, zonder daarmee het verlangen naar Zijn recht te verbieden. Typologie: Ditzelfde overlaten van de wraak aan God, in plaats van die zelf te nemen, schrijft Paulus voor: "Wreekt uzelven niet, beminden, maar geeft den toorn plaats; want er is geschreven: Mij komt de wraak toe; Ik zal het vergelden, zegt de Heere" (reeds behandeld bij Rom. 12:19). Ps. 35:17-28; Ps. 69:23-30; Rom. 12:19 © Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas Zeg tegen mijn ziel: Ik ben uw heil. Psalm 35:3 David kende ook twijfels. Anders had hij nooit gebeden: “Zeg tegen mijn ziel: Ik ben uw heil.” Hij… En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil. Psalm 35:3 Luister hier naar, “Zeg tegen… Zo zal mijn ziel zich verheugen in de HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil. Psalm 35:9 Niets verschaft de gelovige zoveel vreugde als gemeenschap met Christus.… 19 Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten. 20 Want zij spreken… 11 Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij. 12 Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel. 13 Mij aangaande daarentegen, als… 1 Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders. 2 Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp. 3 En breng… Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon "Voor Iedere Avond" Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil. Psalm 35:3 Wat leert mij dit liefelijke gebed? Het zal mijn avondgebed zijn;… © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
Psalmen 35
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
א
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Bijbelse Begrippen
Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verdiepende artikelen
Mijn verlossing
Zekerheid
Een belofte die nooit herroepen wordt
Psalm 35:19-28
Psalm 35:11-18
Psalm 35:1-10
Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw heil


Psalmen 35
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Een Psalm van David. Om de bij 2 Samuel 15: 16 opgegevene redenen beschouwen wij dezen Psalm uit den tijd van Absaloms opstand. De meeste uitleggers plaatsen hem in den tijd van de vervolging door Saul, waarvoor hoofdzakelijk de omstandigheid spreekt, dat de gehele Psalm een lyrische uitvoering schijnt te zijn van hetgeen David in 1 Samuel 24: 16 tegen Saul zegt. Intussen heerst aan de andere zijde door den gehelen Psalm ene zo diepe moedeloosheid tegenover de vijanden en vervolgers, en ene zo sterke opgewektheid van gevoel, dat het gebed om de Goddelijke gerichten bij David slechts laat verklaren en rechtvaardigen, wanneer hij in zijne lasteraars en vervolgers niet slechts de tegenpartijen ziet van het hem gegeven Israëlitisch, maar ook van het met hem gegrondveste Messiaanse koningschap. In opstand tegen het eerste personifieerde zich steeds nog de zonde, die niet tot den dood is, en hij kon nog voor hen bidden; in verzet tegen het tweede daarentegen openbaarde zich de zonde tot den dood, bij welke het Anathema op zijne plaats is. (1 Joh. 5: 16). De verwensingen van David zijn, gelijk Delitzsch zegt, ontdaan van hare subjectiviteit, voorspellingen van het einde der verharde vijanden van Jezus Christus en van Zijne gemeente! In dezen zin bidt de Christen die Psalmen mede. Onze psalm is benevens den vorigen, de enige uit het Psalmboek, waarin “de Engel des Heren” in den bij Psalm 34: 8 genoemden zin voorkomt (zie vs. 5 en 6); de verbintenis van beide Psalmen door op elkaar volging, is dus ene geheel correcte, deze stemt op inwendige verwantschap.
I. Vs. 1-10.KruisverwijzingenJob 21:18→1 Thessalonicenzen 5:3→Exodus 15:11→Handelingen 5:39→Psalmen 43:1→Exodus 14:25→Psalmen 129:5→Jesaja 29:5→
— Een psalm van David. Twist, HEERE! met mijn twisters; strijd met mijn bestrijders. Grijp het schild en de rondas, en sta op tot mijn hulp. En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijn vervolgers tegemoet; zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil. Laat hen beschaamd en te schande worden, die mijn ziel zoeken; laat hen achterwaarts gedreven en schaamrood worden, die kwaad tegen mij bedenken. Laat hen worden als kaf voor den wind, en de Engel des HEEREN drijve hen weg. Hun weg zij duister en gans slibberig; en de Engel des HEEREN vervolge hen. Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijn ziel. De verwoesting overkome hem, dat hij het niet wete, en zijn net, dat hij verborgen heeft, vange hemzelven; hij valle daarin met verwoesting. Zo zal mijn ziel zich verheugen in den HEERE; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil. Al mijn beenderen zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk! U, Die den ellendige redt van dien, die sterker is dan hij, en den ellendige en nooddruftige van zijn berover.
Door onrechtvaardigen haat vervolgd, door arglistige belagingen omgeven, en door valse beschuldigingen gekrenkt, roept David den Heere aan, dat die nederzie en Zijne zaak volvoere tegen zijne vijanden, en, door hen in de welverdiende gerichten van Zijnen toorn over te geven, hem vreugde en blijdschap geve, en den triomf na de zware nederlaag. Zijn gebed in dit eerste deel van het lied wordt tot zware verwensingen ten opzichte der tegenpartijen. Twist HEERE!, als mijn zaakwaarnemer, met mijne twisters, strijd met mijne bestrijders (Jes. 49: 25). De somma is, dat hij, met leugen overhoopt, door geweld onderdrukt, en gene hulp in de wereld vindende, zijn goeden naam in Gods hand aanbeveelt.
Duidelijk zit David hier in groten angst en kommer. De Psalm begint met een noodkreet uit de diepte der ziele. Overal ziet hij koperen muren, waar hij niet doorheen kan. Sympathie mist hij, door geweld wordt hij onderdrukt. En o, kon hij op dit ogenblik zich maar verzekerd houden van Gods gunst en hulp. Maar het is zo duidelijk mogelijk. Bij de bestrijdingen daarbuiten voegt zich het ongeloof daarbinnen. Het is uit op dit ogenblik met den geloofsroem, dat hij met zijn God springt over een muur. Maar ziet, door Gods genade worden de barensweeën weer gevoeld van een verlevendigd geloof, en het schreien der verbrijzelde ziele laat zich horen in deze woorden: Twist Heere! maar bovenal in die van vs. 3: Zeg tot mijne ziele: Ik ben Uw heil. Ja, David heeft er zo grote behoefte aan, dat God zelf hem als op nieuw komt verzekeren, dat Hij zijn heil is. Want indien hij dit weer gevoelen mag, al staat hij dan ook alleen, al mist hij dan veler sympathie, hij heeft dan toch genoeg. Want God hebbende, bezit hij Alles.
Grijp, als mijn krijgsheld, het schild en de rondas1) (Deut 20: 9. (1 (Koningen 10: 16), en sta op tot mijne hulp 2).
Onder schild hebben wij te verstaan, het kleine armschild, dat gebruikt werd, om elke aanval af te weren. Onder rondas, het schild der zwaar gewapenden, hetwelk het gehele lichaam bedekte en beschutte. Met de spies (vs. 3) ging men tegen den vijand in. David bidt hier, dat de Heere niet alleen hem beschutte, maar ook zijne vijanden voor hem overwinne, ja hun den pas afsnijdde, om hem te overwinnen. Hij smeekt dus, dat de Heere voor hem zij, al wat hem uit de hem omringende gevaren kan bevrijden.
Daar de gevaren ons zichtbaar en duidelijk omgeven, zo is Gods verborgene en onzichtbare kracht op zich zelve niet geschikt, om ons van alle vrees en angst te bevrijden, zij moet als het ware vlees en bloed aannemen. Haar gewaad ontleent zij gewoonlijk aan het dan dreigend gevaar. Tegenover de kunsten van leugen en laster wordt God als zaakwaarnemer of patroon gesteld, die de zaken der Zijnen bestuurt; dreigt het gevaar door ruw geweld, zo verschijnt Hij als krijgsman, naar het voorbeeld van Deuteronomium 32: 41 v., die tot bescherming der Zijnen naar de wapenen grijpt.
En breng de spies voort, en sluit den weg toe, mijnen vervolgers tegemoet; versper hun den toegang tot mij; zeg tot mijne ziele 1): Ik ben uw heil.
Sommigen verklaren: Openbaar het mij door kennelijke inblazing. Doch anderen: Maak, dat ik door de daad zelf gevoel, dat mijn heil in Uwe hand is. Ik voor mij twijfel niet, dat David den wens uitspreekt, dat hij diep in zijn gemoed overtuigd en verzekerd zij, wat bij den tegenwoordigen stand van zaken hij niet kon vaststellen, dat God de Auteur van zijn heil was.
De dichter wenst naar ene geheime inwendige toespraak uit Gods mond, zoals de Heere het ook in de uren van nood aan zulke toespraken niet laat ontbreken.
Deze stellige verzekering was het, die David thans nodig had, die hem tot geruststelling voor zijn hart in den nood en voor geheel zijn leven strekken kon, en deze zelfde getuigenis der genade begeert en behoeft elke ziele, die naar den Heere zoekt en vraagt, elk hart, dat bij vernieuwing in donkerheid en bezwaar is ingewikkeld, en ieder stervende, wiens lot voor eeuwig staat beslist te worden. Gelukkig, dat zulk ene begeerte bijbels is en dus gene dweperij, ja ook, dat, er een Apostel onzes Heren van spreekt (Rom. 8: 16), zeggende, dat Gods Geest met onzen geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn. Niet genoeg is het voor ons, dat wij ons vleien met de goedheid Gods noch ook met de verklaringen des Evangelies, ja zelfs niet met beloften, die op ene levendige en krachtige wijze ons herinnerd worden, de Heere moet Zijne genade alzo op ons toepassen, dat het geloof verhelderd, vervrijmoedigd en krachtig wordt, om er in te staan, dat Jehova ons deel, de God van ons hart en van ons leven is.
De Heere geeft soms Zions vijanden een ander werk te doen en zo geeft Hij rust aan Zijne kerk. Welk ene heerlijke gedachte is dit: Jehova sluit den weg voor de vervolgers, hen houdende voor het einde van de spies en alzo aan de nagejaagde heiligen tijd gevende om hun vervolging te ontkomen. Behalve door het terughouden der vijanden kan de Heere het hart van Zijnen dienaar gerust maken door ene bijzondere verzekering van Zijn eigen mond, dat hij veilig is en zijn zal onder de vleugelen des Almachtigen. Ene inwendige verzekering van veiligheid in God is van alle dingen het kostelijkste in de hitte der vervolging. Een woord van den Heere neemt alle vrees weg.
a) Laat hen beschaamd en te schande worden, met smaad en hoon overladen, die mijne ziel zoeken, mij het leven zoeken te benemen (1 Samuel 23: 15; 2 Samuel 17: 1 vv. laat hen achterwaarts gedreven, tot wijken gedwongen (Jes. 42: 17)en schaamrood worden, die kwaad tegen mij bedenken.
Psalm 40: 15; 70: 3.
a) Laat hen worden als kaf voor den wind (Psalm 83: 14), en de Engel des HEREN, gelijk Hij eens bij de Egyptenaren de raderen der wagens tegen elkaar stoten liet (Exodus 14: 25), drijve hen weg, en stote hen neer, zodat zij nimmermeer opstaan (Psalm 36: 13).
Job 21: 18. Psalm 1: 4. Jes. 29: 5. Hos 13: 3.
Hun weg, op welken zij vluchten (vs. 4),zij duister en gans slibberig, zodat zij niet voort kunnen komen, en de Engel des HEREN vervolge hen als eens het geslagen leger van Sisera (Richteren 5: 23).
Want zij hebben zonder oorzaak de groeve van hun net voor mij verborgen; zij hebben ene diepe, van onderen van een net voorziene, maar van boven overdekte groeve gemaakt, waarin ik zou moeten vallen en met mijne voeten in het net verwarren, om zeker in hun handen te vallen; zij hebben zonder oorzaak gegraven voor mijne ziel. Reeds verwondert het, dat vs. 5 in verbintenis met vs. 6 geen voortgang van gedachte geeft; men verwacht aan het slot van vs. 5 te lezen: “vervolge hen,” en aan ‘t einde van vs. 7: “drijve hen weg.” Evenmin geeft in ons vers de tweede zin ene nieuwe gedachte bij den eersten. Er wordt niet bij gezegd wat zij gegraven hebben. Men meent daarom, dat uit de eerste helft van het vers het woord moet uitgelaten worden, en dit in de tweede helft behoort.
De verwoesting overkome hem, den vijand, die mij vervolgt, dat hij het niet weet, onverwacht; en zijn net, dat hij verborgen heeft, in ‘t verborgen geplaatst heeft, om mij te vangen, vange hem zelven; hij valle daarin met verwoesting, zodat hij omkomt. Volgens de wet der vergelding verlangt hij, dat degenen, die gesmaad hebben, met smaad wordt vergolden; dat zij, die alles voor zich heen bliezen in hoogmoed, zelf verstuiven als kaf voor den wind; dat hun, die in overmoed als bergen meenden geworteld te zijn, de grond onder hun voeten worde geschud; en dat zij, die voor anderen groeven graafden, in hun eigene groeven het verderf vinden. Zo hebben wij het ook zeer dikwijls in het leven gezien, al is het, dat, zolang er nog hoop is, dat het onkruid goede tarwe worde, de hand der gerechtigheid door de lankmoedigheid wordt tegengehouden.
Er is ene lex talionis, waarmee God dikwijls wonderlijk werkt. Men zet vallen en vangt zijne eigene vingers. Men werpt stenen en zij vallen op hun eigene hoofden; hoe dikwijls bedroog satan zich zelven en brandde hij zijne vingers aan zijne eigene kolen. Dit zal zeker ene der verschrikkingen van de hel zijn, dat zij zich zelven zullen pijnigen met hetgeen eens de dwaze voornemens waren van hun oproerige gemoederen; zij slaan de prikkels en wonden zich zelven, zij brengen stromen vuurs voort en het brandt hen aan alle zijden.
Wanneer het verderf den vijand overvalt, zo zal mijne ziel zich verheugen in den HEERE, daar zij door de daad ondervindt, dat zij niet te vergeefs op Hem vertrouwd heeft; zij zal vrolijk zijn in Zijn heil, in dankbaarheid voor het goede, dat Hij mij bereid heeft.
Al mijne beenderen 1), in deze vreugde der ziele delende, zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk (Exodus 15: 11)! U, die den ellendige, die zich ootmoedig onder Uwe tucht buigt en gewillig draagt, wat Gij hem oplegt (Job 36: 15),redt van dien, die sterker is dan hij en den ellendige en nooddruftige van Zijnen berover, die hem nog het weinige, dat hij heeft, wil ontnemen 2).
De beenderen des lichaams, die anders slechts voorkomen alsmede dan angst der ziel lijdende (Psalm 6: 3; 31: 11; 32: 3; 51: 10. hier even als in Psalm 51: 10 mede deel aan de vreugde, waarin de merg en been doordringende angst overgaat: de vreugde van het Ik moet alle leden des lichaams doordringen en zich als tot een koor van lofprijzende stemmen vermenigvuldigen.
Het is gemakkelijk om uit zulk een Psalm ene klacht, ene zucht uit te nemen en over zijne vijanden uit te spreken; het is echter de vraag, of men het geduld bewezen heeft, dat David overigens betoond heeft, of men ook de gelegenheden, om zich zelven te wreken zo heeft laten voorbijgaan, als hij gedaan heeft, in het geloof, dat God het wel zou maken, of men ook overigens zulk een toegang tot God heeft, zo voor Zijne ogen handelt en spreekt, wat men voornemens is, of men Gods gerechtigheid zo lief heeft, als David, die ze tot niets gebruikt, dan dat door haar het goede bij hem en anderen worde geholpen, maar de zonde en de ergernissen worden te niet gedaan? David’s woorden moeten ook met David’s geest gebruikt worden. Duidelijk spreekt David hier zijn vreugde over het heil Gods uit, namelijk dat hij enig en alleen aan God het heil toeschrijft, hetwelk hij zal verkrijgen. Want God wordt onder de mensen in den regel zo geprezen, dat Hij het tiende deel van Zijn recht ontvangt. Doch David, hier zich afzonderende van hen allen, zegt met nadruk, dat de gehele eer van zijn bevrijding aan Hem alleen toekomt. En zeker, zo wordt Gode gegeven wat het Zijne is, wanneer Hij versierd met Zijn kracht, alle onze hoop aan Zich verbonden houdt. Want wat houdt het in den naam Gods in onze mond te nemen, indien wij Zijne macht en goedheid naar ons oordeel opvatten.
Al mijne beenderen 1), in deze vreugde der ziele delende, zullen zeggen: HEERE, wie is U gelijk (Exodus 15: 11)! U, die den ellendige, die zich ootmoedig onder Uwe tucht buigt en gewillig draagt, wat Gij hem oplegt (Job 36: 15),redt van dien, die sterker is dan hij en den ellendige en nooddruftige van Zijnen berover, die hem nog het weinige, dat hij heeft, wil ontnemen 2).
De beenderen des lichaams, die anders slechts voorkomen alsmede dan angst der ziel lijdende (Psalm 6: 3; 31: 11; 32: 3; 51: 10. hier even als in Psalm 51: 10 mede deel aan de vreugde, waarin de merg en been doordringende angst overgaat: de vreugde van het Ik moet alle leden des lichaams doordringen en zich als tot een koor van lofprijzende stemmen vermenigvuldigen.
Het is gemakkelijk om uit zulk een Psalm ene klacht, ene zucht uit te nemen en over zijne vijanden uit te spreken; het is echter de vraag, of men het geduld bewezen heeft, dat David overigens betoond heeft, of men ook de gelegenheden, om zich zelven te wreken zo heeft laten voorbijgaan, als hij gedaan heeft, in het geloof, dat God het wel zou maken, of men ook overigens zulk een toegang tot God heeft, zo voor Zijne ogen handelt en spreekt, wat men voornemens is, of men Gods gerechtigheid zo lief heeft, als David, die ze tot niets gebruikt, dan dat door haar het goede bij hem en anderen worde geholpen, maar de zonde en de ergernissen worden te niet gedaan? David’s woorden moeten ook met David’s geest gebruikt worden.
Duidelijk spreekt David hier zijn vreugde over het heil Gods uit, namelijk dat hij enig en alleen aan God het heil toeschrijft, hetwelk hij zal verkrijgen. Want God wordt onder de mensen in den regel zo geprezen, dat Hij het tiende deel van Zijn recht ontvangt. Doch David, hier zich afzonderende van hen allen, zegt met nadruk, dat de gehele eer van zijn bevrijding aan Hem alleen toekomt. En zeker, zo wordt Gode gegeven wat het Zijne is, wanneer Hij versierd met Zijn kracht, alle onze hoop aan Zich verbonden houdt. Want wat houdt het in den naam Gods in onze mond te nemen, indien wij Zijne macht en goedheid naar ons oordeel opvatten.
11.
II. Vs. 11-18.KruisverwijzingenPsalmen 27:12→Johannes 10:32→Job 30:25→Jeremia 18:20→Mattheüs 10:13→Klaagliederen 2:16→Job 16:9→Habakuk 1:13→
— Wrevelige getuigen staan er op; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij. Zij vergelden mij kwaad voor goed, de beroving mijner ziel. Mij aangaande daarentegen, als zij krank waren, was een zak mijn kleed; ik kwelde mijn ziel met vasten, en mijn gebed keerde weder in mijn boezem. Ik ging steeds, alsof het een vriend, alsof het mij een broeder geweest ware; ik ging gebukt in het zwart, als een, die over zijn moeder treurt. Maar als ik hinkte, waren zij verblijd, en verzamelden zich; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen, en ik merkte niets; zij scheurden hun klederen, en zwegen niet stil. Onder de huichelende spotachtige tafelbroeders knersten zij over mij met hun tanden. HEERE! hoe lang zult Gij toezien? Breng mijn ziel weder van hunlieder verwoestingen, mijn eenzame van de jonge leeuwen. Zo zal ik U loven in de grote gemeente; onder machtig veel volks zal ik U prijzen.
Van de vreselijke verwensingen in het vorig gedeelte gaat David in het voor ons liggende tweede gedeelte van het lied tot klagen over, en schildert hij de boosheid der vijanden, met welke hij te doen heelt, nader; terwijl hij daar van het goede spreekt, dat hij hun te voren deed en dat zij hem met den zwaarsten ondank vergelden, verdwijnt voor hem zo geheel zijn eigen persoonlijk “ik”, en spreekt hij zo geheel uit de ziel van Hem, die in hem moest vooraf geschaduwd worden, dat zijne woorden ons geheel en al in de lijdensgeschiedenis verplaatsen, van het ogenblik af, dat Christus voor den hogen raad staat, tot hetgeen onder het kruis op Golgotha voorvalt. Eindelijk gaat de klacht in ene bede en ene gelofte van dank over.
Wrevelige, boze getuigen staan er op tegen mij; hetgeen ik niet weet, eisen zij van mij, zij willen mij bekentenis ontpersen van boze daden, waarvan ik geheel onbewust ben. Dit vers is, zo schrijft Hengstenberg, noch historisch te verklaren, noch als een beeld op te vatten, maar het bevat een individualiserenden trek, gelijk die in de Psalmen, die uit den persoon des rechtvaardigen gezongen worden, zo menigvuldig voorkomt. Wij voegen er bij: niet alleen uit den persoon des rechtvaardigen in ‘t algemeen, maar uit dien van den Christus in hem, spreekt hier David, en zijne woorden nemen een profetisch karakter aan, gelijk zij op ‘t nauwkeurigst in MATTHEUS. 26: 59 vv. vervuld zijn. Hetzelfde geldt van de volgende verzen, waar het typische element steeds meer beslist achter het profetische wegvalt, gelijk dit ook in Psalm 22 het geval was; op David’s eigen persoon toegepast, zouden de woorden, die hij spreekt, slechts den indruk van overdrijving en gemaaktheid opwekken.
Zij vergelden mij kwaad voor goed (Psalm 38: 21; 109: 5), de beroving mijner ziel, mijne ziel is van alles verlaten, die mij vroeger liefde bewezen, zijn voor mij als gestorven (MATTHEUS. 26: 56).
Mij aangaande daarentegen, ik deed hun niets dan goed; als zij ziek waren, was een zak, een treurgewaad, mijn kleed, daar ik hun leed als mijn eigen gevoelde (Rom. 12: 15 12.15), en hun schuld boette, alsof zij mijne eigene ware (Jes. 53: 4. (MATTHEUS. 8: 16.), ik kwelde mijne ziel met vasten1), en kastijding (Jes. 58: 3 vv. (MATTHEUS. 4: 1 vv., 8: 20), en mijn gebed keerde weer in mijnen boezem2), ik bad met een diep op de borst gezonken hoofd (1 Koningen 18: 42).
Het was, merkt Delitzsch op, geen treuren in schijn, dat zich wilde laten zien en horen, hij trok zich in de eenzaamheid terug en maakte daar hun klacht met voorbede tot de zijne; dit aannemende wijzen wij op Jezus, hoe Hij, wanneer Hij veel met de zieken en ellendigen van Zijn volk te doen had, zich altijd weer naar de stilte terugtrok en bad (MATTHEUS. 14: 23. Luk. 5: 16. Mark. 1: 35). Bij het volgende vers herinnere men zich, dat van Hem wel meermalen bericht wordt, dat Hij weende (Luk. 19: 41. Joh. 11: 3 vv.), maar nooit, dat Hij gelachen heeft.
Deze woorden worden verschillend uitgelegd. Beweren sommigen, vooral de Joodse uitleggers, dat de betekenis is, dat zijn gebed zo waar was, dat hij wensen kon, dat het aan hem zelven vervuld werd; anderen verklaren, of van het aanhoudende gebed (Luther), of van het ernstige, werkelijk gemeend gebed, terwijl nog anderen het in de houding zoeken, en dat die houding uitdrukking is van het oprecht smeken. Met dit laatste verenigen wij ons. Ook Calvijn ontkent dit niet. Hij zegt toch: “Ofschoon ik niet ontken, dat met deze uitdrukking de gebaren van den biddende worden aangegeven, alsof hij zeggen wil, met gebogen hoofd en saamgevouwen handen, zoals de treurenden plegen te doen, het lichaam gekromd, om te bidden, maar voornamelijk was zijn doel er mede te zeggen, dat er in zijne smekingen niets vals was.”
Ik ging steeds zo plechtig langzaam, overeenkomstig mijne smart, alsof het ene vriend, alsof het mij een broeder geweest ware (Joh. 11: 36), wiens lijden mij ter harte ging; ik ging gebukt in het zwart, met donkere klederen, met beweend en ongewassen gezicht, met ongeschoren baard (Deuteronomium 14: 2 ). als een, die over zijne moeder treurt, wanneer zij gestorven is (MATTHEUS. 12: 48 vv.).
Maar als ik hinkte, als ik begon te wankelen, waren zij, juist het tegendeel voor die deelnemende liefde vergeldende, verblijd, en verzamelden zich, om elkaar wederkerig hun vreugde mede te delen, en mij gezamenlijk met hun lasterlijke en bespottende redenen te overvallen; zij verzamelden zich tot mij als geslagenen 1), en ik merkte niets; zij scheurden in hun huichelarij hun klederen, en zwegen niet stil, maar weenden.
Onze Staten-Overzetters tekenen bij deze woorden aan: d.i. zich houdende alsof zij lam waren en van rouw over mijn ongeluk hinkten. Anderen, zoals Delitzsch, vertalen: “En nu bij mijnen val zijn zij vrolijk en komen zij zamen. Onbeschoft volk komt tegen mij te zamen; lieden, die ik niet ken, beschimpen mij en laten niet af”. In elk geval wil David hier op hun valse, gehuichelde vriendschap, op hun diepen haat tegen hem het oog vestigen.
Onder de huichelende, spotachtige tafelbroeders, met de huichelaars, wie het te doen is om bij meer vermogenden gunst te winnen, opdat zij aan hun maaltijden deelnemen, knersten zij, mijne tegenstanders, over mij met hun tanden 1), daar zij met geweld de woede opwekten en die dan met allerlei lasterlijke uitdrukkingen openbaar maakten (zie (Luk. 23: 35 v. 39).
Het is duidelijk, dat ook hier weer de Christus Gods spreekt, door den mond van David. Want toch, wie zal het ontkennen, dat die huichelachtige tafelbroeders zien op Israël’s Overpriesters en Schriftgeleerden? O zeker, gelijk als in Psalm 22, zo smeekt de Man van smarte ook hier in het volgende vers: Red mijne eenzame. Gij doorleeft als het ware zijn lijden, dat op Hem zou komen. Hij ziet zijne vijanden tegen Zich samenspannen. Hij voelt zijne ziele verlaten.
HEERE! hoe lang zult Gij bij dat misdadig handelen toezien? Breng mijne ziel weer van hunlieder verwoestingen; red haar, opdat zij niet geheel bezwijke; red mijne eenzame, van de gehele wereld verlatene ziel (Psalm 22: 21), van de jonge leeuwen (in figuurlijken zin Psalm 34: 11, 57: 5), onder welke zij geraakt is. 19.
III. Vs. 19-28.KruisverwijzingenPsalmen 69:4→Psalmen 149:4→Psalmen 40:16→Psalmen 70:4→Johannes 15:25→Psalmen 38:19→Spreuken 6:13→Psalmen 13:4→
— Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken vijanden zijn; noch wenken met de ogen, die mij zonder oorzaak haten. Want zij spreken niet van vrede, maar zij bedenken bedriegelijke zaken tegen de stillen in het land. En zij sperren hun mond wijd op tegen mij; zij zeggen: Ha, ha, ons oog heeft het gezien! HEERE! Gij hebt het gezien, zwijg niet; HEERE! wees niet verre van mij. Ontwaak en word wakker tot mijn recht; mijn God en HEERE! tot mijn twistzaak. Doe mij recht naar Uw gerechtigheid, HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden. Laat hen niet zeggen in hun hart: Heah, onze ziel! laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden! Laat hen beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad verblijden; laat hen met schaamte en schande bekleed worden, die zich tegen mij groot maken. Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den vrede Zijns knechts! Zo zal mijn tong vermelden Uw gerechtigheid, en Uw lof den gansen dag.
In het derde deel van het lied wordt de bede die aan het slot van het vorig gedeelte met enkele woorden uitgesproken was, nader aangedrongen door ene vernieuwde schildering van de goddeloosheid der vijanden, David wijst op de heilzame gevolgen, welke de afgebedene redding voor de vromen en rechtvaardigen in de gemeente hebben zal, en legt daarmee de zaak te ernstiger den Heere aan het hart. Terwijl nu de zanger van de verhoring van zijn gebed zeker is, keert ook de gelofte van dank terug, die aan het einde van het tweede deel uitgesproken was.
Laat hen zich niet verblijden over mij, die mij om valse oorzaken, om leugenachtige redenen vijand zijn, daar zij, om hunnen haat als rechtvaardig voor te stellen, allerlei leugenachtige beschuldigingen tegen mij inbrengen; noch laat hen wenken met de ogen, laat hen niet toe, dat zij door met de ogen te wenken elkaar hun vreugde te kennen geven over mijn ongeluk, zij a), die mij zonder oorzaak haten.
Psalm 69: 5. Joh. 15: 25.
En zij sperren met trotsen hoon hunnen mond wijd op tegen mij; zij zeggen, verheugd over mijne smart: Ha, ha, ons oog heeft hetgeen wij zo lang gewenst hebben eindelijk gezien!
HEERE! Gij hebt het gezien, mijn ongeluk aanschouwd, maar met andere ogen en met een ander hart. Gij hebt gezien hunnen haat; zwijg niet, maar beantwoord hun rede met een machtig woord van den heiligen Rechter. HEERE! wees niet verre van mij, dien zij tot een geheel verlatene gemaakt hebben (vs. 12).
Ontwaak en word wakker uit Uwe rust, die tot hiertoe duurde (Psalm 44: 24), tot mijn recht, treed met de daad tussen beide, mijn God en Heere! tot beslissing van mijne twistzaak. Verdedig mij, Gij, aan wie ik mijne gehele zaak heb opgedragen en toevertrouwd.
Ontwaak en word wakker uit Uwe rust, die tot hiertoe duurde (Psalm 44: 24), tot mijn recht, treed met de daad tussen beide, mijn God en Heere! tot beslissing van mijne twistzaak. Verdedig mij, Gij, aan wie ik mijne gehele zaak heb opgedragen en toevertrouwd.
Doe mij recht naar Uwe gerechtigheid, die volmaakt is tegenover mijne vijanden (Psalm 7: 9), HEERE, mijn God! en laat hen zich over mij niet verblijden.
Laat hen niet langer zeggen in hun hart: Heah 1), onze ziel! dat is naar het verlangen van ons hart. Laat hen niet zeggen: Wij hebben hem verslonden!
Heah is een uitroep van vreugde en spot (Job 39: 25. Psalm 40: 16, enz.). De Staten-Overzetters tekenen daarbij aan: “alsof zij zeiden: Couragie! Weest nu vrolijk, o onze ziel! want wij zien onzen lust aan hem.”
Laat hen, want dit is de eis Uwer gerechtigheid, gelijk reeds in vs. 4 gezegd werd, beschaamd en te zamen schaamrood worden, die zich in mijn kwaad, mijn ongeluk, verblijden, laat hen met schaamte en schande bekleed worden, als met een uiterlijk gewaad, dat met den toestand van hun binnenste overeenkomt; dat zij het lot van allen, die zich tegen mij groot maken (Psalm 109: 29).
Laat hen daarentegen vrolijk zingen en verblijd zijn, die, daar zij zien op hetgeen recht is (Psalm 11: 7),lust hebben tot mijne gerechtigheid, en laat hen door de rechtvaardiging, die mij nu ook werkelijk ten deel wordt, gelegenheid verkrijgen om geduriglijk te zeggen: Groot gemaakt zij de HEERE, die lust heeft tot den vrede Zijns knechts.
Wat mij zelven betreft, zo zal de openbaring Uwer gerechtigheid niet zonder indruk blijken op mijn hart, en waarvan dat hart vol is, daarvan zal de mond overvloeien (Luk. 6:
, mijne tong zal vermelden Uwe gerechtigheid, en Uwen lof den gansen dag. Laat ons bedenken, dat de Heere vreugde heeft in het geluk van al Zijne knechten, en dat zij mogen spreken van Zijne gerechtigheid en Hem dagelijks prijzen; het is een onderwerp, dat nooit zal uitgeput worden: zelfs niet door den eeuwigen lof van heiligen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel